Het plan was om Gerrie deze maand te laten castreren. Of dat ook echt deze maand nog gaat lukken, vraag ik me af. We zijn wel flink bezig met de voorbereidingen. Gepokt en gemazeld als ik inmiddels ben met getraumatiseerde katten, ga ik er niet meer van uit dat ik op dag A en uur U de kat zomaar in de mand weet te stoppen. Dat deden we met Dibbes wel, gezien het feit dat hij echt doodziek was maar daar was wel een aanzienlijke hoeveelheid drugs voor nodig, voor kat en toekomstig baasje. Het had tot gevolg dat we hem nu echt de mand niet meer in krijgen. Met Gerrie moeten we dat dus anders aanpakken. Met beleid en geduld. Ik ben nooit de reactie van Vlasje vergeten die schreef dat ze heeft gewacht tot de kater die bij haar was aankomen lopen, zelf in de mand stapte, vol vertrouwen. Zo wil ik het ook graag!
Heel langzaam laat ik Gerrie aan de mand wennen. We hebben een plastic mand die bestaat uit twee delen, de bovenkant kan van de onderkant af. Eerst heb ik alleen de onderkant in de huiskamer neergezet, met een kleedje erin waarop Gerrie veel heeft gelegen de afgelopen maanden.
De mand werd vakkundig genegeerd. Ook als ik er lekkere snoepjes in verstopte. Die werden gevonden door Moos en Smoes die geen mand-trauma hebben en er erg van genoten. De snoepjes geven terwijl ik op de grond zit vóór de mand bleek een beter idee te zijn. Dus dat deed ik een paar weken, snoepjes uitdelen op de grond voor de mand.
Inmiddels heb ik de bovenkant op de mand gezet en deel ik nog steeds snoepjes uit. Eerst legde ik een snoepje op de rand en een enkele keer een snoepje helemaal in de mand. Tegenwoordig leg ik de eerste paar snoepjes buiten de mand, één voor één en de rest één voor één in de mand. Zo verleggen we heel langzaam de grenzen van wat Gerrie bereid is te doen. Laatst kroop hij uiteindelijk gewoon maar helemaal in de mand, om daar de snoepjes in ontvangst te nemen. Ook toen ik al klaar was bleef hij in de buurt van de mand en stapte er nog een paar keer in, want ‘je weet maar nooit’. In een paar weken tijd heeft de mand dus promotie gemaakt van ‘enge te negeren plek’ naar ‘daar waar lekkers wordt uitgedeeld’. De volgende stap zal zijn het deurtje in de mand te zetten en open te laten staan. Maar dat doe ik pas als ik merk dat hij er langer in blijft liggen.
De stappen die je kunt nemen om je kat te laten wennen aan de mand, kun je ook hier vinden. Inmiddels heb ik wel door dat een kat zijn eigen tijd neemt om aan iets te wennen en dat je met veel tijd, geduld en herhaling een eind kan komen. Dus lukt het deze maand niet en volgende maand wel, ook prima. Al zou het wel fijn zijn als het voor half maart lukt omdat onze dierenarts van 15 februari tot 15 maart flink korting geeft op castraties van katten.
Als Gerrie succesvol is afgeleverd bij de dierenarts en gecastreerd, gaan we over op het volgende plan: Dibbes aan die mand laten wennen. Dat is een klus met nog meer uitdaging maar ook dat gaat vast lukken. Zodat we Dibbes wel gewoon kunnen laten enten en onderzoeken. Sommige mensen vragen zich af of jaarlijkse entingen nodig zijn. Ik vind van wel, ik ben bijna een kat verloren omdat ik ooit meende van niet. Kattenziekte is een heel snel verspreidend virus met vaak dodelijk resultaat. Dat risico wil ik niet meer nemen. Bovendien vind ik een jaarlijkse controle een goed idee. Zeker bij ex-zwervers met een immuunsysteem dat niet optimaal werkt.
Iedereen maakt voor zichzelf een keuze die past bij de situatie, de kat en de ervaring. Ik houd het betaalbaar door elke maand wat geld opzij te zetten voor entingen, vlooien- en wormenbestrijding en dierenartskosten. Echt grote pech – zoals de darmoperatie van € 500 van kat Smoes drie jaar geleden – betalen we van de buffer.
Krijg jij je kat makkelijk mee naar de dierenarts?








Hoe staat het met Gerrie en zijn socialisatieproces? Nou, hij is nog wel verliefd op mij maar ik viel deze week wel een beetje van mijn voetstuk af. Ik vond het tijd voor vlooienbestrijding. Dus diende ik hem een pipetje met antivlooienmeuk toe. Op zich ging dat goed maar daarna kwam de klap. Zijn geur klopte niet meer. Hij rook en snuffelde en was danig ontstemd. Zo erg dat hij wegdook als we hem wilden aaien en even (zeker een hele nacht) niet benaderbaar was.















