Meestal heb ik wel een aantal stukjes klaarstaan. Hoewel ik vrijwel alle dagen hier iets plaats, schrijf ik niet alle dagen. Ik schrijf als ik me goed voel. Dat betekent dat ik het schrijven wat spreid, net als dat ik kook in etappes, schrijf ik ook in etappes. Vaak ben ik met meerdere stukjes tegelijk bezig. Op een goede dag schrijf ik soms wel twee tot drie stukken tegelijk en op een slechte dag schrijf ik niets. Zo heb ik uiteindelijk bijna altijd wel drie of vier stukken op voorraad.
Maar nu even niet. En ik maak even pas op de plaats. Woensdag ga ik naar Alkmaar voor het audiologisch onderzoek en wordt er hier in huis geklust. Ik verwacht dat de rest van de week heel rommelig gaat verlopen. Dat geeft niet, ik verheug me enorm op het eindresultaat. Maar ik heb voldoende zelfkennis en kennis van triggers om te weten wat er gaat gebeuren met mij komende week. De signalen zijn er al een tijdje ;-).
Dus, ben ik even wieberen. Ik doe mijn handen voor mijn ogen en oren zie niets en hoor niets. Zo dus! Tot later, tot snel. Dag!
De afgelopen week was niet om over naar huis te schrijven en bovendien heb ik dat al gedaan, dus blik ik liever vooruit. Komende week is best een spannende week. Ik verwacht dat er hier dan op locatie wordt geklust. De aanrechtbladen kunnen worden geplaatst, al is terwijl ik dit schrijf nog niet helemaal duidelijk wanneer dit zal zijn. Maar spannend is het wel!
Van het Audiologisch Centrum in Alkmaar kreeg ik een oproep voor komende woensdag. Eindelijk. Begin januari deed ik gehoortesten in het ziekenhuis dat mij na de uitslag – ‘u bent stokdoof’ – doorverwees naar een audicien. Daar ging ik in februari heen en die vertelde gezien mijn klachten niet heel veel voor mij te kunnen doen en verwees mij door naar het Audiologisch instituut voor verder onderzoek. Als daar duidelijk is of ik geholpen kan worden en hoe, kan ik wel met die informatie naar de audicien om een apparaat te laten aanmeten. Dat heeft mijn voorkeur want de audicien is in mijn woonplaats en daardoor beter en makkelijk bereikbaar.
Verder is het vakantie voor kind de komende twee weken. Voor mij voelt dat ook als vakantie omdat het tempo dan net wat lager ligt in huis en er vaker kan worden uitgeslapen. Daar verheug ik me op.
Dit weekend zijn er geen plannen, ik ga nog even flink bijtanken want ik verwacht dat de komende week energie gaat vreten.
De laatste tijd gaat het super. Sinds de B12-injecties is er weer een gestage vooruitgang. Niet dat ik ineens kan hardlopen maar ik kan wel iets meer dan voorheen. Het gaat allemaal net even makkelijker. Ik kan regelmatig mijn middagdut overslaan. Stap iets vaker op de fiets om even naar een winkel of de bieb te gaan. En als ik dan een terugslag heb, dan houd ik me twee dagen rustig en dan ben ik er wel weer.
Alleen nu even niet. Sinds de stress van vorige week en de slapeloze nacht die erop volgde, is het fragiele evenwicht zoek. Ik heb meteen pas op de plaats gemaakt en meer rustpauzes ingelast maar nu ruim een week later, lijk ik me alleen maar slechter te voelen. Ik deed vandaag wat ik eigenlijk nooit doe. Ik bleef liggen. Meestal probeer ik ook op slechte dagen zoveel als mogelijk een normaal ritme te hebben. Dus sta ik meestal gelijk op met de mannen, douche me na het ontbijt en begin dan met de dag. Handelingen als eten in etappes koken, de was doen, schrijven en lezen worden afgewisseld met rusten. Maar vandaag (gisteren als jullie dit lezen) bleef ik liggen. Ik werd wakker in een leeg huis en besloot tot een pyjamadag.
Dit is een echte PEM. Een watte? PEM: Post Exertional Malaise. Ik zal het uitleggen. Het lijf en brein reageren buitensporig op een activiteit. De reactie strookt niet met de geleverde inspanning. Omdat het normale herstellende vermogen van het lichaam niet goed meer werkt – inspanningsintolerantie – kan het ook zomaar gebeuren dat iemand met ME weken plat ligt na een kleine activiteit. Het betekent een verergering van alle klachten en symptomen van ME.
Een PEM kan door van alles uitgelokt worden. In mijn slechtste tijd gebeurde het al als ik ging douchen op een toch al slechte dag. De laatste jaren gebeurt dit niet meer. Ik schreef er zelfs wel eens een stukje over (de PEM voorbij). Ik leef al een aantal jaren tussen de onderlijn en de bovenlijn. Ik heb mijn verwachtingen bijgesteld, ben wat realistischer geworden, voel mijn lijf beter aan en handel daar naar. Zo heb ik toch iets van grip weten te krijgen op de ongrijpbare aandoening die ME nu eenmaal is.
De stress van vorige week was buitensporig. Mijn reactie erop was ook buitensporig. En de gevolgen zijn dat dus ook. Vorige week kreeg ik weer eens een snerende reactie van een lezer die schreef dat het een wonder is dat mijn man nog niet gillend is weg gelopen en dat ik een stresskip ben met een ingebeelde ziekte.
Ja, ik ben dolblij met mijn man! En natuurlijk heb ik dit ook wel eens gedacht, dat hoef je me echt niet naar mijn hoofd te slingeren ;-). Alleen zie ik mezelf niet alleen als een patiënt/stresskip maar ook als partner die ook wat te bieden heeft. Natuurlijk is ons leven heel erg aangepast maar ik durf toch wel te beweren dat wij meer lol hebben en het beter hebben met elkaar dan veel anderen. Deze specifieke lezer heb ik niet kunnen duidelijk maken wat ME is. Dat ME allereerst toch echt een door WHO erkende neurologische aandoening is, al in 1969. Deze lezer zal waarschijnlijk iedereen die last heeft van iets niet zichtbaars een zeikerd vinden. Het zij zo
Fijner vind ik het te lezen dat mijn lieve oud klasgenote op FB schrijft dat ze steeds meer snapt wat het nu echt is om ME te hebben. Dat ik mails krijg van mensen dat hun nicht, partner, kind ook ME heeft en dat ze door wat ik er over schrijf, nu beter begrijpen wat het inhoudt. Dat ze meer begrip kunnen opbrengen omdat ze door mijn stukjes beseffen dat ME meer is dan een beetje moe zijn en dat het veel praktische obstakels oplevert.
Dat raakt me. Het doet me goed. Want mijn eigen ervaring is dat als je iets over ME leest in de media, het bijna altijd hetzelfde is. Elk keer weer lees ik dat dan nu dan echt bewezen is dat het geen ingebeelde ziekte is. Blijkbaar moet dat elke keer weer opnieuw onderzocht worden. En verder hoor je er nooit meer iets van. Omdat de meeste ME-patiënten niet de puf hebben om de barricaden op te klimmen, te vechten voor meer wetenschappelijk onderzoek. ME is niet hip en ook schijnbaar niet dodelijk genoeg. En ME-patiënten zijn suffe sukkels die doorgedraaid op de bed of bank liggen met een PEM. Net als ik vandaag. Alleen ik kan er een stukje over tikken en een brug bouwen van mijn bank naar jouw laptop.
Een echte PEM dus. Die we gewoon maar weer uitzitten en uitliggen. Het verschil met voorheen is toch wel dat de PEM zo lang weg bleef. Dat ik er zo anders mee om kan gaan. En dat ik zie dat er toch een stijgende lijn is. Met vallen en opstaan kom ik steeds verder. Voorwaarts kruip!
Niet veel gedaan deze week maar in mijn hoofd des te meer. Er stonden geen afspraken in de agenda anders dan de B12-injecties. Ik ging één keer naar de toko en de bibliotheek en verder deed ik niets. Dinsdag gebeurde er iets dat nogal inhakte op mijn reserve-energie en daar moest ik de rest van de week van bijkomen. Wat dat was lezen jullie morgen maar er was geen puf meer om op stap te gaan of iets te doen.
Buiten dat bijkomen las en schreef ik en werkte ik wat recepten uit. Evengoed een prima week. Zo lang ik boeken heb en de beschikking over een laptop, ben ik een tevreden mens.
De week in beeld:
Gerrie hielp met de AH-bestelling
Ik las de tweede roman van Joël Dicker. Wat ik ervan vind lees je dinsdagGlutenvrije gnocchi! Nu nog verder ombouwen naar een plantaardige versie en dan publiceer ik het recept op mijn kookblogDe zon liet zich niet heel veel zien maar als hij scheen zat ik er in, met gezelschap.Dibbes beleefde een avontuur deze week, dat lees je morgenNiet iedereen was blij dat het avontuur van Dibbes goed afliep. Sommigen – ik noem geen namen maar zijn naam begint met een G. en hij kijkt hier recht in de camera- waren zelfs ronduit teleurgesteld.
Pas eind van de week drong het tot me door dat het dit weekend Pasen is. Ik heb nog geen paasei gekocht laat staan gegeten. Dus wellicht dat man of kind dat even snel gaan halen als ze daar trek in hebben, maar kind zegt net dat het hem niet boeit. 😉
De mannen gaan tweede paasdag uit eten met mijn schoonfamilie. Ik ga niet mee, de keus was tussen een pizzeria of de Chinees. In beide soorten gelegenheden kan ik niet echt terecht met mijn glutenovergevoeligheid. Ik durf het risico niet te nemen. Dus eet ik maandag alleen en ga even nadenken waarmee ik mezelf ga verwennen.
Op zoek naar Pippi, wat houdt dat in? Meer spontaniteit, minder moeten. Meer doen waar ik blij van word en me minder druk maken om de consequenties van het uitgeven van energie die er niet is. Mezelf de juiste vragen stellen en handelen naar het antwoord. Doen alsof elke dag een vakantiedag is. Als de zon schijnt alles uit mijn handen laten vallen en erin gaan zitten. Schijt hebben aan wat anderen van mij denken zolang ik mezelf maar in de spiegel aan kan kijken.
Zoals ik eerder schreef heeft de vraag ‘waar heb ik zin in vandaag’ veel ruimte opgeleverd. Ik word me meer bewust van behoeften die soms wel, soms niet ingevuld kunnen worden. Vaak is er in een aangepaste vorm toch veel mogelijk dan. Ik had de afgelopen weken zelfs weer wat afspraken met vriendinnen. Op dagen dat dit niet lukt is er Netflix, veel te lezen en app ik met vriendinnen en dat is ook fijn.
Het antwoord op de vraag ‘Waar heb ik zin in?’ hoeft niet altijd te betekenen dat ik in contact met anderen iets doe of dat ik een activiteit buitenshuis plan. De energie is nog beperkt en dus gebeurt het meeste toch hier in huis. De laatste maand heb ik vooral heel veel gelezen en geschreven. Dat zijn toch de activiteiten waar ik het meest blij van word. De overstap van Blogger naar WordPress betekende een enorme boost voor mijn inspiratie en daar geniet ik van.
Doordat ik nu door de B12 injecties over meer energie beschik, kan ik ook weer vaker naar de bibliotheek gaan om boeken te halen. Zodoende ben ik minder afhankelijk van wat ik op mijn e-reader heb staan of wat er als e-boek beschikbaar is bij de bibliotheek. Sinds jaar en dag houd ik lijstjes bij van boeken die ik graag wil lezen (die lijst is wat onhanteerbaar geworden door Ogma). Veel van die boeken zijn helaas niet als e-boek beschikbaar bij de bieb en ik kan natuurlijk niet alles kopen. Maar de gewone bieb heeft bijna alles en zo niet dan kan ik het aanvragen bij een andere vestiging.
Tegenwoordig kijk ik snel even op mijn verlanglijstje voor ik naar de huisarts ga voor de B12-injectie. Zo zie ik wat er op de plank staat bij de bibliotheek. Na die prik in mijn kont twee keer in de week om 8.50 in de ochtend, fiets ik door naar de bieb, loop daar stipt om 9 uur naar binnen als de deuren opengaan, pluk de boeken van de plank die ik heb uitgezocht en om 9.10 ben ik weer thuis. Dát is nog eens een efficiënte prikkelarme actie waar ik blij van word ;-).
Meer Pippi betekent ook weer meer koken. En dan vooral nieuwe recepten uitproberen. Nieuwe smaken, combi’s, recepten, dit uitwerken en erover schrijven. Ik publiceerde na een jaar stilte deze maand ineens weer recepten op mijn kookblog en genoot.
Een blogvriendin vroeg mij of het wellicht beter met mij gaat door de Pippi-acties. Dat weet ik niet. Ik denk niet dat het zo is dat ik de huidige energie-opleving daaraan te danken heb. Die wordt veroorzaakt door het effect van de B-12 en het mooiere weer. Maar, het versterkt elkaar wel. Dingen doen waar je blij van wordt, geeft óók energie, al is dat een andere energie. Ik voel me mentaal heel erg goed momenteel en daar geniet ik van.
Het maakt ook dat ik me steeds meer kan voorstellen deze zomer wél mee te gaan op vakantie met de mannen. Duimen jullie voor me? Zodat ik van onderstaand uitzicht kan genieten?
Een rustige week deze week. Ik las en schreef, werkte wat recepten uit en rende telkens hard naar buiten als de zon zich liet zien. Ik had na de drukte van vorige week in het weekend een flinke terugslag. Maar ook hier merk ik vooruitgang, na twee dagen voelde alles weer normaal. Ik herstel echt sneller nu ik regelmatig b12-injecties krijg. De assistente moest erg om mij lachen toen ik dinsdag op de praktijk mijn broek liet zakken en riep “een keer volgooien graag!” Maar zo voelt het echt, alsof ik word volgegoten met iets dat energie geeft, heerlijk.
Maandag was ik naar de ortho voor de maandelijkse controle. Ze schrokken wel van mijn verhaal over de klachten die ik afgelopen maand had gehad, met de oorpijn en kiespijn die werd veroorzaakt door de beugel. De orthodontist keek mee naar aanleiding van mijn verhaal en hij constateerde dat de kies die pijn deed, gebroken is. De druk van de beugel wordt nu niet goed verdeeld en een deel van die kies wordt omhoog geduwd.
Nu had de tandarts ook wel geconstateerd dat een deel omhoog kwam, maar hij heeft het niet over een breuk gehad. Denk ik, want ik versta mijn tandarts vrijwel niet. De combinatie van mijn doofheid, met het mondkapje dat hij draagt én het feit dat Nederlands niet zijn moedertaal is, maakt dat ik veel naar de beste man lach, braaf mijn mond opendoe en alles maar over me heen laat komen. De ortho zegt dat ik na het beugeltraject een kroon moet laten plaatsen. Voor nu hopen we dat ik niet meer pijn en ongemak op die plek ga krijgen. In juni moet ik voor de halfjaarlijkse controle naar de tandarts en dan bespreek ik het wel met hem. Maar een beetje vreemd vind ik het wel.
Donderdag had ik een geweldig leuk uitje. Vriendin M. krijgt eind mei een puppie. Ik mocht nu alvast mee op kraamvisite bij moeder Nanouk, een prachtige huskie. De pups zijn nu twee weken oud, de oogjes waren net open en hier en daar werd er ook al gelopen. Té schattig. Ik had nog nooit pups gezien die nog zo jong zijn en ik heb genoten.
Geen plannen dit weekend anders dan lezen en relaxen en hopen dat het mooi weer wordt. En jullie?
Terwijl ik op de stoep zit te lezen, heb ik gezelschap van Moos die ook geniet van de zon
Deze week had ik een voor mijn doen heel redelijke week. Ik moest er drie keer vroeg uit, twee keer voor de B12-injecties en één keer voor een mammogram in het kader van het bevolkingsonderzoek. Ik ging naar de bibliotheek om gereserveerde boeken op te halen en een keer naar het postkantoor om een pakje weg te brengen. Ik zat uren buiten te lezen en genoot met volle teugen. Vrijdagmiddag werden er hier ook al wat voorbereidingen gedaan voor de keukenrenovatie en vanavond hoop ik uit eten te gaan met de mannen, oma, mijn zus en nichtje.
Ex-zwerfkat Gerrie vindt het erg spannend buiten dus blijft hij dicht bij mij in de buurt.
Veel drukte dus voor mijn doen. Buiten dat maakte ik ook een keer ruzie. Huh, ruzie? Ja ruzie! Als in op niet mis te verstane wijze duidelijk maken dat ik mij onheus behandeld voelde. Ik liep aan het eind zelfs boos weg. De personen in kwestie stonden binnen een half uur hier op de stoep, geschrokken maar wel met de intentie om het uit te praten omdat ze zich realiseerden dat ik zeker wel een puntje had. De volgende dag kreeg ik zelfs een bos bloemen en inmiddels is het weer pais en vree.
Waar het omging doet er niet zo toe. Waarom ik het wel benoem is omdat ik trots op mezelf ben dat ik me uitsprak. Ik heb namelijk ondanks mijn grote mond en humor namelijk de neiging niet goed voor mezelf op te komen. Hoewel ik wel regelmatig opkom voor mensen en dieren die niet over veel vechtlust of woorden beschikken, vind ik het verdomd moeilijk om mijn eigen grenzen aan te geven. Laat staan om tegen iemand te zeggen dat ik gedrag niet prettig vind.
Dat is werkelijk waar jarenlang een terugkerend onderdeel in therapie voor mij geweest. Want keer op keer kwam ik hierdoor in de problemen. Vooral op het werk vertaalde dit zich in het afwerken van andermans agenda. Toen ik ziek thuis kwam te zitten, kreeg ik eerst de diagnose burn out en ging ik in therapie. Daar leerde ik dat je best af en toe nee mag zeggen als iemand je iets vraagt. Want mensen proberen je vaak met werk of karweitjes op te zadelen omdat ze daar zelf geen zin in hebben. En verbloemen dat door je eerst complimenten te geven – “jij bent zo goed in schrijven” – en dan slaan ze toe – “wil jij alsjeblieft deze brief/dit stuk/deze instructies schrijven?”. Zo gebeurde het me regelmatig dat ik dan een weekend zat door te werken terwijl de persoon wiens taak het feitelijk was, in de kroeg zat maar wel op maandag met de eer ging strijken.
In therapie leerde ik dat te doorzien en ernaar te handelen. Nu ben ik helaas nooit meer aan het werk gegaan maar ik zeg wel tegenwoordig soms nee tegen mensen als ze hulp vragen. Mijn antwoord hangt af van hoe ik mij voel en hoe het met mijn energie gesteld is, natuurlijk met uitzondering van noodsituaties. Ik help graag maar niet als dit ertoe leidt dat ik bepaalde dingen niet meer kan doen. De marge is bij mij heel klein, er is ruimte voor douchen, koken en nog een andere activiteit, en ik ben er dus heel zuinig op. Ik zie inmiddels dat andermans problemen niet perse mijn problemen zijn of wollig gezegd, ik begrijp beter wie de eigenaar van een probleem is. Ik heb ook geleerd dat nee zeggen geen drama is. Wat ik namelijk nooit doorhad is dat als iemand je een vraag stelt je twee antwoorden kunt geven. Het voelde alsof er maar een antwoord mogelijk was. Maar bij een “nee” draaien mensen zich gewoon om en zoeken een andere oplossing.
Wat ook kan is ja zeggen en aangeven dat het nu niet uitkomt en een ander moment voorstellen. Dus wel helpen maar op een tijdstip dat het mij uitkomt omdat ik dan vooraf rekening kan houden met de activiteit. Dat geef al veel ruimte.
Nee zeggen of een ja onder voorbehoud lukt dus tegenwoordig. Maar iemand vertellen dat ik teleurgesteld ben, of dat ik iemands gedrag niet acceptabel vind, dát was heel lang een brug te ver. Want ik wil wel aardig gevonden worden. En toch zei ik dat ineens zomaar deze week, het kwam uit mijn tenen. Wat ik ervan leerde is dat als ik tegen iemand zeg iets niet prettig te vinden, het plafond niet omlaag komt en dat er iets uitgepraat kan worden. Blijkbaar heb ik nu weer een volgende stap gezet onderweg naar betere zelfzorg en grenzen aangeven. Nu nog leren om het op een iets nettere manier te verwoorden, maar oefening baart vast en zeker kunst ;-).
Onlangs kreeg ik een mail van een bloglezeres met feedback. Ze leest mijn blog al geruime tijd en wilde persoonlijk reageren op een tekst van mij. Buiten dat wilde zij ook even haar ei kwijt. Het viel haar op dat ik in een door haar net gelezen stuk een taalkundige fout maak die zij al vaker heeft gezien bij mij. Ondanks mijn ‘bijna perfecte Nederlands’ (haar woorden, maar ik beschouw dat als een groot compliment) wilde ze mij hier toch even op wijzen.
Heel attent vind ik dat. De fout die ze benoemde is inderdaad één van mijn blinde vlekken. Prettig leesbaar schrijven, een correcte grammatica & spelling en soepel lopende zinnen vind ik belangrijk. Ik vind het tof dat iemand dit aanvoelt, de moeite neemt me te wijzen op een foutje en dat ook nog eens heel plezierig brengt.
Schrijven is één ding, correct taalgebruik is een ander ding. Natuurlijk heeft iemand die goed kan schrijven meestal een goed ontwikkeld taalgevoel. Maar dat is niet hetzelfde als alle regels kennen en weten toe te passen. Dat weet ik sinds ik een tijdje meedraaide op de redactieafdeling van een uitgeverij en gedesillusioneerd raakte over de teksten die door de auteurs werden ingeleverd. Zoveel fouten! Achter een goede schrijver staat een goede redacteur weet ik nu en redigeren is een vak apart.
Andermans teksten redigeren gaat mij redelijk af, misschien omdat er meer afstand is. Met mijn eigen teksten vind ik dat moeilijker. Ze zeggen wel eens dat schrijven vooral bestaat uit het kritisch schrappen – ‘kill your darlings’ – van je tekst. Dat is best moeilijk maar ik probeer het toch toe te passen op mijn eigen teksten. Hoewel ik blog voor mijn plezier en ik niet vind dat elke tekst hier van journalistiek niveau hoeft te zijn, bekijk ik wel bijna alles wat ik schrijf met een bepaalde blik. Is het een logisch geheel? Heeft elke alinea nut? (verbazingwekkend hoe vaak ik soms een hele alinea kan schrappen). Heeft de tekst een begin, middenstuk en eind? Zijn er woorden die te vaak worden gebruikt? (dan zoek ik even naar synoniemen) en zeer belangrijk: maak ik geen stomme fouten qua spelling en grammatica.
Dat laatste is altijd mijn angst geweest. Toen ik op de middelbare school kwam, had ik nog nooit van het kofschip gehoord! “Fokschaap dan?” probeerde de docent Nederlands nog even. Maar ik – en met mij alle pubers die op de Faunaschool in Wormer hadden gezeten – keken hem glazig aan. Kofschip? Nee, nooit van gehoord. We gingen wel altijd met de hele school leuk stoepkrijten als het mooi weer was. En we hadden een volière in de klas. Ook wisten wij buitensporig veel van motoren, de hobby van onze meester. Maar het onderdeel grammatica en spelling had wat minder aandacht gekregen.
Dat is altijd een gebrek gebleven. Ik heb mezelf veel aangeleerd door er over te lezen en vaak iets op te zoeken. Gelukkig heb ik van nature wel taalgevoel en zijn de d’s en de t’s bij mij meestal wel goed. Maar, ik ben wel kampioen ‘zin omgooien’ geworden. Bij twijfel (ook over een d of t) gooi ik de zin altijd om en hop, het probleem is meestal opgelost. En dan nog maak ik fouten. Gewoon omdat ik het soms niet zie, soms te lui ben, soms een slechte dag heb en me niet kan concentreren en soms ook echt niet weet dat iets fout is.
Vreemd genoeg werd tijdens mijn universitaire opleiding Publicistiek nauwelijks aandacht besteed aan grammatica en spelling. Ik stroomde na het propedeusejaar Geschiedenis door naar Culturele Studies en dan specifiek Publicistiek. Een opleiding waarbij wij getraind werden onze kennis – in mijn geval was dat cultuurgeschiedenis – te gieten in goed leesbare verschillende soorten teksten. Denk aan artikelen voor een tijdschrift of krant. Onze teksten werden door journalisten en auteurs zoals bijvoorbeeld Arnold Heumakers, Willem van Toorn, Michaël Zeeman en Pauline Slot, regelmatig volledig met de grond gelijk gemaakt (in mijn geval zeker, ik was een matige student). Maar al te vaak diende ik een tekst vijf keer opnieuw in – allemaal op een ouderwetse typemachine geschreven – voordat het enigszins acceptabel was volgens de schrijfgoden. We kregen overal kritiek op, denk aan het ritme van de zinnen, hoe we de boodschap brachten, het onderwerp zelf, gebruik van stijl, citaten. Ik heb er enorm veel van geleerd. Maar zelden of nooit was er voor mij bruikbare kritiek op mijn spelling en grammatica. Dat werd bekend verondersteld. Je werd geacht het Groene Boekje in je bezit te hebben en verder zocht je het maar uit.
Schrijven via internet is weer een vak apart. Toen ik studeerde in de oertijd, was internet nog helemaal niet aan de orde en ook nog niet tijdens mijn latere baan bij een uitgeverij. Publiceren was een langzaam proces met veel correctielagen en nam veel tijd in beslag. Het voordeel van internet is de snelheid. Het nadeel van internet is natuurlijk ook de snelheid. Als blogger kun je zó iets publiceren en snelheid maakt maar al te vaak slordig.
Gelukkig kun je tegenwoordig alles heel snel opzoeken en ook je kennis opfrissen op sites als die van Onze Taal, wat ik dan ook regelmatig doe. Maar dat kan alleen wanneer ik door heb dat ik iets niet weet. Ik twijfel wel vaak – schrijf je ‘hierop wijzen’ of ‘hier op wijzen’? Hé, nu staat er iets heel anders!- wat nu correct is. En zo ontdekte ik pas een paar jaar geleden dat het ‘onmiddellijk’ is en niet ‘onmiddelijk’, ondanks regelmatig gebruik van spellingcontroles. Ik ben dan zo’n gek die ondanks mijn onzekerheid dan tóch denkt dat de spellingscontrole het fout heeft ;-). Blinde vlekken zullen er altijd zijn.
De laatste tijd is loslaten een terugkerend thema voor mij. Loslaten kan op alle gebieden. Ik ga bijvoorbeeld tegenwoordig veel losser met financiën om (voor een ander zal ik nog heel dwangmatig zijn maar ik vind mezelf nu super relaxed). Maar ook op andere gebieden laat ik los. Het één versterkt het ander, merk ik. Eenmaal begonnen met loslaten, ontdek ik steeds meer dat het toch nooit loopt zoals je vooraf denkt en dat heel strak plannen dus meestal zinloos is. Bovendien is het nadeel van strak plannen en de touwtjes in handen willen houden dat er ook torenhoge verwachtingen zijn. Inmiddels durf ik wel te beweren dat ik kampioen verwachtingen bijstellen ben en dat levert me best veel op. Bijvoorbeeld meevallers. Als je weinig verwacht, valt er heel veel mee ;-).
Het loslaten heeft ook gevolgen voor mijn blog. Toen ik begon in december 2010 was dat omdat ik merkte dat schrijven -iets wat me altijd redelijk makkelijk afging – een moeizaam proces was geworden. Door het ziek zijn had ik concentratieproblemen en maakte ik veel fouten. Dat mijn ziekte ook op dit gebied impact had, hakte er best in. Schrijven was immers altijd ‘mijn ding’ geweest.
Dus ging ik zonder enig echt vooropgezet plan bloggen onder het motto ‘wie schrijft, die blijft’ en dan specifiek om mijn stem te laten horen vanaf de bank en tegelijk mijn vaardigheden te blijven oefenen voordat ze helemaal wegzakten. Dat een beetje onderhouden zou vast schelen als ik na herstel weer de wereld zou in stappen.
Ik ben helaas nog niet de wereld ingestapt maar wel blijven schrijven. Omdat ik snel doorhad dat het goed is om te bloggen vanuit een bepaalde invalshoek als je überhaupt gelezen wil worden, stortte ik me vol overgave op dat wat mij toen het meeste bezig hield: geld. Of liever gezegd: ‘minder geld maar wel meer lasten, hoe ga je daarmee om?’
Dat dit onderwerp leeft bij zo veel mensen had ik helemaal niet verwacht en ik was stomverbaasd toen mijn blog echt regelmatig bezoekers begon te trekken. Op het moment dat dát gebeurde werd de oude streber in mij wakker en zou ik wel eens even de beste blogger op het gebied van besparen en consuminderen worden. Ik schreef de blaren op mijn vingers met de beperkte energie die er was, ook op dagen dat ik me slecht voelde en eigenlijk helemaal geen inspiratie had. Een dag niet bloggen, leverde een dip in de lezersstatistieken op. Ik wilde juist meer, meer, meer! En dat lukte, de pageviews stegen van 20.000 naar 50.000 per maand naar 80.000 per maand.
Dat ik er door anderen op werd gewezen dat er potentie in mijn blog zat, hielp niet echt om die streber de mond te snoeren. “Zit er geen boek in jou?”. “Wil je samenwerken”, dat soort vragen triggerde mij enorm.Ik ging nergens op in want ik was nog niet beter en zat immers niet vanwege mijn zweetvoeten thuis. Maar ik verzon wel veel om meer bezoek te trekken. Schreef een serie over ontwoekeren, interviewde schuldenaars, vroeg mensen naar de inhoud van hun portemonnee, naar hun aflosverhalen en zag de pageviews stijgen naar 100.000 en meer per maand. Wauw! Maar met het stijgen van de bezoekersaantallen kreeg ik ook meer stress.
Stress vanwege mijn eigen gedoe. Om de drukte die ik zelf genereerde. Wat was ik toch aan het doen? Ik was toch begonnen met bloggen omdat ik schrijven zo leuk vond? In de begintijd dacht ik vaak: “dit blog is van mij, ik doe dit puur voor mezelf, ik hoef er niets mee en niemand pakt dit van me af”. Maar ik pakte zelf mijn eigen blog af door er iets van te maken waarmee ik wilde presteren.
Het is sommige lezers wellicht opgevallen dat ik de afgelopen jaren veel minder blogde. Van alle dagen naar twee, hooguit drie keer in de week. Ik heb alle lopende interviews afgestoten, mezelf verboden alle dagen te bloggen en alleen maar op die dagen dat ik echt inspiratie en zin had. En die was vaak ver te zoeken.
(bron afbeelding Pixabay)
Maar misschien is het ook opgevallen dat ik sinds de overstap van Blogger naar WordPress veel frequenter blog. Gewoon omdat ik weer zin heb en ik het leuk vind. Maar vooral omdat ik me vrijer voel. De overstap van Blogger naar WordPress greep ik aan om naar buiten te brengen dat ik niet meer specifiek over één onderwerp wil bloggen. Er is geen bindend thema meer en dat zal vast impact hebben op de bezoekersaantallen maar ik merk dat dit eigenlijk helemaal niet meer relevant is voor mij.
Natuurlijk vind ik het prettig als lezers me wel weer kunnen vinden en heb ik vermeldingen op de social media aangepast. Maar ik ga geen wedstrijdjes meer houden met die streber in mij, die stuurde ik al een tijdje terug de laan uit. Ook lees ik geen boeken over ‘zo krijg je meer lezers op je blog’, laat staan dat ik een cursus ‘succesvol bloggen’ ga doen. Ik hoef er niets meer mee te bereiken, het schrijven ‘an sich’, de reacties van lezers en de interactie die er is, geeft voldoening genoeg. En ook dat is weer een grote stap voor iemand die altijd de beste wilde zijn. Ik blog dus gewoon over wat me te binnen schiet en mij bezig houd, om de lol van het schrijven zelf en het bindende thema, nou dat ben ik ;-).