Het losse leven

Vorige week schreef ik een stukje over mijn lijstjesmanie en hysterische overprikkelde brein.  Het plan was om geen plan meer te hebben. Hoe staat het daarmee, met het doelloze bestaan?

Nou best redelijk eigenlijk! Ik voel me vrijer en opgelucht. Ik leef meer volgens wat mijn lichaam aangeeft. Geen lijstje maken bij het opstaan (of al klaar te hebben liggen) geeft rust. Ik hoef niet meteen iets van mezelf. Ik merk dat ik vooral in de ochtend veel tijd nodig heb om op te starten. Die tijd had ik eigenlijk altijd al nodig met een lijf dat vooral in de donkere tijd van het jaar iets minder soepel is en wat meer aandacht en rust vraagt. Maar dat negeerde ik meestal. Dus moest ik opstaan, en na het uitzwaaien van man en kind begon mijn dag. Dat betekende dat ik me meteen moest gaan aankleden en dan mediteren/lopen/wat huishouden doen/ en vergeet vooral niet te lezen en dan niet alleen ontspanning maar ook-iets-waar-we-beter/slimmer/gezonder-van-worden-et cetera-bladibla. De helft van de tijd lukte dat natuurlijk niet want ik zit niet thuis wegens zweetvoeten en zo kwam ik meestal nog voor de eerste bak koffie al heftig in de knel. En voelde ik me schuldig omdat het niet liep zoals gepland.

Nu ik niet in de ochtend een plan maak maar gewoon wakker word, merk ik dat ik sommige dagen heel traag ben en op andere dagen sta ik al om half negen in de ochtend een bed te verschonen. Net zoals het uitkomt. Soms loop ik nog heel lang in  pyjama rond en hang ik op de bank met de gordijnen dicht en een dvdtje op, soms duik ik weer mijn bed in en soms kleed ik me gewoon meteen aan en ga ik iets doen. Net zoals ik voel dat het nodig is op dat moment. Zo heb ik vandaag bijvoorbeeld uitgeslapen en ben ik net uit bed, omdat het wat lijf en geest betreft best wel pokkuh is vandaag. Het feit dat ik die ruimte neem (en doorgeef aan de huisgenoten) is een grote vooruitgang.

Curieus genoeg krijg ik nu meer gedaan dan met lijstjes. Er is de afgelopen week in een heel gezapig tempo toch wat geruimd en weggegooid. Ik kom ergens in een ruimte en doe gewoon wat, zoals het in me opkomt, hooguit een minuut of 5. De reden dat ik dit nooit zo deed was dat ik bang was als een kip zonder kop tekeer te gaan als ik eenmaal bezig was, want dat manische zat er echt in bij mij. Maar ik merk nu dat ik toch meer in contact ben met mezelf dan vroeger. Dus doe ik iets en voel ik het ook als het te veel wordt, soms net iets te laat maar dat maakt dan niet uit. Ik heb toch geen plan dus kan er ook niets in de soep lopen.

Dus ga ik zo zonder plan kriskras mijn huis door, lees lekker veel, ga elke dag even naar buiten al is het maar in een tuinstoel zitten met een deken om me heen en houd me bezig met de adoptie en het socialiseren van de nieuwste aanloper. En geniet van wat kan en wat lukt. Ik kan het wel, het losse leven!

Brengt me op het volgende punt. Zo lang als ik ziek thuis ben – zeven jaar komende februari –  ben ik aan het denken over wat ik ga doen als ik niet meer ziek ben. Ik kom regelmatig tot inzichten en handel daar dan naar. Voeding, het wordt iets met voeding! En haal een cursus voedingstherapie in huis. Maar kan het niet opbrengen het te gaan doen, want de mate van gezondheid en concentratie wisselen te sterk. En dan bedenk ik later: ik wil schrijven, ik word schrijfster! En bestel voor de zekerheid alvast maar even het Basisboek Journalistiek en een goed grammaticaboek, want aan dat Nederlands van mij mankeert nog wel wat.

Bij alles wat ik bedenk (budgetcoach, schrijver, eigenaar van een paleo-eettent, bakworkshops geven, workshops geven over goedkoop en glutenvrij koken en bakken, o nee toch schrijven) volg ik steeds dezelfde routine: in mij floept een ideeballonnetje omhoog en van idee ontwikkelt zich dat razendsnel tot iets mega groots dat me verplet waar ik bij sta. Volgens mij wordt het tijd dat ik daar eens mee stop. Dus: kappen nu!

Ik hield mezelf voor dat het denken hierover mijn worst was. Het hield me gemotiveerd en ik had een doel om naar toe te werken. Maar het denken over de toekomst en de onzekerheid over wat ik zou kunnen gaan doen, genereert zó veel onrust in mij. Het wordt tijd dat ik onder ogen zie dat het nog lang niet zo ver is. Dromen mag, concrete plannen maken niet. Niet zo lang ik zoals nu, al sinds eind september, niet eens de energie heb om een wandelingetje van 15 minuten te maken. Laten we wel wezen: ik kook alle dagen, douche drie keer per week, ga twee keer per week naar de fysio, doe twee keer in de week een kleine boodschap in winkels en lig om half 8 in de avond volledig uitgepoept op bed. First things first! Het denken over straks zit me nu in de weg. Ik moet stoppen met altijd maar denken over later, later als ik groot ben, gezond ben en alles het weer doet. Want ik leef nu en verspil door al dat denken over later kostbare energie, die ik nu goed kan gebruiken.

Wat een inzicht toch weer op deze vrijdagochtend! Heb jij nog voornemens om gedrag waar je last van hebt te veranderen?

Van buiten naar binnen

Nee hoor, geen filosofisch stukje – al doet de titel dat vermoeden – maar veel kattengeleuter en een verslaglegging van de zielige zwerfkat die in korte tijd tijd verandert in potentiële theemuts vaste huisgenoot.

Zoek de verschillen….

Eerste ontmoeting met Gerrie in 2013

Hij komt af en toe eten halen

Juli 2014, we gaan serieus werk van elkaar maken
Augustus, Gerrie komt steeds vaker langs
Wat voorwerk doen door naar binnen te gluren, eigenlijk wil hij naar binnen
Voor t eerst binnen eten, heel spannend
Naar binnen komen zonder reden, best eng maar toch doen
Eigen kleedje vlak bij de deur
Iets verder het huis in, ook weer spannend
Naast me op de bank zitten, eng maar toch blijven zitten
Droog, warm, wat wil je nog meer….

Vanaf half augustus zijn we echt ‘werk’ gaan maken van Gerrit. Nu, twee maanden later, woont hij binnen. Ook slaapt hij bij ons op bed sinds deze week. Vier katten op bed lukt net, als we zelf niet al te hoge eisen stellen aan hoe we liggen ;-).

Ik kreeg van de vrouw die Gerrit de afgelopen jaren eten gaf, 3 zakken met kattenbrokken. Hij komt bij haar niet meer langs. Vindt ze zelf heel jammer maar ze gaf al eerder aan dat het er uiteindelijk om gaat deze zwerfkat een huis te geven en waar dat dan is, maakt niet uit. Ze heeft twee jaar geprobeerd hem minder schuw te maken maar dat lukte niet. Waarom bij ons wel? Het is me een raadsel. Hier zijn meer katten en een kind. Misschien omdat ik overdag thuis ben? In ieder geval door de overdracht van de kattenbrokken is het wel nu voor het echie. Gerrit hoort bij ons. Nu mag hij de komende tijd gaan ontspannen en wennen.  En gaan we in het voorjaar maar eens naar de dierenarts voor castratie. Dat heeft nu geen haast, wonderlijk genoeg sproeit hij nergens in huis.

Om het te vieren kocht ik vier bij elkaar passende etensbakjes voor de katten. En gaven we hem een andere naam, want Gerrit vinden we niet mooi. Alleen daar is hij wel aan gewend geraakt. Na veel gedub – van Zoefzoef tot Malouf tot Diedus houden we het op Gerrie. Klink net wat beter – vinden wij dan – maar klinkt voor hem toch vrijwel hetzelfde als waar hij naar luistert. Dus: meet Gerrie!

Ik ga nergens meer heen hoor, dat je het ff weet
Met Dibbes en Gerrie gaat het nu goed samen. Dibbes heeft wel wat extra aandacht nodig en die geven we hem. Dat Gerrie van de week op bed sprong en naar me toe huppelde om me kopjes te geven leverde wel een fikse dreun op van Dibbes die tegen mijn buik aanlag en die toch echt vond dat er een grens werd gepasseerd die nog lang niet aan de orde is. Op bed liggen aan het voeteneind is oké maar we moeten natuurlijk niet gaan overdrijven hè! Buiten dat gaat het heel aardig, Gerrie vindt alles prima en stoort zich niet aan een mep hier of daar.
We denken wel dat het familie is, de overeenkomsten in uiterlijk zijn best groot:

beetje zielige foto, dit was nog voor de oogoperatie van Dibbes

We zijn er nog lang niet, veel angsten moet nog worden afgeleerd. Hij is bang voor stromend water en voor mensen die fluiten, ik kan hem wel aaien maar nog niet verzorgen dus die gore vieze vette teek op zijn vacht krijg ik er met de tekentang niet uit, ook niet na meerdere pogingen. Dat vertrouwen is er nog niet en hij haalt naar me uit met zijn nagels als ik het probeer. Maar die teek laat ooit heus wel los, net als dat het vertrouwen ook ooit gaat groeien.

Zo dus. Vier katten!

Fijn weekend allemaal!

Geduld

Toen ik nog als kok in een klein restaurantje in de Amsterdamse Jordaan werkte, kwam ik in aanraking met veel soorten gasten. Na een paar jaar horeca zag ik soms al na één seconde wat voor vlees ik in de kuip had.
– Dat stel krijgt in de loop van de avond ruzie, alleen hij weet dat nog niet.
– Deze mensen gaan vertellen dat het niet heeft gesmaakt in de hoop op een gratis toetje.
– De man aan dat tafeltje achterin heeft veel aandacht nodig en gaat straks het telefoonnummer van de serveerster vragen.

Hoewel ik mensen altijd een tweede kans zal geven, geloof ik wel in een eerste indruk. En helaas klopte die maar al te vaak. Uit eten gaan staat voor veel mensen synoniem aan verwachtingen en die komen soms niet uit. Het gezelschap valt tegen, de inrichting van de zaak is niet goed, het eten is niet lekker, de bediening niet attent genoeg, er is altijd wel wat, het is net het echte leven ;-).

Maar er waren natuurlijk ook hele leuke gasten. Dat waren vaak de vaste gasten, meestal buurtbewoners, voor wie het restaurant in sommige gevallen een tweede huiskamer was en die op avonden dat het zó druk was dat we het niet meer aankonden, de keuken in kwamen rennen en hielpen met afwassen. Of die in de middag belden en vroegen of ik alsjeblieft de kip met appeltjes en portsaus die ik vorige maand op het menu had staan, als daghap wilde maken, want daar hadden ze zo’n trek in. Die met hun eigen gemaakte chocolademousse de keuken in kwamen wandelen om te laten proeven, met de vraag of ik nog suggesties had.  Die me aan het eind van de avond een hand of een zoen kwamen geven omdat het zo heerlijk gesmaakt had.

Koken heeft voor mij altijd te maken gehad met gastvrijheid en zorgen voor een ander. Of het nu een kat of een mens is, ik prop er graag eten in. En dat werd vaak gewaardeerd. Toen ik op een keer laat op de avond de keuken aan het schoonmaken was, kwam er een man binnen. Hij had een congres in de stad gehad, was niet toegekomen aan eten en had nu gierende honger maar geen zin in een snackbar. Of ik nog wat eten wilde maken om 11 uur ‘ s avonds? De keuken was eigenlijk dicht, de voorraadkasten zo goed als leeg en de energie was ook wel op. Maar ja tegen een rammelende maag kon ik geen nee zeggen en de man zag er zo verloren uit. Dus maakte ik een gewone prak voor hem, niets bijzonders, hetzelfde wat wij als personeelseten hadden gegeten die dag, hete bliksem. Een aardappelgerecht met appels, ui, en gehakt.

Hij at het op en ik schoof bij hem aan tafel. We hadden een geweldig gesprek over het leven en hij vertrok zonder te betalen, want dat vond ik die daghap niet waard. Een week later belde hij voor een reservering van 20 personen. Dat was niet mijn bedoeling geweest, ik kon dat natuurlijk niet voorzien maar vond het wel vreselijk leuk. En had er weer een vaste gast bij die elke keer dat hij in de stad kwam, ons restaurant aandeed, al dan niet vergezeld van collega’s, vrienden of familie.

Zo gaf ik wel vaker gratis eten weg. Op een dag kwam er vroeg op de avond een hoog bejaard echtpaar naar binnenschuifelen dat graag een hapje wilde eten. Dat kon natuurlijk en ze gingen helemaal achterin de zaak zitten, aan een tafel bij het raam, met hun rug naar de keuken. Naast elkaar zittend konden ze lekker naar buiten kijken met uitzicht op de gracht. Ze zaten zich helemaal te verkneukelen. Daar zaten ze na een paar uur nog. Later bleek dat hun bestelbon achter het fornuis was gevallen. De tent liep vol, iedereen rende heen en weer en zij zaten zonder één klacht te uiten uren te wachten op hun bestelling die maar niet kwam.

Aan het eind van de avond vertrokken de gasten, het werd weer wat rustiger en ik keek het restaurant in. Wie zaten daar achterin? Dat was toch niet dat bejaarde stel dat uren geleden naar binnen was komen schuifelen? Ik liep er naar toe en vroeg of alles in orde was, had het gesmaakt? En kwam erachter dat ze nog altijd braaf op hun eten zaten te wachten! Ik kan me nog schamen bij de gedachte alleen al! Natuurlijk kregen ze alsnog hun maaltijd mét toet en hoefden ze daar niet voor te betalen. Op mijn vraag waarom ze niets hadden gezegd, was het antwoord dat ik het zo druk had in de keuken en dat we allemaal zó hard werkten. Zelden zulke lieve geduldige gasten gehad die bij het weggaan ook nog bedankten voor een heerlijke avond. Ik vrees dat ikzelf toch echt een stuk ongeduldiger ben als een bestelling lang op zich laat wachten!

Ben jij wel eens vergeten door restaurantpersoneel?

Angst en herinneringen

Jaren geleden was ik op bezoek bij mijn ouders in mijn ouderlijk huis. Volgens mij studeerde ik nog, het kan goed zijn dat ik daar een paar dagen was om me voor te bereiden op de komende tentamens. Dat deed ik wel vaker: naar het ouderlijk huis gaan en me boven opsluiten om te leren en me even niet druk maken om eten te kopen of de was te doen. Alle kopjes thee werden voor me gezet en met wat lekkers naar boven gebracht. Dat was natuurlijk een groot verschil met mijn eigen thuissituatie van 4-hoog achter in een kamer van drie bij vier waar ratten (echt waar!) en muizen liepen en ik doodsangsten uitstond voor mijn buurman en zijn nog engere en mentaal totaal gestoorde moeder.

Hele dagen studeren dus. Toch had ik blijkbaar iets nodig want ik ging naar de plaatselijke kantoorboekhandel. Ongetwijfeld stond ik te snuffelen tussen de vellen papier en opschrijfboekjes, want dat doe ik als ik in een kantoorboekhandel ben. Opeens zag ik een hele oude man voorbij schuifelen en als vanzelf verstopte me ik achter een stelling.

Wat is dit? Wie is dit? Waarom mag hij me niet zien? Mijn eigen gedrag verbijsterde me. Om een verklaring te vinden sloop ik ongezien dichterbij om de bron van angst nader te bestuderen. Als jij meer dan 25 jaar geleden een vrouw op handen en voeten door de plaatselijke kantoor-boekhandel in Wormer zag kruipen, weet je nu dat ik dit was en is dat raadsel ook weer opgelost.

Nadere bestudering van de hoogbejaarde bleek op te leveren dat hij mijn oude meester van de zesde klas was, meester Kloosterman. Deze meester vond ik doodeng. De reden was dat ik met een eigen, van huis meegebrachte, pen wilde schrijven. Als kind al had ik een tik voor mooie pennen en in mij ogen was mijn met eigen geld bij elkaar gespaarde parkerpen het hoogst bereikbare. Ik was geen rebel in de klas. Ik kreeg nooit strafwerk, hoefde nooit na te blijven, ik was leergierig. Alleen ik wilde wel met mijn eigen pen schrijven en dat mocht niet van meester Kloosterman. Over het algemeen kwam ik niet in opstand maar nu hield ik voet bij stuk.

Kon ik dan uitleggen waarom ik per se met deze pen mijn schriften wilde volkladderen?
‘Hij ligt zo lekker in de hand,’ vertelde ik.
En wat zei de meester tegen de 11-jarige Martine?
‘Ik hoop dat jij dit jaar net zo lekker in mijn hand ligt.’

Voldoende voor een trauma! Doodsangsten stond ik uit. Zie daar de reden waarom ik mij verstopte in de winkel. Ik herkende hem niet eens, maar mijn amygdala registreerde hem wél. Gevaar! Wegwezen! Verstoppen!

De man zal het vast niet verkeerd bedoeld hebben maar ik was in één klap als de dood voor hem. In mijn beleving heeft hij mijn zesde en laatste jaar op de lagere school verpest. Hoe groot en irrationeel een angst zich in je kan verankeren bleek onlangs tijdens een reünie van mijn oude lagere schoolklas. We hebben meester Kloosterman maar heel even gehad. Hij was al heel snel na de start van het schooljaar overspannen en werd vervangen door een ander. Aan wie ik dus geen enkele herinnering heb en mijn amygdala ook niet.

De wolf in mijn herinnering was jaren later veranderd in een hoogbejaarde schuifelende man die zijn krantje kwam kopen. Ik had hem zó omver kunnen lopen. Of revanche kunnen nemen met een mooie opmerking, daar had ik immers minstens 10 jaar over kunnen nadenken. Toch wachtte ik voor de zekerheid maar even met afrekenen tot hij het pand had verlaten.

Is er in jouw herinnering iets ook wel eens veel groter dan het in werkelijkheid was?

Gerrit

Was het bij Dibbes in één keer – weliswaar na 5 maanden voorwerk – een omslag naar ‘ik vind jullie lief en jullie mogen me vanaf nu altijd aaien’, Gerrit zit heel anders in elkaar. Aantrekken en afstoten, elke keer weer. Na elke toenadering volgt een verwijdering en kortstondig schuw gedrag. Voor het eerst op zolder geslapen? De hele volgende dag rent hij weg, ineens bang voor hoe we reageren. Na de eerste keer buikje kriebelen krijg ik een uur erop een fikse mep met de nagels uit.

Dat maakt dat ik elke keer weer angsten uitsta om hoe hij reageert. Want soms geeft hij ineens zijn vertrouwen en krijg ik een likje of neusje maar ja, wel vlak bij mijn gezicht en die nagels zijn verdomd scherp weet ik inmiddels.

Ik neem het maar zoals het komt. Het is duidelijk een kat met bindingsangst. Ik heb voldoende ervaring met vriendjes met bindingsangst in het verleden gehad om dit gedrag te herkennen. Dus geniet ik van de toenadering en ben verrukt als hij voor het eerst zijn buik aanbiedt. En wat tref ik op de buik aan, precies dezelfde crèmekleurige vlek in het midden zoals Dibbes heeft. Ze hebben dezelfde tekening, dezelfde schommelende loop en dezelfde doorgezakte rug. Dit moet familie zijn. Zeker ook omdat ze zo’n 1,5 jaar geleden ineens allebei op hetzelfde moment door de buurt zwierven. Waarschijnlijk heeft iemand gewoon vanuit zijn auto deze twee broertjes eruit geflikkerd, daahaag, die zien we nooit meer terug!

We hebben grote vorderingen gemaakt de afgelopen weken. Er was een omslag van ‘ik kom rond etenstijd kijken wat er te bietsen valt’ naar ‘ik blijf nog even zitten, want je weet maar nooit’ naar ‘Ik woon in deze tuin en wandel een paar keer per dag door het kattenluik naar binnen want daar is het veel warmer/fijner/veiliger’. Vrijdag deed ik de deur voor hem open en hij wandelde zó naar binnen. Het wordt steeds normaler voor hem. Eerst ging hij zich dan binnen verstoppen en als hij zag dat ik hem zag – achter de gordijnen – dan rende hij weer naar buiten. Nu blijft hij steeds vaker liggen.

Inmiddels kent hij ons ritme. S. gaat in de ochtend naar de schuur om zijn fiets te pakken en waar dat eerst voldoende was om in paniek de tuin te verlaten, stapt Gerrit nu even opzij of gaat hij onder de bamboe liggen wachten tot het sein weer op veilig staat. Ook heeft hij zelf inmiddels zijn vaste rituelen. In de avond komt hij na het eten naar binnen. Flink poetsend om zich een houding te geven, of languit op het kleed liggend en net doen alsof dat normaal is (vinden wij wel maar voor hem is het nog heel spannend). Dan als hij denkt dat we niet kijken, sluipt hij naar boven. De zolder is van hem. Daar ligt hij de hele nacht. Hij is ook al wel eens bij ons een verdieping lager op bed gekropen en toen lagen we daar met 4 katten die absoluut niet wisten wat ze met de situatie aan moesten. Gelukkig werd het geen knokpartij maar iedereen was opgelucht toen hij de avonden erna koos voor een eenzame slaapplek op zolder.

Voordat ik ga slapen ga ik hem daar dan nog even knuffelen. Hij ondergaat met steeds meer ontspanning de aandacht en knuffels. In het begin nog alert maar al snel met de poten in de lucht en met de snorharen helemaal naar voren. Om er dan de volgende ochtend achter te komen dat ik de toenadering toch weer de hele dag moet opbouwen. Playing hard to get….of misschien bang voor zijn eigen overgave?

Dibbes heeft zich er inmiddels bij neergelegd. Of dat komt door de Bach Bloesem druppels, de Feliway, de extra aandacht die we hem geven of het feit dat hij doorheeft dat de komst van een extra kat niet ten koste gaat van de hoeveelheid voer? Ik weet het niet. Hij is wel jaloers, komt vaak meteen tegen me aan liggen als Gerrit het huis in stapt maar hij maakt geen geagiteerde indruk zoals hij in het begin na de komst van Gerrit wel deed.
En de andere katten? Ik vraag me serieus af of ze het wel doorhebben. Die maken zich echt niet druk, zeker niet om een zwerver. Bovendien zijn ze gewend dat de buurkatten ook om de haverklap naar binnen lopen. Een kat meer of minder maakt ze niet uit. Gerrit moet alleen nog wel keukenmanieren leren. Hij kruipt over alles en iedereen heen om als eerste het voer te pakken te krijgen. Best onhandig als je vier bakken moet neerzetten en er dus vier katten gillend rondrennen, waarbij er één zich gedraagt alsof hij elk moment dood kan neervallen als hij niet nu onmiddellijk en wel als eerste dat voer krijgt. Maar ja, dat is typisch gedrag van een kat die honger heeft gehad. Dat slijt wel.

Terug in de tijd

Een paar weken geleden had ik een reünie van mijn lagere schoolklas. Eigenlijk waren er bij aanvang van de schoolcarrière twee eerste klassen en het lukte ons ongeveer de helft van die mensen te bereiken. 25 mensen kwamen, van wie ik het merendeel toen ik de deur achter me dichtdeed aan het eind van de zesde klas, echt nooit meer heb gezien. Juf Mieke, onze favoriete juf uit de 3e en 4e klas kwam ook. En was nog net zo leuk en aansprekend als in mijn herinnering.

Het was een heerlijke middag, de zon deed flink mee, we zaten buiten op een terras aan het water op een plek waar alle oud-Wormenezen wel herinneringen hebben liggen, het oude Weromeri dat nu De Hofjes heet. Wat hapjes, wat drinken en warme maaltijd ter afsluiting. Wat grappig dat je zoveel vertrouwdheid kunt voelen met mensen die je 35 jaar niet hebt gezien. Vooraf twijfelde ik, wat moet ik daar, ik heb toch niets meer met deze mensen? Maar dat bleek niet te kloppen. We hebben een gezamenlijke jeugd gehad en dat bindt, ook nog na zoveel tijd blijkbaar.

Ik heb een vriendin die ik al vanaf mijn 5e ken. De vriendschap kende verschillende fasen, afhankelijk van waar we zelf mee bezig waren in het leven. Soms was er overlap en soms ook niet. Maar wat altijd bond was dat ik nog haar opa en oma heb gekend, weet hoe het daar vroeger thuis was en zij ook met één woord van mij genoeg weet over mijn vroegere thuissituatie.

Dat vond ik terug in de ontmoeting met mijn oude klas. Waarbij het opviel dat sommigen helemaal niet veranderd leken. F. ziet er nog steeds uit alsof hij net iets stouts heeft gedaan en K. houdt zich nog steeds wat afzijdig met zijn kalme en wijze uitstraling. Grappig genoeg gingen de mensen als vanzelf zitten bij degenen waarmee ze vroeger ook het meeste optrokken maar dat werd losgelaten naarmate de middag vorderde. Misschien meer dan vroeger bereid om verder te kijken dan de neus lang is?

Eén jongen uit mijn klas was altijd heel sloom. Hij vertelde zelf dat hij vaak een wekker zette om wakker te blijven in de klas. Die wekker kon ik me niet herinneren maar wel wist ik nog dat hij weinig zei en soms in slaap viel. Ik heb nog wel eens aan hem gedacht. Wat zou hij in het leven zijn gaan doen? Van de slaapkop van toen was weinig over. Het was nu een hele drukke praatgrage man die heel succesvol is met betrekking tot geld  verdienen en die duidelijk gewend is in het middelpunt van de belangstelling te staan. Hij kwam binnen of ‘hij maakte zijn entree’ is misschien een betere omschrijving en als vanzelf kwamen er mensen om hem heen staan. De ene na de andere lachsalvo, niets deed nog denken aan die slaapkop van vroeger.

Ouder worden kan heel bevrijdend zijn. Mensen hebben een beeld van je en misschien is het heel moeilijk om je daaraan te ontworstelen. Passen we ons eigen gedrag aan naar het beeld dat anderen van ons hebben? De meeste klasgenoten vonden mij trouwens helemaal niet veranderd. Wat dit over mij zegt? Juf Mieke vertelde dat ik altijdzo leergierig was, altijd vragen stelde en altijd het naadje van de kous wilde weten. Ja, daar herken ik me wel in, dat gedrag vertoon ik nog steeds.

De reünie was in ieder geval zo’n succes dat hij volgend jaar weer wordt gehouden. Dan gaan we zeilen op de Friese meren. Leuk, kan ik nu al naar uitkijken.

Heb jij nog contact met mensen van vroeger?

Op stap

Omdat het tenslotte herfstvakantie is, bedacht ik dat we een uitje moesten hebben. Dat had zeer zeker te maken met het feit dat we de eerste dagen van de week vooral liggend in bed doorbrachten. Ik omdat ik moe was en kind omdat hij het héél leuk vindt om lang en lui in  bed te liggen, te ontbijten in bed, te lunchen in bed, te computeren in bed. Afijn, jullie snappen wel wat ik bedoel.

Hoewel ik natuurlijk geroerd ben door de wetenschap dat onze puber graag binnen een straal van 1 meter van zijn moedertje verblijft, vond ik dus dat we iets moesten gaan doen. M. was vrij op woensdag, dus woensdag ging het gebeuren.

Utrecht, we gaan naar Utrecht! Dat klonk als een strak plan. Bij het opstaan bleek dat de eindeloze stroom regen van de afgelopen dagen was gestopt en dat de zon zelfs scheen. Dit leidde tot zoveel vreugde dat we weer in bed kropen. Want een koffie in bed is zo fijn opstarten. Afijn, toen we zo tegen 12-en uit bed kropen, was Utrecht toch niet meer zo’n goed idee, want een uur rijden en ‘het is al zo laat en zo komen we op de terugweg vast in de file terecht.’

Alkmaar, we gaan naar Alkmaar! Want ik ben natuurlijk niet voor één gat te vangen. Bovendien had ik stiekem een geheime missie. Ik wilde niet alleen een  leuk uitje, ik wilde vooral weten hoe het zou zijn om in een grote stad rond te lopen. Nu is Alkmaar geen Utrecht of Amsterdam maar het is toch zeker groter dan Hoorn met meer prikkels om te oefenen.

Bovendien is Alkmaar een stukje jeugdsentiment. Vroeger – als in toen ik nog kind was en bij mijn ouders woonde – togen we twee keer per jaar met de eend van mijn moeder (nu heb ik het over een auto en niet over een dier) naar Alkmaar om kleding te kopen. Want kleren kopen was niet goed mogelijk in Wormer, waar ik opgroeide. Daar had je welgeteld één kledingzaak en daar hing voor elk wat wils. Maar ja, als je daar kocht, dan had je kans dat je hetzelfde aanhad als de rest van de klas en veel keus was er niet. Dus gingen we naar de grote stad Alkmaar om in te slaan. En werd ik op zo’n blok in de C&A gezet om kleding te passen (bestaat dat nog?).

Eenmaal in Alkmaar aangekomen bleek dat de lift in de parkeergarage stuk was en dat er alleen nog plek was op het bovenste parkeerdek. Over prikkels en uitdagingen gesproken, dat was een forse! Naar beneden lukte natuurlijk wel maar straks weer omhoog?

Alkmaar zelf was net zo leuk als in mijn herinnering. Naast de geijkte grotere winkelstraten met de V&D, de HEMA’s en de Perry Sports is er ook een deel in het echte oude stadshart met allemaal kleine straten met leuke grappige winkels. De mannen doken een stripwinkel en CD winkel in en ik heb laarzen gepast en niet gekocht (alleen maar omdat ze niet pasten hoor, ik kan met jaloezie de verhalen van Valhalla lezen dat ze met 1 paar laarzen doet, dat lukt mij echt niet). We aten ergens, we kochten een ijsje en liepen veel doelloos rond.

En ineens was het op. De hoofdpijn die ik al sinds begin van de middag had was natuurlijk een waarschuwing. Maar toch overviel het me. Veel te veel mensen, prikkels, dingen om te zien, de gevoelde druk omdat ik vind dat ik het leuk moet hebben. Terug naar de parkeergarage dus en ‘no way dat ik omhoog ga met de trap ik wacht wel hier…. ‘

Thuisgekomen bekeek ik mezelf van een afstandje en constateerde ik met veel verbazing weer eens dat overprikkeling leidt tot volledig hysterisch gedrag. Die constatering is helaas niet zo groot dat het gedrag daarmee gestopt kan worden….Net thuisgekomen besloot ik de schuur op te ruimen en pogingen van M. om dat te voorkomen zorgden voor een enorm gespannen sfeer. Die Schuur Moet Opgeruimd En Wel Nu Want Als Ik Het Niet Doe Gebeurt Er Nooit Iets In Dit Huis. Zo dus. Dat die man mij nog nooit het huis heeft uitgezet is een wonder. Ik vond dat er in de schuur ruimte moest zijn voor de lege potten die overal in de tuin staan. Dus nu is de kliko vol, de planken in de schuur zijn leeg en er staan 5 potjes op de vrijwel lege planken, want zo bezien viel het eigenlijk best mee met al die potten in de tuin.

Na de schuur volgde het avondeten, wat gegrom op de bank en toen naar bed. Nu zit ik weer op de bank en overdenk mijn missie van gisteren. Kan ik meer prikkels aan? Ja, zeker meer dan twee jaar geleden. Heb ik het slim aangepakt? Nee, absoluut niet. Overprikkeld zijn betekent nog altijd het contact met mezelf en mijn lichaam volledig kwijt raken. Ook was het moment van een uitje niet slim gekozen. En bovendien had ik zwaar de pest in dat die laarzen niet pasten. Ik kan heel goed consuminderen maar wat laarzen betreft heb ik de ruggengraat van een weekdier. Nu heb ik mezelf uitgeput en het leverde niet eens een paar laarzen op! Dat betekent dat er vandaag chocola moet gegeten worden, het is het één of het ander…:-). Ik heb mezelf overtroffen in kinderachtig ontwijkend gedrag, applaus voor mezelf! Maar goed, de lunch was lekker en Alkmaar is een mooie stad.

Kunnen jullie ook zo moeilijk doen?

Jubileum! Eén jaar Dibbes!

Waarschuwing vooraf: tekst met veel kattenpraat, dus vlucht nu het nog kan.

Ik onderbreek even de blogstilte want vandaag vieren we feest! We vieren dat Dibbes precies 1 jaar officieel bij ons woont. Op 15 oktober 2013 brachten we hem naar de dierenarts om hem te laten castreren, chippen en onderzoeken. Gelukkig bleek hij geen kattenaids te hebben, iets waar we bang voor waren omdat dit veel voorkomt bij zwervers. Hij had helaas wel last van iets anders: entropion, een ernstige aandoening aan zijn ogen. Een operatie aan zijn ogen volgde, waarna het beest eindelijk kon zien wie die mensen waren die hem al een half jaar voer gaven en probeerden zijn vertrouwen te winnen.

Een jaar lang Dibbes:

 

Mei 2013: er zit een kat regelmatig bij ons in de achtertuin
Hij ziet er verwaarloosd uit en er is ‘iets’ met zijn ogen,
soms druipt het pus eruit. Hij ziet heel weinig en
is daardoor slecht benaderbaar en erg angstig.
We geven hem eten als we hem zien,
maar soms komt hij dagen niet en
dan ineens drie keer per dag.
Er zit geen enkele regelmaat in
en dat de buren vanaf de zomer
een kitten hebben die op elke kat springt,
helpt niet mee.
 
   
Omdat in de achtertuin de kitten van de buren 
loopt te klieren, verplaatst Dibbes zich in het najaar naar de voortuin.
Vanaf dat moment lukt het beter hem te benaderen.
 
Hij ligt hele dagen op het tuinpad
soms half onder de heg.
We lopen zoveel mogelijk achterom,
want hij is zo schrikachtig.
Heel langzaam zien we hem ontspannen,
na jaren van zwerven heeft hij veel behoefte aan slaap.
 
Als we een hok voor hem neerzetten, met het oog op de winter
maakt hij daar dankbaar gebruik van. Hij ligt er elke nacht in.
 
 
En overdag ligt hij op zijn hok.
Zo ziet hij wanneer er gevaar dreigt
 ( voor zover hij iets ziet met die ogen).
 
Hij gluurt graag naar binnen
want wij worden steeds interessanter.
 
We kunnen hem steeds beter benaderen
en na wekenlang een spoor van lekkere brokjes
neer te leggen via de voordeur, gang en zo de huiskamer in,
komt hij steeds vaker en steeds langer in huis.
 
Eerst ligt hij alleen op het kleed maar al snel
ook op de stoel of op de voeten van M.
 
Omdat we zoveel vorderingen maken,
heb ik regelmatig contact met de dierenarts over zijn ogen.
Ik stuur haar foto’s en we starten op goed geluk
een antibioticakuur die helaas weinig effect heeft.
 
Hier lag hij een hele avond op mijn schoot,
hij vertoonde ‘ineens’ een totale overgave.
Tijd voor een afspraak bij de dierenarts.
Op 15 oktober brengen we hem weg voor
controle, chippen, enten en castratie.
Dat gaat niet zonder slag of stoot.
Na een halve dag en veel kalmeringsmiddelen voor
Kat én toekomstige baasjes, weten we hem af te leveren.
Hij blijkt entropion te hebben, een aandoening waarbij de wimpers
naar binnen groeien. Een operatie volgt en daarna
nemen we hem mee naar huis. We moeten hem 10 dagen lang 
in versufte toestand houden om te voorkomen
dat hij de hechtingen eruit krabt.
De operatie was zeer kostbaar 
maar we werden gesponsord 
door mijn moeder die wat bijdroeg 
én we kregen een fikse korting van de dierenarts
die het leuk vond dat we zoveel moeite voor een zwerver deden.
 
Hij ziet er heel zielig uit maar hij vond het allemaal prima.
Hij heeft waarschijnlijk altijd met veel pijn rondgelopen
en nu zat hij ondanks de hechtingen lekker droog, veilig,
met voldoende eten en veel aandacht.
 100 % vooruitgang voor deze zwerfkat!
 
 
Hij knapt razend snel op en voelt zich helemaal thuis.
Met de andere katten gaat het – op af en toe wat gedoe na – ook goed.
 
 
Zijn ogen zijn heel langzaam steeds wijder open gaan staan.
 
 
Hij slaapt veel en doet dat met steeds meer ontspanning.
 
Favoriete tijdverdrijf.
 
Etende mensen zijn interessant.
Wie weet valt er iets van die lepel af.
 
 
Hij pakt ons helemaal in.
 
 
 Hij is er nog lang niet.
Hoewel hij een gelukkige indruk maakt en hij heel erg speels is
(spelen hebben we hem moeten leren,
hij begreep er in het begin niets van)
is hij ook nog snel van slag, snel onzeker en erg jaloers.
 
Ik ben van hem en o wee als er iemand
anders bij me ligt terwijl hij dat wil doen.
Net als bij een kind moeten we hem leren dat hij moet delen.
Hij heeft nog last van veel angsten
en toen we hem onlangs wilden enten 
lukte het niet hem in de mand te krijgen
en was het bezoek aan huis door de dierenarts
ook geen succes,
Dibbes vluchtte in overspannen toestand
het huis uit en durfde pas na veel gedoe
weer naar binnen te komen.
Een kat met een verleden dus
en dat verleden is niet zomaar weg, helaas.
Maar toch,
één jaar Dibbes
was vooral
één jaar pret
en heel veel lachen, 
zelden zo’n grappige aandoenlijke kat meegemaakt!
 
Curieus genoeg
 werden de zaterdagse stukjes die ik over hem schreef,
heel veel gelezen en kreeg ik soms mails van lezers
met de vraag hoe het met hem ging,
als ik eens een paar weken niet over hem schreef.
Bedankt voor alle leuke reacties en het meeleven
met alle grote veranderingen
in het leven van deze geweldige kat.
 
 1 jaar Dibbes!

De zwerfkat en de knal

Wat doe je als je al drie katten hebt en niet al te veel ruimte? Precies, dan neem je nóg een kat in huis. Liefst weer een zwerver, eentje die echt moeilijk te benaderen is. Een fijne uitdaging en een mooi project voor het najaar.

‘Wel ja, natuurlijk. Dat doet maar’ hoor ik u denken. Maar nee, dat kan natuurlijk niet, zou wat zijn zeg als uw gedachten zo via mijn laptopje in mijn hoofd geplaatst worden. Daar is het toch al zo druk.

Een moeilijk benaderbare zwerver dus. Het voordeel van deze zwerver – in tegenstelling tot die van vorig jaar – is dat deze goed ziet en dus iets minder angstig is. Hij vertoont zo op het eerste gezicht geen zichtbare gebreken, buiten een overduidelijk gebrek aan liefde en ervaring met het goede leven.

Zwerfkatten hebben het tot een kunst verheven om van een afstandje naar je kijken, de schouders een beetje afhangend en dan liefst zo dat de eenzaamheid er vanaf druipt. Die glijdt zo van die schoudertjes af, vormen een plasje en dat plasje wordt groter en groter en tegen de tijd dat die olievlek bij mij is aangekomen, rest er niets anders dan meegaan met de stroom. Centjes tellen dus, goed gesprek met de rest van de katten en hopen dat het allemaal gaat lukken.

Een weldoordachte combinatie van lekkere hapjes, zoete lieve woorden en voorzichtige toenaderingspogingen deden vorig jaar wonderen dus is die tactiek op herhaling. Inmiddels zijn we in het stadium van opgevoerde aaitherapie belandt. Waar eerder één aaibeurt per dag al een overwinning was, hebben we nu het tempo opgevoerd en wordt Gerrit verwend met diverse aaibehandelingen elke paar uur.

En met wat een effect. Rollende ogen, kwijl die langzaam uit de bek ontsnapt, zacht geronk dat wordt gestart, een buik die voorzichtig wordt aangeboden. Het is een feest.

Elke keer weer is het inschatten, hoe ver kan ik gaan, hoe ver mag ik gaan, haalt hij niet uit? Ik moet hem immers net zo veel vertrouwen geven als hij mij geeft. Komt hij ineens omhoog om mij een kopje te geven, dan onderdruk ik mijn schrikreflex. Soms gaat het goed, soms gaat het niet goed. Schrikt hij, schrik ik en staan de bewijzen op mijn handen en armen. Misschien toch tijd voor een tetanusinjectie?

Gisteren hadden we een topdag, de zwerver en ik. Even dacht ik dat hij op schoot zou springen, maar nee, dat was net te veel gevraagd. Wel was er een grote doorbraak. Ik zat op mijn hurken en hij likte mijn hand, ging op zijn achterpoten staan. Zijn snoet naar voren richting mijn neus. Een minuut die eindeloos duurde was er vertrouwen. Tot een oorverdovende knal uit het park een einde aan de droom maakte. Serieus, wat een baggerherrie! Een afrekening uit de Hoornse onderwereld? Een visser die met dynamiet de visvijver leeghaalt? Een scooter met knalpijp?

Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat Gerrit weg rent als ik hem wil aaien. Hij gaf zijn vertrouwen en hoorde een knal. Dat associeert hij nu met mij en moet weer worden afgeleerd. Zo is er altijd wat. Ik moest trouwens ook flink bijkomen van die knal. Een permanent overprikkeld zenuwstelsel kan namelijk blijven hangen in schrikreacties. Van dat wegrennen begrijp ik dus wel, dat doe ik ook n mijn hoofd. Maar we komen er wel, Gerrit en ik. Ooit.

Wens ik jullie een fijn weekend toe….

 

Rust

Omdat ik ben veranderd in een wezen dat zomaar kan ontploffen als er iets niet is zoals het hoort te zijn – een tas op de grond in de kamer, een rol wc-papier die moet worden opgehangen, een vaatwasser die de hele dag (echt de hele dag!) loopt te blèren dat hij uitgeruimd moet worden – ga ik er even van tussen. Als in niet online zijn hier.

Die zagen we natuurlijk van een kilometer afstand aankomen ;-). Ik ben zó overprikkeld van de afgelopen tijd dat ik om het minste geringste of ga schreeuwen of ga huilen of allebei. Best lastig als je in een gezin leeft, niet alleen voor mij maar vooral ook voor mijn huisgenoten die inmiddels op hun tenen om mij heen lopen.

De situatie is heel duidelijk en ook wel ontnuchterend. Ik kan best veel als ik dat op mijn eigen tijd en tempo kan doen en niet in live contact met anderen. Negeer ik dat, dan blijft er al snel niets meer over om te lopen, te herstellen, te revalideren. Weet ik dat ook weer (wist ik natuurlijk wel en het was een bewuste keuze om dat even te negeren). Maar goed, wil ik de winter een beetje goed doorkomen, dan moet ik nu maatregelen nemen en even de prioriteiten anders stellen.

Evengoed heb ik genoten van wat ik deed de afgelopen weken en was het onder de mensen zijn leuk, spannend en fijn. Ik besef dat dit twee jaar geleden geen optie was, dus ik zie nog steeds de vooruitgang. Dus uit die kuil kruip ik ook wel weer.

 
Dus, zo dus. Ajuu, tot ziens, tot later…