De Grote Gruwel

Jaren nadat ik ziek werd drong het tot mij door dat ik al die tijd het verkeerde woord had gebruikt om aan te geven wat één van mijn symptomen was. Ik schreef er al vaker over. Zeg jij “ik ben altijd moe”, dan wordt dat via een soort google translate in het brein verwerkt naar het kader van de luisteraar. En dat kan dus variëren van “ik ben halfdood” tot “ik ben overspannen en slaap niet zo lekker” of ik ben moe want ik heb gesport/teveel gedaan/teveel op mijn bordje”.

Een lotgenoot schreef daar een mooi stuk over wat deze week werd gepubliceerd op ME Centraal. Zeer terecht zegt zij: “schrap allereerst het woord moe”. Want het wekt verkeerde suggesties en draagt niet bij aan kennis bij anderen wát ME is. Het zet ze op het verkeerde been.

Daar wil ik graag op inhaken. Veel ME-patiënten hebben een schijthekel aan het woord Chronisch Vermoeidheidssyndroom. Dat woord kent wat mij betreft een heleboel bezwaren: vermoeidheid in de naam van een ziekte stoppen is onhandig. Want vermoeidheid komt voor bij heel veel ziektes én bij gezonde mensen.

Vermoeidheid zegt dus heel weinig en is niet onderscheidend. Het kan een bijwerking zijn van medicatie of een chemokuur, het kan onderdeel zijn van een ziekte, het kan verwijzen naar bloedarmoede of B12 tekort, een verstoorde slaap, het kan een teken zijn dat je schildklier te traag werkt, dat je depressief bent, dat je iets naar binnen krijgt waar je allergisch voor bent. Of dat je ‘gewoon’ moe bent omdat je teveel hebt gedaan. Het grootste bezwaar is dus dat vermoeidheid heel veel is maar het is geen ziekte op zich. Het is een gevolg van iets anders.

Vermoeidheid is het tegenovergestelde van uitgerust zijn. Het woord vermoeidheid impliceert dat er een terugkeer mogelijk is naar een uitgeruste toestand. Als je stopt met eten waar je intolerant voor bent, kun je snel opknappen. Bijwerkingen van medicatie verdwijnen soms of je wisselt van medicatie waar je beter op reageert. Gezonde mensen die hun eet- en slaappatroon aanpassen omdat ze zich wat vermoeid voelen, zullen daar ook vaak snel positieve gevolgen merken. Een ME-patiënt daarentegen keert niet terug naar een uitgeruste toestand, nooit. Dat is juist het probleem.

Nu kun je natuurlijk verwijzen naar het woord ‘Chronisch’ in de naam Chronisch Vermoeidheidssyndroom. Dat geeft toch al aan dat het niet overgaat? Maar dát woord wordt door iedereen genegeerd en niet begrepen. Veel artsen blijven hameren op “genezende” Cognitieve Gedrags- en Beweegtherapie en de omgeving blijft je overspoelen met tips als het drinken van bleekselderijsap of opbeurende adviezen dat als je maar echt wilt en visualiseert, het wel goed komt. Kortom, mijn conclusie na 13 jaar ziekzijn is dat het woord chronisch net zo vaak verkeerd begrepen wordt als het woordje vermoeidheid.

Dat wil niet zeggen dat ik als een passieve geit accepteer dat ik ziek ben. Er is geen ME-patiënt die niet blijft zoeken naar verbetering. Zeker omdat die zoektocht door de medische wereld hier in Nederland nog nauwelijks wordt gedaan. Maar dat terzijde.

Dan de associaties die het woord moe oproepen. Zoals ik al zei, wordt dat geregisseerd vanuit het brein door je eigen omstandigheden. Als ik het over vermoeidheid heb, dan heb ik het over extreme uitputting, dag in dag uit. Door stroop waden als je loopt, met betonblokken aan je benen en een rotsblok van 100 kilo op je nek. Ik heb het over zo uitgeput zijn dat je lijf soms vergeet waar de spieren zitten die je overeind houden. Over soms half hallucineren en niet meer snappen wat mensen tegen je zeggen. Over liggen in bed en nooit uitgerust raken omdat dat woord uit het ME-woordenboek is geschrapt. Over zo uitgeput zijn dat je soms in huilen uitbarst na het poetsen van je tanden of het voeren van een gesprek. Maar dát zeg je niet tegen de buitenwereld. Dat kost zoveel tijd en energie.

Ik pleit voor een andere naam die wel de lading dekt. Myalgische Encefalomyelitis is een moeilijk uitspreekbare naam, maar de afkorting is makkelijk te zeggen, ook voor ME-patiënten. Het verwijst bovendien naar ontstekingen in hersenen en ruggenmerg en dat is op dit moment een zeer plausibele theorie die verder wordt onderzocht. Als naam dekt het dus wel de lading.

Maar ja. Dat weet ik maar niet degenen die niets weten van ME. Het gaat ook om beeldvorming. Mensen weten er te weinig van af. Ik ben voor openheid op alle fronten maar ik weet nog dat als ik als klein meisje op bezoek was bij mijn opa en oma, ik ze hoorde fluisteren dat “die en die K had”. Het ontzag en de angst was zo groot dat de naam niet eens uitgesproken werd. Net als dat de naam Voldemort in Harry Potters wereld niet voluit mocht worden gezegd. Dus laten we het voortaan DGG noemen: De Grote Gruwel. Want dat is het wat is. Een gruwel.

(de bijzonder opwekkende afbeelding is van Pixaby afkomstig en bedoeld om te benadrukken wat het is: horror)

Monteur gezocht

Vandaag regent het,
behoorlijk hard.
En in mij regent het ook,
hele buien en stormen
gaan daar tekeer.

Ik wil afreageren maar hoe?
Voor mij geen boos stampen,
uitwaaien in de regen
of mijn hoofd leegmaken
door tegen de wind in te lopen.
Ook kan ik niet douchen
en alles van me af laten glijden.

Ik lig stil en er is geen ontsnappen
aan wat er in mij gebeurt.
Meestal maak ik dan grapjes,
maar vandaag is de grapjesknop
tijdelijk buiten werking gesteld.
De monteur wordt nog gezocht.

Als ik een grapjesmonteur vind,
vraag ik of hij dan maar meteen
een nieuwe accu meeneemt,
zodat de rest ook kan worden gefixt.

(Afbeelding Pixabay)

Brainfog in de praktijk



✔️ Open nieuwe bankrekening
✔️ Voer instructies om de boel te activeren verkeerd uit
✔️ Probeer het zelf op te lossen in plaats van het uit te besteden aan je mederekeninghouder
✔️ Voer nieuwe instructies verstrekt door bank weer verkeerd uit
✔️ Constateer dat nu alles geblokkeerd is
✔️ Mail de bank
✔️ Bel met bank omdat je vergeet dat je gemaild hebt en je je mederekeninghouder niet wil storen
✔️ Geef de verkeerde antwoorden op de controle vragen, omdat je ineens niet meer weet wat je huisnummer of geboortedatum is maar wel die van je kat
✔️ Leg totaal onsamenhangend uit wat er aan de hand is
✔️ Accepteer nederig dat bankmedewerker vriendelijk doch dwingend adviseert na ontvangst van de brief met nieuwe instructies zelf niets te doen maar meteen te bellen, “zodat we u er doorheen loodsen mevrouw”
✔️Hang op en barst in janken uit omdat je een topprestatie hebt geleverd door te bellen en totaal overprikkeld bent
✔️ Gil om chocola
✔️ Leg uit aan mederekeninghouder waarom je dit zelf wilde oplossen
✔️ Accepteer dat je niet goed meer weet waarom je dit per se zelf wilde oplossen
✔️ Eet chocola op en wacht op brief van bank
✔️ Constateer de volgende dag dat je geen flauw idee hebt waarom je in een PEM zit

(afb. gevonden op fb)

Die ander


Misschien is het tijd
voor een bekentenis.
Toen ik nog gezond was
had ik niet altijd begrip
voor anderen die ziek zijn.

Zo, dat is er uit.
Nu zou ik willen
dat het anders was.
Maar dat was het niet.

Het is hartstikke moeilijk
om je voor te stellen
hoe het voor een ander is
als niets het meer doet
zoals het hoort te doen.

Praten over ziekte en verdriet,
hoe je daarop kunt reageren,
wat je beter niet kunt zeggen,
het voelt soms als een mijnenveld.

Wat niet gezien wordt,
is heel moeilijk te vatten.
Wat niet gezegd wordt,
zal niet worden gehoord. 
Vaak is wat wél gezegd wordt,
niet goed te begrijpen
vanuit een gezond lijf.

Het echte inleven komt vaak
als het pal voor je gebeurt
en dan nog moet je goed kijken.

Het echte begrip komt vaak
als het je zelf overkomt
en dan nog sla je soms
de plank helemaal mis.

Compassie en mededogen,
begrip en medeleven,
zijn woorden die inmiddels
meer voor mij betekenen
nu ik minder gezond ben.

Gelukkig besef ik
dat ik nu ik ziek ben
weinig begrip heb
voor die anderen
die niet begrijpen
dat ik ziek ben.

Ik ben een mens
en maak dezelfde fout
keer op keer.

‘Die ander’, dat was ik
‘Die ander’, dat word ik.
‘Die ander’ dat ben ik.

(bewerking van een tekst uit 2012)

“Heb jij even geluk”

In de loop der tijd kreeg ik veel opmerkingen over het feit dat ik een man heb getroffen die zo goed voor mij zorgt. Die variëren van het zeer directe “ik zou er al lang vandoor zijn gegaan, als ik jouw man was” tot “wat een geluk heb jij dat je man zoveel voor je doet.”

Nu heb ik het ook getroffen, dat staat buiten kijf. Maar niet omdat ik een man heb die blijft en niet op de vlucht slaat. Al zou ik het begrijpen als hij af en toe fantaseert over een andere leefsituatie, dat doe ik ook.

Ik heb het getroffen omdat hij mij nog steeds ziet. Hij behandelt mij als een volwaardig mens, betuttelt me niet, maakt grapjes met mij en om mij en zoekt onvermoeibaar naar zijn vrouw onder de berg ellende die we meemaken.

Andersom is er vrijwel niemand die hem ooit benijdt. Of zegt dat hij blij moet zijn met mij, dat hij mij heeft. Dat begrijp ik op zich wel. Leven met mij betekent dat je ongevraagd veel op je bord krijgt. Ik heb zelf schuldgevoel genoeg doorgemaakt wat dat betreft. Maar ik ben, hoe aangetast ik me soms ook voel, nog steeds dezelfde. Een vrouw die veel onzin uitkraamt, grapjes maakt, grootse plannen heeft en nogal intens kan zijn.

Hoewel ik snap waar het idee vandaan komt dat ik blijkbaar in nederigheid en dankbaarheid moet neerzijgen dat mijn man bij me blijft, schuilt er ook wel iets eigenaardigs achter deze opvatting. Namelijk dat ik als ziek mens blijkbaar niets meer te bieden heb. Dat ik gereduceerd ben tot mijn ziekte en de zorg die ik nodig heb. Dat bij mij blijven blijkbaar uit fatsoen of zorgplicht gebeurt. Want hoe kun je nog houden van iemand die niets meer kan?

Het idee dat een gezonde partner zich opoffert als hij/zij bij een zieke partner blijft, maakt de zieke partij tot iets van geen waarde. Het impliceert ook dat er geen gelijkwaardigheid is in de relatie.

Natuurlijk is onze relatie anders dan veel andere relaties. Wij kunnen niet samen op stap, uitgebreid ouwehoeren of plannen maken voor de toekomst. Ons samenzijn speelt zich altijd af in de slaapkamer. Maar helaas niet op een manier zoals andere stellen hun tijd in de slaapkamer doorbrengen

Toch durf ik te beweren dat onze relatie zeer hecht is en een stuk steviger dan wat velen denken. Zolang hij mij niet alleen als patiënt ziet en ik hem niet alleen als mijn mantelzorger, is er ruimte voor echt wezenlijk contact tussen ons.

De heftigheid van onze situatie zorgt wat mij betreft ook voor een intensiteit die ongekend is. Wij kunnen met elkaar stranden op een onbewoond eiland. Dat redden we. Wij hebben geen uitjes nodig, vakanties of wat dan ook om het tussen ons te laten stromen. Natuurlijk zou dat fijn zijn. Maar het stroomt zonder ook.

De basis van een relatie is wat mij betreft liefde, er zijn voor elkaar, voelen wat de ander nodig heeft, elkaar iets gunnen. En dat staat los van omstandigheden. Ik snap goed dat een situatie klapt onder hoogspanning. Omdat je elkaar kwijt kunt raken als het leven klappen uitdeelt en eenieder daar op eigen wijze mee omgaat. Maar er klappen ook relaties tussen gezonde mensen. 

Allebei gezond zijn staat niet garant voor een gezonde volwaardige relatie.  Net zo min dat een relatie tussen een gezond en een ziek persoon per definitie slecht of onvolwaardig is. Het is anders, op een manier die voor de buitenwereld moeilijk uit te leggen is.

Zolang ik weet dat wij stralend naar elkaar kunnen kijken, weet ik dat mijn wereld met hem compleet is.

Een topdag

Warm bed ✔️
Dak boven mijn hoofd ✔️
Levenslust ✔️
Pijn onder controle ✔️
Fijne dingen om naar uit te kijken ✔️
Lieve mensen om mij heen ✔️
Kattige ondersteuning ✔️
Vermogen om gelukkig te zijn ✔️
Alles binnen handbereik ✔️
Het leven per dag nemen ✔️
In staat grapjes te maken ✔️
Bewegingsvrijheid ❌

Het lukt niet altijd het leven per dag te nemen. En soms is de pijn niet onder controle. Of is mijn vermogen gelukkig te zijn in de wasmachine gestopt en komt dat er net zo mishandeld als mijn leesbril uit (van de week gebeurd 🙈).

Maar vandaag lukt het wel. Meer vinkjes dan kruisjes. Dat dames en heren, is in mijn wereld een topdag.

Een topdag betekent niet dat ik me ineens goed of beter voel.

Een topdag betekent dat het me lukt in in de meest kloterige omstandigheden die er zijn, tóch mezelf te zijn. Te voelen dat ik er nog ben. Dat ik compleet ben ondanks allerlei mankementen. En dat is iets waar ik dankbaar voor ben.

Dromen

Ook ik heb dromen
van ooit en ik ga,
ik zal en ik wil.
Een sterke drive
die in mij leeft
en die mijn bestaan
een richting geeft.

Alleen thuis



Vandaag ben ik alleen thuis,
de mannen zijn op stap.
Ik werd goed verzorgd achtergelaten
met alles wat ik nodig heb,
van lunch tot een thermoskan thee,
crackers en kattenbrokjes.
Dat laatste om te voorkomen
dat ik word opgegeten
door vier hongerige katten.

Het is fijn om alleen thuis te zijn.
Geen leefgeluiden, alleen stilte.
Mijn energie behoort mij toe
en wordt niet uitgegeven
aan interactie en gesprekjes.
Nu moet ik alleen nog even
die verdomde energie gaan zoeken,
want dát ontbreekt er nog aan.

Het is zwaar om alleen thuis te zijn.
Want ik moet de thermoskan tillen,
kattenbrokjes in bakjes doen
en op de grond neerzetten.
Mijn handen willen niet meer,
doen pijn en hebben geen kracht.
Kleine normale dagelijkse handelingen
zijn grote zware handelingen geworden.

Het is eng om alleen thuis te zijn.
Ik voel me behoorlijk kwetsbaar,
ik bén behoorlijk kwetsbaar.
Als er iets gebeurt kan ik niets doen.
Ik kan niet eens de trap aflopen.

Het is moeilijk om alleen thuis te zijn.
De uren duren langer dan normaal.
Mijn vaste routine is verstoord.
Normaal bestaat de dag voor mij

uit een paar vaste contactmomenten

en daar klamp ik me altijd aan vast.
Deze dag ligt nu als een monster voor me
en blokkeert het normale verstrijken van de tijd.

Het is goed om alleen thuis te zijn
want het betekent ook
dat de mannen op stap zijn,
het hopelijk fijn hebben.
Even geen zieke vrouw,
even geen zieke moeder.
Gewoon zorgeloos op stap.
Dat hoop ik tenminste.

Alleen thuis zijn is nog niet zo simpel.
Het bestaat uit heel veel laagjes
en ontelbare invalshoeken
van emoties en angsten,
voorbereiding en loslaten,
van improviseren en accepteren.

Gelukkig zijn er vier katten
die onverstoorbaar doorgaan
met wat ze altijd al doen.
Dus ga ik dat ook doen.

Vandaag ben ik alleen thuis
maar ik ben ook een kat,
een onverstoorbare kat
zonder besef van tijd,
zonder angsten in mijn hoofd,
zonder gedachten aan wat als.
Want wat als bestaat niet.
Niet zolang ik een kat ben.

Ik sta aan

De dag staat aan!
De week staat aan!
Ik sta aan!

Vol plannen en wensen,
en vol besef van de realiteit.
Dus weet ik inmiddels
als de dag ZO aanstaat
en ik ZO aansta,
dan moet ik mezelf
tijdens de dag
wat vaker uitzetten.

Zodat het aanstaan
niet een uitdoven wordt
waar geen reanimatie voor is.

Dus ga ik van start,
ik kruip de week in
en haast me langzaam
naar wat op mij wacht.