Zieke Dibbes

Gisteren toen ik de katten eten wilde geven, kwam de hele troep aanstormen behalve Dibbes. Dat is niet normaal aangezien eten zijn hobby is. Ik vond hem boven op ons bed waar hij een nogal versufte indruk maakte. Na enig aandringen sjokte hij toch maar met mij mee naar beneden maar het ging niet van harte. Hij rook wat aan zijn eten en sjokte toen weer weg. Hij ging naar buiten, deed een zeer typerend Dibbes-ommetje     – uit en thuis in 5 minuten- en ging weer naar boven.

Een aantal malen ging ik bij hem kijken. Zijn ogen stonden wat raar, hij haalde sneller adem dan normaal en hij bleef versuft. Hij reageerde niet echt op knuffels en er kon geen knor van af. Met de man geregeld dat hij eventueel zijn vrije dag of zijn thuiswerkdag zou omdraaien, zodat we vandaag met Dibbes naar de dierenarts konden gaan.

Ben ik blij dat ik al maanden met hem train om in de mand te stappen. Al is de training nog echt niet klaar. Het onderdeel in de auto stappen en wennen aan rijden terwijl hij in de mand zit moet nog geoefend worden. Maar als hij ziek is, dan gaat dat voor. Met wel het risico dat ik na een dierenartsbezoek hem met geen mogelijkheid meer in de mand krijg. Maar ja, dat risico loop je eigenlijk altijd wel met een kat met zijn verleden.

Afijn, een slapeloze nacht volgde. Dibbes lag tegen mijn buik maar hij was niet ontspannen. Ik ook niet. Ik lag uren wakker. Ik slaap altijd al erg moeilijk en kan gewoon weinig hebben. Bovendien deden de andere katten beneden verwoede uitbraakpogingen want we hadden het kattenluik voor de zekerheid maar afgesloten.

Om 4 uur vertrok Dibbes naar beneden en ik viel in slaap. Om 6 uur werd ik wakker gemaakt met kusjes en kopjes en een ronkende kat die overduidelijk beter in zijn vel zat. Eten dan maar? Ja eten! Dat werkte hij met een enorm tempo naar binnen en vrat en passant ook de bakken van de anderen leeg. Er is gegeten, gedronken, even gespeeld, hij is drie keer naar buiten gegaan en hij zit nu in de vensterbank te miauwen naar een merel die besjes uit onze struiken eet. Het gaat weer beter met Dibbes.

Evengoed is het verstandig om het in de gaten te houden. Ik mag hem wel aanraken en optillen maar dat gaat niet van harte. Maar voor nu is er geen urgentie, ik moet wel even in de gaten houden of hij wel poept. De man heeft evengoed maar wel een vrije dag genomen want die deed ook geen oog dicht, door mijn gewoel en de herrie bij het kattenluik.

Ik ga liever te snel dan te laat naar de dierenarts. Een paar jaar geleden kreeg ik een bepaald ‘gevoel’ bij Smoes omdat hij me ‘zo’ aankeek. Hij at wel gewoon en was levendig maar het voelde niet goed. Bij de dierenarts aangekomen bleek na het maken van een röntgenfoto dat er een stuk plastic in zijn darmen zat wat operatief moest worden verwijderd. Het plastic zorgde ervoor dat hij niet kon poepen, levensgevaarlijk dus.

Het is zaak een balans te vinden tussen wat mijn gevoel en mijn snel geagiteerde brein vertelt en een nuchter oordeel aan de hand van een lijstje (gedrag, eten, poepen, drinken, ademhaling). Complicerende factor daarbij is dat Dibbes gespecialiseerd is in zielig kijken. Dat helpt ook niet echt mee. Maar oefening baart kunst, zowel bij hem als bij mij. 😉

Geluk (volgens een ex-zwerver)

(disclaimer vooraf: slijmerige kattenspam niet te pruimen voor kattenhaters)

Geluk is in je eigen kistje zitten
op je eigen vensterbank
in je eigen huis
kijkend naar de straat
waar je vroeger zwierf

 

Geluk is personeel in dienst hebben
dat je precies op dát plekje kriebelt
waar het lekker voelt

 

Geluk is mogen zitten aan tafel
en serieus denken
dat je een gegadigde bent
voor lekkere hapjes
op dat moment

Geluk is in de armen
van de vrouw liggen
en naar haar kunnen kijken,
wetend dat ze altijd verliefd terugkijkt

Geluk is over je eigen angsten heen stappen
en ontdekken dat die reismand
helemaal niet zo eng is

 

Geluk is vier poten in de lucht,
een open kwetsbare buik
en geen angst
dat je gegrepen wordt,
want je bent veilig

 

Geluk is Dibbes en Dibbes is een bonk geluk

 

Chef kopstoot

Hoi,
Ik ben het,
Gerrie.
Ik wil graag
iets vertellen
over mezelf.

Vroeger was ik
een zwerfkat.
Dat weten jullie wel.
Nu niet meer.
Ik woon nu
bij mijn mensen,
samen met
drie andere katten.

In dit huis
heeft iedereen
een eigen taak.
De vrouw bijvoorbeeld
is het voedseluitgiftepunt
en dient als
kussen/ondergrond,
schuilplek en verzamelplaats.

Mijn broer Dibbes
is de clown.
Smoes doet alsof hij een hond is
en kauwt op pennen en vingers
(of een mobiele telefoon).
Moos speelt de baas.
Doet alsof hij de Chef is.

Maar ik heb ook een taak.
Ik ben óók een chef.
Ik ben  Chef Kopstoot.
Ja, je leest het goed.
Dát word je niet zomaar.

Ik heb er veel aanleg voor.
Eerst maak ik
lokkende geluidjes.
Prrr prrr.
Dan weet de vrouw
dat het tijd is.
Dan komt ze
bij mij zitten.
Ik neem een aanloop
en gooi me
tegen haar aan.
Mijn kop
tegen haar hoofd.
En dat minuten lang.
Teruglopen en een kopstoot.
En weer een,
en wéér een.

Soms ga ik voor variatie.
Dan kop ik
tegen haar neus aan,
of tegen haar mond.
Als ik dat goed doe,
dan peutert ze soms
haar lip los van die
ijzeren dingen
op haar tanden.
Echt gaaf.
Knap hè.

Ik weet dat ik het
héél goed doe
want dan zegt ze
dingen als
o Gerrie toch,
wat doe je dat goed,
en dat voor een kat
die geen
menselijk contact
gewend was.

Omdat het tijd
voor promotie was
mag ik
de andere mensen
in dit huis
ook kopstootjes geven.
Dat vinden ze
hartstikke leuk,
al vind ik het
nog een beetje eng.
Veel oefenen dus.
Als ik het
niet meer eng vind
ga ik harder koppen.
Zodat zij ook
AU kunnen roepen.
Dat is hard werken hoor!
Maar veel fijner
dan op straat
mijn eten bij elkaar
moeten scharrelen.

Nou dat was het weer,

Kopjes van mij,
Gerrie
Chefkopstoot@minofmeer.wordpress.com

 

 

Vooruitgang

Gisteren vierden we een jubileum: het was precies vier jaar geleden dat Dibbes officieel door ons werd geadopteerd. In die vier jaar heeft hij een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Van een angstige en getraumatiseerde zieke kat werd hij een vrolijke flapuit die intens geniet van zijn leventje. Hij vertrouwt tegenwoordig vrij makkelijk ‘nieuw volk’ en slooft zich erg uit om te laten zien hoe grappig hij is. Hij heeft meer zelfvertrouwen gekregen en wordt daarmee ook wat minder onhebbelijk en jaloers naar de andere katten toe,  al is de beste plek wel nog steeds tegen mijn buik aan in de nacht. Maar ligt daar een keer een andere kat, dan accepteert hij dat en gaat rustig wachten tot de plek vrij komt in plaats van bovenop de ander te gaan liggen met een kop van o pardon, jij ook hier, o nu sta je op, daahaag, opgeruimd staat netjes‘ (of een mep, dat gebeurde ook vaak).

Soms heeft Dibbes nog wel eens een kleine terugval. Door een geluid of een beweging kan hij ineens soms terugvallen op oud gedrag. En als hij naar de dierenarts moet. Veel lezers weten dat ik dat onderdeel al maanden aan het trainen ben. Ik vind het belangrijk hem eens per jaar te laten controleren door een dierenarts. Een kat met zijn verleden heeft gewoon snel klachten, hij heeft bijvoorbeeld een heel slecht gebit. Ook heeft hij een fikse hartruis. Dat heeft niets met zijn verleden te maken maar moet wel in de gaten gehouden worden.

Hem in de mand krijgen was in het verleden een drama en de autorit naar de dierenarts een hel. En dan overdrijf ik niet. Sinds het voorjaar ben ik hem daarom aan het trainen. Van een lieve bloglezer kreeg ik in maart een vervoersmand met het deksel aan de bovenkant en sindsdien train ik hem. Waar staan we nu na 7 maanden trainen?

Hij springt op commando in de mand en ik kan het deksel dicht doen. Daarna loop ik een rondje door de kamer met hem in de mand. Sinds een week kan ik dan ook door lopen naar de gang en de buitendeur opendoen.

Dat was het. Voor jullie misschien niet heel bijzonder maar het is toch wel een echt wonder. Het leukste is nog wel dat Dibbes er van geniet. HIj voelt dat hij iets bijzonders doet. We moedigen hem dan ook enorm aan. Hij krijgt ook lekkers voor zijn prestatie en tijdens het trainen geef ik hem bij elke stap ook een snoepje door de kieren van het deksel heen.

Er zijn nog heel veel stappen te trainen:

  • naar buiten lopen
  • in de auto gaan zitten
  • in de auto zitten en de motor starten
  • in de auto zitten en een paar meter rijden
  • in de auto zitten en een langere rit maken
  • in de auto zitten en naar de dierenarts gaan

Ik ben dus zeker nog een paar maanden bezig. Ik red het dus niet op tijd want de vaccinatieoproep is al binnen. Maar dat geeft niet, dat kan best even wachten, ik ga nu door tot Dibbes zover is. Ik ben in ieder geval heel trots op hem dat we nu al zover zijn gekomen!

 

Wangmassages en overgewicht

Sinds een jaar masseer ik dagelijks de wangen van alle vier de katten. Dit stimuleert de doorbloeding van het tandvlees en kan zo ontstekingen voorkomen. Daarnaast geef ik ze extra grote droge brokken en over het nat voer dat ze krijgen strooi ik dagelijks een tandpoeder dat goed is voor het gebit.

Dit masseren doe ik vanaf de buitenkant. Ideaal zou zijn om echt te poetsen. Ik heb ooit daarvoor een speciale vingertandenborstel aangeschaft, maar dat lukt me met geen enkele kat hier. Masseren gaat wel. Door de massage wordt ook de speekselproductie getriggerd waardoor het zelfreinigende vermogen van de mondholte wordt bevorderd. Het masseren vonden ze eerst niet leuk maar nu zijn ze er aan gewend. Ze moeten bijna allemaal niezen als ik het doe. Blijkbaar bevordert het ook een niesreflex. 😉

Toen Moos gisteren voor zijn enting naar de dierenarts moest, bleek dan ook dat zijn tandvlees keurig in orde was. Alleen, hij heeft op een plekje helaas een gaatje in een tand. Dat zag er heel pijnlijk uit. Hier merk ik niets van als ik hem eten geef, hij werkt alles naar binnen (iets te veel) maar katten hebben dan ook een hoge pijngrens. Over twee weken brengen we hem weer naar de dierenarts en dan wordt de tand onder narcose getrokken.

Op zich is dit niet vreemd voor een oudere kat. Moos is nu 11 jaar en gebitsproblemen komen helaas vaak voor bij oudere katten. Of bij katten met een verleden.  De staat van het gebit van exzwerfkatten Dibbes en Gerrie is vergelijkbaar met dat van een oude kat hoewel ze nog best jong zijn.

Buiten de tand is er ook een ander probleem. Moos is te zwaar. Het is een grote kater maar met zijn 5,93 kilo toch echt te zwaar. Een paar jaar terug was hij nog 4,9 zag ik in zijn dierenpaspoort. Hij is dus op dieet gezet. Samen met Gerrie die ook veel te zwaar is. We werken nu toe naar een gewicht van 5,3 kilo voor Moos en 5 kilo voor Gerrie.

Met vier katten is het best moeilijk in de gaten te houden wie wat eet en hoeveel. Het is hier af en toe net een kleuterklas. Ook omdat er regelmatig buurkatten hier bakken komen leegeten en de katten hier onderling ook bij voorkeur eerst de bak van een ander leeg vreten, is het moeilijk zicht te houden.

Daarnaast heb ik het afgelopen jaar Dibbes en Gerrie getraind om in de reismand te stappen en dat gebeurde met kattensoepjes. Hoe voorzichtig ik die snoeppakjes ook openmaak en hoe diep de slaap ook is, iedereen komt altijd aanstormen, ook de katten die niet getraind hoeven te worden, zoals Moos. Die dan beloond werd zonder dat hij wat dan ook trainde. Want Moos stapt altijd zonder problemen in de mand, mits je hem beleefd uitnodigt.

oude foto van toen het gewicht nog acceptabel was

Maar goed, dat moet dus veranderen. Overgewicht is nooit goed. En kan ook een risico zijn. Gerrie heeft (net als Dibbes) een hartruis wat een mogelijke indicatie is voor hartproblemen in de toekomst en dan is een goed gewicht heel belangrijk.
Dibbes was ook best lang iets te zwaar wegens een overfixatie op eten, maar inmiddels is hij wat relaxter geworden, minder met eten bezig en erg speels. Zijn gewicht is inmiddels passend bij zijn grootte.

We zijn met voeren dus over gegaan op afgepaste hoeveelheden. Het nat voer is gehalveerd voor alle katten. En de droge brokken worden gewogen. Gerrie en Moos krijgen voorlopig 50 gram per dag (in overleg met de dierenarts). Dibbes en Smoes krijgen meer en gewoon naar behoefte aangezien zij een goed gewicht hebben. Maar wat ik dus niet meer doe is een paar keer per dag de bakken vol gooien als ik zie dat ze leeg zijn.

Dus heb ik een nieuwe hobby. Brokjes uitdelen. Verbijsterde blikken negeren. Brokjes terugdoen in de juist voorraadbakje van de betreffende kat als ze niet meteen worden opgegeten omdat anders een andere kat het opvreet. 2 minuten later toch maar weer geven omdat de kat in kwestie zich heeft bedacht. Wellicht moet ik wat strenger worden. Maar ik ben een watje, dat wisten jullie al.

Ongepast en niet goed behandeld

Goedemorgen,
u allen tezamen.
Ik spreek tot u.
Na de ongepaste aandacht
op dit blog
voor ex-zwerfkatten
en zelfs een buurkat,
die zijn zegje mocht doen,
wordt het hoog tijd,
dat de leider van de troep
eens een boekje open doet.

Want het lijkt hier wel oké.
Dat is het niet.
Niet iedereen begrijpt
hoe een kat van stand
behandeld moet worden.

Eerst was ik alleen
met Smoes, de neuroot.
Dat was goed te doen.
Hij gedroeg zich
met gepaste eerbied
en was altijd in
voor een potje
broertjes knokken.

Toen kwamen die scharminkels.
Sukkels zijn het.
Snapten in het begin niets.
Totaal geen besef
van sociale interactie
of wat een goede
kattenknipoog betekent.
Aangezien ware grootsheid
bestaat uit het tolereren
van de minder bedeelden,
streek ik over mijn hart
en gaf toestemming
aan het personeel
dit straatvolk binnen te laten.

Veel tijd
en kostbare energie
ging  zitten
in het onderricht
van normen en waarden.
Een complete heropvoeding
en die energie
had ik ook
aan iets anders
kunnen besteden.
Maar deed ik dat?
Nee.

Dáár heb ik
wel eens spijt van.
Niet altijd meer
is de beste plek
op bed
voor mij.
Ik probeer
uit beleefdheid
conflicten te vermijden
maar omdat die sukkels
niet begrijpen
wat beleefdheid is,
loopt dat toch vaak
verkeerd af.

En omdat die sukkels
zich bovendien
niet in weten
te houden
met eten
zitten we nu
op een dagrantsoen.

Nu vraag ik je!
Op rantsoen!
Ik ben perfect!
Niets mis met mij!
Al zegt de vrouw
dat er iets te veel
van mij is.

Dat bestaat niet.
Meer Moos
is Altijd Goed.

Wat zal ik doen?
Wat raadt u mij aan?
Kotsen tijden het avondeten?
Iets kapot krabben?
Niet langer toestaan
dat ze me aanraken?
De buurkat in elkaar meppen?
De mogelijkheden
tot straffen
zijn legio
en dienen zorgvuldig
overwogen te worden.

Ik trek me terug,
ga me bezinnen
en laat t.z.t.
mijn beslissing weten.
Tot die tijd
lijd ik in stilte.
En doe ik een dut.
Of twee dutjes.
Iemand moet het doen.

Hoogachtend,

Moos

Bericht van Gerrie

Hoi,

Nu eens een bericht
van mij, Gerrie.
Want ik heb
ook wat te vertellen.
Dat zit zo.

Er stond al heel lang
een reismand
in de huiskamer.
En dan zei de vrouw
dingen als
stap er maar in.
Echt niet!
Wat denkt ze wel!

Dus veranderde
ze van plan.
Lokte me met brokjes
en lekkere hapjes.
Daar ben ik dol op
maar niet als ze
in de mand liggen.

Dat ging maanden door.
Heel soms
toonde ik
mijn goede wil.
Maar alleen
zonder mijn broers
in de buurt
en als het lekkers
precies
op de juiste plek lag
en ik er zin in had.

En toen
(het is te grof
voor woorden
maar ik zal proberen
te omschrijven
wat mij is aangedaan)
lag  ik een dut te doen
en probeerde zij me
in de mand te stoppen!
Dus ging ik ervandoor.
Met de rest van de troep
verstopte ik me
onder het bed.

Ze kreeg me toch
te pakken.
En zei dingen als
ach schatje,
dit moet even,
sorry,
ik blijf bij je.

(*&%(&T^(&
Wat vind je daar nu van!

En toen
(ja, het wordt nóg erger)
gingen we
met de auto
naar een enge plek
met allemaal geurtjes
en vreemde mensen.
Ik kreeg een prik!
En werd gewogen.
Er werd gepraat
over mijn hartruis.
Die schijn ik te hebben
maar ik heb er
geen last van.
Wél van een gebroken hart.
Door dit gedoe.
Dat begrijpen jullie wel.

Gelukkig
mocht ik gewoon
weer mee naar huis.
Ik liet even zien
hoe erg het is
wat mij is aangedaan
door in paniek het huis
uit te stormen,
tot wel een meter
buiten het huis,
me meteen
om te draaien
en naar binnen te staren.
Met een diep ongelukkige blik.

Toen de vrouw
me riep
rende ik jammerend
naar binnen.
Ik denk
dat ik mijn punt
wel voldoende
heb gemaakt.

Nu houden we weer
van elkaar,
de vrouw en ik.
Alleen de man
vind ik nu wat eng.
Niet dat hij me
in de mand stopte
of me iets aandeed.
Of ook maar iets
deed wat ik erg vond.
Maar toch.
Ik moet toch iemand
straffen voor dit gedrag.

Groetjes,

Gerrie

Snode plannen

Hoi,

Kennen jullie mij nog?
ik ben het, Eddie,
de new cat on the block.
Ik dacht dat een update
misschien wel leuk is
voor jullie.
Ik ben ten slotte
ontzettend grappig
en aandoenlijk.
Wie wil nou niet weten
hoe het met mij gaat!
Wel toch, niet dan?

Ik werk hard,
héél hard.
Mijn dag bestaat
uit gluren
en natuurlijk
het voorbereiden
van het gluren.
Het bestuderen
van alle gewoontes
van de troep.
Het bewerken
van de troep
door regelmatig
neusjes te geven
of ze aan te staren
met soms een knipoog
als blijk van goede wil.
Vlak naast een kat liggen
of er pal achter
werkt helaas niet.
Dus dat laat ik
nu maar achterwege.

Zorgvuldige bestudering
van patronen en routines
leverde op
dat de troep
elke ochtend gevoerd wordt.
En dat het dan een chaos is.
De troep miauwt,
geeft kopjes aan de vrouw
en aan elkaar.
Zij slaapt meestal nog half
maar gooit wel
vrijwel altijd
de keukendeur open
als het mooi weer is.
Ideaal om toe te slaan!

Dus,
ze kwam naar beneden,
gooide de deur open
en liep naar de koelkast.
In gedachten
oefende ik dit
wel 100 keer
en ik stapte
– al zeg ik het zelf –
héél vloeiend
en nonchalant
de keuken in,
stelde me op
te midden van de troep
en wachtte af.

Die sufkop
had het niet eens door!
Pas toen ze de bakjes
op de plekken neerzette
zei ze
wacht eens,
ho effe,
1
2
3
4
5
!

Ja,
ze kan tellen.
dát had ik niet verwacht .

Dus paste ik
een noodgreep toe
en ging neuzen
met Gerrie.
Die dikke
vindt dat meestal
wel oké.
Maar wat denk je
dat ze toen zei?
Ik heb jou wel door,
dit gaan we dus
niet doen!
En ook:
Je hébt al een huis!
Je hébt al baasjes!

Ik vraag je,
wat heeft dát
er nu mee te maken?
Ziet ze niet
de honger in mijn ogen,
mijn ingevallen bekkie?
Keihard is ze.
Wel in de bioscoop
een documentaire bekijken
over zielige katten
maar oog voor het leed
vlak voor haar neus,
ech nie!

Nou ja,
een tijdelijke tegenvaller.
Gelukkig ben ik
kort van memorie
en heb ik een
plaat voor mijn kop
dus een paar uur later
ging ik gewoon weer gluren
alsof er niets was gebeurd.
Dat werkt altijd goed.

Nou, dat was het weer.
groetjes!
Eddie

 

De kattenschool

Hoi,

Ik ben Eddie.
The new kid on the block.
Euh, kat.
Ik ben de nieuwe buurkat
en heel nieuwsgierig.

Dat zit zo.
Ik ben net geadopteerd
en niet veel gewend,
zeker geen katten.
Ik heb eigenlijk
geen idee
wat een normale kat doet.
Dus ging ik op zoek
naar andere katten.
Om te leren wat katten doen.
Zodat ik een beetje weet
hoe ik me moet gedragen.

Ik vond de perfecte school
met een klasje van vier.
Baas Moos,
Spring in het veld Smoes
en twee kneusjes
Dibbes en Gerrie.
Dat zijn net als ik sukkels,
dat zie je zo.

Elke ochtend meld ik me.
Ik ga zitten wachten
tot de klas naar buiten komt.
Ik heb al veel geleerd.
Neusjes geven ter begroeting.
Op gepaste afstand gaan liggen
en tóch het gevoel hebben
dat ik getolereerd word.

Soms doe ik het niet goed,
dan grijpt Meester Moos in.
Daar schrik ik wel van.
Maar ik kom elke keer weer terug.
Want ik leer heel veel.

Niet alles is leuk.
Als de klas naar binnen gaat,
moet ik buiten blijven.
Lullig hè.
Ik mag van de vrouw
niet naar binnen.
Ook al doe ik
heel erg mijn best
met zielig kijken en zo.
Maar dat werkt niet.
Snappen jullie dat nou?
Ze zegt:
vol is vol,
complet,
je hebt een eigen huis.

Die negeer ik dus.
En ik wacht mijn kansen af.
Tot die tijd,
kijk ik goed naar de klas.
Misschien willen ze wel
met me spelen.
Ik word denk ik
een echte kat.

Groetjes,
Eddie