Over katten, de keiharde werkelijkheid, hoop en dankbaarheid

Vandaag is het internationale kattendag, bedoeld om katten eens in het zonnetje te zetten en te verwennen. Nu negeer ik dat want het is hier jaar in jaar uit 24 uur per dag kattendag. En verwennen doe ik ze al genoeg. Leef je als kat in Huize Min of Meer dan word je overstelpt met aandacht en zorg.

Het werkt ook andersom. Ik leef voor een groot deel huisgebonden en zonder de katten zou ik dat een stuk zwaarder vinden. Er ligt er altijd wel eentje binnen handbereik om geaaid te worden. Eenzaam voel ik me niet met  vooral Gerrie in de buurt, die als ik naar hem kijk altijd begint te kletsen. Ik denk oprecht dat zij mij erdoor heen slepen en ik hun leven ook beter maak.

Het is trouwens vandaag nóg een internationale dag: de dag van Severe ME. Op deze dag staan we stil bij mensen die de ergste vorm van ME hebben. Mijn leven is al heel beperkt maar mensen met deze vorm liggen 24 uur per dag in het donker, verdragen geen voedsel, licht, geluid en hebben helse pijnen. En overlijden. 8 augustus was de geboorte dag van Sophie Mirza, een Engelse ME patiënte die aan de gevolgen van ME is overleden.

Elke dag ben ik blij dat ik deze vorm van ME niet heb
– dankbaar dat ik nog, al is het maar af en toe, naar buiten kan, zelf kan eten, kan lezen, de katten kan aaien en met mijn gezin samen een tv serie kan kijken.

Elke dag ben ik bang dat ik deze vorm van ME krijg
– want stadia verschuiven en ik ken diverse patiënten die vergelijkbaar met mij waren en dan ineens zover terugzakken in mogelijkheden dat ze 24 uur per dag plat moeten liggen. Zelf heb ik ook een aantal jaren bijna continu plat gelegen en weet hoe slopend dat is. Voor de patiënt én zijn omgeving.

Elke dag sta ik op met de hoop dat er een oplossing wordt gevonden – want na een jaar vol aandacht in de media over ME en de erkenning van de Gezondheidsraad is de hoop dát er ooit een oplossing wordt gevonden weer opgelaaid. Voor veel patiënten komt die oplossing  helaas te laat.

Vandaag sta ik stil bij wat mensen met ernstige ME allemaal moeten missen. Ik mis veel maar kan in vergelijking met deze groep patiënten tot mijn grote dankbaarheid gelukkig nog onvoorstelbaar veel. En ook al sla ik douchen maar al te vaak over wegens pijn en gebrek aan energie, ik ben niet afhankelijk van een ander om me te wassen.

Het is zomertijd, mensen genieten volop, ontmoeten hun vrienden op terras, strand en doen wat gezonde mensen doen. Terwijl mensen met ernstige ME continu in het donker liggen, dromend van een ander leven en in sommige gevallen dood liggen te gaan.

Dat is de keiharde werkelijkheid. Ik hoop dat we dat ooit kunnen veranderen.

Hè hè

Hoewel ik hoopte op een hele rustige week, ging ik deze week uiteindelijk toch nog twee keer naar de dierenarts. Dinsdag voelde ik dat de poot van Moos weer iets verdikt was en zijn voet was ook nog best dik. De zaterdag ervoor had de dierenarts een ontstoken nagelbed geconstateerd en hij kreeg sindsdien pijnstilling en antibiotica.

Zus was afgelopen dinsdag weer in Hoorn, om een high tea te maken ter ere van de 80ste verjaardag van onze moeder. Maar ze was bereid tussen de voorbereidingen door met mij naar de dierenarts te rijden. ’s Middags sprong ze weer in de auto om de kat van  vriendin D. op te halen, waar het even niet zo lekker mee ging en die de nacht bij een dierenkliniek had moeten doorbrengen. Zus staat dus nu met stip op nummer 1 van de top 10 van  lieve mensen die super zijn in noodsituaties.

Afijn, Moos weer in de mand en het gejammer begon weer. Want als er iets erg en onjuist is, dan is het als Moos in de mand moet. Katonwaardig! En dat laat hij merken.

De dierenarts constateerde dat het voetbed inderdaad nog wel erg dik was. Er zat ook weer wat vuil in de wond en dat is schoongemaakt. De verdikking in zijn poot die ik voelde was echt minimaal. Gelukkig geen ontsteking of een abces maar waarschijnlijk het gevolg van anders gebruiken van zijn spieren om zijn voet te ontzien. Spieren reageren heel snel op dat soort dingen.

Zaterdag terugkomen en tot die tijd hem nog steeds binnenhouden en zijn voetje regelmatig weken in een ontsmettend spulletje was het advies.

Moos binnen houden was niet eenvoudig want hij was afwisselend depressief en razend en heeft ons goed wakker gehouden omdat hij uit pisnijd en bij uitbraakpogingen letterlijk in de gordijnen hing.

De lijst met katten die zaterdag mee moesten werd dus steeds langer en gisteren gingen we uiteindelijk met Moos, Smoes en Droppie, de kat van vriendin D. wiens poot tien dagen geleden is geamputeerd,  op controle.  De poot van Moos zag er weer prima uit en we kregen groen licht. Meneer stapte meteen na het dierenartsbezoek dol gelukkig door de deur de tuin in en is sindsdien weer geheel zichzelf.

Smoes gaat ook goed. Het was de laatste controle na de schildklieroperatie van 3 weken geleden. Zijn ontlasting is goed, hartslag is normaal en hij valt niet meer af. Sterker nog, hij is aangekomen. Hij heeft de groeicurve van een kitten vertelde de dierenarts en dat is nu net niet de bedoeling willen we niet met een tientonner Smoes eindigen.

Want meneer vraagt nog steeds heel vaak om eten. Hoewel hij absoluut niet meer zo veel eet als tijdens het hoogtepunt van de schildklierellende – toen at hij zo 600 tot 800 gram nat voer per dag én daarnaast droge brokken – eet hij nog steeds wel twee keer meer dan de andere katten.

Dat is dus een gewoonte volgens de dierenarts. Eten is altijd wel een ding geweest voor Smoes – als kitten en jong katje heeft hij honger geleden – maar hij krijgt nu meer binnen dan hij nodig heeft. Dus moet ik streng zijn en echt overgaan tot normale porties. Smoes kan nogal dwingend kijken dus krijg ik nu het merendeel van de dag dé blik:

Kat Droppie werd verlost van het merendeel van zijn hechtingen en mag nu gaan wennen aan lopen op drie poten. Natuurlijk niet mijn kat maar omdat wij hem haalden en brachten de afgelopen tijd en D. bijstonden met toedienen van medicatie en zo, was het ook voor ons fijn nieuws dat zijn wond goed is genezen. Het wordt nog wel een lang traject want hij ervaart nog pijn – waarschijnlijk fantoompijn, de zenuwen moeten wennen aan een nieuwe situatie – maar voor ons (vooral voor M. ) zit het er op wat heen en weer rijden betreft.

Dus. Nu gaan we hopelijk weer over op normaal want ik ben er goed klaar mee. Ik hoop ook dat ik snel uit de zorgmodus kan stappen want vooral Smoes heeft mij flink beziggehouden en ik vind het moeilijk loslaten. Ik blijf tobben en ben bang dat het toch weer misgaat en vind het ook moeilijk om op vakantie te gaan. Volgens de dierenarts is er geen enkele aanleiding om thuis te blijven en kan ik met een gerust hart gaan. Dat ga ik dus ook maar proberen.

Over dierenartsbezoek gesproken, deze reactie kreeg ik onlangs:

Waarover ik mij dan verbaas (zonder te oordelen) hoe kun je bv wel tig keer per week naar de dierenarts hollen en ben je niet in staat om ‘eén keer naar de bibliotheek te gaan. Snap je dat dat raar is, voor een blog-lezer?
Dat wil niet zeggen dat ik je veroordeel, maar het rijmt niet.

Ik snap dat zeker wel en ben blij met die vraag want het geeft me de gelegenheid dit uit te leggen. Mijn antwoord aan haar was dit:

Dat snap ik wel dat dit verwarrend is. Dat komt deels doordat naar de dierenarts gaan moet omdat er dan een noodsituatie is, zoals de afgelopen weken. Met de auto, terwijl de man rijdt. Dus zeker niet hollend. 😉 Dierenartsbezoek gebeurt meestal op energie die er niet is. En zorgt vrijwel altijd voor een terugslag. Ik weet dat het slimmer zou zijn om M. alleen te laten gaan. Aan de andere kant ben ik degene die de katten het meeste verzorgt en dingen signaleert als het niet goed gaat. Dus vind ik het prettiger als ik dan meega.
En naar de bieb ga ik als er energie voor is. Wat dus de laatst tijd helaas niet voorkomt.
Het gaat dus om keuzes maken. Vanwege de vele dierenartsbezoeken heb ik douchen bijvoorbeeld vele malen over geslagen en vrijwel niet gekookt. Het is nog steeds het één of het ander hier.

Onverwacht dierenartsbezoek gebeurt dus op energie die er niet is en zorgt ervoor dat ik ‘in het rood’ kom te staan en veroorzaakt dan een terugslag. Gepland dierenartsbezoek (zoals een jaarlijkse controle en enting) is anders omdat ik dan in mijn planning daar rekening mee houd, al een paar dagen voordat ik ga. Hetzelfde geldt voor een trip naar de bieb. Dat kan ik doen op een dag dat ik voel dat er ruimte voor is.

De reden dat een trip naar de bieb de laatste tijd dus zo weinig voorkwam, is simpelweg omdat er dus steeds iets tussen kwam wat meer urgentie had. Ik ben de afgelopen weken uiteindelijk letterlijk van terugslag naar terugslag gegaan en hoop van harte dat het nu klaar is en ik weer wat kan herstellen. Het zou fijn zijn als ik op vakantie iets meer kan doen dan voor pampus op een ligbed liggen. Aan de andere kant, dat ligbed staat aan de rand van een privézwembad, boek binnen handbereik, dat is ook helemaal niet verkeerd.

Ik snap best dat het soms onbegrijpelijk is wat ik nu wel en niet kan doen. Zelf begrijp ik het trouwens ook vaak niet omdat de grenzen nogal eens opschuiven. Soms lukt iets wat normaal buiten mijn bereik ligt. En soms ga ik onderuit van iets simpels als een telefoongesprek.

Nou ja, dat was het wel. Ga ik nu ontbijten en kijken of er iemand al wakker genoeg is om een verjaardagsliedje voor me te zingen want ik ben jarig vandaag. 😉

Nóg een mankepoot

Als de wekker om kwart voor 7 gaat ben ik best verbaasd. Tot kwart voor 7 geslapen! Dat is uitslapen voor mij. Ik word al maanden tussen 4 en 5 in de nacht wakker en het lukt vaker niet dan wel om dan weer in slaap te vallen.

Omdat Smoes natuurlijk merkte dat ik vaak vroeg wakker was, heeft hij een nieuwe gewoonte ontwikkeld. Eerder wakker betekent kans op eerder eten krijgen! En dus ontstond er een patroon dat Smoes mij zo rond 5 uur kopjes begon te geven. Of, als dat niet werkte, over mij heen rende een paar keer. Van slapen kwam er dan natuurlijk helemaal niets meer terecht. Natuurlijk kunnen we de slaapkamerdeur dicht doen maar de ervaring heeft geleerd dat er dan vier katten achter de deur gaan zitten jammeren en krabbelen. Slapen lukt dan zeker niet meer. Ik ga een eventuele volgende generatie katten heel anders opvoeden maar vooralsnog heb ik daar nu geen donder aan.

Maar vannacht was er geen Smoes, alleen een wekker om kwart voor 7. Ik ging naar beneden om de katten eten te geven. De man vertelde dat hij brokjes had uitgedeeld en dat de kattentroep naar buiten was gegaan.  Zonder Moos, want die mag nog niet.

Ook Smoes ging naar buiten? Ik was helemaal verbaasd. Ze krijgen in de ochtend én avond wat natvoer en brokjes. En vooral voor Smoes lijkt natvoer van levensbelang te zijn. Niet raar als je een kat bent die net aan een te snel werkende schildklier is geopereerd.

Na een klein kwartiertje kwam hij dan toch opdraven. At zijn nat voer maar liet wat over. Dus kunnen we nu hopelijk de conclusie trekken dat zijn te snel werkende schildklier echt is genormaliseerd. Nu maar hopen dat hij mij voortaan ook met rust laat om 5 uur en ik weer beter ga slapen.

Schreef ik eergisteren over al het kattenleed, kwam daar gisteren nog wat leed bij. M en ik zaten in de tuin te ontbijten en buurkat Tommie kwam aangestrompeld. Zo mijn armen in. Zijn voorpoot was enorm dik.

Buurvrouw had donderdag al gemeld dat hij wat mank liep. Ergens ingestapt wellicht, of zijn pootjes verbrand aan de stenen op de straat (door de hitte). Ze keek het even aan en appte zaterdag dat het al veel beter ging.

M. en ik bevoelden de poot van het beest en dat voelde niet goed. Twee keiharde grote zwellingen, de ene bijna bij zijn oksel. Dus met Tommie in mijn armen en ik nog in kort slaapshirt met onderbroek togen we naar de buren, die daar nu nog vast nachtmerries van hebben (van mij in onderbroek).

Afijn, lang verhaal kort. Ik heb uitgelegd dat ze METEEN naar de dierenarts moesten en niet tot maandag moesten wachten. Want met een ontsteking in de poot moet je enorm uitkijken, dat kan zomaar oprukken richting het hart.

Dus gingen ze en kwamen beteuterd weer terug. Ze waren echt maar net op tijd.  Iets later en dan zou het exit Tommie zijn geweest. Hij had twee grote abcessen in zijn poot die gevaarlijk groot waren geworden.  Waarschijnlijk gevochten. Leeg geprikt en nu aan de medicatie.

Gelukkig niet mijn kat en dus niet mijn stress maar toch wel enerverend. Tommie wordt hier graag gezien. Hij komt elke dag even knuffelen, neust met alle katten en doet soms stiekem een dutje op de logeerkamer. Een hele lieve kat met een zeldzaam zacht karakter.

Ga ik nu proberen uit de ‘er is iets met alle katten uit mijn omgeving‘stand te komen. Ik zei tegen M. dat ik het gevoel heb continu alert te moeten zijn. Ik word daar hyper en doodmoe van en snak naar een hele gewone saaie rustige week waarin ik bij kan komen van de hitte en alle stress van de laatste tijd.

Ik wens mezelf dus een super relaxte rustige week toe met gezonde katten op vier poten die allemaal goed functioneren.

Kattenleed

Moos. Hier heel tevreden maar inmiddels niet meer. Wegens leed en pijn en een slechte behandeling door zijn mensen. Naar de dierenarts!

Nadat kat Smoes werd geopereerd op 16 juli, vertrokken wij afgelopen dinsdag weer naar de dierenarts voor het verwijderen van de hechtingen. Mijn zus was die dag in Hoorn omdat zij met mijn moeder naar het ziekenhuis ging, voor een laatste controle van haar gebroken arm. Ik had aan Zus gevraagd of zij dan in de middag mij naar de dierenarts wilde brengen. Dat is nét wat relaxter voor mij dan het avondspreekuur omdat ik meestal om 19 uur helemaal klaar met de dag ben qua energie.

Zus wilde dat wel en dus gingen we. De hechtingen zijn verwijderd, de wond ziet er prachtig uit. En belangrijker, zijn gewicht was stabiel en zijn hartslag klonk beduidend minder dreunend en is minder snel. Een teken dat de stofwisseling tot rust is gekomen. Nu nog één nacontrole volgend weekend en dan zijn we klaar met dit traject.

Die dinsdagmiddag hadden we onverwacht nog een kat bij ons. Droppie. Niet mijn kat maar van vriendin D. Droppie was de week ervoor met een gebroken achterpoot thuisgekomen,  waarschijnlijk heeft hij ergens klem gezeten. De poot was gebroken en de knie uit de kom. Omdat D. geen eigen vervoer heeft, is ze aangewezen op anderen met een auto.

Vóór die dinsdag was ze al drie keer bij de dierenarts geweest. Twee keer met haar buren en één keer met M. Alle keren is de poot gezet en gespalkt. Maar de knie schoot telkens weer uit de kom en bij die laatste controle is toen afgesproken dat het nog één keer gespalkt zou worden, maar zou het dan wéér losgaan dan werd het tijd om te gaan praten over amputatie.

Dus dinsdag was een spannende dag voor haar. Helaas bleek amputatie toch de beste oplossing te zijn en we spraken af dat dit donderdag zou gaan gebeuren. M. reed heen en weer en we leverden een kat met vier poten af en haalden een 3-potige kat weer op. Echt heel sneu. Gelukkig kunnen katten zich echt heel goed redden met 3 poten en het gaat naar omstandigheden nu heel goed met Droppie.

Ik was mee hem ophalen donderdag. Niet heel slim gezien mijn energiepeil maar ik was er nu al zo bij betrokken en wilde graag wat mentale steun verlenen. Ik was daarvoor heerlijk gemasseerd bij de fysio en kon daarna gelijk door met M. en D. haar kat ophalen. Zaterdag 4 augustus moeten de hechtingen worden verwijderd bij Droppie en dan nemen we meteen Smoes maar mee voor zijn laatste controle. Zo slaan we twee vliegen in één klap.

Ik had de hoop dan nu even klaar te zijn bij de dierenarts maar vrijdagochtend wilde kat Moos niet komen in de ochtend om te eten. Hij lag onder de appelboom en verroerde zich niet. Maar gezien de hitte vond ik dat niet heel raar. Ze hebben allemaal minder trek nu en liggen de hele dag voor pampus.

’s Avonds wilde hij weer niet komen en toen heb ik hem gepakt en naar binnen gehaald. Bij het neerzetten viel op dat hij niet op zijn rechter voorpoot wilde staan. Hij liep wel naar zijn bak maar dat ging niet soepel.

Nu kan ik ook wel behoorlijke pijn in mijn lijf hebben – zeker nu met die hitte – en stijf en stram lopen dus keken we het even aan. Na een uurtje gaf ik hem pijnstilling die ik nog had van Smoes zijn operatie en binnen no time liep Moos weer normaal. Hij had dus overduidelijk pijn. Misschien gestoken door een bij of wesp? Controle van het voetbed leverde niets op.

Vanmorgen was zijn pootje helaas veel dikker en hij likte er veel aan. Dus hop in de mand. Waarna ik zag dat hij bloedde. Dat was denk ik niet opgevallen omdat hij continu zat te likken.  Op naar de dierenarts. Alleen nu hadden wij een vervoersprobleem aangezien de auto voor onderhoud bij de garage stond. Vriendin M. sprong in haar auto en haalde ons op. Ik had de dierenarts al gebeld. Zij hebben op zaterdag spreekuur op afspraak tot 13 uur. Eigenlijk hadden ze geen plek meer maar we mochten tóch komen. De afgelopen weken zijn we er in totaal geloof ik al 6 of 7 keer geweest dus blijkbaar denkt de dierenarts inmiddels dat wij daar tot het meubilair behoren ;-).

Moos bleek koorts te hebben en een ontstoken nagelbed. Hij is waarschijnlijk ergens ingestapt. Er zit een wond tussen zijn nagels maar het lukte niet om te zien of er nog iets inzit. De dierenarts stelde twee opties voor:
a) hem een roesje geven en hetgeen erin zit verwijderen
b) het even aankijken met sterke antibiotica en pijnstilling

Al aan de wond voelend adviseerde zij het laatste. De ontsteking was nog niet ingekapseld zoals ze dat noemt en dus is de kans groot dat het met antibiotica verdwijnt. Grote kans dat als er nog iets in de wond zit, dat vanzelf wordt uitgestoten.

Zijn poot zou vanavond al aanzienlijk minder dik moeten zijn. Gebeurt dat niet dan mogen we morgen even mailen voor advies. Wat tof is want de dierenarts heeft morgen vrij. Echte service vind ik dat. Eventueel zouden we dan morgen naar een dierenarts moeten gaan die weekenddienst heeft om alsnog stap A te zetten. Onze dierenarts gokt er echter op dat dit niet hoeft.

Dus dat was wéér een rit en weer wat stress. En Moos is boos. Hij moet voorlopig binnen blijven. Ik baal ook wel. Want nu moeten we weer alles dicht houden. Niks lekker luchten. En ik vind het natuurlijk zielig voor hem.

Even afwachten maar weer.  Hopen dat alles nu tot rust gaat komen in Huize Min of Meer.

Smoes en zijn schildklier (of wat er van over is)

Precies een week geleden lag onze Smoes op de operatietafel, waar hij een schildklieroperatie onderging. Het was tot het laatste moment spannend of de operatie door kon gaan. Hij moest namelijk wel in een redelijke conditie zijn.

Maandagochtend rond een uur of 9 vertrokken wij met een nuchtere en daarom zéér verontwaardigde kat richting dierenarts. Indien de bloedtest positief was, zouden we hem daar meteen achter kunnen laten voor de operatie. Die was voor de zekerheid al ingepland voor in de middag.

Bloed werd afgetapt, meneer werd gewogen (iets afgevallen), hartslag gemeten (te snel en te dreunend) en we deden ons verhaal. We mochten op de uitslag wachten in de wachtkamer.

Een klein half uur later kwam de dierenarts de uitslag bespreken. Wat volgde was een best negatief verhaal en daarom zag ik het vonnis niet aankomen: toch opereren ondanks waarden die niet positief zijn. Na 6 weken schildkliermedicatie waren zijn schildklierwaarden weliswaar gedaald maar nog steeds op het randje. Zijn leverwaarden zijn nog schrikbarend hoog. De medicatie verder verhogen was niet mogelijk aangezien hij al op de hoogst mogelijke dosering zat. Opereren leek de enige mogelijkheid om de boel tot rust te brengen.

Het verhaal kwam erg negatief op mij over, zeker omdat ze benadrukte dat we drie weken na de operatie wéér de bloedwaarden moesten laten testen om te zien of vooral de leverwaarden zich dan wel hebben genormaliseerd en de overgebleven schildklier een normale hoeveelheid hormonen produceert. Maar het was wel een beetje van  “ach en wee en maar hopen dat….”

Na het kattenkind gedag te hebben gekust vertrokken we richting huis waar ik probeerde me niet al te druk te maken. Een te hoge hartslag in combinatie met een narcose is natuurlijk niet echt prettig.

Eind van de middag mochten we hem weer halen en spraken we C., de dierenarts die hem had geopereerd. Dat was ineens een heel ander verhaal. Ik vertelde eerlijk dat ik wat somber was geworden van het gesprek met Y, de andere arts. C. heeft veel meer ervaring en vertelde dat ze soms wat van zienswijze verschillen. Volgens haar denkt Y, de jongere arts, nog erg vanuit het standaard protocol dat ze op de opleiding heeft geleerd. Maar zij zag geen enkele reden waarom het niet goed zou komen en vond een bloedtest over drie weken alleen nodig als er daadwerkelijk symptomen zijn die te denken geven. Als de stofwisseling te snel gaat dan merk je dat aan de hartslag, zijn gewicht, ontlasting en eetgedrag. Kortom als die allemaal normaal zijn, dan is testen nergens voor nodig. Ze opereert al jaren katten met schildklierproblemen en had eigenlijk nooit mee gemaakt dat het erna niet goed gaat.

Oké, dát klonk veel beter. Smoes was inmiddels voldoende bijgekomen, al ging dat wat moeizaam, maar uiteindelijk mocht hij mee naar huis met een flinke jaap in zijn keel en de belofte een week later terug te komen om de hechtingen te laten verwijderen.

eenmaal thuis wilde hij meteen naar buiten, wat natuurlijk niet mocht

De afgelopen week herstelde hij goed en snel. Zijn eetgedrag is normaal. Zijn ontlasting is dat nog niet, maar dat kan ook door de antibiotica komen en die is inmiddels op. Zijn gewicht is wel stabiel.

Zaterdag hebben wij hem voor het eerst weer naar buiten gelaten. De wond is mooi geheeld en we zagen geen reden hem nog te straffen door hem langer binnen te houden. Het is een senior en zijn gedrag buiten is vooral beetje scharrelen en snuffelen en middagdutjes doen. In de nacht houden we hem nog wel binnen.

Dus daar ging meneer met de staart omhoog, dolgelukkig. Elke struik in de tuin is besnuffeld. Zijn manier van lezen wat er de afgelopen week is gebeurd, zonder hem.

Morgen laten we de hechtingen verwijderen en 6 augustus is dan een nacontrole, waar we dus al of niet nog een bloedtest laten doen. Afhankelijk van de uitslag ga ik wel of niet mee op vakantie. Op zich heb ik goede hoop maar je weet maar nooit. Hij geeft nu toevallig al een paar dagen achter elkaar over. Kan door de hitte komen, kan iets anders zijn. Even afwachten maar weer. Ik ben er nog niet helemaal gerust op. Een combinatie van mijn gewone zwartgalligheid met nog wat oververmoeidheid van de afgelopen tijd.

Nou ja voor Smoes is in ieder geval het ergste nu achter de rug. En voor ons ook. Want een kat binnenhouden met die hitte en dus alle ramen en deuren dicht moeten houden, was niet echt fijn.

 

 

Smoes

De operatie ging goed. En vanmorgen was hij weer helemaal zijn springerige zelf. Ik helaas nog niet, dus jullie houden een uitgebreidere update van me tegoed. Eerst even bijtrekken.

Hier net bijgekomen, nog heel slaperig maar wel helemaal klaar om weer naar buiten te gaan. Wat voorlopig nog niet mag.

Verraad

Twee keer per dag ga ik naar hiernaast. Dan geef ik de buurkatten eten en doe een knuffel- en speelsessie met ze. Meestal gaan onze buren in de winter op vakantie maar dit jaar hebben ze een weekje extra tussendoor.

Het voordeel van in de winter de buurkatten voeren is dat mijn verraad niet zo opvalt. Onze kattentroep ligt als het buiten koud is graag binnen en heeft niet in de gaten – op Moos na – waarom ik twee keer per dag even weg glip.

Hoe anders is het nu. Na een paar dagen weten ze het allemaal en is er geen ontkennen meer aan. Als ik door de voordeur naar binnen ga, probeert Moos achter mij langs naar binnen te glippen. Dat sta ik niet toe en gooi de deur voor zijn neus dicht. De reactie is een gekerm en gekrijs van hier tot Tokio. Om zijn leed te benadrukken springt hij nog even op de plantenbak buiten, zodat hij met zijn neus tegen het raam het plaatje kan afmaken. Dibbes zorgt voor het achtergrondkoor en ligt rollend van ellende op het tuinpad.

Loop ik snel door naar de keuken om eten te pakken en de deur open te doen. Buurkatten weten het al wanneer ik kom en die zitten vaak in de achtertuin een beetje te wachten en te zonnen. Als ik de keukendeur opendoe, komen niet alleen de buurkatten maar ook Gerrie en Smoes aanstormen.

Als Tommie en Caspar hun eten naar binnen werken is dat onder begeleiding van gekrijs en gejammer van mijn eigen katten. Smoes probeert tegelijk ook door het kattenluik te komen dus hem moet ik telkens terug duwen. En Gerrie, nou er zijn geen woorden om zijn leed te beschrijven. Zijn ogen rollen uit zijn kop, zijn keel is schor van het gillen, de paniek druipt uit zijn vacht. Verraad!

Een kat vergeet meteen dát hij al eten heeft gehad en dat vergeet hij liefst twee keer per dag. Derhalve dient het bedienend personeel continu te worden herinnerd aan lege buikjes.

Een lege bak is gelijk aan een volle bak brokjes minus 3 brokken. Schande als dit niet wordt opgemerkt!

Aandacht die ik schenk aan ander kattenvolk is ongewenst en ongepast. Wat je nu deed! Kan niet! Verschrikkelijk!

Loop ik weer naar ons eigen huis dan is dat onder begeleiding van de kattenfanfare. Alles is weer goed. Behalve voor Gerrie die het niet snapt en in de achtertuin van de buren blijft zitten sippen. Tot ik roep en hij met een rotgang aan komt sjezen, gillend van blijdschap. Je bent er weer! Je houdt nog van me! Eten! Nu!

Tja. Zal blij zijn als de buren weer terug zijn.

 

Over een hysterisch brein en een kat

Een verhaal over een zieke kat, in de avond iets doen en wat dat met mijn brein doet. Hou jij niet van katten en heb je niets met ME/CVS of persoonlijke verhalen, dan raad ik je aan op het kruisje in de rechterbovenhoek te klikken. Poef, weg ben ik dan! Zo simpel kan het zijn.

Gisteren was het zo ver: we moesten de schildklier- en leverwaarden van kat Smoes laten controleren. Na drie weken medicatie was er de hoop dat hij stabiel is en dat hij zo snel mogelijk geopereerd kan worden.

Vooraf zag ik het wat somber in. Hoewel ik best vaak gebeurtenissen optimistisch benader, kan ik bij vlagen echt een enorme zwartkijker zijn. Een van mijn grootste talenten is toch wel het bedenken van allerlei doemscenario’s in de categorie ‘als dit, dan dat’. Dat heeft voordelen en nadelen. De nadelen zullen duidelijk zijn. Het voordeel is er toch ook. Krijg ik dan tegenvallend nieuws dan is het in de meeste gevallen véél minder erg dan ik had bedacht en heb ik er bovendien ook al een planning op losgelaten en schakel ik vrij makkelijk over op de nieuwe realiteit.

Dus schakelde ik gisteravond na de uitslag moeiteloos over op plan B: niet nu opereren maar over drie weken, als de uitslag dan gunstiger is.

Wat daaraan vooraf ging was dat ik gedurende de dag steeds meer hyper werd. Dat kwam door een combinatie van me zorgen maken om mijn kat én het vooruitzicht van een activiteit in de avond. Na 6 uur de deur uitgaan doet mijn brein veranderen in een discotheek vol herrie, discobollen en lichtflitsen. De wetenschap dat een avondactiviteit vrijwel altijd voor een terugslag zorgt én dat die terugslag soms weken duurt, maakt me dan niet heel relaxt. Natuurlijk hadden we beter overdag een afspraak kunnen maken maar het kwam nu zo uit vanwege allerlei redenen – die ik niet ga uitleggen anders wordt dit stuk nog onleesbaar langer-  om naar het inloopspreekuur in de avond te gaan.

Vanzelfsprekend weet ik dat het slimmer is om me geen zorgen te maken over een activiteit in de avond. Je zorgen maken voegt niets toe. Ik weet tóch wel dat die terugslag komt, dus mens maak je niet druk ! Zeg ik wel 100 x tegen mijzelf. Maar ik ben niet voor niets doof hè. En hardleers.

Dus veranderde ik in de loop van de dag in een stuiterbal. Dan ga ik volslagen ongecontroleerd dingen doen. Maar bedenk me ook ‘ineens’ dat we moeten eten voor we naar de dierenarts gaan en dat ik niets heb bedacht dus soep uit de vriezer haal. En die vergeet te ontdooien.

De drie rustmomenten die ik toch had, zorgden niet voor een kalmer brein. Rusten of mediteren als ik zo hyper ben heeft dan soms juist een averechts effect. Dus zorgde ik voor afleiding en keek een hele zielige film op Netflix. Ik had vooraf niet verwacht dat het zo’n tearjerker zou zijn en ik had voor een goed gevoel beter naar oude afleveringen van de Gilmore Girls kunnen gaan kijken. Want nu was ik én hyper én down. En óók nog ongesteld, over leed gesproken.

Op naar de dierenarts. Omdat ik al zo doorgedraaid was, was ik totaal niet alert op mijn eigen gedrag. Dus was jij gisteravond bij de dierenarts? Ik was die praatzieke vrouw die met iedereen stond te ouwehoeren alsof ik energie had voor tien. Ik deelde mijn energie en aandacht uit alsof het niets was. Hier, pak aan! Jij ook wat? Komt het!

Ergens registreer ik mijn eigen gedrag nog wel maar toch ook weer niet. Of zo.

Dus tegen de tijd dat we de behandelkamer binnen kwamen was ik al helemaal doorgedraaid en toen moest het feest nog beginnen. Als in alert kunnen zijn, de vragen kunnen stellen die we nog hadden over de operatie.

En je vriend dan? hoor ik jullie roepen. Ja, die was mee. Stelde ook vragen. M. is bepaald geen watje maar heeft wel in de loop der tijd geleerd dat er met mij op dit soort momenten niets valt te beginnen, laat staan dat ik me laat corrigeren. Wat zeg ik, de kans is groot dat als hij dan zou vragen of ik niet wat rustiger aan zou moeten gaan doen – als in hou jij je klep eens –  ik besluit om in de lampen te hangen. Uit pure recalcitrantie. Dat is mijn hysterische brein hè. Op andere momenten ben ik zo mak als een lammetje (kuch).

Goed, de behandelkamer en de dierenarts. We hadden een goed gesprek, we konden al onze vragen stellen, het bloed werd afgenomen, de schildklier gepalpeerd (voelde beduidend minder dik), hij werd gewogen (150 gram aangekomen, jeej!) en toen gingen we weer op huis aan.

Later die avond belde de dierenarts op met de uitslag. Wat ze zag was een aanzienlijke verbetering maar niet voldoende om nu te opereren. Eerst nog 3 weken medicatie, nu 3 pillen in plaats van 2. Zijn ontlasting in de gaten houden. Slappe brij duidt op slechte vertering en komt door de vraatzucht en op hol geslagen stofwisseling. De verwachting is dat als deze lijn zich doorzet, hij half juli kan worden geopereerd en hij voldoende tijd heeft om te herstellen voor onze vakantie. Duimen maar.

Natuurlijk zou ik na dat gesprek moet inzakken als en plumpudding. Taak volbracht, koppen dicht en instorten maar. Maar zo werkt dat niet. Mijn brein geeft naar verwachting pas overmorgen ‘sein veilig’. Wat dat betreft geldt ‘ervaringen uit het verleden zijn helaas zeker een garantie voor het heden’. Dus de komende tijd blijf ik nog hyperalert. Tot ik overmorgen waarschijnlijk doodmoe en inmiddels minder alert tegen een deurpost oploop en dan in één klap instort.

Niet vreemd dat ik nauwelijks sliep vannacht. Mijn lijf lag letterlijk na te schokken. En vandaag weet ik dat ik moe ben maar ik voel het niet. Omdat de impulsen dat ik iets moet doen groter zijn. Moet wat doen! Ramen lappen, keuken reorganiseren. Liefst iets groots.

Gelukkig weet ik wat er gebeurt als ik dat doe. Ik til namelijk nog geen wasmand op. Dat heeft een reden dus ik moet zeker niet zomaar het huis gaan reorganiseren. In plaats daarvan deed ik wat regeldingen, schreef dit stukje en rekende uit waar dat geld voor de operatie nu weer vandaan moet komen. Deed ik toch iets 😉 .

En Smoes? Die leeft nog steeds in de zevende hemel met zijn vele eetmomenten en de extra aandacht die hij krijgt. Ieder geval iemand helemaal blij in dit huis.

Onrust

Met drie katten die op dieet zijn wegens overgewicht en één kat die 6 keer per dag eten krijgt omdat zijn stofwisseling te snel werkt, is de sfeer hier in huis wat verstoord. En hebben we een paar keer per dag dit:

Smoes eet daarom inmiddels op een verhoging terwijl 3 katten boos en verontwaardigd toekijken. Soms blijft het niet bij kijken. Vooral Gerrie heeft er een handje van naast Smoes te springen, een felle mep uit te delen en het eten over te nemen.

Meestal gebeurt dat als ik even met mijn ogen knipper, me omdraai of naar het toilet ga of op de één of andere manier niet alert ben (wat bij mij helaas nogal eens voorkomt). Ik ben dus een groot deel van mijn tijd bezig met corrigeren, verontwaardigde katers bestraffend toe te spreken en Smoes gerust te stellen dat het eten toch echt voor hem bedoeld is. Het is hier net een kleuterklas.

Het doel van alles is dat Smoes aankomt en dat de rest afvalt of op zijn minst niet aankomt. Dat is een dagelijks gevecht. Want ik vul bakjes met brokjes en dan eten ze allemaal één hap en lopen weg – behalve Smoes die gestaag door eet- en gaan dan boos naar Smoes kijken. Als ik dan niet alert genoeg ben dan mis het ik het moment dat een van de drie zieligerds die door mij uitgehongerd worden maar hun droge brokken niet blieven, terugkeert naar de etensbakken en die allemaal in één seconde leeg vreet.

Dat doen ze allemaal op hun tijd. Dus vreten ze continu uit de verkeerde bak en is het niet goed mogelijk om in te schatten hoeveel ze binnenkrijgen. Tot het moment van de waarheid als ik ze wekelijks weeg en ontdek dat ze allemaal weer zijn aangekomen. Wat niet de bedoeling is. Moos is inmiddels zo zwaar dat je een hernia krijgt als je hem probeert op te tillen. Gevalletje zwaar obese noemen we dat. En Dibbes en Gerrie hebben ook overgewicht maar lopen nog eens extra risico door hun hartruis en moeten echt afvallen.

Ik ben zelf schuldig aan deze toestand want een watje en voel me schuldig als ik Smoes extra eten geef, terwijl de rest toekijkt. Er hangen overduidelijk wolken boven hun hoofd met teksten als ‘sterf mens, hier ga je voor boeten‘. Dus geef ik ze soms een snoepje als Smoes zijn volle bak met lekkers naar binnen werkt. Dát maakt de bui alleen nog maar erger. Je ziet ze denken ‘Echt? Een snoepje? Terwijl hij daar een copieuze maaltijd naar binnen werkt? Voor de 6e keer vandaag? Wat vind je zelf van je gedrag?‘

Een en ander wordt nog gecompliceerd door buurkatten Eddie, Tommie en Caspar die regelmatig naar binnen lopen om eten te stelen.

Een paar dagen geleden herpakte ik mezelf en ging ik weer over op de tactiek van de afgedekte bakjes. Elke kat heeft zijn eigen bak. Weglopen en niet eten betekent dat de bak afgedekt wordt. Weer willen eten betekent dat ze mij eerst – liefst vriendelijk – vragen of ze weer verder mogen eten.

Dus is dat mijn nieuwe hobby. Eten geven, afdekken, weglopen, achtervolgt worden door een boze kat die zich bedacht heeft, weer teruglopen, deksel van het bakje halen, me even omdraaien, erachter komen dat toch weer de verkeerde kat de bak staat leeg te vreten.

En Smoes? Maandag is het uur van de waarheid. Dan wordt zijn bloed weer onderzocht. De hoop is dat de schildklierwaarden na 3 weken medicatie stabiel zijn en dat hij geopereerd kan worden. Wat ik betwijfel want hij heeft nog steeds heel veel honger. Hij lijkt wel iets sneller verzadigd, is ook wat aangekomen maar ik merk dat hij nog niet goed in zijn vel zit.

We hopen maandag ook nog wat meer informatie te krijgen over de operatie want er zijn wat vragen en twijfels. Inmiddels weet ik wel dat een schildklieroperatie bij katten niet te vergelijken is met die bij mensen, die moeten de rest van hun leven pillen slikken omdat de hele schildklier wordt verwijderd. Onze motivatie om het te doen is vooral omdat het prettig is als de kat erna gewoon verder gaat met zijn leven en niet meer alle dagen pillen hoeft.

afbeelding gevonden op catcyclopedie

Bij katten wordt – in tegenstelling tot een schildklieroperatie bij mensen – maar één kant van de schildklier verwijderd, het verdikte deel. De bedoeling is dat de andere kant van de schildklier de hormoonproductie overneemt. Iets wat een maand na de operatie wordt gecontroleerd. Soms komt het voor dat dit niet gebeurt, dan moet de kat alsnog aan de medicatie. En soms gebeurt het dat ver na de operatie het andere deel van de schildklier ook voor problemen zorgt. Waarna de kat toch weer aan de pillen moet.  Van wat ik heb begrepen.

Liever geen pillen dan wel pillen. Voor de kat en voor ons. Want het geeft gewoon meer vrijheid als het niet hoeft. Bijvoorbeeld als we op vakantie zijn. Voor een kattenoppas is het niet fijn om een kat die niet eigen is pillen toe te dienen. Je moet maar afwachten of dat lukt.

Voor ons zijn er nu nog veel onzekerheden. Of de waarden stabiel zijn. Of hij nog voor onze vakantie geopereerd kan worden. Zo niet, of de oppas de pillen kan toedienen. Ik heb wel een vriendin bereid gevonden het te doen. Haar laten zien hoe ik het doe bij Smoes. En haar verzekerd dat we onmiddellijk terugkomen als het niet lukt. Maar even afwachten of ik überhaupt wel wil gaan. Zoals hij nu is wil ik dat niet. Omdat de vakantie al betaald is, gaan de mannen dan zonder mij. Niet leuk. Want ik heb dit jaar een vakantiehuis met privézwembad gehuurd en verheug me al een jaar op daarin dobberen in de zon. Maar Smoes gaat voor.

Duimen maar!

Vetmesten

hand in poot liggen met het voedseluitgiftepunt

Hoi,
Smoes hier.
Ik maak zó veel mee,
ik dacht dat moet ik effe vertellen..

Ik heb altijd honger.
Altijd.
Last van vraatzucht.
Zo lang ik me kan herinneren.
En ondanks dat ik
elk jaar naar tante dokter ga
voor controle en bewonderende uitroepen,
hebben ze nu ontdekt
dat mijn schildklier te hard werkt.

Echt gaaf is dat.
Want nu krijg ik 6 keer per dag eten.
6 keer per dag!
Ik bedoel maar.
Is dat geweldig
of is dat geweldig.

Nog fijner is
dat de rest stikt van jaloezie.
Dus eet ik op een verhoging
en word vetgemest.
Terwijl de anderen toekijken.
😉

Iets minder vind ik dat pilletje.
Twee keer per dag.
Maar omdat ik alles doorslik
wat in mijn mond komt,
slik ik dat pilletje ook door.
Ik ben niet zo moeilijk.
Ook al dacht het mens altijd van wel.

Om de dag pakt ze me vast.
En dan weegt ze mij.
Eerst zei ze dingen als
‘Oh nee, weer afgevallen!’
Maar sinds een paar dagen
roept ze hard
‘Goed zo’
en
‘Ga zo door!’

Ik doe iets heel erg goed.
Dat verbaast me niet.
Want eten is mijn hobby.
Ik ben een zeer getalenteerde eter.

Alleen de laatste tijd
ben ik halverwege de bak met eten klaar.
Ik snap er niets van!
Ik prop er dan toch nog wat in.
Maar nee, er kan echt niets meer bij.
Ik zit gewoon vol. Bom vol!
Dat is nieuw voor mij.

Ik weet het zeker.
Een volle buik.
Veel aandacht.
6 keer per dag eten.
Dit is de hemel.