Voor ons dit jaar geen bezoekjes, verplichtingen of uitgebreide culinaire avonturen. En dat vind ik wel best. Ik lig nu nog lekker in bed en grote kans dat ik daar blijf vandaag. Eerst ‘Heks’ uit lezen van Camilla Läckberg en dan stort ik mij op Fitz en de Nar.
Onder de boom trof ik de laatste nog ontbrekende delen aan en ik heb nu de complete serie van 9 delen. Die dus dringend herlezen moet worden. Ik kreeg ook de nieuwste van Pullman. Zal ik daar anders in gaan beginnen? Keuzes!
Kind mocht kiezen wat we gaan eten. Vanavond eten hij en M. gevulde pasta met knoflookroomsaus. Ikzelf eet een ovenschotel met aubergine en wraps. Morgen laten we in de avond pizza komen. Wat ik dan eet weet ik nog niet, dat zie ik wel.
De herstelkamer van Dibbes is gisteren al in orde gemaakt en we oefenen een paar keer per dag met de kap op zijn kop. Dat gaat heel aardig. Hij vindt t niet leuk maar raakt ook niet in paniek.
Het doel voor nu voor mij is zoveel als mogelijk te ontspannen en herstellen van de stress van vorige week. Zodat ik zo goed als mogelijk voor Dibbes kan zorgen na zijn operatie van komende donderdag, dat gaat nu even voor op alles.
Vieren we dan helemaal geen kerst? Nou ja, t is maar wat je kerst noemt. Wij vieren sowieso niet echt iets. Wij zijn niet gelovig. En dat is meteen de reden waarom ik moeite heb met dit feest. Een hele samenleving staat op zijn kop en stil vanwege een viering waarvan een groot deel van de mensen geen flauw benul heeft wat er gevierd wordt, anders dan lekker eten en drinken.
Voor mij persoonlijk zijn de feestdagen die tijd van het jaar dat dagen gelukkig weer langer worden. Daar kan ik oprecht blij om zijn.
Puber met zijn oma
Omdat ik niet in een grot leef maar onderdeel ben van een familie, hadden we vorige week een etentje hier met schoonfamilie en zaterdagavond aten wij bij mijn moeder. Het was geen beste dag voor mij qua energie maar gelukkig kon ik bij mijn moeder gewoon op de bank liggen tussen de verschillende gangen van het eten door.
Deze twee dagen zelf hebben we dus geen afspraken. Als t lukt gaan we morgen overdag naar de film. En verder dus niets.
Iedereen trouwens bedankt voor de grote hoeveelheid aan fijne reacties op mijn berichtjes over Dibbes en mijn perikelen met mijn huisarts. Ik ben daar heel erg blij mee.
Toen we vier jaar geleden ineens een kat mee naar huis kregen die aan beide ogen was geopereerd, waren we daar totaal niet op voorbereid. Bovendien was Dibbes toen nog een vreemde kat voor ons. Ondanks al het wederzijdse gescharrel was dat vooral op afstand. Hij liet zich zeker in het begin niet aaien of direct benaderen en andersom zag hij ons niet eens, door zijn oogziekte. Hij volgde vooral met zijn neus het spoor van lekkere brokjes en dat daar een heel gezin aan vast zat, ontdekte hij veel later. Dus de stap van een zwerfkat voeren naar ‘die kat ligt nu in een apart kamertje bij te komen van een zware ingreep’, was best groot.
Dit keer gaat dat gelukkig heel anders. We weten wat ons te wachten staat en we kunnen ons er op voorbereiden. Wij kennen Dibbes inmiddels ook door en door en weten dat hij ondanks zijn hysterische karakter, naar ons toe toch vaak zo mak als een lammetje is. Ik kan hem zonder hele grote problemen pillen geven of samen met M. oogzalf toedienen. Zo lang je het maar beloont met een snoepje, nou vooruit, liefst twee snoepjes, is het oké.
Ook praktisch gezien hebben we nu de tijd om ons voor te bereiden. Dat doe ik door een aantal dingen vooraf aan te pakken bijvoorbeeld door een kamer in orde te maken. We maken de logeerkamer zo leeg mogelijk. Buiten het logeerbed staat er dan niets en is er ruimte voor een goede ligplek voor hem en een kattenbak. Hij kan daar in alle rust herstellen en zich ook niet verwonden aangezien hij de eerste tijd versuft is en ook met een kap moet lopen.
Die kap is wel een dingetje. Vorige keer accepteerde hij die kap niet en moesten we hem om die reden 9 dagen volledig gedrogeerd houden. Om te voorkomen dat hij aan zijn ogen ging frutten. Dat gaf wel problemen, zijn ogen gingen na een paar dagen ontsteken maar gelukkig is het goed gekomen. Natuurlijk moeten we nu toch de kap weer opnieuw proberen na de operatie van volgende week. Om die reden kreeg ik hem alvast mee toen we gisteren bij de dierenarts waren. Dus nu even geen ‘krijg-Dibbes-in-de-mand-training maar een ‘doe-een-kap-om-zijn-kop-training‘.
Hoe doe ik dat? Inmiddels heb ik door dat trainen alleen lukt als de kat zelf er zin in heeft, zijn nieuwsgierigheid wordt getriggerd én er een beloning wacht.Gisteren heb ik hem alvast aan de kap laten snuffelen. Dat rook interessant!
Durf ik hier mijn kop door te steken?Ja, ik deed het! Daarna nog even snuffelen aan de kap of echt alle snoepjes op zijn.
Vandaag heb ik snoepjes op mijn hand gelegd en die in de kap gestoken. Om bij het snoepje te komen, moet hij zijn hoofd door de kap steken. Vanmorgen lag het snoepje op mijn vingers en kon hij er heel makkelijk bij. Vanmiddag maakte ik het wat moeilijker door het snoepje iets verder weg te houden, in de palm van mijn hand. Hij moest dus met zijn kop helemaal in de kap om er bij te kunnen. Daarna was het even klaar en liet ik de kap even naast hem liggen. Die werd weer besnuffeld.
Zo ga ik dat uitbreiden, stap voor stap. Ik hoop dat dit in zoverre lukt dat hij dan na de operatie niet volledig uit zijn dak gaat als hij wakker wordt en die kap voelt. Maar goed, iets bedenken is één ding, de praktijk moet gaan uitwijzen hoe het loopt.
Buiten dat zijn er ook andere voorbereidingen. Ik wil proberen wat vooruit te koken. De eerste dagen zal ik veel aandacht aan Dibbes moeten geven. De man kan heerlijk koken maar werkt wel gewoon fulltime, ik kan niet van hem verwachten dat hij na zijn werk voor hem en S. gaat koken én voor mij een parasietendodende zetmeelarme vegetarische maaltijd op tafel zet.
Toen Dibbes in ons leven kwam, was hij bijna blind. Dat er iets was met deze zwerfkat zagen we wel, maar wát precies dat wisten we niet.
Na maanden van vertrouwen winnen, lukte t ons om hem in de mand te krijgen, brachten hem naar de dierenarts die constateerde dat een operatie noodzakelijk was. Hij bleek entropion te hebben, een aandoening waarbij de ooghaartjes naar binnen groeien. De dierenarts had het nog nooit zo heftig gezien.
Zijn leven als huiskat begon dus met een zware operatie. Best pittig, want na maanden paaien stopten we hem in de mand, lieten hem opereren en moesten hem daarna 10 dagen in versufte toestand houden.
Dibbes onderging t allemaal redelijk stoïcijns. Hij zat onder de pijnstillers, had een lekker mandje en een warme kruik, kreeg heel veel liefde en voldoende eten. Zijn situatie was 100 % beter dan in zijn zwerfjaren en hij bloeide enorm op.
Na de operatie bleek dat hij prachtige zeegroene ogen had. Iets wat we nooit hadden kunnen zien omdat zijn ogen door de entropion dicht zaten en er continu pus uit droop.
Dat is nu vier jaar geleden. Het viel me twee weken geleden op dat er soms wat vocht uit zijn rechteroog kwam. Helder vocht en minimaal. En soms ook een paar dagen niet. Maar t zat me niet lekker dus belde ik met de dierenarts. Ik mocht foto’s van zijn ogen mailen en in overleg besloten we een oogzalf te proberen. Zonder dat de dierenarts hem dus zag. Omdat ik de ‘krijg-dibbes-in-de-mandtraining’ niet wilde verpesten door hem in de mand te stoppen op een moment dat hij er nog niet helemaal klaar voor was.
Omdat Dibbes een heftig verleden heeft en de rit naar de dierenarts elke keer voor gigantisch veel stress zorgt heb ik hem namelijk de afgelopen 9 maanden getraind. Inmiddels heb ik hem zo ver dat hij op commando in de mand springt. Maar het autorijden hebben we nog niet kunnen oefenen. Ik werkte toe naar een dierenartsbezoek in januari, omdat hij zijn entingen moest hebben.
Een kat met zijn verleden moet regelmatig gezien worden door een arts. Hij heeft een slecht gebit, een forse hartruis, een immuunsysteem dat het jaren niet deed en dus kwetsbare ogen.
De oogzalf leek even te helpen maar gisteren werd zijn oog ineens helemaal dik. Dus over op plan B: toch zo snel mogelijk een afspraak maken en hem voor t bezoek aan de dierenarts alprazolam geven. Dit is een kalmeringspil die sinds kort aan katten gegeven wordt die heftige angsten kennen. Het heeft geen nare bijwerkingen en het laat geen herinnering aan de gebeurtenis zelf achter. In tegenstelling tot vetrainquil, wat ik voorheen gebruikte.
Op naar de dierenarts dus. Het goede nieuws is dat hij heel goed reageerde op de alprazolam en geen moment in paniek raakte. Bij de dierenarts zelf was t wel héél erg spannend voor hem maar het escaleerde niet.
Het slechte nieuws is dat hij weer entropion heeft, nog minimaal. Het hoornvlies is geïrriteerd maar gelukkig nog niet beschadigd. We zijn er dit keer heel snel bij. Maar een operatie is helaas wel noodzakelijk, weer aan beide ogen.
Ik ben niet verbaasd, had dit al verwacht. Maar heftig is het wel, voor kat én mens. Volgende week donderdag gaat hij onder het mes.
Dibbes is weer helemaal opgeknapt en het mannetje. Hartstikke fijn. Vorige week schreef ik dat ik al een heel eind ben met de kat-in-de-mand-training maar nog niet voldoende om al naar de dierenarts te gaan. Het kán wel in geval van nood – ik krijg hem zeker in de mand – maar dan is denk ik al het opgebouwde teniet gedaan. Er is nog zó veel te trainen. Opmerkingen van mensen dat zij hun kat ‘gewoon’ in de mand proppen hoor ik wel maar ik kan er niets mee. Ik heb al 25 jaar katten en Dibbes laat zich niet ‘gewoon’ in de mand proppen. Dat hebben we al zo vaak geprobeerd. En drogeren dat wil ik niet meer, want hij raakt al volledig in paniek als hij de werking van de drugs voelt. Dan weet hij, ‘het is weer zo ver‘. Trainen dus.
Deze week hebben we een hele grote volgende stap gezet. Na een paar weken oefenen met buiten lopen met Dibbes in de mand, ging ik de auto proberen. Dát was spannend. De spannendste stap tot nu toe, dat merkte ik wel aan hem. Het geluid van de auto die van het slot ging en het portier dat open ging, was behoorlijk heftig voor hem. Ik zette hem heel voorzichtig op de achterbank. Daar produceerde hij twee zielige piepgeluidjes en viel toen stil.
Dat was meer dan voldoende voor de eerste keer in de auto. Nu eerst dit een flink aantal keren herhalen en dan oefenen met het portier dicht. De motor starten en de stap erna, echt rijden, dát is nog wel een paar maanden buiten ons bereik.
Weer binnengekomen is hij verwend met lekkere hapjes en uitbundig geprezen. We zijn al verder gekomen dan ik had gehoopt of verwacht! Stoere Dibbes!
Gisteren toen ik de katten eten wilde geven, kwam de hele troep aanstormen behalve Dibbes. Dat is niet normaal aangezien eten zijn hobby is. Ik vond hem boven op ons bed waar hij een nogal versufte indruk maakte. Na enig aandringen sjokte hij toch maar met mij mee naar beneden maar het ging niet van harte. Hij rook wat aan zijn eten en sjokte toen weer weg. Hij ging naar buiten, deed een zeer typerend Dibbes-ommetje – uit en thuis in 5 minuten- en ging weer naar boven.
Een aantal malen ging ik bij hem kijken. Zijn ogen stonden wat raar, hij haalde sneller adem dan normaal en hij bleef versuft. Hij reageerde niet echt op knuffels en er kon geen knor van af. Met de man geregeld dat hij eventueel zijn vrije dag of zijn thuiswerkdag zou omdraaien, zodat we vandaag met Dibbes naar de dierenarts konden gaan.
Ben ik blij dat ik al maanden met hem train om in de mand te stappen. Al is de training nog echt niet klaar. Het onderdeel in de auto stappen en wennen aan rijden terwijl hij in de mand zit moet nog geoefend worden. Maar als hij ziek is, dan gaat dat voor. Met wel het risico dat ik na een dierenartsbezoek hem met geen mogelijkheid meer in de mand krijg. Maar ja, dat risico loop je eigenlijk altijd wel met een kat met zijn verleden.
Afijn, een slapeloze nacht volgde. Dibbes lag tegen mijn buik maar hij was niet ontspannen. Ik ook niet. Ik lag uren wakker. Ik slaap altijd al erg moeilijk en kan gewoon weinig hebben. Bovendien deden de andere katten beneden verwoede uitbraakpogingen want we hadden het kattenluik voor de zekerheid maar afgesloten.
Om 4 uur vertrok Dibbes naar beneden en ik viel in slaap. Om 6 uur werd ik wakker gemaakt met kusjes en kopjes en een ronkende kat die overduidelijk beter in zijn vel zat. Eten dan maar? Ja eten! Dat werkte hij met een enorm tempo naar binnen en vrat en passant ook de bakken van de anderen leeg. Er is gegeten, gedronken, even gespeeld, hij is drie keer naar buiten gegaan en hij zit nu in de vensterbank te miauwen naar een merel die besjes uit onze struiken eet. Het gaat weer beter met Dibbes.
Evengoed is het verstandig om het in de gaten te houden. Ik mag hem wel aanraken en optillen maar dat gaat niet van harte. Maar voor nu is er geen urgentie, ik moet wel even in de gaten houden of hij wel poept. De man heeft evengoed maar wel een vrije dag genomen want die deed ook geen oog dicht, door mijn gewoel en de herrie bij het kattenluik.
Ik ga liever te snel dan te laat naar de dierenarts. Een paar jaar geleden kreeg ik een bepaald ‘gevoel’ bij Smoes omdat hij me ‘zo’ aankeek. Hij at wel gewoon en was levendig maar het voelde niet goed. Bij de dierenarts aangekomen bleek na het maken van een röntgenfoto dat er een stuk plastic in zijn darmen zat wat operatief moest worden verwijderd. Het plastic zorgde ervoor dat hij niet kon poepen, levensgevaarlijk dus.
Het is zaak een balans te vinden tussen wat mijn gevoel en mijn snel geagiteerde brein vertelt en een nuchter oordeel aan de hand van een lijstje (gedrag, eten, poepen, drinken, ademhaling). Complicerende factor daarbij is dat Dibbes gespecialiseerd is in zielig kijken. Dat helpt ook niet echt mee. Maar oefening baart kunst, zowel bij hem als bij mij. 😉
Gisteren vierden we een jubileum: het was precies vier jaar geleden dat Dibbes officieel door ons werd geadopteerd. In die vier jaar heeft hij een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Van een angstige en getraumatiseerde zieke kat werd hij een vrolijke flapuit die intens geniet van zijn leventje. Hij vertrouwt tegenwoordig vrij makkelijk ‘nieuw volk’ en slooft zich erg uit om te laten zien hoe grappig hij is. Hij heeft meer zelfvertrouwen gekregen en wordt daarmee ook wat minder onhebbelijk en jaloers naar de andere katten toe, al is de beste plek wel nog steeds tegen mijn buik aan in de nacht. Maar ligt daar een keer een andere kat, dan accepteert hij dat en gaat rustig wachten tot de plek vrij komt in plaats van bovenop de ander te gaan liggen met een kop van o pardon, jij ook hier, o nu sta je op, daahaag, opgeruimd staat netjes‘ (of een mep, dat gebeurde ook vaak).
Soms heeft Dibbes nog wel eens een kleine terugval. Door een geluid of een beweging kan hij ineens soms terugvallen op oud gedrag. En als hij naar de dierenarts moet. Veel lezers weten dat ik dat onderdeel al maanden aan het trainen ben. Ik vind het belangrijk hem eens per jaar te laten controleren door een dierenarts. Een kat met zijn verleden heeft gewoon snel klachten, hij heeft bijvoorbeeld een heel slecht gebit. Ook heeft hij een fikse hartruis. Dat heeft niets met zijn verleden te maken maar moet wel in de gaten gehouden worden.
Hem in de mand krijgen was in het verleden een drama en de autorit naar de dierenarts een hel. En dan overdrijf ik niet. Sinds het voorjaar ben ik hem daarom aan het trainen. Van een lieve bloglezer kreeg ik in maart een vervoersmand met het deksel aan de bovenkant en sindsdien train ik hem. Waar staan we nu na 7 maanden trainen?
Hij springt op commando in de mand en ik kan het deksel dicht doen. Daarna loop ik een rondje door de kamer met hem in de mand. Sinds een week kan ik dan ook door lopen naar de gang en de buitendeur opendoen.
Dat was het. Voor jullie misschien niet heel bijzonder maar het is toch wel een echt wonder. Het leukste is nog wel dat Dibbes er van geniet. HIj voelt dat hij iets bijzonders doet. We moedigen hem dan ook enorm aan. Hij krijgt ook lekkers voor zijn prestatie en tijdens het trainen geef ik hem bij elke stap ook een snoepje door de kieren van het deksel heen.
Er zijn nog heel veel stappen te trainen:
naar buiten lopen
in de auto gaan zitten
in de auto zitten en de motor starten
in de auto zitten en een paar meter rijden
in de auto zitten en een langere rit maken
in de auto zitten en naar de dierenarts gaan
Ik ben dus zeker nog een paar maanden bezig. Ik red het dus niet op tijd want de vaccinatieoproep is al binnen. Maar dat geeft niet, dat kan best even wachten, ik ga nu door tot Dibbes zover is. Ik ben in ieder geval heel trots op hem dat we nu al zover zijn gekomen!
Trouwe lezers weten dat het nogal een gedoe is om de exzwerfkatten in de reismand te krijgen, daar schreef ik al vaker over. Dibbes wordt eerst zwaar gedrogeerd en dan nog is het hel, voor hem en ons. De laatste keer heeft hij al zijn nagels kapot gekrabd en was hij dagen erna onbenaderbaar. Gerrie stapte de eerste keer na weken trainen wel braaf in de mand. Na weken van trainen met lekkere hapjes lukte dat. Tot het eindigde in een reis naar de dierenarts waar hij werd gecastreerd en ge-ent en toen was het uit met de pret.
Het is nu weer tijd voor de jaarlijkse controle van Gerrie maar wat ik ook deed vorige week, ik kreeg hem niet in de mand. Beetje doorduwen doe ik niet zoals ik wel met Moos en Smoes doe. Ik pak Smoes meestal vast, rol hem in een handdoek en duw hem dan de mand in. Met Gerrie durf ik dat niet aangezien hij ooit zijn heupen heeft gebroken. Zijn onderlijf is daardoor nog steeds een kwetsbare plek. Bovendien is Gerrie weliswaar heel timide van karakter, op dat soort momenten is hij een tijger die je niet kunt hanteren, net als Dibbes. Niet zo vreemd gezien hun traumatische verleden.
Nu wil ik het nu toch weer gaan trainen, zowel met Dibbes als met Gerrie. Ik moet toch iets. Dan maar wat later naar de dierenarts, nu eerst dit op orde krijgen. Van een lieve lezeres kreeg ik een reismand die een bovenlader is, dus met deksel aan de bovenkant. Daar kan je veel makkelijker een kat in zetten. Dus daarmee begon ik te oefenen.
Dat is voor Gerrie geen succes. Want als ik hem lok met snoepjes en die in de mand gooi, dan snapt hij het niet. Ik gooi het erin en dan kijkt hij me aan. Weg! Waar is het nou? Dat hij in de mand moet springen dringt niet tot hem door. Of wel en dan denkt hij waarschijnlijk ‘bekijk het maar’. Als ik hem erin til wordt hij hysterisch.
Dus oefen ik met hem met een gewone reismand, met zo’n traliehekje aan de voorkant. Alleen heb ik nu even de hele bovenkant eraf gehaald. Hij is nu zover dat hij tot wel halverwege in de mand durft te staan. Dat is een grote overwinning want de eerste dagen rende hij alleen maar hard weg.
Nee, dan Dibbes. Die heeft onvermoede talenten. Door zijn speelse karakter zou hij het uitstekend doen als circusartiest want hij vindt het leuk om stuntjes uit te halen, in dozen te springen en zich te verstoppen. Dus die springt nu braaf in alle manden waar ik iets in verstop. Hij vindt het zo leuk dat hij nu regelmatig alvast klaar gaat liggen. Over conditionering gesproken. Nu heel voorzichtig leren dat het ook nog leuk is als het deksel dicht gaat.
In het voorjaar van 2013 zagen we twee onbekende katten door de buurt zwerven. Mijn kattenradar is meer dan ontwikkeld en deze twee deden het alarm afgaan. Vaste lezers van het blog kennen dit verhaal natuurlijk maar voor die mensen die nog niet zo lang geleden zijn aangehaakt, volgt hier een korte samenvatting:
Deze vreemde katten zaten ook regelmatig bij ons in de tuin, iets wat onze eigen katten curieus genoeg goed vonden. Normaal worden onbekende katten meteen de tuin uitgejaagd. Maar deze scharminkels waren dan ook nauwelijks een bedreiging te noemen. Mager, schuw, volledig lam geslagen, maar wel op zoek naar contact. Concurrenten van elkaar, ondanks de overeenkomsten in uiterlijk waardoor het familie leek. Waarschijnlijk wel uit één nest maar honger maakte ze tot concurrenten.
We richtten ons op de kat die er het slechtst aan toe was, Dibbes. Gerrie bleek het hart te hebben gestolen van mensen van drie huizen verderop en die wilden hem graag adopteren. Uiteindelijk lukte dat niet en kwam Gerrie alsnog bij ons wonen, maar dát is een ander verhaal. Terug naar Dibbes: Hij had overduidelijk gezondheidsproblemen en leek blind, het pus droop uit zijn ogen die hij niet goed open leek te kunnen houden. Maar hij was wel redelijk goed te benaderen. Na een half jaar gescharrel op afstand en lokken met lekker eten, mocht ik hem in oktober 2013 voor het eerst aaien en toen ging het razendsnel. We brachten hem naar de dierenarts om hem te laten onderzoeken en meteen te laten chippen en castreren.
Dibbes bleek entropion te hebben. Een oogziekte waarbij de wimpers naar binnen groeien. Heel pijnlijk. Gelukkig was dit met een operatie op te lossen en we kregen een kat mee naar huis die 10 dagen binnen moest blijven en intensief verzorgd. Dat was nog wel een dingetje. Dit was een straatkat die tot nu toe alleen slechte ervaringen met mensen had opgedaan. Hem aaien was één ding, maar hem in huis houden, pijnstillers toedien en oogzalf opsmeren was iets totaal anders en behoorlijk heftig.
10 dagen na de operatie, hij bleek prachtige groene ogen te hebben
We hielden hem in overleg met de dierenarts in een apart kamertje en met een flinke dosis kalmeringsmiddelen. Twee keer per dag gaf ik hem medicijnen en zalf en elk uur glipte ik even naar binnen om te kijken hoe het met hem ging en met hem te knuffelen. Na 10 dagen mocht hij de kamer uit. De hechtingen bij zijn ogen waren verwijderd en hij mocht voor het eerst naar buiten. Het leven als gewone huiskat kon beginnen, argwanend bekeken door de twee die we al hadden. Een beetje coulance met een zielige zwerver in de tuin was oké, maar nu zat het beest ineens binnen! De blikken vlogen door de lucht die zwaar was van verontwaardiging. Dibbes gedroeg zich gepast nederig. Voor zo lang het duurde.
Elke avond als ik naar bed ging, was dat voor hem het sein ook naar bed te gaan. Hij rende met mij mee naar boven en ging dan in het kleine kamertje liggen. Dat was voor zijn gevoel zijn kamer. En lag dan keurig op een kussen. Braaf. Maar ook wel wat eenzaam. Want wij lagen in bed met de andere twee katten. Dat merkte hij wel. Dat wilde hij ook. Dus duurde het niet lang voor hij kwam kijken.
Een paar dagen lang bleef hij op de drempel van de slaapkamer zitten als wij op bed lagen. Moos en Smoes stikten zowat. Zag je dat! Wat ie nou deed! Echt! Dus zat Dibbes daar en de eenzaamheid droop er vanaf. Hij was dan geen straatkat meer maar een echte huiskat ook nog niet. Want die lagen op bed bij het kattenmens.
Dus stapte hij over de drempel en liep een rondje door de kamer. En ging daarna snel in zijn eigen kamer liggen. Dat gaf moed, er waren geen dooien gevallen dus de volgende ronde in de slaapkamer was snel gemaakt. Alleen hoe kwam hij nou op het bed? Dát was toch wel weer een hele grote stap. Moos en Smoes zaten alert overeind en gaven een heleboel signalen af met nog nét geen spandoek in de lucht: ‘vreemdelingen niet welkom, eigen volk eerst‘.
Dus sprong Dibbes op de plank naast het bed, aan mijn kant. Daar zat hij. Bekeken door ons. Pootje voorzichtig op het bed. Pootje er weer af. Zal ik wel, zal ik niet? Weet je wat, ik doe het gewoon! En daar stapte hij op bed. Ging keurig op de uiterste rand liggen. Kijk eens, eigenlijk lig ik hier niet, het lijkt wel alsof ik op bed lig maar mijn kont ligt helemaal over de rand. Verwaarloosbaar dit!
Daar denk ik nog wel eens aan. Aan die onzekere kat van toen als ik in bed lig met Dibbes tegen me aan en geen ruimte heb om me te bewegen. Hij ligt altijd op de beste plek. De beste plek, dat is tegen mij aan. Wat hij ook aantreft als hij binnenkomt, hij weet het altijd zo te versieren dat hij binnen de kortste keren daar ligt waar hij wil zijn. Een beetje onhebbelijk is hij wel. Maar ook een beertje dat té aandoenlijk is en een onverzadigbare behoefte aan liefde. Wat we hem graag geven.
Hoewel ik altijd een zeer goed ontwikkeld gevoel voor drama heb gehad, ben ik ook kampioen relativeren en alles van twee kanten bekijken. Legt iemand mij een probleem voor of zoek ik zelf een oplossing voor iets, dan bekijk ik het tot in den treure. Maar gebeurt er iets onverwachts, dan stap ik over op het volgende zeer goed ontwikkelde onderdeel: ik schiet in de stress.
Sinds ik ME heb, neig ik naar het laatste. ME is in mijn ogen (en die van behandelaar Ashok Gupta) een ge-escaleerde stressthermometer, waarbij door het voortdurend slaan van alarm – ook als er niets aan de hand is – bepaalde processen in het lichaam spaak lopen. Stel je zelf maar voor in een vecht-of-vlucht-reactie: je ademhaling slaat op hol, je staat op scherp, grote kans dat je spijsvertering het even niet doet. Als je lichaam continu in zo’n staat verkeert, dan vallen er wel meer dingen uit.
Gelukkig heb ik in de loop der tijd wel geleerd (met hulp) hoe ik hiermee om kan gaan. Vooral van belang is dat ik het brein zo kalm mogelijk houd, dat ik kleine signalen leer herkennen die me erop wijzen dat ik overprikkeld raak en dat ik prikkels zeer gedoseerd tot me neem. Hoe meer in balans ik ben, hoe beter ik prikkels kan opvangen en weer laten afvloeien. Voor mij geen cooling down na het sporten maar een calming down na te veel prikkels.
Natuurlijk geldt dat voor veel mensen in meer of mindere mate. Alleen is het verschil dat ik mensen vaak hoor zeggen dat ze uitgeput zijn na een gebeurtenis maar ze kunnen de volgende dag wel weer aan het werk – weliswaar wat meer moe – en hun activiteiten rustig aan weer oppakken. Bij mij toeteren dingen wat langer na. En dat heeft tot gevolg dat ik soms dagen niets kan doen omdat het brein niet begrijpt dat de gebeurtenis al over is. Mijn brein is net zo’n sneeuwbol, alleen de sneeuw zakt niet maar blijft dwarrelen, nog uren en dagen nadat het schudden is gestopt. Mijn lijf houdt er dan gewoon even mee op. Dat geeft niet, het is zoals het is. Waarom ik het benoem is niet omdat ik zielig ben, maar omdat ik hoop mensen duidelijk te maken hoe het is om met ME te leven.
Hoe dat bij mij werkt maakte ik afgelopen week weer eens mee. Dibbes was zoek. Zoek als in weg, niet te vinden. Hij vertrok om half 5 in de middag en verdween even van de radar. Om half 6 krijgen de katten altijd eten en ik werd aangestaard door 6 verwachtingsvolle ogen, maar niet die van Dibbes. Dat was al vreemd. Want Dibbes is zeer op eten gesteld en een kat van de klok.
Om 7 uur was hij er nog niet. Dus deed ik een rondje straat, roepen, steeg door naar een andere straat, weer roepen. Niets. Toen moest ik terug. Het was het eind van de dag en de energie was al meer dan op. Man en kind gingen een uur later ook op zoek en deden een hele grote ronde. De wijk door, het park, naar de voetbalvelden. Ook niets.
Natuurlijk is het normaal dat een kat op stap gaat. Moos en Smoes blijven dagelijks uren weg. En zeker in het voorjaar is er meer hang naar avontuurtjes beleven. In zijn jonge jaren verdween Moos bovendien regelmatig in het voorjaar een of twee dagen. Dat hij gecastreerd is, deed daar niets aan af. Hij kwam dan uitgehongerd en intens tevreden weer terug en had zijn punt weer gemaakt. Weliswaar niet gescoord bij poezen maar blijkbaar toch zijn mannelijkheid bewezen.
kijk, dit is normaal voor Dibbes: onder een struik en naar binnen gluren
Maar Dibbes doet dat niet. Hij gaat regelmatig naar buiten maar komt eigenlijk nooit verder dan de voor- en achtertuin en de steeg. Getraumatiseerd als hij is door zijn verleden, is buiten vooral eng en onveilig. Hij zit meestal in de voortuin onder een struik te gluren naar de buitenwereld voorbij de heg of naar binnen naar ons. Dát is al heel spannend en na 5 minuten is het meestal genoeg voor hem. In de zomer gaat hij wel vaak na het eten met de anderen echt buiten spelen. Maar zijn eten overslaan, dat is ondenkbaar.
Dus schoot ik in de stress. Hij is dood/gewond/geschrokken en verdwaald! (alles tegelijk natuurlijk). Mijn geest is bijzonder creatief in het bedenken van de meest gruwelijke scenario’s. Ik vind bovendien de gedachte onverteerbaar dat een kat met zijn verleden de weg kwijt raakt en opnieuw zou moeten zwerven. Als hij gewond zou zijn, zou hij zich bovendien niet laten benaderen door mensen. Hij vertrouwt vrijwel niemand. Nou ja, mij wel na veel geduld van mijn kant en dus staat hij wellicht ook open voor een ander, maar dát bedenk ik dan in de agitatie niet.
Ik schoot in de stress en draaide door. Daar kon de man niet op tegen redeneren met zijn ‘hij komt wel weer terug’. Dibbes, mijn Dibbes! Ik heb hem net zo hard nodig als hij mij. Dat blijkt maar weer. Ik ging naar bed want ik kon op dat moment niets doen. Als hij de volgende dag er nog niet zou zijn zou ik Amivedi inschakelen en posters ophangen. Tot die tijd lag ik in bed en zag met verbazing wat er met mijn lijf gebeurde. Mijn hartslag was 130 per minuut, uren lang, gewoon terwijl ik lag. Na een paar uur kwam daar de ene zweetaanval na de andere bij en lag ik letterlijk te drijven in bed.
Om 01.52 uur sprong meneer op het bed. Dibbes! Enorm geagiteerd en met grote paniekogen. Snel naar beneden met hem en hem eten gegeven. Hem gecontroleerd op wonden maar ik mocht hem overal aanraken. De andere katten snuffelden aan hem en waren ook zeer geagiteerd, hij rook overduidelijk vreemd te zien aan hun reactie. Dus ik ook snuffelen maar hij rook voor mij gewoon naar Dibbes.
Nu kon ik slapen! Dus hop, naar boven met zijn allen. Maar slapen ho maar. Mijn hartslag was wel in een keer weer normaal en het zweten was ook over. Maar hoewel ik heel opgelucht was, begreep mijn brein niet dat het klaar en voorbij was, de stress. Dat begrijpt mijn brein, nu drie dagen later terwijl ik dit schrijf, nog steeds niet. Ik sta als het ware verkeerd afgesteld ;-).
Ik slaap nauwelijks, heb overal spierpijn en ben volledig uitgeput. Mijn brein blijft hangen in de reactie. Maar weet je, dat interesseert me niet echt meer. Ik stap over op plan B en dat is dus ‘calming down’, nóg minder dan niets doen, wat meer ademhalingsoefeningen en mezelf vertroetelen, lange warme douches, veel rusten. Vroeger zou ik boos zijn geworden op mezelf. Nu is het zoals het is. Zo reageert mijn lijf en brein. En hoe beter ik me daar bij neerleg, des te sneller ik weer op een acceptabel activiteitenniveau zit.
Het belangrijkste is toch wel dat ons Dibbesbeertje weer terug is. Hij is nog erg schrikkerig en erg moe. Ik denk dat hij ergens opgesloten heeft gezeten. Of hij is ergens heel erg van geschrokken en durfde niet eerder te voorschijn te komen. Het maakt niet uit, hij is er weer! Dibbes!