“t Kleine Weeshuis

Waarschuwing: kattenspam

Via FB en Instagram volg ik een aantal organisaties en personen die zich bezig houden met het redden van dieren. Zoals jullie weten ben ik een kattenfanaat en zijn mijn eigen katten ook van de straat gered. Drie zijn aan komen lopen. Moos moest meteen worden geopereerd aan een navelbreuk, Dibbes kreeg meteen een zware oogoperatie voor zijn kiezen vanwege een niet behandelde oogziekte, Gerrie was redelijk gezond op wat oude botbreuken na maar mentaal een wrak en geen mensen gewend. De vierde, Smoes, is als kitten van een paar weken uit een sloot geplukt samen met zijn zusje. Voor zijn andere broertjes en zusjes kwam de redding helaas te laat. Hij is gebracht naar de Dierenbescherming en via hen opgevangen bij een gastouder.

Het is helaas de tijd van het jaar dat dit heel vaak gebeurt: kittens worden als vuil gedumpt. Zwangere poezen worden op straat gezet. Om daar onder slechte omstandigheden hun nestje te krijgen.

Zo lang mensen hun verantwoordelijkheid niet nemen om hun kat te steriliseren of te castreren en ze de schattige kittens na een paar weken blijkbaar toch niet meer zo schattig vinden en dus maar in een vuilcontainer gooien, blijft dit probleem bestaan.

Kittens die niet gered worden overlijden vaak of leven nog een paar jaar als straatkat. Een bijzonder miserabel en zwaar bestaan. Mijn eigen katten Gerrie en Dibbes hebben nu nog trauma’s van dit zwervende leven dat jaren duurde voordat wij ze konden redden. We hebben ze zoveel mogelijk opgelapt maar de wond die zo’n bestaan slaat in een dier is groot en nooit meer helemaal te herstellen.

Deze katten hebben meer kans als ze als kitten gered worden en gesocialiseerd. Kittenopvang ’t Kleine Weeshuis’ uit Hoorn vangt deze kittens op met hulp van veel gastgezinnen, als ze gevonden worden.
Mijn vriendin M. is samen met haar vriend sinds kort gastouder voor dit soort kittens. Ze verzorgen op dit moment twee nestjes, 8 kittens in totaal, naast hun eigen katten en honden. Ik word via de app totaal week gemaakt met fotoupdates en hoor hoe intensief die zorg is. “t Kleine Weeshuis zelf volgde ik al geruime tijd via Social Media.
Kleine kittens hebben veel aandacht en (medische) zorg nodig en dat kost geld. Want sommige kittens komen binnen met ontstekingen, breuken of zelfs nog aan de navelstreng aan elkaar vastzittend, zoals heel recent gebeurde. De kittens die gevonden worden zijn soms in de steek gelaten omdat moeder bijvoorbeeld niet voldoende melk had. Of moederpoes is overleden. Sommige kittens zijn ziek, hebben sondevoeding nodig of zijn zo klein dat ze in een couveuse moeten.

Grotere organisaties zoals de Dierenbescherming krijgen vaak subsidies en beschikken over een professioneel team dat vaak ook via de media veel aandacht krijgt. Een kleine organisatie als ’t Kleine Weeshuis beschikt wel over de nodige kennis maar is heel kleinschalig. Deze opvang krijgt geen overheidssubsidie of steun van een postcodeloterij, laat staan dat er collectanten langs de deur gaan om geld voor ze op te halen. Alles – medische kosten zoals medicijnen/speciaal voer/operaties, voeding, ontvlooien, ontwormen en enten wordt uit eigen zak betaald. De voorlichting over de verzorging van de kittens en het ondersteunen van de gastgezinnen wordt in eigen tijd gedaan, onbetaald.

Ik kan helaas geen kittens opvangen. Heb mijn handen vol aan onze eigen vier katten en de energie ontbreekt mij helaas om ook kittens te socialiseren, maar och wat zou ik dat graag doen! Maar natuurlijk kan ik wel iets doen.

Ik kan in niemands portemonnee kijken maar als al mijn lezers vandaag €1 overmaken – of zelfs meer – én deze post via FB delen, dan heeft deze kittenopvang aan het eind van de dag misschien wel een fijn bedrag binnen. Ik heb er in ieder geval meteen maar een maandelijkse donatie van gemaakt.

Mocht je een donatie willen overwegen, je kunt je gift overmaken naar:
P. van der Neut
NL42RABO0329792024 o.v.v. Donatie ’t Kleine Weeshuis.

Kijk vooral ook op hun site voor meer informatie: kittenopvangnoordholland.nl of op hun fb pagina: Kitten opvang Noord Holland,”t Kleine Weeshuis

Onrust

Met drie katten die op dieet zijn wegens overgewicht en één kat die 6 keer per dag eten krijgt omdat zijn stofwisseling te snel werkt, is de sfeer hier in huis wat verstoord. En hebben we een paar keer per dag dit:

Smoes eet daarom inmiddels op een verhoging terwijl 3 katten boos en verontwaardigd toekijken. Soms blijft het niet bij kijken. Vooral Gerrie heeft er een handje van naast Smoes te springen, een felle mep uit te delen en het eten over te nemen.

Meestal gebeurt dat als ik even met mijn ogen knipper, me omdraai of naar het toilet ga of op de één of andere manier niet alert ben (wat bij mij helaas nogal eens voorkomt). Ik ben dus een groot deel van mijn tijd bezig met corrigeren, verontwaardigde katers bestraffend toe te spreken en Smoes gerust te stellen dat het eten toch echt voor hem bedoeld is. Het is hier net een kleuterklas.

Het doel van alles is dat Smoes aankomt en dat de rest afvalt of op zijn minst niet aankomt. Dat is een dagelijks gevecht. Want ik vul bakjes met brokjes en dan eten ze allemaal één hap en lopen weg – behalve Smoes die gestaag door eet- en gaan dan boos naar Smoes kijken. Als ik dan niet alert genoeg ben dan mis het ik het moment dat een van de drie zieligerds die door mij uitgehongerd worden maar hun droge brokken niet blieven, terugkeert naar de etensbakken en die allemaal in één seconde leeg vreet.

Dat doen ze allemaal op hun tijd. Dus vreten ze continu uit de verkeerde bak en is het niet goed mogelijk om in te schatten hoeveel ze binnenkrijgen. Tot het moment van de waarheid als ik ze wekelijks weeg en ontdek dat ze allemaal weer zijn aangekomen. Wat niet de bedoeling is. Moos is inmiddels zo zwaar dat je een hernia krijgt als je hem probeert op te tillen. Gevalletje zwaar obese noemen we dat. En Dibbes en Gerrie hebben ook overgewicht maar lopen nog eens extra risico door hun hartruis en moeten echt afvallen.

Ik ben zelf schuldig aan deze toestand want een watje en voel me schuldig als ik Smoes extra eten geef, terwijl de rest toekijkt. Er hangen overduidelijk wolken boven hun hoofd met teksten als ‘sterf mens, hier ga je voor boeten‘. Dus geef ik ze soms een snoepje als Smoes zijn volle bak met lekkers naar binnen werkt. Dát maakt de bui alleen nog maar erger. Je ziet ze denken ‘Echt? Een snoepje? Terwijl hij daar een copieuze maaltijd naar binnen werkt? Voor de 6e keer vandaag? Wat vind je zelf van je gedrag?

Een en ander wordt nog gecompliceerd door buurkatten Eddie, Tommie en Caspar die regelmatig naar binnen lopen om eten te stelen.

Een paar dagen geleden herpakte ik mezelf en ging ik weer over op de tactiek van de afgedekte bakjes. Elke kat heeft zijn eigen bak. Weglopen en niet eten betekent dat de bak afgedekt wordt. Weer willen eten betekent dat ze mij eerst – liefst vriendelijk – vragen of ze weer verder mogen eten.

Dus is dat mijn nieuwe hobby. Eten geven, afdekken, weglopen, achtervolgt worden door een boze kat die zich bedacht heeft, weer teruglopen, deksel van het bakje halen, me even omdraaien, erachter komen dat toch weer de verkeerde kat de bak staat leeg te vreten.

En Smoes? Maandag is het uur van de waarheid. Dan wordt zijn bloed weer onderzocht. De hoop is dat de schildklierwaarden na 3 weken medicatie stabiel zijn en dat hij geopereerd kan worden. Wat ik betwijfel want hij heeft nog steeds heel veel honger. Hij lijkt wel iets sneller verzadigd, is ook wat aangekomen maar ik merk dat hij nog niet goed in zijn vel zit.

We hopen maandag ook nog wat meer informatie te krijgen over de operatie want er zijn wat vragen en twijfels. Inmiddels weet ik wel dat een schildklieroperatie bij katten niet te vergelijken is met die bij mensen, die moeten de rest van hun leven pillen slikken omdat de hele schildklier wordt verwijderd. Onze motivatie om het te doen is vooral omdat het prettig is als de kat erna gewoon verder gaat met zijn leven en niet meer alle dagen pillen hoeft.

afbeelding gevonden op catcyclopedie

Bij katten wordt – in tegenstelling tot een schildklieroperatie bij mensen – maar één kant van de schildklier verwijderd, het verdikte deel. De bedoeling is dat de andere kant van de schildklier de hormoonproductie overneemt. Iets wat een maand na de operatie wordt gecontroleerd. Soms komt het voor dat dit niet gebeurt, dan moet de kat alsnog aan de medicatie. En soms gebeurt het dat ver na de operatie het andere deel van de schildklier ook voor problemen zorgt. Waarna de kat toch weer aan de pillen moet.  Van wat ik heb begrepen.

Liever geen pillen dan wel pillen. Voor de kat en voor ons. Want het geeft gewoon meer vrijheid als het niet hoeft. Bijvoorbeeld als we op vakantie zijn. Voor een kattenoppas is het niet fijn om een kat die niet eigen is pillen toe te dienen. Je moet maar afwachten of dat lukt.

Voor ons zijn er nu nog veel onzekerheden. Of de waarden stabiel zijn. Of hij nog voor onze vakantie geopereerd kan worden. Zo niet, of de oppas de pillen kan toedienen. Ik heb wel een vriendin bereid gevonden het te doen. Haar laten zien hoe ik het doe bij Smoes. En haar verzekerd dat we onmiddellijk terugkomen als het niet lukt. Maar even afwachten of ik überhaupt wel wil gaan. Zoals hij nu is wil ik dat niet. Omdat de vakantie al betaald is, gaan de mannen dan zonder mij. Niet leuk. Want ik heb dit jaar een vakantiehuis met privézwembad gehuurd en verheug me al een jaar op daarin dobberen in de zon. Maar Smoes gaat voor.

Duimen maar!

Vetmesten

hand in poot liggen met het voedseluitgiftepunt

Hoi,
Smoes hier.
Ik maak zó veel mee,
ik dacht dat moet ik effe vertellen..

Ik heb altijd honger.
Altijd.
Last van vraatzucht.
Zo lang ik me kan herinneren.
En ondanks dat ik
elk jaar naar tante dokter ga
voor controle en bewonderende uitroepen,
hebben ze nu ontdekt
dat mijn schildklier te hard werkt.

Echt gaaf is dat.
Want nu krijg ik 6 keer per dag eten.
6 keer per dag!
Ik bedoel maar.
Is dat geweldig
of is dat geweldig.

Nog fijner is
dat de rest stikt van jaloezie.
Dus eet ik op een verhoging
en word vetgemest.
Terwijl de anderen toekijken.
😉

Iets minder vind ik dat pilletje.
Twee keer per dag.
Maar omdat ik alles doorslik
wat in mijn mond komt,
slik ik dat pilletje ook door.
Ik ben niet zo moeilijk.
Ook al dacht het mens altijd van wel.

Om de dag pakt ze me vast.
En dan weegt ze mij.
Eerst zei ze dingen als
‘Oh nee, weer afgevallen!’
Maar sinds een paar dagen
roept ze hard
‘Goed zo’
en
‘Ga zo door!’

Ik doe iets heel erg goed.
Dat verbaast me niet.
Want eten is mijn hobby.
Ik ben een zeer getalenteerde eter.

Alleen de laatste tijd
ben ik halverwege de bak met eten klaar.
Ik snap er niets van!
Ik prop er dan toch nog wat in.
Maar nee, er kan echt niets meer bij.
Ik zit gewoon vol. Bom vol!
Dat is nieuw voor mij.

Ik weet het zeker.
Een volle buik.
Veel aandacht.
6 keer per dag eten.
Dit is de hemel.

Altijd honger

Waarschuwing vooraf: kattenspam. Al weer? Ja!

Smoes heeft altijd honger. Dat zit zo. Als kitten heeft hij een tijd te weinig eten gekregen. Dat was voor hem heftig genoeg om  daar een levenslange honger aan over te houden. Hij wil altijd eten, altijd. Het is een hyper kat, vol levenslust ondanks zijn inmiddels senior leeftijd van 12 jaar en prachtig op gewicht. Waar de drie andere katten worstelen met overgewicht, is Smoes altijd de slankste van de klas.

Omdat die andere drie op dieet zijn, worden ze regelmatig gewogen. En dan weeg ik Smoes ook meteen mee. Hij is in vrij korte tijd 500 gram afgevallen en er zat al niet veel vet aan die botten. Ondanks dat hij veel eten krijgt en vaak nog tussendoortjes of zelfs een complete maaltijd van mij krijgt, valt hij af.

Afgelopen week viel me op dat hij minder spierkracht heeft dan voorheen. Hij wilde op bed springen en dat lukte niet goed. Hij trok zich uiteindelijk heel moeizaam aan zijn voorpoten op. Toevalstreffer dacht ik eerst, maar een dag later zag ik dit weer. Ook bleek hij aan de diarree te zijn.

Ik telde één en één bij elkaar op en bedacht dat hij hoogstwaarschijnlijk last van zijn schildklier heeft. Ik heb eerder een kat gehad met deze aandoening en herken de symptomen. Veel oudere katten vanaf een jaar of 12 krijgen dit.

Op naar tante dokter dus. Zij voelde de schildklier meteen al zitten met een flinke verdikking. Ook bleek zijn spiermassa in voor- en achterpoten inderdaad aangetast en zijn hartslag te snel en te heftig. Samen met de uitslag van een bloedonderzoek en mijn verhaal over diarree en eetgedrag was het snel duidelijk. Hij heeft een te snel werkende schildklier en dus een stofwisseling die veel te snel gaat. Met razende honger tot gevolg. Het arme beest.

Er zijn wat opties:

  • Radiotherapie: een injectie met radioactief jodium dat de te actieve schildklierhormonen doodt. Dit is duur ( €1250) en er kleven buiten de prijs ook wel nadelen aan. Namelijk dat het niet altijd aanslaat en dan moet de kat nóg een keer à €1250.  Je kat is wel ook radioactief na de behandeling en moet een tijd opgenomen blijven bij de kliniek. En na thuiskomst moet hij weken binnen blijven, zo min mogelijk worden aangehaald. Ook heeft het gevolgen voor de kattenbak, die moet meteen worden verschoond nadat hij erop is geweest en de korrels moeten 4 weken in een aparte ruimte worden bewaard voordat ze mogen worden meegegeven met huisvuil. Een No Go wat mij betreft. Ik zie me al met 30 vuilniszakken met allemaal data erop genoteerd, een complete administratie bijhouden van wanneer welke poep veilig mag worden weggedaan. En het arme beest al die tijd niet knuffelen! De dierenarts raadde dit niet aan.
  • Pillen. 2 keer daags pillen geven de rest van zijn leven. Ook dit heeft een nadeel, namelijk twee keer per dag een grote worstelpartij.  Ook kunnen de pillen flinke bijwerkingen geven en op den duur heel belastend voor het lichaam worden. Als hij al veel ouder was, zouden pillen wel een goede optie zijn. Maar zoals de dierenarts aangaf, Smoes is nu net 12, kan met gemak misschien nog wel 6 jaar mee. Dat is erg lang pillen slikken.
  • Jodiumvrije voeding: geen optie voor ons. Met vier katten in huis gaat dat niet.
  • De vierde optie is een operatie. De schildklier wordt dan verwijderd. Indien nodig links en rechts. Ook hier kleven nadelen aan: de bijschildklieren kunnen worden aangetast tijdens de operatie en dat leidt tot ‘levensbedreigend calciumtekort’ (bron: mcvoordieren). Het weg gesneden schildklierweefsel kan bovendien terugkomen. Het voordeel hiervan is wel dat indien succesvol er geen medicatie meer nodig is.

Veel om te overdenken dus. We hebben nu afgesproken dat Smoes eerst een maand op medicatie wordt gezet om hem te stabiliseren. Dan wordt er weer een test gedaan om te kijken of de pillen zijn aangeslagen en zijn waarden normaliseren. Daarna zou hij dan een operatie ondergaan. De operatie is ook pittig aan de prijs maar dat is levenslang pillen slikken ook. Dan ben je uiteindelijk nóg duurder uit leerde een snelle rekensom (uitgaand van nog 6 jaren). Het voordeel van pillen zou wel zijn dat de kosten worden gespreid.

Wat me wel verbaast is dat we bij ons vorige kat al deze opties niet kregen. Nu is dit ook al jaren geleden dus wellicht waren er toen minder opties. Poes Dorrit kreeg toen gewoon pillen en klaar. Nooit meer iets getest. Ze werd wel tonnetje rond maar ook heel oud. Ze was al een jaar of 18 toen ze aan de medicatie ging en overleed op haar 20e.

Ik zal Smoes in ieder geval niet meer uitschelden voor vreetzak. En tot die pillen aanslaan krijgt hij zo veel en zo vaak eten als hij wil.

Oud zeer en drama’s die nergens over gaan

Hoewel het niet vaak voorkomt hier, zaten wij vorige week helemaal klaar om te bbq-en. Ik ben er niet dol op, vind het veel gedoe voor niet heel bijzonder eten – ik gooi net zo lief mijn eten in een grillpan – maar M. en S. zijn er dol op. Bovendien was M. jarig op een stralend zonnige dag, dus staken we de bbq in de fik.

Nét toen we zover waren om de eerste lading vlees dan wel groentespiesjes op het bord te deponeren, kregen we vanuit een buurtuin het dringende verzoek de katten naar binnen te doen. Er was gespoten door een onkruidverdelger en na het spuiten bleek dat het gespoten goedje ‘hoogstwaarschijnlijk niet goed was voor katten, er is nog nooit iets gebeurd, maar toch’. Zei de verdelger dus na het spuiten.

Lekker dan! Ik kan hier nu een heel boos verhaal houden over gif en dat we beter vooraf hadden kunnen worden gewaarschuwd maar dat doe ik niet, daar gaat dit stuk niet over.

Katten meteen naar binnen dus. Dat gaat hier niet zo makkelijk. Als je namelijk katten iets wil laten doen, gebeurt er meestal het tegenovergestelde. Toch hadden we na vijf minuten drie van de vier katten naar binnen gedreven. Waarbij Gerrie wel meteen weer door het afgesloten kattenluik naar buiten probeerde te breken. Dus dwong ik de man het luik er snel uit te halen en een houten plank voor het gat te timmeren. Terwijl het eten op de bbq lag te verpieteren. En de sfeer er niet beter op werd.

Drie van de vier dus. Dibbes ontbrak. Dibbes kent drie standen:

  1. ik ben relaxt, hang de clown uit en voel me heel blij met alles en iedereen
  2. ik slaap, laat me met rust
  3. dit klopt niet, ik vertrouw dit niet, NOOD, Groot Alarm!

Dibbes schoot van mijmeren onder een struik in één klap in standje drie, dat van groot alarm. Hij stoof de tuin uit en was weg.

Dit maken we helaas een paar keer per jaar mee. Hij schrikt heel erg van iets en gaat ervan door. Het duurt dan meestal uren voor hij weer naar binnen durft te komen door het kattenluik. Bij voorkeur als wij ons niet laten zien. Maar dát ging nu niet want dat luik was afgesloten.

Bovendien weet ik uit ervaring dat hij zich meestal verstopt op een plek vlak in de buurt, bijvoorbeeld de tuin van de buren. Waar net gif was gespoten.

Die bbq was dus geen succes. Ik kreeg geen hap meer door mijn strot. De man wel maar die ergerde zich aan mijn hysterische gedrag. En terecht want net als Dibbes ken ik ook maar drie standen:

  1. ik ben moe maar redelijk relaxt
  2. ik ben moe en lig in bed
  3. ik ben moe, zwaar overprikkeld en kleine gebeurtenissen doen in mijn brein een Groot Alarm afgaan.

U ziet, veel overeenkomsten met exzwerver Dibbes. Gaat het niet goed met Dibbes, dan gaat het zeker ook niet goed met mij.

Na een tijdje had ik hem gespot in de voortuin onder en struik waar hij heel stil zat te doen of hij daar niet zat. Dat lukte goed, ik zag hem eerst niet tot het me opviel dat achter een beste dunne struik een heel dikke witte kont heftig zijn bestaansrecht ontkende.

Toen ik hem riep stoof hij ervan door, jammerend de straat op, naar de overkant, een steeg in.

Dibbes lijkt na 5 jaar huisleven heel wat. Hij lijkt gelukkig en zo veel meer zelfvertrouwen te hebben. Maar er hoeft maar iets te gebeuren en dat hele dunne laagje vertrouwen verdwijnt. Oud zeer komt naar boven drijven. Wat overblijft is een hele angstige achterdochtige kat die niemand vertrouwt. In tegenstelling tot Gerrie. Die heeft dezelfde achtergrond en is ook nog snel onzeker. Maar als er iets engs is, rent Gerrie juist naar mij toe. Ik ben zijn duidelijk zijn mammie die hem moet redden.

Afijn, terug naar de steeg. Daar zag ik hem niet meer. Ik weer naar binnen. Na een uur toch weer gekeken. En jawel daar zat hij weer in de voortuin, onder dezelfde struik. Omdat roepen dus niet werkte ging ik op de stoep zitten en negeerde ik hem. Na een minuut of wat ging ik heel zacht praten. En praten. Ik zei al die dingetjes die mensen tegen hun huisdier zeggen als er niemand in de buurt is omdat het té gênant is. Zoals ‘ben jij dan mijn kleine lekkere schetepoeperdje, mijn Dibbesbeertje, mijn mooi Dibbesman‘.

Dit had effect. Wie kan dit weerstaan? Dibbes niet. Na een half uur lieve praat kwam hij heel voorzichtig overeind. Gapen. Ik kreeg een knipoog. En op de opmerking ‘kom maar jochie‘ volgde een jammerkreet. En nog één. Hij miauwde zijn ellende mijn kant uit. En toen hij begreep dat ik begreep hoe erg het allemaal was, stapte hij onder de struik vandaan.

Daarna was het goed. Er werd een buik aangeboden. Ik bood mijn oprechte excuses aan voor het feit dat hij zo vanuit het niets overstuur was geworden. Die werden gretig in ontvangst genomen, waarna hij aangaf naar binnen te willen. Parmantig liep hij over de bij wijze van spreken rode loper naar binnen terwijl ik, zijn nederige en inmiddels zwaar overspannen dienaar, zó diep boog dat mijn neus zowat de grond raakte.

Dat was echt een drama om niets. Maar wel eentje die er inhakte, bij mens en dier.

 

Eindelijk

Waar ik ook kom, daar heb ik binnen de kortste keren contact met katten. Stuur mij op vakantie en ik word vriendjes met de plaatselijke zwerfkatten. Laat mij los op straat en ik struikel over katten die aandacht willen.

Katten vinden mij snel leuk. Ze zoeken toenadering. In kattentermen word ik door veel katten geschikt bevonden voor ‘de dienst’. Iets in mij maakt dat ik jaar in jaar uit goed scoor tijdens de beoordelingsgesprekken, al blijven er natuurlijk altijd aandachtspunten.

Van onze eigen kattentroep scoren Dibbes en Gerrie denk ik het hoogst op de schaal van mogelijkheden om van een mens, en dan specifiek van mij, te houden. Dat heeft denk ik vooral met bezitsdrang te maken. Met hun achtergrond – een zwervend bestaan vol ellende en honger – promoveerde ik vrij snel van ‘eng maar wel oké’ naar ‘dit mens is van mij’ . In de praktijk vertaalt dit zich in onhebbelijk gedrag naar anderen toe. Loopt Gerrie op mij af, dan gooit Dibbes zich snel tegen mij aan. Van mij!

Echte liefde dus. Of wat daar bij een kat voor door gaat. Behalve Moos. Moos en ik hebben een ietwat getroebleerde relatie. Hoe dat komt? Geen flauw idee. Ook hij komt van de straat. In 2006 kwam hij als klein katertje van hooguit vier maanden aanlopen met een forse navelbreuk. Hij bleef. Zo gaat dat hier.

druk aan het werk als plantenpletter

Ik werd op zijn hoogst getolereerd. Maar Moos en ik begrepen elkaar niet. Ik ben best geduldig. Maar jaar in jaar uit liep Moos regelmatig beledigd weg als ik hem aanhaalde. Ik mocht hem eten geven. Op zijn tijd en alleen als hij in een héél goed humeur was, aaien. Maar daar hield het ook op.

‘Mama, je moet zo kriebelen bij Moos’. S. heeft het me wel 1000 x voor gedaan. Want Moos vertoonde zijn mood swings vooral bij mij. Op S. en M. is hij altijd al dol geweest.

Moos gaf mij altijd het idee dat ik het verkeerd deed. De kriebel op de verkeerde manier, op het verkeerde moment, te hard, te zacht, met te weinig respect. Best frustrerend voor iemand die zich een echte kattenmoeder voelt.

Maar ouder worden doet ook milder worden. Moos heeft zijn eisen bijgesteld en mij in dienst genomen. Ik ben eindelijk goed bevonden om tegenaan te liggen. Hij biedt zijn buik regelmatig aan mij aan. Hij loopt niet meer beledigd weg als ik hem benader. Hij geeft mij kopjes en aandacht. Moos heeft ontdekt dat ik eigenlijk best wel oké ben. Na 12 jaar.

Tactieken om je kat te bedotten en hem alles te laten eten

Mooie titel hè. Die kwam laatst voorbij toen ik op internet zat. Natuurlijk las ik het bijbehorende stuk. Dat ging over iets heel herkenbaars: je kat blieft ineens het dure kwaliteitsvoer niet meer en gaat over op een hongerstaking. Gekwetste blikken als je het etensbakje telkens opnieuw voor zijn neus zet en vervolgens mag je tegen die parmantige kont aankijken met zwiepende staart als hij weg loopt, diep beledigd.

De oplossing volgens de schrijver van dat stuk: leg wat lekkere snoepjes in het bakje bovenop het voer. Je lieveling eet het dan zo op. Yeah right, as if! De schrijver van dit stuk heeft of geen kat óf een kat die wat chromosomen mist en denkt dat hij een hond is, maar een echte kat trapt hier niet in.

Mijn katten:

  • eten dan precies die 5 lekkere snoepjes die ik in de bak op het voer heb gelegd en lopen daarna boos weg
  • eten zorgvuldig om het stukje vlooienpil/wormenpil heen wat ik in een stuk worst/kaas heb verstopt
  • eisen dat de bak met droge brokken bijgevuld wordt ook al is de bak in mijn wereld vol. In hun wereld is een volle bak minus 3 gegeten brokjes leeg. Urgent! Leeg! Hongersnood!

Je kunt katten niet goed manipuleren of in de maling nemen, dat doen ze met jou. Ze hebben allemaal hun eigen tactieken en manieren of te voorkomen dat je iets doet wat hun niet zint. Zo probeerden M. en ik laatst Gerrie een wormenpil toe te dienen. Toen Gerrie hier net was, was hij heel bedeesd en dingen als een pil toedienen lukte best goed. Hij was dan gewoon verstijfd van angst en durfde niet echt tegen te stribbelen. Tegenwoordig heeft hij wat zelfvertrouwen en laat hij niet alles meer met zich doen. Voorbij is die tijd.

Dus het plan werd vooraf besproken, inclusief taakverdeling en tijdspanne als was het een militaire operatie. Gerrie heeft namelijk een tactiek van vervelende dingen ontwijken die ik nog bij geen enkele kat heb meegemaakt en die bijzonder effectief is: als je hem pakt, springt hij met vier poten tegelijk de lucht in. Dat is nog eens een Houdini-achtige methode om ongewenste dingen te voorkomen.

Maar goed, na een potje vrij worstelen hadden we hem in de houdgreep. Pil erin, meteen water in zijn bek spuiten, mond dicht klappen en over de keel wrijven. Zo blijven staan. Nog even over die keel wrijven. Hem zichtbaar zien slikken. Man aanmoedigen iets lekker voor Gerrie te pakken want dat heeft hij verdiend. Gerrie loslaten. Gerrie spuugt de pil weer uit. En dat nog drie keer tot het zweet in je bilnaad staat.

Uiteindelijk de pil of wat daarvan over was, gemengd met nat voer en door het eten gemengd dat door kat Smoes naar binnen werd gewerkt toen ik even niet oplette. Smoes, die als ik een pil door zijn eten meng hard wegrent, alsof er een verschrikkelijke noodtoestand is uitgebroken.

Er bestaan helemaal geen tactieken om je kat te bedotten. Er bestaan wel tactieken van katten om hun mens te bedotten.

Niet

Vandaag kan ik niet.
Wil ik wel.
Maar lukt t niet.
Niets lukt.

Vandaag ben ik niet
wat ik eigenlijk ben.
Wat ik wil zijn.
Vandaag ben ik
een futloos
energieloos
mens
met pijn

Maar ik dien wel
als onderlegger voor de kat.

En dát telt ook mee.
Vind ik dan toch.

Sociaal vaardig

Onze Gerrie is een beetje een kneusje. De combinatie van een ingetogen karakter met jarenlange slechte ervaringen maken hem wat kwetsbaar. Hij had een slechte start in het leven en zwierf jaren op straat. Omdat zijn angsten groter waren dan zijn vertrouwen, lukte het hem niet om kansen die hij kreeg, te grijpen. Onze buren van een paar huizen verderop wilden hem heel graag adopteren, maar het lukte niet om een band met hem op te bouwen. Hij sloop in de nacht het huis in via het kattenluik en sliep daar op de bank, dat zagen ze aan de witte haren die achterbleven. Hij at het aangeboden voer maar verder ging het niet. Laat staan dat hij zich liet verzorgen.

Bij ons lukte het wel. Om een paar redenen denk ik.

  • Wij zijn heel rustig en krijgen niet vaak bezoek. Er zijn weinig harde geluiden in dit huis. We bewegen ons langzaam met bange katten in de buurt. Het voelt denk ik daarom wat sneller veilig.
  • Onze katten Moos en Smoes zijn heel sociaal en stellen zich behoorlijk relaxt op ten aanzien van kwetsbare kneusjes. Ze behandelen deze zoals veel oudere katten kittens behandelen: het is klein, dom en irritant maar vooruit, ook onwetend, dus laat maar gaan. Zo veel mogelijk negeren en als het echt niet anders kan mag hij achter me aan lopen. Af en toe een corrigerende tik doet wonderen.’
  • Ex-zwerfkat Dibbes is ook door ons geadopteerd. Hoewel ze op straat elkaars concurrenten waren wat voedsel betreft, trokken ze toch tegen wil en dank regelmatig met elkaar op. Ze waren allebei verzwakt en extreem angstig. Ik denk dat Gerrie het feit dat Dibbes hier woonde, interpreteerde als een goed teken. Zo van ‘als hij het durft, durf ik het ook!

Toch gaf het best veel voeten in de aarde om Gerrie te socialiseren. Dibbes was bang en getraumatiseerd maar wel menselijke aanraking gewend, gezien zijn reacties. En Dibbes heeft een heel uitbundig karakter. Gerrie niet. Kende geen aanrakingen, was getraumatiseerd en snapte niets van de sociale interactie tussen mens en dier. En is heel introvert.

 Het was in het begin ook zeker moeilijk om hem te ‘lezen’. Ik kan wel goed een kat aflezen door zijn lichaamstaal maar Gerrie beschikte helemaal niet over verschillende tekens. Hij snapte er niets van en wist niet dat je als kat verschillende signalen kunt uitzenden om te waarschuwen dat iets te veel is, eng is of juist prettig. Voor hem dus geen gezwiep met de staart als het eng of te veel werd. Gewoon meteen grijpen dat mens! Na een paar maanden werd dat iets beter. En kon ik heel langzaam het contact en aanrakingen uitbreiden.

Ook signalen als knipogen geven, begreep hij niet. Katten zenden naar elkaar en mensen signalen dat alles oké is door te knipogen. ‘Alles goed hier, ik doe geen kwaad’, betekent datIn plaats daarvan bleef hij mij of de katten aanstaren, minutenlang, zonder te knipperen. Wat juist dreiging en agressie betekent. Iets wat hij niet bewust durfde uit te zenden want daar is hij echt te schijterig voor.  Maar na weken als een idioot met mijn ogen te knipogen, kreeg ik ineens een knipoog terug. Zag ik het goed, ben ik in de war? Krijg nou wat, daar komt weer een knipoog!

Zo heel langzaam, leert hij nu meer signalen kennen en durft hij ook meer interactie aan te gaan. Hij speelt met een propje, of met mijn vingers. Een speelhengel is nog te eng. Hij rent soms achter de andere katten aan en daagt ze soms uit. Al gaat het allemaal nog wat onhandig. Hij is vaak te abrupt in zijn benadering en vooral Moos kan zich dodelijk beledigd voelen of in zijn privacy aangetast. Maar vooruit, dat is ook wel een ‘Moosdingetje’.

Miauwen, nog zo iets. Deed hij niet. Nu zo vaak mogelijk. Gillen!En dan ook echt zo hard dat je denkt ‘ho maar weer, iets minder mag ook‘. Rollen, buik aanbieden, spinnen. Het komt nu allemaal op gang bij hem.

Het bij elkaar liggen op bed gaat ook steeds makkelijker maar ook daar doet hij soms onhandig. Eergisteren lagen er drie katten op bed en hij sprong er tussen. Heel behoedzaam schoof hij langs Dibbes en Moos want een mogelijke dreiging komt van die twee. Althans, zo voelt hij dat. Smoes is blijkbaar veilig en hoeft niet zo in de gaten gehouden te worden. Dus Gerrie draait en draait en parkeert in op een mooie plek. Houdt Dibbes en Moos zo in de gaten dat hij helemaal geen oog heeft voor Smoes. Hij gaat boven op Smoes liggen en het laatste wat ik zie zijn de paniekogen van Smoes. Wat ie nou doet, zie je dat! Dit gebeurt toch niet? Ja echt, ik verdwijn onder Gerrie! Nou ligt ie bovenop mij. Mam, doe wat!

Gerrie gaat liggen en valt meteen in slaap en Smoes ligt verstijfd onder Gerrie. En staat dan toch maar op, best voorzichtig. Waarop Gerrie zich het apelazarus schrikt en weg rent. Echt sociaal vaardig is hij nog niet. Maar hij komt er wel, ooit, binnen de mogelijkheden die hij heeft, zeggen we dan 😉 .

Knap gedaan Dibbes!

Miauw miauw!
Dibbes rent de trap af.
Luid gillend.
Miauw!
Hij rent naar mij toe.
Miauw!
Er is iets!
Dit is een noodkreet!
Hij staat voor mij.
Kijkt me heel dwingend aan.
Gilt nog maar eens.

Wat is er dan Dibbes?
Moet ik met je meekomen?
Ja, dat is de bedoeling!
Hij rent de trap op.
Kijkt achterom.
Waar blijf je nou?
Miauw!

Boven gekomen
zie ik het al.
Daar staat Kasper.
De buurkat.
Die hoort hier niet.
Miauw!
Dibbes herhaalt zijn boodschap.

Sorry Kasper.
Je moet weg!
Nu miauwt Kasper.
Heel zielig
Hij wil niet weg.
Maar hij moet.
Dag Kasper!

Dibbes geeft mij een kopje.
Blijft uit beleefdheid
nog even bij me staan.
Maar dan gaat hij over
op andere zaken.
Belangrijker zaken.
Nu de indringers weg zijn,
en het huis is verdedigd,
is het tijd voor de middagdut.

Goed gedaan Dibbes.
Knap dat je zo goed
kunt waarschuwen.
Je bent een echte held!