Voorbereidingen operatie

Toen we vier jaar geleden ineens een kat mee naar huis kregen die aan beide ogen was geopereerd, waren we daar totaal niet op voorbereid. Bovendien was Dibbes toen nog een vreemde kat voor ons. Ondanks al het wederzijdse gescharrel was dat vooral op afstand. Hij liet zich zeker in het begin niet aaien of direct benaderen en andersom zag hij ons niet eens, door zijn oogziekte. Hij volgde vooral met zijn neus het spoor van lekkere brokjes en dat daar een heel gezin aan vast zat, ontdekte hij veel later. Dus de stap van een zwerfkat voeren naar ‘die kat ligt nu in een apart kamertje bij te komen van een zware ingreep’, was best groot.

Dit keer gaat dat gelukkig heel anders. We weten wat ons te wachten staat en we kunnen ons er op voorbereiden. Wij kennen Dibbes inmiddels ook door en door en weten dat hij ondanks zijn hysterische karakter, naar ons toe toch vaak zo mak als een lammetje is. Ik kan hem zonder hele grote problemen pillen geven of samen met M. oogzalf toedienen. Zo lang je het maar beloont met een snoepje, nou vooruit, liefst twee snoepjes, is het oké.

Ook praktisch gezien hebben we nu de tijd om ons voor te bereiden. Dat doe ik door een aantal dingen vooraf aan te pakken bijvoorbeeld door een kamer in orde te maken. We maken de logeerkamer zo leeg mogelijk. Buiten het logeerbed staat er dan niets en is er ruimte voor een goede ligplek voor hem en een kattenbak. Hij kan daar in alle rust herstellen en zich ook niet verwonden aangezien hij de eerste tijd versuft is en ook met een kap moet lopen.

Die kap is wel een dingetje. Vorige keer accepteerde hij die kap niet en moesten we hem om die reden 9 dagen volledig gedrogeerd houden. Om te voorkomen dat hij aan zijn ogen ging frutten. Dat gaf wel problemen, zijn ogen gingen na een paar dagen ontsteken maar gelukkig is het goed gekomen. Natuurlijk moeten we nu toch de kap weer opnieuw proberen na de operatie van volgende week. Om die reden kreeg ik hem alvast mee toen we gisteren bij de dierenarts waren. Dus nu even geen ‘krijg-Dibbes-in-de-mand-training maar een ‘doe-een-kap-om-zijn-kop-training‘.

Hoe doe ik dat? Inmiddels heb ik door dat trainen alleen lukt als de kat zelf er zin in heeft, zijn nieuwsgierigheid wordt getriggerd én er een beloning wacht.Gisteren heb ik hem alvast aan de kap laten snuffelen. Dat rook interessant!

Durf ik hier mijn kop door te steken?
Ja, ik deed het! Daarna nog even snuffelen aan de kap of echt alle snoepjes op zijn.

Vandaag heb ik snoepjes op mijn hand gelegd en die in de kap gestoken. Om bij het snoepje te komen, moet hij zijn hoofd door de kap steken. Vanmorgen lag het snoepje op mijn vingers en kon hij er heel makkelijk bij. Vanmiddag maakte ik het wat moeilijker door het snoepje iets verder weg te houden, in de palm van mijn hand. Hij moest dus met zijn kop helemaal in de kap om er bij te kunnen. Daarna was het even klaar en liet ik de kap even naast hem liggen. Die werd weer besnuffeld.

Zo ga ik dat uitbreiden, stap voor stap. Ik hoop dat dit in zoverre lukt dat hij dan na de operatie niet volledig uit zijn dak gaat als hij wakker wordt en die kap voelt. Maar goed, iets bedenken is één ding, de praktijk moet gaan uitwijzen hoe het loopt.

Buiten dat zijn er ook andere voorbereidingen. Ik wil proberen wat vooruit te koken. De eerste dagen zal ik veel aandacht aan Dibbes moeten geven. De man kan heerlijk koken maar werkt wel gewoon fulltime, ik  kan niet van hem verwachten dat hij na zijn werk voor hem en S. gaat koken én voor mij een parasietendodende zetmeelarme vegetarische maaltijd op tafel zet.

Dus, dat dus!

Dibbes

Toen Dibbes in ons leven kwam, was hij bijna blind. Dat er iets was met deze zwerfkat zagen we wel, maar wát precies dat wisten we niet.

Na maanden van vertrouwen winnen, lukte t ons om hem in de mand te krijgen, brachten hem naar de dierenarts die constateerde dat een operatie noodzakelijk was. Hij bleek entropion te hebben, een aandoening waarbij de ooghaartjes naar binnen groeien. De dierenarts had het nog nooit zo heftig gezien.

Zijn leven als huiskat begon dus met een zware operatie. Best pittig, want na maanden paaien stopten we hem in de mand, lieten hem opereren en moesten hem daarna 10 dagen in versufte toestand houden.

Dibbes onderging t allemaal redelijk stoïcijns. Hij zat onder de pijnstillers, had een lekker mandje en een warme kruik, kreeg heel veel liefde en voldoende eten. Zijn situatie was 100 % beter dan in zijn zwerfjaren en hij bloeide enorm op.

Na de operatie bleek dat hij prachtige zeegroene ogen had. Iets wat we nooit hadden kunnen zien omdat zijn ogen door de entropion dicht zaten en er continu pus uit droop.

Dat is nu vier jaar geleden. Het viel me twee weken geleden op dat er soms wat vocht uit zijn rechteroog kwam. Helder vocht en minimaal. En soms ook een paar dagen niet. Maar t zat me niet lekker dus belde ik met de dierenarts. Ik mocht foto’s van zijn ogen mailen en in overleg besloten we een oogzalf te proberen. Zonder dat de dierenarts hem dus zag. Omdat ik de ‘krijg-dibbes-in-de-mandtraining’ niet wilde verpesten door hem in de mand te stoppen op een moment dat hij er nog niet helemaal klaar voor was.

Omdat Dibbes een heftig verleden heeft en de rit naar de dierenarts elke keer voor gigantisch veel stress zorgt heb ik hem namelijk de afgelopen 9 maanden getraind. Inmiddels heb ik hem zo ver dat hij op commando in de mand springt.  Maar het autorijden hebben we nog niet kunnen oefenen.  Ik werkte toe naar een dierenartsbezoek in januari, omdat hij zijn entingen moest hebben.

Een kat met zijn verleden moet regelmatig gezien worden door een arts. Hij heeft een slecht gebit, een forse hartruis, een immuunsysteem dat het jaren niet deed en dus kwetsbare ogen.

De oogzalf leek even te helpen maar gisteren werd zijn oog ineens helemaal dik.  Dus over op plan B: toch zo snel mogelijk een afspraak maken en hem voor t bezoek aan de dierenarts alprazolam geven. Dit is een kalmeringspil die sinds kort aan katten gegeven wordt die heftige angsten kennen. Het heeft geen nare bijwerkingen en het laat geen herinnering aan de gebeurtenis zelf achter. In tegenstelling tot vetrainquil, wat ik voorheen gebruikte.

Op naar de dierenarts dus. Het goede nieuws is dat hij heel goed reageerde op de alprazolam en geen moment in paniek raakte. Bij de dierenarts zelf was t wel héél erg spannend voor hem maar het escaleerde niet.

Het slechte nieuws is dat hij weer entropion heeft,  nog minimaal. Het hoornvlies is geïrriteerd maar gelukkig nog niet beschadigd. We zijn er dit keer heel snel bij. Maar een operatie is helaas wel noodzakelijk, weer aan beide ogen.

Ik ben niet verbaasd, had dit al  verwacht. Maar heftig is het wel, voor kat én mens. Volgende week donderdag gaat hij onder het mes.

Gaan jullie duimen voor een snel herstel?

Stoere kat

Dibbes is weer helemaal opgeknapt en het mannetje. Hartstikke fijn. Vorige week schreef ik dat ik al een heel eind ben met de kat-in-de-mand-training maar nog niet voldoende om al naar de dierenarts te gaan. Het kán wel in geval van nood – ik krijg hem zeker in de mand – maar dan is denk ik al het opgebouwde teniet gedaan. Er is nog zó veel te trainen.  Opmerkingen van mensen dat zij hun kat ‘gewoon’ in de mand proppen hoor ik wel maar ik kan er niets mee. Ik heb al 25 jaar katten en Dibbes laat zich niet ‘gewoon’ in de mand proppen. Dat hebben we al zo vaak geprobeerd. En drogeren dat wil ik niet meer, want hij raakt al volledig in paniek als hij de werking van de drugs voelt. Dan weet hij, ‘het is weer zo ver‘. Trainen dus.

Deze week hebben we een hele grote volgende stap gezet. Na een paar weken oefenen met buiten lopen met Dibbes in de mand, ging ik de auto proberen. Dát was spannend. De spannendste stap tot nu toe, dat merkte ik wel aan hem. Het geluid van de auto die van het slot ging en het portier dat open ging, was behoorlijk heftig voor hem. Ik zette hem heel voorzichtig op de achterbank. Daar produceerde hij twee zielige piepgeluidjes en viel toen stil.

Dat was meer dan voldoende voor de eerste keer in de auto. Nu eerst dit een flink aantal keren herhalen en dan oefenen met het portier dicht. De motor starten en de stap erna,  echt rijden, dát is nog wel een paar maanden buiten ons bereik.

Weer binnengekomen is hij verwend met lekkere hapjes en uitbundig geprezen. We zijn al verder gekomen dan ik had gehoopt of verwacht! Stoere Dibbes!

Zieke Dibbes

Gisteren toen ik de katten eten wilde geven, kwam de hele troep aanstormen behalve Dibbes. Dat is niet normaal aangezien eten zijn hobby is. Ik vond hem boven op ons bed waar hij een nogal versufte indruk maakte. Na enig aandringen sjokte hij toch maar met mij mee naar beneden maar het ging niet van harte. Hij rook wat aan zijn eten en sjokte toen weer weg. Hij ging naar buiten, deed een zeer typerend Dibbes-ommetje     – uit en thuis in 5 minuten- en ging weer naar boven.

Een aantal malen ging ik bij hem kijken. Zijn ogen stonden wat raar, hij haalde sneller adem dan normaal en hij bleef versuft. Hij reageerde niet echt op knuffels en er kon geen knor van af. Met de man geregeld dat hij eventueel zijn vrije dag of zijn thuiswerkdag zou omdraaien, zodat we vandaag met Dibbes naar de dierenarts konden gaan.

Ben ik blij dat ik al maanden met hem train om in de mand te stappen. Al is de training nog echt niet klaar. Het onderdeel in de auto stappen en wennen aan rijden terwijl hij in de mand zit moet nog geoefend worden. Maar als hij ziek is, dan gaat dat voor. Met wel het risico dat ik na een dierenartsbezoek hem met geen mogelijkheid meer in de mand krijg. Maar ja, dat risico loop je eigenlijk altijd wel met een kat met zijn verleden.

Afijn, een slapeloze nacht volgde. Dibbes lag tegen mijn buik maar hij was niet ontspannen. Ik ook niet. Ik lag uren wakker. Ik slaap altijd al erg moeilijk en kan gewoon weinig hebben. Bovendien deden de andere katten beneden verwoede uitbraakpogingen want we hadden het kattenluik voor de zekerheid maar afgesloten.

Om 4 uur vertrok Dibbes naar beneden en ik viel in slaap. Om 6 uur werd ik wakker gemaakt met kusjes en kopjes en een ronkende kat die overduidelijk beter in zijn vel zat. Eten dan maar? Ja eten! Dat werkte hij met een enorm tempo naar binnen en vrat en passant ook de bakken van de anderen leeg. Er is gegeten, gedronken, even gespeeld, hij is drie keer naar buiten gegaan en hij zit nu in de vensterbank te miauwen naar een merel die besjes uit onze struiken eet. Het gaat weer beter met Dibbes.

Evengoed is het verstandig om het in de gaten te houden. Ik mag hem wel aanraken en optillen maar dat gaat niet van harte. Maar voor nu is er geen urgentie, ik moet wel even in de gaten houden of hij wel poept. De man heeft evengoed maar wel een vrije dag genomen want die deed ook geen oog dicht, door mijn gewoel en de herrie bij het kattenluik.

Ik ga liever te snel dan te laat naar de dierenarts. Een paar jaar geleden kreeg ik een bepaald ‘gevoel’ bij Smoes omdat hij me ‘zo’ aankeek. Hij at wel gewoon en was levendig maar het voelde niet goed. Bij de dierenarts aangekomen bleek na het maken van een röntgenfoto dat er een stuk plastic in zijn darmen zat wat operatief moest worden verwijderd. Het plastic zorgde ervoor dat hij niet kon poepen, levensgevaarlijk dus.

Het is zaak een balans te vinden tussen wat mijn gevoel en mijn snel geagiteerde brein vertelt en een nuchter oordeel aan de hand van een lijstje (gedrag, eten, poepen, drinken, ademhaling). Complicerende factor daarbij is dat Dibbes gespecialiseerd is in zielig kijken. Dat helpt ook niet echt mee. Maar oefening baart kunst, zowel bij hem als bij mij. 😉

Geluk (volgens een ex-zwerver)

(disclaimer vooraf: slijmerige kattenspam niet te pruimen voor kattenhaters)

Geluk is in je eigen kistje zitten
op je eigen vensterbank
in je eigen huis
kijkend naar de straat
waar je vroeger zwierf

 

Geluk is personeel in dienst hebben
dat je precies op dát plekje kriebelt
waar het lekker voelt

 

Geluk is mogen zitten aan tafel
en serieus denken
dat je een gegadigde bent
voor lekkere hapjes
op dat moment

Geluk is in de armen
van de vrouw liggen
en naar haar kunnen kijken,
wetend dat ze altijd verliefd terugkijkt

Geluk is over je eigen angsten heen stappen
en ontdekken dat die reismand
helemaal niet zo eng is

 

Geluk is vier poten in de lucht,
een open kwetsbare buik
en geen angst
dat je gegrepen wordt,
want je bent veilig

 

Geluk is Dibbes en Dibbes is een bonk geluk

 

Chef kopstoot

Hoi,
Ik ben het,
Gerrie.
Ik wil graag
iets vertellen
over mezelf.

Vroeger was ik
een zwerfkat.
Dat weten jullie wel.
Nu niet meer.
Ik woon nu
bij mijn mensen,
samen met
drie andere katten.

In dit huis
heeft iedereen
een eigen taak.
De vrouw bijvoorbeeld
is het voedseluitgiftepunt
en dient als
kussen/ondergrond,
schuilplek en verzamelplaats.

Mijn broer Dibbes
is de clown.
Smoes doet alsof hij een hond is
en kauwt op pennen en vingers
(of een mobiele telefoon).
Moos speelt de baas.
Doet alsof hij de Chef is.

Maar ik heb ook een taak.
Ik ben óók een chef.
Ik ben  Chef Kopstoot.
Ja, je leest het goed.
Dát word je niet zomaar.

Ik heb er veel aanleg voor.
Eerst maak ik
lokkende geluidjes.
Prrr prrr.
Dan weet de vrouw
dat het tijd is.
Dan komt ze
bij mij zitten.
Ik neem een aanloop
en gooi me
tegen haar aan.
Mijn kop
tegen haar hoofd.
En dat minuten lang.
Teruglopen en een kopstoot.
En weer een,
en wéér een.

Soms ga ik voor variatie.
Dan kop ik
tegen haar neus aan,
of tegen haar mond.
Als ik dat goed doe,
dan peutert ze soms
haar lip los van die
ijzeren dingen
op haar tanden.
Echt gaaf.
Knap hè.

Ik weet dat ik het
héél goed doe
want dan zegt ze
dingen als
o Gerrie toch,
wat doe je dat goed,
en dat voor een kat
die geen
menselijk contact
gewend was.

Omdat het tijd
voor promotie was
mag ik
de andere mensen
in dit huis
ook kopstootjes geven.
Dat vinden ze
hartstikke leuk,
al vind ik het
nog een beetje eng.
Veel oefenen dus.
Als ik het
niet meer eng vind
ga ik harder koppen.
Zodat zij ook
AU kunnen roepen.
Dat is hard werken hoor!
Maar veel fijner
dan op straat
mijn eten bij elkaar
moeten scharrelen.

Nou dat was het weer,

Kopjes van mij,
Gerrie
Chefkopstoot@minofmeer.wordpress.com

 

 

Vooruitgang

Gisteren vierden we een jubileum: het was precies vier jaar geleden dat Dibbes officieel door ons werd geadopteerd. In die vier jaar heeft hij een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Van een angstige en getraumatiseerde zieke kat werd hij een vrolijke flapuit die intens geniet van zijn leventje. Hij vertrouwt tegenwoordig vrij makkelijk ‘nieuw volk’ en slooft zich erg uit om te laten zien hoe grappig hij is. Hij heeft meer zelfvertrouwen gekregen en wordt daarmee ook wat minder onhebbelijk en jaloers naar de andere katten toe,  al is de beste plek wel nog steeds tegen mijn buik aan in de nacht. Maar ligt daar een keer een andere kat, dan accepteert hij dat en gaat rustig wachten tot de plek vrij komt in plaats van bovenop de ander te gaan liggen met een kop van o pardon, jij ook hier, o nu sta je op, daahaag, opgeruimd staat netjes‘ (of een mep, dat gebeurde ook vaak).

Soms heeft Dibbes nog wel eens een kleine terugval. Door een geluid of een beweging kan hij ineens soms terugvallen op oud gedrag. En als hij naar de dierenarts moet. Veel lezers weten dat ik dat onderdeel al maanden aan het trainen ben. Ik vind het belangrijk hem eens per jaar te laten controleren door een dierenarts. Een kat met zijn verleden heeft gewoon snel klachten, hij heeft bijvoorbeeld een heel slecht gebit. Ook heeft hij een fikse hartruis. Dat heeft niets met zijn verleden te maken maar moet wel in de gaten gehouden worden.

Hem in de mand krijgen was in het verleden een drama en de autorit naar de dierenarts een hel. En dan overdrijf ik niet. Sinds het voorjaar ben ik hem daarom aan het trainen. Van een lieve bloglezer kreeg ik in maart een vervoersmand met het deksel aan de bovenkant en sindsdien train ik hem. Waar staan we nu na 7 maanden trainen?

Hij springt op commando in de mand en ik kan het deksel dicht doen. Daarna loop ik een rondje door de kamer met hem in de mand. Sinds een week kan ik dan ook door lopen naar de gang en de buitendeur opendoen.

Dat was het. Voor jullie misschien niet heel bijzonder maar het is toch wel een echt wonder. Het leukste is nog wel dat Dibbes er van geniet. HIj voelt dat hij iets bijzonders doet. We moedigen hem dan ook enorm aan. Hij krijgt ook lekkers voor zijn prestatie en tijdens het trainen geef ik hem bij elke stap ook een snoepje door de kieren van het deksel heen.

Er zijn nog heel veel stappen te trainen:

  • naar buiten lopen
  • in de auto gaan zitten
  • in de auto zitten en de motor starten
  • in de auto zitten en een paar meter rijden
  • in de auto zitten en een langere rit maken
  • in de auto zitten en naar de dierenarts gaan

Ik ben dus zeker nog een paar maanden bezig. Ik red het dus niet op tijd want de vaccinatieoproep is al binnen. Maar dat geeft niet, dat kan best even wachten, ik ga nu door tot Dibbes zover is. Ik ben in ieder geval heel trots op hem dat we nu al zover zijn gekomen!

 

Zaterdag

Weinig te melden hier. Alles zit nog vast in mijn hoofd en ik voel me daarom niet oké. Het is inmiddels een fikse voorhoofdsholte- en bijholteonsteking. Ik heb neusspray, spoel mijn neus met zout water, slik pijnstillers en lig veel plat. Verder valt er niet veel aan te doen dan gewoon de rit uitzitten.

Ik moest er gisteren wel even uit omdat Moos naar de dierenarts moest voor een ingreep. Er is een kies getrokken. Ik vond het best spannend dat hij onder narcose ging, hij is immers niet meer de jongste. Gelukkig ging alles prima. Hij had ze bovendien helemaal ingepakt bij de dierenarts, ging al kletsend onder narcose en zodra hij weer bij was begon hij meteen weer te miauwen. Dus toen we hem haalden had hij er wat fans bij.

Eenmaal thuis wenste hij onmiddellijk een gevulde bak wegens een té lege buik maar hij moest helaas een paar uur wachten op aanraden van de arts. Die paar uur heeft hij doorgebracht naast zijn etensbak, zodat hij zeker wist dat er geen tijd verloren zou gaan tussen het vullen van de bak en de start van zijn diner.
Helaas ontdekte hij toen het eindelijk zover was dat het eten  bestond uit wat theelepeltjes met een armzalig beetje nat voer. Het bewijs dat dit nodig was bestond uit een ferme kotspartij maar toch werd dit voorzichtige voeren me niet in dank afgenomen.

Vanmorgen bleek dat de ellende nog niet over was want hij mag nog niet naar buiten. Hij moet een paar dagen binnenblijven. Het is toch een open wond en wie weet wat hij buiten oploopt. Hij krijgt ook nog een week antibiotica om infecties tegen te gaan en dat is geen succes. We hebben gisteren met zijn twee-en het arme beest in de houdgreep genomen en geprobeerd drie pillen naar binnen te werken. Afijn, drie pillen later was de relatie tussen mens en kat grondig verstoord, liep het zweet zo mijn bilnaad in en werd ik door kind op een pil gewezen die op de vloer lag, waarschijnlijk slinks uitgespuwd door een razende Moos. Die derde pil hebben we door het eten geprakt en dat is redelijk naar binnen gewerkt.

Wie toch bedenkt dat een kat na een ingreep aan zijn mond drie pillen per dag moet slikken die vies zijn en waarbij je hem pijn doet, want om de bek open te krijgen moet je druk op de kaken uitoefenen! Ik heb al jaren katten en weet goed hoe ik pillen moet toedienen maar bij Moos is dat nooit een succes. Hij klemt zijn kaken echt hermetisch op elkaar. Hij gaat ook meestal rechtop staan op zijn achterpoten met zijn voorpoten helemaal de lucht in. Daar was hij gisteravond te zwak voor maar desondanks lukte het dus niet alle pillen te geven. Ik verheug me nu al op vanavond, als we weer een poging mogen wagen 😦

De pijnstilling ging er beter in vanmorgen, dat is een vloeistof die we in zijn bek spuiten.  Maar als de antibiotica niet lukt moeten we terug naar de dierenarts voor een dagelijkse injectie.

Gerrie reageerde nogal panisch op het feit dat we Moos weg brachten en terugkwamen zonder kat. Hij verschanste zich bovenaan de trap, zeer verontrust. Je zag hem denken: dat klopt niet hoor, je gaat weg met een kat en komt terug zonder kat, denk je dat ik niet kan tellen! Die was dus de rest van de dag geagiteerd en op zijn hoede.

 

Dibbes daarentegen….:-)
Opgeruimd staat netjes! Een kat minder is meer tijd voor Dibbes! Je hoorde het hem denken.  Al moet ik zeggen dat hij in de avond heel voorzichtig en lief tegen Moos deed. Sowieso, Moos lag op bed en alle katten lagen om hem heen, half tegen hem aan. Ze zorgen toch wel voor elkaar.

 

Nou dit was weer de wekelijkse kattenspam. Fijn weekend allemaal!

 

Wangmassages en overgewicht

Sinds een jaar masseer ik dagelijks de wangen van alle vier de katten. Dit stimuleert de doorbloeding van het tandvlees en kan zo ontstekingen voorkomen. Daarnaast geef ik ze extra grote droge brokken en over het nat voer dat ze krijgen strooi ik dagelijks een tandpoeder dat goed is voor het gebit.

Dit masseren doe ik vanaf de buitenkant. Ideaal zou zijn om echt te poetsen. Ik heb ooit daarvoor een speciale vingertandenborstel aangeschaft, maar dat lukt me met geen enkele kat hier. Masseren gaat wel. Door de massage wordt ook de speekselproductie getriggerd waardoor het zelfreinigende vermogen van de mondholte wordt bevorderd. Het masseren vonden ze eerst niet leuk maar nu zijn ze er aan gewend. Ze moeten bijna allemaal niezen als ik het doe. Blijkbaar bevordert het ook een niesreflex. 😉

Toen Moos gisteren voor zijn enting naar de dierenarts moest, bleek dan ook dat zijn tandvlees keurig in orde was. Alleen, hij heeft op een plekje helaas een gaatje in een tand. Dat zag er heel pijnlijk uit. Hier merk ik niets van als ik hem eten geef, hij werkt alles naar binnen (iets te veel) maar katten hebben dan ook een hoge pijngrens. Over twee weken brengen we hem weer naar de dierenarts en dan wordt de tand onder narcose getrokken.

Op zich is dit niet vreemd voor een oudere kat. Moos is nu 11 jaar en gebitsproblemen komen helaas vaak voor bij oudere katten. Of bij katten met een verleden.  De staat van het gebit van exzwerfkatten Dibbes en Gerrie is vergelijkbaar met dat van een oude kat hoewel ze nog best jong zijn.

Buiten de tand is er ook een ander probleem. Moos is te zwaar. Het is een grote kater maar met zijn 5,93 kilo toch echt te zwaar. Een paar jaar terug was hij nog 4,9 zag ik in zijn dierenpaspoort. Hij is dus op dieet gezet. Samen met Gerrie die ook veel te zwaar is. We werken nu toe naar een gewicht van 5,3 kilo voor Moos en 5 kilo voor Gerrie.

Met vier katten is het best moeilijk in de gaten te houden wie wat eet en hoeveel. Het is hier af en toe net een kleuterklas. Ook omdat er regelmatig buurkatten hier bakken komen leegeten en de katten hier onderling ook bij voorkeur eerst de bak van een ander leeg vreten, is het moeilijk zicht te houden.

Daarnaast heb ik het afgelopen jaar Dibbes en Gerrie getraind om in de reismand te stappen en dat gebeurde met kattensoepjes. Hoe voorzichtig ik die snoeppakjes ook openmaak en hoe diep de slaap ook is, iedereen komt altijd aanstormen, ook de katten die niet getraind hoeven te worden, zoals Moos. Die dan beloond werd zonder dat hij wat dan ook trainde. Want Moos stapt altijd zonder problemen in de mand, mits je hem beleefd uitnodigt.

oude foto van toen het gewicht nog acceptabel was

Maar goed, dat moet dus veranderen. Overgewicht is nooit goed. En kan ook een risico zijn. Gerrie heeft (net als Dibbes) een hartruis wat een mogelijke indicatie is voor hartproblemen in de toekomst en dan is een goed gewicht heel belangrijk.
Dibbes was ook best lang iets te zwaar wegens een overfixatie op eten, maar inmiddels is hij wat relaxter geworden, minder met eten bezig en erg speels. Zijn gewicht is inmiddels passend bij zijn grootte.

We zijn met voeren dus over gegaan op afgepaste hoeveelheden. Het nat voer is gehalveerd voor alle katten. En de droge brokken worden gewogen. Gerrie en Moos krijgen voorlopig 50 gram per dag (in overleg met de dierenarts). Dibbes en Smoes krijgen meer en gewoon naar behoefte aangezien zij een goed gewicht hebben. Maar wat ik dus niet meer doe is een paar keer per dag de bakken vol gooien als ik zie dat ze leeg zijn.

Dus heb ik een nieuwe hobby. Brokjes uitdelen. Verbijsterde blikken negeren. Brokjes terugdoen in de juist voorraadbakje van de betreffende kat als ze niet meteen worden opgegeten omdat anders een andere kat het opvreet. 2 minuten later toch maar weer geven omdat de kat in kwestie zich heeft bedacht. Wellicht moet ik wat strenger worden. Maar ik ben een watje, dat wisten jullie al.

Ongepast en niet goed behandeld

Goedemorgen,
u allen tezamen.
Ik spreek tot u.
Na de ongepaste aandacht
op dit blog
voor ex-zwerfkatten
en zelfs een buurkat,
die zijn zegje mocht doen,
wordt het hoog tijd,
dat de leider van de troep
eens een boekje open doet.

Want het lijkt hier wel oké.
Dat is het niet.
Niet iedereen begrijpt
hoe een kat van stand
behandeld moet worden.

Eerst was ik alleen
met Smoes, de neuroot.
Dat was goed te doen.
Hij gedroeg zich
met gepaste eerbied
en was altijd in
voor een potje
broertjes knokken.

Toen kwamen die scharminkels.
Sukkels zijn het.
Snapten in het begin niets.
Totaal geen besef
van sociale interactie
of wat een goede
kattenknipoog betekent.
Aangezien ware grootsheid
bestaat uit het tolereren
van de minder bedeelden,
streek ik over mijn hart
en gaf toestemming
aan het personeel
dit straatvolk binnen te laten.

Veel tijd
en kostbare energie
ging  zitten
in het onderricht
van normen en waarden.
Een complete heropvoeding
en die energie
had ik ook
aan iets anders
kunnen besteden.
Maar deed ik dat?
Nee.

Dáár heb ik
wel eens spijt van.
Niet altijd meer
is de beste plek
op bed
voor mij.
Ik probeer
uit beleefdheid
conflicten te vermijden
maar omdat die sukkels
niet begrijpen
wat beleefdheid is,
loopt dat toch vaak
verkeerd af.

En omdat die sukkels
zich bovendien
niet in weten
te houden
met eten
zitten we nu
op een dagrantsoen.

Nu vraag ik je!
Op rantsoen!
Ik ben perfect!
Niets mis met mij!
Al zegt de vrouw
dat er iets te veel
van mij is.

Dat bestaat niet.
Meer Moos
is Altijd Goed.

Wat zal ik doen?
Wat raadt u mij aan?
Kotsen tijden het avondeten?
Iets kapot krabben?
Niet langer toestaan
dat ze me aanraken?
De buurkat in elkaar meppen?
De mogelijkheden
tot straffen
zijn legio
en dienen zorgvuldig
overwogen te worden.

Ik trek me terug,
ga me bezinnen
en laat t.z.t.
mijn beslissing weten.
Tot die tijd
lijd ik in stilte.
En doe ik een dut.
Of twee dutjes.
Iemand moet het doen.

Hoogachtend,

Moos