Mijn eerste liefde

Vandaag is het de sterfdag van mijn eerste kat. Zoals Joris was er maar eentje. Overweldigend in zijn onaangepastheid en streken maar ook in de liefde die hij gaf. Ter ere van hem een verhaal uit de oude doos.

😻

Hoewel ik dol ben op kittens heb ik er weinig ervaring mee. Het dichtst in de buurt komen Smoes en Moos die naar schatting drie tot vier maanden waren toen we ze vonden (Moos) en via het asiel kregen (Smoes). Dat komt ook omdat ik mezelf nooit toestemming heb gegeven om zo vanuit een nestje een kitten te nemen. Ik vind dat wie een huis nodig heeft, de weg wel naar ons vindt. Kittens komen meestal wel terecht maar oudere katten waar iets mee is, hebben meer moeite om een huis te vinden.

Zo was het ook met mijn eerste kat, Joris. Een zwart-witte koe-kater van 6 kilo met een nogal uitgesproken karakter. Hij zwierf begin jaren ’90 op de Prinsengracht in Amsterdam en werd daar gevoerd door bewoners. Toen hij ziek werd brachten ze hem naar het dierenasiel. Daar zat hij te verpieteren want niemand wilde hem. Hij was nogal wild en onaangepast.

Toen ik op een dag besloot het kattenleed in de wereld te verminderen door er op zijn minst eentje te redden, toog ik naar het asiel met mijn huisbaas B. Hij had een auto en ik niet, vandaar.

Doet u mij de kat die hier het langst zit‘, zei ik zelfverzekerd. Waarop me werd verteld dat dát niet aan te raden was, het beest was een kreng. Na wat onderhandeling besloten we dat ik even met de kat alleen mocht zijn om te kijken of er een klik was.

Die was er niet, meneer zat met zijn rug naar me toe en keek niet op of om. Dan had ik nog geluk, want meestal viel hij mensen aan. Zijn houding veranderde op slag toen ik een touwtje tevoorschijn haalde. Hij was dan een kreng, hij was ook speels! Dus besloot ik het erop te wagen.

Omdat ik nog geen kattenreismand had, kreeg ik van het asiel een kartonnen reismand mee. Tijdens de rit terug zag ik eerst een nagel en toen meerdere nagels door het karton snijden en bij thuiskomst zaten we met een dolle agressieve kat in de auto die we toch op de één of andere manier het huis in hebben weten te krijgen. Hoe precies, dat weet ik niet meer, dat heb ik waarschijnlijk verdrongen.

Dat was het begin van vele momenten dat ik op tafel kroop en koest! af! lief! riep. Werkte niet natuurlijk. Wat ik eraan moest doen wist ik niet. De enige kattenervaring die ik tot dan toe had was met onze kat Floris bij mijn ouders thuis, die we poppenkleertjes konden aandoen en dan gingen we met hem wandelen. Dat was geen kat maar een lief sukkeltje en niet te vergelijken met het monster dat ik in huis had genomen.

Alles ging eraan. Wollen truien werden zonder pardon binnen een paar minuten uit elkaar gerukt met nagels en tanden. Het terrarium van huisbaas B. dat beveiligd was met dubbel glas en zijn grote trots, bleek een makkelijk te schillen appeltje voor Joris te zijn. Ontdekte ik, toen ik hem midden in de glasrestanten zag zitten met een staart uit zijn bek.

Op een dag werd er aangebeld en bleek Joris van vier hoog naar beneden achter een duif aan te zijn gesprongen. Hij had een gebroken heup. Ik had inmiddels een lege portemonnee na het opnieuw inrichten van het terrarium, het continu moeten betalen voor de schade die hij aanbracht in huis en de dierenartskosten.

Toch was die gebroken heup wel een omslag. Hij kon niet lopen maar alleen een beetje kruipen en hij had mij nodig om bijvoorbeeld op zijn bak te kunnen. De band tussen mens en kat verbeterde aanzienlijk.

Die werd nog beter toen ik een vriend kreeg die niet op tafel kroop als hij agressief deed – de kat, niet mijn vriend 😉 – maar die deed wat Joris deed, er achter aan rennen dus. Ik zou het zelf nooit aanbevelen maar bij deze kat werkte het. Hij werd wat rustiger en beter benaderbaar. Al zat bezoek nooit echt lekker op de bank als hij zat te loeren naar ze.

De grote omslag in het leven van Joris kwam toen ik een klein poesje mee naar huis nam. Mijn toenmalige schoonzus had in de supermarkt een man aangesproken die een kleine kat in zijn jaszak had. Hij drukte het beest in haar handen en verdween. Maar zij had al 5 katten, een kleuter en een bijstandsuitkering en bovendien waren haar katten absoluut niet gecharmeerd van het poesje. Dus  zat ik voor ik het wist in de tram met dat katje onderweg naar huis, met de belofte dat ik er een huisje voor zou zoeken. Ondertussen hopend dat Joris niet dacht dat ik een lekkere snack voor hem had meegebracht.

Groot was de verbazing toen Joris een complete gedaanteverandering onderging. Aanvankelijk was er wat geblaas en gegrom maar na de eerste nacht werd ik wakker en zag ik ze op de bank in elkaars poten liggen. Joris was verliefd, héél erg verliefd. En werd daarmee de goedzak die hij bleef tot hij op hoge leeftijd overleed.

Ik kon alles met hem doen, hij was lief en groot en erg aanwezig en heel gelukkig met zijn Dorrit. Hij was overweldigend in de aandacht die hij kon geven, voelde het aan als ik verdrietig was en kwam me dan troosten. Streken bleef hij wel houden. Hij speelde graag dat hij dood was als vriendin S. hem eten ging geven als ik op vakantie was. Dan lag hij met de poten in de lucht, niet knipperen met zijn ogen, niet zichtbaar ademen en als S. dan voorzichtig naderde – ze is allergisch voor katten het arme mens – sloeg hij toe.

Hij overleed op 7 juni 2006. We gingen meteen daarna op vakantie naar Italië en ik zie me nog liggen in de tent, brullend van verdriet. Toen ik Smoes via het asiel kreeg in september 2006, heeft het asiel een geschatte geboortedatum in zijn dierenpaspoort gezet. Geschat, want Smoes was gevonden (in een sloot in een doos maar dát is een ander verhaal). Toen ik die datum zag kreeg ik wel even kippenvel: 7 juni 2006. Dat heeft zo moeten zijn.

Alle katten zijn mij dierbaar. Maar Joris was een wel heel bijzonder beest. En dat was hij.

Komt dat zien!

Elke dag bezoek ik het kattentheater, dat doorlopend, 24/7, voorstellingen geeft. Het kost wat zo’n doorlopend abonnement maar dan krijg je ook wat.

Als je dit theater zou willen omschrijven, dan denk ik dat improvisatietoneel het beste de lading dekt. Een regisseur lijkt niet aanwezig te zijn. Acteurs wisselen hoofd- en bijrollen af. Waarbij opgemerkt moet worden dat dit vaak gepaard gaat met het zwiepen van de staart in andermans snoet. Voor de ontvanger van de staartzwiep een teken dat het staan in de spotlights lang genoeg heeft geduurd en dat er gewisseld moet worden.

Elk van de acteurs heeft een eigen specialisme. Zo zorgt Dibbes voor dramatische diepgang maar hij is ook een zeer goede clown en acrobaat. Hij kan zeer overtuigend een dwingeland spelen maar je als toeschouwer ook tot tranen toe roeren.

Smoes is het soort acteur dat altijd de goedzak moet spelen en er een vrolijke boel van maakt. Springt dwars tussen de zorgvuldig opgestelde decorstukken heen, verstoort elke scène maar niemand die het iets kan schelen want iedereen houdt van hem.

Moos wenst alleen koningsrollen te spelen en claimt soms te lang de plek in de spotlights. Al zit daar als we er een psycholoog op loslaten, vast een enorme behoefte aan bevestiging achter. Het is grappig te zien dat die behoefte aan bevestiging ook bij Dibbes een grote rol speelt. Maar de uitwerking van het toneelspel van beide acteurs is heel anders.

En dan Gerrie, de vierde en laatste acteur. Dat is er een met onvermoede talenten. ‘Kan niets zijn’ denk je. ‘Mwah, even kijken wat dat is’. En dan eist hij met zijn optreden de volledige aandacht op en maakt een verpletterende indruk. Vooral scènes waarin hij kopstoten moet uitdelen, laten diepe sporen achter bij het publiek. Het wordt dan ook aanbevolen paracetamol mee te nemen gezien het feit dat er sprake is van een continu wisselwerking tussen publiek en toneelspelers.

Van de bezoeker wordt een actieve deelname verwacht. Deze bestaat uit plat liggen op bed en bereid zijn te fungeren als decorstuk, toneelvloer en mede-acteur. Deze interactie tussen toneelspelers en publiek gaat op een speelse en natuurlijke manier en doet niet geforceerd aan.

Ik bezocht al veel voorstellingen van dit gezelschap. Vooral het spektakelstuk ‘Hoeveel katten passen op één mens’ mocht rekenen op een staande ovatie. In gedachten dan, want ondergetekende kon door het gewicht van de katten niet meer opstaan.

Een aanrader!

Gezien: kattentheater, doorlopende voorstelling
Waar: huistheater Hoorn, reserveren verplicht
Eindoordeel: *****

Coach Dibbes


Deze lieverd springt elke keer van het bed af als ik naar het chemische toilet in de hoek van onze slaapkamer loop. Hij dribbelt achter mij aan. Zit ik eenmaal dan word ik bekopt en gooit hij er af en toe een bemoedigend miauwtje tegen aan.

Als ik klaar ben, dan dribbelt hij vastberaden voor me uit terug naar bed. Hij springt precies op die plek waar ik wil liggen. Ben ik eenmaal geïnstalleerd, dan stampt en prakt hij nog even een minuutje of wat terwijl hij op me staat. Dibbes vindt nazorg overduidelijk belangrijk.

Is het werk gedaan dan installeert hij zich weer. Op mijn voeten, tegen mijn buik of elders op bed. Deze wc-coaching doet hij onbezoldigd. Ik krijg nooit een factuur toegestuurd.

Een mooie tekening

Afbeelding Ineke Spek

– Kijk eens Dibbes wat ik opgestuurd kreeg!
– Een tekening? Wat een mooie tekening! Prachtige billen. Wacht eens, dat lijken wel mijn billen, en mijn pootjes. Dit is een tekening van mij!
– Nou dat denk ik niet. Al zei de vrouw die dit tekende wel dat ze aan mij dacht toen ze dit tekende.
– Zie je wel, een tekening van mij want jij en ik zijn één. Duidelijk!
– ik weet niet of ze het zo bedoelde Dibbes.
– Echt wel! Kijk dan naar die billen! Ik was haar inspiratie, ik ben iemands muze, bron van creatieve krachten. En dat snap ik want ik ben IK 💕.
– Voor een kat die 6 jaar geleden nog onder een struik woonde heb je wel veel praatjes gekregen.
– En terecht, ik ben het! De leukste, grappigste, mooiste, meest aandoenlijke, liefste…
– Deze discussie ga ik niet winnen. Ik zal tegen Ineke zeggen dat we blij zijn met de tekening.
– Krijg ik dan nu extra brokjes? Om te vieren dat ik Dibbes ben?

Tijger


In ons huis
Loopt met grote stappen
Een gevaarlijke stoere tijger

Dibbes is op jacht
En zo te horen
Heeft hij beet

Hij maakt grote sprongen
Bijna salto’s
Met een heleboel geluid

Ik kijk wat hij
Te pakken heeft
Maar zie niets

Toch heeft hij
Het heel erg druk
Met een muis

Een denkbeeldig muisje
Dat in de hoek
Wordt gedreven

Goed gedaan Dibbes!
Stoere tijger!
Hij voelt zich heel wat

“Ik ben de Dibbestijger
De schrik van alle muizen
Koning van de …”

De deurbel gaat
Weg is de Dibbestijger
De trap op gerend

Boven zijn er
Hopelijk ook
Denkbeeldige muisjes

Een kwestie van perspectief

Zo liggend in bed
Tegen een kat aan
Overpeins ik mijn leven

Mijn grootste nachtmerrie
Is zo te moeten blijven liggen
Weken
Maanden
Misschien jaren!
Zonder garanties
Zonder perspectief

Het is vol in mijn bed
Met paniek, frustratie, verdriet
Maar ook met hoop, vechtlust en moed
Én katten
Veel katten

Mijn grootste nachtmerrie
Is hun grootste droom
Lekker in bed liggen
Tegen mij aan
Weken
Maanden
Misschien zelfs jaren!

Zo bezien
Wil ik ook
Een kat zijn
Véél slimmer
Véél mooier
Levend in het nu
Zonder oordelen
Over wat niet klopt
En eigenlijk moet zijn

Dus draai ik
Me drie keer om
En ga liggen
Als een echte kat
Op precies dezelfde plek
Waar ik net al lag

Ja, dit ligt beter
Véél beter
Nu wachten
op het voedseluitgiftepunt
Terwijl ik een dutje doe

Straf

Ik ben Dibbes
Jullie kennen mij wel
Ik ben gespecialiseerd in zielig kijken
Dat is bijzonder lucratief
Zielig kunnen kijken
Haalde me van de straat
En zorgt ook nu
voor een continu aanvoer
van aandacht en liefde

Al kan het altijd beter natuurlijk
Er blijven aandachtspunten
(Voor de vrouw, niet voor mij)
Zo zat ik gisteren
Op de bank
Wel vijf minuten zielig te kijken
Terwijl er drie katten
Bij haar op bed lagen

Ik zat daar
Zielig
Eenzaam
Buitengesloten
Bijna dood

En wat er toen gebeurde!
Ik kan er bijna niet over praten
Toen ze me zag
Schoot ze in de lach!

Voor straf lag ik vannacht niet naast haar
“Weet je zeker dat Dibbes binnen is?”
Vroeg ze een paar keer aan de man
Ze kon er niet goed van slapen
Want waar was ik toch?

Ik zat gewoon lekker onder het bed
Recht onder haar op een fijn kleedje
Maar ik heb graag dat je dát voor je houdt
Hoeft zij niet te weten
Kan zij vandaag ook zielig kijken
Weet ze ook eens hoe het voelt!

Wantoestanden

Het is een schande, een wantoestand!
En het ergste is, dat ik het onder je aandacht moet brengen!

?

Het feit dat dit blog als een podium wordt gebruikt om ongebreidelde aandacht te geven aan Dibbes. Ik keek het een tijd aan, dacht ‘ze komt wel bij zinnen’. En wat lees ik vervolgens: je roept Dibbes uit tot jouw lifecoach. Dibbes! 🙄 Een omhoog gevallen straatkat met een hangbuik, die met zijn continu dwingende vragen om aandacht anderen – ik noem geen namen – volledig wegdrukt. Die met zijn clowneske dramatische gedoe…

Moos?

….die met zijn clowneske dramatische gedoe de aandacht wegkaapt bij anderen vandaan die ook wel eens een aai of de beste plek zouden willen…

Moos, zal ik een foto van je plaatsen op het blog?

Wat een goed idee! Wel graag van mijn voorkant, zodat mijn majestueuze uitstraling goed uitkomt en je lezers goed het verschil zien met Dibbes. Want wat weten we nu helemaal van hem, van zijn voorgeschiedenis, dat kwam hier op een dag aanlopen, zogenaamd verzwakt en…

Moos! Je moet wel stil zitten, anders kan ik geen foto maken hoor!

Zo lezers, dit is een kat zoals een kat hoort te zijn. Koninklijke uitstraling, bescheiden en beschaafd onder alle omstandigheden. Kijk maar goed.

Vriendelijke groeten van Moos

Ochtendsessie met mijn ME lifecoach

– Je moet meer plat liggen mens!


– Nog meer? Ik vind het zo moeilijk, ik kan het niet!


– Dat is helemaal niet moeilijk! Hoe vaker je plat ligt, hoe makkelijker ik je kan pletten met mijn liefdevolle en overweldigende aanwezigheid. Denk aan mijn zachte buik. Mijn ogen die in de jouwe kijken en die je duidelijk maken wat ik nodig heb. Jouw nood verdwijnt in het niets, als je ziet wat ik allemaal nodig heb en vooral: wat ik moet doen om voor mezelf te zorgen. Om te voorkomen dat ik verwaarloosd word.

– Kan ik voor morgen weer een sessie bij je boeken Dibbes?