Kattenleed

Moos. Hier heel tevreden maar inmiddels niet meer. Wegens leed en pijn en een slechte behandeling door zijn mensen. Naar de dierenarts!

Nadat kat Smoes werd geopereerd op 16 juli, vertrokken wij afgelopen dinsdag weer naar de dierenarts voor het verwijderen van de hechtingen. Mijn zus was die dag in Hoorn omdat zij met mijn moeder naar het ziekenhuis ging, voor een laatste controle van haar gebroken arm. Ik had aan Zus gevraagd of zij dan in de middag mij naar de dierenarts wilde brengen. Dat is nét wat relaxter voor mij dan het avondspreekuur omdat ik meestal om 19 uur helemaal klaar met de dag ben qua energie.

Zus wilde dat wel en dus gingen we. De hechtingen zijn verwijderd, de wond ziet er prachtig uit. En belangrijker, zijn gewicht was stabiel en zijn hartslag klonk beduidend minder dreunend en is minder snel. Een teken dat de stofwisseling tot rust is gekomen. Nu nog één nacontrole volgend weekend en dan zijn we klaar met dit traject.

Die dinsdagmiddag hadden we onverwacht nog een kat bij ons. Droppie. Niet mijn kat maar van vriendin D. Droppie was de week ervoor met een gebroken achterpoot thuisgekomen,  waarschijnlijk heeft hij ergens klem gezeten. De poot was gebroken en de knie uit de kom. Omdat D. geen eigen vervoer heeft, is ze aangewezen op anderen met een auto.

Vóór die dinsdag was ze al drie keer bij de dierenarts geweest. Twee keer met haar buren en één keer met M. Alle keren is de poot gezet en gespalkt. Maar de knie schoot telkens weer uit de kom en bij die laatste controle is toen afgesproken dat het nog één keer gespalkt zou worden, maar zou het dan wéér losgaan dan werd het tijd om te gaan praten over amputatie.

Dus dinsdag was een spannende dag voor haar. Helaas bleek amputatie toch de beste oplossing te zijn en we spraken af dat dit donderdag zou gaan gebeuren. M. reed heen en weer en we leverden een kat met vier poten af en haalden een 3-potige kat weer op. Echt heel sneu. Gelukkig kunnen katten zich echt heel goed redden met 3 poten en het gaat naar omstandigheden nu heel goed met Droppie.

Ik was mee hem ophalen donderdag. Niet heel slim gezien mijn energiepeil maar ik was er nu al zo bij betrokken en wilde graag wat mentale steun verlenen. Ik was daarvoor heerlijk gemasseerd bij de fysio en kon daarna gelijk door met M. en D. haar kat ophalen. Zaterdag 4 augustus moeten de hechtingen worden verwijderd bij Droppie en dan nemen we meteen Smoes maar mee voor zijn laatste controle. Zo slaan we twee vliegen in één klap.

Ik had de hoop dan nu even klaar te zijn bij de dierenarts maar vrijdagochtend wilde kat Moos niet komen in de ochtend om te eten. Hij lag onder de appelboom en verroerde zich niet. Maar gezien de hitte vond ik dat niet heel raar. Ze hebben allemaal minder trek nu en liggen de hele dag voor pampus.

’s Avonds wilde hij weer niet komen en toen heb ik hem gepakt en naar binnen gehaald. Bij het neerzetten viel op dat hij niet op zijn rechter voorpoot wilde staan. Hij liep wel naar zijn bak maar dat ging niet soepel.

Nu kan ik ook wel behoorlijke pijn in mijn lijf hebben – zeker nu met die hitte – en stijf en stram lopen dus keken we het even aan. Na een uurtje gaf ik hem pijnstilling die ik nog had van Smoes zijn operatie en binnen no time liep Moos weer normaal. Hij had dus overduidelijk pijn. Misschien gestoken door een bij of wesp? Controle van het voetbed leverde niets op.

Vanmorgen was zijn pootje helaas veel dikker en hij likte er veel aan. Dus hop in de mand. Waarna ik zag dat hij bloedde. Dat was denk ik niet opgevallen omdat hij continu zat te likken.  Op naar de dierenarts. Alleen nu hadden wij een vervoersprobleem aangezien de auto voor onderhoud bij de garage stond. Vriendin M. sprong in haar auto en haalde ons op. Ik had de dierenarts al gebeld. Zij hebben op zaterdag spreekuur op afspraak tot 13 uur. Eigenlijk hadden ze geen plek meer maar we mochten tóch komen. De afgelopen weken zijn we er in totaal geloof ik al 6 of 7 keer geweest dus blijkbaar denkt de dierenarts inmiddels dat wij daar tot het meubilair behoren ;-).

Moos bleek koorts te hebben en een ontstoken nagelbed. Hij is waarschijnlijk ergens ingestapt. Er zit een wond tussen zijn nagels maar het lukte niet om te zien of er nog iets inzit. De dierenarts stelde twee opties voor:
a) hem een roesje geven en hetgeen erin zit verwijderen
b) het even aankijken met sterke antibiotica en pijnstilling

Al aan de wond voelend adviseerde zij het laatste. De ontsteking was nog niet ingekapseld zoals ze dat noemt en dus is de kans groot dat het met antibiotica verdwijnt. Grote kans dat als er nog iets in de wond zit, dat vanzelf wordt uitgestoten.

Zijn poot zou vanavond al aanzienlijk minder dik moeten zijn. Gebeurt dat niet dan mogen we morgen even mailen voor advies. Wat tof is want de dierenarts heeft morgen vrij. Echte service vind ik dat. Eventueel zouden we dan morgen naar een dierenarts moeten gaan die weekenddienst heeft om alsnog stap A te zetten. Onze dierenarts gokt er echter op dat dit niet hoeft.

Dus dat was wéér een rit en weer wat stress. En Moos is boos. Hij moet voorlopig binnen blijven. Ik baal ook wel. Want nu moeten we weer alles dicht houden. Niks lekker luchten. En ik vind het natuurlijk zielig voor hem.

Even afwachten maar weer.  Hopen dat alles nu tot rust gaat komen in Huize Min of Meer.

Smoes en zijn schildklier (of wat er van over is)

Precies een week geleden lag onze Smoes op de operatietafel, waar hij een schildklieroperatie onderging. Het was tot het laatste moment spannend of de operatie door kon gaan. Hij moest namelijk wel in een redelijke conditie zijn.

Maandagochtend rond een uur of 9 vertrokken wij met een nuchtere en daarom zéér verontwaardigde kat richting dierenarts. Indien de bloedtest positief was, zouden we hem daar meteen achter kunnen laten voor de operatie. Die was voor de zekerheid al ingepland voor in de middag.

Bloed werd afgetapt, meneer werd gewogen (iets afgevallen), hartslag gemeten (te snel en te dreunend) en we deden ons verhaal. We mochten op de uitslag wachten in de wachtkamer.

Een klein half uur later kwam de dierenarts de uitslag bespreken. Wat volgde was een best negatief verhaal en daarom zag ik het vonnis niet aankomen: toch opereren ondanks waarden die niet positief zijn. Na 6 weken schildkliermedicatie waren zijn schildklierwaarden weliswaar gedaald maar nog steeds op het randje. Zijn leverwaarden zijn nog schrikbarend hoog. De medicatie verder verhogen was niet mogelijk aangezien hij al op de hoogst mogelijke dosering zat. Opereren leek de enige mogelijkheid om de boel tot rust te brengen.

Het verhaal kwam erg negatief op mij over, zeker omdat ze benadrukte dat we drie weken na de operatie wéér de bloedwaarden moesten laten testen om te zien of vooral de leverwaarden zich dan wel hebben genormaliseerd en de overgebleven schildklier een normale hoeveelheid hormonen produceert. Maar het was wel een beetje van  “ach en wee en maar hopen dat….

Na het kattenkind gedag te hebben gekust vertrokken we richting huis waar ik probeerde me niet al te druk te maken. Een te hoge hartslag in combinatie met een narcose is natuurlijk niet echt prettig.

Eind van de middag mochten we hem weer halen en spraken we C., de dierenarts die hem had geopereerd. Dat was ineens een heel ander verhaal. Ik vertelde eerlijk dat ik wat somber was geworden van het gesprek met Y, de andere arts. C. heeft veel meer ervaring en vertelde dat ze soms wat van zienswijze verschillen. Volgens haar denkt Y, de jongere arts, nog erg vanuit het standaard protocol dat ze op de opleiding heeft geleerd. Maar zij zag geen enkele reden waarom het niet goed zou komen en vond een bloedtest over drie weken alleen nodig als er daadwerkelijk symptomen zijn die te denken geven. Als de stofwisseling te snel gaat dan merk je dat aan de hartslag, zijn gewicht, ontlasting en eetgedrag. Kortom als die allemaal normaal zijn, dan is testen nergens voor nodig. Ze opereert al jaren katten met schildklierproblemen en had eigenlijk nooit mee gemaakt dat het erna niet goed gaat.

Oké, dát klonk veel beter. Smoes was inmiddels voldoende bijgekomen, al ging dat wat moeizaam, maar uiteindelijk mocht hij mee naar huis met een flinke jaap in zijn keel en de belofte een week later terug te komen om de hechtingen te laten verwijderen.

eenmaal thuis wilde hij meteen naar buiten, wat natuurlijk niet mocht

De afgelopen week herstelde hij goed en snel. Zijn eetgedrag is normaal. Zijn ontlasting is dat nog niet, maar dat kan ook door de antibiotica komen en die is inmiddels op. Zijn gewicht is wel stabiel.

Zaterdag hebben wij hem voor het eerst weer naar buiten gelaten. De wond is mooi geheeld en we zagen geen reden hem nog te straffen door hem langer binnen te houden. Het is een senior en zijn gedrag buiten is vooral beetje scharrelen en snuffelen en middagdutjes doen. In de nacht houden we hem nog wel binnen.

Dus daar ging meneer met de staart omhoog, dolgelukkig. Elke struik in de tuin is besnuffeld. Zijn manier van lezen wat er de afgelopen week is gebeurd, zonder hem.

Morgen laten we de hechtingen verwijderen en 6 augustus is dan een nacontrole, waar we dus al of niet nog een bloedtest laten doen. Afhankelijk van de uitslag ga ik wel of niet mee op vakantie. Op zich heb ik goede hoop maar je weet maar nooit. Hij geeft nu toevallig al een paar dagen achter elkaar over. Kan door de hitte komen, kan iets anders zijn. Even afwachten maar weer. Ik ben er nog niet helemaal gerust op. Een combinatie van mijn gewone zwartgalligheid met nog wat oververmoeidheid van de afgelopen tijd.

Nou ja voor Smoes is in ieder geval het ergste nu achter de rug. En voor ons ook. Want een kat binnenhouden met die hitte en dus alle ramen en deuren dicht moeten houden, was niet echt fijn.

 

 

Smoes

De operatie ging goed. En vanmorgen was hij weer helemaal zijn springerige zelf. Ik helaas nog niet, dus jullie houden een uitgebreidere update van me tegoed. Eerst even bijtrekken.

Hier net bijgekomen, nog heel slaperig maar wel helemaal klaar om weer naar buiten te gaan. Wat voorlopig nog niet mag.

Verraad

Twee keer per dag ga ik naar hiernaast. Dan geef ik de buurkatten eten en doe een knuffel- en speelsessie met ze. Meestal gaan onze buren in de winter op vakantie maar dit jaar hebben ze een weekje extra tussendoor.

Het voordeel van in de winter de buurkatten voeren is dat mijn verraad niet zo opvalt. Onze kattentroep ligt als het buiten koud is graag binnen en heeft niet in de gaten – op Moos na – waarom ik twee keer per dag even weg glip.

Hoe anders is het nu. Na een paar dagen weten ze het allemaal en is er geen ontkennen meer aan. Als ik door de voordeur naar binnen ga, probeert Moos achter mij langs naar binnen te glippen. Dat sta ik niet toe en gooi de deur voor zijn neus dicht. De reactie is een gekerm en gekrijs van hier tot Tokio. Om zijn leed te benadrukken springt hij nog even op de plantenbak buiten, zodat hij met zijn neus tegen het raam het plaatje kan afmaken. Dibbes zorgt voor het achtergrondkoor en ligt rollend van ellende op het tuinpad.

Loop ik snel door naar de keuken om eten te pakken en de deur open te doen. Buurkatten weten het al wanneer ik kom en die zitten vaak in de achtertuin een beetje te wachten en te zonnen. Als ik de keukendeur opendoe, komen niet alleen de buurkatten maar ook Gerrie en Smoes aanstormen.

Als Tommie en Caspar hun eten naar binnen werken is dat onder begeleiding van gekrijs en gejammer van mijn eigen katten. Smoes probeert tegelijk ook door het kattenluik te komen dus hem moet ik telkens terug duwen. En Gerrie, nou er zijn geen woorden om zijn leed te beschrijven. Zijn ogen rollen uit zijn kop, zijn keel is schor van het gillen, de paniek druipt uit zijn vacht. Verraad!

Een kat vergeet meteen dát hij al eten heeft gehad en dat vergeet hij liefst twee keer per dag. Derhalve dient het bedienend personeel continu te worden herinnerd aan lege buikjes.

Een lege bak is gelijk aan een volle bak brokjes minus 3 brokken. Schande als dit niet wordt opgemerkt!

Aandacht die ik schenk aan ander kattenvolk is ongewenst en ongepast. Wat je nu deed! Kan niet! Verschrikkelijk!

Loop ik weer naar ons eigen huis dan is dat onder begeleiding van de kattenfanfare. Alles is weer goed. Behalve voor Gerrie die het niet snapt en in de achtertuin van de buren blijft zitten sippen. Tot ik roep en hij met een rotgang aan komt sjezen, gillend van blijdschap. Je bent er weer! Je houdt nog van me! Eten! Nu!

Tja. Zal blij zijn als de buren weer terug zijn.

 

Over een hysterisch brein en een kat

Een verhaal over een zieke kat, in de avond iets doen en wat dat met mijn brein doet. Hou jij niet van katten en heb je niets met ME/CVS of persoonlijke verhalen, dan raad ik je aan op het kruisje in de rechterbovenhoek te klikken. Poef, weg ben ik dan! Zo simpel kan het zijn.

Gisteren was het zo ver: we moesten de schildklier- en leverwaarden van kat Smoes laten controleren. Na drie weken medicatie was er de hoop dat hij stabiel is en dat hij zo snel mogelijk geopereerd kan worden.

Vooraf zag ik het wat somber in. Hoewel ik best vaak gebeurtenissen optimistisch benader, kan ik bij vlagen echt een enorme zwartkijker zijn. Een van mijn grootste talenten is toch wel het bedenken van allerlei doemscenario’s in de categorie ‘als dit, dan dat’. Dat heeft voordelen en nadelen. De nadelen zullen duidelijk zijn. Het voordeel is er toch ook. Krijg ik dan tegenvallend nieuws dan is het in de meeste gevallen véél minder erg dan ik had bedacht en heb ik er bovendien ook al een planning op losgelaten en schakel ik vrij makkelijk over op de nieuwe realiteit.

Dus schakelde ik gisteravond na de uitslag moeiteloos over op plan B: niet nu opereren maar over drie weken, als de uitslag dan gunstiger is.

Wat daaraan vooraf ging was dat ik gedurende de dag steeds meer hyper werd. Dat kwam door een combinatie van me zorgen maken om mijn kat én het vooruitzicht van een activiteit in de avond. Na 6 uur de deur uitgaan doet mijn brein veranderen in een discotheek vol herrie, discobollen en lichtflitsen. De wetenschap dat een avondactiviteit vrijwel altijd voor een terugslag zorgt én dat die terugslag soms weken duurt, maakt me dan niet heel relaxt. Natuurlijk hadden we beter overdag een afspraak kunnen maken maar het kwam nu zo uit vanwege allerlei redenen – die ik niet ga uitleggen anders wordt dit stuk nog onleesbaar langer-  om naar het inloopspreekuur in de avond te gaan.

Vanzelfsprekend weet ik dat het slimmer is om me geen zorgen te maken over een activiteit in de avond. Je zorgen maken voegt niets toe. Ik weet tóch wel dat die terugslag komt, dus mens maak je niet druk ! Zeg ik wel 100 x tegen mijzelf. Maar ik ben niet voor niets doof hè. En hardleers.

Dus veranderde ik in de loop van de dag in een stuiterbal. Dan ga ik volslagen ongecontroleerd dingen doen. Maar bedenk me ook ‘ineens’ dat we moeten eten voor we naar de dierenarts gaan en dat ik niets heb bedacht dus soep uit de vriezer haal. En die vergeet te ontdooien.

De drie rustmomenten die ik toch had, zorgden niet voor een kalmer brein. Rusten of mediteren als ik zo hyper ben heeft dan soms juist een averechts effect. Dus zorgde ik voor afleiding en keek een hele zielige film op Netflix. Ik had vooraf niet verwacht dat het zo’n tearjerker zou zijn en ik had voor een goed gevoel beter naar oude afleveringen van de Gilmore Girls kunnen gaan kijken. Want nu was ik én hyper én down. En óók nog ongesteld, over leed gesproken.

Op naar de dierenarts. Omdat ik al zo doorgedraaid was, was ik totaal niet alert op mijn eigen gedrag. Dus was jij gisteravond bij de dierenarts? Ik was die praatzieke vrouw die met iedereen stond te ouwehoeren alsof ik energie had voor tien. Ik deelde mijn energie en aandacht uit alsof het niets was. Hier, pak aan! Jij ook wat? Komt het!

Ergens registreer ik mijn eigen gedrag nog wel maar toch ook weer niet. Of zo.

Dus tegen de tijd dat we de behandelkamer binnen kwamen was ik al helemaal doorgedraaid en toen moest het feest nog beginnen. Als in alert kunnen zijn, de vragen kunnen stellen die we nog hadden over de operatie.

En je vriend dan? hoor ik jullie roepen. Ja, die was mee. Stelde ook vragen. M. is bepaald geen watje maar heeft wel in de loop der tijd geleerd dat er met mij op dit soort momenten niets valt te beginnen, laat staan dat ik me laat corrigeren. Wat zeg ik, de kans is groot dat als hij dan zou vragen of ik niet wat rustiger aan zou moeten gaan doen – als in hou jij je klep eens –  ik besluit om in de lampen te hangen. Uit pure recalcitrantie. Dat is mijn hysterische brein hè. Op andere momenten ben ik zo mak als een lammetje (kuch).

Goed, de behandelkamer en de dierenarts. We hadden een goed gesprek, we konden al onze vragen stellen, het bloed werd afgenomen, de schildklier gepalpeerd (voelde beduidend minder dik), hij werd gewogen (150 gram aangekomen, jeej!) en toen gingen we weer op huis aan.

Later die avond belde de dierenarts op met de uitslag. Wat ze zag was een aanzienlijke verbetering maar niet voldoende om nu te opereren. Eerst nog 3 weken medicatie, nu 3 pillen in plaats van 2. Zijn ontlasting in de gaten houden. Slappe brij duidt op slechte vertering en komt door de vraatzucht en op hol geslagen stofwisseling. De verwachting is dat als deze lijn zich doorzet, hij half juli kan worden geopereerd en hij voldoende tijd heeft om te herstellen voor onze vakantie. Duimen maar.

Natuurlijk zou ik na dat gesprek moet inzakken als en plumpudding. Taak volbracht, koppen dicht en instorten maar. Maar zo werkt dat niet. Mijn brein geeft naar verwachting pas overmorgen ‘sein veilig’. Wat dat betreft geldt ‘ervaringen uit het verleden zijn helaas zeker een garantie voor het heden’. Dus de komende tijd blijf ik nog hyperalert. Tot ik overmorgen waarschijnlijk doodmoe en inmiddels minder alert tegen een deurpost oploop en dan in één klap instort.

Niet vreemd dat ik nauwelijks sliep vannacht. Mijn lijf lag letterlijk na te schokken. En vandaag weet ik dat ik moe ben maar ik voel het niet. Omdat de impulsen dat ik iets moet doen groter zijn. Moet wat doen! Ramen lappen, keuken reorganiseren. Liefst iets groots.

Gelukkig weet ik wat er gebeurt als ik dat doe. Ik til namelijk nog geen wasmand op. Dat heeft een reden dus ik moet zeker niet zomaar het huis gaan reorganiseren. In plaats daarvan deed ik wat regeldingen, schreef dit stukje en rekende uit waar dat geld voor de operatie nu weer vandaan moet komen. Deed ik toch iets 😉 .

En Smoes? Die leeft nog steeds in de zevende hemel met zijn vele eetmomenten en de extra aandacht die hij krijgt. Ieder geval iemand helemaal blij in dit huis.

Onrust

Met drie katten die op dieet zijn wegens overgewicht en één kat die 6 keer per dag eten krijgt omdat zijn stofwisseling te snel werkt, is de sfeer hier in huis wat verstoord. En hebben we een paar keer per dag dit:

Smoes eet daarom inmiddels op een verhoging terwijl 3 katten boos en verontwaardigd toekijken. Soms blijft het niet bij kijken. Vooral Gerrie heeft er een handje van naast Smoes te springen, een felle mep uit te delen en het eten over te nemen.

Meestal gebeurt dat als ik even met mijn ogen knipper, me omdraai of naar het toilet ga of op de één of andere manier niet alert ben (wat bij mij helaas nogal eens voorkomt). Ik ben dus een groot deel van mijn tijd bezig met corrigeren, verontwaardigde katers bestraffend toe te spreken en Smoes gerust te stellen dat het eten toch echt voor hem bedoeld is. Het is hier net een kleuterklas.

Het doel van alles is dat Smoes aankomt en dat de rest afvalt of op zijn minst niet aankomt. Dat is een dagelijks gevecht. Want ik vul bakjes met brokjes en dan eten ze allemaal één hap en lopen weg – behalve Smoes die gestaag door eet- en gaan dan boos naar Smoes kijken. Als ik dan niet alert genoeg ben dan mis het ik het moment dat een van de drie zieligerds die door mij uitgehongerd worden maar hun droge brokken niet blieven, terugkeert naar de etensbakken en die allemaal in één seconde leeg vreet.

Dat doen ze allemaal op hun tijd. Dus vreten ze continu uit de verkeerde bak en is het niet goed mogelijk om in te schatten hoeveel ze binnenkrijgen. Tot het moment van de waarheid als ik ze wekelijks weeg en ontdek dat ze allemaal weer zijn aangekomen. Wat niet de bedoeling is. Moos is inmiddels zo zwaar dat je een hernia krijgt als je hem probeert op te tillen. Gevalletje zwaar obese noemen we dat. En Dibbes en Gerrie hebben ook overgewicht maar lopen nog eens extra risico door hun hartruis en moeten echt afvallen.

Ik ben zelf schuldig aan deze toestand want een watje en voel me schuldig als ik Smoes extra eten geef, terwijl de rest toekijkt. Er hangen overduidelijk wolken boven hun hoofd met teksten als ‘sterf mens, hier ga je voor boeten‘. Dus geef ik ze soms een snoepje als Smoes zijn volle bak met lekkers naar binnen werkt. Dát maakt de bui alleen nog maar erger. Je ziet ze denken ‘Echt? Een snoepje? Terwijl hij daar een copieuze maaltijd naar binnen werkt? Voor de 6e keer vandaag? Wat vind je zelf van je gedrag?

Een en ander wordt nog gecompliceerd door buurkatten Eddie, Tommie en Caspar die regelmatig naar binnen lopen om eten te stelen.

Een paar dagen geleden herpakte ik mezelf en ging ik weer over op de tactiek van de afgedekte bakjes. Elke kat heeft zijn eigen bak. Weglopen en niet eten betekent dat de bak afgedekt wordt. Weer willen eten betekent dat ze mij eerst – liefst vriendelijk – vragen of ze weer verder mogen eten.

Dus is dat mijn nieuwe hobby. Eten geven, afdekken, weglopen, achtervolgt worden door een boze kat die zich bedacht heeft, weer teruglopen, deksel van het bakje halen, me even omdraaien, erachter komen dat toch weer de verkeerde kat de bak staat leeg te vreten.

En Smoes? Maandag is het uur van de waarheid. Dan wordt zijn bloed weer onderzocht. De hoop is dat de schildklierwaarden na 3 weken medicatie stabiel zijn en dat hij geopereerd kan worden. Wat ik betwijfel want hij heeft nog steeds heel veel honger. Hij lijkt wel iets sneller verzadigd, is ook wat aangekomen maar ik merk dat hij nog niet goed in zijn vel zit.

We hopen maandag ook nog wat meer informatie te krijgen over de operatie want er zijn wat vragen en twijfels. Inmiddels weet ik wel dat een schildklieroperatie bij katten niet te vergelijken is met die bij mensen, die moeten de rest van hun leven pillen slikken omdat de hele schildklier wordt verwijderd. Onze motivatie om het te doen is vooral omdat het prettig is als de kat erna gewoon verder gaat met zijn leven en niet meer alle dagen pillen hoeft.

afbeelding gevonden op catcyclopedie

Bij katten wordt – in tegenstelling tot een schildklieroperatie bij mensen – maar één kant van de schildklier verwijderd, het verdikte deel. De bedoeling is dat de andere kant van de schildklier de hormoonproductie overneemt. Iets wat een maand na de operatie wordt gecontroleerd. Soms komt het voor dat dit niet gebeurt, dan moet de kat alsnog aan de medicatie. En soms gebeurt het dat ver na de operatie het andere deel van de schildklier ook voor problemen zorgt. Waarna de kat toch weer aan de pillen moet.  Van wat ik heb begrepen.

Liever geen pillen dan wel pillen. Voor de kat en voor ons. Want het geeft gewoon meer vrijheid als het niet hoeft. Bijvoorbeeld als we op vakantie zijn. Voor een kattenoppas is het niet fijn om een kat die niet eigen is pillen toe te dienen. Je moet maar afwachten of dat lukt.

Voor ons zijn er nu nog veel onzekerheden. Of de waarden stabiel zijn. Of hij nog voor onze vakantie geopereerd kan worden. Zo niet, of de oppas de pillen kan toedienen. Ik heb wel een vriendin bereid gevonden het te doen. Haar laten zien hoe ik het doe bij Smoes. En haar verzekerd dat we onmiddellijk terugkomen als het niet lukt. Maar even afwachten of ik überhaupt wel wil gaan. Zoals hij nu is wil ik dat niet. Omdat de vakantie al betaald is, gaan de mannen dan zonder mij. Niet leuk. Want ik heb dit jaar een vakantiehuis met privézwembad gehuurd en verheug me al een jaar op daarin dobberen in de zon. Maar Smoes gaat voor.

Duimen maar!

Vetmesten

hand in poot liggen met het voedseluitgiftepunt

Hoi,
Smoes hier.
Ik maak zó veel mee,
ik dacht dat moet ik effe vertellen..

Ik heb altijd honger.
Altijd.
Last van vraatzucht.
Zo lang ik me kan herinneren.
En ondanks dat ik
elk jaar naar tante dokter ga
voor controle en bewonderende uitroepen,
hebben ze nu ontdekt
dat mijn schildklier te hard werkt.

Echt gaaf is dat.
Want nu krijg ik 6 keer per dag eten.
6 keer per dag!
Ik bedoel maar.
Is dat geweldig
of is dat geweldig.

Nog fijner is
dat de rest stikt van jaloezie.
Dus eet ik op een verhoging
en word vetgemest.
Terwijl de anderen toekijken.
😉

Iets minder vind ik dat pilletje.
Twee keer per dag.
Maar omdat ik alles doorslik
wat in mijn mond komt,
slik ik dat pilletje ook door.
Ik ben niet zo moeilijk.
Ook al dacht het mens altijd van wel.

Om de dag pakt ze me vast.
En dan weegt ze mij.
Eerst zei ze dingen als
‘Oh nee, weer afgevallen!’
Maar sinds een paar dagen
roept ze hard
‘Goed zo’
en
‘Ga zo door!’

Ik doe iets heel erg goed.
Dat verbaast me niet.
Want eten is mijn hobby.
Ik ben een zeer getalenteerde eter.

Alleen de laatste tijd
ben ik halverwege de bak met eten klaar.
Ik snap er niets van!
Ik prop er dan toch nog wat in.
Maar nee, er kan echt niets meer bij.
Ik zit gewoon vol. Bom vol!
Dat is nieuw voor mij.

Ik weet het zeker.
Een volle buik.
Veel aandacht.
6 keer per dag eten.
Dit is de hemel.

Altijd honger

Waarschuwing vooraf: kattenspam. Al weer? Ja!

Smoes heeft altijd honger. Dat zit zo. Als kitten heeft hij een tijd te weinig eten gekregen. Dat was voor hem heftig genoeg om  daar een levenslange honger aan over te houden. Hij wil altijd eten, altijd. Het is een hyper kat, vol levenslust ondanks zijn inmiddels senior leeftijd van 12 jaar en prachtig op gewicht. Waar de drie andere katten worstelen met overgewicht, is Smoes altijd de slankste van de klas.

Omdat die andere drie op dieet zijn, worden ze regelmatig gewogen. En dan weeg ik Smoes ook meteen mee. Hij is in vrij korte tijd 500 gram afgevallen en er zat al niet veel vet aan die botten. Ondanks dat hij veel eten krijgt en vaak nog tussendoortjes of zelfs een complete maaltijd van mij krijgt, valt hij af.

Afgelopen week viel me op dat hij minder spierkracht heeft dan voorheen. Hij wilde op bed springen en dat lukte niet goed. Hij trok zich uiteindelijk heel moeizaam aan zijn voorpoten op. Toevalstreffer dacht ik eerst, maar een dag later zag ik dit weer. Ook bleek hij aan de diarree te zijn.

Ik telde één en één bij elkaar op en bedacht dat hij hoogstwaarschijnlijk last van zijn schildklier heeft. Ik heb eerder een kat gehad met deze aandoening en herken de symptomen. Veel oudere katten vanaf een jaar of 12 krijgen dit.

Op naar tante dokter dus. Zij voelde de schildklier meteen al zitten met een flinke verdikking. Ook bleek zijn spiermassa in voor- en achterpoten inderdaad aangetast en zijn hartslag te snel en te heftig. Samen met de uitslag van een bloedonderzoek en mijn verhaal over diarree en eetgedrag was het snel duidelijk. Hij heeft een te snel werkende schildklier en dus een stofwisseling die veel te snel gaat. Met razende honger tot gevolg. Het arme beest.

Er zijn wat opties:

  • Radiotherapie: een injectie met radioactief jodium dat de te actieve schildklierhormonen doodt. Dit is duur ( €1250) en er kleven buiten de prijs ook wel nadelen aan. Namelijk dat het niet altijd aanslaat en dan moet de kat nóg een keer à €1250.  Je kat is wel ook radioactief na de behandeling en moet een tijd opgenomen blijven bij de kliniek. En na thuiskomst moet hij weken binnen blijven, zo min mogelijk worden aangehaald. Ook heeft het gevolgen voor de kattenbak, die moet meteen worden verschoond nadat hij erop is geweest en de korrels moeten 4 weken in een aparte ruimte worden bewaard voordat ze mogen worden meegegeven met huisvuil. Een No Go wat mij betreft. Ik zie me al met 30 vuilniszakken met allemaal data erop genoteerd, een complete administratie bijhouden van wanneer welke poep veilig mag worden weggedaan. En het arme beest al die tijd niet knuffelen! De dierenarts raadde dit niet aan.
  • Pillen. 2 keer daags pillen geven de rest van zijn leven. Ook dit heeft een nadeel, namelijk twee keer per dag een grote worstelpartij.  Ook kunnen de pillen flinke bijwerkingen geven en op den duur heel belastend voor het lichaam worden. Als hij al veel ouder was, zouden pillen wel een goede optie zijn. Maar zoals de dierenarts aangaf, Smoes is nu net 12, kan met gemak misschien nog wel 6 jaar mee. Dat is erg lang pillen slikken.
  • Jodiumvrije voeding: geen optie voor ons. Met vier katten in huis gaat dat niet.
  • De vierde optie is een operatie. De schildklier wordt dan verwijderd. Indien nodig links en rechts. Ook hier kleven nadelen aan: de bijschildklieren kunnen worden aangetast tijdens de operatie en dat leidt tot ‘levensbedreigend calciumtekort’ (bron: mcvoordieren). Het weg gesneden schildklierweefsel kan bovendien terugkomen. Het voordeel hiervan is wel dat indien succesvol er geen medicatie meer nodig is.

Veel om te overdenken dus. We hebben nu afgesproken dat Smoes eerst een maand op medicatie wordt gezet om hem te stabiliseren. Dan wordt er weer een test gedaan om te kijken of de pillen zijn aangeslagen en zijn waarden normaliseren. Daarna zou hij dan een operatie ondergaan. De operatie is ook pittig aan de prijs maar dat is levenslang pillen slikken ook. Dan ben je uiteindelijk nóg duurder uit leerde een snelle rekensom (uitgaand van nog 6 jaren). Het voordeel van pillen zou wel zijn dat de kosten worden gespreid.

Wat me wel verbaast is dat we bij ons vorige kat al deze opties niet kregen. Nu is dit ook al jaren geleden dus wellicht waren er toen minder opties. Poes Dorrit kreeg toen gewoon pillen en klaar. Nooit meer iets getest. Ze werd wel tonnetje rond maar ook heel oud. Ze was al een jaar of 18 toen ze aan de medicatie ging en overleed op haar 20e.

Ik zal Smoes in ieder geval niet meer uitschelden voor vreetzak. En tot die pillen aanslaan krijgt hij zo veel en zo vaak eten als hij wil.

Oud zeer en drama’s die nergens over gaan

Hoewel het niet vaak voorkomt hier, zaten wij vorige week helemaal klaar om te bbq-en. Ik ben er niet dol op, vind het veel gedoe voor niet heel bijzonder eten – ik gooi net zo lief mijn eten in een grillpan – maar M. en S. zijn er dol op. Bovendien was M. jarig op een stralend zonnige dag, dus staken we de bbq in de fik.

Nét toen we zover waren om de eerste lading vlees dan wel groentespiesjes op het bord te deponeren, kregen we vanuit een buurtuin het dringende verzoek de katten naar binnen te doen. Er was gespoten door een onkruidverdelger en na het spuiten bleek dat het gespoten goedje ‘hoogstwaarschijnlijk niet goed was voor katten, er is nog nooit iets gebeurd, maar toch’. Zei de verdelger dus na het spuiten.

Lekker dan! Ik kan hier nu een heel boos verhaal houden over gif en dat we beter vooraf hadden kunnen worden gewaarschuwd maar dat doe ik niet, daar gaat dit stuk niet over.

Katten meteen naar binnen dus. Dat gaat hier niet zo makkelijk. Als je namelijk katten iets wil laten doen, gebeurt er meestal het tegenovergestelde. Toch hadden we na vijf minuten drie van de vier katten naar binnen gedreven. Waarbij Gerrie wel meteen weer door het afgesloten kattenluik naar buiten probeerde te breken. Dus dwong ik de man het luik er snel uit te halen en een houten plank voor het gat te timmeren. Terwijl het eten op de bbq lag te verpieteren. En de sfeer er niet beter op werd.

Drie van de vier dus. Dibbes ontbrak. Dibbes kent drie standen:

  1. ik ben relaxt, hang de clown uit en voel me heel blij met alles en iedereen
  2. ik slaap, laat me met rust
  3. dit klopt niet, ik vertrouw dit niet, NOOD, Groot Alarm!

Dibbes schoot van mijmeren onder een struik in één klap in standje drie, dat van groot alarm. Hij stoof de tuin uit en was weg.

Dit maken we helaas een paar keer per jaar mee. Hij schrikt heel erg van iets en gaat ervan door. Het duurt dan meestal uren voor hij weer naar binnen durft te komen door het kattenluik. Bij voorkeur als wij ons niet laten zien. Maar dát ging nu niet want dat luik was afgesloten.

Bovendien weet ik uit ervaring dat hij zich meestal verstopt op een plek vlak in de buurt, bijvoorbeeld de tuin van de buren. Waar net gif was gespoten.

Die bbq was dus geen succes. Ik kreeg geen hap meer door mijn strot. De man wel maar die ergerde zich aan mijn hysterische gedrag. En terecht want net als Dibbes ken ik ook maar drie standen:

  1. ik ben moe maar redelijk relaxt
  2. ik ben moe en lig in bed
  3. ik ben moe, zwaar overprikkeld en kleine gebeurtenissen doen in mijn brein een Groot Alarm afgaan.

U ziet, veel overeenkomsten met exzwerver Dibbes. Gaat het niet goed met Dibbes, dan gaat het zeker ook niet goed met mij.

Na een tijdje had ik hem gespot in de voortuin onder en struik waar hij heel stil zat te doen of hij daar niet zat. Dat lukte goed, ik zag hem eerst niet tot het me opviel dat achter een beste dunne struik een heel dikke witte kont heftig zijn bestaansrecht ontkende.

Toen ik hem riep stoof hij ervan door, jammerend de straat op, naar de overkant, een steeg in.

Dibbes lijkt na 5 jaar huisleven heel wat. Hij lijkt gelukkig en zo veel meer zelfvertrouwen te hebben. Maar er hoeft maar iets te gebeuren en dat hele dunne laagje vertrouwen verdwijnt. Oud zeer komt naar boven drijven. Wat overblijft is een hele angstige achterdochtige kat die niemand vertrouwt. In tegenstelling tot Gerrie. Die heeft dezelfde achtergrond en is ook nog snel onzeker. Maar als er iets engs is, rent Gerrie juist naar mij toe. Ik ben zijn duidelijk zijn mammie die hem moet redden.

Afijn, terug naar de steeg. Daar zag ik hem niet meer. Ik weer naar binnen. Na een uur toch weer gekeken. En jawel daar zat hij weer in de voortuin, onder dezelfde struik. Omdat roepen dus niet werkte ging ik op de stoep zitten en negeerde ik hem. Na een minuut of wat ging ik heel zacht praten. En praten. Ik zei al die dingetjes die mensen tegen hun huisdier zeggen als er niemand in de buurt is omdat het té gênant is. Zoals ‘ben jij dan mijn kleine lekkere schetepoeperdje, mijn Dibbesbeertje, mijn mooi Dibbesman‘.

Dit had effect. Wie kan dit weerstaan? Dibbes niet. Na een half uur lieve praat kwam hij heel voorzichtig overeind. Gapen. Ik kreeg een knipoog. En op de opmerking ‘kom maar jochie‘ volgde een jammerkreet. En nog één. Hij miauwde zijn ellende mijn kant uit. En toen hij begreep dat ik begreep hoe erg het allemaal was, stapte hij onder de struik vandaan.

Daarna was het goed. Er werd een buik aangeboden. Ik bood mijn oprechte excuses aan voor het feit dat hij zo vanuit het niets overstuur was geworden. Die werden gretig in ontvangst genomen, waarna hij aangaf naar binnen te willen. Parmantig liep hij over de bij wijze van spreken rode loper naar binnen terwijl ik, zijn nederige en inmiddels zwaar overspannen dienaar, zó diep boog dat mijn neus zowat de grond raakte.

Dat was echt een drama om niets. Maar wel eentje die er inhakte, bij mens en dier.

 

Eindelijk

Waar ik ook kom, daar heb ik binnen de kortste keren contact met katten. Stuur mij op vakantie en ik word vriendjes met de plaatselijke zwerfkatten. Laat mij los op straat en ik struikel over katten die aandacht willen.

Katten vinden mij snel leuk. Ze zoeken toenadering. In kattentermen word ik door veel katten geschikt bevonden voor ‘de dienst’. Iets in mij maakt dat ik jaar in jaar uit goed scoor tijdens de beoordelingsgesprekken, al blijven er natuurlijk altijd aandachtspunten.

Van onze eigen kattentroep scoren Dibbes en Gerrie denk ik het hoogst op de schaal van mogelijkheden om van een mens, en dan specifiek van mij, te houden. Dat heeft denk ik vooral met bezitsdrang te maken. Met hun achtergrond – een zwervend bestaan vol ellende en honger – promoveerde ik vrij snel van ‘eng maar wel oké’ naar ‘dit mens is van mij’ . In de praktijk vertaalt dit zich in onhebbelijk gedrag naar anderen toe. Loopt Gerrie op mij af, dan gooit Dibbes zich snel tegen mij aan. Van mij!

Echte liefde dus. Of wat daar bij een kat voor door gaat. Behalve Moos. Moos en ik hebben een ietwat getroebleerde relatie. Hoe dat komt? Geen flauw idee. Ook hij komt van de straat. In 2006 kwam hij als klein katertje van hooguit vier maanden aanlopen met een forse navelbreuk. Hij bleef. Zo gaat dat hier.

druk aan het werk als plantenpletter

Ik werd op zijn hoogst getolereerd. Maar Moos en ik begrepen elkaar niet. Ik ben best geduldig. Maar jaar in jaar uit liep Moos regelmatig beledigd weg als ik hem aanhaalde. Ik mocht hem eten geven. Op zijn tijd en alleen als hij in een héél goed humeur was, aaien. Maar daar hield het ook op.

‘Mama, je moet zo kriebelen bij Moos’. S. heeft het me wel 1000 x voor gedaan. Want Moos vertoonde zijn mood swings vooral bij mij. Op S. en M. is hij altijd al dol geweest.

Moos gaf mij altijd het idee dat ik het verkeerd deed. De kriebel op de verkeerde manier, op het verkeerde moment, te hard, te zacht, met te weinig respect. Best frustrerend voor iemand die zich een echte kattenmoeder voelt.

Maar ouder worden doet ook milder worden. Moos heeft zijn eisen bijgesteld en mij in dienst genomen. Ik ben eindelijk goed bevonden om tegenaan te liggen. Hij biedt zijn buik regelmatig aan mij aan. Hij loopt niet meer beledigd weg als ik hem benader. Hij geeft mij kopjes en aandacht. Moos heeft ontdekt dat ik eigenlijk best wel oké ben. Na 12 jaar.