Van het één in het ander

Afbeelding Pixabay

Wegens een rammelende maag besluit ik soep te maken. Inspectie van de koelkast levert een stronk broccoli op die nog geen echt levensdoel heeft. Broccolisoep dus. Ik leg de stronk klaar op het aanrecht en wil een mes pakken tot ik Moos zie die mij dringend aankijkt. Hij wil naar buiten. ‘Tuurlijk schatje, ga jij maar lekker buiten spelen’. Alleen de keukendeur is op slot, even de sleutel pakken.

Als ik de sleutel van de eettafel pak, staat Dibbes bij de voordeur. Hij wil naar buiten. ‘Tuurlijk schatje, ga jij maar lekker buiten spelen’. Ik doe de deur open voor Dibbes en zie mijn scooter staan.

O ja! Ik moet de scooter opladen. Eigenlijk moet ik ook best nodig plassen maar ik pak toch eerst de druppellader en een verlengsnoer uit de kast en loop naar buiten, ga ik daarna wel plassen. Ik koppel alles aan elkaar en nét voor ik naar binnen wil lopen valt de deur door de wind in het slot. Shit! Daar sta ik dan. Gelukkig is de puber thuis. Ik hoef alleen maar aan te bellen.

Tien minuten later sta ik nog steeds aan te bellen. Puber hoort niets, ook al doen mijn armen inmiddels pijn van het geruk aan die ouderwetse hele mooie maar ook best zware trekbel die wij hebben. Op de ramen bonken werkt ook niet.

Zal ik bellen? Ik heb alleen geen flauw idee wat zijn nummer is. Dat staat in mijn telefoon en die heb ik niet bij me. Trouwens, als ik hem zou kunnen bellen neemt hij waarschijnlijk niet op, aangezien hij het oorverdovende lawaai dat ik nu produceer, ook niet hoort. Ik moet trouwens nog steeds plassen.

Dan maar even naar vriendin D. lopen, die woont om de hoek. Onder begeleiding van een gillende Moos die uiteindelijk samen met Dibbes door de voordeur naar buiten ging, omdat het met die keukendeur opendoen niet opschoot, loop ik naar haar toe. Even later sta ik bij D. aan te bellen en op de ramen te bonken. Pas als ik heel hard door de brievenbus gil dat ik haar nodig heb, hoort ze me. Waarschijnlijk dacht ze ‘dat is vast een gek, ik doe niet open’. En gelijk heeft ze. Maar gelukkig reageert ze uiteindelijk toch op mijn gekrijs.

Afijn, met de sleutel in de aanslag ga ik weer naar huis. Snel plassen! En soep maken. Maar als ik in de keuken sta, is het ineens op, als in oppeldepop en erger. De bank, waar is de bank! Lang leve de vriezer, waar ik eten uit pluk.

In een rolstoel de wereld verkennen

afbeelding Pixabay/Dimitris Vetsikas

Toen ik schreef over ons plan in mei naar Gent te gaan, werd ik door meerdere lezers gewaarschuwd dat Gent geen rolstoelvriendelijke stad is. Net als veel andere oudere steden, bestaat het centrum uit van die hele leuke historisch verantwoorde keitjes. Hier in Hoorn hebben we ze ook op de Roode Steen.

Hoe dát voelt, weet ik sinds onze vakantie in de Dordogne. Want daar ging ik als rolstoelmaagd voor het eerst uitgebreid rollend op stap. Laten we het erop houden dat het zaak is een goede BH te dragen. Hoor je wel eens op vakantie in het buitenland baby’s en kleuters luidkeels gillen in hun kinderwagen? Die zijn niet overprikkeld of zondoorstoofd. Ze worden gewoon door die keitjes zo hard door elkaar geschud dat ze aan het eind van de dag een wiplash hebben. Een normaal gesprek voeren als je over de keitjes rolt, is trouwens ook niet te doen. Je stem vliegt alle kanten op.

Voor de duwer valt het ook niet mee. Hard werken hoor, een flinke work out is er niets bij! Het is best moeilijk als geduwde om ontspannen te blijven lachen, ondertussen je borsten vasthoudend omdat je geen goede BH draagt, als je degene die duwt achter je amechtig hoort ademen, zijn druppels zweet op je bovenkruin voelt landen en de rolstoel ineens omkiepert omdat er een keitje ontbreekt en je in een soort afgrond stort, waar man en puber je met rolstoel en al weer uit moeten takelen. Uitstappen is dan soms makkelijker maar dat voelt ook wat ongemakkelijk omdat sommige mensen in je omgeving dan ineens kijken alsof ze aanwezig zijn bij een miraculeus herstel: ‘kijk die vrouw liep net niet en nu wel! Een wonder!

Er gebeurt veel met je als je in een rolstoel stapt.

Gelukkig heeft Gent een rolstoelvriendelijke wandeling ontwikkeld las ik, Gent on wheels, die bovendien door ervaren rolstoelgebruikers is getest. Het enige wat ik dus hoef te doen, is voor de zekerheid toch een goede BH dragen. Voor het geval dat.

De week

Afgelopen week was niet de beste week. Ik heb veel last van mijn rechterarm en dat maakt dat soms ook de hele rechterkant van mijn lijf vervelend aanvoelt. Dit is een oude bekende klacht waar ik al jaren last van heb en die af en toe weer de kop opsteekt. Het maakt ook dat ik dus regelmatig naar de fysio ga. Op dit moment weer wekelijks.

Buiten de fysio stond er afgelopen week een afspraak bij de huisarts en een onderhoudsbeurt voor de verwarmingsketel in de agenda. De huisarts afspraak werd afgebeld, ja, de beste man kan zelf natuurlijk ook gewoon eens ziek worden. Ik besloot de energie die het niet doorgaan van de afspraak opleverde, meteen weer uit te geven en ging naar de kapper.

Dat is niet mijn favoriete tijdverdrijf. Ik heb gelukkig makkelijk haar en ga daarom gemiddeld een keer per jaar naar de kapper. De laatste jaren ging ik naar een hele goedkope kapper die wel oké was, maar niet op afspraak werkt. Soms was ik daar dus een hele ochtend aan kwijt en dat hakt er in qua energie. Nu besloot ik er eens wat geld tegenaan te smijten en te gaan naar een heel goed aangeschreven (en dure) kapper waar ik wel een afspraak kon maken .

Tja, wat zal ik zeggen. Het is goed geknipt, dat wel maar het is niet wat ik vroeg. Daarbij komt dat het model dat ze knipte – een bob – niet echt geschikt is voor mijn haar. Ik heb veel en zwaar haar en dat zit beter als het in laagjes wordt geknipt. Nu is het wel een beetje opgeknipt maar hangt het vrij steil naar beneden, terwijl ik normaal vrij veel slag heb. Ik gaf aan wat ik wilde (flink korter, in laagjes) toen zei zij dat ze liever dit wou doen. Het zou niet stijl hangen maar leuk warrig. En ik heb de ruggengraat van een weekdier zei ‘O, oke’. En keek in de spiegel naar een volledig steil kapsel en vroeg me af of zo’n kapster dat dan zelf niet ziet 😲. Maar goed, tegen die tijd stond ik wat energie betreft flink in het rood en wilde ik alleen nog maar zo snel mogelijk weg. Dag dure kapper, tot nooit weer!

Nou ja, volgend jaar weer een kans.

(Deze foto voegt niets toe aan het verhaal maar dit Dibbesbeertje is zo schattig dat ik hem toch wilde delen).

In het weekend werd ik wat grieperig maar dit zet gelukkig – even afkloppen – tot nu toe niet door. Ik ga nu dan vandaag naar de huisarts voor een verwijzing voor bloed prikken en dan meteen door naar de prikdienst.

Verder is mijn agenda, op de fysio en de huishoudhulp na, leeg. Puber is al vrij deze week, dus we doen lekker rustig aan. Hij had deze week stage moeten lopen maar omdat hij zoveel moeite had met een plek vinden, kon dat niet meer voor deze week gerealiseerd worden. Nu offert hij een week van zijn meivakantie op. In ruil heeft hij nu twee weken voorjaarsvakantie. Ook goed.

Fijne week allemaal!

Op de eerste plaats

Van de week kreeg ik een berichtje van een vriend die in het buitenland woont. Hij was twee dagen in Nederland en of ik zin, tijd en energie had die dag of de volgende dag. Ik kwam net onder de douche vandaan en zou in de middag een onderhoudsmonteur langs krijgen voor de verwarmingsketel, dat waren mijn activiteiten van de dag.

Als mensen die ik niet vaak zie, vragen of ik het leuk vind om bezoek te krijgen, vragen ze me eigenlijk: ‘vind je het leuk om mij te zien en neem je voor lief dat je in de dagen (of weken) erna niet goed slaapt, niet kan douchen, je nergens op kunt concentreren, koken moet overslaan en flink wat extra pijn hebt‘.

Dus zei ik nee, hoe spijtig ook. Ik moest de dag erop ook naar de fysio en dat is voor mij belangrijker dan onverwacht bezoek. Dat kost mij altijd heel veel energie. Tenzij het bezoek betreft dat heel vertrouwd is. Hoe vaker ik iemand zie, hoe makkelijker het is om heel even een bezoekje te doen. Dat zijn de mensen die zeggen ‘ik kom maar even’ en daadwerkelijk ook na een kop thee weer gaan, omdat ze begrijpen dat het dan op is bij mij.

Zelf geef ik van te voren altijd wel aan dat een bezoek beperkt moet zijn qua tijdsduur maar als iemand er dan is, gebeurt er iets in mij. Mijn lijf en brein lopen vol met adrenaline en voor je het weet sta ik op tafel te dansen. Ik word wild in mijn hoofd en verlies het contact met mezelf. Als het bezoek weg is, duurt het uren voordat dat gegier in mijn kop verdwijnt. En dan komt de klap.

En dan heb ik het over bezoek waar ik op ingesteld ben en dat nog redelijk vertrouwd is, dat nog redelijk begrijpt wat er bij mij speelt. Maar mensen die ik lang niet gezien heb – deze vriend zag ik volgens mij voor het laatst in 2009 – weten denk ik niet echt hoe de vlag erbij hangt bij mij. Er is sporadisch contact. Een afspraak, hoe leuk ik dat ook zou vinden, zou er enorm in hakken. En dat doe ik niet meer. Misschien op een hele goede dag, in een goede tijd, als ik weet dat ik de week erna niets te doen heb.

Het feit dat ik nu redelijk makkelijk nee zei, deed beseffen hoezeer ik veranderd ben. Nog niet zo heel lang geleden zou ik ja hebben gezegd, wetend dat ik daarna een vette terugslag zou krijgen. Dat doe ik niet meer, voor niemand. Ik heb mezelf op de eerste plaats gezet. En de enigen voor wie ik nog iets forceer, dat is mijn gezin of mijn kattenbende.

Voorheen vond ik het normaal dat ik me voegde naar een ander, aangezien ik altijd over tijd beschik en anderen een drukke agenda hebben. Nu besef ik dat de factor energie en redelijk pijnvrij zijn aan mijn kant voor mij belangrijker is dan de factor beperkte tijd bij een ander. En dat dit dus betekent dat ik voor mezelf kies ten koste van een ontmoeting met iemand die ik wel heel graag weer zou willen zien maar dan liever op een moment dat het mij uitkomt.

En dat is winst. Ook al voelt dat niet helemaal zo.

De week

Het was een relatief rustige week. Ik herstelde gelukkig weer iets meer van de terugslag. Zoals het nu is, ben ik in ieder geval weer stabiel (slecht) en ga ik niet verder achteruit. Dus als ik me goed rustig blijf houden, zou ik van hieruit ook weer iets van veerkracht moeten kunnen verzamelen.

Gisteren haalde ik de gerepareerde scooter op, die was eerder deze week hier thuis opgehaald. Er zit een nieuwe accu in en er is een acculader in gemonteerd. Doordat ik er weinig mee rijd, heb ik de scooter als het ware helemaal leeg getrokken. Een volle accu heeft bijvoorbeeld een vermogen van tien. Door de scooter te starten, onttrek je daar twee aan. En door het rijden, laadt scooter weer op, als je wat kilometers maakt tenminste.

Hoewel ik bij aanschaf wel heb aangegeven zeer inactief te zijn, is het voor een ander natuurlijk moeilijk voor te stellen wat die inactiviteit precies inhoudt. Ik ga natuurlijk niet mijn hele medische hebben en houden op tafel leggen in zo’n winkel. De brommerwinkel had in ieder geval niet begrepen dat ik daarmee bedoel soms weken niet het huis uit te komen, behalve voor een ritje van hooguit 15 minuten naar een behandelaar.

Maar goed, nu is die boodschap wel aan gekomen en ze stelden daarom voor om een acculader erin te monteren, een tip die ik ook van een bloglezer kreeg (dankjewel!). Zo kan ik de scooter als ik heb gereden, meteen opladen. Weer wat geleerd, ik had niet verwacht dat de accu van een benzinescooter zo kwetsbaar was. Maakt niet uit, ik heb nu mijn zelfstandigheid weer terug.

Verder speelt er een en ander op de achtergrond wat me bezighoud. Puber zoekt nog steeds een stage bij een internationaal werkend bedrijf en dat wordt inmiddels bijna een soap. De lijst van bedrijven die hij heeft gemaild en gebeld is lang en succes blijft tot nu toe uit. Hij heeft alle tips die hij heeft gekregen (ook van veel bloglezers naar aanleiding van mijn oproep hier) opgevolgd, maar het lukt niet. Die stage is wel verplicht en dat het niet lukt genereert dus wel wat stress.

Hij moet over twee weken beginnen. Lukt dat niet dan moet hij die week een aangepast programma volgen en alsnog later in het jaar een stage lopen. School begeleidt tot nu toe nauwelijks en de tips die de kinderen kregen getuigen van weinig realiteitszin. Een aantal scholieren heeft inmiddels wel een stage gevonden en dan gaat het eigenlijk bij iedereen via via, meestal via familie. In veel gevallen kun je je afvragen of het wel zuivere koffie is want volgens S. betreft het dan vooral een stage op papier en gaan die betreffende scholieren niet echt iets doen, laat staan dat het een stage in een internationale omgeving is.

Vrijdag was er een bijeenkomst voor de ‘kneusjes’ die nog geen succes hadden. De stagecoördinator bleef bij zijn eerdere opmerkingen dat het heel makkelijk zou moeten zijn een internationale stage te vinden en kreeg vervolgens een storm van kritiek over zich heen. S. heeft aangegeven dat als hij de stage later dit jaar moet volgen, hij graag adressen van bedrijven zou willen krijgen waar klasgenoten over twee weken aan de slag gaan. Dat werd eerst afgewimpeld met de opmerking dat een onderdeel van het leerproces het zoeken zelf was. Waarop hij heeft uitgelegd wát hij tot nu toe heeft gedaan, gebeld, benaderd ook onder meer via de moeder van een vriend van hem die allemaal contactpersonen bij internationale bedrijven heeft en dat hij daar toch heel veel van heeft geleerd. Alleen helaas zonder een succesvolle uitkomst. Daar had de coördinator toch even niet van terug.

Veel bedrijven zitten helemaal niet te wachten op een scholier die maar 5 dagen meeloopt. Wat hij vooral heeft geleerd is dat je namen van mensen moet hebben en die persoonlijk moet benaderen. Bel je naar de receptie en vraag je naar die en die, dan word je vrijwel meteen afgewimpeld. Hij komt er niet doorheen. Van de twintigtal bedrijven die hij mailde, hebben er iets van drie de moeite genomen een afwijzing te sturen. Inderdaad heel leerzaam, het is net het echte leven 😉 . 

Eén en ander heeft bij mij geleid tot veel woede over hoe school hiermee omgaat en ik denk erover een mail te sturen. Ik ben geen moeder die om elk wissewasje docenten aan hun haren trekt maar zoals het nu gaat vind ik niet oké. Dus wind ik me op, dat trekt ook veel energie uit mij. Kan ik beter die energie besteden aan het schrijven van een klacht. Dan is het uit mijn systeem.

Dit weekend is hij nog met een laatste poging bezig, via de vader van een vriend. We hopen daar straks meer over te horen.

Verder was de week rustig, gevuld met lezen en katten. Vooral Moos is erg tevreden nu. Mijn moeder kwam vandaag even lunchen en Moos kwam even kijken wat er allemaal op tafel stond.

Komende week bestaat uit huisartsenbezoek (ik moet mijn bloed weer laten testen voor de komende afspraak bij de orthomoleculair therapeut) en de fysio. Dat is voor mij wel genoeg actie in een week, dus verder doe ik niets. Nou ja niets, ik ga vandaag van de zon genieten. Ik heb zojuist al even op het stoepje voor het huis in de zon gezeten. Elk jaar vanaf begin februari staat de zon dan net weer hoog genoeg om daar in de middag te kunnen zitten. Voor mij voelt dat altijd als de start van het voorjaar. Die zon was warm mensen! Heerlijk!

Niets

Het is even vol in mijn hoofd. Niets ergs maar wel zo vol dat er geen ruimte is voor andere dingen zoals schrijven. Veel regeldingen die aandacht vragen. En mijn lijf wil niet, moet nog bijkomen van de ongeplande wandeling van zondag.

Dus dan maar een bericht over niets.

En een mooie foto van de kat die gespecialiseerd is in zielig kijken.

Dag!

De week

Afgelopen week was heel erg oké. Buiten een stressdag en een bijkomdag door het dierenartsbezoek, hield ik me heel erg rustig en voelde ik me redelijk.

Ik las een prachtig boek (binnenkort review want aanrader) en begon met een volgend boek. Op woensdag ben ik naar buiten geweest en heb ik even gewandeld. Het was toevallig ook net op dat moment stralend zonnig en lekker koud, zalig. Het voordeel van de rollator is dat ik kan gaan zitten wanneer ik voel dat dit nodig is en dat ik dan niet nog even 30 meter moet doorlopen op zoek naar een bank.

Dus zat ik tussendoor drie keer en voelde me intens tevreden. Grappig genoeg voel ik me na zo’n wandeling van hooguit 1000 stappen hetzelfde als ik me vroeger kon voelen na een uur flink doorstappen: je komt van buiten in de kou binnen in een warm huis en je begint helemaal te gloeien. Heerlijk.

Ik ruimde meteen wat glaswerk in het park op. Zo asociaal dat mensen dat laten liggen!

Verder had ik me zondag helemaal opgepept om naar de film te gaan: The Favourite. Een kostuumdrama/ komedie dat zich speelt in de 18e eeuw aan het hof van de Engelse Koningin Anne. Helaas bleek de voorstelling van half vijf te zijn uitverkocht. Ik dacht ruim op tijd te zijn toen ik online om 13 uur kaartjes ging kopen, helaas. De avondvoorstelling is geen optie voor mij dus nu maar hopen dat de film volgende week nog draait.

Deze week heb ik verder geen verplichtingen, buiten een fysio behandeling op vrijdag, dus kan ik me nu weer koest houden en gaan bijtrekken zodat ik bij het eerstvolgende sprankje energie iets leuks kan gaan doen!.

Fijne week allemaal!

Liefde

De afgelopen dagen heb ik me, net als velen met mij, nogal opgewonden over de Nashville verklaring. Ik heb geen woorden voor de hypocrisie en achterbaksheid van mensen die menen dat liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht zondig zou zijn. Ik heb er geen woorden voor maar toch gebruik ik ze.

Er zijn zóveel onderwerpen waar politici en geestelijk leiders zich druk over kunnen maken, hard voor kunnen maken, en wat doen ze? Een trap geven richting stapels mensen wiens enige wens het waarschijnlijk is om gewoon een fijne relatie of gezinsleven te mogen hebben. En dat wordt ze misgund omdat anderen niet kunnen omgaan met liefde tussen twee mensen van hetzelfde geslacht.

Iedereen zou vrij de liefde moeten mogen beleven, ongeacht hun geaardheid. Dat dit niet kan is zorgwekkend. Dat homoseksualiteit in ons land ook minder geaccepteerd lijkt dan 20 jaar geleden vind ik nog zorgwekkender.

Laat mensen toch gewoon hun leven leiden. Op de manier zoals zij willen. Zonder met de bijbel in de hand mensen om hun oren te slaan dat liefde blijkbaar aan regels moet voldoen die staan in een boek van duizenden jaren oud.

Zoals Frans Timmermans op zijn FB pagina schreef: ‘Maar in de bijbel staat ook dat slavernij is toegestaan en dat je je dochter mag verkopen’. Zeker weten dat niemand dát nog wil naleven, ook die christenen niet die nu wel de bijbel als argument gebruiken om homoseksualiteit af te wijzen.

Alles wat anders is, wat afwijkt, is blijkbaar eng en moet worden weggezet als niet gewenst, als zondig en worden onderdrukt. Maar teruggrijpen op dogma’s uit een ver verleden helpt ons nu niet vooruit. Het werkt alleen maar als een splijtzwam. Kom jij nog maar maar eens uit de kast als christelijke homo in een gemeente waar de Nashville verklaring wordt gezien als een mooi statement. Maar niet uit de kast komen betekent niet dat je geen homo bent. Het betekent alleen maar dat je bestaan wordt ontkend.

Liefde is al ingewikkeld genoeg. Ook zonder die haat opwekkende roeptoeters hebben duizenden mensen het moeilijk om uit de kast te komen. Omdat het spannend is als wat jij voelt, niet is wat het merendeel van de mensen om je heen voelt.

Ooit hadden wij op de de middelbare school een theatergezelschap met een toneelstuk over homoseksualiteit. Daarna konden wij, leerlingen en ouders, discussiëren met de toneelspelers. Die vertelden dat 1 op de 10 mensen homoseksueel is. Dus grote kans dat er in je klas twee zouden zitten. Waarop de moeder van een van mijn klasgenoten zei, ‘maar niet op deze school hoor, dit is een katholieke school’.

En dát geeft denk ik precies aan waar het hier om gaat. Denken dat iets wat aangeboren is, ontkend kan worden.

Niemand is 100% hetero denk ik, of 100% homo. Dat zijn hokjes waar we anderen in stoppen. Ik heb ook het bed gedeeld met vrouwen, uit nieuwsgierigheid maar ook omdat ik geraakt kan worden door vrouwen. Wat maakt mij dat dan? Bi? Een hetero met lesbische neigingen? Wat maakt het uit mensen!

Liefde en hoe dat geuit wordt is altijd goed, mits beide betrokken partijen instemmen en gelijkwaardig zijn aan elkaar.

Leef en laat leven en heb lief, met respect en verwondering.

Een reus in de tuin

Jaren geleden zat er ineens een konijn in de tuin. Dat was niet voor het eerst. Op 5 augustus 1999 zat er ook een konijn in mijn tuin. Die datum heb ik onthouden omdat ik dan jarig ben. De bovenbuurvrouw klopte op de deur. Zij had toen ze op haar balkon stond, een konijn in mijn tuin gezien.

Natuurlijk wilde ik dat ook zien en warempel daar zat ze, midden op het tuinpad. Een heel klein konijntje, zó klein dat ze op de palm van mijn hand paste. Dat konijn, een jonkie nog, bleek te zijn ontsnapt uit een geïmproviseerd hok een aantal tuinen verderop en was bestemd om in de pan te eindigen. Dát levensdoel heb ik acuut gewijzigd. Ik kocht een hok, haalde uit de bieb het boek ‘De verzorging van mijn konijn’, gaf haar de naam Dora en dat was dat. Ze werd heel oud, was heel tam, liep los rond door het hele huis, poepte keurig op de bak en was dol op een vriend van M. Als die bleef logeren sprong ze boven op hem. Ze was helaas ook dol op telefoonkabels, dus die hebben we vaak moeten vervangen.

Maar dát is een verhaal over een heel ander konijn. Dit konijn dat in onze tuin zat, was bovendien bepaald niet klein. Het was een Vlaamse Reus die wat onverstoorbaar zat te knabbelen op bloemblaadjes. Ik kon me niet voorstellen dat deze reus ook bedoeld was om te eindigen in de pan. Hij werd vast gemist, zoveel kilo fluffy haren en zachte snuffelneus!

De reus werd naar binnen gehaald en voor de zekerheid in een kattenmand gestopt. Sommige katten zien konijnen immers als prooi en dat risico wilde ik niet nemen. Hoewel, gezien de grootte van de reus zou ik het eerder andersom verwachten. Hij was net zo groot, zo niet groter dan onze katten.

Afijn, de vraag drong zich natuurlijk op: wat nu? Waar kwam dit beest vandaan? Dus belden we overal aan in de straat. ‘Mist u een konijn en zo ja, is dat toevallig een Vlaamse Reus?’ Een volgende stap zou aanmelden bij Amivedi zijn. Dat hoefde gelukkig niet. Aan het eind van de straat bevestigde iemand dat zijn buren een Vlaamse Reus hadden die er continu vandoor ging omdat de buurkinderen vaak het hok open lieten staan.

Die buren waren niet thuis maar we konden zo achterom lopen waar we in de tuin inderdaad een leeg hok zagen. Dus haalden we Reus op en stopten hem in het hok. Voor de zekerheid even een briefje door de bus gegooid met uitleg. Want wie weet was het toch niet het juiste konijn en dan hadden we die mensen opgezadeld met een onbegrijpelijke konijnenverwisseling.

En toen? Nooit meer iets gehoord. Natuurlijk verwacht ik niet dat iemand de rest van zijn leven dankbaarheid toont voor het feit dat we zijn konijn hebben terug gebracht, maar een telefoontje of een klein briefje terug in de brievenbus, had ik wel verwacht. Beetje vreemd vond ik het wel. En ik vraag me af hoe vaak Reus nog is weggelopen. Ik zou dat ook doen als ik geconfronteerd werd met zoveel onverschilligheid.

(Afbeelding Pixabay)

Standje normaal

Maandag gingen we hier in huis weer over op standje normaal. De gewone routine van puber naar school, man naar werk en ik, nou ja, wat ik dan ook doe.

De vakantie was oké. Veel rustige dagen. De donderdag voor de kerstvakantie werd ik besprongen door een virus en al met al heb ik daar een dag of tien last van gehad. Het maakte dat ik heel weinig deed. Ik heb veel gerust en gelezen en dat was eigenlijk, buiten het vele gerochel, best wel fijn.

Toen ik weer wat was opgeknapt, heeft puber hier middagen achter elkaar met een klasgenoot aan een grote opdracht voor school gewerkt. Omdat deze jongen nu geen laptop heeft, stond ik hem tijdelijk de onze af. Ze zaten wegens ruimtegebrek niet op de kamer van S. maar beneden aan de eettafel. Dat maakte dat ik meestal boven lag. Eigenlijk was dat ook wel fijn, geen laptop, geen tv, alleen maar wat lezen. Dat deed me goed.

De enige kink in de kabel was natuurlijk de stress om Dibbes die ineens zo ziek was, maar inmiddels doet hij het weer.

Hij is wel hevig teleurgesteld dat aan de onbeperkte stroom van zacht versterkend nat voer een einde is gekomen.

Deze week heb ik twee dingen op stapel staan. Er komt iemand voor het jaarlijkse onderhoud aan de geiser en de verwarmingsketel en we gaan met Gerrie en Moos naar de dierenarts voor de jaarlijkse controle. Eindelijk, dat wordt hier al vier maanden opgeschoven.

In het kader van meer pret zou ik deze maand heel graag een keer naar de bioscoop gaan, bij voorkeur naar ‘The Favourite’. Duimen dat het lukt. Ik zou afgelopen zondag met M. gaan maar na alle stress om Dibbes lukte dat niet. Ik zit nu in een forse PEM.

Dus nu wachten tot er zich wel een gelegenheid voordoet en die dan grijpen, in plaats van planken schoonmaken of een was doen 😚.