Altijd honger

Waarschuwing vooraf: kattenspam. Al weer? Ja!

Smoes heeft altijd honger. Dat zit zo. Als kitten heeft hij een tijd te weinig eten gekregen. Dat was voor hem heftig genoeg om  daar een levenslange honger aan over te houden. Hij wil altijd eten, altijd. Het is een hyper kat, vol levenslust ondanks zijn inmiddels senior leeftijd van 12 jaar en prachtig op gewicht. Waar de drie andere katten worstelen met overgewicht, is Smoes altijd de slankste van de klas.

Omdat die andere drie op dieet zijn, worden ze regelmatig gewogen. En dan weeg ik Smoes ook meteen mee. Hij is in vrij korte tijd 500 gram afgevallen en er zat al niet veel vet aan die botten. Ondanks dat hij veel eten krijgt en vaak nog tussendoortjes of zelfs een complete maaltijd van mij krijgt, valt hij af.

Afgelopen week viel me op dat hij minder spierkracht heeft dan voorheen. Hij wilde op bed springen en dat lukte niet goed. Hij trok zich uiteindelijk heel moeizaam aan zijn voorpoten op. Toevalstreffer dacht ik eerst, maar een dag later zag ik dit weer. Ook bleek hij aan de diarree te zijn.

Ik telde één en één bij elkaar op en bedacht dat hij hoogstwaarschijnlijk last van zijn schildklier heeft. Ik heb eerder een kat gehad met deze aandoening en herken de symptomen. Veel oudere katten vanaf een jaar of 12 krijgen dit.

Op naar tante dokter dus. Zij voelde de schildklier meteen al zitten met een flinke verdikking. Ook bleek zijn spiermassa in voor- en achterpoten inderdaad aangetast en zijn hartslag te snel en te heftig. Samen met de uitslag van een bloedonderzoek en mijn verhaal over diarree en eetgedrag was het snel duidelijk. Hij heeft een te snel werkende schildklier en dus een stofwisseling die veel te snel gaat. Met razende honger tot gevolg. Het arme beest.

Er zijn wat opties:

  • Radiotherapie: een injectie met radioactief jodium dat de te actieve schildklierhormonen doodt. Dit is duur ( €1250) en er kleven buiten de prijs ook wel nadelen aan. Namelijk dat het niet altijd aanslaat en dan moet de kat nóg een keer à €1250.  Je kat is wel ook radioactief na de behandeling en moet een tijd opgenomen blijven bij de kliniek. En na thuiskomst moet hij weken binnen blijven, zo min mogelijk worden aangehaald. Ook heeft het gevolgen voor de kattenbak, die moet meteen worden verschoond nadat hij erop is geweest en de korrels moeten 4 weken in een aparte ruimte worden bewaard voordat ze mogen worden meegegeven met huisvuil. Een No Go wat mij betreft. Ik zie me al met 30 vuilniszakken met allemaal data erop genoteerd, een complete administratie bijhouden van wanneer welke poep veilig mag worden weggedaan. En het arme beest al die tijd niet knuffelen! De dierenarts raadde dit niet aan.
  • Pillen. 2 keer daags pillen geven de rest van zijn leven. Ook dit heeft een nadeel, namelijk twee keer per dag een grote worstelpartij.  Ook kunnen de pillen flinke bijwerkingen geven en op den duur heel belastend voor het lichaam worden. Als hij al veel ouder was, zouden pillen wel een goede optie zijn. Maar zoals de dierenarts aangaf, Smoes is nu net 12, kan met gemak misschien nog wel 6 jaar mee. Dat is erg lang pillen slikken.
  • Jodiumvrije voeding: geen optie voor ons. Met vier katten in huis gaat dat niet.
  • De vierde optie is een operatie. De schildklier wordt dan verwijderd. Indien nodig links en rechts. Ook hier kleven nadelen aan: de bijschildklieren kunnen worden aangetast tijdens de operatie en dat leidt tot ‘levensbedreigend calciumtekort’ (bron: mcvoordieren). Het weg gesneden schildklierweefsel kan bovendien terugkomen. Het voordeel hiervan is wel dat indien succesvol er geen medicatie meer nodig is.

Veel om te overdenken dus. We hebben nu afgesproken dat Smoes eerst een maand op medicatie wordt gezet om hem te stabiliseren. Dan wordt er weer een test gedaan om te kijken of de pillen zijn aangeslagen en zijn waarden normaliseren. Daarna zou hij dan een operatie ondergaan. De operatie is ook pittig aan de prijs maar dat is levenslang pillen slikken ook. Dan ben je uiteindelijk nóg duurder uit leerde een snelle rekensom (uitgaand van nog 6 jaren). Het voordeel van pillen zou wel zijn dat de kosten worden gespreid.

Wat me wel verbaast is dat we bij ons vorige kat al deze opties niet kregen. Nu is dit ook al jaren geleden dus wellicht waren er toen minder opties. Poes Dorrit kreeg toen gewoon pillen en klaar. Nooit meer iets getest. Ze werd wel tonnetje rond maar ook heel oud. Ze was al een jaar of 18 toen ze aan de medicatie ging en overleed op haar 20e.

Ik zal Smoes in ieder geval niet meer uitschelden voor vreetzak. En tot die pillen aanslaan krijgt hij zo veel en zo vaak eten als hij wil.

Oud zeer en drama’s die nergens over gaan

Hoewel het niet vaak voorkomt hier, zaten wij vorige week helemaal klaar om te bbq-en. Ik ben er niet dol op, vind het veel gedoe voor niet heel bijzonder eten – ik gooi net zo lief mijn eten in een grillpan – maar M. en S. zijn er dol op. Bovendien was M. jarig op een stralend zonnige dag, dus staken we de bbq in de fik.

Nét toen we zover waren om de eerste lading vlees dan wel groentespiesjes op het bord te deponeren, kregen we vanuit een buurtuin het dringende verzoek de katten naar binnen te doen. Er was gespoten door een onkruidverdelger en na het spuiten bleek dat het gespoten goedje ‘hoogstwaarschijnlijk niet goed was voor katten, er is nog nooit iets gebeurd, maar toch’. Zei de verdelger dus na het spuiten.

Lekker dan! Ik kan hier nu een heel boos verhaal houden over gif en dat we beter vooraf hadden kunnen worden gewaarschuwd maar dat doe ik niet, daar gaat dit stuk niet over.

Katten meteen naar binnen dus. Dat gaat hier niet zo makkelijk. Als je namelijk katten iets wil laten doen, gebeurt er meestal het tegenovergestelde. Toch hadden we na vijf minuten drie van de vier katten naar binnen gedreven. Waarbij Gerrie wel meteen weer door het afgesloten kattenluik naar buiten probeerde te breken. Dus dwong ik de man het luik er snel uit te halen en een houten plank voor het gat te timmeren. Terwijl het eten op de bbq lag te verpieteren. En de sfeer er niet beter op werd.

Drie van de vier dus. Dibbes ontbrak. Dibbes kent drie standen:

  1. ik ben relaxt, hang de clown uit en voel me heel blij met alles en iedereen
  2. ik slaap, laat me met rust
  3. dit klopt niet, ik vertrouw dit niet, NOOD, Groot Alarm!

Dibbes schoot van mijmeren onder een struik in één klap in standje drie, dat van groot alarm. Hij stoof de tuin uit en was weg.

Dit maken we helaas een paar keer per jaar mee. Hij schrikt heel erg van iets en gaat ervan door. Het duurt dan meestal uren voor hij weer naar binnen durft te komen door het kattenluik. Bij voorkeur als wij ons niet laten zien. Maar dát ging nu niet want dat luik was afgesloten.

Bovendien weet ik uit ervaring dat hij zich meestal verstopt op een plek vlak in de buurt, bijvoorbeeld de tuin van de buren. Waar net gif was gespoten.

Die bbq was dus geen succes. Ik kreeg geen hap meer door mijn strot. De man wel maar die ergerde zich aan mijn hysterische gedrag. En terecht want net als Dibbes ken ik ook maar drie standen:

  1. ik ben moe maar redelijk relaxt
  2. ik ben moe en lig in bed
  3. ik ben moe, zwaar overprikkeld en kleine gebeurtenissen doen in mijn brein een Groot Alarm afgaan.

U ziet, veel overeenkomsten met exzwerver Dibbes. Gaat het niet goed met Dibbes, dan gaat het zeker ook niet goed met mij.

Na een tijdje had ik hem gespot in de voortuin onder en struik waar hij heel stil zat te doen of hij daar niet zat. Dat lukte goed, ik zag hem eerst niet tot het me opviel dat achter een beste dunne struik een heel dikke witte kont heftig zijn bestaansrecht ontkende.

Toen ik hem riep stoof hij ervan door, jammerend de straat op, naar de overkant, een steeg in.

Dibbes lijkt na 5 jaar huisleven heel wat. Hij lijkt gelukkig en zo veel meer zelfvertrouwen te hebben. Maar er hoeft maar iets te gebeuren en dat hele dunne laagje vertrouwen verdwijnt. Oud zeer komt naar boven drijven. Wat overblijft is een hele angstige achterdochtige kat die niemand vertrouwt. In tegenstelling tot Gerrie. Die heeft dezelfde achtergrond en is ook nog snel onzeker. Maar als er iets engs is, rent Gerrie juist naar mij toe. Ik ben zijn duidelijk zijn mammie die hem moet redden.

Afijn, terug naar de steeg. Daar zag ik hem niet meer. Ik weer naar binnen. Na een uur toch weer gekeken. En jawel daar zat hij weer in de voortuin, onder dezelfde struik. Omdat roepen dus niet werkte ging ik op de stoep zitten en negeerde ik hem. Na een minuut of wat ging ik heel zacht praten. En praten. Ik zei al die dingetjes die mensen tegen hun huisdier zeggen als er niemand in de buurt is omdat het té gênant is. Zoals ‘ben jij dan mijn kleine lekkere schetepoeperdje, mijn Dibbesbeertje, mijn mooi Dibbesman‘.

Dit had effect. Wie kan dit weerstaan? Dibbes niet. Na een half uur lieve praat kwam hij heel voorzichtig overeind. Gapen. Ik kreeg een knipoog. En op de opmerking ‘kom maar jochie‘ volgde een jammerkreet. En nog één. Hij miauwde zijn ellende mijn kant uit. En toen hij begreep dat ik begreep hoe erg het allemaal was, stapte hij onder de struik vandaan.

Daarna was het goed. Er werd een buik aangeboden. Ik bood mijn oprechte excuses aan voor het feit dat hij zo vanuit het niets overstuur was geworden. Die werden gretig in ontvangst genomen, waarna hij aangaf naar binnen te willen. Parmantig liep hij over de bij wijze van spreken rode loper naar binnen terwijl ik, zijn nederige en inmiddels zwaar overspannen dienaar, zó diep boog dat mijn neus zowat de grond raakte.

Dat was echt een drama om niets. Maar wel eentje die er inhakte, bij mens en dier.

 

Eindelijk

Waar ik ook kom, daar heb ik binnen de kortste keren contact met katten. Stuur mij op vakantie en ik word vriendjes met de plaatselijke zwerfkatten. Laat mij los op straat en ik struikel over katten die aandacht willen.

Katten vinden mij snel leuk. Ze zoeken toenadering. In kattentermen word ik door veel katten geschikt bevonden voor ‘de dienst’. Iets in mij maakt dat ik jaar in jaar uit goed scoor tijdens de beoordelingsgesprekken, al blijven er natuurlijk altijd aandachtspunten.

Van onze eigen kattentroep scoren Dibbes en Gerrie denk ik het hoogst op de schaal van mogelijkheden om van een mens, en dan specifiek van mij, te houden. Dat heeft denk ik vooral met bezitsdrang te maken. Met hun achtergrond – een zwervend bestaan vol ellende en honger – promoveerde ik vrij snel van ‘eng maar wel oké’ naar ‘dit mens is van mij’ . In de praktijk vertaalt dit zich in onhebbelijk gedrag naar anderen toe. Loopt Gerrie op mij af, dan gooit Dibbes zich snel tegen mij aan. Van mij!

Echte liefde dus. Of wat daar bij een kat voor door gaat. Behalve Moos. Moos en ik hebben een ietwat getroebleerde relatie. Hoe dat komt? Geen flauw idee. Ook hij komt van de straat. In 2006 kwam hij als klein katertje van hooguit vier maanden aanlopen met een forse navelbreuk. Hij bleef. Zo gaat dat hier.

druk aan het werk als plantenpletter

Ik werd op zijn hoogst getolereerd. Maar Moos en ik begrepen elkaar niet. Ik ben best geduldig. Maar jaar in jaar uit liep Moos regelmatig beledigd weg als ik hem aanhaalde. Ik mocht hem eten geven. Op zijn tijd en alleen als hij in een héél goed humeur was, aaien. Maar daar hield het ook op.

‘Mama, je moet zo kriebelen bij Moos’. S. heeft het me wel 1000 x voor gedaan. Want Moos vertoonde zijn mood swings vooral bij mij. Op S. en M. is hij altijd al dol geweest.

Moos gaf mij altijd het idee dat ik het verkeerd deed. De kriebel op de verkeerde manier, op het verkeerde moment, te hard, te zacht, met te weinig respect. Best frustrerend voor iemand die zich een echte kattenmoeder voelt.

Maar ouder worden doet ook milder worden. Moos heeft zijn eisen bijgesteld en mij in dienst genomen. Ik ben eindelijk goed bevonden om tegenaan te liggen. Hij biedt zijn buik regelmatig aan mij aan. Hij loopt niet meer beledigd weg als ik hem benader. Hij geeft mij kopjes en aandacht. Moos heeft ontdekt dat ik eigenlijk best wel oké ben. Na 12 jaar.

Tactieken om je kat te bedotten en hem alles te laten eten

Mooie titel hè. Die kwam laatst voorbij toen ik op internet zat. Natuurlijk las ik het bijbehorende stuk. Dat ging over iets heel herkenbaars: je kat blieft ineens het dure kwaliteitsvoer niet meer en gaat over op een hongerstaking. Gekwetste blikken als je het etensbakje telkens opnieuw voor zijn neus zet en vervolgens mag je tegen die parmantige kont aankijken met zwiepende staart als hij weg loopt, diep beledigd.

De oplossing volgens de schrijver van dat stuk: leg wat lekkere snoepjes in het bakje bovenop het voer. Je lieveling eet het dan zo op. Yeah right, as if! De schrijver van dit stuk heeft of geen kat óf een kat die wat chromosomen mist en denkt dat hij een hond is, maar een echte kat trapt hier niet in.

Mijn katten:

  • eten dan precies die 5 lekkere snoepjes die ik in de bak op het voer heb gelegd en lopen daarna boos weg
  • eten zorgvuldig om het stukje vlooienpil/wormenpil heen wat ik in een stuk worst/kaas heb verstopt
  • eisen dat de bak met droge brokken bijgevuld wordt ook al is de bak in mijn wereld vol. In hun wereld is een volle bak minus 3 gegeten brokjes leeg. Urgent! Leeg! Hongersnood!

Je kunt katten niet goed manipuleren of in de maling nemen, dat doen ze met jou. Ze hebben allemaal hun eigen tactieken en manieren of te voorkomen dat je iets doet wat hun niet zint. Zo probeerden M. en ik laatst Gerrie een wormenpil toe te dienen. Toen Gerrie hier net was, was hij heel bedeesd en dingen als een pil toedienen lukte best goed. Hij was dan gewoon verstijfd van angst en durfde niet echt tegen te stribbelen. Tegenwoordig heeft hij wat zelfvertrouwen en laat hij niet alles meer met zich doen. Voorbij is die tijd.

Dus het plan werd vooraf besproken, inclusief taakverdeling en tijdspanne als was het een militaire operatie. Gerrie heeft namelijk een tactiek van vervelende dingen ontwijken die ik nog bij geen enkele kat heb meegemaakt en die bijzonder effectief is: als je hem pakt, springt hij met vier poten tegelijk de lucht in. Dat is nog eens een Houdini-achtige methode om ongewenste dingen te voorkomen.

Maar goed, na een potje vrij worstelen hadden we hem in de houdgreep. Pil erin, meteen water in zijn bek spuiten, mond dicht klappen en over de keel wrijven. Zo blijven staan. Nog even over die keel wrijven. Hem zichtbaar zien slikken. Man aanmoedigen iets lekker voor Gerrie te pakken want dat heeft hij verdiend. Gerrie loslaten. Gerrie spuugt de pil weer uit. En dat nog drie keer tot het zweet in je bilnaad staat.

Uiteindelijk de pil of wat daarvan over was, gemengd met nat voer en door het eten gemengd dat door kat Smoes naar binnen werd gewerkt toen ik even niet oplette. Smoes, die als ik een pil door zijn eten meng hard wegrent, alsof er een verschrikkelijke noodtoestand is uitgebroken.

Er bestaan helemaal geen tactieken om je kat te bedotten. Er bestaan wel tactieken van katten om hun mens te bedotten.

Sociaal vaardig

Onze Gerrie is een beetje een kneusje. De combinatie van een ingetogen karakter met jarenlange slechte ervaringen maken hem wat kwetsbaar. Hij had een slechte start in het leven en zwierf jaren op straat. Omdat zijn angsten groter waren dan zijn vertrouwen, lukte het hem niet om kansen die hij kreeg, te grijpen. Onze buren van een paar huizen verderop wilden hem heel graag adopteren, maar het lukte niet om een band met hem op te bouwen. Hij sloop in de nacht het huis in via het kattenluik en sliep daar op de bank, dat zagen ze aan de witte haren die achterbleven. Hij at het aangeboden voer maar verder ging het niet. Laat staan dat hij zich liet verzorgen.

Bij ons lukte het wel. Om een paar redenen denk ik.

  • Wij zijn heel rustig en krijgen niet vaak bezoek. Er zijn weinig harde geluiden in dit huis. We bewegen ons langzaam met bange katten in de buurt. Het voelt denk ik daarom wat sneller veilig.
  • Onze katten Moos en Smoes zijn heel sociaal en stellen zich behoorlijk relaxt op ten aanzien van kwetsbare kneusjes. Ze behandelen deze zoals veel oudere katten kittens behandelen: het is klein, dom en irritant maar vooruit, ook onwetend, dus laat maar gaan. Zo veel mogelijk negeren en als het echt niet anders kan mag hij achter me aan lopen. Af en toe een corrigerende tik doet wonderen.’
  • Ex-zwerfkat Dibbes is ook door ons geadopteerd. Hoewel ze op straat elkaars concurrenten waren wat voedsel betreft, trokken ze toch tegen wil en dank regelmatig met elkaar op. Ze waren allebei verzwakt en extreem angstig. Ik denk dat Gerrie het feit dat Dibbes hier woonde, interpreteerde als een goed teken. Zo van ‘als hij het durft, durf ik het ook!

Toch gaf het best veel voeten in de aarde om Gerrie te socialiseren. Dibbes was bang en getraumatiseerd maar wel menselijke aanraking gewend, gezien zijn reacties. En Dibbes heeft een heel uitbundig karakter. Gerrie niet. Kende geen aanrakingen, was getraumatiseerd en snapte niets van de sociale interactie tussen mens en dier. En is heel introvert.

 Het was in het begin ook zeker moeilijk om hem te ‘lezen’. Ik kan wel goed een kat aflezen door zijn lichaamstaal maar Gerrie beschikte helemaal niet over verschillende tekens. Hij snapte er niets van en wist niet dat je als kat verschillende signalen kunt uitzenden om te waarschuwen dat iets te veel is, eng is of juist prettig. Voor hem dus geen gezwiep met de staart als het eng of te veel werd. Gewoon meteen grijpen dat mens! Na een paar maanden werd dat iets beter. En kon ik heel langzaam het contact en aanrakingen uitbreiden.

Ook signalen als knipogen geven, begreep hij niet. Katten zenden naar elkaar en mensen signalen dat alles oké is door te knipogen. ‘Alles goed hier, ik doe geen kwaad’, betekent dat. In plaats daarvan bleef hij mij of de katten aanstaren, minutenlang, zonder te knipperen. Wat juist dreiging en agressie betekent. Iets wat hij niet bewust durfde uit te zenden want daar is hij echt te schijterig voor.  Maar na weken als een idioot met mijn ogen te knipogen, kreeg ik ineens een knipoog terug. Zag ik het goed, ben ik in de war? Krijg nou wat, daar komt weer een knipoog!

Zo heel langzaam, leert hij nu meer signalen kennen en durft hij ook meer interactie aan te gaan. Hij speelt met een propje, of met mijn vingers. Een speelhengel is nog te eng. Hij rent soms achter de andere katten aan en daagt ze soms uit. Al gaat het allemaal nog wat onhandig. Hij is vaak te abrupt in zijn benadering en vooral Moos kan zich dodelijk beledigd voelen of in zijn privacy aangetast. Maar vooruit, dat is ook wel een ‘Moosdingetje’.

Miauwen, nog zo iets. Deed hij niet. Nu zo vaak mogelijk. Gillen!En dan ook echt zo hard dat je denkt ‘ho maar weer, iets minder mag ook‘. Rollen, buik aanbieden, spinnen. Het komt nu allemaal op gang bij hem.

Het bij elkaar liggen op bed gaat ook steeds makkelijker maar ook daar doet hij soms onhandig. Eergisteren lagen er drie katten op bed en hij sprong er tussen. Heel behoedzaam schoof hij langs Dibbes en Moos want een mogelijke dreiging komt van die twee. Althans, zo voelt hij dat. Smoes is blijkbaar veilig en hoeft niet zo in de gaten gehouden te worden. Dus Gerrie draait en draait en parkeert in op een mooie plek. Houdt Dibbes en Moos zo in de gaten dat hij helemaal geen oog heeft voor Smoes. Hij gaat boven op Smoes liggen en het laatste wat ik zie zijn de paniekogen van Smoes. Wat ie nou doet, zie je dat! Dit gebeurt toch niet? Ja echt, ik verdwijn onder Gerrie! Nou ligt ie bovenop mij. Mam, doe wat!

Gerrie gaat liggen en valt meteen in slaap en Smoes ligt verstijfd onder Gerrie. En staat dan toch maar op, best voorzichtig. Waarop Gerrie zich het apelazarus schrikt en weg rent. Echt sociaal vaardig is hij nog niet. Maar hij komt er wel, ooit, binnen de mogelijkheden die hij heeft, zeggen we dan 😉 .

Knap gedaan Dibbes!

Miauw miauw!
Dibbes rent de trap af.
Luid gillend.
Miauw!
Hij rent naar mij toe.
Miauw!
Er is iets!
Dit is een noodkreet!
Hij staat voor mij.
Kijkt me heel dwingend aan.
Gilt nog maar eens.

Wat is er dan Dibbes?
Moet ik met je meekomen?
Ja, dat is de bedoeling!
Hij rent de trap op.
Kijkt achterom.
Waar blijf je nou?
Miauw!

Boven gekomen
zie ik het al.
Daar staat Kasper.
De buurkat.
Die hoort hier niet.
Miauw!
Dibbes herhaalt zijn boodschap.

Sorry Kasper.
Je moet weg!
Nu miauwt Kasper.
Heel zielig
Hij wil niet weg.
Maar hij moet.
Dag Kasper!

Dibbes geeft mij een kopje.
Blijft uit beleefdheid
nog even bij me staan.
Maar dan gaat hij over
op andere zaken.
Belangrijker zaken.
Nu de indringers weg zijn,
en het huis is verdedigd,
is het tijd voor de middagdut.

Goed gedaan Dibbes.
Knap dat je zo goed
kunt waarschuwen.
Je bent een echte held!

Partytime

Hebben jullie wel eens meegemaakt dat je met een groep vrienden gaat stappen en dat er wat gedronken wordt en dat die hele rustige vriend of vriendin die echt nooit raar doet of grapjes maakt, na twee wijntjes ineens op de bar klimt en de polonaise gaat staan dansen, onder het slaken van keiharde gilletjes? En dat het feest al uren is afgelopen maar de persoon in kwestie nog volop aan het hossen is, niet van plan om naar huis te gaan?

Herkenbaar? Nou, dan heb je gelijk een beeld hoe onze kat Gerrie zich gedroeg nadat hij Alprazolam kreeg om zijn vuurwerkangst wat te beteugelen.

Op aanraden van de dierenarts zijn we twee dagen voor Oud & Nieuw begonnen met de Alprazolam. Twee keer per dag een halve pil. Waar Dibbes vooral relaxt en rustig wordt van de Alprazolam, kruipt Gerrie volledig uit zijn schulp. We hebben met verbazing gekeken hoe alle remmen verdwenen. Door bijvoorbeeld heel wild te spelen met de veertjeshengel. Waar hij het normaal op een rennen zet als we alleen maar proberen hem over halen ermee te spelen, werd het ding nu belaagd en bijkans uit elkaar gerukt. Bang? Gerrie? Ech nie! Hij liep met de veertjes in zijn bek alsof het een prooi was. Sprong op de andere katten en rende hard achter ze aan. Gilde uren achter elkaar om te vertellen hoeveel hij van me hield. Knuffelde zo hard en zo veel en met zoveel overgave dat ik werkelijk de haren uit mijn mond kon plukken. Lag volledig in katzwijm in mijn armen en op schoot.

Dát was even een totaal nieuwe kant die we zagen van onze normaal zo ingetogen kat. Ik vond het iets te veel van het goede, ook al was het best vermakelijk. Maar er bekroop me hetzelfde gevoel als wat je kunt hebben als je een goede vriend of vriendin heel dronken ziet en zich volslagen belachelijk ziet maken. De dagen erop gaf ik hem daarom per keer een 1/4 pilletje. Dat was beter. Al moet ik eerlijk zeggen dat hij tijdens het vuurwerk zelf toch wel wegkroop onder ons bed, terwijl Dibbes gewoon lekker in de kerstboom klom om te spelen, zich niets aantrekkend van het geknal of het feit dat hij twee dagen ervoor geopereerd was. Wellicht moet ik een volgende keer over mijn gêne heen stappen en Gerrie toch gewoon uit zijn dak laten gaan op een halve pil 😉 .

 

Hoe gaat het met de patiënt?

Even een update voor de geïnteresseerden. Ik kreeg best veel mailtjes met vragen over Dibbes. Trek je nóg meer praat over katten niet, kom dan morgen weer terug. Dan plaats ik een terugblik op ons financiële 2017 (misschien ook niet, zie net dat ik mijn concepttekst kwijt ben 😅).

De ingreep viel dus mee. Geen snijwerk aan zijn oogleden met erna hechtingen maar een laseroperatie. Het herstel gaat dus beduidend sneller dan verwacht. Hij was wel wat beroerd en ontdaan want er zijn meteen drie kiezen getrokken en dat is natuurlijk best pijnlijk.

Ik had met de dierenarts afgesproken dat ik erbij mocht zijn bij het in slaap brengen én weer wakker prikken. Dibbes was zo mak als een lammetje op de onderzoekstafel (daarbij een beetje geholpen door de alprazolam) en kroop zowat in mij voor steun. Hij viel letterlijk in mijn armen in slaap. Iets wat mij nogal ontroerde want in het echte leven mag ik hem niet optillen, dat vindt hij te eng.

Het wakker maken ging wat moeizaam. Hij had moeite om wakker te worden en kreeg een heftige trilaanval. Ik heb heel lang half gekropen in het bijkomhok gezeten en hem flink moeten wrijven, om warm te worden. Dat lukte niet goed ondanks de vier doeken om hem heen en de lekkere warme kruik.

Maar uiteindelijk was hij dan toch warm en wakker genoeg en mochten we weer naar huis, met een batterij aan pillen en druppels. Dát was meteen wat maakte dat de dagen erna wat stressvol waren, ondanks dat de ingreep zelf dus meeviel. Alles bij elkaar waren er 9 momenten per dag dat we iets met hem moesten doen qua medicatie. Dat is best heftig voor een kat die zich niet jofel voelt. Natuurlijk deden we één en ander door zijn eten maar daar kon niet alles doorheen.

Dibbes verstopte zich dus bij voorkeur zo veel mogelijk en als we alleen al naar hem keken, rende hij weg. Maar gelukkig kregen we in de loop van het weekend er een routine in hem tóch te pakken te krijgen. En ik heb zaterdag met de dierenarts overlegd en in plaats van vier keer per dag zijn ogen druppelen, mochten we naar twee keer per dag. Dat scheelde al 2 stressmomenten. Zijn ogen zien er namelijk prachtig uit. Ze staan weer mooi open en er komt geen vocht meer uit.

Op oudejaarsdag lukte het ook weer om hem alaprazolam te geven, een kalmeringsmiddel. Dat was echt nodig aangezien hij al hypernerveus en achterdochtig was door de voorgaande dagen. Die pil doet wonderen voor hem en hij bracht oudejaarsavond gewoon beneden door. Super speels, hij probeerde zelfs in de kerstboom te klimmen. Het geknal deed hem weinig.

Gisteren mocht hij in de loop van de dag weer naar buiten en daarmee keerde onmiddellijk de normale blije Dibbes terug. Voor de zekerheid rende hij het eerste kwartier van zijn vrijheid ongeveer 15 keer door het kattenluik en weer terug. De blijdschap over zijn herwonnen vrijheid was enorm.

Nu nog twee keer antibiotica toedienen. Pijnstilling en druppelen gaat nog even door maar dat is te overzien. 12 januari gaan we terug naar de dierenarts voor een oogcontrole. De hoop is dat dan de vreemde vlekken in zijn ooghoeken ook zijn verdwenen, nu de irriterende haartjes zijn weggehaald. Die vlekken waren kleine beschadigingen. De druppels zijn er onder andere voor om dat de genezen.

Hebben we dat ook weer gehad. Ik ben blij dat mijn onderbuikgevoel duidelijk genoeg was om niet te negeren. Ik ben snel overbezorgd, zeker als het om de katten gaat. En de tekenen dat er iets mis was waren minimaal. Maar ze waren er wel.

Qua kosten was het een flinke aderlating. Hoewel de ingreep voor Dibbes zelf gelukkig minder heftig was dan verwacht, maakte dat qua duur narcose niet uit. Het laseren luistert nauw en er zijn natuurlijk drie kiezen getrokken. Ook tijdrovend. Dus we mochten €343 afrekenen. Lang leve de buffer. Dibbes is inmiddels met recht de duurste kat die ik ooit heb gehad. Maar hij is elke cent waard…

Ga ik zelf de komende tijd hopelijk flink bijkomen. Het is in mijn rug geschoten. Misschien door de stress, misschien doordat ik donderdag heel lang in een hele rare houding heb gestaan bij het wakker maken van Dibbes.

Tot zover!

Update Dibbes

Wel een ingreep maar geen zware oogoperatie! Het was geen entropion. Hij had wel last van haargroei op het littekenweefsel van de operatie vier jaar geleden en dat heeft tot kleine beschadigingen geleid. Die haartjes zijn nu weg gelaserd en we hopen dat ze wegblijven. Ook zijn er drie kiezen getrokken 😅.

Al met al valt dit natuurlijk enorm mee, zijn herstel zal beduidend sneller gaan nu het geen zware oogoperatie is geworden en gelukkig zijn er geen hechtingen. Hij is wel erg beroerd van de narcose. Net flink overgegeven. Overmorgen moeten we bellen om door te geven hoe het met hem gaat. Het kan zijn dat zijn ogen gaan zwellen. En we hebben een batterij aan pillen en pijnstilling mee gekregen. Over twee weken terugkomen voor controle.

Nu gaan mens en dier lekker bijkomen. Bedankt voor alle berichtjes en het meeleven!

Tot zover de kap 😏

Tot gisteren ging het oefenen met de kap geweldig. We deden vier keer per dag de kap om en beloonden Dibbes met snoepjes. Het lukte hem ook steeds beter deze op te eten met de kap om.

En toen ineens ging het mis. Wat er precies gebeurde weten we niet, misschien schrok hij van een geluid, maar van het ene op t andere moment vloog Dibbes door de kamer met de kap om zijn kop, volledig over de zeik.

Ik zal jullie de details besparen maar trefwoorden zijn:

  • Een ontsnapte kat die pas na uren weer binnen kwam
  • Een arm onder de krassen en bloed
  • Een enorme deuk in het zelfvertrouwen van de kattenvrouw, ik ben helaas toch geen kattenfluisteraar
  • Een vertrouwensbreuk tussen mens en kat
  • Een slapeloze nacht
  • Stress die uit onze oren komt 

Morgen is het de dag van de operatie. We brengen hem in de ochtend. Ik mag erbij zijn als ze hem in slaap brengen. Dan ga ik naar mijn moeder, die boven de praktijk woont. Ik word gebeld als de operatie klaar is en ze hem wakker gaan maken, daar mag ik dan ook weer bij zijn.

Wat ik er van geleerd heb is dat je nooit kunt voorspellen hoe een kat met zijn verleden reageert. Dat ik altijd op mijn hoede moet blijven en dat ik het kattenluik moet afsluiten als we hem trainen.

De kans is groot dat we hem na de operatie geen kap om kunnen doen. Dat is vier jaar geleden ook niet gelukt. Toen hebben we hem om die reden 10 dagen versuft moeten houden. Hij heeft dan sowieso 24 uur per dag iemand nodig die op hem let, om te voorkomen dat hij aan zijn ogen zit. Aangezien hij het meeste op mij gericht is, ben ik dus de opperkat die hem hier doorheen gaat slepen.

Voor vandaag laten we het trainen maar zitten. Ik ben al blij als ik hem morgen in de mand krijg. Hij zit nu aan de alprazolam en begint weer wat bij te trekken. Dat is voor nu het belangrijkste. Nu ik nog 😊.