Katten

De komende tijd ga ik proberen Gerrie aan de kattenmand te laten wennen. Hoe sneller dat lukt, hoe sneller we hem kunnen laten castreren en chippen. Moet wel voor het voorjaar, anders gaat hij de hort op met alle gevolgen van dien. Ik heb geen flauw idee of het in de mand stoppen makkelijk zal gaan. Hij laat zich wel heel makkelijk optillen door mij maar haalt ook nog steeds regelmatig uit. Dat zijn reflexen die hij nog niet kan onderdrukken.

Hij is nog onbetrouwbaar. Van Dibbes weet ik inmiddels precies wat kan en wat niet kan (niet zoveel, alleen hij zal nooit uithalen), bij Gerrie wisselt het per keer. Wel is het zo dat hij meer van het neuzen en kopjes geven is dan van het aaien. Maar aaien vind hij wel fijn als hij met zijn rug naar me toe ligt. Behalve als hij op de grond ligt, dan grijpt hij me. En als hij op de bar zit mag neuzen wel maar moet ik mijn armen stijf langs mijn lijf houden, anders gaat het mis. Begrijpen jullie het nog? Ik niet.

Een kat met een gebruiksaanwijzing dus en die aanwijzing is helaas per keer anders. Dat gaat soms dus fout. Laatst zat hij op tafel met zijn neus tegen mijn neus aan, hij genoot. Toen draaide hij zich om en drukte zijn zijkant helemaal tegen mij aan, ik zat op een stoel. Ik maakte een inschattingsfout en aaide hem voorzichtig, zonder te veel druk. Even begon hij heel hard te knorren en toen ineens haalde hij uit met zijn nagels, naar mijn gezicht. En het was raak. Ik ben er goed van afgekomen, wat halen op mijn neus en vlak onder mijn oog. De huid is daar teer, dus het bloedde nogal. Tja. Hij schrok net zo erg als ik en heeft zich onder het bed verstopt, waar hij de hele dag bleef zitten.

Nu ben ik wel voorzichtiger geworden. Ik zet vaker een bril op als ik hem aai, dat voelt veiliger, want een millimetertje meer naar links of rechts en zijn nagels hadden in mijn oog gezeten. Ik loop nu ook meteen weg als hij uithaalt en geef hem dan even geen aandacht meer. Zo hoop ik hem ongewenst gedrag af te leren. Dat gaat vast lukken, op zich zit er geen kwaad bij. Hij zoekt een conflict nooit op en is heel rustig van aard. Alleen als hij zich bedreigd voelt haalt hij uit en soms schat hij dat dus nog niet goed in.

Een kat die onbetrouwbaar of vals is kan dat echt afleren, al moet je wel veel geduld hebben. Gelukkig heb ik het eerder meegemaakt. Mijn eerste kat Joris was zo vals dat ik in het begin regelmatig op een stoel stond met een bezem in mijn handen om hem van me af te houden. Ook dat was een kat met een verleden. Hij was zo heftig en onbetrouwbaar dat niet iedereen bij mij thuis durfde te komen en de verhalen over hem waren legendarisch. Na een paar jaar was Joris de grootste lieverd ooit. Ik kon echt alles met hem doen, bij wijze van spreken optillen en onderste boven hangen, hij vond alles best. Dát houd ik nu maar voor ogen, gaat met Gerrie ook vast lukken ;-).

Met Dibbes en Gerrie gaat het redelijk. Dibbes heeft nog wel last van jaloerse aanvallen en onhebbelijk gedrag. Maar er zijn ook momenten van nieuwsgierigheid en pogingen tot aftasten, wat voor elkaar rollen en zo. Dus ook dat gaat vast goed komen. En met de andere katten en Gerrie gaat het allemaal erg makkelijk tot nu toe.

Dibbes kan het niet meer aanzien…

Kattenpraat

Het gaat prima met de ex-zwervers. Dibbes reageert goed op de vuurwerk-cd en krijgt ook elke dag een antistress pilletje (zylkène) waar hij erg blij van wordt. En Gerrie maakt nog steeds grote stappen. Zijn favoriete tijdverdrijf nu is dat ik aan tafel zit en hij op tafel. Dan drukt hij zijn lijf tegen me aan, duwt zijn neus tegen mijn neus en dan is het de bedoeling dat we zo blijven zitten. Daar krijgt hij maar niet genoeg van. Een kwartier zo zitten maakt hem héél gelukkig. Hij blijft dan telkens duwtjes geven met zijn neus. Volgens mij denkt hij dat we zoenen. Hij wordt er in ieder geval erg blij van. En ik ook, het ontroert me dat hij zich er zo aan over kan geven. Wie had gedacht dat ik zover zou komen met een kat die ik in eerste instantie met een afwasborstel zachtjes over zijn rug aaide omdat hij zo agressief en bang was en zich niet liet aanhalen?

 

De kat in de mand

Al 20 jaar deel ik mijn huis met katten. De meesten kwamen aanlopen, twee kwamen er uit het asiel, eentje werd gescoord in de supermarkt alwaar ze in de jaszak hing van een man, die maar al te graag afstand van haar deed. Die katten die mijn leven verrijken zijn heel divers, van karakter en van uiterlijk. Toch hebben alle katten iets gemeen met elkaar: ze gaan nooit daar liggen waar ze mogen liggen maar daar waar ze liever niet gewenst zijn. Hoe minder de plek voor hen is bedoeld, hoe aantrekkelijker deze wordt gevonden.

Dus trof ik de afgelopen jaren katten aan in bed, in de kast, op het tafelkleed, in een mosselpan, in een rugzak waarmee ik binnen enkele uren op vakantie zou gaan, in weekendtassen, in wasmanden, in truien, op stapels vuil beddengoed, op stapels schoon beddengoed, op de keurig opgevouwen tent, achter de schotten op zolder, in de kruipruimte onder de kelderkast, in schoenenbakken, in doosjes die net uitgepakt zijn, op het aanrecht, in de voorraadkast, in een bak met legoblokjes, in de LP-kast, in de fototas, in mijn breimand of net op de plek waar ik wil neerploffen. Ik trof ze nooit, echt nooit in het schattige kattenmandje dat ik speciaal voor alle katten neerzette, stuk voor stuk, gewoon om het elke keer weer te proberen. Nooit had ik een kat die braaf ging liggen op de daartoe bestemde plek.

Behalve ons laatste aanwinst Gerrie. Dolgelukkig met zijn eigen mand.

 

Fijn weekend allemaal!

De kat, nog een kat, nog een kat, nóg eentje en hun mens (en de buurkatten….)

Met Gerrie gaat het goed, meer dan goed. Hij ligt op de bank, op de stoel, op de tafel, tegen ons aan, tussen ons in, op het kleed.  Hij neemt langzaam aan bezit van het huis. Ook betrapten we hem een paar keer op speels gedrag. Hij zoekt toenadering tot Smoes. Die is daar nog niet echt van gediend want het is al snel eng, spelen met een kat die je niet goed kent. Dus zagen we wat voorzichtig speels gemep met pootjes maar werd er toch snel weggerend. Waarop de teleurstelling moest worden weggepoetst door Gerrie.

Hij is nog wel heel alert. Laatst leek hij diep in slaap, pootjes helemaal voor zich uit gestrekt. Tot hij een geluid hoorde en binnen 1 seconde vanuit diepe rust overeind sprong, klaar om weg te rennen. Dat zal nog wel even duren voordat die reflex weg is. Zagen we ook bij Dibbes.

Nu we het daar over hebben, met Dibbes gaat het zozo. In de avond als we in bed liggen en hij heel dicht tegen me aan ligt, is er niets aan de hand. Zijn mens is zo dicht als mogelijk bij hem en aait hem. Maar overdag gaat het minder. Hij is erg schrikkerig en helaas ook bang voor Gerrie. Niet heel dramatisch maar als Gerrie bij hem in de buurt komt zie je dat Dibbes angstig wordt en weg probeert te komen. Vreemd genoeg heb ik Gerrie nooit zien uithalen naar Dibbes, buiten de eerste week hier. Dat was bij het eten uitdelen, toen mepte Gerrie in zijn vraatzucht en angst om te worden overgeslagen naar iedereen. Nu doet hij dat niet meer maar dat kwartje valt niet bij Dibbes.

Voor Dibbes is alles persoonlijk. Ik weet weinig van kattenpsychologie maar volgens mij heeft Dibbes last van onzekerheid en verlatingsangst. Maar misschien is dat wel mijn schuldgevoel over het feit dat ik nog een zwerver opneem, terwijl Dibbes daar duidelijk niet van is gecharmeerd.

Wat zeker niet bijdraagt aan een algeheel gevoel van behagen, is dat ik nu de buurkatten eten geef. Voor Dibbes is dit hoogverraad. Als ik naar buiten kom na het voeren van de buurtroepen, tref ik hem gillend en heen en weer rennend aan over de stoep. Hij mieuwt als een kitten, heel hoog en klagelijk.

Dat maakt het voeren van de buurkatten tot een weinig prettige gelegenheid. Sowieso is de sfeer ‘daar’ niet goed. Een kattenhuishouden met een depressieve kat van een jaar of 7 en een opdringerige kat met een bord voor zijn kop van 1,5 jaar. Het één wordt veroorzaakt door het ander. Nou was Tommie (die van 7) altijd al niet bekend om zijn vrolijkheid, maar is hij ronduit depressief sinds Kasper het Spook er bij kwam. Want een spook is het. Dus krijgt Tommie nauwelijks tijd of rust om te eten, Kasper pakt het af. Met als gevolg dat Tommie er vaker niet dan wel is als ik eten geef. Met een kattenluik heb je dat als snel natuurlijk. Is hij er wel, dan geef ik het hem en parkeer mezelf voor zijn bak, de wacht houdend.

Zo heb ik het enorm druk en ben ik blij dat die andere twee van ons, Moos en Smoes, zo normaal zijn. Die gaan gewoon hun eigen gang en maken zich nergens druk over. Een aai op zijn tijd is voldoende. Zo kan het dus ook.

 

 

 
 

 

 
 

 

Gerrie

Hoe staat het met Gerrie en zijn socialisatieproces? Nou, hij is nog wel verliefd op mij  maar ik viel deze week wel een beetje van mijn voetstuk af. Ik vond het tijd voor vlooienbestrijding. Dus diende ik hem een pipetje met antivlooienmeuk toe. Op zich ging dat goed maar daarna kwam de klap. Zijn geur klopte niet meer. Hij rook en snuffelde en was danig ontstemd. Zo erg dat hij wegdook als we hem wilden aaien en even (zeker een hele nacht) niet benaderbaar was.

Maar dat was de volgende dag weer over en alle gemiste knuffels werden ingehaald. Hij zat vanmorgen naast me op de stoelleuning kopjes te geven terwijl ik hem aaide en begon zo erg tegen me aan te leunen dat hij op schoot viel. En dat lag eigenlijk ook wel lekker, na de eerste schrik. Zo zetten we nog steeds elke dag grote stappen.

We zijn nog ver verwijderd van hem op kunnen tillen, in een reismand stoppen voor een dierenartsbezoek, maar het zit er aan te komen!

Gerrie

De afgelopen week werd het steeds meer duidelijk dat Gerrie gewoon mee hobbelt met de andere katten en zo zijn plek en ritme vindt. Is het volgens de andere katten tijd om te dutten boven? Hij rent er achteraan en gaat er tussen liggen. Als na een paar uur slaap de boel buiten moet worden gerekt en gestrekt, doet hij ook mee. Soms is er een aanvaring, vooral Dibbes kan nog wel eens jaloers reageren, maar dat blijft erg beperkt. Smoes vindt Gerrie wel lief en oké, gaat ook vaak vlak bij hem liggen – al ging het wel weer wat ver toen Gerrie laatst op hem ging liggen. En Moos, ja ach Moos, die gaat zijn eigen goddelijke gang en zo lang Gerrie hem niet stoort bij de voor Moos belangrijke zaken, zoals eten en met rust gelaten worden, is er niet veel aan de hand.

Dibbes en Gerrie kunnen erg onhebbelijk zijn naar elkaar toe. Ik kan alle katten aaien maar als ik Dibbes aai, komt Gerrie er aan stormen. ‘Hier ben ik hoor, hier, je moet mij hebben, niet hem!‘ En andersom ook. Dibbes is duidelijk nog niet helemaal zeker van zijn plek en heeft last van verlatingsangst en Gerrie is nog zó druk bezig om zich een plek te veroveren, dat hij daar gebruik van maakt. Toch is het niet echt storend. Er wordt hoogstens één keer per dag even een poot geheven maar verder niet. Vreemd genoeg lijkt Dibbes bang voor Gerrie in de keuken – hij schrikt vaak als hij hem daar tegenkomt alsof ie elk moment een mep kan krijgen – maar daarbuiten is Dibbes het mannetje.  Mijn tafel zie je wel, wie ligt hier?, juist Dibbes!, D I B B E S, nog een keer herhalen dan maar voor Gerrie: hier ligt Dibbes – en niet Gerrie’. Ik hoor het hem denken.

Nu Gerrie steeds meer ontspant, kan ik hem ook socialer maken. Om hem te verzorgen moet ik hem kunnen vastpakken en optillen. Ik werk ernaar toe dat ik hem bijvoorbeeld een vlooienpipetje kan toedienen of een teek kan weghalen. Bij Dibbes was de overgave in een klap vorig jaar en bij Gerrie moet ik het opbouwen. Dus ben ik begonnen met hem te corrigeren als hij uit de verkeerde bak eet. Ik til hem op en zet hem voor de juiste bak. Dat gaat goed. Hij laat zich optillen en weer neerzetten zonder dat er met nagels een reactie volgt. Ik kan hem nu altijd aanhalen als ik wil, wel blijft het oppassen. Als er een onverwachte beweging in de buurt is, kan hij nog steeds heftig schrikken. Elke verandering is eng. Ligt hij op bed en doe ik het licht aan? Eng! Zelfde situatie en licht uitdoen? Ook eng. Dan springt hij van bed af en loopt weg. Meestal komt hij er dan na een paar minuten achter dat het misschien toch niet zo eng was en kruipt hij weer terug.

Nu hij een paar weken binnen leeft, wordt zijn vacht steeds zachter. De eerste keren dat ik hem aaide voelde hij vettig aan. Hij zag er redelijk verzorgd uit – ik zag hem ook voordat hij hier woonde zich regelmatig poetsen – maar de vacht was harder. Nu voelt zijn vacht heel zacht en het wit wordt steeds witter. Niet alleen de buitenkant wordt zachter, ook de binnenkant. Hij straalt heel veel tevredenheid uit, diepe zuchten stijgen er soms op, pootjes worden gestrekt, soms gaat hij liggen rollen op het kleed of het bed, helemaal verliefd.  Die komt er wel, nu nog even leren dat hij ons moet delen.

Van buiten naar binnen

Nee hoor, geen filosofisch stukje – al doet de titel dat vermoeden – maar veel kattengeleuter en een verslaglegging van de zielige zwerfkat die in korte tijd tijd verandert in potentiële theemuts vaste huisgenoot.

Zoek de verschillen….

Eerste ontmoeting met Gerrie in 2013

Hij komt af en toe eten halen

Juli 2014, we gaan serieus werk van elkaar maken
Augustus, Gerrie komt steeds vaker langs
Wat voorwerk doen door naar binnen te gluren, eigenlijk wil hij naar binnen
Voor t eerst binnen eten, heel spannend
Naar binnen komen zonder reden, best eng maar toch doen
Eigen kleedje vlak bij de deur
Iets verder het huis in, ook weer spannend
Naast me op de bank zitten, eng maar toch blijven zitten
Droog, warm, wat wil je nog meer….

Vanaf half augustus zijn we echt ‘werk’ gaan maken van Gerrit. Nu, twee maanden later, woont hij binnen. Ook slaapt hij bij ons op bed sinds deze week. Vier katten op bed lukt net, als we zelf niet al te hoge eisen stellen aan hoe we liggen ;-).

Ik kreeg van de vrouw die Gerrit de afgelopen jaren eten gaf, 3 zakken met kattenbrokken. Hij komt bij haar niet meer langs. Vindt ze zelf heel jammer maar ze gaf al eerder aan dat het er uiteindelijk om gaat deze zwerfkat een huis te geven en waar dat dan is, maakt niet uit. Ze heeft twee jaar geprobeerd hem minder schuw te maken maar dat lukte niet. Waarom bij ons wel? Het is me een raadsel. Hier zijn meer katten en een kind. Misschien omdat ik overdag thuis ben? In ieder geval door de overdracht van de kattenbrokken is het wel nu voor het echie. Gerrit hoort bij ons. Nu mag hij de komende tijd gaan ontspannen en wennen.  En gaan we in het voorjaar maar eens naar de dierenarts voor castratie. Dat heeft nu geen haast, wonderlijk genoeg sproeit hij nergens in huis.

Om het te vieren kocht ik vier bij elkaar passende etensbakjes voor de katten. En gaven we hem een andere naam, want Gerrit vinden we niet mooi. Alleen daar is hij wel aan gewend geraakt. Na veel gedub – van Zoefzoef tot Malouf tot Diedus houden we het op Gerrie. Klink net wat beter – vinden wij dan – maar klinkt voor hem toch vrijwel hetzelfde als waar hij naar luistert. Dus: meet Gerrie!

Ik ga nergens meer heen hoor, dat je het ff weet
Met Dibbes en Gerrie gaat het nu goed samen. Dibbes heeft wel wat extra aandacht nodig en die geven we hem. Dat Gerrie van de week op bed sprong en naar me toe huppelde om me kopjes te geven leverde wel een fikse dreun op van Dibbes die tegen mijn buik aanlag en die toch echt vond dat er een grens werd gepasseerd die nog lang niet aan de orde is. Op bed liggen aan het voeteneind is oké maar we moeten natuurlijk niet gaan overdrijven hè! Buiten dat gaat het heel aardig, Gerrie vindt alles prima en stoort zich niet aan een mep hier of daar.
We denken wel dat het familie is, de overeenkomsten in uiterlijk zijn best groot:

beetje zielige foto, dit was nog voor de oogoperatie van Dibbes

We zijn er nog lang niet, veel angsten moet nog worden afgeleerd. Hij is bang voor stromend water en voor mensen die fluiten, ik kan hem wel aaien maar nog niet verzorgen dus die gore vieze vette teek op zijn vacht krijg ik er met de tekentang niet uit, ook niet na meerdere pogingen. Dat vertrouwen is er nog niet en hij haalt naar me uit met zijn nagels als ik het probeer. Maar die teek laat ooit heus wel los, net als dat het vertrouwen ook ooit gaat groeien.

Zo dus. Vier katten!

Fijn weekend allemaal!

Gerrit

Was het bij Dibbes in één keer – weliswaar na 5 maanden voorwerk – een omslag naar ‘ik vind jullie lief en jullie mogen me vanaf nu altijd aaien’, Gerrit zit heel anders in elkaar. Aantrekken en afstoten, elke keer weer. Na elke toenadering volgt een verwijdering en kortstondig schuw gedrag. Voor het eerst op zolder geslapen? De hele volgende dag rent hij weg, ineens bang voor hoe we reageren. Na de eerste keer buikje kriebelen krijg ik een uur erop een fikse mep met de nagels uit.

Dat maakt dat ik elke keer weer angsten uitsta om hoe hij reageert. Want soms geeft hij ineens zijn vertrouwen en krijg ik een likje of neusje maar ja, wel vlak bij mijn gezicht en die nagels zijn verdomd scherp weet ik inmiddels.

Ik neem het maar zoals het komt. Het is duidelijk een kat met bindingsangst. Ik heb voldoende ervaring met vriendjes met bindingsangst in het verleden gehad om dit gedrag te herkennen. Dus geniet ik van de toenadering en ben verrukt als hij voor het eerst zijn buik aanbiedt. En wat tref ik op de buik aan, precies dezelfde crèmekleurige vlek in het midden zoals Dibbes heeft. Ze hebben dezelfde tekening, dezelfde schommelende loop en dezelfde doorgezakte rug. Dit moet familie zijn. Zeker ook omdat ze zo’n 1,5 jaar geleden ineens allebei op hetzelfde moment door de buurt zwierven. Waarschijnlijk heeft iemand gewoon vanuit zijn auto deze twee broertjes eruit geflikkerd, daahaag, die zien we nooit meer terug!

We hebben grote vorderingen gemaakt de afgelopen weken. Er was een omslag van ‘ik kom rond etenstijd kijken wat er te bietsen valt’ naar ‘ik blijf nog even zitten, want je weet maar nooit’ naar ‘Ik woon in deze tuin en wandel een paar keer per dag door het kattenluik naar binnen want daar is het veel warmer/fijner/veiliger’. Vrijdag deed ik de deur voor hem open en hij wandelde zó naar binnen. Het wordt steeds normaler voor hem. Eerst ging hij zich dan binnen verstoppen en als hij zag dat ik hem zag – achter de gordijnen – dan rende hij weer naar buiten. Nu blijft hij steeds vaker liggen.

Inmiddels kent hij ons ritme. S. gaat in de ochtend naar de schuur om zijn fiets te pakken en waar dat eerst voldoende was om in paniek de tuin te verlaten, stapt Gerrit nu even opzij of gaat hij onder de bamboe liggen wachten tot het sein weer op veilig staat. Ook heeft hij zelf inmiddels zijn vaste rituelen. In de avond komt hij na het eten naar binnen. Flink poetsend om zich een houding te geven, of languit op het kleed liggend en net doen alsof dat normaal is (vinden wij wel maar voor hem is het nog heel spannend). Dan als hij denkt dat we niet kijken, sluipt hij naar boven. De zolder is van hem. Daar ligt hij de hele nacht. Hij is ook al wel eens bij ons een verdieping lager op bed gekropen en toen lagen we daar met 4 katten die absoluut niet wisten wat ze met de situatie aan moesten. Gelukkig werd het geen knokpartij maar iedereen was opgelucht toen hij de avonden erna koos voor een eenzame slaapplek op zolder.

Voordat ik ga slapen ga ik hem daar dan nog even knuffelen. Hij ondergaat met steeds meer ontspanning de aandacht en knuffels. In het begin nog alert maar al snel met de poten in de lucht en met de snorharen helemaal naar voren. Om er dan de volgende ochtend achter te komen dat ik de toenadering toch weer de hele dag moet opbouwen. Playing hard to get….of misschien bang voor zijn eigen overgave?

Dibbes heeft zich er inmiddels bij neergelegd. Of dat komt door de Bach Bloesem druppels, de Feliway, de extra aandacht die we hem geven of het feit dat hij doorheeft dat de komst van een extra kat niet ten koste gaat van de hoeveelheid voer? Ik weet het niet. Hij is wel jaloers, komt vaak meteen tegen me aan liggen als Gerrit het huis in stapt maar hij maakt geen geagiteerde indruk zoals hij in het begin na de komst van Gerrit wel deed.
En de andere katten? Ik vraag me serieus af of ze het wel doorhebben. Die maken zich echt niet druk, zeker niet om een zwerver. Bovendien zijn ze gewend dat de buurkatten ook om de haverklap naar binnen lopen. Een kat meer of minder maakt ze niet uit. Gerrit moet alleen nog wel keukenmanieren leren. Hij kruipt over alles en iedereen heen om als eerste het voer te pakken te krijgen. Best onhandig als je vier bakken moet neerzetten en er dus vier katten gillend rondrennen, waarbij er één zich gedraagt alsof hij elk moment dood kan neervallen als hij niet nu onmiddellijk en wel als eerste dat voer krijgt. Maar ja, dat is typisch gedrag van een kat die honger heeft gehad. Dat slijt wel.

De zwerfkat en de knal

Wat doe je als je al drie katten hebt en niet al te veel ruimte? Precies, dan neem je nóg een kat in huis. Liefst weer een zwerver, eentje die echt moeilijk te benaderen is. Een fijne uitdaging en een mooi project voor het najaar.

‘Wel ja, natuurlijk. Dat doet maar’ hoor ik u denken. Maar nee, dat kan natuurlijk niet, zou wat zijn zeg als uw gedachten zo via mijn laptopje in mijn hoofd geplaatst worden. Daar is het toch al zo druk.

Een moeilijk benaderbare zwerver dus. Het voordeel van deze zwerver – in tegenstelling tot die van vorig jaar – is dat deze goed ziet en dus iets minder angstig is. Hij vertoont zo op het eerste gezicht geen zichtbare gebreken, buiten een overduidelijk gebrek aan liefde en ervaring met het goede leven.

Zwerfkatten hebben het tot een kunst verheven om van een afstandje naar je kijken, de schouders een beetje afhangend en dan liefst zo dat de eenzaamheid er vanaf druipt. Die glijdt zo van die schoudertjes af, vormen een plasje en dat plasje wordt groter en groter en tegen de tijd dat die olievlek bij mij is aangekomen, rest er niets anders dan meegaan met de stroom. Centjes tellen dus, goed gesprek met de rest van de katten en hopen dat het allemaal gaat lukken.

Een weldoordachte combinatie van lekkere hapjes, zoete lieve woorden en voorzichtige toenaderingspogingen deden vorig jaar wonderen dus is die tactiek op herhaling. Inmiddels zijn we in het stadium van opgevoerde aaitherapie belandt. Waar eerder één aaibeurt per dag al een overwinning was, hebben we nu het tempo opgevoerd en wordt Gerrit verwend met diverse aaibehandelingen elke paar uur.

En met wat een effect. Rollende ogen, kwijl die langzaam uit de bek ontsnapt, zacht geronk dat wordt gestart, een buik die voorzichtig wordt aangeboden. Het is een feest.

Elke keer weer is het inschatten, hoe ver kan ik gaan, hoe ver mag ik gaan, haalt hij niet uit? Ik moet hem immers net zo veel vertrouwen geven als hij mij geeft. Komt hij ineens omhoog om mij een kopje te geven, dan onderdruk ik mijn schrikreflex. Soms gaat het goed, soms gaat het niet goed. Schrikt hij, schrik ik en staan de bewijzen op mijn handen en armen. Misschien toch tijd voor een tetanusinjectie?

Gisteren hadden we een topdag, de zwerver en ik. Even dacht ik dat hij op schoot zou springen, maar nee, dat was net te veel gevraagd. Wel was er een grote doorbraak. Ik zat op mijn hurken en hij likte mijn hand, ging op zijn achterpoten staan. Zijn snoet naar voren richting mijn neus. Een minuut die eindeloos duurde was er vertrouwen. Tot een oorverdovende knal uit het park een einde aan de droom maakte. Serieus, wat een baggerherrie! Een afrekening uit de Hoornse onderwereld? Een visser die met dynamiet de visvijver leeghaalt? Een scooter met knalpijp?

Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat Gerrit weg rent als ik hem wil aaien. Hij gaf zijn vertrouwen en hoorde een knal. Dat associeert hij nu met mij en moet weer worden afgeleerd. Zo is er altijd wat. Ik moest trouwens ook flink bijkomen van die knal. Een permanent overprikkeld zenuwstelsel kan namelijk blijven hangen in schrikreacties. Van dat wegrennen begrijp ik dus wel, dat doe ik ook n mijn hoofd. Maar we komen er wel, Gerrit en ik. Ooit.

Wens ik jullie een fijn weekend toe….

 

Zaterdag

Afgelopen donderdag had ik een afspraak met de dierenarts die aan huis kwam om Dibbes te enten, nadat in de week ervoor Dibbes in de mand krijgen jammerlijk was mislukt. Ook het thuis enten is jammerlijk mislukt. Dibbes lag toevallig in de vensterbank in het zonnetje toen hij haar aan zag lopen en verdomd als het niet waar is, hij herkende haar meteen. Hij vloog in volledige paniek tegen de muren op, krabde mij en passant open op mijn arm en veranderde in een onbenaderbaar blazend monster met klauwen waar je niet bij in de buurt kunt komen.

Dierenarts droop dus weer af, met achterlating van het spuitje en instructies hoe we dit konden toedienen. We hebben eerder wel eens injecties toegediend bij Smoes dus dat zou moeten lukken. De band tussen mens en dier was helaas zo verstoord dat we het er maar bij hebben laten zitten. Dibbes heeft de hele middag onder ons bed gezeten en vloog in de namiddag het huis uit. Hij weigerde naar binnen te komen, wel kon ik contact met hem maken en miauwde hij zijn stress van zich af.

Dit werkte op mij dermate stressverhogend dat ik de inmiddels in alle paniek aangeschafte Bach Bloemsem Rescue druppels zelf ook maar achterover sloeg en – nu ik toch bezig was –  de rest van het kattenhuishouden ook maar iets toediende verstopt in de melk. Want alle harigen op 4 en 2 poten raakten danig van slag door al het gedoe. Dibbes wilde laat op de avond wel naar binnen komen maar vloog er vandoor toen hij M. zag. Best zielig voor M. die juist niet betrokken was bij het dierenartsdrama. Maar ja, angsten kennen geen logica blijkt maar weer. En blijkbaar kwam er bij Dibbes oud zeer naar boven, hem aangedaan door een man.

Na een voor mij vrijwel slapeloze nacht – het zenuwstelsel was dermate geprikkeld dat slapen niet lukte – sloop ik op vrijdagochtend om half 6 naar beneden om Dibbes als een hoop ellende bij de achterdeur aan te treffen. Ik haalde hem naar binnen, gaf hem wat blikvoer met Bach bloesemdruppels en de rest van de katten ook die van alle kanten kwamen aangestormd. We hadden een fijn uurtje tot M. opstond en naar beneden kwam. Dibbes vertrok weer naar buiten, alhoewel minder in paniek dan de dag ervoor.

Afijn, ik keek M. zowat  naar het werk en zodra hij zijn hielen lichtte kwam Dibbes weer naar binnen. Dat S. de trap afkwam was even heel eng, maar niet eng genoeg. Toen ook S. vertrok, zat Dibbes klaar op de trap. ‘Ga maar naar boven’ zei ik tegen hem en daar stoof hij de trap op. We deden een welverdiende tuk en in de loop van de dag gleed langzaam de stress van mens en kat af. Toen M. uit zijn werk kwam was hij niet meer die enge man maar gewoon baasje en mocht er weer worden geknuffeld zonder angsten.

De Bach Bloesemdruppels zijn overigens echt een aanrader. Onze ZwerfGerrit kreeg ze ook van me en die bracht gisteren na toediening de rest van de dag in de zon rollend door, zijn buik aanbiedend en knorrend van genoegen. Ik heb al veel bereikt bij hem maar dit haalt hopelijk net weer wat scherpe randjes weg. Omdat Dibbes deze week nogal jaloers en boos deed naar Gerrit toe, blijf ik beide heren voorlopig deze druppels geven.

Het eerst succes leek te worden geboekt. Het leek er even op dat Dibbes met Gerrit wou spelen gisteren vroeg in de avond, er werd wat geschud met een kont en staart en signalen afgegeven, maar toen kwam er een spin voorbij lopen en was het moment weer voorbij omdat Dibbes werd afgeleid. Maar wat niet is, kan nog komen.

Als ik in aan het koken ben, word ik begluurd door Gerrit, ik ben héél interessant