Zaterdag

Deze week verliep wat rommelig. Man en kind hadden allebei een bijzonder hardnekkige griep – net als de rest van Nederland volgens mij – en waren dus thuis van werk en school. Ik ben tot nu toe de dans ontsprongen, wat een klein wonder is. Hopen dat dit zo blijft!

Hoewel ik me nog niet helemaal jofel voel (binnen de grenzen die er altijd zijn bij ME/CVS) heb ik het idee dat ik nu toch wel weer het ergste achter me heb gelaten wat deze PEM betreft. Ik heb weer iets meer veerkracht. Ik heb inmiddels een paar fysio behandelingen achter de rug en dat heeft ook een positief effect. Wat ook meespeelt is dat ik ook weer meer door heb hoe het zit met de beschikbare energie. Ik ben in de ochtend redelijk goed. Na de lunch stort ik in. Ik doe dus de dingen van de dag zoveel mogelijk in de ochtend en dan op volgorde van urgentie. Dat betekent in de praktijk dat ik wat kook in etappes in de ochtend. Meer is het niet. Na de lunch verdwijn ik meestal naar boven en lig ik plat tot het avondeten. Dat warm ik dan op en dan na het eten ga ik weer plat/lezen in bed of soms kijken we met zijn drietjes een aflevering van een serie.

Omdat ik bedacht dat het latere instorten op de dag misschien te maken had met het feit dat ik in de ochtend misschien toch iets te veel deed, heb ik daar wat mee ge-ëxperimenteerd en een paar ochtenden niets gedaan. Maar helaas. Evengoed kwam de man met de hamer na de lunch langs. Gelukkig bracht mijn moeder deze week eten waar een paar dagen van gegeten kon worden.

Het was weer een lesje in nederigheid: je kunt beter achter de energie die er is aan hobbelen en per moment voelen wat kan in plaats van vooraf bedenken hoe het moet en dingen willen sturen.

Deze week was ook de week dat mezelf heb leren injecteren. Dát was best wel even een DING. Ik ben niet bang voor pijn maar wel voor bloed en naalden. Zie ik op TV een programma waarin iemand onder het mes gaat, dan knijp ik mijn ogen stijf dicht. Je mag alles met mij doen op medisch gebied, ik wil het alleen niet zien. Maar blind darten gaat natuurlijk niet dus ik zette me over mijn weerzin en angst heen en kreeg les op de huisartsenpraktijk.

Mezelf kunnen injecteren met B12 scheelt mij twee keer per week een gang naar de huisarts. Zeker in deze periode waarin ik een terugslag heb, is dat fijn. Wat nu ga ik ernaar toe met energie die er niet is. Ik moet nog een paar keer onder begeleiding zelf prikken en dan mag ik voor het echie. Ik heb ook wat naalden meegekregen om te oefenen op een sinaasappel. Het prikken zelf is eigenlijk helemaal niet eng of moeilijk, laat staan pijnlijk. Het is meer dat ik nog wat vaardigheid en een vaste hand mis. Dus dat ga ik oefenen.

De post bracht wat verrassingen. Een lieve kaart van mijn excollega S. en Tineke’s Ogma stuurde een tasje met één van Pippi’s lijfspreuken. Kunnen daar mijn boeken in als ik straks weer naar de bieb kan. Lief!

Vandaag ga ik genieten van een leeg huis. Na een week 24 uur per dag zieke mannen om mij heen is het ook wel weer eens fijn het huis voor mezelf te hebben. M. en S. zijn vandaag naar een open dag van de Vrije Universiteit in Amsterdam. S. heeft drie studies uitgezocht waar hij meer informatie over wil hebben. Een eerste oriëntatie op straks. Over een maandje is er ook een open dag aan de UvA.

Hoewel ik best baal dat ik niet mee kan ben ik daar ook realistisch in. Ook in een goede periode ligt deelname aan zo’n dag (rondleiding, voorlichting, daar rond lopen) ver buiten mijn bereik. Dus probeer ik daar niet al te lang bij stil te staan. Net als de meeste ouderavonden op school, uitvoeringen, voorstellingen en zo is dit iets wat ik moet missen. Dat is niet wat je voor ogen hebt als je moeder wordt. Maar het is wel wat er is gebeurd. Ik probeer op andere manieren betrokken te zijn.

Ga ik nu even koken. Fijn weekend allemaal!

Bericht van Gerrie

Hoi,

Nu eens een bericht
van mij, Gerrie.
Want ik heb
ook wat te vertellen.
Dat zit zo.

Er stond al heel lang
een reismand
in de huiskamer.
En dan zei de vrouw
dingen als
stap er maar in.
Echt niet!
Wat denkt ze wel!

Dus veranderde
ze van plan.
Lokte me met brokjes
en lekkere hapjes.
Daar ben ik dol op
maar niet als ze
in de mand liggen.

Dat ging maanden door.
Heel soms
toonde ik
mijn goede wil.
Maar alleen
zonder mijn broers
in de buurt
en als het lekkers
precies
op de juiste plek lag
en ik er zin in had.

En toen
(het is te grof
voor woorden
maar ik zal proberen
te omschrijven
wat mij is aangedaan)
lag  ik een dut te doen
en probeerde zij me
in de mand te stoppen!
Dus ging ik ervandoor.
Met de rest van de troep
verstopte ik me
onder het bed.

Ze kreeg me toch
te pakken.
En zei dingen als
ach schatje,
dit moet even,
sorry,
ik blijf bij je.

(*&%(&T^(&
Wat vind je daar nu van!

En toen
(ja, het wordt nóg erger)
gingen we
met de auto
naar een enge plek
met allemaal geurtjes
en vreemde mensen.
Ik kreeg een prik!
En werd gewogen.
Er werd gepraat
over mijn hartruis.
Die schijn ik te hebben
maar ik heb er
geen last van.
Wél van een gebroken hart.
Door dit gedoe.
Dat begrijpen jullie wel.

Gelukkig
mocht ik gewoon
weer mee naar huis.
Ik liet even zien
hoe erg het is
wat mij is aangedaan
door in paniek het huis
uit te stormen,
tot wel een meter
buiten het huis,
me meteen
om te draaien
en naar binnen te staren.
Met een diep ongelukkige blik.

Toen de vrouw
me riep
rende ik jammerend
naar binnen.
Ik denk
dat ik mijn punt
wel voldoende
heb gemaakt.

Nu houden we weer
van elkaar,
de vrouw en ik.
Alleen de man
vind ik nu wat eng.
Niet dat hij me
in de mand stopte
of me iets aandeed.
Of ook maar iets
deed wat ik erg vond.
Maar toch.
Ik moet toch iemand
straffen voor dit gedrag.

Groetjes,

Gerrie

Routines en dingen voor elkaar krijgen met een gammel lijf

Toen ik ziek werd nu bijna 10 jaar geleden, werd het hier in huis al snel een chaos. We zijn hier nooit schoonmaakwonders geweest maar toen gingen we van een huishouden met tweeverdieners die op hun vrije dagen door het huis vlogen en boodschappen haalden, ineens vrij drastisch over op een andere realiteit. Nu waren we ineens een bankligger en een werkende die op zijn vrije dagen alles moest doen in huis en met kind plus alles wat extra er bovenop kwam door mijn ziek zijn, zoals meegaan naar doktersbezoeken /onderzoeken en afspraken met de bedrijfsarts.

Met zoveel wat er gebeurde stond het huishouden op een heel laag pitje en alles is hier jarenlang ad hoc gedaan. Mijn moeder hielp waar ze kon. Ze kwam (en komt nog steeds) een keer in de week voor ons koken. Buiten dat deed ze de was en stofzuigde gemiddeld twee keer per week, haalde boodschappen, haalde boeken voor mij op uit de bieb en zorgde voor kind. Vriendin M. hielp met S. opvangen en naar school brengen&halen en we hadden een oppas aan huis die met hem kwam spelen.

Wij hebben er toen bewust voor gekozen om geen huishoudhulp in huis te halen. Ik ben heel snel overprikkeld en iemand die hier wekelijks over de vloer komt is meer dan ik aankan. Het is erg moeilijk mensen duidelijk te maken waar ik moe van word en niet iedereen begrijpt dat je ook moe kunt worden van contact met mensen.

Sinds een jaar of vier kan ik gelukkig wat meer en heb ik een deel van de taken die mijn moeder deed, weer naar me toe gehaald. Ik doe wat ik kan en wat er binnen mijn fysieke mogelijkheden ligt. En dat is best veel. Stofzuigen is een brug te ver maar rustig vegen lukt bijvoorbeeld wel.

Ik heb geleerd dat ik best veel voor elkaar krijg als ik het in een heel rustig tempo doe zonder veel kracht te gebruiken  en dat routines zorgen dat het hier redelijk opgeruimd is. Dat heeft wel een tijd geduurd voor ik zover was. Hoe vaak ben ik niet in de valkuil getrapt van beginnen met opruimen op een goede dag en ineens stond ik de ramen te lappen. Om tien minuten later weer in te storten en voor dagen naar bed te vertrekken. Ik verkeek me voortdurend op wat ik kon en ook op wat voor tijd een klus in beslag neemt en wat voor fysieke belasting ik aankan. Wat mij in het begin hielp was niet denken in een doel maar in een tijd. De timer zetten op 10 minuten, iets doen en als de timer ging stoppen, ongeacht of de vaatwasser leeg was of niet en die was helemaal opgehangen.

Zo leerde ik dat je best veel kunt doen als je klussen in stukken hakt en de grenzen respecteert die er zijn. Inmiddels heb ik een vast rondje dat ik vrijwel elke dag doe – denk aan aanrecht schoonmaken/opruimen, met lapje door het huis heen (op verschillende dagen verschillende ruimtes), vegen, wc schoonmaken – en af en toe doe ik een wat grotere klus, bijvoorbeeld de oven/koelkast schoonmaken, filters van de droger leegmaken.

Grotere klussen en extra activiteiten gebruik ik als ik ‘wisselgeld’ heb. Bijvoorbeeld op een dag dat ik niet hoef te koken, dan is er ruimte voor iets extra’s, zoals een koelkast schoonmaken. Maar natuurlijk gebruik ik die extra ruimte niet alleen voor huishoudelijke dingen. Mijn moeder kwam hier gisteren koken en dat betekent dat er op een redelijke dag energie over is voor iets anders en ging ik met kind naar de middagvoorstelling in de bioscoop.

Het fijne van deze routine is dat ik gerust een paar dagen kan overslaan. Komt vriendin I. langs voor een kop koffie? Dan doe ik verder niets en sla een dag over zonder dat ik dat merk. Zo is dat ook als ik een paar slechte dagen heb.

Wat nog steeds nodig is, is dat ik in de ochtend bedenk wat ik wil gaan doen op een dag. Ik schrijf het dus op. Zo maak ik inzichtelijk wat ik van plan ben. En nog steeds betekent dit dat ik zeker de helft meteen kan schrappen, omdat ik mezelf overschat. Maar door het op te schrijven zie ik dat en dat helpt me realistisch te zijn. Het helpt me ook te zien of de activiteiten die ik wil gaan doen te prikkelend zijn en ik er meer rustmomenten en ontprikkelmomenten moet inbouwen. Dat is vaak het geval als ik iets buitenhuis plan maar zeer zeker ook als ik iets doe als opruimen of zo. Dat ontaardt bij mij al snel in een uit de hand gelopen activiteit waar mijn geest volledig van doordraait en dat duurt meestal even voordat ik dit door heb omdat ik de adrenaline verwar met een energieaanval.

Dat opschrijven doe ik in Google Keep, op dit spoor gezet door Vlasje. Heel handig omdat je daar verschillende lijstjes in kunt maken. Ik heb daar dus daglijsten, weeklijsten, maandlijsten en weekmenu’s in gemaakt. En alle dagen maak ik een daglijst waarin ik wat dingen van de week- of maandlijst toevoeg indien dit van toepassing is.

Hoe pakken jullie je dagindeling aan?

Vakantie vieren

We zijn weliswaar weer thuis maar proberen toch nog een beetje vakantie te vieren. Kind is immers nog een paar weken vrij. Het weer werkt natuurlijk best mee. Sterker nog, sinds we thuis zijn hebben wij meer zonuren gehad dan in twee weken Bretagne bij elkaar. We aten regelmatig in de tuin, iets wat mij altijd een heerlijk zomergevoel geeft.

De mannen gingen maar liefst drie keer in een week naar het strand. De laatste keer was afgelopen zondag en toen besloot ik ook mee te gaan. Ik was redelijk bijgetrokken van het reizen en ik besloot dat een dag met zand tussen de tenen waarschijnlijk wonderen zou doen voor het brein, en dat klopte helemaal.

Onderweg in de auto bedachten we dat mijn moeder wellicht ook zin had om mee te gaan, dus belde S. haar met de vraag hoe snel ze klaar kon staan. Zoiets hoef je maar een keer te zeggen tegen mijn moeder. Die stond meteen klaar bij de deur helemaal blij en opgewonden. Ze is dol op zee maar komt er niet vaak meer.

Fel zonlicht doet moeilijk kijken…

We hadden een heerlijke dag, de hemel was strak blauw, beetje wind maar dat was met een parasol fungerend als windscherm meteen opgelost. IJsje gegeten, later nog even op een terras gezeten. Heerlijk.

Buiten dat gingen de puber en ik een keer naar de film, ‘The big sick’. Een heerlijke feel good movie over de relatie tussen stand up comedian Kumail en studente Emily. Aangezien van Kumail verwacht wordt dat hij trouwt met een Pakistaanse, lijkt de relatie met Emily gedoemd te mislukken. Tot ze in coma raakt. Het klinkt zo wat flauw maar ik heb regelmatig keihard zitten lachen, de film is echt grappig. En bovendien waar gebeurd. Hoofdrolspeler Kumail Nanjiani schreef het script samen met zijn vrouw Emily naar aanleiding van de moeizame start van hun relatie.

De komende weken wil ik in ieder geval nog een andere film zien, Kedi, een documentaire over straatkatten in Istanbul (dat zal jullie niet verbazen gezien mijn kattenobsessie).

Buiten dat zijn er flinke leesplannen. Ik heb nog een stapel boeken door te werken van de bieb. En daarna wil ik twee boeken herlezen zodat ik helemaal weer in het verhaal zit als ‘Het eeuwige vuur’ van Ken Follet verschijnt.  Ken Follet is één van mijn favoriete auteurs (althans, ik houd van zijn historische romans, zijn spionageromans vind ik niet leuk) en ‘Pilaren van de aarde’ is het eerste boek dat ik van hem las, over meesterbouwer Tom die de kathedraal van Kingsbridge gaat bouwen (dit boek is ook bekend onder de naam ‘De kathedraal’) ‘Brug naar de hemel’ is deel 2 uit deze reeks maar wel zelfstandig te lezen. En binnenkort verschijnt dus een deel 3.  Een andere reeks die zeer aan te raden is van Ken Follet is de Century trilogie.

Dus, ik heb het druk, lezen maar!

Over leven en dood

Pas geleden kreeg ik via messenger een berichtje van een oude vriendin van mij. Ze had een rouwadvertentie gezien van ene Ruud. Of dit ‘onze’ Ruud was. Ze bedoelde een schoolgenoot van ons, een paar jaar ouder maar wel iemand met wie we regelmatig zijn omgegaan. Omdat ik geen flauw idee had, nam ik contact op met mijn eerste liefde die nog steeds contact met hem had. Een dag later kreeg ik bevestiging dat het inderdaad om onze jeugdvriend ging. Begin 50. Kreeg alvleesklierkanker met uitzaaiingen naar de lever en binnen een paar weken was het gebeurd.

Dat komt dan wel binnen. Ook al had ik de man jaren niet gezien, herinneringen te over. Vorig jaar om deze tijd hebben wij weer een tijdje contact gehad. Hij nam via Facebook contact op, wilde weten hoe het ging, van het één kwam het ander en we hebben wat heen en weer gemaild over zijn en mijn leven. Hij zat vol plannen, schreef dat hij na een paar heftige jaren door o.a. zorg voor zijn ouders eindelijk weer aan zichzelf toekwam en zin had om lekker in Parijs te struinen, daar een appartement te huren, zonder iets te moeten. Nog geen jaar later is hij dood.

Het contact verwaterde snel na de mails van vorig jaar. Kwam door mij. Ik ben niet echt in de positie om met mensen intensief een contact op te bouwen. Ik heb een heel klein kringetje van mensen om mij heen met wie ik contact heb. Meer lukt ook niet. Wie weet ooit wel weer. En ook heb ik geleerd dat het leuk is om met mensen van vroeger weer contact te hebben maar dat het vaak met een reden is dat er geen regelmatig contact meer is. Niet omdat er geen vriendschappelijke gevoelens meer zijn maar omdat de gemeenschappelijke deler die ons verbindt, is verdwenen. Je gaat verder met je leven met nieuwe contacten, ontwikkelingen, werkzaamheden, interesses, liefdes. In ons geval was de gemeenschappelijke deler onze middelbare school en de vriendschapskring rond mijn eerste vriendje. Zo kwamen wij elkaar regelmatig tegen en hadden goede gesprekken en vaak felle discussies waar ik met heel veel plezier aan terugdenk. Het was een lief, interessant, integer en vooral heel intelligent mens. Ook iemand die je zag hoe je was en niet wat je wilde zijn of hoe je je voordeed.

Zijn overlijden relativeert ook. Ik vind het vaak wat ongemakkelijk als mensen van vroeger contact met mij opnemen. Ze vertellen over reizen, werksuccessen, plannen en dat soort dingen en ik blijf het moeilijk vinden om mensen te vertellen hoe het ervoor staat in mijn leven. Niet dat ik me schaam maar ME is nu eenmaal een relatief onbekende aandoening waar veel mensen vaak wel een overduidelijke negatieve mening over hebben die me wat al te vaak in het gezicht is geslingerd. Als ze de moeite nemen, soms stopt het contact ook van de ene op de andere dag als ik zeg dat ik ME heb.

Soms heb ik ook gewoon niet zo veel te vertellen – jullie schieten nu allemaal in de lach aangezien ik hier honderden blogs hebt geschreven – maar mijn wereld is nu eenmaal vrij klein.  Ik doe weinig op een dag, maak niet heel veel mee (nou ja, in mijn brein wel) en het voelt vaak alsof ik niet veel te bieden heb. Het is voor heel veel mensen niet voor te stellen dat een topdag voor mij een dag is dat ik kan douchen, koken en even naar buiten gaan. Ik leef wat dat betreft in een heel andere wereld dan mensen die gezond zijn, werken, sociale contacten hebben. Mensen van vroeger hebben een beeld van mij dat heel ver af staat van hoe ik nu ben (dat geldt natuurlijk voor iedereen, dat besef ik me). Ik ben niet meer die enorm energieke drukke dame met 1001 plannen die wel even de wereld ging redden en als dat niet lukte op zijn minst een boek ging schrijven. Contact met stemmen uit het verleden drukt me vaak met mijn neus op de feiten (en op mijn beperkingen). Ook omdat mensen hun plannen vertellen en ik me besef dat ik geen plannen meer maak.

Maar ik leef nog en hij niet. En dat is best wel cru. Was ik vorig jaar nog best jaloers op de mogelijkheden die voor hem lagen, nu niet. Want ik zit nu weliswaar met een deken om mij heen op de bank met al weer een oorontsteking, hij is er niet meer. En ben ik dankbaar voor alles wat ik heb en kan. Wat nu is, zegt niets over hoe het zal zijn. Dus geniet ik van wat kan en sta stil bij levens die plotsklaps stoppen.

Een slang op sterk water

afb.Stadsarchief Amsterdam

Toen ik nog studeerde had ik een geweldige bijbaan. Ik kookte voor een heer van stand. Dat was hij als oud-notaris echt. Wonend aan de Reguliersgracht in Amsterdam, geboren aan de Prinsengracht en opgegroeid in een huis met dienstboden leek hij afkomstig uit een andere wereld.

Een paar jaar lang kookte ik de ene week drie keer en de andere week vier keer voor hem. Ik wisselde de dagen af met een vriendin. Het koken ging altijd door, ook met Kerst, Oud & Nieuw, jarig of niet jarig, Meneer B. moest gevoed worden. En dat deed ik graag. Koken was toen ook al mijn hobby en meneer B. werkte het met graagte naar binnen, niet gehinderd door het feit dat hij voor mijn komst in zijn 85-jarige bestaan op culinair gebied nooit verder was gekomen dan een slavink en bloemkool, vond hij alles was ik hem voorzette heerlijk.

Meneer B. was lang vrijgezel geweest, pas op zijn 50e getrouwd en had nooit kinderen gekregen. Zijn vrouw was gaan dementeren en leefde nog wel toen ik daar begon met koken, maar woonde inmiddels in een verzorgingshuis. Een man van de klok en de regelmaat. Nooit een dag ziek geweest. Hoofdpijn, hij wist niet wat het was. Elke dag om half vier thee, om half vijf een glaasje port, half zes eten, half zeven het jeugdjournaal kijken (dat vond hij leuker dan het gewone journaal) en daarna piano spelen, muziek luisteren of lezen. Twee keer in de week ging hij naar Artis en een keer per week naar het concertgebouw waar hij naar toe ging ongeacht wat er werd aangeboden.

Het was een andere wereld daar op de Reguliersgracht, één van klassieke muziek, goede gesprekken over kunst, geschiedenis en de oorlog. Hij had twee wereldoorlogen meegemaakt, was behoorlijk intelligent en belezen en interesseerde zich voor heel veel. Hij las soms gewoon voor de lol mijn studieboeken over cultuurgeschiedenis, gewoon om er met mij over te kunnen praten. Hij vormde door hoe hij was en door de regelmaat die hij bood, een scherp contrast met mijn nogal onrustige studentenbestaan. Nadat hij meerdere malen was bedonderd en bestolen door huishoudhulpen, ging ik dat naast het koken ook maar doen. Niet dat ik er echt op zat te wachten om een grachtenpand van vier verdiepingen schoon te houden maar ik wist dan tenminste dat die ruimtes die door hem gebruikt werden, schoon waren en dat zijn bed elke week werd verschoond.

Tussen ons groeide een vriendschap die heel bijzonder was. Toen ik uiteindelijk voor het echie ging werken, bleef ik bij hem komen. Het koken werd inmiddels door anderen gedaan maar ik ging nog zeker één keer per week naar hem toe. Langzaam verschoof de verhouding van kokkin/huishoudhulp tegen betaling naar ‘soort van kleindochter’ die voor hem zorgde. Toen ik op Eerste Kerstdag voor hem kookte, nadat ik eigenlijk daar niet meer werkte en het gewoon voor de gezelligheid deed, zei hij stralend dat wij nu echte vrienden waren. En dat klopte.

Meneer B. had een ‘neefje’, zoals hij het zelf zei. En daar praatte hij veel en graag over. Natuurlijk was ik enorm benieuwd naar het neefje en keek dan ook uit naar onze ontmoeting. Toen ik hem dan zag bleek het een man van eind 70 te zijn. Neef J. kwam logeren niet lang nadat ik bij meneer B. was gaan koken. Dat deed hij vaker. Vanuit het verre en suffe Steenwijk (zijn eigen woorden) kwam hij naar Amsterdam, bleef daar een paar weken bij grote neef B. en vertrok dan weer, verbijsterd over zoveel verloedering van stad en mens naar de rust van zijn eigen woonplaats.

Het neefje was 10 jaar jonger dan meneer B. en overduidelijk de jongere, een wildebras. In zijn studententijd had hij ingewoond bij meneer B. die hem wat op weg had geholpen in de wereld. Als je Meneer B. mocht geloven. J. dacht daar heel anders over, die vond dat hij B. had gered van eenzaamheid, een zinloos bestaan en oeverloze verveling.  Eten met die twee was een voortdurend gekakel en geklets waarbij J. een meestal zeer opruiende stelling verkondigde, meneer B. begon te giechelen en dingen zei als  ‘let maar niet op  J., hij is een beetje raar‘.

Was J,.in de stad dan kon je er de donder op zeggen dat er briefjes aan de takken van de struiken in de plantsoenen en geveltuintjes werden gehangen met teksten als: ‘zorg voor mij, ik heb meer nodig dan dit‘. Als ik hem wel eens om een boodschap stuurde (dat deed hij graag) omdat ik iets vergeten was, dan kon het zomaar zijn dat de bestelde tomaten met een vertraging van drie uur kwamen omdat er tussendoor een bezoek aan de Hortus moest worden gebracht. Toetjes werden eerst gegeten en dan pas de hoofdmaaltijd. Sokken werden bij voorkeur niet bij elkaar passend gedragen. In gezelschap van vrienden van meneer B. begon J bij voorkeur over het voortplantingssysteem van slakken te praten en waar hij kans zag, vond hij het leuk om te choqueren. Op een leuke manier, hij heeft bij mijn weten nooit ruzie getrapt om het ruzie maken. Al was meneer B.  vaak wel verlegen om zijn nogal uitbundige neef.

Liet meneer B. mij met rust als ik kookte, hij zat liever te lezen, J. hield mij graag gezelschap als hij er was. Voeten op tafel en praten maar. Op een dag vertelde hij eigenlijk schrijver te zijn. Hij wás weliswaar een predikant in ruste (en dat voor zo’n rebelse geest) maar hij voelde zich schrijver. Zat alleen wat vast in de uitvoering. ‘Zal ik u af en toe schrijfopdrachten geven’ stelde ik voor. Nou, gelukkiger had ik hem niet kunnen maken. Maar ik mocht het hem niet te makkelijk maken – zo verzocht hij uitdrukkelijk – en de opdrachten moesten per post worden verstrekt.

Dus stuurde ik een kaart naar hem toe. ‘Graag een verhaal over een slang op sterk water’. Drie weken later – hij was inmiddels al lang weer vertrokken naar Steenwijk – lag er een envelop in de bus met tien hele dunne vellen papier – bijna vloeipapier – ,getypt op een typemachine waarvan de G het overduidelijk niet deed, die was overal met de hand ingevuld.

Dat hielden we een paar jaar vol. Ik gaf de meeste krankzinnige opdrachten en hij schreef de meest krankzinnige verhalen. Echt schrijftalent had hij niet, maar we vermaakten ons er enorm mee en we hadden bij elk nieuw bezoek van hem aan Meneer B. stof tot uren praten.

Laatst vond ik de map met zijn verhalen, ik heb ze altijd bewaard. J. is al jaren geleden gaan hemelen, Meneer B. ook maar ik denk nog heel vaak aan ze, die twee oude mannen, giechelend om elkaar aan tafel. De een net zo flamboyant als de ander behouden was, tegenpolen in alles maar wel heel erg verknocht aan elkaar. En ik mis ze nog steeds.

Ochtendlicht en uitzicht

Sinds drie maanden ga ik twee keer per week naar de huisarts, voor een b12 injectie. Altijd op dezelfde tijd, tien voor negen in de ochtend. En dus ben ik voor het eerst sinds jaren ineens vaker op straat in de ochtend. De eerste weken was dat een aanslag op mijn lijf. Opstarten ging meestal moeizaam en het duurt vaak een paar uur voor de pijn wegzakt. Maar inmiddels merk ik echt wel de positieve effecten van de B12 en is dat geen issue meer. Nu overheersen de voordelen van het vroeger buiten zijn.

Als het even kan, loop ik naar de praktijk. Een wandeling van 10 tot 15 minuten. Daar kan ik even bijkomen omdat ik altijd even moet wachten tot ze me roepen. Dan krijg ik de injectie en loop ik weer terug. Die route is best mooi, hier de wijk uit en dan over een brug waar ik elke keer weer een fenomenaal uitzicht heb op de opkomende zon richting het IJsselmeer. En dat doet me goed. Heel goed. Ondanks de auto’s die ook daar rijden, voel ik op die plek altijd het oude van de stad. Ik geniet ervan om in een oude stad te wonen. Dat is een onbedoeld en onverwacht bij-effect van het prikken, twee keer per week een wandeling met uitzicht op moois. En dát ik die wandeling kán doen is natuurlijk super.

afb. afkomstig van oud hoorn.nl

Fotospam

Even geen inspiratie voor een heel blog, dus dan maar foto spam.


Toen ik nog in Amsterdam woonde ging ik heel vaak naar de bioscoop, meestal op zondagochtend. Heerlijk. Voor mij is dat het ultieme uitje, in het donker zitten, kijken naar een andere wereld. De laatste jaren kwam het er niet zo veel van, om logische redenen.  Nu wil ik dit echt weer gaan oppakken. Gewoon in mijn eentje naar die films waar de rest van het gezin geen zin in heeft maar ik wel. Dus zag ik A street cat named Bob en hoop ik als ik me goed genoeg voel morgenmiddag naar Lion te gaan. Het boek staat al een tijdje op mijn leesverlanglijst maar nu word ik ingehaald door de film.

Ik ben dol op dit weer. Knallende zon en lekker koud! Het nodigt uit tot naar buiten gaan! Dat lukt tegenwoordig bijna alle dagen want in de tuin staan telt mee 😉

Ach gut, weesappeltjes. Ondanks alle appelflappen, appelcake, gebakken appel door het eten en appelcrumble hebben we niet de hele appeloogst – van wel 1 boom – weten op te eten. De vogels vinden dat prima.

Tja, hier valt weinig over te zeggen. De heren zijn gelukkig. En dat ontroert me toch weer elke keer als ik zie hoe veilig en goed ze zich voelen na de eerste ellendige jaren.

Mijn dag begint meestal zo: met veel katten op bed en de krant. Als man en kind zijn vertrokken dan ga ik meestal nog even in bed liggen met een bak koffie erbij, rustig opstarten en het wereldnieuws lezen.

Een paar jaar geleden verkocht ik veel boeken en dvd’s via Bol. Tot er niets meer te verkopen viel. Nu was er dan toch weer een stapeltje verkoopwaar en de eerste DVD-serie is al weer verkocht Ik denk eerlijk gezegd dat het vanaf nu niet meer heel veel voorkomt want er is zo veel keus op Netflix dat ik weinig lust tot kopen voel.  Alhoewel, als het nieuwe seizoen van Engrenages verschijnt….

Ik bak één keer per week glutenvrij brood van Teffmeel. Dit is smakelijk en voedzaam brood en is nog gezond ook, in tegenstelling tot de glutenvrije broden die verkocht worden in de winkel. Ik maak het mezelf zo makkelijk mogelijk. Het meeste werk is toch het afwegen van het meel en het toevoegen van gist en andere dingen. Om te zorgen dat ik ook op slechte dagen toch kan bakken, bereid ik tegenwoordig wat zakjes voor. Hier hoef ik alleen nog wat vocht aan toe te voegen, mixen in de Kenwood en hop in de oven.

Slapen blijft heel moeizaam gaan. Na jaren van voorgeschreven slaapmedicatie ben ik daarmee gestopt omdat ik last kreeg van bijwerkingen. Het middel werd erger dan de kwaal zeg maar. Sindsdien heb ik geaccepteerd dat ik vaak slecht slaap. Ik slaap niet goed in en niet goed door en de slaap zelf is niet diep genoeg en daardoor niet voldoende herstellend. Dat verzin ik niet, dat was de uitkomst van een slaaponderzoek. Sinds 1,5 jaar gebruikte ik theannine, een groene thee extract. Dat werkte redelijk, in de zin van dat ik als het niet nam helemaal niet sliep en nu in ieder geval wel wat sliep. De laatste tijd werd het toch weer slechter. Ik had de afgelopen weken een paar keer 4 slechte nachten op rij. Dat is echt jammer want zo werd het positieve effect van de B12 injecties wat teniet gedaan. Wellicht is de oorzaak gelegen in het feit dát de B12 injecties effect hebben. Ik heb iets meer gedaan dan anders maar dat maakt ook dat ik meteen meer overprikkeld ben en daardoor weer slechter slaap. Deze week bestelde ik CBD olie, oftewel cannabisolie en sodeju, wat slaap ik goed! Je wordt er niet high of stoned van en het is gewoon legaal verkrijgbaar. Als jullie het interessant vinden, kan ik er van de week wel iets meer over schrijven.

Ga ik nu een bak koffie drinken en de dag starten. Fijn weekend allemaal!

De juiste terminologie

De eerste twee weken van mijn ‘5 dagen in de week een 8 minutenloopje doen’ was ik één en al gejubel. Het ging goed! Zó goed dat ik me aan het einde van de week uit alle macht moest inhouden er niet één of twee minuten aan vast te plakken. Want dat 8 minutenloopje is een eitje, echt wel! Ik had al weer visioenen van hoever ik wel niet kan komen de komende maanden.

Dat het goed is dat ik niet voor de verleiding van alvast maar de loop verlengen bezweek en me hield aan mijn voornemen om pas na 4 weken eventueel écht uit te breiden, ontdekte ik weer eens vorige week. Toen kwam de realiteit hard uit de lucht vallen na een ouderavond en de erop volgende warme dagen. Ik schrapte het douchen, haalde eten uit de vriezer, sloeg toen met pijn in het hart een paar keer mijn loopje over en ondanks dat lag ik een groot deel van de week plat. Te moe om iets te doen en alles deed pijn.

Daarop volgde een bui die niet fijn was, ook niet voor de huisgenoten. En besef ik me weer eens dat verwachtingen over mezelf en wat ik kan blijkbaar net zo onuitroeibaar zijn als vlooien op een kat. Wat je ook doet, ze komen altijd toch terug.

Maar ook dit gaat voorbij en ik heb alles in huis om ook hier weer van op te krabbelen. Weet ik. Zo voelt het nu niet. Maar goed, laat ik beginnen met de terminologie. Ik heb geen terugslag maar zit in een verlengde hersteltijd. Zo. Dus.