Super tip voor snotkoppen

Onder de vele tips die ik per mail en op het blog ontving naar aanleiding van de voorhoofdsholte- en bijholteontsteking was ook de tip van Hannie die schreef:

Probeer de Rhino horn, wij kunnen niet meer zonder bij bijholte klachten. Eenvoudig te gebruiken en een heerlijk opgefrist gevoel na gebruik .

Ik legde de tip eerst naast me neer. Ik had al neusspray ingeslagen, zinkzuurtableten, cinuforce, andere neusspray, was aan het stomen, toen weer andere neusspray via de huisarts….

Spoelen leek me ook niet echt fijn aangezien ik koortsuitslag in mijn neus had. Toen die verdween, ging ik spoelen met lauw zout water. Gewoon wat zout in water oplossen, neus erin stoppen en snuiven maar. Zo doe ik dat al jaren. Maar dat is elke keer weer een licht traumatische ervaring want echt vervelend omdat het water inclusief losgekomen snot en slijm dan in de keel terecht komt maar het toch niet heel effectief lijkt te zijn. Dus ging ik toch eens kijken naar die Rhino Horn die Hannie aanraadde.

Een Rhino Horn is een neusdouche. Je hebt ze in verschillende soorten. Op internet kwam ik neusdouches tegen als knijpflacon en ook elektrisch. De douche van het merk Rhino Horn ziet er uit als een mini theepotje. Het principe is dat je het vult met water op 37 graden, daar zout aan toevoegt (zonder jodium), even roeren en dan kun je aan de slag. Je buigt voorover, zet de tuit in het ene neusgat, je buigt je hoofd zijwaarts en je giet het water erin via het bovenste neusgat. Dat water loopt zo door alle holten in het hoofd en dan via het andere neusgat komt het er uit, terwijl je ademt met open mond. Het water komt niet in de keel terecht.

Je kunt gewoon kraanwater gebruiken als dat van goede kwaliteit is of het even laten koken en dan laten afkoelen. In plaats van zelf zout toevoegen kun je ook speciaal nasaal zout bij de apotheek kopen en dat toevoegen.

KNO-arsten raadden een neusdouche – of een netipot zoals het ook wel wordt genoemd – aan na operaties aan de neus, omdat het een geweldige manier is om bloedpropjes en korsten los te weken en alles schoon te houden. Daarnaast is het goed bij verkoudheid, bij allergieën en bij voorhoofdsholte- en bijholteontstekingen. Het zout  schijnt de natuurlijke balans in de neus en holten te herstellen. Regelmatig spoelen ook als je niet verkouden bent, kan juist verkoudheden voorkomen.

Aldus wat ik vond op internet. Nu de praktijk. Ik bestelde de neusdouche en ging aan de slag. Allereerst viel het me op dat het niet vervelend is om te doen. Het lijkt in de verste verte niet op het zout water snuiven. Meteen na het spoelen voelde ik me al iets beter, gewoon omdat ik meer lucht kreeg en de druk in mijn hoofd minder werd. De eerste week spoelde ik drie keer per dag. Wel voelde ik me nog flink beroerd. Na een week kwam eigenlijk pas alles goed los! Nu spoel ik nog één keer per dag. Ik ben er nog niet, voel nog steeds wat druk op mijn oren maar ik ben duidelijk aan het herstellen van de ontsteking.

Ik vind dit een zeer prettige manier om de boel schoon te houden en het zorgt voor een snelle verlichting bij een verstopte neus. Die houd ik er dus in! Ik kocht dus de Rhino Horn  en er werd een heel handig maatlepeltje voor het zout bijgeleverd. Ook is deze makkelijk schoon te houden, het kan gewoon in de vaatwasser. Maar er zijn veel verschillende neusdouches te koop, Google er maar eens op. Ik betaalde €11,95.

Vooruitgang

Gisteren vierden we een jubileum: het was precies vier jaar geleden dat Dibbes officieel door ons werd geadopteerd. In die vier jaar heeft hij een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Van een angstige en getraumatiseerde zieke kat werd hij een vrolijke flapuit die intens geniet van zijn leventje. Hij vertrouwt tegenwoordig vrij makkelijk ‘nieuw volk’ en slooft zich erg uit om te laten zien hoe grappig hij is. Hij heeft meer zelfvertrouwen gekregen en wordt daarmee ook wat minder onhebbelijk en jaloers naar de andere katten toe,  al is de beste plek wel nog steeds tegen mijn buik aan in de nacht. Maar ligt daar een keer een andere kat, dan accepteert hij dat en gaat rustig wachten tot de plek vrij komt in plaats van bovenop de ander te gaan liggen met een kop van o pardon, jij ook hier, o nu sta je op, daahaag, opgeruimd staat netjes‘ (of een mep, dat gebeurde ook vaak).

Soms heeft Dibbes nog wel eens een kleine terugval. Door een geluid of een beweging kan hij ineens soms terugvallen op oud gedrag. En als hij naar de dierenarts moet. Veel lezers weten dat ik dat onderdeel al maanden aan het trainen ben. Ik vind het belangrijk hem eens per jaar te laten controleren door een dierenarts. Een kat met zijn verleden heeft gewoon snel klachten, hij heeft bijvoorbeeld een heel slecht gebit. Ook heeft hij een fikse hartruis. Dat heeft niets met zijn verleden te maken maar moet wel in de gaten gehouden worden.

Hem in de mand krijgen was in het verleden een drama en de autorit naar de dierenarts een hel. En dan overdrijf ik niet. Sinds het voorjaar ben ik hem daarom aan het trainen. Van een lieve bloglezer kreeg ik in maart een vervoersmand met het deksel aan de bovenkant en sindsdien train ik hem. Waar staan we nu na 7 maanden trainen?

Hij springt op commando in de mand en ik kan het deksel dicht doen. Daarna loop ik een rondje door de kamer met hem in de mand. Sinds een week kan ik dan ook door lopen naar de gang en de buitendeur opendoen.

Dat was het. Voor jullie misschien niet heel bijzonder maar het is toch wel een echt wonder. Het leukste is nog wel dat Dibbes er van geniet. HIj voelt dat hij iets bijzonders doet. We moedigen hem dan ook enorm aan. Hij krijgt ook lekkers voor zijn prestatie en tijdens het trainen geef ik hem bij elke stap ook een snoepje door de kieren van het deksel heen.

Er zijn nog heel veel stappen te trainen:

  • naar buiten lopen
  • in de auto gaan zitten
  • in de auto zitten en de motor starten
  • in de auto zitten en een paar meter rijden
  • in de auto zitten en een langere rit maken
  • in de auto zitten en naar de dierenarts gaan

Ik ben dus zeker nog een paar maanden bezig. Ik red het dus niet op tijd want de vaccinatieoproep is al binnen. Maar dat geeft niet, dat kan best even wachten, ik ga nu door tot Dibbes zover is. Ik ben in ieder geval heel trots op hem dat we nu al zover zijn gekomen!

 

Eénvandaag over ME/CVS

Hoewel er wel wat schort aan de informatie erom heen, ben ik blij dat éénvandaag vanavond aandacht heeft besteed aan ME/CVS en de controverse die er is rond de behandeling ervan.

Jaren lang werden veel ME patiënten gedwongen gedragstherapie en bewegingstherapie te ondergaan terwijl dit juist een averechts effect heeft bij ME patiënten en in veel gevallen tot een ernstige terugslag heeft geleid. Ik ben niet tegen gedragstherapie en ook niet tegen bewegen, alleen het is geen oplossing voor een neurologische aandoening als ME.

We denken ons niet ziek en we lossen het ziekzijn helaas ook niet op met een bewegingschema dat uitgaat van een standaard opbouw. Was het maar zo simpel.

Nu dan eindelijk doordringt dat dit niet werkt, hoop ik zo dat er eindelijk meer geld beschikbaar komt om te onderzoeken wat nu wel de oorzaak is en belangrijker, wat de oplossing is.

Voor wie het interessant vindt, dit is de link naar de uitzending met het item over ME:

https://eenvandaag.avrotros.nl/item/grote-controverse-over-behandeling-chronische-vermoeidheid/

De grens

Na drie weken ellende door een zware verkoudheid en aansluitend een voorhoofdsholte- en bijholteontsteking, stond ik vanmorgen voor het eerst zonder knallende hoofdpijn op. Wat een verademing. Het is ook nog eens stralend weer; heerlijk herfstig met een zonnetje dat voorzichtig door de ochtendflarden mist heen komt en onderweg naar de huisarts voor de B12-injectie begon het gejubel in mijn brein al. ‘Ik ga dit en dit doen en dan zus en zo en aansluitend een rondje park lopen. Want ik moet weer gaan bouwen‘. Huis op orde, lijf op orde. U kent het wel.

En toen ging het alarm af in mijn hoofd.

Nou denk je misschien, wat is er dan. Het is toch normaal dat je na een paar weken plat liggen gaat opbouwen. Ja, klopt helemaal. Alleen voor mij is dat niet normaal. Als ik doe wat ik wil, lig ik volgende week weer plat maar dan voor maanden.

Dus. Niet Doen! Want? Die valkuil is heel vertrouwd. En daar ben ik al zo vaak in gedonderd.

Jaren geleden ontmoette ik een fysiotherapeut in Amsterdam met veel kennis over ME. Hij vertelde mij dat ik altijd de ondergrens en bovengrens in de gaten moet houden. Zou ik die goed respecteren dan zou ik langzaam de grens kunnen opschuiven. Te veel doen is ziekmakend. Normaal conditie opbouwen of spieren sterker maken volgens een standaard opbouwschema kan niet bij ME. Grenzen forceren betekent grenzen verschuiven, de verkeerde kant op. Dat is de bovengrens.

De ondergrens is zeker net zo belangrijk. Te weinig doen, doet ook de grens de verkeerde kant opschuiven. Want op dat gebied werkt mijn lijf net als elk ander lijf: iedereen die eens een paar weken plat gaat liggen, staat daarna te zwaaien op zijn benen. Alles verslapt, van spieren tot uithoudingsvermogen.

Dus is het altijd zoeken naar wat ik kan doen. Niet te veel, niet te weinig. Wat mij jaren daarbij dwars heeft gezeten is die bovengrens. Dat de ondergrens opschuift snap ik goed. Nu na drie weken plat liggen, kan ik niet zo heel veel meer. Maar die bovengrens begrijp ik niet goed. Mijn brein snapt gewoon niet goed dat na een ziekbed mijn bovengrens is opgeschoven de verkeerde kant op. Wat ik daarvoor wel kon, kan nu niet meer. Rationeel weet ik dat wel, maar emotioneel begrijp ik dat bijna niet. Omdat de wil om weer snel op een acceptabel niveau te komen heel groot is.

Dus ging ik in het verleden altijd de mist in. Na een virus had ik altijd grootste plannen. Ging ik toch zo snel als mogelijk een rondje park doen en dan na twee dagen weer en een week later lag ik weer in bed. (een rondje park doen is 8 minuten lopen in traag tempo, even voor de beeldvorming dat jullie niet denken dat ik al skeelerend een route van 5 km doe).

De bovengrens ligt daar waar ik net nog iets kan doen zonder in te storten. Lig ik in de namiddag jankend van uitputting op bed, dan ben ik die grens waarschijnlijk in de ochtend ergens al tegengekomen en heb ik die vakkundig genegeerd. Red ik het avondeten en kan ik de mannen erna nog helpen met afruimen, afwassen en bakjes fruit maken voor de toet en zit ik daarna klaar voor een potje Netflix? Dan ben ik de bovengrens niet gepasseerd die dag.

Natuurlijk is het zo dat je niet weet waar de grens ligt als je hem nooit opzoekt. Maar ik kan dat wel redelijk aanvoelen tegenwoordig. Dus accepteer ik mijn nieuwe bovengrens, zeg ik nu heel verstandig en publiekelijk. Ik hoef nu niet meer de hele dag plat te liggen maar gewoon rechtop zitten is óók al heel wat. Dat en dan tussen de middag een paar uur plat is mijn eerste doel. Het tweede doel is om weer gewoon alle dagen te kunnen douchen en koken. Lijkt me heerlijk. Tussendoor af en toe dat ook nog mijn hoofd in de zon houden als die schijnt. Moet ik toch een eind kunnen komen.

Wat ik heel graag, echt héél graag wil, is half november mee gaan met de mannen naar de Schouwburg. We hebben kaartjes voor Frederique Spigt. Een activiteit in de avond is voor mij al een grote uitdaging als ik een goede periode heb. In een goede periode gaan betekent ook rekening houden met een flinke tijd erna dat ik moet herstellen. Zoals ik nu ben, kan ik niet gaan. Echt geen sprake van. Maar ik wil zo graag.

Ik heb nog 5 weken. 5 weken om het willen en moeten zoveel mogelijk los te laten, mijn bovengrens te respecteren en het op me af te laten komen zonder dat mijn eigen gedrag (mijn doorzettingsvermogen en neiging om ‘even door te bijten’) me in de weg gaat zitten.

De grens heel erg in de gaten houden om naar een voorstelling te gaan die The Road heet. Dat moet toch lukken! Duimen jullie voor me?

 

 

Zaterdag

Weinig te melden hier. Alles zit nog vast in mijn hoofd en ik voel me daarom niet oké. Het is inmiddels een fikse voorhoofdsholte- en bijholteonsteking. Ik heb neusspray, spoel mijn neus met zout water, slik pijnstillers en lig veel plat. Verder valt er niet veel aan te doen dan gewoon de rit uitzitten.

Ik moest er gisteren wel even uit omdat Moos naar de dierenarts moest voor een ingreep. Er is een kies getrokken. Ik vond het best spannend dat hij onder narcose ging, hij is immers niet meer de jongste. Gelukkig ging alles prima. Hij had ze bovendien helemaal ingepakt bij de dierenarts, ging al kletsend onder narcose en zodra hij weer bij was begon hij meteen weer te miauwen. Dus toen we hem haalden had hij er wat fans bij.

Eenmaal thuis wenste hij onmiddellijk een gevulde bak wegens een té lege buik maar hij moest helaas een paar uur wachten op aanraden van de arts. Die paar uur heeft hij doorgebracht naast zijn etensbak, zodat hij zeker wist dat er geen tijd verloren zou gaan tussen het vullen van de bak en de start van zijn diner.
Helaas ontdekte hij toen het eindelijk zover was dat het eten  bestond uit wat theelepeltjes met een armzalig beetje nat voer. Het bewijs dat dit nodig was bestond uit een ferme kotspartij maar toch werd dit voorzichtige voeren me niet in dank afgenomen.

Vanmorgen bleek dat de ellende nog niet over was want hij mag nog niet naar buiten. Hij moet een paar dagen binnenblijven. Het is toch een open wond en wie weet wat hij buiten oploopt. Hij krijgt ook nog een week antibiotica om infecties tegen te gaan en dat is geen succes. We hebben gisteren met zijn twee-en het arme beest in de houdgreep genomen en geprobeerd drie pillen naar binnen te werken. Afijn, drie pillen later was de relatie tussen mens en kat grondig verstoord, liep het zweet zo mijn bilnaad in en werd ik door kind op een pil gewezen die op de vloer lag, waarschijnlijk slinks uitgespuwd door een razende Moos. Die derde pil hebben we door het eten geprakt en dat is redelijk naar binnen gewerkt.

Wie toch bedenkt dat een kat na een ingreep aan zijn mond drie pillen per dag moet slikken die vies zijn en waarbij je hem pijn doet, want om de bek open te krijgen moet je druk op de kaken uitoefenen! Ik heb al jaren katten en weet goed hoe ik pillen moet toedienen maar bij Moos is dat nooit een succes. Hij klemt zijn kaken echt hermetisch op elkaar. Hij gaat ook meestal rechtop staan op zijn achterpoten met zijn voorpoten helemaal de lucht in. Daar was hij gisteravond te zwak voor maar desondanks lukte het dus niet alle pillen te geven. Ik verheug me nu al op vanavond, als we weer een poging mogen wagen 😦

De pijnstilling ging er beter in vanmorgen, dat is een vloeistof die we in zijn bek spuiten.  Maar als de antibiotica niet lukt moeten we terug naar de dierenarts voor een dagelijkse injectie.

Gerrie reageerde nogal panisch op het feit dat we Moos weg brachten en terugkwamen zonder kat. Hij verschanste zich bovenaan de trap, zeer verontrust. Je zag hem denken: dat klopt niet hoor, je gaat weg met een kat en komt terug zonder kat, denk je dat ik niet kan tellen! Die was dus de rest van de dag geagiteerd en op zijn hoede.

 

Dibbes daarentegen….:-)
Opgeruimd staat netjes! Een kat minder is meer tijd voor Dibbes! Je hoorde het hem denken.  Al moet ik zeggen dat hij in de avond heel voorzichtig en lief tegen Moos deed. Sowieso, Moos lag op bed en alle katten lagen om hem heen, half tegen hem aan. Ze zorgen toch wel voor elkaar.

 

Nou dit was weer de wekelijkse kattenspam. Fijn weekend allemaal!

 

Is mijn leven een hel?

Gisteren stuitte ik op een artikel geschreven door het kind van een moeder met ME.  Het had als opwekkende kop ‘Het leven met chronisch vermoeidheidssyndroom is een hel’. Een goed geschreven stuk waarbij de auteur treffend onder woorden weet te brengen wat de impact is van ME op het leven van haar moeder (en op haar eigen leven) en waarbij ze pleit voor meer begrip en inlevingsvermogen voor ME-patiënten zonder er een mening over te hebben die gebaseerd is op oppervlakkigheden in de media. “Terwijl we dus wachten tot het moment dat het medische establishment wat peper in z’n reet steekt, is het voor ons zaak ME te erkennen als de kutziekte die het is. De volgende keer dat iemand erover begint, zou het fijn zijn als je niet voor je uit staart en zegt dat het tussen de oren zit omdat je dat een keer in de Spits hebt gelezen”.

Eerder deze week plaatste de Volkskrant een artikel van voormalig huisarts en ME-patiënt Mark Vink die zijn verhaal vertelt: Als je CVS hebt is naar de WC gaan al een marathon. Ondanks het feit dat hij continu plat ligt in een verduisterde kamer doet hij zijn stinkende best om mensen ervan te overtuigen dat ME geen psychische aandoening is maar een verstoring van het immuunsysteem en zenuwstelsel. Hij publiceert regelmatig artikelen in wetenschappelijke tijdschriften.

Zelf schrijf ik natuurlijk ook al jaren over ME en vooral over leven met ME. Ik vind het bemoedigend dat er eindelijk meer aandacht voor de aandoening komt én dat heel langzaam het beeld kantelt. Ook onderzoekers laten het beeld los dat ME-patiënten gebaat zijn bij gedragstherapie als oplossing en erkennen dat het een invaliderende biomedische aandoening is.  Het is prettig dat steeds meer mensen beseffen dat ME meer is dan wat moe zijn en dat het een systeemaandoening is. Naar mijn mening is ME het gevolg van een geëscaleerd zenuwstelsel en gaat er iets grondig mis in de communicatie tussen lichaam en brein. Normaal reageren op prikkels lukt niet meer. Het brein en het lichaam slaan voortdurend op hol. Onderzoek is daar ook steeds meer op gericht.

Dat extreme reageren zie ik nu ook weer goed nu ik sinds twee weken een zware verkoudheid heb met een voorhoofsholte- en bijholteontsteking. Niets doet het meer normaal en ik heb dagen plat gelegen. Is de verkoudheid over dan weet ik dat het weer maanden duurt voordat ik weer op het niveau zit van daarvoor. Tenminste, als ik goed op pas en grenzen niet overschrijd. Doe ik dat wel, dan kan ik weer verder weg zakken. Natuurlijk is iedereen wat bibberig na 2 weken platliggen. Maar het verschil is dat anderen hun dagelijkse leven weer langzaam kunnen oppakken en hun conditie binnen een paar weken redelijk op peil hebben en ik altijd maar moet hopen dat ik ooit weer op mijn oude niveau kom of dat ik helaas weer zo ben weggezakt dat ik een slecht jaar tegemoet ga.

ME hebben is balanceren op een slap koord en de spelregels wisselen per dag. Wat gisteren kon, kan vandaag niet of juist andersom. Het is een uitdaging om niet continu te focussen op wat lukt of niet lukt want het goed grenzen aanvoelen is juist zo belangrijk. Toch zal ik nooit zeggen dat mijn leven een hel is. Al lieg ik als ik zeg dat ik altijd vrolijk ben. Ik heb me zeker in de beginperiode regelmatig zeer depressief gevoeld. En ook nu nog ken ik momenten van wanhoop en verdriet.

Die momenten hangen eigenlijk altijd samen met de gevolgen van ME. Niet het ongemak, de pijn of het vele platliggen maken me soms wanhopig. Maar het afgesneden zijn van het normale leven (wat dat ook mag zijn). Ik ben de vrouw die altijd haar gezin uitzwaait: daahaag, veel plezier, fijne avond/middag etc. Die bijna elke leuke feestelijke of belangrijke gelegenheid moet missen in het leven van kind of familie. Die meestal moet zeggen: bedankt voor de uitnodiging maar vandaag lukt het niet.  Dat wordt niet altijd begrepen. Natuurlijk raakt me dat diep. Ik heb regelmatig hikkend van ellende tegen M. gezegd dat ik zo bang dat dat S. later geen enkele herinnering aan mij heeft, buiten het beeld van die vrouw op de bank.

Maar toch. Ik ben ook de vrouw die mensen aan het lachen weet te maken. Ik heb veel zelfspot en humor. Ik heb engelengeduld en wist daardoor het vertrouwen van zielige zwerfkatten te winnen zodat ze nu een riant bestaan hebben. Ik kan nog steeds een lekker potje koken, ook al is het in etappes. Doordat ik alle tijd van de wereld heb, kan ik eindeloos lang doen over het schrijven van een stuk en daarmee tóch de buitenwereld bereiken. Soms weet ik mensen ook echt te raken met mijn woorden. Dat geeft een enorm bevredigend gevoel.

Een mens is meer dan zijn ziekte alleen. Ik ben niet meer dezelfde vrouw. Gelukkig. Ik heb me weten te ontwikkelen de afgelopen 10 jaar op een meer uitdagende en heftige manier dan ik had voorzien. Zelf zou ik nooit hebben gekozen voor mijn leven. Bij het uitdelen van een aandoening als ME moet je maar snel achter in de rij gaan staan, hopen dat je overgeslagen wordt.

Maar zo werkt het niet natuurlijk. Inmiddels zie ik na tien jaar ziek zijn dat het ziek worden een samenloop van omstandigheden is geweest. Is het dan mijn eigen schuld? Nee, natuurlijk niet. Niet iedereen met dezelfde soort genen en karaktereigenschappen ontwikkelt ME. En dan nog uit het zich bij iedereen anders. Maar ik heb wel delen van mezelf kunnen ontwikkelen om hiermee om te gaan. Ik voel me tegenwoordig vaak rijk. Rijk in de zin van blij. Ik voel wat er tóch allemaal kan, ook al bestaat de dag meestal uit douchen, koken en een was erin gooien als we het hebben over zinnige activiteiten.

Het helpt enorm dat ik niet kijk naar wat ik kwijt ben geraakt maar wat ik won de afgelopen jaren aan zinvolle contacten met mensen (en katten). Dat ik zie wat ik kan doen (lezen, schrijven, genieten van man en kind). Ik heb geleerd mijn energiecentrale beter te managen. Ik kan meer doen met de energie die er is omdat ik bijna geen energie meer verspil. Ik ben de schaamte voorbij en realistisch in wat kan en waar ik mijn energie in stop. Dat betekent dat ik de dingen die ik doe, vaak ook echt leuk vind om te doen. Die paar dingen die ik doe die ik minder leuk vind (bijvoorbeeld huishoudelijke taken) vind ik niet erg om te doen omdat het feit dát ik ze doe betekent dat ik meer zelfredzaam ben dan een tijd geleden.

Het leven als een hel beschouwen, is kijken naar het leven en het idee hebben dat je geen enkele controle kunt uitoefenen. Dat is op mij gelukkig niet van toepassing. Niet omdat er geen beperkingen zijn of omdat ik geen verlangens meer heb maar vooral omdat ik minder benoem wat niet lukt. Ik zie dat boosheid me gewoon minder ver brengt dan blij zijn.

Mijn vader had longemfyseem. Hoe hij omging met zijn aandoening was zó nuchter. Hij zocht altijd naar de ruimte die er was. Ben je nooit boos? vroeg ik hem wel eens. Daar heb ik geen lucht voor was het nuchtere antwoord dan. Dat dit antwoord voor mij zo’n wijze les zou worden, had ik toen niet kunnen vermoeden. Maar ik hoop dat ik een dochter ben die op haar vader lijkt.

Tips gevraagd, Wie heeft ervaring met brandwonden?

Zoals ik gisteren vertelde mocht het verband van mijn arm af en hoef ik niet meer te smeren met zalf met antibiotica. Lekker laten genezen in de open lucht was het advies. Dát is wel even iets want tering, het doet nu echt pijn! Vannacht heb ik het wel weer afgedekt met een wondpleister omdat het geschuif in bed echt niet fijn was. Helaas ging de wond weer open toen ik de pleister eraf trok vanmorgen dus was dat misschien toch geen goed plan.

En nu? Heeft er iemand tips hoe ik voorkom dat het een groot litteken wordt? Dat ben ik vergeten te vragen aan de huisarts. Toen ik jaren geleden in de keuken werkte gebruikte ik aloe vera, maar dat waren over het algemeen iets kleinere brandwonden.Lot schreef dat ze ervaring heeft met brandwonden en Tineke ook? Wat smeerden jullie erop na die eerste periode? Iemand anders een goede tip? Even ter indicatie, het is niet heel groot, het is een tweedegraads brandwond maar het zit op een klote plek op mijn onderarm. Voor de nieuwsgierigen de foto hiernaast. (Oogjes dicht als je daarvan gruwt 😉 )

Fijn weekend allemaal!

 

 

Over snot en slijm

Vanmorgen was ik even bij de huisarts voor de B12 injectie en heeft de assistente meteen even gekeken naar de brandwond op mijn arm. Dat herstelt goed. Ik hoef niet meer te smeren met zalf of het te bedekken met verband. Dat voelt wel wat vreemd en kwetsbaar. De nieuwe huid is knalrood en overgevoelig en stoten gebeurt snel. Dus flink uitkijken maar. Ik heb wel veel geluk gehad dat het zo goed geneest en dat ik relatief weinig pijn heb gehad.

Wat minder lekker loopt is de rest. Ik ben nog steeds flink beroerd van de verkoudheid en er is inmiddels een voorhoofdsholteontsteking bijgekomen. Daar ben ik goed ziek van maar er valt verder weinig aan te doen. Ik heb al neusspray, ik stoom twee keer per dag en verder is het maar uitliggen/zitten. Snuiven met zout water wat ik meestal doe in zo’n geval, lukt nu niet aangezien ik een enorme koortsuitslag in beide neusgaten heb.

Nou ja, de plank met te lezen boeken is gelukkig gevuld, het bed is warm en de rest waait wel weer over.

Collecte

Toen ik een paar jaar geleden over iets meer energie beschikte, heb ik mij aangemeld als collectant voor de Dierenbescherming. Drie jaar achter elkaar heb ik geld opgehaald. Dat deed ik met veel plezier. Alleen kostte het mij heel veel hersteltijd. De laatste keer dat ik liep zat ik bovendien in een slechte periode maar je kunt natuurlijk niet zomaar afzeggen. Dus liep ik met mijn tong op mijn knieën en dat was gewoon echt te veel.  Met veel spijt heb ik mij daarna afgemeld als collectant.

Ik ben dol op dieren. In alle soorten en maten. Ik gruw eigenlijk alleen van insecten. Ik probeer waar ik kan dieren te helpen. Bijvoorbeeld door mijn ex-zwerfkatten een goed leven te bieden. Ik steun diverse organisaties die dieren helpen. Niet alleen de Dierenbescherming, maar ook een kleinschalige organisatie als Villa Vacht, dat verlamde katten een huis biedt. Of World Animal Protection, dat wereldwijd dieren in noodsituaties helpt na rampen zoals recent Orkaan Irma.

Graag zou ik meer willen doen maar de situatie is er niet naar zo met een bankzittend bestaan. Tot ik ontdekte dat ik ook een digitale collectebus kan maken voor de Dierenbescherming. Jullie kunnen daar nu doneren indien je daar lust toe voelt.

Dank namens de dieren.

 

Ongelukje

Al zo lang ik mij kan herinneren ben ik best onhandig. Ik zie niet altijd waar mijn lijf begint of eindigt en dat heeft in het verleden al tot diverse ongelukken geleid met messen, strijkbouten op mijn hoofd, spijkers in mijn kin, takken in mijn been, gaten in mijn hoofd, een wekker in mijn oog en ik denk dat ik zo nog wel even door kan gaan met het opnoemen van een indrukwekkende lijst, maar jullie begrijpen vast wel wat ik bedoel.

Gisteravond had ik als excuus dat ik na een paar dagen griep nogal onvast op de benen stond. De man had gekookt. Zuurkoolstamppot. Voor de mannen met vlees en voor mij een vegetarische variant uit de oven. Omdat ik toch ook iets wilde bijdragen aan het eten, haalde ik de schotel uit de oven. Vraag me niet hoe maar ineens viel ik om, klapte de ovenschaal op het fornuis en parkeer mijn arm er bovenop.

Snel onder de kraan. Maar het eten was ook klaar en de honger groot dus we gingen ook snel eten. Alleen tijdens de maaltijd zag ik dat mijn arm er niet echt jofel uitzag en dat de plek behoorlijk groot was. Geen blaren. De huid is er gewoon in een keer vanaf gekomen na het contact met de hete ovenschaal. Ik vroeg een vriendin die ervaring heeft met brandwonden om raad, maakte een foto en zij vertelde dat ik toch maar even langs de huisartsenpost moest gaan.

M. belde daar vervolgens naar toe om advies te vragen en ik heb mijn arm alsnog een kwartier onder lauw stromend water gehouden. Dat was nog best een gedoe want onze geiser slaat telkens af als het water lauw is. Maar met veel gevloek lukte het toch. Daarna mochten we langskomen bij de huisartsenpost. Dat leek me ook wel slim want ik had echt niets in huis behalve wat kleine pleisters en verband dat minstens tien jaar oud is en bepaald niet meer steriel.

Ik ben altijd bang dat ik me vreselijk aanstel maar het bleek goed te zijn dat we langskwamen. De wond is gecontroleerd en bedekt met een brandwondenzalf met antibiotica en daarna verbonden. Dinsdag moet ik naar mijn eigen huisarts om de wond te laten controleren en opnieuw te verbinden.

In eerste instantie deed het best pijn maar nu bijna niet. Dat is een meevaller. Maar echt fijn is het niet natuurlijk. Ik voelde me al lamlendig door de griep, ik moet ook ongesteld worden (alweer, dat is mijn hobby blijkbaar, lang leve de overgang) en nu OOK NOG DIT.

Zo genoeg zielig geleuter. 😉 Positief is dat ik me, omdat ik toch niets anders kon doen de afgelopen dagen, in 3 dagen door Ken Follets ‘Pilaren van de aarde’ heb gewerkt (toch wel goed voor 1000 pagina’s) en dat ik meteen door kan met ‘Brug naar de hemel’ als ik in de bieb weet te geraken om het voor mij klaar staande exemplaar op te halen.

Ook fijn om te melden is dat de man van de niet te vreten druivenoogst wel heerlijk sap wist te maken, waar we gisteren van genoten. Het waren bij elkaar toch wel twee volle flessen dus we hebben vandaag en morgen ook nog wat. Het is echt lekker! Dus weten we dat voor volgende jaren en zorgen we dat we ook flink wat flessen op voorraad hebben. Nu waren we eigenlijk wat te laat en waren veel druiven niet goed meer.

Geen plannen vandaag anders dan verder uitzieken. Ik moet alleen even naar de apotheek om de neusspray op te halen. De ouderavond op school moet ik helaas aan me voorbij laten gaan, daar baal ik wel een beetje van. Moet de man daar wéér alleen naar toe.

Wat zijn jullie plannen voor vandaag?