Bericht van Gerrie

Hoi,

Nu eens een bericht
van mij, Gerrie.
Want ik heb
ook wat te vertellen.
Dat zit zo.

Er stond al heel lang
een reismand
in de huiskamer.
En dan zei de vrouw
dingen als
stap er maar in.
Echt niet!
Wat denkt ze wel!

Dus veranderde
ze van plan.
Lokte me met brokjes
en lekkere hapjes.
Daar ben ik dol op
maar niet als ze
in de mand liggen.

Dat ging maanden door.
Heel soms
toonde ik
mijn goede wil.
Maar alleen
zonder mijn broers
in de buurt
en als het lekkers
precies
op de juiste plek lag
en ik er zin in had.

En toen
(het is te grof
voor woorden
maar ik zal proberen
te omschrijven
wat mij is aangedaan)
lag  ik een dut te doen
en probeerde zij me
in de mand te stoppen!
Dus ging ik ervandoor.
Met de rest van de troep
verstopte ik me
onder het bed.

Ze kreeg me toch
te pakken.
En zei dingen als
ach schatje,
dit moet even,
sorry,
ik blijf bij je.

(*&%(&T^(&
Wat vind je daar nu van!

En toen
(ja, het wordt nóg erger)
gingen we
met de auto
naar een enge plek
met allemaal geurtjes
en vreemde mensen.
Ik kreeg een prik!
En werd gewogen.
Er werd gepraat
over mijn hartruis.
Die schijn ik te hebben
maar ik heb er
geen last van.
Wél van een gebroken hart.
Door dit gedoe.
Dat begrijpen jullie wel.

Gelukkig
mocht ik gewoon
weer mee naar huis.
Ik liet even zien
hoe erg het is
wat mij is aangedaan
door in paniek het huis
uit te stormen,
tot wel een meter
buiten het huis,
me meteen
om te draaien
en naar binnen te staren.
Met een diep ongelukkige blik.

Toen de vrouw
me riep
rende ik jammerend
naar binnen.
Ik denk
dat ik mijn punt
wel voldoende
heb gemaakt.

Nu houden we weer
van elkaar,
de vrouw en ik.
Alleen de man
vind ik nu wat eng.
Niet dat hij me
in de mand stopte
of me iets aandeed.
Of ook maar iets
deed wat ik erg vond.
Maar toch.
Ik moet toch iemand
straffen voor dit gedrag.

Groetjes,

Gerrie

Standje normaal en kalmerende middelen

Het regent buiten, het huis is leeg, de puber is vandaag voor het eerst weer naar school, de man is aan het werk en ik zit op de bank. Hé, we zijn weer overgegaan op standje normaal. ;-).

Hoewel ik wel genoot van de vrije dagen vind ik het ook altijd een opluchting als het normale leven weer begint en er weer meer ritme in de dagen zit. Het is natuurlijk niet meer zo met een puber dat ik er continu achteraan moet lopen voor verzorging, maar ik vind het wel altijd weer fijn als het huis door de weeks een paar dagen achter elkaar overdag leeg is. Dat is mijn bijkom- en oplaadtijd als het ware.  Ik kan me voorstellen dat dit voor veel van jullie ook geldt, daar sta ik vast niet alleen in.

Wat staat er op de agenda deze week. Donderdag komt er een vriendin even langs, ik ga twee keer de deur uit voor het B12 prikken (de eerste net gekregen). En tot slot gaan we met Gerrie vrijdag naar de dierenarts voor de enting. Een paar maanden te laat omdat ik hem probeerde te trainen om zelf in de reismand te stappen. Die training is bij Dibbes een doorslaand succes. Inmiddels ben ik zo ver dat Dibbes er in gaat wanneer ik dat vraag, het goed vindt dat het deksel dicht zit en dat ik een paar meter door de huiskamer loop met mand en al. Hij vindt het prachtig en als een kat zou kunnen stralen zou ik zeggen dat hij dat doet. Hij houdt van kunstjes doen en wordt natuurlijk rijkelijk beloond. Eten is de beste motivatie voor een ex-zwerfkat die honger heeft geleden in het verleden. Althans, zo werkt het bij Dibbes.

Maar Gerrie is dus een ander verhaal. Na drie maanden oefenen heb ik hem wel zover dat hij soms in de mand stapt maar net zo vaak ook niet. Het oefenen is eigenlijk alleen succesvol als het huis verder leeg is. Dat is best moeilijk met vier katten. Want zodra de de rest hoort dat ik het lekkers pak komt iedereen aanstormen. Ze herkennen het geluid van de lade waar het uit komt en het geknisper van het zakje, hoe zacht ik ook probeer te doen. Dibbes is totaal gefixeerd op zijn lekkers en doet zijn kunstje, maar Gerrie laat zich enorm afleiden als er andere katten in de buurt zijn. Dat schiet dus niet echt op. Dus stap ik over over plan B. Ik ga door met oefenen maar voeg ook een licht kalmerend middel toe.

In het verleden gebruikte ik vetranquil. Dat kalmeert niet maar is een spierverslapper en een vrij heftig middel. Toen was dat de enige optie, zie anders maar eens een achterdochtige zwerfkat in een reismand te krijgen.  Daarna ben ik tijdens stressmomenten overgestapt op zylkène. Dat is veel milder en kan langdurig gebruikt worden. Dibbes reageert daar goed op maar Gerrie niet. Ik merk geen verschil in gedrag, hij is net zo nerveus als anders. Dus heb ik nu iets anders besteld, relax compositum. Een middel dat kortdurend gebruikt kan worden. Ik ben benieuwd. In het verleden heb ik ook andere middelen geprobeerd, bijvoorbeeld Feliway. Dat hielp hier vooral om de spanning tussen de vier katten weg te halen. In het begin was er erg veel onrust door de komst van de zwervers. Maar Feliway helpt hier niet bij dierenartsbezoek helaas. Daarnaast gaf ik ook bach rescue remedie, had totaal geen effect. Een laatste optie die ik nog wil proberen als de relax compositum niet werkt is CBD-olie, Dat is ook verkrijgbaar in doseringen voor katten.

Natuurlijk kan ik de dierenarts aan huis laten komen. Dat hebben we in het verleden geprobeerd maar dat was geen succes. Ze herkennen de dierenarts (ik denk aan de geur) en gaan er meteen vandoor. Ook denk ik dat het fijn is om thuis thuis te laten zijn en niet een plek waar ze ineens gegrepen worden en dan geprikt. Ik vind het belangrijk dat mijn katten die door hun verleden geen optimaal  werkend immuunsysteem hebben, geënt worden en ook jaarlijks even worden bekeken door een arts. Ik las gisteren nog dat er nu weer ergens een uitbraak van kattenziekte is (ik dacht omgeving Den Bosch) en dat die veel slachtoffers maakt omdat veel katteneigenaren hun katten niet laten enten. Hopen dus dat het vrijdag allemaal lukt.

En hoe zit het met mijn eigen hysterische buien/overgangsperikelen?  Ik slik nu op aanraden van het Rijke Wijf sinds een week rode klaver capsules.  Ik had haar gevraagd per mail wat zij slikte maar ze schreef er toevallig de dag erna ook een post over. Toeval of niet, ik heb de afgelopen week geen krijspartijen gehad of andere momenten dat ik de huisgenoten in vieren wilde hakken of meegeven aan vreemden. Ook heb ik me niet zo misdragen de afgelopen dat ze een ander huisje voor me gaan zoeken. Dus dat is hoopgevend.

Fijne dag allemaal!

Snode plannen

Hoi,

Kennen jullie mij nog?
ik ben het, Eddie,
de new cat on the block.
Ik dacht dat een update
misschien wel leuk is
voor jullie.
Ik ben ten slotte
ontzettend grappig
en aandoenlijk.
Wie wil nou niet weten
hoe het met mij gaat!
Wel toch, niet dan?

Ik werk hard,
héél hard.
Mijn dag bestaat
uit gluren
en natuurlijk
het voorbereiden
van het gluren.
Het bestuderen
van alle gewoontes
van de troep.
Het bewerken
van de troep
door regelmatig
neusjes te geven
of ze aan te staren
met soms een knipoog
als blijk van goede wil.
Vlak naast een kat liggen
of er pal achter
werkt helaas niet.
Dus dat laat ik
nu maar achterwege.

Zorgvuldige bestudering
van patronen en routines
leverde op
dat de troep
elke ochtend gevoerd wordt.
En dat het dan een chaos is.
De troep miauwt,
geeft kopjes aan de vrouw
en aan elkaar.
Zij slaapt meestal nog half
maar gooit wel
vrijwel altijd
de keukendeur open
als het mooi weer is.
Ideaal om toe te slaan!

Dus,
ze kwam naar beneden,
gooide de deur open
en liep naar de koelkast.
In gedachten
oefende ik dit
wel 100 keer
en ik stapte
– al zeg ik het zelf –
héél vloeiend
en nonchalant
de keuken in,
stelde me op
te midden van de troep
en wachtte af.

Die sufkop
had het niet eens door!
Pas toen ze de bakjes
op de plekken neerzette
zei ze
wacht eens,
ho effe,
1
2
3
4
5
!

Ja,
ze kan tellen.
dát had ik niet verwacht .

Dus paste ik
een noodgreep toe
en ging neuzen
met Gerrie.
Die dikke
vindt dat meestal
wel oké.
Maar wat denk je
dat ze toen zei?
Ik heb jou wel door,
dit gaan we dus
niet doen!
En ook:
Je hébt al een huis!
Je hébt al baasjes!

Ik vraag je,
wat heeft dát
er nu mee te maken?
Ziet ze niet
de honger in mijn ogen,
mijn ingevallen bekkie?
Keihard is ze.
Wel in de bioscoop
een documentaire bekijken
over zielige katten
maar oog voor het leed
vlak voor haar neus,
ech nie!

Nou ja,
een tijdelijke tegenvaller.
Gelukkig ben ik
kort van memorie
en heb ik een
plaat voor mijn kop
dus een paar uur later
ging ik gewoon weer gluren
alsof er niets was gebeurd.
Dat werkt altijd goed.

Nou, dat was het weer.
groetjes!
Eddie

 

De kattenschool

Hoi,

Ik ben Eddie.
The new kid on the block.
Euh, kat.
Ik ben de nieuwe buurkat
en heel nieuwsgierig.

Dat zit zo.
Ik ben net geadopteerd
en niet veel gewend,
zeker geen katten.
Ik heb eigenlijk
geen idee
wat een normale kat doet.
Dus ging ik op zoek
naar andere katten.
Om te leren wat katten doen.
Zodat ik een beetje weet
hoe ik me moet gedragen.

Ik vond de perfecte school
met een klasje van vier.
Baas Moos,
Spring in het veld Smoes
en twee kneusjes
Dibbes en Gerrie.
Dat zijn net als ik sukkels,
dat zie je zo.

Elke ochtend meld ik me.
Ik ga zitten wachten
tot de klas naar buiten komt.
Ik heb al veel geleerd.
Neusjes geven ter begroeting.
Op gepaste afstand gaan liggen
en tóch het gevoel hebben
dat ik getolereerd word.

Soms doe ik het niet goed,
dan grijpt Meester Moos in.
Daar schrik ik wel van.
Maar ik kom elke keer weer terug.
Want ik leer heel veel.

Niet alles is leuk.
Als de klas naar binnen gaat,
moet ik buiten blijven.
Lullig hè.
Ik mag van de vrouw
niet naar binnen.
Ook al doe ik
heel erg mijn best
met zielig kijken en zo.
Maar dat werkt niet.
Snappen jullie dat nou?
Ze zegt:
vol is vol,
complet,
je hebt een eigen huis.

Die negeer ik dus.
En ik wacht mijn kansen af.
Tot die tijd,
kijk ik goed naar de klas.
Misschien willen ze wel
met me spelen.
Ik word denk ik
een echte kat.

Groetjes,
Eddie

 

Kat in de mand

Trouwe lezers weten dat het nogal een gedoe is om de exzwerfkatten in de reismand te krijgen, daar schreef ik al vaker over. Dibbes wordt eerst zwaar gedrogeerd en dan nog is het hel, voor hem en ons. De laatste keer heeft hij al zijn nagels kapot gekrabd en was hij dagen erna onbenaderbaar. Gerrie stapte de eerste keer na weken trainen wel braaf in de mand. Na weken van trainen met lekkere hapjes lukte dat. Tot het eindigde in een reis naar de dierenarts waar hij werd gecastreerd en ge-ent en toen was het uit met de pret.

Het is nu weer tijd voor de jaarlijkse controle van Gerrie maar wat ik ook deed vorige week, ik kreeg hem niet in de mand. Beetje doorduwen doe ik niet zoals ik wel met Moos en Smoes doe. Ik pak Smoes meestal vast, rol hem in een handdoek en duw hem dan de mand in. Met Gerrie durf ik dat niet aangezien hij ooit zijn heupen heeft gebroken. Zijn onderlijf is daardoor nog steeds een kwetsbare plek. Bovendien is Gerrie weliswaar heel timide van karakter, op dat soort momenten is hij een tijger die je niet kunt hanteren, net als Dibbes. Niet zo vreemd gezien hun traumatische verleden.

Nu wil ik het nu toch weer gaan trainen, zowel met Dibbes als met Gerrie. Ik moet toch iets. Dan maar wat later naar de dierenarts, nu eerst dit op orde krijgen. Van een lieve lezeres kreeg ik een reismand die een bovenlader is, dus met deksel aan de bovenkant. Daar kan je veel makkelijker een kat in zetten. Dus daarmee begon ik te oefenen.

Dat is voor Gerrie geen succes. Want als ik hem lok met snoepjes en die in de mand gooi, dan snapt hij het niet. Ik gooi het erin en dan kijkt hij me aan. Weg! Waar is het nou? Dat hij in de mand moet springen dringt niet tot hem door. Of wel en dan denkt hij waarschijnlijk ‘bekijk het maar’. Als ik hem erin til wordt hij hysterisch.

Dus oefen ik met hem met een gewone reismand, met zo’n traliehekje aan de voorkant. Alleen heb ik nu even de hele bovenkant eraf gehaald. Hij is nu zover dat hij tot wel halverwege in de mand durft te staan. Dat is een grote overwinning want de eerste dagen rende hij alleen maar hard weg.

Nee, dan Dibbes. Die heeft onvermoede talenten. Door zijn speelse karakter zou hij het uitstekend doen als circusartiest want hij vindt het leuk om stuntjes uit te halen, in dozen te springen en zich te verstoppen. Dus die springt nu braaf in alle manden waar ik iets in verstop. Hij vindt het zo leuk dat hij nu regelmatig alvast klaar gaat liggen. Over conditionering gesproken. Nu heel voorzichtig leren dat het ook nog leuk is als het deksel dicht gaat.

Laat die brokken maar doorkomen!

 

Over de drempel

In het voorjaar van 2013 zagen we twee onbekende katten door de buurt zwerven. Mijn kattenradar is meer dan ontwikkeld en deze twee deden het alarm afgaan.  Vaste lezers van het blog kennen dit verhaal natuurlijk maar voor die mensen die nog niet zo lang geleden zijn aangehaakt, volgt hier een korte samenvatting:

Deze vreemde katten zaten ook regelmatig bij ons in de tuin, iets wat onze eigen katten curieus genoeg goed vonden. Normaal worden onbekende katten meteen de tuin uitgejaagd. Maar deze scharminkels waren dan ook nauwelijks een bedreiging te noemen. Mager, schuw, volledig lam geslagen, maar wel op zoek naar contact. Concurrenten van elkaar, ondanks de overeenkomsten in uiterlijk waardoor het familie leek. Waarschijnlijk wel uit één nest maar honger maakte ze tot concurrenten.

We richtten ons op de kat die er het slechtst aan toe was, Dibbes. Gerrie bleek  het hart te hebben gestolen van mensen van drie huizen verderop en die wilden hem graag adopteren. Uiteindelijk lukte dat niet en kwam Gerrie alsnog bij ons wonen, maar dát is een ander verhaal.  Terug naar Dibbes: Hij had overduidelijk gezondheidsproblemen en leek blind, het pus droop uit zijn ogen die hij niet goed open leek te kunnen houden. Maar hij was wel redelijk goed te benaderen. Na een half jaar gescharrel op afstand en lokken met lekker eten, mocht ik hem in oktober 2013 voor het eerst aaien en toen ging het razendsnel.  We brachten hem naar de dierenarts om hem te laten onderzoeken en meteen te laten chippen en castreren.

Dibbes bleek entropion te hebben. Een oogziekte waarbij de wimpers naar binnen groeien. Heel pijnlijk. Gelukkig was dit met een operatie op te lossen en we kregen een kat mee naar huis die 10 dagen binnen moest blijven en intensief verzorgd. Dat was nog wel een dingetje. Dit was een straatkat die tot nu toe alleen slechte ervaringen met mensen had opgedaan. Hem aaien was één ding, maar hem in huis houden, pijnstillers toedien en oogzalf opsmeren was iets totaal anders en behoorlijk heftig.

10 dagen na de operatie, hij bleek prachtige groene ogen te hebben

We hielden hem in overleg met de dierenarts in een apart kamertje en met een flinke dosis kalmeringsmiddelen. Twee keer per dag gaf ik hem medicijnen en zalf en elk uur glipte ik even naar binnen om te kijken hoe het met hem ging en met hem te knuffelen. Na 10 dagen mocht hij de kamer uit. De hechtingen bij zijn ogen waren verwijderd en hij mocht voor het eerst naar buiten. Het leven als gewone huiskat kon beginnen, argwanend bekeken door de twee die we al hadden. Een beetje coulance met een zielige zwerver in de tuin was oké, maar nu zat het beest ineens binnen! De blikken vlogen door de lucht die zwaar was van verontwaardiging. Dibbes gedroeg zich gepast nederig. Voor zo lang het duurde.

Elke avond als ik naar bed ging, was dat voor hem het sein ook naar bed te gaan. Hij rende met mij mee naar boven en ging dan in het kleine kamertje liggen. Dat was voor zijn gevoel zijn kamer. En lag dan keurig op een kussen. Braaf. Maar ook wel wat eenzaam. Want wij lagen in bed met de andere twee katten. Dat merkte hij wel. Dat wilde hij ook. Dus duurde het niet lang voor hij kwam kijken.

Een paar dagen lang bleef hij op de drempel van de slaapkamer zitten als wij op bed lagen. Moos en Smoes stikten zowat. Zag je dat! Wat ie nou deed! Echt! Dus zat Dibbes daar en de eenzaamheid droop er vanaf. Hij was dan geen straatkat meer maar een echte huiskat ook nog niet. Want die lagen op bed bij het kattenmens.

Dus stapte hij over de drempel en liep een rondje door de kamer. En ging daarna snel in zijn eigen kamer liggen. Dat gaf moed, er waren geen dooien gevallen dus de volgende ronde in de slaapkamer was snel gemaakt. Alleen hoe kwam hij nou op het bed? Dát was toch wel weer een hele grote stap. Moos en Smoes zaten alert overeind en gaven een heleboel signalen af met nog nét geen spandoek in de lucht: ‘vreemdelingen niet welkom, eigen volk eerst‘.

Dus sprong Dibbes op de plank naast het bed, aan mijn kant. Daar zat hij. Bekeken door ons. Pootje voorzichtig op het bed. Pootje er weer af.  Zal ik wel, zal ik niet? Weet je wat, ik doe het gewoon! En daar stapte hij op bed. Ging keurig op de uiterste rand liggen. Kijk eens, eigenlijk lig ik hier niet, het lijkt wel alsof ik op bed lig maar mijn kont ligt helemaal over de rand. Verwaarloosbaar dit!

Daar denk ik nog wel eens aan. Aan die onzekere kat van toen als ik in bed lig met Dibbes tegen me aan en geen ruimte heb om me te bewegen. Hij ligt altijd op de beste plek. De beste plek, dat is tegen mij aan. Wat hij ook aantreft als hij binnenkomt, hij weet het altijd zo te versieren dat hij binnen de kortste keren daar ligt waar hij wil zijn. Een beetje onhebbelijk is hij wel. Maar ook een beertje dat té aandoenlijk is en een onverzadigbare behoefte aan liefde. Wat we hem graag geven.

Veilig

Het is avond.
Ik lig in bed.
Ineens hoor ik een plof.
Een kat op het bed.
Hij springt over mij heen.
Ik voel een neus.

En dan een kopstoot.
En nog een.
Dat is Gerrie.
Die geeft geen kusjes,
maar kopstoten.
Vol liefde
maar wel zo hard
dat ik regelmatig
mijn tandvlees
uit mijn slotjesbeugel peuter.

De kopstoot betekent
“Aai mij, nu!”
Afgericht als ik ben,
aai ik Gerrie.
Hij leunt zwaar
tegen mijn buik aan.
Ik voel de stress
uit zijn lijf glijden.
Langzaam,
heel langzaam,
zakt hij door zijn poten.
Hij biedt zelfs
zijn buik aan.

Even,
heel even,
is alles goed
voor deze kat.
Hij voelt zich
veilig.

Dat duurt meestal
maar heel even.
De buitenwereld
dringt zich altijd
weer op.

Een geluid,
een kuchje van mij,
een andere kat
die op bed springt,
al snel is het teveel.

Maar toch
is er progressie.
Hij vlucht
en binnen
5 minuten
staat hij weer
om aandacht
te vragen.
“Aai mij, nu!”

Het leven
van Gerrie
bestaat uit
heel veel minuutjes
van schrik en herstel,
van vluchten en knuffelen.
Van observeren
en conclusies trekken.
En die conclusies
vallen steeds vaker
in ons voordeel uit.

 

Het avontuur van Dibbes en de kunst van het buitensporig reageren

Hoewel ik altijd een zeer goed ontwikkeld gevoel voor drama heb gehad, ben ik ook kampioen relativeren en alles van twee kanten bekijken. Legt iemand mij een probleem voor of zoek ik zelf een oplossing voor iets, dan bekijk ik het tot in den treure. Maar gebeurt er iets onverwachts, dan stap ik over op het volgende zeer goed ontwikkelde onderdeel: ik schiet in de stress.

Sinds ik ME heb, neig ik naar het laatste. ME is in mijn ogen (en die van behandelaar Ashok Gupta) een ge-escaleerde stressthermometer, waarbij door het voortdurend slaan van alarm – ook als er niets aan de hand is – bepaalde processen in het lichaam spaak lopen. Stel je zelf maar voor in een vecht-of-vlucht-reactie: je ademhaling slaat op hol, je staat op scherp, grote kans dat je spijsvertering het even niet doet. Als je lichaam continu in zo’n staat verkeert, dan vallen er wel meer dingen uit.

Gelukkig heb ik in de loop der tijd wel geleerd (met hulp) hoe ik hiermee om kan gaan. Vooral van belang is dat ik het brein zo kalm mogelijk houd, dat ik kleine signalen leer herkennen die me erop wijzen dat ik overprikkeld raak en dat ik prikkels zeer gedoseerd tot me neem. Hoe meer in balans ik ben, hoe beter ik prikkels kan opvangen en weer laten afvloeien. Voor mij geen cooling down na het sporten maar een calming down na te veel prikkels.

Natuurlijk geldt dat voor veel mensen in meer of mindere mate. Alleen is het verschil dat ik mensen vaak hoor zeggen dat ze uitgeput zijn na een gebeurtenis maar ze kunnen de volgende dag wel weer aan het werk – weliswaar wat meer moe – en hun activiteiten rustig aan weer oppakken. Bij mij toeteren dingen wat langer na. En dat heeft tot gevolg dat ik soms dagen niets kan doen omdat het brein niet begrijpt dat de gebeurtenis al over is. Mijn brein is net zo’n sneeuwbol, alleen de sneeuw zakt niet maar blijft dwarrelen, nog uren en dagen nadat het schudden is gestopt. Mijn lijf houdt er dan gewoon even mee op. Dat geeft niet, het is zoals het is. Waarom ik het benoem is niet omdat ik zielig ben, maar omdat ik hoop mensen duidelijk te maken hoe het is om met ME te leven.

Hoe dat bij mij werkt maakte ik afgelopen week weer eens mee. Dibbes was zoek. Zoek als in weg, niet te vinden. Hij vertrok om half 5 in de middag en verdween even van de radar. Om half 6 krijgen de katten altijd eten en ik werd aangestaard door 6 verwachtingsvolle ogen, maar niet die van Dibbes. Dat was al vreemd. Want Dibbes is zeer op eten gesteld en een kat van de klok.

Om 7 uur was hij er nog niet. Dus deed ik een rondje straat, roepen, steeg door naar een andere straat, weer roepen. Niets. Toen moest ik terug. Het was het eind van de dag en de energie was al meer dan op. Man en kind gingen een uur later ook op zoek en deden een hele grote ronde. De wijk door, het park, naar de voetbalvelden. Ook niets.

Natuurlijk is het normaal dat een kat op stap gaat. Moos en Smoes blijven dagelijks uren weg. En zeker in het voorjaar is er meer hang naar avontuurtjes beleven. In zijn jonge jaren verdween Moos bovendien regelmatig in het voorjaar een of twee dagen. Dat hij gecastreerd is, deed daar niets aan af. Hij kwam dan uitgehongerd en intens tevreden weer terug en had zijn punt weer gemaakt. Weliswaar niet gescoord bij poezen maar blijkbaar toch zijn mannelijkheid bewezen.

kijk, dit is normaal voor Dibbes: onder een struik en naar binnen gluren

Maar Dibbes doet dat niet. Hij gaat regelmatig naar buiten maar komt eigenlijk nooit verder dan de voor- en achtertuin en de steeg. Getraumatiseerd als hij is door zijn verleden, is buiten vooral eng en onveilig. Hij zit meestal in de voortuin onder een struik te gluren naar de buitenwereld voorbij de heg of naar binnen naar ons. Dát is al heel spannend en na 5 minuten is het meestal genoeg voor hem. In de zomer gaat hij wel vaak na het eten met de anderen echt buiten spelen. Maar zijn eten overslaan, dat is ondenkbaar.

Dus schoot ik in de stress. Hij is dood/gewond/geschrokken en verdwaald! (alles tegelijk natuurlijk). Mijn geest is bijzonder creatief in het bedenken van de meest gruwelijke scenario’s. Ik vind bovendien de gedachte onverteerbaar dat een kat met zijn verleden de weg kwijt raakt en opnieuw zou moeten zwerven. Als hij gewond zou zijn, zou hij zich bovendien niet laten benaderen door mensen. Hij vertrouwt vrijwel niemand. Nou ja, mij wel na veel geduld van mijn kant en dus staat hij wellicht ook open voor een ander, maar dát bedenk ik dan in de agitatie niet.

Ik schoot in de stress en draaide door. Daar kon de man niet op tegen redeneren met zijn ‘hij komt wel weer terug’. Dibbes, mijn Dibbes! Ik heb hem net zo hard nodig als hij mij. Dat blijkt maar weer. Ik ging naar bed want ik kon op dat moment niets doen. Als hij de volgende dag er nog niet zou zijn zou ik Amivedi inschakelen en posters ophangen. Tot die tijd lag ik in bed en zag met verbazing wat er met mijn lijf gebeurde. Mijn hartslag was 130 per minuut, uren lang, gewoon terwijl ik lag. Na een paar uur kwam daar de ene zweetaanval na de andere bij en lag ik letterlijk te drijven in bed.

Om 01.52 uur sprong meneer op het bed. Dibbes! Enorm geagiteerd en met grote paniekogen. Snel naar beneden met hem en hem eten gegeven. Hem gecontroleerd op wonden maar ik mocht hem overal aanraken. De andere katten snuffelden aan hem en waren ook zeer geagiteerd, hij rook overduidelijk vreemd te zien aan hun reactie. Dus ik ook snuffelen maar hij rook voor mij gewoon naar Dibbes.

Nu kon ik slapen! Dus hop, naar boven met zijn allen. Maar slapen ho maar. Mijn hartslag was wel in een keer weer normaal en het zweten was ook over. Maar hoewel ik heel opgelucht was, begreep mijn brein niet dat het klaar en voorbij was, de stress. Dat begrijpt mijn brein, nu drie dagen later terwijl ik dit schrijf, nog steeds niet. Ik sta als het ware verkeerd afgesteld ;-).

Ik slaap nauwelijks, heb overal spierpijn en ben volledig uitgeput. Mijn brein blijft hangen in de reactie. Maar weet je, dat interesseert me niet echt meer.  Ik stap over op plan B en dat is dus ‘calming down’, nóg minder dan niets doen, wat meer ademhalingsoefeningen en mezelf vertroetelen, lange warme douches, veel rusten. Vroeger zou ik boos zijn geworden op mezelf. Nu is het zoals het is. Zo reageert mijn lijf en brein. En hoe beter ik me daar bij neerleg, des te sneller ik weer op een acceptabel activiteitenniveau zit.

Dibbes!Het belangrijkste is toch wel dat ons Dibbesbeertje weer terug is. Hij is nog erg schrikkerig en erg moe. Ik denk dat hij ergens opgesloten heeft gezeten. Of hij is ergens heel erg van geschrokken en durfde niet eerder te voorschijn te komen. Het maakt niet uit, hij is er weer! Dibbes!

Verraad

 

Op mijn schoot
ligt een hondje
van twee weken oud.
Zó klein en zó lief.
Ik ben op kraamvisite
en ik geniet.

Als ik thuiskom
ruik ik naar hond.
Naar veel honden.
Buiten de pups
waren er zeker
6 andere honden
die ik heb gezien
en geknuffeld.

Natuurlijk doe ik net
alsof ik niet vreemdging
maar ik val meteen
door de mand.

Gerrie snuffelt aan mij,
deinst achteruit.
Wat is dit?
Wat ruik ik?
Hond!
Een blik vol verwijt.

Dibbes laat zich
gewoon helemaal niet zien.
Ruikt de geur
en trekt zijn conclusies.
Zoekt in de nacht
een andere plek.

Na het douchen
de volgende dag.
als ik de geur
van het verraad
van me heb afgespoeld,
kunnen we onderhandelen.

Maar pas nadat ik
mijn excuses aanbied
over mijn ongepaste gedrag,
biedt hij zijn buik aan.

We maken allemaal
wel eens een foutje.
Niet meer doen hè!
Honden!
Wat dacht je?
Hoe kon je?
Zand erover.