Smoes en zijn schildklier (of wat er van over is)

Precies een week geleden lag onze Smoes op de operatietafel, waar hij een schildklieroperatie onderging. Het was tot het laatste moment spannend of de operatie door kon gaan. Hij moest namelijk wel in een redelijke conditie zijn.

Maandagochtend rond een uur of 9 vertrokken wij met een nuchtere en daarom zéér verontwaardigde kat richting dierenarts. Indien de bloedtest positief was, zouden we hem daar meteen achter kunnen laten voor de operatie. Die was voor de zekerheid al ingepland voor in de middag.

Bloed werd afgetapt, meneer werd gewogen (iets afgevallen), hartslag gemeten (te snel en te dreunend) en we deden ons verhaal. We mochten op de uitslag wachten in de wachtkamer.

Een klein half uur later kwam de dierenarts de uitslag bespreken. Wat volgde was een best negatief verhaal en daarom zag ik het vonnis niet aankomen: toch opereren ondanks waarden die niet positief zijn. Na 6 weken schildkliermedicatie waren zijn schildklierwaarden weliswaar gedaald maar nog steeds op het randje. Zijn leverwaarden zijn nog schrikbarend hoog. De medicatie verder verhogen was niet mogelijk aangezien hij al op de hoogst mogelijke dosering zat. Opereren leek de enige mogelijkheid om de boel tot rust te brengen.

Het verhaal kwam erg negatief op mij over, zeker omdat ze benadrukte dat we drie weken na de operatie wéér de bloedwaarden moesten laten testen om te zien of vooral de leverwaarden zich dan wel hebben genormaliseerd en de overgebleven schildklier een normale hoeveelheid hormonen produceert. Maar het was wel een beetje van  “ach en wee en maar hopen dat….

Na het kattenkind gedag te hebben gekust vertrokken we richting huis waar ik probeerde me niet al te druk te maken. Een te hoge hartslag in combinatie met een narcose is natuurlijk niet echt prettig.

Eind van de middag mochten we hem weer halen en spraken we C., de dierenarts die hem had geopereerd. Dat was ineens een heel ander verhaal. Ik vertelde eerlijk dat ik wat somber was geworden van het gesprek met Y, de andere arts. C. heeft veel meer ervaring en vertelde dat ze soms wat van zienswijze verschillen. Volgens haar denkt Y, de jongere arts, nog erg vanuit het standaard protocol dat ze op de opleiding heeft geleerd. Maar zij zag geen enkele reden waarom het niet goed zou komen en vond een bloedtest over drie weken alleen nodig als er daadwerkelijk symptomen zijn die te denken geven. Als de stofwisseling te snel gaat dan merk je dat aan de hartslag, zijn gewicht, ontlasting en eetgedrag. Kortom als die allemaal normaal zijn, dan is testen nergens voor nodig. Ze opereert al jaren katten met schildklierproblemen en had eigenlijk nooit mee gemaakt dat het erna niet goed gaat.

Oké, dát klonk veel beter. Smoes was inmiddels voldoende bijgekomen, al ging dat wat moeizaam, maar uiteindelijk mocht hij mee naar huis met een flinke jaap in zijn keel en de belofte een week later terug te komen om de hechtingen te laten verwijderen.

eenmaal thuis wilde hij meteen naar buiten, wat natuurlijk niet mocht

De afgelopen week herstelde hij goed en snel. Zijn eetgedrag is normaal. Zijn ontlasting is dat nog niet, maar dat kan ook door de antibiotica komen en die is inmiddels op. Zijn gewicht is wel stabiel.

Zaterdag hebben wij hem voor het eerst weer naar buiten gelaten. De wond is mooi geheeld en we zagen geen reden hem nog te straffen door hem langer binnen te houden. Het is een senior en zijn gedrag buiten is vooral beetje scharrelen en snuffelen en middagdutjes doen. In de nacht houden we hem nog wel binnen.

Dus daar ging meneer met de staart omhoog, dolgelukkig. Elke struik in de tuin is besnuffeld. Zijn manier van lezen wat er de afgelopen week is gebeurd, zonder hem.

Morgen laten we de hechtingen verwijderen en 6 augustus is dan een nacontrole, waar we dus al of niet nog een bloedtest laten doen. Afhankelijk van de uitslag ga ik wel of niet mee op vakantie. Op zich heb ik goede hoop maar je weet maar nooit. Hij geeft nu toevallig al een paar dagen achter elkaar over. Kan door de hitte komen, kan iets anders zijn. Even afwachten maar weer. Ik ben er nog niet helemaal gerust op. Een combinatie van mijn gewone zwartgalligheid met nog wat oververmoeidheid van de afgelopen tijd.

Nou ja voor Smoes is in ieder geval het ergste nu achter de rug. En voor ons ook. Want een kat binnenhouden met die hitte en dus alle ramen en deuren dicht moeten houden, was niet echt fijn.

 

 

Smoes

De operatie ging goed. En vanmorgen was hij weer helemaal zijn springerige zelf. Ik helaas nog niet, dus jullie houden een uitgebreidere update van me tegoed. Eerst even bijtrekken.

Hier net bijgekomen, nog heel slaperig maar wel helemaal klaar om weer naar buiten te gaan. Wat voorlopig nog niet mag.

Stilte (voor de storm)

Tevreden kat en nog onwetend over de ellende die we morgen over hem uit gaan storten….

Dit weekend geniet ik van stilte. De mannen zijn sinds vrijdagmiddag op stap, naar Nort Sea Jazz, en komen pas vannacht weer thuis. Toen ze vertrokken deed ik iets waar ik me al weken op heb lopen verheugen: ik plugde mezelf uit en houd dat lekker het hele weekend vol.

Wat een zaligheid! Ik heb nu precies één jaar mijn gehoorapparaten, zou niet meer zonder kunnen en willen maar tering, wat is het fijn om even in een stille wereld te leven (als ik de tinnitus in mijn rechteroor niet meereken). De buurvrouw kwam even een praatje maken maar er is met mij niet meer echt een gesprek te voeren zonder apparaatjes en ik was niet van plan ze in te doen – sorry buuf, ze liggen boven en ik heb geen goede dag dus ga niet heen en weer lopen naar boven, wat zeg je, ik versta je niet, ja doei. Zo ging dat.

Ik had vooraf wel plannen dit weekend. Vriendin D. zou zaterdag komen eten (en dan zou ik vanzelfsprekend wel even inpluggen) maar aangezien ik donderdag en een deel van de vrijdag in bed lag wegens een terugslag, heb ik haar afgezegd.

Die terugslag was helaas wat heftig en het gevolg van een uitje, maar was het wel meer dan waard. Ik ben even gaan knuffelen met een heleboel kittens die worden opgevangen door mijn vriendin M. Wie mij een beetje kent weet dat dit voor mij ongeveer het equivalent van het paradijs is. Er zat van alles tussen: een cypertje, een schildpadpoes, een zwart katje, drie rode en een maine coon. Zo lief! Sommigen waren nog niet heel erg gesteld op menselijk gezelschap (aantal is in het wild geboren) maar er waren een paar die me wel goed genoeg vonden om overheen te rennen of me aan te tikken met hun pootjes.

Zwaar verliefd weer naar huis dus. Omdat de terugslag zo heftig was besloot ik dus dit weekend zo goed als niets te doen en ook zo veel mogelijk los te laten van wat ik van mezelf verwacht. Ik liet mijn eigen ritme los wat eten en rusten betreft en deed het gewoon wanneer het uitkwam of ik behoefte voelde. Wat een stuk makkelijker is als je eens even geen rekening met een gezin hoeft te houden.

Dit weekend is ook de stilte voor de storm. Morgen gaan we met Smoes naar de dierenarts en worden zijn schildklier- en leverwaarden weer getest. Zijn die goed genoeg dan gaat hij morgenmiddag onder het mes. Ik heb er een goed gevoel over. Zijn eetgedrag is een stuk verbeterd, hij is veel minder vraatzuchtig en sneller verzadigd, zijn hart bonkt niet meer zo achterlijk hard, zijn ademhaling is heel rustig nu en zijn ontlasting zo goed als normaal. Allemaal tekenen dat de medicatie nu goed zijn werk doet.

De dagen na de operatie is het wel afzien want hij moet vanwege de hechtingen iets van 10 dagen binnen blijven en dat is bij Smoes echt wel een dingetje. De deur moet dus dicht en op slot want hij is echt mega goed in uitbreken en heel snel. Ook mag hij natuurlijk niet aan die hechtingen komen en een kap zal denk ik niet kunnen, gezien de plek van de hechtingen (op zijn keel). Dus maar even kijken hoe het loopt maar echt veel rust ga ik niet krijgen denk ik. Wat niet uitmaakt want ik hoop dat hij goed opknapt en na de operatie door het leven kan gaan zonder 2 x per dag pillen in zijn strot te duwen. Want zowel Smoes als ik zijn dat nu wel zat.

Zojuist maakte ik al de logeerkamer in orde waar hij rustig bij kan komen zonder dat hij van de trap af klettert of wordt belaagd door de andere katten. Soms zijn ze na een narcose natuurlijk wat misselijk, of nog erg draaierig en een aparte rustige ruimte om bij te komen is dan echt prettig weet ik inmiddels uit ervaring.

Ga ik nu even buiten lezen en proberen de stoel terug te claimen waar de hoofdpersoon van morgen nu in zalige ontwetendheid een tukje ligt te doen.

Fijne dag allemaal!

Verraad

Twee keer per dag ga ik naar hiernaast. Dan geef ik de buurkatten eten en doe een knuffel- en speelsessie met ze. Meestal gaan onze buren in de winter op vakantie maar dit jaar hebben ze een weekje extra tussendoor.

Het voordeel van in de winter de buurkatten voeren is dat mijn verraad niet zo opvalt. Onze kattentroep ligt als het buiten koud is graag binnen en heeft niet in de gaten – op Moos na – waarom ik twee keer per dag even weg glip.

Hoe anders is het nu. Na een paar dagen weten ze het allemaal en is er geen ontkennen meer aan. Als ik door de voordeur naar binnen ga, probeert Moos achter mij langs naar binnen te glippen. Dat sta ik niet toe en gooi de deur voor zijn neus dicht. De reactie is een gekerm en gekrijs van hier tot Tokio. Om zijn leed te benadrukken springt hij nog even op de plantenbak buiten, zodat hij met zijn neus tegen het raam het plaatje kan afmaken. Dibbes zorgt voor het achtergrondkoor en ligt rollend van ellende op het tuinpad.

Loop ik snel door naar de keuken om eten te pakken en de deur open te doen. Buurkatten weten het al wanneer ik kom en die zitten vaak in de achtertuin een beetje te wachten en te zonnen. Als ik de keukendeur opendoe, komen niet alleen de buurkatten maar ook Gerrie en Smoes aanstormen.

Als Tommie en Caspar hun eten naar binnen werken is dat onder begeleiding van gekrijs en gejammer van mijn eigen katten. Smoes probeert tegelijk ook door het kattenluik te komen dus hem moet ik telkens terug duwen. En Gerrie, nou er zijn geen woorden om zijn leed te beschrijven. Zijn ogen rollen uit zijn kop, zijn keel is schor van het gillen, de paniek druipt uit zijn vacht. Verraad!

Een kat vergeet meteen dát hij al eten heeft gehad en dat vergeet hij liefst twee keer per dag. Derhalve dient het bedienend personeel continu te worden herinnerd aan lege buikjes.

Een lege bak is gelijk aan een volle bak brokjes minus 3 brokken. Schande als dit niet wordt opgemerkt!

Aandacht die ik schenk aan ander kattenvolk is ongewenst en ongepast. Wat je nu deed! Kan niet! Verschrikkelijk!

Loop ik weer naar ons eigen huis dan is dat onder begeleiding van de kattenfanfare. Alles is weer goed. Behalve voor Gerrie die het niet snapt en in de achtertuin van de buren blijft zitten sippen. Tot ik roep en hij met een rotgang aan komt sjezen, gillend van blijdschap. Je bent er weer! Je houdt nog van me! Eten! Nu!

Tja. Zal blij zijn als de buren weer terug zijn.

 

“t Kleine Weeshuis

Waarschuwing: kattenspam

Via FB en Instagram volg ik een aantal organisaties en personen die zich bezig houden met het redden van dieren. Zoals jullie weten ben ik een kattenfanaat en zijn mijn eigen katten ook van de straat gered. Drie zijn aan komen lopen. Moos moest meteen worden geopereerd aan een navelbreuk, Dibbes kreeg meteen een zware oogoperatie voor zijn kiezen vanwege een niet behandelde oogziekte, Gerrie was redelijk gezond op wat oude botbreuken na maar mentaal een wrak en geen mensen gewend. De vierde, Smoes, is als kitten van een paar weken uit een sloot geplukt samen met zijn zusje. Voor zijn andere broertjes en zusjes kwam de redding helaas te laat. Hij is gebracht naar de Dierenbescherming en via hen opgevangen bij een gastouder.

Het is helaas de tijd van het jaar dat dit heel vaak gebeurt: kittens worden als vuil gedumpt. Zwangere poezen worden op straat gezet. Om daar onder slechte omstandigheden hun nestje te krijgen.

Zo lang mensen hun verantwoordelijkheid niet nemen om hun kat te steriliseren of te castreren en ze de schattige kittens na een paar weken blijkbaar toch niet meer zo schattig vinden en dus maar in een vuilcontainer gooien, blijft dit probleem bestaan.

Kittens die niet gered worden overlijden vaak of leven nog een paar jaar als straatkat. Een bijzonder miserabel en zwaar bestaan. Mijn eigen katten Gerrie en Dibbes hebben nu nog trauma’s van dit zwervende leven dat jaren duurde voordat wij ze konden redden. We hebben ze zoveel mogelijk opgelapt maar de wond die zo’n bestaan slaat in een dier is groot en nooit meer helemaal te herstellen.

Deze katten hebben meer kans als ze als kitten gered worden en gesocialiseerd. Kittenopvang ’t Kleine Weeshuis’ uit Hoorn vangt deze kittens op met hulp van veel gastgezinnen, als ze gevonden worden.
Mijn vriendin M. is samen met haar vriend sinds kort gastouder voor dit soort kittens. Ze verzorgen op dit moment twee nestjes, 8 kittens in totaal, naast hun eigen katten en honden. Ik word via de app totaal week gemaakt met fotoupdates en hoor hoe intensief die zorg is. “t Kleine Weeshuis zelf volgde ik al geruime tijd via Social Media.
Kleine kittens hebben veel aandacht en (medische) zorg nodig en dat kost geld. Want sommige kittens komen binnen met ontstekingen, breuken of zelfs nog aan de navelstreng aan elkaar vastzittend, zoals heel recent gebeurde. De kittens die gevonden worden zijn soms in de steek gelaten omdat moeder bijvoorbeeld niet voldoende melk had. Of moederpoes is overleden. Sommige kittens zijn ziek, hebben sondevoeding nodig of zijn zo klein dat ze in een couveuse moeten.

Grotere organisaties zoals de Dierenbescherming krijgen vaak subsidies en beschikken over een professioneel team dat vaak ook via de media veel aandacht krijgt. Een kleine organisatie als ’t Kleine Weeshuis beschikt wel over de nodige kennis maar is heel kleinschalig. Deze opvang krijgt geen overheidssubsidie of steun van een postcodeloterij, laat staan dat er collectanten langs de deur gaan om geld voor ze op te halen. Alles – medische kosten zoals medicijnen/speciaal voer/operaties, voeding, ontvlooien, ontwormen en enten wordt uit eigen zak betaald. De voorlichting over de verzorging van de kittens en het ondersteunen van de gastgezinnen wordt in eigen tijd gedaan, onbetaald.

Ik kan helaas geen kittens opvangen. Heb mijn handen vol aan onze eigen vier katten en de energie ontbreekt mij helaas om ook kittens te socialiseren, maar och wat zou ik dat graag doen! Maar natuurlijk kan ik wel iets doen.

Ik kan in niemands portemonnee kijken maar als al mijn lezers vandaag €1 overmaken – of zelfs meer – én deze post via FB delen, dan heeft deze kittenopvang aan het eind van de dag misschien wel een fijn bedrag binnen. Ik heb er in ieder geval meteen maar een maandelijkse donatie van gemaakt.

Mocht je een donatie willen overwegen, je kunt je gift overmaken naar:
P. van der Neut
NL42RABO0329792024 o.v.v. Donatie ’t Kleine Weeshuis.

Kijk vooral ook op hun site voor meer informatie: kittenopvangnoordholland.nl of op hun fb pagina: Kitten opvang Noord Holland,”t Kleine Weeshuis

Onrust

Met drie katten die op dieet zijn wegens overgewicht en één kat die 6 keer per dag eten krijgt omdat zijn stofwisseling te snel werkt, is de sfeer hier in huis wat verstoord. En hebben we een paar keer per dag dit:

Smoes eet daarom inmiddels op een verhoging terwijl 3 katten boos en verontwaardigd toekijken. Soms blijft het niet bij kijken. Vooral Gerrie heeft er een handje van naast Smoes te springen, een felle mep uit te delen en het eten over te nemen.

Meestal gebeurt dat als ik even met mijn ogen knipper, me omdraai of naar het toilet ga of op de één of andere manier niet alert ben (wat bij mij helaas nogal eens voorkomt). Ik ben dus een groot deel van mijn tijd bezig met corrigeren, verontwaardigde katers bestraffend toe te spreken en Smoes gerust te stellen dat het eten toch echt voor hem bedoeld is. Het is hier net een kleuterklas.

Het doel van alles is dat Smoes aankomt en dat de rest afvalt of op zijn minst niet aankomt. Dat is een dagelijks gevecht. Want ik vul bakjes met brokjes en dan eten ze allemaal één hap en lopen weg – behalve Smoes die gestaag door eet- en gaan dan boos naar Smoes kijken. Als ik dan niet alert genoeg ben dan mis het ik het moment dat een van de drie zieligerds die door mij uitgehongerd worden maar hun droge brokken niet blieven, terugkeert naar de etensbakken en die allemaal in één seconde leeg vreet.

Dat doen ze allemaal op hun tijd. Dus vreten ze continu uit de verkeerde bak en is het niet goed mogelijk om in te schatten hoeveel ze binnenkrijgen. Tot het moment van de waarheid als ik ze wekelijks weeg en ontdek dat ze allemaal weer zijn aangekomen. Wat niet de bedoeling is. Moos is inmiddels zo zwaar dat je een hernia krijgt als je hem probeert op te tillen. Gevalletje zwaar obese noemen we dat. En Dibbes en Gerrie hebben ook overgewicht maar lopen nog eens extra risico door hun hartruis en moeten echt afvallen.

Ik ben zelf schuldig aan deze toestand want een watje en voel me schuldig als ik Smoes extra eten geef, terwijl de rest toekijkt. Er hangen overduidelijk wolken boven hun hoofd met teksten als ‘sterf mens, hier ga je voor boeten‘. Dus geef ik ze soms een snoepje als Smoes zijn volle bak met lekkers naar binnen werkt. Dát maakt de bui alleen nog maar erger. Je ziet ze denken ‘Echt? Een snoepje? Terwijl hij daar een copieuze maaltijd naar binnen werkt? Voor de 6e keer vandaag? Wat vind je zelf van je gedrag?

Een en ander wordt nog gecompliceerd door buurkatten Eddie, Tommie en Caspar die regelmatig naar binnen lopen om eten te stelen.

Een paar dagen geleden herpakte ik mezelf en ging ik weer over op de tactiek van de afgedekte bakjes. Elke kat heeft zijn eigen bak. Weglopen en niet eten betekent dat de bak afgedekt wordt. Weer willen eten betekent dat ze mij eerst – liefst vriendelijk – vragen of ze weer verder mogen eten.

Dus is dat mijn nieuwe hobby. Eten geven, afdekken, weglopen, achtervolgt worden door een boze kat die zich bedacht heeft, weer teruglopen, deksel van het bakje halen, me even omdraaien, erachter komen dat toch weer de verkeerde kat de bak staat leeg te vreten.

En Smoes? Maandag is het uur van de waarheid. Dan wordt zijn bloed weer onderzocht. De hoop is dat de schildklierwaarden na 3 weken medicatie stabiel zijn en dat hij geopereerd kan worden. Wat ik betwijfel want hij heeft nog steeds heel veel honger. Hij lijkt wel iets sneller verzadigd, is ook wat aangekomen maar ik merk dat hij nog niet goed in zijn vel zit.

We hopen maandag ook nog wat meer informatie te krijgen over de operatie want er zijn wat vragen en twijfels. Inmiddels weet ik wel dat een schildklieroperatie bij katten niet te vergelijken is met die bij mensen, die moeten de rest van hun leven pillen slikken omdat de hele schildklier wordt verwijderd. Onze motivatie om het te doen is vooral omdat het prettig is als de kat erna gewoon verder gaat met zijn leven en niet meer alle dagen pillen hoeft.

afbeelding gevonden op catcyclopedie

Bij katten wordt – in tegenstelling tot een schildklieroperatie bij mensen – maar één kant van de schildklier verwijderd, het verdikte deel. De bedoeling is dat de andere kant van de schildklier de hormoonproductie overneemt. Iets wat een maand na de operatie wordt gecontroleerd. Soms komt het voor dat dit niet gebeurt, dan moet de kat alsnog aan de medicatie. En soms gebeurt het dat ver na de operatie het andere deel van de schildklier ook voor problemen zorgt. Waarna de kat toch weer aan de pillen moet.  Van wat ik heb begrepen.

Liever geen pillen dan wel pillen. Voor de kat en voor ons. Want het geeft gewoon meer vrijheid als het niet hoeft. Bijvoorbeeld als we op vakantie zijn. Voor een kattenoppas is het niet fijn om een kat die niet eigen is pillen toe te dienen. Je moet maar afwachten of dat lukt.

Voor ons zijn er nu nog veel onzekerheden. Of de waarden stabiel zijn. Of hij nog voor onze vakantie geopereerd kan worden. Zo niet, of de oppas de pillen kan toedienen. Ik heb wel een vriendin bereid gevonden het te doen. Haar laten zien hoe ik het doe bij Smoes. En haar verzekerd dat we onmiddellijk terugkomen als het niet lukt. Maar even afwachten of ik überhaupt wel wil gaan. Zoals hij nu is wil ik dat niet. Omdat de vakantie al betaald is, gaan de mannen dan zonder mij. Niet leuk. Want ik heb dit jaar een vakantiehuis met privézwembad gehuurd en verheug me al een jaar op daarin dobberen in de zon. Maar Smoes gaat voor.

Duimen maar!

Vetmesten

hand in poot liggen met het voedseluitgiftepunt

Hoi,
Smoes hier.
Ik maak zó veel mee,
ik dacht dat moet ik effe vertellen..

Ik heb altijd honger.
Altijd.
Last van vraatzucht.
Zo lang ik me kan herinneren.
En ondanks dat ik
elk jaar naar tante dokter ga
voor controle en bewonderende uitroepen,
hebben ze nu ontdekt
dat mijn schildklier te hard werkt.

Echt gaaf is dat.
Want nu krijg ik 6 keer per dag eten.
6 keer per dag!
Ik bedoel maar.
Is dat geweldig
of is dat geweldig.

Nog fijner is
dat de rest stikt van jaloezie.
Dus eet ik op een verhoging
en word vetgemest.
Terwijl de anderen toekijken.
😉

Iets minder vind ik dat pilletje.
Twee keer per dag.
Maar omdat ik alles doorslik
wat in mijn mond komt,
slik ik dat pilletje ook door.
Ik ben niet zo moeilijk.
Ook al dacht het mens altijd van wel.

Om de dag pakt ze me vast.
En dan weegt ze mij.
Eerst zei ze dingen als
‘Oh nee, weer afgevallen!’
Maar sinds een paar dagen
roept ze hard
‘Goed zo’
en
‘Ga zo door!’

Ik doe iets heel erg goed.
Dat verbaast me niet.
Want eten is mijn hobby.
Ik ben een zeer getalenteerde eter.

Alleen de laatste tijd
ben ik halverwege de bak met eten klaar.
Ik snap er niets van!
Ik prop er dan toch nog wat in.
Maar nee, er kan echt niets meer bij.
Ik zit gewoon vol. Bom vol!
Dat is nieuw voor mij.

Ik weet het zeker.
Een volle buik.
Veel aandacht.
6 keer per dag eten.
Dit is de hemel.

Altijd honger

Waarschuwing vooraf: kattenspam. Al weer? Ja!

Smoes heeft altijd honger. Dat zit zo. Als kitten heeft hij een tijd te weinig eten gekregen. Dat was voor hem heftig genoeg om  daar een levenslange honger aan over te houden. Hij wil altijd eten, altijd. Het is een hyper kat, vol levenslust ondanks zijn inmiddels senior leeftijd van 12 jaar en prachtig op gewicht. Waar de drie andere katten worstelen met overgewicht, is Smoes altijd de slankste van de klas.

Omdat die andere drie op dieet zijn, worden ze regelmatig gewogen. En dan weeg ik Smoes ook meteen mee. Hij is in vrij korte tijd 500 gram afgevallen en er zat al niet veel vet aan die botten. Ondanks dat hij veel eten krijgt en vaak nog tussendoortjes of zelfs een complete maaltijd van mij krijgt, valt hij af.

Afgelopen week viel me op dat hij minder spierkracht heeft dan voorheen. Hij wilde op bed springen en dat lukte niet goed. Hij trok zich uiteindelijk heel moeizaam aan zijn voorpoten op. Toevalstreffer dacht ik eerst, maar een dag later zag ik dit weer. Ook bleek hij aan de diarree te zijn.

Ik telde één en één bij elkaar op en bedacht dat hij hoogstwaarschijnlijk last van zijn schildklier heeft. Ik heb eerder een kat gehad met deze aandoening en herken de symptomen. Veel oudere katten vanaf een jaar of 12 krijgen dit.

Op naar tante dokter dus. Zij voelde de schildklier meteen al zitten met een flinke verdikking. Ook bleek zijn spiermassa in voor- en achterpoten inderdaad aangetast en zijn hartslag te snel en te heftig. Samen met de uitslag van een bloedonderzoek en mijn verhaal over diarree en eetgedrag was het snel duidelijk. Hij heeft een te snel werkende schildklier en dus een stofwisseling die veel te snel gaat. Met razende honger tot gevolg. Het arme beest.

Er zijn wat opties:

  • Radiotherapie: een injectie met radioactief jodium dat de te actieve schildklierhormonen doodt. Dit is duur ( €1250) en er kleven buiten de prijs ook wel nadelen aan. Namelijk dat het niet altijd aanslaat en dan moet de kat nóg een keer à €1250.  Je kat is wel ook radioactief na de behandeling en moet een tijd opgenomen blijven bij de kliniek. En na thuiskomst moet hij weken binnen blijven, zo min mogelijk worden aangehaald. Ook heeft het gevolgen voor de kattenbak, die moet meteen worden verschoond nadat hij erop is geweest en de korrels moeten 4 weken in een aparte ruimte worden bewaard voordat ze mogen worden meegegeven met huisvuil. Een No Go wat mij betreft. Ik zie me al met 30 vuilniszakken met allemaal data erop genoteerd, een complete administratie bijhouden van wanneer welke poep veilig mag worden weggedaan. En het arme beest al die tijd niet knuffelen! De dierenarts raadde dit niet aan.
  • Pillen. 2 keer daags pillen geven de rest van zijn leven. Ook dit heeft een nadeel, namelijk twee keer per dag een grote worstelpartij.  Ook kunnen de pillen flinke bijwerkingen geven en op den duur heel belastend voor het lichaam worden. Als hij al veel ouder was, zouden pillen wel een goede optie zijn. Maar zoals de dierenarts aangaf, Smoes is nu net 12, kan met gemak misschien nog wel 6 jaar mee. Dat is erg lang pillen slikken.
  • Jodiumvrije voeding: geen optie voor ons. Met vier katten in huis gaat dat niet.
  • De vierde optie is een operatie. De schildklier wordt dan verwijderd. Indien nodig links en rechts. Ook hier kleven nadelen aan: de bijschildklieren kunnen worden aangetast tijdens de operatie en dat leidt tot ‘levensbedreigend calciumtekort’ (bron: mcvoordieren). Het weg gesneden schildklierweefsel kan bovendien terugkomen. Het voordeel hiervan is wel dat indien succesvol er geen medicatie meer nodig is.

Veel om te overdenken dus. We hebben nu afgesproken dat Smoes eerst een maand op medicatie wordt gezet om hem te stabiliseren. Dan wordt er weer een test gedaan om te kijken of de pillen zijn aangeslagen en zijn waarden normaliseren. Daarna zou hij dan een operatie ondergaan. De operatie is ook pittig aan de prijs maar dat is levenslang pillen slikken ook. Dan ben je uiteindelijk nóg duurder uit leerde een snelle rekensom (uitgaand van nog 6 jaren). Het voordeel van pillen zou wel zijn dat de kosten worden gespreid.

Wat me wel verbaast is dat we bij ons vorige kat al deze opties niet kregen. Nu is dit ook al jaren geleden dus wellicht waren er toen minder opties. Poes Dorrit kreeg toen gewoon pillen en klaar. Nooit meer iets getest. Ze werd wel tonnetje rond maar ook heel oud. Ze was al een jaar of 18 toen ze aan de medicatie ging en overleed op haar 20e.

Ik zal Smoes in ieder geval niet meer uitschelden voor vreetzak. En tot die pillen aanslaan krijgt hij zo veel en zo vaak eten als hij wil.

Oud zeer en drama’s die nergens over gaan

Hoewel het niet vaak voorkomt hier, zaten wij vorige week helemaal klaar om te bbq-en. Ik ben er niet dol op, vind het veel gedoe voor niet heel bijzonder eten – ik gooi net zo lief mijn eten in een grillpan – maar M. en S. zijn er dol op. Bovendien was M. jarig op een stralend zonnige dag, dus staken we de bbq in de fik.

Nét toen we zover waren om de eerste lading vlees dan wel groentespiesjes op het bord te deponeren, kregen we vanuit een buurtuin het dringende verzoek de katten naar binnen te doen. Er was gespoten door een onkruidverdelger en na het spuiten bleek dat het gespoten goedje ‘hoogstwaarschijnlijk niet goed was voor katten, er is nog nooit iets gebeurd, maar toch’. Zei de verdelger dus na het spuiten.

Lekker dan! Ik kan hier nu een heel boos verhaal houden over gif en dat we beter vooraf hadden kunnen worden gewaarschuwd maar dat doe ik niet, daar gaat dit stuk niet over.

Katten meteen naar binnen dus. Dat gaat hier niet zo makkelijk. Als je namelijk katten iets wil laten doen, gebeurt er meestal het tegenovergestelde. Toch hadden we na vijf minuten drie van de vier katten naar binnen gedreven. Waarbij Gerrie wel meteen weer door het afgesloten kattenluik naar buiten probeerde te breken. Dus dwong ik de man het luik er snel uit te halen en een houten plank voor het gat te timmeren. Terwijl het eten op de bbq lag te verpieteren. En de sfeer er niet beter op werd.

Drie van de vier dus. Dibbes ontbrak. Dibbes kent drie standen:

  1. ik ben relaxt, hang de clown uit en voel me heel blij met alles en iedereen
  2. ik slaap, laat me met rust
  3. dit klopt niet, ik vertrouw dit niet, NOOD, Groot Alarm!

Dibbes schoot van mijmeren onder een struik in één klap in standje drie, dat van groot alarm. Hij stoof de tuin uit en was weg.

Dit maken we helaas een paar keer per jaar mee. Hij schrikt heel erg van iets en gaat ervan door. Het duurt dan meestal uren voor hij weer naar binnen durft te komen door het kattenluik. Bij voorkeur als wij ons niet laten zien. Maar dát ging nu niet want dat luik was afgesloten.

Bovendien weet ik uit ervaring dat hij zich meestal verstopt op een plek vlak in de buurt, bijvoorbeeld de tuin van de buren. Waar net gif was gespoten.

Die bbq was dus geen succes. Ik kreeg geen hap meer door mijn strot. De man wel maar die ergerde zich aan mijn hysterische gedrag. En terecht want net als Dibbes ken ik ook maar drie standen:

  1. ik ben moe maar redelijk relaxt
  2. ik ben moe en lig in bed
  3. ik ben moe, zwaar overprikkeld en kleine gebeurtenissen doen in mijn brein een Groot Alarm afgaan.

U ziet, veel overeenkomsten met exzwerver Dibbes. Gaat het niet goed met Dibbes, dan gaat het zeker ook niet goed met mij.

Na een tijdje had ik hem gespot in de voortuin onder en struik waar hij heel stil zat te doen of hij daar niet zat. Dat lukte goed, ik zag hem eerst niet tot het me opviel dat achter een beste dunne struik een heel dikke witte kont heftig zijn bestaansrecht ontkende.

Toen ik hem riep stoof hij ervan door, jammerend de straat op, naar de overkant, een steeg in.

Dibbes lijkt na 5 jaar huisleven heel wat. Hij lijkt gelukkig en zo veel meer zelfvertrouwen te hebben. Maar er hoeft maar iets te gebeuren en dat hele dunne laagje vertrouwen verdwijnt. Oud zeer komt naar boven drijven. Wat overblijft is een hele angstige achterdochtige kat die niemand vertrouwt. In tegenstelling tot Gerrie. Die heeft dezelfde achtergrond en is ook nog snel onzeker. Maar als er iets engs is, rent Gerrie juist naar mij toe. Ik ben zijn duidelijk zijn mammie die hem moet redden.

Afijn, terug naar de steeg. Daar zag ik hem niet meer. Ik weer naar binnen. Na een uur toch weer gekeken. En jawel daar zat hij weer in de voortuin, onder dezelfde struik. Omdat roepen dus niet werkte ging ik op de stoep zitten en negeerde ik hem. Na een minuut of wat ging ik heel zacht praten. En praten. Ik zei al die dingetjes die mensen tegen hun huisdier zeggen als er niemand in de buurt is omdat het té gênant is. Zoals ‘ben jij dan mijn kleine lekkere schetepoeperdje, mijn Dibbesbeertje, mijn mooi Dibbesman‘.

Dit had effect. Wie kan dit weerstaan? Dibbes niet. Na een half uur lieve praat kwam hij heel voorzichtig overeind. Gapen. Ik kreeg een knipoog. En op de opmerking ‘kom maar jochie‘ volgde een jammerkreet. En nog één. Hij miauwde zijn ellende mijn kant uit. En toen hij begreep dat ik begreep hoe erg het allemaal was, stapte hij onder de struik vandaan.

Daarna was het goed. Er werd een buik aangeboden. Ik bood mijn oprechte excuses aan voor het feit dat hij zo vanuit het niets overstuur was geworden. Die werden gretig in ontvangst genomen, waarna hij aangaf naar binnen te willen. Parmantig liep hij over de bij wijze van spreken rode loper naar binnen terwijl ik, zijn nederige en inmiddels zwaar overspannen dienaar, zó diep boog dat mijn neus zowat de grond raakte.

Dat was echt een drama om niets. Maar wel eentje die er inhakte, bij mens en dier.