Middelbare schoolperikelen

Ons kind zit op de middelbare school. Via Magister – een computersysteem –  kunnen we elke scheet volgen die hij laat. Zijn huiswerk, zijn cijfers, of hij zijn boeken vergeet mee te nemen, roosterwijzigingen.  Alles is terug te vinden, heel makkelijk. Een soort ‘Big brother is watching you’ dat mijn generatie goddank bespaard is gebleven, wij kenden nog iets van vrijheid. Maar als ouders van nu plukken we natuurlijk wel graag de vruchten van dit alles-in-één-overzicht-systeem.

Maar het kent wel nadelen. Vooral het rooster en hoe je wijs moet worden uit het rooster. Want een rooster is geen constante voor een bepaalde tijd -zoals ik toch echt altijd heb gedacht –  maar een continu wijzigende situatie die je inhaalt als je even niet oplet. Gek worden we ervan. Kinderen krijgen instructies om elke avond te kijken of het rooster voor de volgende dag soms is gewijzigd. Docenten kunnen ziek worden. Oké. Maar docenten gaan ook mee met schoolreisjes of worden bijgeschoold.

De afgelopen week viel er maar liefst 9 uur uit. Bovendien was hij op vrijdag het tweede uur op school gekomen in de veronderstelling dat het eerste uur uitviel. Dat stond immers weer op infoweb. En infoweb is altijd leidend boven Magister mensen, althans zo kregen wij ingeprent. Dus konden kind en ik vrijdag lekker uitslapen, waarna hij naar school fietste om te ontdekken dat het eerste uur niet was uitgevallen. De eerdere roosterwijziging was weer ingetrokken via een mail in magister. Maar dat had hij niet gezien, hij had de roosterwijziging gecontroleerd, gezien dat er een wijziging was en heeft later niet meer gekeken of die wijziging soms was teruggedraaid. Dat verwacht je natuurlijk ook niet. Hij was niet de enige die dat niet gezien had. De docent gaf aan maandag met hem en de andere ‘spijbelaars’ te willen praten, over eventueel te nemen maatregelen.

Nou ben ik niet heel snel kwaad maar toevallig was ik vrijdag net ongesteld geworden en bovendien wind ik me al sinds hij op deze school zit op over het achterlijke communicatiesysteem. Er is mail, infoweb en magister en toch worden we telkens overvallen door wijzigingen die uit de lucht vallen. Verwachten ze soms dat je vastgeplakt aan je laptop zit van minuut tot minuut om te kijken of er iets verandert?

Dus ik stuurde een mail naar de mentor met de vraag hoe dit kon gebeuren. Waarop ik een weliswaar vriendelijk antwoord terug kreeg maar ook de suggestie dat je kind in de ochtend voor vertrek naar school kijkt of er nog iets wijzigt.

Natuurlijk kun je van de kinderen verwachten dat ze in de ochtend na het opstaan even controleren via hun smartphone of er nog laatste momentwijzigingen zijn. Maar als ze eerder het bericht kregen dat het eerste uur uitvalt, gaan ze echt niet tóch een uur eerder opstaan om even magister/infoweb te controleren, voor het geval de les dan toch doorgaat.  Ik vind het absurd om daarvan uit te gaan.

In dit geval vind ik het niet oké dat de docent op deze manier de kinderen heeft geïnformeerd, zo laat nog. Als een les uitvalt kan ik me dat voorstellen, maar andersom – eerst uitvallen en dan weer niet – vind ik vreemd want zo missen sommigen de boodschap omdat ze dus uitslapen. En dan vind ik het helemaal bezopen dat er dan ook nog met de kinderen gepraat moet gaan worden.

Ik wou mijn mouwen al opstropen en op oorlogspad gaan -altijd fijn met gierende hormonen – maar de mentor stuurde een mail terug dat ze niet wist dat de kinderen zo laat waren geïnformeerd en dat ze zou zorgen dat ze niet gestraft zouden worden en dat ze bovendien ging informeren hoe de gemiste les kon worden ingehaald.

Een prima reactie dus. Maar wel een vreemde gang van zaken. Ik kan me bovendien van mijn eigen schooltijd helemaal niet herinneren dat er zo vaak iets uitviel, dat was dan toch echt heel bijzonder hoor als het eens gebeurde! Zoals M. zei deze week, ‘die keren dát het gebeurde, kan ik me nu nog bijna allemaal herinneren.’

Maar goed, ik hoefde niet op oorlogspad. Dus ging ik maar aan de chocola. Da’s altijd goed bij gierende hormonen.

 

De kat in de mand

Al 20 jaar deel ik mijn huis met katten. De meesten kwamen aanlopen, twee kwamen er uit het asiel, eentje werd gescoord in de supermarkt alwaar ze in de jaszak hing van een man, die maar al te graag afstand van haar deed. Die katten die mijn leven verrijken zijn heel divers, van karakter en van uiterlijk. Toch hebben alle katten iets gemeen met elkaar: ze gaan nooit daar liggen waar ze mogen liggen maar daar waar ze liever niet gewenst zijn. Hoe minder de plek voor hen is bedoeld, hoe aantrekkelijker deze wordt gevonden.

Dus trof ik de afgelopen jaren katten aan in bed, in de kast, op het tafelkleed, in een mosselpan, in een rugzak waarmee ik binnen enkele uren op vakantie zou gaan, in weekendtassen, in wasmanden, in truien, op stapels vuil beddengoed, op stapels schoon beddengoed, op de keurig opgevouwen tent, achter de schotten op zolder, in de kruipruimte onder de kelderkast, in schoenenbakken, in doosjes die net uitgepakt zijn, op het aanrecht, in de voorraadkast, in een bak met legoblokjes, in de LP-kast, in de fototas, in mijn breimand of net op de plek waar ik wil neerploffen. Ik trof ze nooit, echt nooit in het schattige kattenmandje dat ik speciaal voor alle katten neerzette, stuk voor stuk, gewoon om het elke keer weer te proberen. Nooit had ik een kat die braaf ging liggen op de daartoe bestemde plek.

Behalve ons laatste aanwinst Gerrie. Dolgelukkig met zijn eigen mand.

 

Fijn weekend allemaal!

De kat, nog een kat, nog een kat, nóg eentje en hun mens (en de buurkatten….)

Met Gerrie gaat het goed, meer dan goed. Hij ligt op de bank, op de stoel, op de tafel, tegen ons aan, tussen ons in, op het kleed.  Hij neemt langzaam aan bezit van het huis. Ook betrapten we hem een paar keer op speels gedrag. Hij zoekt toenadering tot Smoes. Die is daar nog niet echt van gediend want het is al snel eng, spelen met een kat die je niet goed kent. Dus zagen we wat voorzichtig speels gemep met pootjes maar werd er toch snel weggerend. Waarop de teleurstelling moest worden weggepoetst door Gerrie.

Hij is nog wel heel alert. Laatst leek hij diep in slaap, pootjes helemaal voor zich uit gestrekt. Tot hij een geluid hoorde en binnen 1 seconde vanuit diepe rust overeind sprong, klaar om weg te rennen. Dat zal nog wel even duren voordat die reflex weg is. Zagen we ook bij Dibbes.

Nu we het daar over hebben, met Dibbes gaat het zozo. In de avond als we in bed liggen en hij heel dicht tegen me aan ligt, is er niets aan de hand. Zijn mens is zo dicht als mogelijk bij hem en aait hem. Maar overdag gaat het minder. Hij is erg schrikkerig en helaas ook bang voor Gerrie. Niet heel dramatisch maar als Gerrie bij hem in de buurt komt zie je dat Dibbes angstig wordt en weg probeert te komen. Vreemd genoeg heb ik Gerrie nooit zien uithalen naar Dibbes, buiten de eerste week hier. Dat was bij het eten uitdelen, toen mepte Gerrie in zijn vraatzucht en angst om te worden overgeslagen naar iedereen. Nu doet hij dat niet meer maar dat kwartje valt niet bij Dibbes.

Voor Dibbes is alles persoonlijk. Ik weet weinig van kattenpsychologie maar volgens mij heeft Dibbes last van onzekerheid en verlatingsangst. Maar misschien is dat wel mijn schuldgevoel over het feit dat ik nog een zwerver opneem, terwijl Dibbes daar duidelijk niet van is gecharmeerd.

Wat zeker niet bijdraagt aan een algeheel gevoel van behagen, is dat ik nu de buurkatten eten geef. Voor Dibbes is dit hoogverraad. Als ik naar buiten kom na het voeren van de buurtroepen, tref ik hem gillend en heen en weer rennend aan over de stoep. Hij mieuwt als een kitten, heel hoog en klagelijk.

Dat maakt het voeren van de buurkatten tot een weinig prettige gelegenheid. Sowieso is de sfeer ‘daar’ niet goed. Een kattenhuishouden met een depressieve kat van een jaar of 7 en een opdringerige kat met een bord voor zijn kop van 1,5 jaar. Het één wordt veroorzaakt door het ander. Nou was Tommie (die van 7) altijd al niet bekend om zijn vrolijkheid, maar is hij ronduit depressief sinds Kasper het Spook er bij kwam. Want een spook is het. Dus krijgt Tommie nauwelijks tijd of rust om te eten, Kasper pakt het af. Met als gevolg dat Tommie er vaker niet dan wel is als ik eten geef. Met een kattenluik heb je dat als snel natuurlijk. Is hij er wel, dan geef ik het hem en parkeer mezelf voor zijn bak, de wacht houdend.

Zo heb ik het enorm druk en ben ik blij dat die andere twee van ons, Moos en Smoes, zo normaal zijn. Die gaan gewoon hun eigen gang en maken zich nergens druk over. Een aai op zijn tijd is voldoende. Zo kan het dus ook.

 

 

 
 

 

 
 

 

Inleven hoe het voor een ander is

Lezers die hier vaker komen weten inmiddels wel dat ik ME heb. Sinds 2008 zit ik thuis door deze onbegrepen aandoening. Het feit dat veel mensen niet weten wat de ziekte inhoudt heeft het niet makkelijker gemaakt. De andere veel gebruikte naam voor ME – Chronisch Vermoeidheidssyndroom – dekt de lading absoluut niet. Want moe is een vaag woord. ‘Volledig uitgeput, ook na het doen van een hele kleine handeling en daar weken van bij moeten komen‘ dekt de lading beter, maar ja dat is zo’n mond vol hè.

Hoewel de oorzaak van de aandoening nog steeds onbekend is, zijn er sterke vermoedens dat het neurologisch is. En dat er onstekingen in het brein aan ten grondslag liggen.

Ik ben nu veel beter dan ik in de beginjaren was, maar verre van gezond. Ik vraag me af of dit ooit gaat gebeuren maar dat doe ik niet te vaak. Liever focus ik me op wat ik nu kan en waar ik nu van kan genieten. Onlangs ging ik naar een concert, van de zomer stond ik op een berg, ik kan af en toe kijken naar een voetbalwedstrijd van mijn kind en dat zijn momenten waarvan ik 3 jaar geleden niet dacht het ook nog mee te kunnen maken.

Onlangs plaatste de ME-CVS stichting een 6 minuten durend interview met voormalig balletdanser Anil van der Zee. Ik heb zelden iemand horen praten die zo goed duidelijk weet te maken hoe het is om met ME te leven. Ken je iemand die ME heeft? Wil je weten hoe het is? Kijk naar dit interview, het maakt zo veel duidelijk! Heel treffend legt hij uit dat het woord chronisch vermoeidheidssyndroom net zo min de lading dekt als zeggen dat iemand met longemfyseem een chronisch hoestsyndroom heeft.

Gek (en gekwetst) werd ik soms door de opmerkingen van mensen als ze wel eens belden en vroegen hoe het ging. De helft van de tijd liet ik de telefoon rinkelen omdat ik geen energie had voor een gesprek. En nam ik wel de telefoon aan dan kreeg ik regelmatig te horen ‘dat zo lekker thuis zitten toch niet zo verkeerd was? Had ik meteen lekker de tijd voor mijn kind’. Tja. Hoe maak je mensen duidelijk dat ME méér is dan ‘lekker’ thuis zitten? Dat ik mijn kind trouwens meer niet dan wel zag. Want jij was beneden met de oppas en ik lag boven in bed. Dagen lang met pijn in bed liggen met de gordijnen dicht omdat daglicht tot nog meer overprikkeling leidt, is niet mijn idee van lekker thuis zitten. Hulp nodig hebben bij het aan- een uitkleden, niet je eigen boodschappen kunnen doen, een ander jouw maandverband moeten laten kopen of boeken laten halen uit de bieb, niet naar een rapportgesprek van je kind kunnen gaan en je kind door anderen naar school laten brengen en halen, het altijd en overal moeten laten afweten op verjaardagen/feestdagen/trouwpartijen/begrafenissen is niet hetzelfde als ‘lekker thuis zitten’.

Inmiddels ben ik veel beter dan ik was. Het interview raakte me enorm omdat het zoveel herinneringen naar boven haalde. Zijn verhaal is mijn verhaal, zo was het voor mij (en voor mijn gezin niet te vergeten, want ziek ben je niet alleen, het hele gezin wordt er door geraakt!) en zo is het nog steeds voor heel veel ME-patiënten.  Het duurt maar 6 minuten mensen, maar wie weet wat je er van opsteekt. Hopelijk wat begrip en inlevingsvermogen voor die keer dat je iemand treft die ME heeft. Want die kan dat wel gebruiken!

Interview Anil van der Zee,
onlangs op Youtube gepubliceerd

Mijn eigen energieverbruik

Schreef ik gisteren over ons stroom- en gasverbruik, laat ik het vandaag eens over mijn eigen energieverbruik hebben. Want ook daar krijg ik regelmatig een rekening van gepresenteerd. Hoewel ik wel iets beter ben dan vroeger, is ‘beter’ een relatief begrip. Ik zet het namelijk af tegen hoe het was 2,3 jaar geleden. Toen kon ik vrijwel niets en lag ik volledig plat. Dus zo bezien ben ik voor mijn doen nu heel erg energiek (en geniet ik daar ook enorm van!). Ik heb geen hulp nodig bij aan- of uitkleden, doe lichte huishoudelijke taken zelf en stap ook regelmatig op mijn elektrische fiets om even iets te halen uit de stad.

Wat mensen niet zien, is wat ik tussendoor doe. En dat is niets. Ik lig en hang nog steeds heel veel, kijk uren voor me uit zonder iets te doen omdat de concentratie het op dat moment laat afweten om bijvoorbeeld een boek te lezen. Gelukkig lukt een kat aaien altijd en met vier in huis is er altijd wel eentje in de buurt.

Dus waar ik voor mijn gevoel een veel actiever leven heb, is het vooral een vergrote zelfredzaamheid die ik ervaar. Het aan- en uitkleden is geen uitputtingsslag meer of een doel van de dag, maar iets waarmee de dag start of eindigt. Er is daarnaast ruimte over voor andere dingen zoals wat rommelen in huis of dagelijks naar buiten. Anderen stellen zich bij  ‘je iets beter voelen’ vaak iets anders voor.  Veel mensen denken al snel als ze horen dat ik vooruitgang boek, dat ik doe wat zij ook doen. Zoals een sociaal leven hebben of werken. Maar dat is niet zo, mijn leven is nog steeds een leven met veel beperkingen hoewel het voor mijn beleving nu propvol zit met gebeurtenissen. Als ik zoals vorige week naar een concert ga, dan stopt alles. De mensen met wie ik naar dat concert ging, zijn allemaal de volgende dag/week naar school/werk gegaan, maar ik lag een week plat en ben er nog lang niet. De normale routine (dat was: dagelijks naar buiten kunnen) is nog niet terug. Dus er is zeker meer mogelijk dan voorheen maar ver verwijderd van een ‘normaal’ leven (wat dat ook moge zijn).

Het is ook een leven waarbij je een goed gevoel moet ontwikkelen voor wat kan en wat niet kan. En bof ik even, ik ben zo sensitief als wat! Maar helaas is dat iets anders. Wat kan en wat niet kan heeft vooral te maken met hoe energie voelt in een lijf en dat je de signalen leert herkennen wanneer het omslagpunt nadert. Hoe sneller je de signalen herkent en ernaar handelt (lees: niets meer doet, alles uit je handen laten vallen), hoe sneller je ook weer herstelt.

Dat ‘ernaar handelen’ is nog best een kunst om te ontwikkelen. Wat het zit in de mens om te denken ‘ik maak nog even dit af en dan pak ik mijn rust‘ maar zo werkt het niet. Het werkt namelijk alleen als je echt meteen stopt met wat je doet en gaat rusten. Dat is uitermate onpraktisch. Ben je halverwege een maaltijd koken en dan moet je stoppen. En weet je niet wanneer je verder kunt gaan maar verwacht je wel je man binnen een uur thuis na een dag hard werken. Die ziet dan geen dampende pan op tafel staan maar een dweil op de bank liggen. Dat is niet de situatie voor even (denk aan de ontploffing in huis bij griep) maar continu, jaar in jaar uit.

Dus moet je ook leren om prioriteiten te stellen. Opstaan en persoonlijke hygiëne gaan voor alles en daarna zijn zaken als eten en koken toch ook wel heel belangrijk. Ik heb geleerd om of vroeg op de dag al te koken of zuinig te zijn met de energie en te sparen, zodat het nog lukt om in de namiddag te koken.

‘Ik heb geleerd’ is een opmerking van drie woorden maar omvat een heel proces. Want zo te handelen gaat tegen de natuur in van de drukke mensen die we allemaal zijn. De afgrond tussen weten en doen is enorm. Dus lag ik jaren letterlijk voor pampus en probeerde ik van alles om grip op mijn gedrag te krijgen.

Cruciaal in dat proces was die commentator in mijn hoofd uitschakelen. Ik wist wel dat er een knop was om die 24-uurs uitzending uit te zetten, maar waar zat die toch? Omdat ik die knop niet vond zat ik vast in een cirkeltje. Bij het naderen van het energie-eindpunt brulde de verslaggever-in-mijn-hoofd dat ik vooral nog even moest doorgaan want het is zo lullig/dom/slap/beroerd/onhandig/slecht en ga zo maar door als je nu stopt terwijl iets nog niet af is. Schuldgevoel is een mooie aanjager voor adrenaline en dat kan als je niet oplet als energie voelen en zo lukte het vaker wel dan niet om een grens te negeren. Tot die uit de lucht kwam vallen en me vloerde, voor weken achter elkaar.

Schuldgevoel is een zinloze emotie en kleurt alles verkeerd. Toen ik dat de mond wist te snoeren kwam er ruimte en merkte ik dat ik die 24-uurs uitzending in mijn hoofd ook positief kon gebruiken.
Jawel dames en heren, daar gaat ze de trap af! Wat een souplesse en een prestatie! Net gedoucht en nu al weer naar beneden lopen! En ze pakt nu haar rust! Ze voelt dat dit nodig is! Deze vrouw overtreft zichzelf, dat we hier getuige van mogen zijn!

Dit omdraaien is cruciaal geweest. Mijn kijk op mijn haperende gezondheid en wat ik (niet) kon, is veranderd in vooral kijken naar wat ik wél kan. En dat scheelt tonnen aan energie. Ik verspil geen energie meer door mezelf bekritiseren, maar geniet van wat ik heb bereikt (weliswaar nog niet altijd maar vaker wel dan niet).

Daar is de laatste tijd een nieuwe dimensie bijgekomen. Ik wil losser leven, zonder lijstjes of plannen, het doel is een doelloos bestaan, ik schreef er eerder over. Want wat voor zin hebben plannen als het energiepeil continu wisselt? Wat ik vandaag kan, lukt morgen misschien niet maar overmorgen wel. Plannen maken zorgt regelmatig voor teleurstellingen. Plannen loslaten levert dus vrijheid op.

Ik leef nu een paar weken zonder lijstjes en plannen en vind het heerlijk. Ik doe maar wat en dat blijkt goed genoeg te zijn. Ik besef me ook dat dit eerder niet mogelijk was, omdat ik die commentator in mijn hoofd eerst moest herprogrammeren.

Is mijn energieverbruik dan nu beter? Nee, dat niet.  Ik kan momenteel niet meer dan bijvoorbeeld een half jaar geleden, eerder minder. Maar het verbruik is wel efficiënter. Omdat ik voor mij betere keuzes maak, voel ik me mentaal ook veel beter dan voorheen. Natuurlijk niet altijd, ik zit hier niet als de heilige Madonna ziek te zijn en boven mezelf uit te stijgen. Maar me niet meer continu verzetten tegen de werkelijkheid, lucht gewoon op. Niet alles is te plannen heb ik geleerd. Een goed plan is bovendien geen garantie voor een goede uitkomst. Loslaten is te leren. En goed kunnen loslaten is weliswaar ook geen garantie voor een goede uitkomst, het scheelt wel veel frustratie en teleurstellingen.

Dus verwacht ik niets en omarm ik alles. Behalve als ik ongesteld moet worden, dan eet ik chocolade.

Wat is jouw grootste les geweest?

ps: Kom je hier voor het eerst? Ik heb ME, een neurologische aandoening onder meer gekenmerkt door permanente uitputting, pijn, verstoord immuunsysteem, motorische klachten, een overprikkeld zenuwstelsel. Je ziet niets aan mij, net zoals ik niets aan jou zie. Maar het is er wel.

Gerrie

Hoe staat het met Gerrie en zijn socialisatieproces? Nou, hij is nog wel verliefd op mij  maar ik viel deze week wel een beetje van mijn voetstuk af. Ik vond het tijd voor vlooienbestrijding. Dus diende ik hem een pipetje met antivlooienmeuk toe. Op zich ging dat goed maar daarna kwam de klap. Zijn geur klopte niet meer. Hij rook en snuffelde en was danig ontstemd. Zo erg dat hij wegdook als we hem wilden aaien en even (zeker een hele nacht) niet benaderbaar was.

Maar dat was de volgende dag weer over en alle gemiste knuffels werden ingehaald. Hij zat vanmorgen naast me op de stoelleuning kopjes te geven terwijl ik hem aaide en begon zo erg tegen me aan te leunen dat hij op schoot viel. En dat lag eigenlijk ook wel lekker, na de eerste schrik. Zo zetten we nog steeds elke dag grote stappen.

We zijn nog ver verwijderd van hem op kunnen tillen, in een reismand stoppen voor een dierenartsbezoek, maar het zit er aan te komen!

Lang leve de zonnebril en plan B

Zo hee, wat heb ik gisteren genoten. Het concert van Ibrahim Maalouf was geweldig. Onvoorstelbaar wat die man voor geluiden uit een trompet weet te halen. Maar ook de rest van zijn band, de energie en vrolijkheid die ervan afdroop, het was echt genieten.

En genieten lukte ook echt, de avond vloog voorbij. Ik was niet echt moe vooraf aangezien ik echt stijf stond van de adrenaline en de stress en me dus helemaal hyperactief-depieper voelde. Nu nog steeds trouwens, met dat verschil dat mijn lijf het nu volledig laat afweten en dat mijn brein nog half hysterisch is. Dat zorgt letterlijk af en toe voor stroomstoten.

Ik stond al buiten toen ik me omdraaide en weer naar binnen rende. In een vlaag van helderheid bedacht ik dat een zonnebril wel handig zou zijn. Want wie weet hoe fel de lichtstralen zijn in zo’n zaal. En wat was ik er blij mee. Was jij gisteravond ook in Tivoli in Utrecht en zag je in de zaal een stralende vrouw met een zonnebril? Had maar even naar me gezwaaid, dat was ik!

En nu beste mensen, ga ik weer plat liggen en uitstuiteren-nastuiteren-omvallendoorstuiteren en nagenieten. Hoewel ik zonder plan leef deze dagen, ben ik wel overgestapt op plan B. En plan B, dat is alles wat het leven makkelijker maakt. Dus geef ik de was mee aan mijn moeder die hier vanavond komt koken en vraag ik me bij alles af: moet dit echt? Plan B is katten aaien, boeken lezen, troep negeren en de telefoon laten rinkelen. Plan B is voelen wat kan en wat lukt en negeren wat moet. Een doelloos bestaan wordt echt beter met een plan B!

 

Genieten van wat kan

 

 

Kijk, zo voelde ik me de afgelopen dagen: ik zie niets, ik voel niets en ik doe net alsof ik er niet ben.  Dus nam ik ook de telefoon niet op, al rinkelde die meerdere keren. Vrijdagmiddag ben ik in bed gaan liggen en ik ben er net uitgekropen. Ik zit nu beschilderd en al op de bank, bijna klaar om weg te gaan. Ik kijk niet in de spiegel, dan zie ik lekker ook niet die kringen onder mijn ogen.

Ergens deze zomer kwamen we erachter dat Ibrahim Maalouf vanavond optreedt, een Frans-Libanese trompettist wiens muziek me enorm raakt. Omdat ik op dat moment zo goed was, besloten we kaartjes te kopen voor ons 3tjes. Voor het eerst in jaren ga ik naar een concert! En voor het eerst ga ik samen met mijn kind naar een concert!

Omdat ik de afgelopen periode slechter was dan ik had verwacht – het herstel van mijn activiteiten eind september bleef uit – begon ik me wat zorgen te maken. Dus deed ik de afgelopen weken weinig. Vrijdag realiseerde ik me dat dit niet ging zoals gehoopt, kroop ik in bed en verroerde me niet.

Wat is wijsheid? Ja, wat is wijsheid. Niet gaan en een waarschijnlijk prachtig concert missen waar ik me echt maanden op heb verheugd? De vreugde vooraf was des te groter omdat ik een paar jaar geleden niet had durven dromen ooit weer zoiets te kunnen doen. Wél gaan en de klap voor lief nemen, in de hoop dat de klap morgen komt en niet als ik straks in de zaal ben?

Ik heb twee dagen in bed gelegen en gedacht: ‘ik ga gewoon, het gaat lukken, ik ga genieten en ook als ik moe ben kan ik de muziek horen.’  Maar het gaat natuurlijk niet alleen om vanavond maar om wat er na vanavond gebeurt. Ik heb besloten dat ik liever terugkijk op een avond met mooie muziek (en lekkere stoelen, die zijn er, dat weet ik zeker) dan het verdriet om weer eens iets niet door te kunnen laten gaan.

Dus laat maar komen muziek, de klap, het nagenieten en wat nog meer. Ik laat het gewoon over me heen komen en zet me niet schrap. Want dat kost energie. Ik stroom mee met wat er gebeurt. En voor de zekerheid neem ik oordopjes mee voor het geval het geluid te overweldigend is…

Gerrie

De afgelopen week werd het steeds meer duidelijk dat Gerrie gewoon mee hobbelt met de andere katten en zo zijn plek en ritme vindt. Is het volgens de andere katten tijd om te dutten boven? Hij rent er achteraan en gaat er tussen liggen. Als na een paar uur slaap de boel buiten moet worden gerekt en gestrekt, doet hij ook mee. Soms is er een aanvaring, vooral Dibbes kan nog wel eens jaloers reageren, maar dat blijft erg beperkt. Smoes vindt Gerrie wel lief en oké, gaat ook vaak vlak bij hem liggen – al ging het wel weer wat ver toen Gerrie laatst op hem ging liggen. En Moos, ja ach Moos, die gaat zijn eigen goddelijke gang en zo lang Gerrie hem niet stoort bij de voor Moos belangrijke zaken, zoals eten en met rust gelaten worden, is er niet veel aan de hand.

Dibbes en Gerrie kunnen erg onhebbelijk zijn naar elkaar toe. Ik kan alle katten aaien maar als ik Dibbes aai, komt Gerrie er aan stormen. ‘Hier ben ik hoor, hier, je moet mij hebben, niet hem!‘ En andersom ook. Dibbes is duidelijk nog niet helemaal zeker van zijn plek en heeft last van verlatingsangst en Gerrie is nog zó druk bezig om zich een plek te veroveren, dat hij daar gebruik van maakt. Toch is het niet echt storend. Er wordt hoogstens één keer per dag even een poot geheven maar verder niet. Vreemd genoeg lijkt Dibbes bang voor Gerrie in de keuken – hij schrikt vaak als hij hem daar tegenkomt alsof ie elk moment een mep kan krijgen – maar daarbuiten is Dibbes het mannetje.  Mijn tafel zie je wel, wie ligt hier?, juist Dibbes!, D I B B E S, nog een keer herhalen dan maar voor Gerrie: hier ligt Dibbes – en niet Gerrie’. Ik hoor het hem denken.

Nu Gerrie steeds meer ontspant, kan ik hem ook socialer maken. Om hem te verzorgen moet ik hem kunnen vastpakken en optillen. Ik werk ernaar toe dat ik hem bijvoorbeeld een vlooienpipetje kan toedienen of een teek kan weghalen. Bij Dibbes was de overgave in een klap vorig jaar en bij Gerrie moet ik het opbouwen. Dus ben ik begonnen met hem te corrigeren als hij uit de verkeerde bak eet. Ik til hem op en zet hem voor de juiste bak. Dat gaat goed. Hij laat zich optillen en weer neerzetten zonder dat er met nagels een reactie volgt. Ik kan hem nu altijd aanhalen als ik wil, wel blijft het oppassen. Als er een onverwachte beweging in de buurt is, kan hij nog steeds heftig schrikken. Elke verandering is eng. Ligt hij op bed en doe ik het licht aan? Eng! Zelfde situatie en licht uitdoen? Ook eng. Dan springt hij van bed af en loopt weg. Meestal komt hij er dan na een paar minuten achter dat het misschien toch niet zo eng was en kruipt hij weer terug.

Nu hij een paar weken binnen leeft, wordt zijn vacht steeds zachter. De eerste keren dat ik hem aaide voelde hij vettig aan. Hij zag er redelijk verzorgd uit – ik zag hem ook voordat hij hier woonde zich regelmatig poetsen – maar de vacht was harder. Nu voelt zijn vacht heel zacht en het wit wordt steeds witter. Niet alleen de buitenkant wordt zachter, ook de binnenkant. Hij straalt heel veel tevredenheid uit, diepe zuchten stijgen er soms op, pootjes worden gestrekt, soms gaat hij liggen rollen op het kleed of het bed, helemaal verliefd.  Die komt er wel, nu nog even leren dat hij ons moet delen.

Het losse leven

Vorige week schreef ik een stukje over mijn lijstjesmanie en hysterische overprikkelde brein.  Het plan was om geen plan meer te hebben. Hoe staat het daarmee, met het doelloze bestaan?

Nou best redelijk eigenlijk! Ik voel me vrijer en opgelucht. Ik leef meer volgens wat mijn lichaam aangeeft. Geen lijstje maken bij het opstaan (of al klaar te hebben liggen) geeft rust. Ik hoef niet meteen iets van mezelf. Ik merk dat ik vooral in de ochtend veel tijd nodig heb om op te starten. Die tijd had ik eigenlijk altijd al nodig met een lijf dat vooral in de donkere tijd van het jaar iets minder soepel is en wat meer aandacht en rust vraagt. Maar dat negeerde ik meestal. Dus moest ik opstaan, en na het uitzwaaien van man en kind begon mijn dag. Dat betekende dat ik me meteen moest gaan aankleden en dan mediteren/lopen/wat huishouden doen/ en vergeet vooral niet te lezen en dan niet alleen ontspanning maar ook-iets-waar-we-beter/slimmer/gezonder-van-worden-et cetera-bladibla. De helft van de tijd lukte dat natuurlijk niet want ik zit niet thuis wegens zweetvoeten en zo kwam ik meestal nog voor de eerste bak koffie al heftig in de knel. En voelde ik me schuldig omdat het niet liep zoals gepland.

Nu ik niet in de ochtend een plan maak maar gewoon wakker word, merk ik dat ik sommige dagen heel traag ben en op andere dagen sta ik al om half negen in de ochtend een bed te verschonen. Net zoals het uitkomt. Soms loop ik nog heel lang in  pyjama rond en hang ik op de bank met de gordijnen dicht en een dvdtje op, soms duik ik weer mijn bed in en soms kleed ik me gewoon meteen aan en ga ik iets doen. Net zoals ik voel dat het nodig is op dat moment. Zo heb ik vandaag bijvoorbeeld uitgeslapen en ben ik net uit bed, omdat het wat lijf en geest betreft best wel pokkuh is vandaag. Het feit dat ik die ruimte neem (en doorgeef aan de huisgenoten) is een grote vooruitgang.

Curieus genoeg krijg ik nu meer gedaan dan met lijstjes. Er is de afgelopen week in een heel gezapig tempo toch wat geruimd en weggegooid. Ik kom ergens in een ruimte en doe gewoon wat, zoals het in me opkomt, hooguit een minuut of 5. De reden dat ik dit nooit zo deed was dat ik bang was als een kip zonder kop tekeer te gaan als ik eenmaal bezig was, want dat manische zat er echt in bij mij. Maar ik merk nu dat ik toch meer in contact ben met mezelf dan vroeger. Dus doe ik iets en voel ik het ook als het te veel wordt, soms net iets te laat maar dat maakt dan niet uit. Ik heb toch geen plan dus kan er ook niets in de soep lopen.

Dus ga ik zo zonder plan kriskras mijn huis door, lees lekker veel, ga elke dag even naar buiten al is het maar in een tuinstoel zitten met een deken om me heen en houd me bezig met de adoptie en het socialiseren van de nieuwste aanloper. En geniet van wat kan en wat lukt. Ik kan het wel, het losse leven!

Brengt me op het volgende punt. Zo lang als ik ziek thuis ben – zeven jaar komende februari –  ben ik aan het denken over wat ik ga doen als ik niet meer ziek ben. Ik kom regelmatig tot inzichten en handel daar dan naar. Voeding, het wordt iets met voeding! En haal een cursus voedingstherapie in huis. Maar kan het niet opbrengen het te gaan doen, want de mate van gezondheid en concentratie wisselen te sterk. En dan bedenk ik later: ik wil schrijven, ik word schrijfster! En bestel voor de zekerheid alvast maar even het Basisboek Journalistiek en een goed grammaticaboek, want aan dat Nederlands van mij mankeert nog wel wat.

Bij alles wat ik bedenk (budgetcoach, schrijver, eigenaar van een paleo-eettent, bakworkshops geven, workshops geven over goedkoop en glutenvrij koken en bakken, o nee toch schrijven) volg ik steeds dezelfde routine: in mij floept een ideeballonnetje omhoog en van idee ontwikkelt zich dat razendsnel tot iets mega groots dat me verplet waar ik bij sta. Volgens mij wordt het tijd dat ik daar eens mee stop. Dus: kappen nu!

Ik hield mezelf voor dat het denken hierover mijn worst was. Het hield me gemotiveerd en ik had een doel om naar toe te werken. Maar het denken over de toekomst en de onzekerheid over wat ik zou kunnen gaan doen, genereert zó veel onrust in mij. Het wordt tijd dat ik onder ogen zie dat het nog lang niet zo ver is. Dromen mag, concrete plannen maken niet. Niet zo lang ik zoals nu, al sinds eind september, niet eens de energie heb om een wandelingetje van 15 minuten te maken. Laten we wel wezen: ik kook alle dagen, douche drie keer per week, ga twee keer per week naar de fysio, doe twee keer in de week een kleine boodschap in winkels en lig om half 8 in de avond volledig uitgepoept op bed. First things first! Het denken over straks zit me nu in de weg. Ik moet stoppen met altijd maar denken over later, later als ik groot ben, gezond ben en alles het weer doet. Want ik leef nu en verspil door al dat denken over later kostbare energie, die ik nu goed kan gebruiken.

Wat een inzicht toch weer op deze vrijdagochtend! Heb jij nog voornemens om gedrag waar je last van hebt te veranderen?