Het is ochtend,
ik lees de krant
en drink mijn koffie.
Het huis is leeg,
op mij en 2 katten na.
Het is tijd
om wat te gaan doen.
Het lijf voelt goed.
Aankleden dan maar.
Misschien een boodschap.
Of een was erin.
De katten denken
daar heel anders over.
Die zien een schoot
en strijden om die plek.
Gerrie hangt over me heen
en in antwoord daarop
kruipt Dibbes op schoot.
Ze zitten kont aan kont.
En maar duwen met die kont.
Hé jij daar,
ik was eerst!
Ga weg!
Na wat geduw en gedoe,
is de vrede gesloten.
Twee knorrende tevreden katten.
Daar zit ik dan.
Eigenlijk wilde ik opstaan.
Nog even blijven zitten dan maar.
De koffie is op,
de krant gelezen.
Ik zit nog steeds op de bank.
Niets te doen.
Nou ja, niets.
Noem het maar niets.
Zó veel geluk op schoot.
Het was hard werken hoor
die twee katten zover krijgen!
Nou.
Zit ik dan.
Te zitten.
Ik aai.
Ik kijk wat,
mijmer wat.
Eigenlijk wel heel prettig,
zo zitten en niets doen.

