Kat in de mand

Trouwe lezers weten dat het nogal een gedoe is om de exzwerfkatten in de reismand te krijgen, daar schreef ik al vaker over. Dibbes wordt eerst zwaar gedrogeerd en dan nog is het hel, voor hem en ons. De laatste keer heeft hij al zijn nagels kapot gekrabd en was hij dagen erna onbenaderbaar. Gerrie stapte de eerste keer na weken trainen wel braaf in de mand. Na weken van trainen met lekkere hapjes lukte dat. Tot het eindigde in een reis naar de dierenarts waar hij werd gecastreerd en ge-ent en toen was het uit met de pret.

Het is nu weer tijd voor de jaarlijkse controle van Gerrie maar wat ik ook deed vorige week, ik kreeg hem niet in de mand. Beetje doorduwen doe ik niet zoals ik wel met Moos en Smoes doe. Ik pak Smoes meestal vast, rol hem in een handdoek en duw hem dan de mand in. Met Gerrie durf ik dat niet aangezien hij ooit zijn heupen heeft gebroken. Zijn onderlijf is daardoor nog steeds een kwetsbare plek. Bovendien is Gerrie weliswaar heel timide van karakter, op dat soort momenten is hij een tijger die je niet kunt hanteren, net als Dibbes. Niet zo vreemd gezien hun traumatische verleden.

Nu wil ik het nu toch weer gaan trainen, zowel met Dibbes als met Gerrie. Ik moet toch iets. Dan maar wat later naar de dierenarts, nu eerst dit op orde krijgen. Van een lieve lezeres kreeg ik een reismand die een bovenlader is, dus met deksel aan de bovenkant. Daar kan je veel makkelijker een kat in zetten. Dus daarmee begon ik te oefenen.

Dat is voor Gerrie geen succes. Want als ik hem lok met snoepjes en die in de mand gooi, dan snapt hij het niet. Ik gooi het erin en dan kijkt hij me aan. Weg! Waar is het nou? Dat hij in de mand moet springen dringt niet tot hem door. Of wel en dan denkt hij waarschijnlijk ‘bekijk het maar’. Als ik hem erin til wordt hij hysterisch.

Dus oefen ik met hem met een gewone reismand, met zo’n traliehekje aan de voorkant. Alleen heb ik nu even de hele bovenkant eraf gehaald. Hij is nu zover dat hij tot wel halverwege in de mand durft te staan. Dat is een grote overwinning want de eerste dagen rende hij alleen maar hard weg.

Nee, dan Dibbes. Die heeft onvermoede talenten. Door zijn speelse karakter zou hij het uitstekend doen als circusartiest want hij vindt het leuk om stuntjes uit te halen, in dozen te springen en zich te verstoppen. Dus die springt nu braaf in alle manden waar ik iets in verstop. Hij vindt het zo leuk dat hij nu regelmatig alvast klaar gaat liggen. Over conditionering gesproken. Nu heel voorzichtig leren dat het ook nog leuk is als het deksel dicht gaat.

Laat die brokken maar doorkomen!

 

Over de drempel

In het voorjaar van 2013 zagen we twee onbekende katten door de buurt zwerven. Mijn kattenradar is meer dan ontwikkeld en deze twee deden het alarm afgaan.  Vaste lezers van het blog kennen dit verhaal natuurlijk maar voor die mensen die nog niet zo lang geleden zijn aangehaakt, volgt hier een korte samenvatting:

Deze vreemde katten zaten ook regelmatig bij ons in de tuin, iets wat onze eigen katten curieus genoeg goed vonden. Normaal worden onbekende katten meteen de tuin uitgejaagd. Maar deze scharminkels waren dan ook nauwelijks een bedreiging te noemen. Mager, schuw, volledig lam geslagen, maar wel op zoek naar contact. Concurrenten van elkaar, ondanks de overeenkomsten in uiterlijk waardoor het familie leek. Waarschijnlijk wel uit één nest maar honger maakte ze tot concurrenten.

We richtten ons op de kat die er het slechtst aan toe was, Dibbes. Gerrie bleek  het hart te hebben gestolen van mensen van drie huizen verderop en die wilden hem graag adopteren. Uiteindelijk lukte dat niet en kwam Gerrie alsnog bij ons wonen, maar dát is een ander verhaal.  Terug naar Dibbes: Hij had overduidelijk gezondheidsproblemen en leek blind, het pus droop uit zijn ogen die hij niet goed open leek te kunnen houden. Maar hij was wel redelijk goed te benaderen. Na een half jaar gescharrel op afstand en lokken met lekker eten, mocht ik hem in oktober 2013 voor het eerst aaien en toen ging het razendsnel.  We brachten hem naar de dierenarts om hem te laten onderzoeken en meteen te laten chippen en castreren.

Dibbes bleek entropion te hebben. Een oogziekte waarbij de wimpers naar binnen groeien. Heel pijnlijk. Gelukkig was dit met een operatie op te lossen en we kregen een kat mee naar huis die 10 dagen binnen moest blijven en intensief verzorgd. Dat was nog wel een dingetje. Dit was een straatkat die tot nu toe alleen slechte ervaringen met mensen had opgedaan. Hem aaien was één ding, maar hem in huis houden, pijnstillers toedien en oogzalf opsmeren was iets totaal anders en behoorlijk heftig.

10 dagen na de operatie, hij bleek prachtige groene ogen te hebben

We hielden hem in overleg met de dierenarts in een apart kamertje en met een flinke dosis kalmeringsmiddelen. Twee keer per dag gaf ik hem medicijnen en zalf en elk uur glipte ik even naar binnen om te kijken hoe het met hem ging en met hem te knuffelen. Na 10 dagen mocht hij de kamer uit. De hechtingen bij zijn ogen waren verwijderd en hij mocht voor het eerst naar buiten. Het leven als gewone huiskat kon beginnen, argwanend bekeken door de twee die we al hadden. Een beetje coulance met een zielige zwerver in de tuin was oké, maar nu zat het beest ineens binnen! De blikken vlogen door de lucht die zwaar was van verontwaardiging. Dibbes gedroeg zich gepast nederig. Voor zo lang het duurde.

Elke avond als ik naar bed ging, was dat voor hem het sein ook naar bed te gaan. Hij rende met mij mee naar boven en ging dan in het kleine kamertje liggen. Dat was voor zijn gevoel zijn kamer. En lag dan keurig op een kussen. Braaf. Maar ook wel wat eenzaam. Want wij lagen in bed met de andere twee katten. Dat merkte hij wel. Dat wilde hij ook. Dus duurde het niet lang voor hij kwam kijken.

Een paar dagen lang bleef hij op de drempel van de slaapkamer zitten als wij op bed lagen. Moos en Smoes stikten zowat. Zag je dat! Wat ie nou deed! Echt! Dus zat Dibbes daar en de eenzaamheid droop er vanaf. Hij was dan geen straatkat meer maar een echte huiskat ook nog niet. Want die lagen op bed bij het kattenmens.

Dus stapte hij over de drempel en liep een rondje door de kamer. En ging daarna snel in zijn eigen kamer liggen. Dat gaf moed, er waren geen dooien gevallen dus de volgende ronde in de slaapkamer was snel gemaakt. Alleen hoe kwam hij nou op het bed? Dát was toch wel weer een hele grote stap. Moos en Smoes zaten alert overeind en gaven een heleboel signalen af met nog nét geen spandoek in de lucht: ‘vreemdelingen niet welkom, eigen volk eerst‘.

Dus sprong Dibbes op de plank naast het bed, aan mijn kant. Daar zat hij. Bekeken door ons. Pootje voorzichtig op het bed. Pootje er weer af.  Zal ik wel, zal ik niet? Weet je wat, ik doe het gewoon! En daar stapte hij op bed. Ging keurig op de uiterste rand liggen. Kijk eens, eigenlijk lig ik hier niet, het lijkt wel alsof ik op bed lig maar mijn kont ligt helemaal over de rand. Verwaarloosbaar dit!

Daar denk ik nog wel eens aan. Aan die onzekere kat van toen als ik in bed lig met Dibbes tegen me aan en geen ruimte heb om me te bewegen. Hij ligt altijd op de beste plek. De beste plek, dat is tegen mij aan. Wat hij ook aantreft als hij binnenkomt, hij weet het altijd zo te versieren dat hij binnen de kortste keren daar ligt waar hij wil zijn. Een beetje onhebbelijk is hij wel. Maar ook een beertje dat té aandoenlijk is en een onverzadigbare behoefte aan liefde. Wat we hem graag geven.

Veilig

Het is avond.
Ik lig in bed.
Ineens hoor ik een plof.
Een kat op het bed.
Hij springt over mij heen.
Ik voel een neus.

En dan een kopstoot.
En nog een.
Dat is Gerrie.
Die geeft geen kusjes,
maar kopstoten.
Vol liefde
maar wel zo hard
dat ik regelmatig
mijn tandvlees
uit mijn slotjesbeugel peuter.

De kopstoot betekent
“Aai mij, nu!”
Afgericht als ik ben,
aai ik Gerrie.
Hij leunt zwaar
tegen mijn buik aan.
Ik voel de stress
uit zijn lijf glijden.
Langzaam,
heel langzaam,
zakt hij door zijn poten.
Hij biedt zelfs
zijn buik aan.

Even,
heel even,
is alles goed
voor deze kat.
Hij voelt zich
veilig.

Dat duurt meestal
maar heel even.
De buitenwereld
dringt zich altijd
weer op.

Een geluid,
een kuchje van mij,
een andere kat
die op bed springt,
al snel is het teveel.

Maar toch
is er progressie.
Hij vlucht
en binnen
5 minuten
staat hij weer
om aandacht
te vragen.
“Aai mij, nu!”

Het leven
van Gerrie
bestaat uit
heel veel minuutjes
van schrik en herstel,
van vluchten en knuffelen.
Van observeren
en conclusies trekken.
En die conclusies
vallen steeds vaker
in ons voordeel uit.

 

Het avontuur van Dibbes en de kunst van het buitensporig reageren

Hoewel ik altijd een zeer goed ontwikkeld gevoel voor drama heb gehad, ben ik ook kampioen relativeren en alles van twee kanten bekijken. Legt iemand mij een probleem voor of zoek ik zelf een oplossing voor iets, dan bekijk ik het tot in den treure. Maar gebeurt er iets onverwachts, dan stap ik over op het volgende zeer goed ontwikkelde onderdeel: ik schiet in de stress.

Sinds ik ME heb, neig ik naar het laatste. ME is in mijn ogen (en die van behandelaar Ashok Gupta) een ge-escaleerde stressthermometer, waarbij door het voortdurend slaan van alarm – ook als er niets aan de hand is – bepaalde processen in het lichaam spaak lopen. Stel je zelf maar voor in een vecht-of-vlucht-reactie: je ademhaling slaat op hol, je staat op scherp, grote kans dat je spijsvertering het even niet doet. Als je lichaam continu in zo’n staat verkeert, dan vallen er wel meer dingen uit.

Gelukkig heb ik in de loop der tijd wel geleerd (met hulp) hoe ik hiermee om kan gaan. Vooral van belang is dat ik het brein zo kalm mogelijk houd, dat ik kleine signalen leer herkennen die me erop wijzen dat ik overprikkeld raak en dat ik prikkels zeer gedoseerd tot me neem. Hoe meer in balans ik ben, hoe beter ik prikkels kan opvangen en weer laten afvloeien. Voor mij geen cooling down na het sporten maar een calming down na te veel prikkels.

Natuurlijk geldt dat voor veel mensen in meer of mindere mate. Alleen is het verschil dat ik mensen vaak hoor zeggen dat ze uitgeput zijn na een gebeurtenis maar ze kunnen de volgende dag wel weer aan het werk – weliswaar wat meer moe – en hun activiteiten rustig aan weer oppakken. Bij mij toeteren dingen wat langer na. En dat heeft tot gevolg dat ik soms dagen niets kan doen omdat het brein niet begrijpt dat de gebeurtenis al over is. Mijn brein is net zo’n sneeuwbol, alleen de sneeuw zakt niet maar blijft dwarrelen, nog uren en dagen nadat het schudden is gestopt. Mijn lijf houdt er dan gewoon even mee op. Dat geeft niet, het is zoals het is. Waarom ik het benoem is niet omdat ik zielig ben, maar omdat ik hoop mensen duidelijk te maken hoe het is om met ME te leven.

Hoe dat bij mij werkt maakte ik afgelopen week weer eens mee. Dibbes was zoek. Zoek als in weg, niet te vinden. Hij vertrok om half 5 in de middag en verdween even van de radar. Om half 6 krijgen de katten altijd eten en ik werd aangestaard door 6 verwachtingsvolle ogen, maar niet die van Dibbes. Dat was al vreemd. Want Dibbes is zeer op eten gesteld en een kat van de klok.

Om 7 uur was hij er nog niet. Dus deed ik een rondje straat, roepen, steeg door naar een andere straat, weer roepen. Niets. Toen moest ik terug. Het was het eind van de dag en de energie was al meer dan op. Man en kind gingen een uur later ook op zoek en deden een hele grote ronde. De wijk door, het park, naar de voetbalvelden. Ook niets.

Natuurlijk is het normaal dat een kat op stap gaat. Moos en Smoes blijven dagelijks uren weg. En zeker in het voorjaar is er meer hang naar avontuurtjes beleven. In zijn jonge jaren verdween Moos bovendien regelmatig in het voorjaar een of twee dagen. Dat hij gecastreerd is, deed daar niets aan af. Hij kwam dan uitgehongerd en intens tevreden weer terug en had zijn punt weer gemaakt. Weliswaar niet gescoord bij poezen maar blijkbaar toch zijn mannelijkheid bewezen.

kijk, dit is normaal voor Dibbes: onder een struik en naar binnen gluren

Maar Dibbes doet dat niet. Hij gaat regelmatig naar buiten maar komt eigenlijk nooit verder dan de voor- en achtertuin en de steeg. Getraumatiseerd als hij is door zijn verleden, is buiten vooral eng en onveilig. Hij zit meestal in de voortuin onder een struik te gluren naar de buitenwereld voorbij de heg of naar binnen naar ons. Dát is al heel spannend en na 5 minuten is het meestal genoeg voor hem. In de zomer gaat hij wel vaak na het eten met de anderen echt buiten spelen. Maar zijn eten overslaan, dat is ondenkbaar.

Dus schoot ik in de stress. Hij is dood/gewond/geschrokken en verdwaald! (alles tegelijk natuurlijk). Mijn geest is bijzonder creatief in het bedenken van de meest gruwelijke scenario’s. Ik vind bovendien de gedachte onverteerbaar dat een kat met zijn verleden de weg kwijt raakt en opnieuw zou moeten zwerven. Als hij gewond zou zijn, zou hij zich bovendien niet laten benaderen door mensen. Hij vertrouwt vrijwel niemand. Nou ja, mij wel na veel geduld van mijn kant en dus staat hij wellicht ook open voor een ander, maar dát bedenk ik dan in de agitatie niet.

Ik schoot in de stress en draaide door. Daar kon de man niet op tegen redeneren met zijn ‘hij komt wel weer terug’. Dibbes, mijn Dibbes! Ik heb hem net zo hard nodig als hij mij. Dat blijkt maar weer. Ik ging naar bed want ik kon op dat moment niets doen. Als hij de volgende dag er nog niet zou zijn zou ik Amivedi inschakelen en posters ophangen. Tot die tijd lag ik in bed en zag met verbazing wat er met mijn lijf gebeurde. Mijn hartslag was 130 per minuut, uren lang, gewoon terwijl ik lag. Na een paar uur kwam daar de ene zweetaanval na de andere bij en lag ik letterlijk te drijven in bed.

Om 01.52 uur sprong meneer op het bed. Dibbes! Enorm geagiteerd en met grote paniekogen. Snel naar beneden met hem en hem eten gegeven. Hem gecontroleerd op wonden maar ik mocht hem overal aanraken. De andere katten snuffelden aan hem en waren ook zeer geagiteerd, hij rook overduidelijk vreemd te zien aan hun reactie. Dus ik ook snuffelen maar hij rook voor mij gewoon naar Dibbes.

Nu kon ik slapen! Dus hop, naar boven met zijn allen. Maar slapen ho maar. Mijn hartslag was wel in een keer weer normaal en het zweten was ook over. Maar hoewel ik heel opgelucht was, begreep mijn brein niet dat het klaar en voorbij was, de stress. Dat begrijpt mijn brein, nu drie dagen later terwijl ik dit schrijf, nog steeds niet. Ik sta als het ware verkeerd afgesteld ;-).

Ik slaap nauwelijks, heb overal spierpijn en ben volledig uitgeput. Mijn brein blijft hangen in de reactie. Maar weet je, dat interesseert me niet echt meer.  Ik stap over op plan B en dat is dus ‘calming down’, nóg minder dan niets doen, wat meer ademhalingsoefeningen en mezelf vertroetelen, lange warme douches, veel rusten. Vroeger zou ik boos zijn geworden op mezelf. Nu is het zoals het is. Zo reageert mijn lijf en brein. En hoe beter ik me daar bij neerleg, des te sneller ik weer op een acceptabel activiteitenniveau zit.

Dibbes!Het belangrijkste is toch wel dat ons Dibbesbeertje weer terug is. Hij is nog erg schrikkerig en erg moe. Ik denk dat hij ergens opgesloten heeft gezeten. Of hij is ergens heel erg van geschrokken en durfde niet eerder te voorschijn te komen. Het maakt niet uit, hij is er weer! Dibbes!

Steeds minder zwerfkat en steeds meer Gerrie

De eerste foto van Gerrie, mei 2013

Nog niet zo lang geleden
was Gerrie een zwerfkat.
Dat hij nu een geliefd vachtje is,
weet hij soms wel en soms niet.
Het verleden laat zich niet
zomaar uitgummen.

De reflexen van vluchten,
niet kunnen vertrouwen
en wegduiken voor klappen
zitten nog pal
onder het oppervlak.
Hij lijkt heel wat
maar zeg je één keer “boeh!”
dan verandert onze Gerrie
in een hoopje ellende.

Dus hebben we met hem
een inmiddels vertrouwde cyclus
van genieten,
schrikken,
hard weg rennen
ALLES IS ENG!!
dagen in sluipgang
door huis en tuin lopen
en zich vaak verstoppen,
naar “o ja, maar jij bent niet eng!
Nou vooruit, ik geef je een kopje.
weet je wat, ik ga voor je liggen rollen
en ach, dan kruip ik ook
gelijk maar bij je in bed”.

Gerrie is vaak erg ongelukkig.
Bang en schrikkerig.
En zijn ‘normale’ staat
is gematigd en voorzichtig
in het leven staan.
Zijn verleden vormde hem
tot wat hij nu is:
een voorzichtige angstige kat
met weinig zelfvertrouwen.
Hoe hij echt is,
zagen we nog nauwelijks.

Het duurde even
voordat deze kat begreep
dat  niet iedereen
‘he-jij-daar-vieze-zwerver-ksst-ga-weg”
tegen hem zegt.

Net zoals het even duurde
tot de klitten en teken
uit zijn vacht verdwenen
en de wondjes heelden.

Langzaam aan
valt bij hem het kwartje
dat hij Gerrie is
en dat hij mag zijn
wie hij is.

In de ochtend heeft hij
een ren- en speeluurtje.
Doet lekker gek en maf,
rent trappen op en af,
speelt verstoppertje
en kiekeboe
met de andere katten.

En met knuffelen,
vergeet hij soms
zichzelf en zijn angsten
en laat zich gaan.
Soms zelfs bij een ander mens
dan de kattenvrouw.

En héél soms zijn er momenten
dat hij zich echt veilig voelt.
alles is goed zoals het is.
Die momenten
komen steeds vaker voor.
En dat ontroert,
steeds weer.

Dit is Gerrie.
Gerrie miauwt en kletst,
knuffelt en geniet.
Slaapt en rolt en spint.
Geeft kopstoten, likjes,
achtervolgt me overal
en poept op de bak,
elke avond precies
om kwart voor 7.
Alle dagen.
Een kat van
de klok en regelmaat
en niet meer van de straat.

Kattige toestanden – operatie pil toedienen

Wie katten heeft, ontkomt niet aan het aspect verzorging. Ze moeten ontvlooid worden, je vindt soms teken in een hals of oksel, het gebit vraagt aandacht – vooral als ze wat  ouder worden – en soms is er ook iets anders. Een abces of zo en moeten er medicijnen worden toegediend.

Na jaren met katten samenleven ben ik hier natuurlijk wel aan gewend geraakt. Pillen toedienen bij een kat – zeker de vier die ik nu heb – blijft helaas vaak neerkomen op veel gedoe, al reageren ze allemaal op geheel eigen wijze.  Ze krijgen allemaal minimaal 4 keer per jaar een pil, omdat ik er elk kwartaal een wormenpil in gooi. Daarnaast krijgen twee van de vier katten antivlooienpillen, omdat ze hysterisch worden van een pipetje en de pipetjes ook niet voldoende werken. Die vlooienpillen werken vier weken. Ze krijgen natuurlijk alleen in het vlooienseizoen maar de eerste antivlooienpil heb ik nu al weer moeten geven. Het immuunsysteem van de ex-zwervers werkt niet optimaal en vlooien hebben dat heel goed door.

Elke kat hier thuis heeft zijn eigenaardigheden en dat heeft ook gevolgen voor het toedienen van pillen. Ze reageren allemaal anders. Wat ik niet meer doe, is ze allemaal op dezelfde dag een wormenpil te geven. Dat werkt niet met vier katten. Tegen de tijd dat ik één pil in iemands strot heb weten te mikken, zijn de andere drie spoorloos verdwenen. Dus doe ik een pil per dag.

Wil ik een pil geven dan leg ik de pil klaar op het aanrecht en een injectiespuit gevuld met water. Dat water is bedoeld om meteen in de bek te spuiten zodra ik de pil naar binnen heb weten te krijgen. Ze moeten dan wel slikken, zeker omdat ik dan tegelijkertijd ook over hun keel wrijf.

Ik dien de pil meestal toe als ze eten. Ik zet een bak natvoer voor de neus, het slachtoffer gaat lekker eten, ziet me niet aankomen,  wordt opgetild en op het aanrecht gezet. Snel handelen levert het beste resultaat op.

Moos en Smoes vormen de grootste uitdaging. Til ik Moos op dan weet hij meteen wat er gaat gebeuren en past  een hele slimme tactiek toe. Hij gaat op zijn achterpoten staan, strekt zich helemaal uit en steekt zijn voorpoten zo ver mogelijk in de lucht, onderwijl naar het plafond turend, nadenkend over deze verschrikkelijke onheuse bejegening. Sta ik daar met mijn 1 meter 67 en een uitgestrekte boze kat op het aanrecht. Probeer er dán maar eens een pil in te gooien. Dat eindigt dus met een potje vrij worstelen en dat heeft gevolgen voor de goede band tussen mens en kat. Tot uren erna wenst hij geen contact met mij.

Dibbes is redelijk makkelijk met pillen. Het is ook de kat die van de huidige vier het meest pillen kreeg toegediend, dus enige gewenning is er wel. Hij eet, ik til hem op, knijp in zijn kaak, die klapt open, ik mieter de pil naar binnen, water erbij, keeltje wrijven en klaar. Het is dan zaak hem meteen weer op de grond bij zijn bak te zetten en dan is het “oh eten! Lekker!” en gaat hij verder waar hij gebleven was. Helaas zijn de antivlooienpillen zó groot dat ik die door vieren moet snijden en is er na het toedienen van de eerste kwart voldoende agitatie om ook dit te laten eindigen in een potje vrij worstelen. Maar een wormenpil is meestal geen probleem.

Gerrie vindt alles eng dus ook het toedienen van pillen maar laat zich toch heel goed benaderen en oppakken. Hij stribbelt wel wat tegen maar is meer onder de indruk dan dat hij echt tegenwerkt. En ook hij is het snel vergeten als ik hem weer snel bij zijn volle bak voer neerzet. Hij blijft juist in de uren erna vaak bij mij in de buurt, alsof hij denkt dat hij iets met mij moet goed maken, de schat.

En dan Smoes, ja Smoes. Als ik heel zacht denk “nu is Smoes aan de beurt” dan vangt hij dat op en gaat er vandoor, meestal zo door het kattenluik naar buiten. Geen kat is zó snel als Smoes dus die krijg ik dan echt niet meer te pakken. Behoedzaam op hem aflopen terwijl hij eet, fluitend, lieve woordjes uitsprekend, allemaal zinloos, weg is ie! Dus is de enige optie hem grijpen als hij slaapt, hem klem zetten tussen mijn knieën, pil erin duwen en klaar. Dat werkt redelijk al heeft het wel tot gevolg dat hij de eerste dagen na het toedienen alleen nog maar slaapt op voor mij onbereikbare plekken.

Je hoeft natuurlijk niet een pil in de bek te proppen, er zijn andere manieren. Wat ik ook wel eens doe is de pil helemaal fijnmalen, mengen met water, dat opzuigen in een injectiespuit en spuiten in de bek. Wordt niet gewaardeerd maar het werkt meestal wel. Pillen in eten verstoppen is kansloos hier, de eerste keer lukte dat – “hmm lekker leverworst”. De tweede keer is het al “Dat ruik raar. Getver wat is dat, denk je dat ik gek ben!” en de derde keer komen ze niet eens meer in de buurt van de bak, diep beledigd over mijn doorzichtige gedrag. Het doorslaande succes van de easypill – een vouwbare pasta met de smaak van kattenbrokjes en waar je pillen in kunt verstoppen – was dus ook eenmalig.

Gelukkig wordt het tandpoeder dat ik dagelijks over het eten strooi wél zonder morren naar binnen gewerkt. Maar alleen als ik ze het alle vier geef. Iets wat afwijkt, wordt niet getolereerd. Dus krijgen hier vier katten tandpoeder over het eten omdat één kat dat nodig heeft. Maar, het is ook goed om te voorkomen dat ze tandklachten krijgen dus zeker geen weggegooid geld.

Met weemoed denk ik nog wel eens aan Poes Dorrit. Die moest ik 5 jaar lang alle dagen een schildklierpil geven.  De eerste maand was het een drama en daarna deed ze braaf haar bek open, slikte de pil door en klaar. Maar dat was een vrouw, dat zal vast schelen ;-).

 

Dibbesdingen

img_20170220_082854

Na het drama in december duurde het even voor Dibbes weer het mannetje was. Met drama bedoel ik het dierenartsbezoek  voor een gebitscontrole met een grote emotionele nasleep. In november bleek tijdens de reguliere jaarlijkse controle dat zijn gebit in slechte staat was. Dat was het jaar ervoor ook al het geval en er zijn toen onder narcose twee kiezen getrokken. Nu wéér kiezen eruit halen terwijl het beest nog niet eens 7 is, vond ik geen fijn idee. Op zich is de slechte toestand van zijn gebit natuurlijk helemaal niet vreemd met zijn verleden.

Voor de zekerheid werd een ingreep gepland voor in december. En in de tussenliggende tijd mocht ik proberen de staat van zijn gebit te verbeteren. Dat deed ik vol overgave met tandpoeder, massage van zijn wangen en speciale brokken en groot was de opluchting dat de geplande ingreep niet door hoefde te gaan.

Dibbes in een mand krijgen is een drama. Dat lukt alleen met drugs. Voorheen was het dan zo dat eenmaal in de mand, alles wel redelijk soepel liep maar nu was het in de auto de hel. Hij werd volledig hysterisch. Na thuiskomst herstelde hij niet echt en toen de volgende dag de schilder op de stoep stond en de voorkant van ons huis ging schilderen was het drama compleet. Een drama met veel dieptepunten en veel gejammer van Dibbes en mij. Hij verliet het huis in overspannen toestand, denk aan volledig doordraaien en zwalkend de tuin uitrennen, overal tegenaan botsend. En ik had het natuurlijk allemaal gedaan!

img_20170224_145459
kijk, hier is de liefde weer opgebloeid

Natuurlijk kwam het toch weer goed maar het duurde wel een paar weken voor de band tussen mens en kat weer helemaal hersteld was. Zeker ook vanwege het vuurwerkgeknal in december dat weliswaar best meeviel dit keer, maar toch teveel was voor het toch al getraumatiseerde overgevoelige beest.

Inmiddels is hij weer helemaal het mannetje en vooral zichzelf. Dat betekent: klonterig onhandig gedrag, buitensporig knuffelig en gericht op mij, speels naar de andere katten toe en een haat-liefde verhouding met Gerrie.

Toen Gerrie erbij kwam nu twee jaar geleden, was dat behoorlijk slikken voor Dibbes. Hoewel waarschijnlijk afkomstig uit hetzelfde nest (gezien overeenkomsten in gedrag, geschatte leeftijd, uiterlijk en het feit dat ze rond dezelfde tijd ineens opdoken) waren ze overduidelijk vijanden van elkaar. Het straatleven had ze tot concurrenten gemaakt. Daarbij kwam dat ze in de begintijd allebei erg onzeker waren en erg op mij gericht. Zag de één dat er met de ander geknuffeld werd, dan was het tijd voor actie. Dibbes deed dat door met veel drama en gegil de aandacht te trekken of zich zo voor mij te werpen dat Gerrie letterlijk opzij werd geduwd.

Inmiddels tolereren ze iets meer van elkaar. Soms wordt er samen gespeeld en ik heb ze nu al vrij vaak betrapt terwijl ze vlak bij elkaar liggen te pitten.

img_20170218_161932

De nieuwste ontwikkeling is samen op stap gaan. Dibbes is de baas en loopt voorop. Dat gaat zo. Hij gaat bij de voordeur zitten om aan te geven dat die open moet. Want het altijd open kattenluikje bij de achterdeur, ja, dat is ook weer zo flauw als iets zo makkelijk gaat. Doe ik de deur open dan stapt Dibbes over de drempel, kijkt over zijn schouder en begint te miauwen. En dat is voor Gerrie het sein om op te staan en onmiddellijk erachter aan te stormen. Zo lopen ze dan samen de tuin uit, het avontuur tegemoet. Ze slaan linksaf de steeg in, nog twee keer links en dan door de achtertuin richting kattenluik. Bij binnenkomst miauwt Gerrie. Die moet altijd even vertellen dat hij terug is, mocht ik hem gemist hebben die 5 minuten dat dit hele avontuur duurde. En dat dus een paar keer per dag, ze hebben het druk ;-).

Ik ga wel op zoek naar een andere reismand voor katten. Ik zag ergens manden die aan de bovenkant opengaan en die meer afgesloten zijn, dat lijkt me beter. De manden die wij nu hebben, hebben een deurtje met tralies aan de voorkant maar daar kan hij zijn poten doorheen steken en vorige keer zat hij helemaal klem aan de onderkant en zat zijn poot vast. Wat bepaald niet bijdroeg aan de sfeer in de auto. Alleen de mand die ik bedoel zag ik ooit op een foto maar ik kan ze niet vinden in dierenwinkels, ook niet online. Als iemand een tip heeft waar je dit soort manden kan kopen, graag.

Update, bedankt voor het meedenken! Ik kreeg reacties, ook per mail, van lezers met tips. Adriana vond precies wat ik bedoelde en via FB kreeg ik een reactie van iemand met een kattenopvang die uit mijn omschrijving ook begreep dat het om de Pet Caddy ging.

Deze mand dus: stevig, kan tegen een stootje en een zware of grote hysterische kat en heeft een deksel van boven, het is de Pet Caddy transport box:

Voor nu eerst even rust en het gezapige leven, altijd goed voor mens en dier.

 

 

 

Dibbesdingen

Op zich zag ik er niet heel erg tegen op, het aanstaande dierenartsbezoek met Dibbes. Maar spannend blijft het wel altijd met hem omdat het een hele toer is – ook na een paar jaar – om hem in de mand te krijgen. Training als in hem met lekkere hapjes en snoepjes laten wennen aan de mand werkte niet. Wel bij exzwerfkat Gerrie. Die wende in drie maanden op deze manier aan de mand en toen we zover waren dat het deurtje dicht kon en de mand kon worden opgetild was hij klaar om zijn leven als gecastreerde huismuts te beginnen.

Zo niet Dibbes. Dus stappen we sindsdien over op plan B en dat is drogeren met vetrainquil. Dat is een kalmeringsmiddel dat ook werkt als spierverslapper. Tot nu toe werkte dat redelijk. Dus toen de dierenarts vorige maand tijdens de controle vertelde dat zijn gebit super slecht is en er wellicht weer tanden en kiezen moesten worden getrokken, zag ik het niet heel somber in.

Zijn gebit is echt wel een dingetje. Het zwerversbestaan heeft niet alleen mentale trauma’s veroorzaakt maar ook fysieke. Het tandvlees was erg rood en gezwollen en voor de zekerheid werd er een operatie ingepland afgelopen vrijdag, om het gebit onder narcose schoon te maken en wellicht tanden en kiezen te trekken. Wel werd ons aangeraden in de resterende tijd dagelijks zijn wangen te masseren. Wellicht zou dit tot verbetering leiden.

Wie mij ook maar een beetje kent weet dat dit de start was voor ‘operatie gebitsverbetering’. En dus

  • masseerde ik. Dat vind hij heerlijk al moet hij wel in een reflex telkens niezen als ik het doe.
  • mengde ik zijn nat voer met een tandpoeder dat hij eerder niet bliefde maar nu wel zonder morren.
  • kocht ik speciale droge brokken in een heel groot formaat en model die katten langzamer laten eten omdat ze goed moeten kauwen. Elke brok moet echt doorgebeten worden en zo wordt het tandvlees gemasseerd. De samenstelling is zodanig dat het tandplak en tandsteen tegengaat. Ik heb ze gemengd met de gewone droge brokken en ze worden met smaak door alle katten naar binnen gewerkt. 
  • kocht ik een vingeropzettandendoekje waarmee ik over de tanden zelf kan wrijven.

Kijk. Dit is geen gewonde vinger maar een vinger met opzettandpoetsdoekje, eigenlijk bedoeld voor kittens om te wennen aan gebitsreiniging. Hij liet het toe. Niet van harte maar toch. De aangeschafte kattentandenpasta was een brug te ver en mocht ik in mijn haar smeren maar werd door de andere katten wel gewaardeerd.

Afgelopen vrijdag was het uur van de waarheid. Wie Min of Meer volgt op Facebook weet de uitkomst al. Voor de Facebookloze bevolking volgt hier de clou. Maar toch ook interessant voor de Facebookvolgers want het verhaal bevat veel nieuwe en dramatische wendingen voor mens en dier….

Na het toedienen van de vetrainquil werd Dibbes dit keer in plaats van rustig heel onrustig. Hij werd erg angstig en wilde zich verstoppen onder dekens. Dat liet ik natuurlijk toe. Tot het tijd werd om naar de dierenarts te gaan. De autorit erheen was de hel. Voor Dibbes. Ik heb hem niet eerder zo uit zijn dak zien gaan. Hij probeerde uit de mand te komen wat natuurlijk niet lukte. Maar het lukte hem wel om al zijn nagels kapot te krabben en zijn poten zo ver onder het deurtje naar buiten te steken dat hij op een gegeven moment klem zat.

Bij de dierenarts moesten we even wachten maar omdat hij zo onrustig was mocht dat gelukkig in een aparte kamer. Daar kwam de dierenarts ook naar toe zodat we niet meer met hem heen en weer hoefden te slepen. Ze onderzocht zijn gebit en was verbijsterd over het resultaat. Wij ook! Zijn tandvlees zag er beduidend beter uit. Nog niet zoals het hoort maar een geweldige verbetering met een maand geleden. Een operatie was niet nodig en hij mocht meteen weer mee naar huis met het advies door te gaan met wat ik deed wat blijkbaar zo succesvol was.

Dit is natuurlijk een prachtig resultaat. Voor Dibbes, want hij heeft een hartruis en dan is het best riskant om een narcose te ondergaan. Voor mij, want mijn inspanningen hebben enorm veel effect gehad. En voor de portemonnee want in plaats van de gebudgetteerde € 200 hoefde ik slechte € 17,50 af te rekenen.

Op naar huis. De terugrit was andermaal hel. Maar euforisch als ik was, nam ik dat voor lief. Thuis herstelde hij niet snel. Hij bleef erg angstig, zich verstoppen en wilde weinig van mij weten.  Dus liet ik hem met rust.

bijkomen onder een dekentje

En toen. Toen nam ik een hele domme beslissing. De schilder mailde met de vraag of hij de volgende dag kon komen schilderen. Het schilderen van de bovenkant van de voorkant van het huis moest al geruime tijd gebeuren. Op de een of andere manier hadden we telkens pech met de schildersbedrijven die we benaderden. Maar nu hadden we een die betrouwbaar leek en die wilde nog schilderen ook. Ik maakte een inschattingsfout en dacht dat Dibbes dan wel weer zichzelf zou zijn. Tegen de tijd dat ik doorhad dat Dibbes zich nog helemaal niet goed voelde, was de schilder al aan het werk. Dibbes raakte in paniek en ik maakte weer een grote fout. Ik pakte hem vast met de bedoeling hem naar boven te brengen. Ik dacht dat het voor hem prettig zou zijn in onze slaapkamer te liggen, lekker veilig. Hij gromde en blies naar me en vloog ervandoor, het huis uit, de tuin uit.

En toen was hij weg en raakte ik over de zeik. Dat is nog zacht uitgedrukt. Want hij kwam niet, ondanks roepen. Het is wel vaker voorgekomen dat hij volledig over de zeik het huis uit rende maar dan bleef hij wel in de buurt en in contact. Denk aan in de tuin van de buren dramatisch gaan zitten jammeren en gillen.  Nu niet. Rationeel wist ik wel dat hij waarschijnlijk terug zou komen als hij honger kreeg of als de schilder weg was. Maar ik was ook erg bang dat hij in zijn paniek zou verdwalen. Zo raken katten kwijt immers. Ze schrikken, gaan ervandoor en blijven te lang rennen. En zijn dan ineens zo ver van huis dat ze de weg terug niet meer vinden.

Na een paar uur zag ik hem ineens tegen de keukendeur aanzitten, een heel klein hoopje ellende. Maar een blik op mij was voldoende om weer de tuin uit te stuiven, ondertussen overal tegenaan botsend. Wat voor mij aanleiding was om me nog ellendiger te gaan voelen. Lang geleden dat ik zo gejankt heb mensen. Ook omdat ik moe ben, er al weken doorheen zit en Dibbes en ik, nou dat gaat best diep. Volkomen onbegrijpelijk voor mensen die niet van katten houden maar wellicht herkenbaar voor sommigen onder jullie.

Toch was ik wel iets gerustgesteld want het was duidelijk dat hij dus wel in de buurt bleef. De schilder vertrok in de namiddag en tegen etenstijd wandelde meneer weer naar binnen. Hij stortte zich ter aarde voor me neer maar het was niet de bedoeling dat ik hem aanraakte.

En nu? Heel langzaam wordt hij weer wat zichzelf. Hij trekt zich nog wel vaker terug, is erg schrikkerig en behoedzaam. Ook achterdochtig. Eten met het tandpoeder werd de eerste dagen niet meer geaccepteerd maar er is wat progressie inmiddels. Hij houdt nog wel van me maar wil alleen geknuffeld worden als hij naar mij toekomt. Spontane acties van mij worden nog niet geaccepteerd, hij loopt vaak van me weg en gaat dan als een echte kat een meter verderop liggen, net buiten bereik. Hij is boos, heel boos.

Afijn, het huis is geschilderd en zijn gebitsproblemen zijn onder controle. Dat is positief. Maar ten koste van wat, vraag ik me wel af. Het heeft er wel toe geleid dat we besloten hebben niet in februari naar het Dierenziekenhuis in Amsterdam te gaan voor een nieuwe hartecho. De conclusie vorig jaar was dat hij hartruis heeft en een verdikte hartspier en dat het zinnig zou zijn om na een jaar opnieuw een echo te maken om te zien of de spier zich verder verdikte. In dat geval zouden we weten dat er zich HCM ontwikkelt, een hartziekte.

Ons gevoel nu is dat weten wat hem eventueel boven het hoofd hangt niet opweegt tegen de stress van de autorit naar Amsterdam. Hij is voor nu gezond en ik wil hem die enorme stress niet aandoen. We vonden het vorig jaar gezien de stress voor hem al een twijfelgeval, maar nu helemaal. Bovendien heeft de dierenarts uitgelegd waar ik alert op moet zijn. Een versnelde ademhaling wijst op eventuele klachten. Ik controleer nu al bijna een jaar regelmatig zijn ademhaling en met 20 keer ademen per minuut in rust, zit hij prachtig binnen de gewenste marges (tussen de 20 en 40 is de norm). Natuurlijk komen we in actie als er wel problemen zijn maar voor nu laat ik het even bij een jaarlijkse enting en controle bij onze dierenarts. Dat is al enerverend genoeg.

Zo dus.  Gaan we nu lekker bijkomen, Dibbes en ik.

Gerrie heeft een muis

Het is nacht.
Nou ja, bijna dag.
5 uur in de ochtend.
Ik wil nog slapen.
Gerrie denkt daar anders over.
Prrt prrt doet hij.
En kruipt naast me.
Hij is heel beweeglijk.
Kan niet stil liggen.
En gaat weer weg,
al geluidjes makend.
We horen hem scharrelen.
Hij speelt met iets.
Gerrie heeft een muis!
Ik doe het licht aan.
Jawel, daar ligt een muis.
Gerrie wijst ernaar met zijn poot.
Knappe Gerrie.
Een muis!
Dat is voor het eerst.
Hij is heel trots.
Dat merken we wel.
Al is er wat twijfel
of Gerrie de muis zelf ving.
Dat hij hem nu heeft
is geen overtuigend bewijs.
Behaalde resultaten 
uit het verleden
zijn bij hem meestal
wél een goede voorspelling 
voor de toekomst.
Maakt niet uit.
Gerrie is het mannetje.
Voelt zich heel wat.
Voelt zich zó veel
dat de heerlijke kattenmand
die Moos geconfisceerd heeft,
die dag van Gerrie is.
De hele dag.
Sorry muis! 

Dibbes en de afplaktape

Dibbes woont nu drie jaar bij ons. In mei 2013 zat hij ineens in de tuin, schuw, mager en half blind. Vertrouwen winnen ging heel moeizaam maar in september lukte het om hem te aaien en vandaar uit maakte hij grote sprongen. In oktober brachten we hem naar de dierenarts voor een algehele check, sterilisatie, chippen en een oogoperatie, aangezien hij entropion had, een aandoening waarbij de wimpels naar binnen groeien.

Daarna kon het echte werk beginnen want hij moest aan alles wennen en was erg onzeker en schrikkerig. Dibbes is een kat van extremen, hij kan héél erg ongelukkig en onzeker zijn maar ook genieten als geen ander.

Dat we na een jaar nog een zwerfkat – en zijn evenbeeld – adopteerden was wel een kleine verstoring in het prille adoptiegeluk. Maar nu we weer twee jaar verder zijn sinds Gerrie hier kwam, is er wel een acceptatie ontstaan. Ze spelen – heel voorzichtig – met elkaar en zijn niet langer elkaars vijanden (dat waren ze op straat wel, elkaars concurrenten om eten).

Dibbes heeft heel langzaam meer zelfvertrouwen gekregen. Al moeten we hem nog wel door spannende tijden heen loodsen. Oudejaarsavond en dierenartsbezoeken worden vooraf gegaan aan weken van zylkène slikken, een antidepressivum voor katten dat net overal de scherpe randjes vanaf haalt. En wat het ene jaar nog niet lukte – hem naar de dierenarts brengen voor controle – lukte de erop volgende jaren wel. En ook daar leerde hij van. In de mand ergens naar toe gaan betekent altijd dat hij ook weer mee terug mag. Na een kleine ingreep aan zijn gebit vorig jaar, regelde ik het zo dat ik bij hem mocht blijven toen hij onder narcose ging en ik was ook de eerste die hij zag toen hij weer bijkwam. Al deze stappen hebben een band gesmeed en vertrouwen tussen ons gebracht. Hij is bovendien niet meer vooral alleen op mij gericht maar hecht zich ook aan andere gezinsleden en aan mensen die hier regelmatig over de vloer komen.

Dat de angst en onzekerheid nog steeds zeer aanwezig zijn, zag ik deze week. In de huiskamer stond een grote lege doos. Dibbes is als echte kat dól op dozen dus sprong hij erin, eruit, erin, eruit. Om vervolgens ineens als een idioot heen en weer te rennen, trap op, trap af. Volledig in paniek. Er bleek een stuk tape aan zijn staart te zijn vastgeplakt. In die doos zat blijkbaar van dat afplaktape waar je dozen mee dichtmaakt en dat hing aan zijn staart.

Wat volgde was een regelrecht drama met een Dibbes die niet kon stoppen met rennen en een Gerrie die dacht dat er een leuk spelletje gespeeld werd en achter Dibbes aan ging hollen. Het werd al snel levensgevaarlijk omdat hij in zijn angst ook de straat op vloog waar auto’s pal op de rem moesten staan om hem niet plat te rijden. Uiteindelijk rende hij weer het huis in, naar boven naar de kamer van S. Daar verstopte hij zich onder bed. Eerst lag hij volledig verstijfd maar al snel kreeg hij een soort toeval van angst. Hyperventileren, schokken met zijn hoofd, rollende ogen. Eng om te zien en echt heel zielig. Ik kon er bovendien niet goed bij want onder het bed ligt een logeermatras en daar lag Dibbes op. Er bleef dus te weinig ruimte over om zelf ook onder het bed te kruipen.

Uiteindelijk ben ik plat op mijn buik gaan liggen en ben met mijn ene hand hem gaan aaien en met de andere hand op zoek naar zijn staart gegaan. Hij reageerde na een paar minuten goed op mijn stem en mijn aanhalingen dus hij kalmeerde iets. Toen snel met een ruk dat klotetape eraf getrokken. Hij vloog onder het bed vandaan en ging plat op de grond liggen. Daar kroop ik naast hem en toen moesten mens en dier even van de consternatie bijkomen.

Sindsdien is hij echt weer terug bij af. Hij kan zich wel redelijk ontspannen maar bij elke vreemd geluidje dat hij hoort – gekuch, geritsel van papier, gillende mensen in het park – springt hij op en verstopt zich. Best zielig.  Het positieve is wel dat het me lukte om in zijn ergste paniek tijdens die aanval tóch contact met hem te krijgen en hem te kalmeren. Dat betekent dat er echt veel vertrouwen is gegroeid. Dus moet hij nu even door deze periode heen. Het komt wel weer goed.