Hoog vliegen, hard vallen

Gerrie is ook moe

De laatste tijd gaat het super. Sinds de B12-injecties is er weer een gestage vooruitgang. Niet dat ik ineens kan hardlopen maar ik kan wel iets meer dan voorheen. Het gaat allemaal net even makkelijker. Ik kan regelmatig mijn middagdut overslaan. Stap iets vaker op de fiets om even naar een winkel of de bieb te gaan. En als ik dan een terugslag heb, dan houd ik me twee dagen rustig en dan ben ik er wel weer.

Alleen nu even niet. Sinds de stress van vorige week en de slapeloze nacht die erop volgde, is het fragiele evenwicht zoek. Ik heb meteen pas op de plaats gemaakt en meer rustpauzes ingelast maar nu ruim een week later, lijk ik me alleen maar slechter te voelen. Ik deed vandaag wat ik eigenlijk nooit doe. Ik bleef liggen. Meestal probeer ik ook op slechte dagen zoveel als mogelijk een normaal ritme te hebben. Dus sta ik meestal gelijk op met de mannen, douche me na het ontbijt en begin dan met de dag. Handelingen als eten in etappes koken, de was doen, schrijven en lezen worden afgewisseld met rusten. Maar vandaag (gisteren als jullie dit lezen) bleef ik liggen. Ik werd wakker in een leeg huis en besloot tot een pyjamadag.

Dit is een echte PEM. Een watte? PEM: Post Exertional Malaise. Ik zal het uitleggen. Het lijf en brein reageren buitensporig op een activiteit. De reactie strookt niet met de geleverde inspanning. Omdat het normale herstellende vermogen van het lichaam niet goed meer werkt – inspanningsintolerantie – kan het ook zomaar gebeuren dat iemand met ME weken plat ligt na een kleine activiteit.  Het betekent een verergering van alle klachten en symptomen van ME.

Een PEM kan door van alles uitgelokt worden. In mijn slechtste tijd gebeurde het al als ik ging douchen op een toch al slechte dag. De laatste jaren gebeurt dit niet meer. Ik schreef er zelfs wel eens een stukje over (de PEM voorbij). Ik leef al een aantal jaren tussen de onderlijn en de bovenlijn. Ik heb mijn verwachtingen bijgesteld, ben wat realistischer geworden, voel mijn lijf beter aan en handel daar naar. Zo heb ik toch iets van grip weten te krijgen op de ongrijpbare aandoening die ME nu eenmaal is.

De stress van vorige week was buitensporig. Mijn reactie erop was ook buitensporig. En de gevolgen zijn dat dus ook. Vorige week kreeg ik weer eens een snerende reactie van een lezer die schreef dat het een wonder is dat mijn man nog niet gillend is weg gelopen en dat ik een stresskip ben met een ingebeelde ziekte.

Ja, ik ben dolblij met mijn man! En natuurlijk heb ik dit ook wel eens gedacht, dat hoef je me echt niet naar mijn hoofd te slingeren ;-). Alleen zie ik mezelf niet alleen als een patiënt/stresskip maar ook als partner die ook wat te bieden heeft. Natuurlijk is ons leven heel erg aangepast maar ik durf toch wel te beweren dat wij meer lol hebben en het beter hebben met elkaar dan veel anderen. Deze specifieke lezer heb ik niet kunnen duidelijk maken wat ME is. Dat ME allereerst toch echt een door WHO erkende neurologische aandoening is, al in 1969. Deze lezer zal waarschijnlijk iedereen die last heeft van iets niet zichtbaars een zeikerd vinden. Het zij zo

Fijner vind ik het te lezen dat mijn lieve oud klasgenote op FB schrijft dat ze steeds meer snapt wat het nu echt is om ME te hebben. Dat ik mails krijg van mensen dat hun nicht, partner, kind ook ME heeft en dat ze door wat ik er over schrijf, nu beter begrijpen wat het inhoudt. Dat ze meer begrip kunnen opbrengen omdat ze door mijn stukjes beseffen dat  ME meer is dan een beetje moe zijn en dat het veel praktische obstakels oplevert.

Dat raakt me. Het doet me goed. Want mijn eigen ervaring is dat als je iets over ME leest in de media, het bijna altijd hetzelfde is. Elk keer weer lees ik dat dan nu dan echt bewezen is dat het geen ingebeelde ziekte is. Blijkbaar moet dat elke keer weer opnieuw onderzocht worden. En verder hoor je er nooit meer iets van. Omdat de meeste ME-patiënten niet de puf hebben om de barricaden op te klimmen, te vechten voor meer wetenschappelijk onderzoek. ME is niet hip en ook schijnbaar niet dodelijk genoeg. En ME-patiënten zijn suffe sukkels die doorgedraaid op de bed of bank liggen met een PEM. Net als ik vandaag. Alleen ik kan er een stukje over tikken en een brug bouwen van mijn bank naar jouw laptop.

Een echte PEM dus. Die we gewoon maar weer uitzitten en uitliggen. Het verschil met voorheen is toch wel dat de PEM zo lang weg bleef. Dat ik er zo anders mee om kan gaan. En dat ik zie dat er toch een stijgende lijn is. Met vallen en opstaan kom ik steeds verder. Voorwaarts kruip!

Over leven en dood

Pas geleden kreeg ik via messenger een berichtje van een oude vriendin van mij. Ze had een rouwadvertentie gezien van ene Ruud. Of dit ‘onze’ Ruud was. Ze bedoelde een schoolgenoot van ons, een paar jaar ouder maar wel iemand met wie we regelmatig zijn omgegaan. Omdat ik geen flauw idee had, nam ik contact op met mijn eerste liefde die nog steeds contact met hem had. Een dag later kreeg ik bevestiging dat het inderdaad om onze jeugdvriend ging. Begin 50. Kreeg alvleesklierkanker met uitzaaiingen naar de lever en binnen een paar weken was het gebeurd.

Dat komt dan wel binnen. Ook al had ik de man jaren niet gezien, herinneringen te over. Vorig jaar om deze tijd hebben wij weer een tijdje contact gehad. Hij nam via Facebook contact op, wilde weten hoe het ging, van het één kwam het ander en we hebben wat heen en weer gemaild over zijn en mijn leven. Hij zat vol plannen, schreef dat hij na een paar heftige jaren door o.a. zorg voor zijn ouders eindelijk weer aan zichzelf toekwam en zin had om lekker in Parijs te struinen, daar een appartement te huren, zonder iets te moeten. Nog geen jaar later is hij dood.

Het contact verwaterde snel na de mails van vorig jaar. Kwam door mij. Ik ben niet echt in de positie om met mensen intensief een contact op te bouwen. Ik heb een heel klein kringetje van mensen om mij heen met wie ik contact heb. Meer lukt ook niet. Wie weet ooit wel weer. En ook heb ik geleerd dat het leuk is om met mensen van vroeger weer contact te hebben maar dat het vaak met een reden is dat er geen regelmatig contact meer is. Niet omdat er geen vriendschappelijke gevoelens meer zijn maar omdat de gemeenschappelijke deler die ons verbindt, is verdwenen. Je gaat verder met je leven met nieuwe contacten, ontwikkelingen, werkzaamheden, interesses, liefdes. In ons geval was de gemeenschappelijke deler onze middelbare school en de vriendschapskring rond mijn eerste vriendje. Zo kwamen wij elkaar regelmatig tegen en hadden goede gesprekken en vaak felle discussies waar ik met heel veel plezier aan terugdenk. Het was een lief, interessant, integer en vooral heel intelligent mens. Ook iemand die je zag hoe je was en niet wat je wilde zijn of hoe je je voordeed.

Zijn overlijden relativeert ook. Ik vind het vaak wat ongemakkelijk als mensen van vroeger contact met mij opnemen. Ze vertellen over reizen, werksuccessen, plannen en dat soort dingen en ik blijf het moeilijk vinden om mensen te vertellen hoe het ervoor staat in mijn leven. Niet dat ik me schaam maar ME is nu eenmaal een relatief onbekende aandoening waar veel mensen vaak wel een overduidelijke negatieve mening over hebben die me wat al te vaak in het gezicht is geslingerd. Als ze de moeite nemen, soms stopt het contact ook van de ene op de andere dag als ik zeg dat ik ME heb.

Soms heb ik ook gewoon niet zo veel te vertellen – jullie schieten nu allemaal in de lach aangezien ik hier honderden blogs hebt geschreven – maar mijn wereld is nu eenmaal vrij klein.  Ik doe weinig op een dag, maak niet heel veel mee (nou ja, in mijn brein wel) en het voelt vaak alsof ik niet veel te bieden heb. Het is voor heel veel mensen niet voor te stellen dat een topdag voor mij een dag is dat ik kan douchen, koken en even naar buiten gaan. Ik leef wat dat betreft in een heel andere wereld dan mensen die gezond zijn, werken, sociale contacten hebben. Mensen van vroeger hebben een beeld van mij dat heel ver af staat van hoe ik nu ben (dat geldt natuurlijk voor iedereen, dat besef ik me). Ik ben niet meer die enorm energieke drukke dame met 1001 plannen die wel even de wereld ging redden en als dat niet lukte op zijn minst een boek ging schrijven. Contact met stemmen uit het verleden drukt me vaak met mijn neus op de feiten (en op mijn beperkingen). Ook omdat mensen hun plannen vertellen en ik me besef dat ik geen plannen meer maak.

Maar ik leef nog en hij niet. En dat is best wel cru. Was ik vorig jaar nog best jaloers op de mogelijkheden die voor hem lagen, nu niet. Want ik zit nu weliswaar met een deken om mij heen op de bank met al weer een oorontsteking, hij is er niet meer. En ben ik dankbaar voor alles wat ik heb en kan. Wat nu is, zegt niets over hoe het zal zijn. Dus geniet ik van wat kan en sta stil bij levens die plotsklaps stoppen.

Een slang op sterk water

afb.Stadsarchief Amsterdam

Toen ik nog studeerde had ik een geweldige bijbaan. Ik kookte voor een heer van stand. Dat was hij als oud-notaris echt. Wonend aan de Reguliersgracht in Amsterdam, geboren aan de Prinsengracht en opgegroeid in een huis met dienstboden leek hij afkomstig uit een andere wereld.

Een paar jaar lang kookte ik de ene week drie keer en de andere week vier keer voor hem. Ik wisselde de dagen af met een vriendin. Het koken ging altijd door, ook met Kerst, Oud & Nieuw, jarig of niet jarig, Meneer B. moest gevoed worden. En dat deed ik graag. Koken was toen ook al mijn hobby en meneer B. werkte het met graagte naar binnen, niet gehinderd door het feit dat hij voor mijn komst in zijn 85-jarige bestaan op culinair gebied nooit verder was gekomen dan een slavink en bloemkool, vond hij alles was ik hem voorzette heerlijk.

Meneer B. was lang vrijgezel geweest, pas op zijn 50e getrouwd en had nooit kinderen gekregen. Zijn vrouw was gaan dementeren en leefde nog wel toen ik daar begon met koken, maar woonde inmiddels in een verzorgingshuis. Een man van de klok en de regelmaat. Nooit een dag ziek geweest. Hoofdpijn, hij wist niet wat het was. Elke dag om half vier thee, om half vijf een glaasje port, half zes eten, half zeven het jeugdjournaal kijken (dat vond hij leuker dan het gewone journaal) en daarna piano spelen, muziek luisteren of lezen. Twee keer in de week ging hij naar Artis en een keer per week naar het concertgebouw waar hij naar toe ging ongeacht wat er werd aangeboden.

Het was een andere wereld daar op de Reguliersgracht, één van klassieke muziek, goede gesprekken over kunst, geschiedenis en de oorlog. Hij had twee wereldoorlogen meegemaakt, was behoorlijk intelligent en belezen en interesseerde zich voor heel veel. Hij las soms gewoon voor de lol mijn studieboeken over cultuurgeschiedenis, gewoon om er met mij over te kunnen praten. Hij vormde door hoe hij was en door de regelmaat die hij bood, een scherp contrast met mijn nogal onrustige studentenbestaan. Nadat hij meerdere malen was bedonderd en bestolen door huishoudhulpen, ging ik dat naast het koken ook maar doen. Niet dat ik er echt op zat te wachten om een grachtenpand van vier verdiepingen schoon te houden maar ik wist dan tenminste dat die ruimtes die door hem gebruikt werden, schoon waren en dat zijn bed elke week werd verschoond.

Tussen ons groeide een vriendschap die heel bijzonder was. Toen ik uiteindelijk voor het echie ging werken, bleef ik bij hem komen. Het koken werd inmiddels door anderen gedaan maar ik ging nog zeker één keer per week naar hem toe. Langzaam verschoof de verhouding van kokkin/huishoudhulp tegen betaling naar ‘soort van kleindochter’ die voor hem zorgde. Toen ik op Eerste Kerstdag voor hem kookte, nadat ik eigenlijk daar niet meer werkte en het gewoon voor de gezelligheid deed, zei hij stralend dat wij nu echte vrienden waren. En dat klopte.

Meneer B. had een ‘neefje’, zoals hij het zelf zei. En daar praatte hij veel en graag over. Natuurlijk was ik enorm benieuwd naar het neefje en keek dan ook uit naar onze ontmoeting. Toen ik hem dan zag bleek het een man van eind 70 te zijn. Neef J. kwam logeren niet lang nadat ik bij meneer B. was gaan koken. Dat deed hij vaker. Vanuit het verre en suffe Steenwijk (zijn eigen woorden) kwam hij naar Amsterdam, bleef daar een paar weken bij grote neef B. en vertrok dan weer, verbijsterd over zoveel verloedering van stad en mens naar de rust van zijn eigen woonplaats.

Het neefje was 10 jaar jonger dan meneer B. en overduidelijk de jongere, een wildebras. In zijn studententijd had hij ingewoond bij meneer B. die hem wat op weg had geholpen in de wereld. Als je Meneer B. mocht geloven. J. dacht daar heel anders over, die vond dat hij B. had gered van eenzaamheid, een zinloos bestaan en oeverloze verveling.  Eten met die twee was een voortdurend gekakel en geklets waarbij J. een meestal zeer opruiende stelling verkondigde, meneer B. begon te giechelen en dingen zei als  ‘let maar niet op  J., hij is een beetje raar‘.

Was J,.in de stad dan kon je er de donder op zeggen dat er briefjes aan de takken van de struiken in de plantsoenen en geveltuintjes werden gehangen met teksten als: ‘zorg voor mij, ik heb meer nodig dan dit‘. Als ik hem wel eens om een boodschap stuurde (dat deed hij graag) omdat ik iets vergeten was, dan kon het zomaar zijn dat de bestelde tomaten met een vertraging van drie uur kwamen omdat er tussendoor een bezoek aan de Hortus moest worden gebracht. Toetjes werden eerst gegeten en dan pas de hoofdmaaltijd. Sokken werden bij voorkeur niet bij elkaar passend gedragen. In gezelschap van vrienden van meneer B. begon J bij voorkeur over het voortplantingssysteem van slakken te praten en waar hij kans zag, vond hij het leuk om te choqueren. Op een leuke manier, hij heeft bij mijn weten nooit ruzie getrapt om het ruzie maken. Al was meneer B.  vaak wel verlegen om zijn nogal uitbundige neef.

Liet meneer B. mij met rust als ik kookte, hij zat liever te lezen, J. hield mij graag gezelschap als hij er was. Voeten op tafel en praten maar. Op een dag vertelde hij eigenlijk schrijver te zijn. Hij wás weliswaar een predikant in ruste (en dat voor zo’n rebelse geest) maar hij voelde zich schrijver. Zat alleen wat vast in de uitvoering. ‘Zal ik u af en toe schrijfopdrachten geven’ stelde ik voor. Nou, gelukkiger had ik hem niet kunnen maken. Maar ik mocht het hem niet te makkelijk maken – zo verzocht hij uitdrukkelijk – en de opdrachten moesten per post worden verstrekt.

Dus stuurde ik een kaart naar hem toe. ‘Graag een verhaal over een slang op sterk water’. Drie weken later – hij was inmiddels al lang weer vertrokken naar Steenwijk – lag er een envelop in de bus met tien hele dunne vellen papier – bijna vloeipapier – ,getypt op een typemachine waarvan de G het overduidelijk niet deed, die was overal met de hand ingevuld.

Dat hielden we een paar jaar vol. Ik gaf de meeste krankzinnige opdrachten en hij schreef de meest krankzinnige verhalen. Echt schrijftalent had hij niet, maar we vermaakten ons er enorm mee en we hadden bij elk nieuw bezoek van hem aan Meneer B. stof tot uren praten.

Laatst vond ik de map met zijn verhalen, ik heb ze altijd bewaard. J. is al jaren geleden gaan hemelen, Meneer B. ook maar ik denk nog heel vaak aan ze, die twee oude mannen, giechelend om elkaar aan tafel. De een net zo flamboyant als de ander behouden was, tegenpolen in alles maar wel heel erg verknocht aan elkaar. En ik mis ze nog steeds.

De juiste terminologie

De eerste twee weken van mijn ‘5 dagen in de week een 8 minutenloopje doen’ was ik één en al gejubel. Het ging goed! Zó goed dat ik me aan het einde van de week uit alle macht moest inhouden er niet één of twee minuten aan vast te plakken. Want dat 8 minutenloopje is een eitje, echt wel! Ik had al weer visioenen van hoever ik wel niet kan komen de komende maanden.

Dat het goed is dat ik niet voor de verleiding van alvast maar de loop verlengen bezweek en me hield aan mijn voornemen om pas na 4 weken eventueel écht uit te breiden, ontdekte ik weer eens vorige week. Toen kwam de realiteit hard uit de lucht vallen na een ouderavond en de erop volgende warme dagen. Ik schrapte het douchen, haalde eten uit de vriezer, sloeg toen met pijn in het hart een paar keer mijn loopje over en ondanks dat lag ik een groot deel van de week plat. Te moe om iets te doen en alles deed pijn.

Daarop volgde een bui die niet fijn was, ook niet voor de huisgenoten. En besef ik me weer eens dat verwachtingen over mezelf en wat ik kan blijkbaar net zo onuitroeibaar zijn als vlooien op een kat. Wat je ook doet, ze komen altijd toch terug.

Maar ook dit gaat voorbij en ik heb alles in huis om ook hier weer van op te krabbelen. Weet ik. Zo voelt het nu niet. Maar goed, laat ik beginnen met de terminologie. Ik heb geen terugslag maar zit in een verlengde hersteltijd. Zo. Dus.

Opgelucht om wat er niet is

Al maanden heb ik pijn langs de zijkant van mijn borsten. Soms met een uitstraling naar de borst zelf en de oksels. Links meer dan rechts. In eerste instantie dacht ik dat het geïrriteerde tussenribsspieren waren en zo werd het ook door de fysio behandeld, met wisselend resultaat. De tape die in eerste instantie zoveel verlichting bracht, leverde na een aantal behandelsessies alleen nog een tegengesteld effect op omdat ik een allergische reactie op de tape zelf had en gek werd van de jeuk. Dus lieten we de tape voor wat het was en werd ik gemasseerd, met wisselend resultaat.

Toen voelde ik ineens naast mijn linkerborst een verdikking. Geen knobbel maar een verdikking. Natuurlijk ook meteen mijn borsten bevoeld maar daar voelde ik niets. Nou ja niets, een handvol borst maar geen knikkers op plekken waar het niet hoort. Maar toch. Meestal ben ik vrij nuchter maar nu even niet. Komt echt door de plek. Ik heb pijn en ontstekingen op zoveel plekken gehad de afgelopen jaren sinds ik ME heb. Dat hoort er ook echt bij. Maar zo naast de borst vind ik eng, geef ik meteen toe.

De huisarts bevoelde de boel en voelde wat ik bedoelde maar voelde net als ik in de borst zelf niets afwijkends. Wel ernaast. Voor de zekerheid stuurde ze me door naar het ziekenhuis voor een mammogram en een echo. Toen ik daar kwam werd mij verteld dat de echo een 3D-echo werd en dat kon pas een week later. En toen werd ik zenuwachtig. Echt zenuwachtig als in heel erg geagiteerd.

Enig gevoel voor drama heb ik wel dus was ik in gedachten mijn begrafenis al aan het regelen (kartonnen kist graag en na de ceremonie veel en lekker eten voor iedereen) maar gelukkig is de fantasie voortvarender dan de werkelijkheid en kreeg ik vrijdag uitslag dat alles goed is. In die zin dat er niets afwijkends is gevonden buiten een onduidelijke verharding naast de borst

Dus nu ben ik een blij ei. Want wat een opluchting. Advies van de huisarts was doorgaan met fysiotherapie. Maar eerst gun ik het rust. Dat gekneed op die plek heeft nog weinig opgeleverd (wel op andere plekken, ik heb de beste en meest geduldige competente fysiotherapeut van Nederland). Zelf heb ik het gevoel dat het ontstoken is en ben ik begonnen met ibuprofen. Dat levert verlichting op en werkt ook ontstekingsremmend. Dus even rust en slikken en kijken wat er dan gebeurt. Normaal ben ik niet van het slikken maar ik loop hier al maanden mee en voor nu weet ik het ook even niet meer. Maar dat hoeft ook niet. Niet alles kan meteen worden opgelost. Dus ben ik opgelucht om wat er niet is en geniet ik van wat er wel is. Zoals van de zon die vandaag zo uitbundig schijnt.

14 jaar geleden

 14 jaar geleden
tijdens een wedstrijd 
Ajax-Feyenoord
met uitslag 1 – 1
werd jij geboren.
 Het leukste, grappigste, 
liefste, mooiste
 en meest stralende kind ooit.
Vinden wij dan toch.
Huilen, tja,
nou, dat kon jij 
het eerste jaar
heel goed!
Net als niet slapen.
Maar toen slapen 
eenmaal lukte
en ook het huilen stopte,
begon het grote genieten.
Rode draad 
in jouw leven
is je altijd stralende humeur,
je grapjes,
je uitgebreide verhalen
(zal ik even over mijn dag vertellen)
en je constante voorkeur
voor lang haar,
je liefde voor de katten,
je zachtheid
en je vermogen
helemaal jezelf te blijven
in elke situatie. 
Wát een voorrecht
jouw moeder te mogen zijn!
met opa op de scootmobiel

Opgeruimd en drugs die nodig zijn

Niets beter voor muizenissen in de kop dan een goeie griep. Echt opvallend hoe ik me nu voel in vergelijking met 1,5 week geleden. En dat terwijl ik nog een enorme snotkop heb en onder de koortsuitslag zit én (ik ga voor de overtreffende trap zoals jullie zien) gekneusde ribben heb en aan een kant helemaal ingetapet ben. Maar toch. De wereld ziet er weer anders uit. Ik zal het er wel uit gesnoten hebben maar het komt ook zeker door het zonnetje.

Elk jaar zo eind januari, begin februari wacht ik ademloos af tot de zon over de daken van de huizen aan de overkant heen komt. En als die zon hoger staat, dan is daar ‘ineens’ het magische moment dat ik met de deur open in het halletje in de zon kan zitten. Uit de wind. Met een bak koffie. Jongens wat is dat fijn!


Morgen gaan we met Dibbes naar het Dierenziekenhuis in Amsterdam waar hij een hartecho krijgt om te onderzoeken waar de hartruis vandaan komt. Dat is best wel spannend en geeft ook wat stress. Dibbes en artsbezoeken is geen fijne combinatie. Dus krijgt hij alweer een week antidepressiva om hem vooraf optimaal gelukkig te maken en krijgt hij morgen een sterker kalmeringsmiddel. Even zag het ernaar uit dat dit niet mocht. Mijn dierenarts was nogal stellig dat dit niet gegeven mag worden voorafgaand aan een hartecho, terwijl ik dat wel heb nagevraagd bij het maken van de afspraak. Dus belde ik met het Dierenziekenhuis en dat werd een enorm gedoe omdat ze daar met de telefooncentrale bezig waren en ik echt iedereen in het pand daar heb gesproken, van spoedopname tot receptie tot radiologie. Dus nu weet iedereen dat Dibbes komt morgen ;-). Gedrogeerd, want dat was geen probleem. Gelukkig maar anders hadden we de hele afspraak wel kunnen vergeten. Duimen jullie voor ons?


Afscheid van een muzieklegende

Als meisje van 14 maakte ik kennis met de muziek van David Bowie. Mijn zus had voor zichzelf de LP Lodger gekocht en die werd naar mijn kamer gesmokkeld en gedraaid op mijn platenspeler.Wat volgde was jarenlang obsessief draaien van die lp’s die ik me kon veroorloven. Ik had niet veel geld en niet veel LP’s dus ik heb Lodger, Heroes en Low echt grijs gedraaid. De klas ging voor Doe Maar, Madness en Prince (en sommigen zelfs voor Duran Duran, jak!) maar die muziek ging geheel aan mij voorbij. Alleen Bowie telde voor mij, met als toenmalig hoogtepunt de Serieus Moonlight Tour – ik denk in 1983 of ’84 – waar ik met mijn neus in de boter viel en door een paar sterke beveiligers over dranghekken werd getild en zo ineens op een paar meter afstand van het podium stond. Dat ik hiermee in een klap gescheiden werd van het gezelschap waar ik mee was gekomen en het uren duurde voor ik ze in dit prémobiele tijdperk weer terugvond na t concert, boeide me niet. Ik had de ervaring van mijn leven!

Tot zeker mijn 25e kende ik maar één echte liefde op muziekgebied en ook nu nog wordt zijn muziek regelmatig gedraaid. Dat zegt wat over mij maar ook zeker wat over de kwaliteit van zijn muziek. Zijn muziek is verbonden met veel hoogte- en dieptepunten uit mijn leven en daardoor nooit meer weg te denken. Nu is de man met zoveel muziekstijlen, gezichten en performance persoonlijkheden overleden. Niet te bevatten. Afscheid van David Bowie maar niet van zijn muziek.

 mijn favoriet: 5 years

In gesprek met mezelf

Zeg, 
wat is het stil hier.
Ja, héél stil.
Want het is zo druk
in mijn hoofd.
Vooral
door de drukte
die ik zelf maak.
En dan mijn lijf,
nou, dat sloeg op slot.
Zo dus.
Dus zoek ik 
de rust op.
Die is er wel,
ik moet mezelf 
alleen af en toe
even uitzetten,
grote schreeuwlelijk
dat ik ben.
Praatpaal.
Druktemaker.
Breinonrustkweker.
Hou nou je mond maar!
Ja jij!
Dat kan jij wel. 
Als jij nu 
die klep dicht houdt 
kan ik mezelf
eindelijk horen.
Dus.
Dag!
Tot later! 
Doei!

Waar is de kluts?

Zeg,
hoor eens,
ik ben de kluts kwijt.
Zó maar ineens,
poef, weg was de kluts.
Het laatst zag ik de kluts
in een hoekje
op zijn hurken zitten.
Maar ja,
wát zijn hurken 
en waar zitten die dan?
Weet ik niet
wat en wáár,
dan kan ik wel zoeken
naar die kluts
tot ik een ons weeg.
Nou en dát moment,
tot ik een ons weeg,
daar zijn we
ver van verwijderd.
Want ik zoek vooral
vanaf de bank
en vanaf het bed.
Tja,
dan vind je geen kluts.
Wél een Rubensvrouw
met weelderige vormen
ter compensatie
van de beperkte energievoorraad.
Maar dát is weer een ander verhaal.

Terug naar de kluts.

Ik had hem nog
tot ik eerder deze week
oude koeien uit de sloot haalde.
En ineens stortte mijn kaartenhuis
helemaal in elkaar.
Jezelf zijn en worden
is net zo pijnlijk 
als een uitje pellen en snijden.
Telkens als je denkt
nu lukt het zonder te janken,
begint het tóch weer te stromen.
Dus dáár is die kluts gebleven!
Ik blijf heel stil zitten
tot de kluts terugkomt
en weer netjes
 op zijn hurken gaat zitten.
Tot die tijd
vermaak ik me wel
met flauwe woordgrapjes
en spelletjes.
Daar houd ik van
 en de kluts ook.
Komt ie misschien
nog sneller terug ook…