Update rapport gezondheidsraad

En dan hier het rapport. Zie mijn bericht van vanmorgen

En dan hier het rapport.
Nou, gematigd positief ben ik zeker. Erkenning op diverse fronten. Ook wordt losgelaten dat gedragstherapie en GET de enige juiste behandelvormen zouden zijn. Ze hadden wat mij betreft daar wel nog wat forser afstand van mogen nemen. Maar buiten dat zeer bemoedigend als startpunt. Vooral de oproep tot het oprichten van onderzoekscentra en het loskoppelen van wel of geen deelname aan gedragstherapie en het krijgen van een uitkering.

Voor t eerst in Nederland erkenning dat ME een multisysteemziekte is die leidt tot ernstige en vaak invaliderende beperkingen en dat het chronisch is. Het merendeel van de patiënten geneest niet.

Meer informatie met onder meer een samenvatting van het rapport: https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2018/03/19/me-cvs

Thuis

Inmiddels ben ik al een paar dagen thuis van de vakantie waar ik wel-niet-wel-niet-mee zou gaan. Ik ging dus uiteindelijk wel mee en twijfel wat ik er nu over zal schrijven want ik heb geen zin in een klaagverhaal. Maar leuk was het niet. Als ik iets heb geleerd dan is het dat ik het getwijfel vooraf voortaan toch echt als een signaal moet zien om niet mee te gaan.

Achteraf gezien denk ik dat ik gewoon een beetje overspannen was van de drukte voor de vakantie. Ik voel me al een flinke tijd erg uit balans, daar schreef ik eerder over,  en dat had zijn weerslag op hoe ik me mentaal voelde. Daar kwamen tijdens de vakantie veel fysieke klachten bij zodat ik een groot deel van de tijd aan huis gebonden was. Het weer werkte ook niet mee, het was meestal egaal-grijs op twee of drie dagen na met wat meer zon. Ik was zó blij om weer thuis te zijn. We kwamen een dag eerder thuis dan gepland en zo konden we zaterdag, zondag en maandag genieten van het zonnige weer hier. M. is vandaag weer aan het werk gegaan, voor hem is de vakantie over.

Natuurlijk was niet alles stom. We bezochten een muziekfestival in Binic, een havenplaatsje, liepen daar lekker over het strand en aten een patatje. We gingen naar St. Malo, een voormalig piratenbolwerk en ondanks dat het echt mega toeristisch was, vond ik het een geweldig leuke stad met prachtige plekken en pleintjes. We bezochten een markt in het dorp waar we zaten. En als de zon scheen renden we meteen naar buiten om in de riante tuin behorend bij het vakantiehuis te zitten.

Groot respect voor M. die ondanks zijn labiele vrouw de moed er in hield. Ik kan me zo goed voorstellen dat dit echt niet leuk voor hem is. Maar hij heeft het vermogen toch wel te genieten van momenten en voor hem was het natuurlijk ook anders. Hij en S. waren minder aan huis gebonden en gingen regelmatig voetballen of hardlopen of even op de fiets naar het dorp.

Eind van de vakantie drong het tot mij door dat ik nog steeds vakantiebestemmingen uitzoek met de ogen en normen van een gezond mens. Ik houd van woeste gebieden. Waar wij nu zaten in Bretagne heb je op 5 minuten afstand enorme kliffen. Echt geweldig om te zien. Je kunt daarover heen lopen, helemaal fantastisch, een oer-landschap.

Zo bezien kun je van alles doen in Bretage, ook als het slecht weer is. Maar daar zit nu net de crux natuurlijk, voor mij is het meeste niet haalbaar. Met mooi weer is het daar geweldig, met 5 minuten zit je op het strand en meer heb je dan niet nodig.  Maar het is daar heel erg wisselvallig. Met dat in het achterhoofd hebben we besloten om voortaan toch ergens naar toe te gaan waar meer zonkans is (dus een stuk zuidelijker) en waar er een zwembad is. Zodat ik op een voor mij slechte dag gewoon lekker bij het zwembad kan hangen en de mannen ook hun gang kunnen gaan. Maar goed, dat is nog ver weg. Eerst maar weer tot mezelf komen.

De katten zagen er stralend uit bij thuiskomst. De kattenoppas had haar werk meer dan goed gedaan en me regelmatig via de app op de hoogte gehouden hoe het ging. Het is altijd spannend, omdat vooral Gerrie nog erg schuw is en vorig jaar niet binnen wilde komen toen hier iemand logeerde tijdens onze vakantie. Dit keer vroeg ik iemand uit de straat en zij kwam twee keer per dag langs kwam om eten te geven. Het is iemand die de katten ook al wel kenden, dat scheelde. Het ging heel goed en zelfs Gerrie begon na een week te scharrelen en kopjes te geven. De oppas had het erg leuk gevonden om te doen en wil het graag blijven doen volgende jaren. Dus dat is hartstikke fijn.

Nou nog wat foto’s om te laten zien dat het ondanks mijn gezeur daar echt wel heel mooi is:

ons vakantiehuis met gigantische ommuurde tuin

St. Malo

Strand bij Binic

Het strand vlak bij ons huis, 5 minuten rijden

Dit typeert deze vakantie: kijken naar de lucht en inschatten of de zon nu gaat doorbreken of niet

Plage du Palus

Thuis! Blije Gerrie, blije vrouw

Sorry als het zeurderig overkomt. Ik ben op zich dankbaar dat wij überhaupt op vakantie kunnen gaan. Maar als ik nu iets heb geleerd dan is het dat verandering van omgeving niet altijd het beste is om te doen. Juist als je al zo slecht bent voor vertrek is de kans groot dat je er alleen maar slechter van wordt. Ik voelde me op een bepaald moment gewoon zo gedesoriënteerd en ronduit paniekerig en begreep ineens die verhalen die je wel eens leest in de krant, zo van “volledig doorgedraaide vrouw door alarmcentrale teruggebracht naar Nederland“. Dat dus.

Nu weer over tot de orde van de dag. Dat is de komende weken nog vakantie vieren met de puber. Ik ga me richten op herstel en het terug vinden van mijn normale routine met af en toe wat lekkere ijsjes en hopelijk hier en daar wat zon.

Lezersvraag: bewegen en ME/CVS

Gisteren stelde Annelies mij een vraag die ik heel graag beantwoord want de vraag raakt de kern van het hebben van ME en de soms gekmakende paradox waarmee ik leef:

‘Ik vraag me al lang iets af en hoop dat ik het zo kan omschrijven dat ik je niet kwets want dat is absoluut mijn bedoeling niet.

Heb je wel eens overwogen je ziekte heel anders te benaderen? Door juist actiever te worden in plaats van rustig(er) aan te doen? Ik vind het zo moeilijk te bevatten dat het goed/helend voor je lijf is om zo weinig te bewegen ( ik las eens dat op en neer naar de brievenbus al erg veel is)? Dat is wat wel eens in mij opkomt als ik jouw blog lees.

En nee, je bent mij zeker geen antwoord laat staan verantwoording schuldig. En je mag dit een onbeschofte/belachelijke vraag of gedachte vinden, zeg dat dan gerust. Ik hoop dat je wel van me aanneemt dat het uit een goed hart komt…’

Allereerst, dank je wel voor de manier waarop je deze vraag stelt. Heel fijn. Want er zijn ook mensen geweest die tegen me hebben gezegd: ‘je spoort niet, je bent gewoon lui, hup van de bank af en zet je er maar over heen. Bewegen is goed voor elk mens.’ Ikzelf dacht dit natuurlijk ook, sterker nog,  de commentator in mijn brein stelde deze vraag ook, dag in dag uit, maar dan op een héél wat minder vriendelijke manier dan Annelies nu doet.

Met wat ik nu weet van ME is het antwoord voor mij heel duidelijk. Actiever worden maakt alles erger. Moet je dan helemaal niet bewegen? Nee, want dat maakt alles ook erger. Hoe zit het dan wel?

ME is een verzamelnaam voor een aantal symptomen waarbij extreme vermoeidheid en het hebben van spierpijnen de voornaamste klachten zijn. Daarnaast zijn er nog een heleboel andere klachten waar ik hier niet op in wil gaan, kijk voor meer info bijvoorbeeld op de pagina ME/CVS wat is dat? bovenaan het blog. 

Om de vraag van Annelies te beantwoorden is het vooral nodig om te weten dat het herstellend vermogen van het lichaam niet goed functioneert én dat het lichaam niet correct reageert op inspanning. 

Het niet herstellen van het lichaam en het niet adequaat kunnen bewegen wordt ook wel Post-Exertional Neuroimmunological Exhaustion (PENE) genoemd of ook wel Post-Exertional Malaise genoemd oftewel   ‘een pathologisch onvermogen van het lichaam om voldoende energie op aanvraag te produceren met prominente symptomen.

Karakteristieken zijn:

  1. Uitgesproken, snelle lichamelijke en/of cognitieve vermoeibaarheid in reactie op inspanning, dusdanig dat dagelijkse activiteiten of eenvoudige mentale taken, invaliderend kunnen zijn en een terugval kunnen veroorzaken.
  2. Verergering van symptomen: bijvoorbeeld acute griepachtige symptomen, pijn en verslechtering van andere symptomen.
  3. PENE kan onmiddellijk of vertraagd na activiteit optreden.
  4. Langdurige herstelperiode, gewoonlijk tot 24 uur of langer. Een terugval kan dagen, weken of langer duren.
  5. Een lage drempel qua fysieke en mentale belastbaarheid door PENE resulteert in een substantiële vermindering van het activiteitenniveau in vergelijking met vóór de ziekte.

 (citaat: Bewegen is gezond?)

Inspanningsintolerantie en verstoord herstellend vermogen
Hele korte samenvatting: het hebben van ME is een intolerantie voor inspanning en een verstoord herstellend vermogen.
Natuurlijk had ik bovenstaande informatie graag op een briefje gehad toen ik net ziek was. Maar ik wist niet wat ik had.  En wist ook niet dat bewegen de boel deed verergeren. Ik deed wat iedereen doet als hij of zij een tijd ziek is geweest. Want als jij een griep hebt gehad, dan sta je na een week ellende op en dan merk je dat je wat duizelig bent en dat je conditie erg achteruit is gedaan. Je pakt je dagelijkse activiteiten weer op en bouwt fysieke inspanning langzaam weer uit. De eerste keer dat je gaat sporten, ben je daarna helemaal gaar maar de week erop gaat het al weer wat beter en binnen een paar weken ben je weer op je oude niveau. Dat is onder meer het herstellend vermogen van het lichaam.

Toen ik met de gedachte in mijn achterhoofd dat bewegen goed is, ging bewegen, zag ik één belangrijk aspect over het hoofd: ik was niet herstellende van een aandoening, ik was nog ziek. Net als dat je je wellicht kunt voorstellen dat het slecht is om voor iemand met een zware griep alle signalen te negeren en toch te gaan bewegen/wandelen of sporten, zo is dat het ook voor een ME-patiënt.

Zure vrouw  
Laten we eens kijken naar die inspanningsintolerantie. Als je in beweging komt, dan gaat er als het goed is zuurstof naar je spieren, dat noemen we het aerobe energiesysteem. Als je langer sport of beweegt, gaat je lichaam melkzuur aanmaken, je spieren verzuren. Je lijf schakelt dan over op het anaerobe energiesysteem. Dat systeem wordt ook gebruikt voor snelle kortdurende heftige inspanning: het staat als het ware meteen paraat maar het is ook snel uitgeput.

ME-patiënten produceren veel meer melkzuur dan niet-patiënten. Ik vertelde wel eens tegen mijn huisarts dat ik – als ik de trap in ons huis opliep – mijn benen voelde verzuren. ‘Dat kan niet’, zei hij toen, ‘zo snel gaat dat niet’. Maar dat gaat dus wel zo snel. Kleine inspanningen genereren bij mij al melkzuur. De hele dag door. Je kunt je voorstellen wat dit met je lijf doet. Het is een ingewikkeld verhaal van een verstoorde ATP-productie waar ik zelf overigens ook niet alles van begrijp.

Met bovenstaand in het achterhoofd – ik loop dus als het ware op melkzuur – kun je je wellicht iets beter voorstellen dat ik erg moet uitkijken om te bewegen. Wat niet werkt bij ME-patiënten en zelfs een verwoestend effect kan hebben is een normale revalidatie of graded-exercise therapy (GET), kort door de bocht: elke dag iets langer of heftiger bewegen volgens een vast protocol. Als traplopen of wat heen en weer lopen in het huis voor mijn lichaam als het ware al een hardlooptraining is die maar doorgaat en doorgaat, dan kun je je voorstellen dat een echte conditie- of krachttraining gelijk staat aan een marathon rennen. Tel daarbij het onvermogen om goed te herstellen van inspanning en je hebt meteen de verklaring waarom ik toentertijd zo gigantisch achteruit ben gegaan toen ik door middel van beweging en uitbouwen van activiteiten mijn klachten onder controle probeerde te krijgen. Ik heb daarna letterlijk jaren plat gelegen.

 
Wat dan wel?
Bewegen brengt geen genezing. En gezond gedrag of positief denken ook niet. Zorgvuldig omgaan met de eigen mogelijkheden kan idealiter wel de klachten verminderen en/of een ernstige terugval voorkomen. De patiënt staat voor de opgave goed te luisteren naar het lichaam en zijn beperkingen te accepteren (citaat: Bewegen is gezond?).

Bewegen brengt geen genezing. Maar niet bewegen verergert ook de boel is mijn ervaring. Want als je je spieren helemaal niet gebruikt, word je zo slap als een vaatdoek, ook als je niets mankeert. De kunst is 

  • te weten wat je ondergrens en bovengrens is: een vlak waar binnen je je kunt bewegen
  • te accepteren dat de grens elke dag ergens anders kan liggen, wat gisteren kon, kan vandaag een brug te ver zijn
  • te voelen wat kan en wat niet kan. Spierpijn is altijd een teken dat je te ver bent gegaan
  • plannen los te laten. Eerst de dingen van de dag doen die passen bij je ondergrens (douchen, aankleden, eten voorbereiden). En dan, als het goed voelt, een extra activiteit oppakken (afhankelijk van wat kan: een was draaien of even naar de bieb fietsen of in een goede periode: een kleine wandeling maken) maar het ook accepteren als dit soms weken achter elkaar niet kan

Opschuiven van de grenzen 
Door het respecteren van grenzen en het leren herkennen van signalen en daarnaar te handelen, lukt het me heel langzaam de grenzen op te schuiven. Ik kan meer dan 5 jaar geleden. Maar ik kan helaas minder dan een half jaar geleden. De vooruitgang is niet lineair maar gaat met twee stappen vooruit en een achteruit. Het herstellend vermogen van mijn lichaam wordt wel beter. Omdat ik signalen herken en er beter naar handel.

Bewegen binnen het anaerobe systeem is volgens mij de oplossing om wel te kunnen bewegen. Dat betekent bewegen zonder dat de hartslag enorm verhoogt en zonder dat je buiten adem raakt. Dan nog is het uitkijken. Ik heb nu meerdere malen met de fysiotherapeut geprobeerd mijn lichaam sterker te maken en telkens moet ik toch weer na een paar weken,soms maanden, afhaken omdat mijn spieren buiten proporties reageren.

Zoektocht
Omdat ik altijd op zoek ben naar verbetering, heb ik in de afgelopen 8 jaar veel geleerd en ontdekt wat werkt en wat niet werkt voor mij. Ik heb mijn eten aangepast, mijn leefwijze, heb mezelf goed in de ogen gekeken en geduld aangeleerd en leer ook steeds beter mijn neiging tot zelfoverschatting te beteugelen. De volgende stap die ik onlangs heb gezet is een ademhalingsmethode aan te leren die het zuurstoftransport in het lichaam verbetert door mensen te leren minder diep en minder vaak te ademen. Als ik dat onder controle heb, dan zou bewegen beter moeten kunnen gaan en dan wil ik de revalidatie ook weer gaan oppakken.

Ongeloof
Ook al weet ik goed wat het hebben van ME inhoud en hoe ik ermee om moet gaan, de theorie is altijd makkelijker dan de praktijk. Nog steeds denk ik vaak: ‘ik kan best wel even dit of dat doen…’. Hoe beter mijn dag, hoe groter de zelfoverschatting en hoe meer ik geneigd ben te veel te doen, ook na al die jaren nog. Ik weet het wel maar begrijp het vaak nog niet. Daarom kan ik me ook zo goed voorstellen dat anderen het helemaal niet begrijpen. Het verschil met vroeger is dat ik niet meer boos word op mezelf maar mijn schouders ophaal, het constateer en gewoon wacht tot de gevolgen weer zijn verdwenen.  Het loslaten van alle ideeën en verwachtingen over hoe iets hoort en wat een lichaam hoort te doen is eigenlijk nog het beste.

Het is zoals het is. Maar het is niet altijd zoals het was. Wat was, is niet hetzelfde als wat komt. Wat gisteren was, hoeft vandaag niet te zijn maar morgen misschien weer wel. En wat morgen komt is misschien beter ook al was het vandaag slecht. En aan die hoop houd ik me toch altijd vast. Ook een slak komt op zijn eindbestemming…

Van mijn hart naar jouw hart: Wereld ME-dag

In februari 2008 kreeg ik griep. En toen een longonsteking. Toen die voorbij was, dacht ik ‘hè hè, terug naar normaal’. Op normaal zit ik nog steeds te wachten. Of beter gezegd, het abnormale werd normaal voor mij. Want ik donderde van de trap af omdat mijn spieren me niet meer konden dragen. Mijn stem hield er mee op. Niet alleen dat, mijn brein deed ook raar. Zei ik theepot, bedoelde ik vaatwasser. En zo nog meer van die grappige versprekingen. Alleen was het niet zo grappig. Als je niet weet waarom je mond andere dingen zegt dan je denkt of bedoelt, is dat eigenlijk heel eng.

En zo ging het door. Ontstekingen, koortsaanvallen, menstruatie die uitbleef, spier- en gewrichtspijnen, ontstoken lymfeklieren, migraine, omvallen, trillen, niet kunnen slapen maar wel altijd moe zijn, een verstoorde prikkelverwerking, voedselintoleranties… Wees gerust, ik zal niet alles opnoemen want dan loop je weg en ik zou juist willen dat je dit hele veels te lange stuk leest.

Geen dokter die wist wat ik had. Al hadden ze daar natuurlijk wel een mening over. ‘U mankeert niets, u bent zo gezond als een vis. Wat we niet zien, bestaat immers niet. En nu moet u ophouden met zeuren hoor!’ Dat laatste vertelden ze weliswaar niet, niet in mijn gezicht tenminste. Omdat ook geen enkele dokter je ooit aankijkt, de computer is interessanter, dáár moet van alles ingevoerd worden.

Na 2 jaar kreeg mijn ‘niet ziekzijn’ een naam: ME. Ik ben niet de enige met ME. Alleen al in Nederland zijn er naar schatting 60.000 ME-patiënten. Over ME wordt veel onzin beweerd en onzin verteld. Daarom schrijf ik er soms over, om duidelijk te maken wat het is en hoe het is om ‘het te hebben’.

ME wordt ook wel chronisch vermoeidheidssyndroom genoemd. Een naam die de lading niet dekt, ME is echt wel wat meer dan ‘altijd moe zijn’. Het is een neurologische aandoening die het leven nogal plat legt, letterlijk, met bank- en bedliggen als dagvulling.

“ME, waarnaar in de literatuur ook wel wordt verwezen als chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), is een ernstige, complexe ziekte, waarbij een fundamentele ontregeling van het centrale zenuwstelsel, immuun- en endocrien systeem optreedt. Daarnaast zijn er vaak gastro-intestinale problemen en altijd stoornissen in de energievoorziening (vaak ook cardiovasculair). Chronische vermoeidheid wordt daarbij niet meer als hoofdklacht gezien.” (citaat afkomstig van psychfysio.nl)

De impact van de aandoening op mijn leven en dat van mijn gezin, is bijna niet in woorden uit te drukken. De onmacht, mijn zelfredzaamheid die verdween, alle gemiste hoogte- en dieptepunten in het lagere schoolleven van mijn kind, het verlies van baan, inkomen, vrienden, gebrek aan begrip voor wat ons overkwam, de onzekerheid en stress, hebben er diep in gehakt. ME is een aandoening die door velen niet begrepen wordt en daarom niet voor vol wordt aangezien. Dat begrijp ik wel. Je ziet ME-patiënten weinig omdat ze meestal op bed liggen. En als je ze al eens ziet, dan is het op een goed moment. Wat je niet ziet, zijn de instortmomenten.

Heel lang heb ik mij geschaamd. Had ik maar een andere aandoening gekregen, eentje die meer geaccepteerd is. Of voor vol wordt aangezien. Of nog erger (en zinlozer): de gedachte dat ik mezelf ziek had gemaakt. Dat ik iets fout had gedaan om zo ziek te worden. Veel mensen die ziek worden of iets naars meemaken zoeken naar voortekenen of verwijten zichzelf van alles. ‘Had ik maar dit of dat niet gedaan, wel gedaan, meer gedaan…’ Dat stadium en die manier van denken ben ik gelukkig voorbij. En met het afschudden van de schaamte, kon ik ook beter voor mezelf zorgen, mijn grenzen beter bewaken.

Inmiddels ben ik nu 7,5 jaar ziek. Ik heb veel vooruitgang geboekt. Ik lig niet meer hele dagen plat en geniet van wat kan en wat lukt. Dat is nog steeds wel met veel beperkingen. Elke dag maak ik keuzes tussen wat ik wil, wat ik kan en wat ik moet. Ik heb geleerd dat douchen vóór bezoek ontvangen gaat. Dat ik beter mijn energie kan stoppen in een activiteit die ik elk moment kan stopzetten. Dat een keer stofzuigen hartstikke fijn is voor mijn gevoel van eigenwaarde (wie had dat ooit gedacht) maar dat mijn spieren dat nog steeds niet goed trekken.

Bovenal heb ik geleerd niet te veel te verwachten. Te genieten van wat lukt. Niet boos te worden wanneer mijn lijf het laat afweten. Ik heb geleerd heel zuinig te zijn met de energie die er is. Ik doe vooral dingen met deze energie waar ik blij van word. Dus schrijf ik. Lees ik. Geniet ik van mijn gezin en katten. En laat ik veel aan me voorbij gaan, de wereld draait ook wel door zonder mij.

Ik heb ook geleerd – na veel gevloek, getier en teleurstellingen – om me niet meer met mijn toekomst bezig te houden. Bijna 7 jaar lang heb ik gedacht ‘straks als ik beter ben ga ik: boeken schrijven, werken als budgetcoach, een voedingspraktijk opzetten…..Nu ben ik eindelijk zover dat ik besef dát ik misschien niet meer beter word, niet beter dan dit. Dat dit het is en dat ik maar beter kan genieten van vandaag.

Ziekzijn is niet alleen maar negatief. Want ook een ziek persoon heeft fijne momenten, leuke dagen, een lachstuip of een giechelbui. Daarin verschil ik niet zoveel van een ander. Het moeilijkste evenwel van mijn ziekte vind ik, is het niet gezien worden. Letterlijk. Ik ben verdwenen uit het normale dagelijkse leven van de meeste mensen waarmee ik omging. Het besef ontbrak bij velen dat mijn leven (of liever gezegd ons leven, want M. en S. moeten hier ook mee om zien te gaan) totaal in elkaar klapte. En ziekzijn is altijd zonder een netjes van te voren aangekondigde einddatum. Er wordt geen pakketje bij je afgeleverd met: ‘ten minste houdbaar tot eind 2017, daarna knapt u weer op’. Je kunt niet naar de winkel gaan en zeggen: ‘doe mij maar een ander lichaam want dit lijf bevalt niet zo’. Dit is het en hier moet ik het mee doen. En dat dit drama wat ons overkwam zó veel onverschilligheid ontmoette – omdat kennis ontbreekt van wat ME is – dát is wat mij diep heeft geraakt.

Ik ben niet uniek. Velen hebben een nare ziekte. Leven met kanker, reuma, diabetes of ander leed met een grote impact op het leven. Maar dit is nu eenmaal ‘mijn aandoening’ waarvoor ik aandacht wil vragen. In de hoop dat jij als lezer nu iets meer van ME begrijpt en de impact ervan. Dát wilde ik graag de wereld in slingeren, op wereld ME-dag. Omdat ik de woorden heb. Komen de woorden soms zo vervormd mijn mond uit, de pen volgt wel mijn brein.

Dank je wel voor je aandacht!

Geprik met naalden

Deze week stond in het teken van S. die jarig was. Dat kan niemand ontgaan zijn omdat ik er 2 keer overschreef (sorry) en we overladen werden met felicitaties van bloglezers, dank jullie wel! We vierden het zondag en hij was dinsdag jarig. Voor het eerst in 10 jaar gingen we niet naar school met een dienblad of mand vol zelfgemaakt lekkers. Best wel vreemd, want dat doe je immers vanaf de peuterspeelgroep, maar op de middelbare school gaat het allemaal heel anders. S. wilde toch trakteren, haalde wat snoep uit de automaat op school en deelde dat uit. Ook had de biologieleraar onthouden dat hij jarig was en die begon te zingen waarna de hele klas meedeed. Woensdag nodigde hij wat vrienden uit om wat te drinken en toen was het klaar.
Ik hield me rustig, ik was zoals verwacht helemaal uitgepoept. De enige activiteit deze week was een gang naar de fysio en naar de acupuncturist. Na de acupuncturist was ik opnieuw helemaal uitgepoept. Ik ben in het verleden ook eens door een acupuncturist behandeld en was erop voorbereid. Wel voelde ik me erna héél erg ontspannen, meer ontspannen dan ik me in jaren heb gevoeld. Of het effect heeft is even afwachten. Ik kom er voor een slijmbeursontsteking in mijn schouder en ook voor de ME. Ik dacht als die man nu eerst even die ontsteking aanpakt, dan gaan we daarna door met de energie. Maar hij doet het andersom.
Een acupuncturist stel een diagnose via een anamnese (vragen stellen over je leefstijl/klachten), een polsdiagnose, een tongdiagnose en door observatie (uiterlijk, geur, lichaamshouding, conditie haar/nagels). Hij vertelde dat hij normaal een ontsteking in de schouder behandelt door de energiepunten die verbonden zijn met de schouder met naalden te activeren. Als de energie weer gaat stromen kan de ontsteking door het lichaam zelf aangepakt worden. 12 jaar geleden heb ik deze werkwijze ook meegemaakt toen ik op deze manier voor een carpaal tunnelsyndroom werd behandeld. Ik had vele fysiobehandelingen en 3 spuiten in mijn pols gehad met corticosteroïden, zonder enig effect en de arts begon inmiddels te praten over een operatie, wat ik niet echt zag zitten. Een vriend van M. die zelf een opleiding tot acupuncturist volgde, verwees me naar zijn docente. Ik had genoeg aan een paar behandelingen en heb nooit meer last gehad tot het in december ineens weer kortdurend de kop opstak, na te veel breien aan te veel truien tegelijk.
Eerst de ontsteking en dan de rest, dacht ik dus, maar hij doet het andersom. Waarom? Na meting bleek er nul voorraad energie te zijn om de ontsteking aan te pakken. Hihi, ja dat voel ik natuurlijk al jaren, ik moest er iets om lachen maar eigenlijk is het natuurlijk om te janken. Nu gaan hij de gewone energie proberen los te maken en als dat lukt, zich richten op de ontsteking.
Voor als je nu denkt waar gáát dit over: acupunctuur is van oorsprong een Chinese geneeswijze en gaat uit van levensenergie die je bij je geboorte hebt meegekregen en die je onderhoudt door voeding en ademhaling. Ziek zijn is in deze beleving geblokkeerde energie. Als de energieblokkade wordt opgeheven, kan de energie weer stromen en kunnen de klachten verdwijnen.
Hij is van mening dat de vertering in de maag en darmen bij mij een probleem is waardoor er geen energie vrijkomt. Dat wil hij nu aanpakken. Op zich vind ik het wel frappant want ik barst natuurlijk van de voedselintoleranties, waar ik niets over heb verteld, en ik heb geen last zo lang ik geen verboden dingen eet. Maar goed is het natuurlijk niet.
Afijn, 10 naalden en 90 minuten later stond ik weer buiten met een voedingsadvies om 3 keer per dag warm te eten, in de ochtend liefst pap, zoals congee (Chinese rijstepap) omdat dit heel verzachtend voor de maag is en herstellend zou werken. Nu eet ik al 2 keer per dag warm, dus 3 keer moet ook wel lukken. Ik eet meestal smoothies of fruit in de ochtend maar wil wel proberen hoe het is om in de ochtend warm te eten. Hartig ga ik echt niet naar binnen krijgen (met uitzondering van een gekookt eitje of roerei af en toe) dus ga ik eens experimenteren met pap van kokosmelk en fruit of zo. En natuurlijk maakte ik ook meteen een congee. Maar dat is best een hele kunst heb ik begrepen, dus de perfecte congee maken heb ik nog niet geheel onder de knie. De eerste versie was een waterige bedoening die weliswaar niet vies smaakte maar na een uur me al deed grijpen naar chocola.
Ik ben wat terughoudend over de behandeling. Er is door mijn eerdere goede ervaring met acupunctuur wel wat vertrouwen, maar ik weet niet of het nu ook gaat helpen. Ik heb sinds ik ME heb zó vaak mijn neus gestoten bij behandelaars en zó vaak gedacht: dit is het! En ik knap van veel behandelingen iets op maar nooit helemaal. Met de behandeling van Gupta ben ik tot nu toe het verst gekomen naast het aanpassen van mijn eetpatroon maar ik sta voor mijn gevoel wat energiewinst betreft, al bijna een jaar stil. Ik kan véél meer dan vroeger maar ben nog steeds altijd uitgeput. En eens een keer op de trein stappen om naar mijn lieve mailmaatje M. te gaan is me nog steeds niet gelukt. Mijn wereld is nog steeds heel klein.
En juist omdat die wereld nog steeds heel klein is ben ik bereid het te proberen. Ik hoef er niet ver voor te reizen en het merendeel wordt vergoed door de verzekering. Ik laat het gewoon over me heen komen en eet pap of iets anders warms ;-).
Ben jij wel eens naar een acupuncturist geweest?

Dag!

Van redder-in-nood naar sta-in-de-weg
Toen ik nog hele dagen plat lag,
kon ik niet zonder jou.
In etappes van kwartiertjes
hakte en bakte en kookte ik.
Je was niet alleen een kruk,
je voorkwam dat ik niet kon doen
wat ik het liefste doe: koken.
Je was mijn redding.
Met dat ik me beter ging voelen,
stond je wat verloren in de keuken.
En soms ook wel verschikkelijk in de weg.
Sorry dat ik het zo bot zeg.
Dus sjouwde ik je naar boven,
waar je voor veel vermaak zorgde.
Want kinderen vinden een kruk leuk,
vooral als ie wieltjes heeft.
Maar kinderen worden groot
en willen niet meer alle dagen
heen en weer roetsjen
met een kruk op wielen,
Je stond daar maar,
zo nutteloos te zijn.
Dus stuurde ik een mail, 
naar schoonma die schildert
en wel eens had gezegd
dat zo’n zadelkruk
wel héél handig leek.
Dit weekend vertrok je.
Ajuu en tot ziens.
Dag redder in nood,
fijne houvast op wielen,
het ga je goed.
Ik ben blij dat je gaat.
Want het feit dát je gaat,
is een goed teken.
Je vertrek is ook afscheid
van verdriet en onmacht.
Ik ben nog niet
waar ik wil zijn
maar ook zonder kruk
kom ik waar ik wil.
Nu doe ik het zelf
op eigen kracht

en met wat geduld

kom ik een heel eind.

 

Reageren met een vertraging

Nee, ik had geen flauw idee waardoor ik me zo voelde, loog ik glashard tegen de fysiotherapeute. Die vroeg zich af waarom ik er zo verkreukt uitzag afgelopen maandag. Ik weet het wel maar ik wil niet altijd eerlijk zijn. Want waarom zag ik er uit alsof ik in vliegende vaart tegen een muur was opgelopen? Nou, omdat er zo nodig 4 vuilniszakken, een paar dozen en een paar kratten het huis uit moesten worden gewerkt, in het kader van ontrommelen.

Voor de duidelijkheid en uw beeldvorming: ik sjouw niet met zware spullen. Ik zet een lege krat neer en gooi daar ongewenste zaken in. Is de krat vol, dan schuif ik deze naar een strategische verschrikkelijke sta-in-de-weg-plek alwaar deze subtiele hint rap door M. wordt opgepikt en het krat zijn weg richting halletje mag vervolgen.

Ook de weg van hal naar kringloop gaat zonder spierkracht van mijn kant. Wél ben ik aanwezig tijdens deze laatste reis, als een soort mentale aanmoediging en ook omdat het wel zo netjes is naar M. toe, die dat allemaal weer moet sjouwen. Ik doe eigenlijk alleen het ontrommelen en het denkwerk. Na die actie van vorige week deed ik dagen niets, want ik heb wel iets geleerd de afgelopen jaren. Nou ja, niets doen: ik keek de leuke dvd serie ‘Thicker than water’ (nu eens geen thriller) en verder zorgde ik dat het eten op tafel stond in de avond. Wandelen en huishouden liet ik zitten, ik hield me rustig.

De grote klap van het vorige week te veel doen in huis, kwam precies een week later. Eén van de kenmerken van ME is dat je lichaam reageert met een vertraging. Dus heb ik een week nadat ik wat heb opgeruimd daadwerkelijk spierpijn. Mijn spieren trillen alsof ze zojuist – en niet een week geleden – 40 boeken in een krat hebben gedonderd. Zo zit ik in elkaar. Dat is al jaren zo. Toch blijft het best bijzonder, dat lijf van mij.

De kunst is om ondanks mijn lijf tóch wat gedaan te krijgen. De kunst is om de eisen die ik heb, aan te passen aan de realiteit waarin ik leef, maar zonder meteen alle dromen te laten varen.  De kunst is te vinden zonder te zoeken en te zijn zonder te gaan. De kunst is de vertraging in te bouwen zonder te versnellen om nog even iets voor elkaar te krijgen.

Ben jij ook zo’n evenwichtskunstenaar?

Met de stroom mee

Wie hier vaker komt weet dat Kerstmis niet mijn favoriete feest is. Dit jaar besloot ik echter dat met de stroom mee zwemmen beter is voor mijn humeur. Dus stelde ik vorige week woensdag al voor om een kerstboom te gaan halen, M. was toch vrij, dus hup met die boom in de auto. We zijn nog nooit zó voortvarend geweest.

Vervolgens heb ik me niet meer met de boom bemoeid. Hij stond twee dagen met één bal en één piek uit te stralen dat er iets heel erg onaf was, maar dit weekend hebben de mannen dan toch de boel verder versierd.  Ik vind kerst weliswaar niet leuk maar geniet nu toch van de boom. Van het feit dat kat Smoes er meteen onder ging liggen. Van de zoete houten engeltjes en zo, die er in hangen.

Met de stroom mee zwemmen dus. Dat is sowieso aan te raden. Hoewel ik me stiekem wel een beetje druk maak over wat ik vanmiddag in het ziekenhuis te horen ga krijgen, heb ik dat er laten zijn door het niet weg te drukken. Ik maak me een beetje druk en klaar.

Dat me een beetje druk maken is niet zozeer over de bult zelf, dan wel over hoe de komende tijd verloopt. Met weinig energie in het lijf wordt hier al jaren elk uitje, activiteit of artsenbezoek ingepland en voorbereid door vooraf maatregelen te nemen of mijn dagindeling aan te passen. De afgelopen week ben ik een keer bij de huisarts geweest én twee keer in het ziekenhuis. Bovendien volgt dus wellicht op korte termijn een kleine ingreep zelf. En dat vlak voor Kerst en Oud & Nieuw, dagen die al meer vragen door het familiebezoek, een tijd waarin ik me normaal gesproken om die reden extra rustig houd.

Maar ik ben natuurlijk niet voor één gat te vangen! Omdat ik heb geleerd dat je de druk van de ketel kunt halen door maatregelen te nemen, heb ik me afgevraagd wáár ik me nu precies druk om maak. Vreetzak als ik ben, heeft dat vooral te maken met eten ;-). Hebben we voldoende in huis om op te vangen dat ik wellicht even niet kan koken? Ik had juist flink alle voorraden opgemaakt de laatste tijd, gewoon lekker de vriezer leeg gegeten. Dat is nu niet echt handig want er is niets om op terug te vallen. Natuurlijk kan M. dat wel – hij kookt zelfs heel lekker – maar als hij om half 7 uit zijn werk komt, is het voor hem prettiger als er gewoon al eten is.

Dáár maakte ik me dus druk om en daar is natuurlijk heel makkelijk iets aan te doen. Ik maakte een mega pan soep, een ovenschotel, een pastasaus, rode kool met appeltjes en een nasi. Verdeeld over porties en zo de vriezer ingeschoven, dan is er in ieder geval weer iets achter de hand voor ‘als’. Ik draafde wel wat door want bij thuiskomst uit zijn werk trof M. een volledig doorgedraaide vrouw aan in een keuken met allemaal gevulde bakken die stonden uit te dampen. Maar hé, de vriezer is nu vol en het doel is bereikt.

Een ander deel van het druk maken was een kwestie van afspraken veranderen. Eerste Kerstdag zou ik uitgebreid gaan koken voor ons en mijn moeder. Nu gaan we naar haar toe. Dat geeft mij ruimte in mijn hoofd, niet meer dagen vooraf gaan bedenken wat ik wanneer wil gaan voorbereiden – wat ik overigens als voormalige kok heel leuk vind mensen – maar gewoon rust hebben en op de dag zelf naar mijn moeder gaan. Voor hetzelfde geld is de ingreep pas in januari maar zo handelen geeft me nu rust. Mijn brein kan maar een paar dingen tegelijk aan en ik maak zo ruimte.

Om nog meer ruimte te krijgen heb ik braaf het mediteren opgepakt, mooie muziek geluisterd, lekker gelezen en een paar leuke detectives gekeken en dat hielp wonderwel. Ook lukte het wandelen afgelopen week weer, ik liep vier keer mijn vaste rondje. Dat voelt goed! Nu ik vaker buiten ben, klaart mijn humeur ook meteen weer op.

Staat bij jou de kerstboom al?

Ik zie ik zie wat jij niet ziet

‘Of ik buiten het bultje nog andere gezondheidsklachten heb’, vraagt ze. We zitten in het ziekenhuis op poli 3 en voor me zit de arts-in-opleiding van de co-chirurg-in-opleiding van de echte chirurg die ook waarschijnlijk ergens rondloopt maar zich nu niet laat zien. Een klein kamertje zonder daglicht met een computer, twee stoelen, ik en de hoogblonde, vrolijke dame die mijn intake doet en zich goed moet informeren over mijn mooie blauwe, mysterieuze bult zodat ze straks verslag kan doen bij de co-dokter-chirurg-in-opleiding-of-zo-iemand.

Ik ben lactose-intolerant vertel ik en ook gevoelig voor gluten maar zonder een  officiële coeliakie-diagnose. Vlijtig tikt ze deze gegevens in. Nu vat ik moed. Ik heb bovendien ME, sinds 2008. Nu stopt ze met tikken. ME? Ja, ME. Het tikken gaat beduidend langzamer. ‘Maar buiten dat ben je gezond’? vraagt ze.

Tja, buiten dat ben ik gezond. Mijn lijf denkt door met haar te praten dat het aan het sporten is en ik weet dat ik straks overal spierpijn zal hebben. Mijn brein is zó overprikkeld door het onverwachte ziekenhuisbezoek, dat ik niet verwacht te kunnen slapen vannacht. Mijn hormoonstelsel is al jaren zo in de war dat het altijd een verrassing is wanneer ik ongesteld word. Door de recente opleving van de ME-klachten is mijn taalgebruik weer hilarisch en we lachen elke dag hard om alle rare woorden en versprekingen die uit mijn mond rollen. Mijn dagindeling is die van een hoogbejaarde omdat ik meer niet verdraag. Mijn zenuwstelsel is zo permanent overprikkeld dat ik nog uren na het ziekenhuisbezoek haar stem in mijn hoofd hoor. De hal van prikkelverwerking is vol en het doorverwijzen naar de juiste vakjes belangrijk – weggooien – later gebruiken – weet nog niet – is volledig gestagneerd. Ik zit al 7 jaar thuis en heb het hele medische circuit doorlopen én bovendien alle kwakzalvers geraadpleegd in de hoop op verbetering. Die verbetering is gekomen, door deze millimeter voor millimeter te bevechten. Maar hoe kan ik dat uitleggen in 2 zinnen aan iemand die twijfelt of de ME de moeite van het noteren is in mijn dossier?

Ik denk dat het aan de ME ligt. Klinkt ook helemaal niet goed, vinden jullie ook niet? En CVS klinkt al nét zo stom en niet tot de verbeelding sprekend. Mensen reageren gewoon niet want het zegt ze niets. Toen ik onlangs een testje deed en aan de postbezorger (ja mensen de postbezorger, ik heb een heel leuk contact met die man) vertelde dat ik een neurologische aandoening heb met allerlei fysieke klachten tot gevolg (en daar is geen woord van gelogen) ontving ik een zeer meelevende reactie, iets wat bijna nooit gebeurt als ik het woord ME gebruik.

‘Buiten dat ben ik inderdaad gezond’, zeg ik tegen de blonde dame. Dat klopt natuurlijk ook. Buiten dat ben ik gezond, een waarheid als een koe, ook geen woord van gelogen.

De lappenmand en wat erin zit: wij

We zitten allemaal een beetje in de lappenmand deze week. En met allemaal bedoel ik echt allemaal, zelfs een van de katten – Gerrie – was niet lekker en had gekotst op het vloerkleed en ligt nu – terwijl ik dit schrijf – zielig en in onmacht o nee, weer helemaal tevreden boven op ons bed. Misselijk en binnen zitten is nog altijd beter dan misselijk en buiten zitten, denkt deze exzwerver volgens mij.

M. had last van migraine en lag twee dagen plat. Helaas een regelmatig terugkerend iets waar hij geen grip op krijgt. Het is een tijd heel goed gegaan, maar het laatste half jaar gaat het pet.

Dan S.: die had al een paar weken last van zijn knie en lies. Dat kwam opzetten tijdens een judotraining en ging niet over. Best onhandig voor een kind dat 5 keer per week sport. Om het te laten helen, trainde hij een tijdje niet. Dat hielp iets maar niet voldoende. Dan maar naar de fysio. Die constateerde dat zijn voeten te plat staan, dat hij scheef is bij zijn heupen en dat er een spier geïrriteerd is geraakt in de lies. Die irritatie kan komen door het scheef staan, andere spieren gaan dat immers proberen te compenseren en dat vormt een risico, zeker als je zoveel sport als S.. Hij kreeg oefeningen mee, er werd wat gestretcht en er werd tape aangebracht op de geïrriteerde plek. De voeten dienen te worden  ‘opgevuld’ met zooltjes. Volgende week terugkomen en vooral rust blijven houden.

Tot slot dan uw gastvrouw: toen ik laatst onder de douche stond, viel me een plek op aan de binnenkant van mijn pols. Je kunt bij mij daar de aderen heel erg goed zien, ze liggen als het ware op de pols, meteen onder de huid. Met altijd een klein bultje op één plek. Dat bultje is altijd zacht en zit er al jaren, ik weet niet beter. Maar nu was de bult twee keer zo groot, keihard en als ik er op drukte deed het behoorlijk pijn. Ik probeerde het weg te masseren onder de warme douchestraal en dat hielp, 5 minuten, daarna was de plek weer terug.

Bovendien straalde de pijn uit naar de hele binnenkant van mijn arm. Nu heb ik daar eigenlijk al weken last van. Eerst dacht ik dat het door het breien kwam en was daar weer mee gestopt. Maar daar werd het niet minder van. De fysio voelde wel van alles vastzitten aan die kant op mijn rug, dus ik dacht eerlijk gezegd dat er gewoon iets klem zat, wat die pijn veroorzaakte. Maar misschien had dat bultje er wat mee te maken?

Naar de huisarts dus, werd ik niet heel veel wijzer van. Bultje staat op zich los van de aderen en lijkt onschuldig te zijn want geeft mee. Maar wel vreemd dat het op zijn tijd groter wordt en pijnlijk aanvoelt. Wegsnijden durft hij niet zelf want het zit te veel in de buurt van de slagader, dus moet dat eventueel in een ziekenhuis gebeuren. ‘Denk daar maar even over na, of je dit wilt, het kan volgens mij geen kwaad maar het zou wel fijn zijn als je weet wat het is, tot ziens maar weer’ en toen stond ik weer buiten en wist ik nog niets.

Op zijn eerdere vraag hoe het met me ging, hield ik het maar zo kort mogelijk. De huisarts heeft me een keer goed duidelijk gemaakt dat hij vond dat de depressie van me afdroop in de beginjaren dat ik ME had. Dat was waarschijnlijk ook wel, maar hij komt daar elke keer weer op terug. Dat het zo fijn is ‘dat ik nu een heel andere uitstraling heb’ (lees: niet huil van onmacht en woede omdat ik mijn leven terug wil). Met andere woorden: enige ruimte om eens een keer eerlijk te zeggen dat ik me niet zo denderend voel, is er niet meer. Of die ruimte neem ik niet meer, uit angst dat hij me een zeur vindt. Want stel je voor dat je als patiënt eens eerlijk zegt dat het kut gaat. Of dat het niet gezellig is, want dat moet het natuurlijk wel blijven hè, als ik op het spreekuur langskom 😉

Op zich baal ik wel. Ik voel me gewoon echt niet goed dit najaar. Elke week weer zeg ik opgewekt ( en hoopvol) tegen M. dat ik volgens mij het ergste gehad heb en dan moet ik toch telkens weer constateren dat er geen energie is om even een loopje te doen. Inmiddels komen de muren echt op me af hier want eigenlijk zit ik al sinds begin oktober binnen niets te doen, buiten af en toe een boodschap. Ik begin de goede moed een beetje te verliezen en krijg nu stiekem spijt van de keren dat ik bewust over mijn grenzen ging. Dat was drie keer sinds eind september en in ruil daarvoor ligt alles op zijn gat.  Het lukt me maar niet om weer op een basisniveau van bewegen te komen.En dat verergert zichzelf alleen maar. Toen ik laatst even een boodschap ging doen, ging de accu van mijn fiets onverwacht uit en moest ik op eigen kracht verder gaan. En dat is gewoon meer dan ik aankan. Dat duurt dan echt weer dagen voordat ik daarvan bijtrek. Soms ben ik het gewoon zo verschrikkelijk zat, dit gezeik op de vierkante millimeter! Ik sta op, ik kleed me aan, ik verzamel energie om te koken en ik ga na het eten in bed liggen. Meer is er niet op dit moment, het bezoek aan de fysio is een hoogtepunt in de week.

Bah, wat een somber gedoe. Sorry daarvoor maar soms zie zelfs ik – ik heb mezelf immers gehersenspoeld tot optimist en levensgenieter – het niet meer zitten. Ik ben moe, ik heb pijn en ik ben het zat. En dat bultje is dan – hoe klein en onbeduidend ook –  net de spreekwoordelijke druppel. Ik houd me heel vaak groot, ik houd me zó groot dat ik struikel over een bultje van 1 cm in de rondte.

Jullie merken het, ik heb een heel zwaar leven en voel me verschrikkelijk zielig. Wat dan helpt? Nou dit liedje: