Kattenjournaal

De meeste katten in dit huishouden zijn erg bescheiden op het gebied van geluid maken. Smoes horen we sowieso bijna nooit, behalve heel af en toe bij het eten uitdelen. Maar dat geluid is altijd zó zacht dat ik me altijd afvraag of ik het echt hoor of dat ik me het verbeeld. Moos miauwt soms, wanneer het zo uitkomt. Dibbes maakt wel veel geluid maar klinkt ondanks zijn stoere robuuste uiterlijk als een kitten van 6 weken. Maar dan Gerrie. Nooit een kat gehad die zoveel variatie in geluid ken én maakt.

  • geef me eten, nu
  • ik heb honger!
  • zie je mijn ingevallen wangetjes dan niet?
  • ik moet nú tegen jou aanliggen
  • ik wil knuffels
  • ik wil meer knuffels
  • als je nu ophoudt met knuffelen lijkt het net alsof we niet geknuffeld hebben, ga door!
  • ik sta hier omdat ik vind dat je aandacht aan mij moet besteden
  • hij (wijst verontwaardigd naar een andere kat) krijgt aandacht, dus wil ik het ook

Gerrie speelt kiekeboe

Gerrie heeft wel 100 verschillende soorten geluiden voor alle voorkomende situaties. Zacht miauwen, piepen, gillen, met een triller in zijn keel, mopperen, langgerekt miauwen, hij kan het allemaal. En dat terwijl er de eerste maanden dat hij hier woonde, geen enkel geluid uit hem kwam. Deze kat heeft de 1e 4 jaar van zijn leven volgens mij zijn mond gehouden en doet nu sinds hij bij ons woont een spoedcursus ‘communiceren doe je zo’ en met groot succes.

Aan alles is te merken dat Gerrie gelukkig is. Hij staat nu veel meer dan Dibbes heel ontspannen  in het leven en bereikt dus ook veel meer ontspanning. Hij geniet volop, van alles, continu. Van het eten tot het knuffelen met als hoogtepunt dat hij laatst in mijn nek kwam liggen terwijl ik TV keek. Ik vind dat knap. Het beest was tot een jaar geleden niet eens in staat om binnen een halve meter bij een mens in de buurt te zijn en blijven.

Het enige minpunt in het leven van Gerrie is dat hij 1 keer per 4 weken een vlooienpipetje toegediend krijgt. En dat is erg. Heel Erg! Het toedienen zelf gaat nog wel soepel maar daarna volgt een drama van zeker 3 uur waarin Gerrie het huis uit stormt en luid gillend door de tuin loopt, eruit rent, heen en weer rent, in andere tuinen rent, het huis weer binnen stormt en verlaat, al mopperend. Het klopt niet voor hem, het zal ook wel heel erg jeuken. Het voelt in ieder geval niet goed. Pas na een paar uur komt hij tot rust, meestal tegen mij aan en dan nog wat na mopperend. Klaaglijk miauwend over het leed dat hem is aangedaan.

Wat Gerrie kan, kan Dibbes ook: kiekeboe!

Hij is heel intelligent en pikt alles heel snel op maar dit leert hij niet, elke keer weer is het een drama.  Maar wel heel erg nodig. Zijn weerstand functioneert nog steeds niet goed en hij heeft enorme last van vlooien en teken. Dibbes ook nog steeds trouwens. Ik heb allerlei merken geprobeerd het afgelopen jaar en het maakt geen bal uit. Ze hebben bijna continu vlooien. Nu las ik laatst over pillen die tegen vlooien werken, bijvoorbeeld Comfortis. Dat is tot nu toe alleen maar op recept verkrijgbaar. Heeft een van de bloglezers ervaring met antivlooienpillen? Aangezien het nogal prijzig is, hoor ik graag eerst wat ervaringen.

Moos

Gerrie en Dibbes speelden de afgelopen jaren natuurlijk de hoofdrol in de kattenverhalen op het blog. Twee zwervers je huis inlokken en socialiseren geeft nu eenmaal veel voer voor stukjes. Maar de heren zwervers kwamen in een huis dat reeds bevolkt werd door katten. Bijvoorbeeld door Moos.

Het verhaal van Moos begint op 6 augustus 2006. Het was hoogzomer maar tegelijkertijd een inktzwarte tijd. Mijn vader overleed op 4 augustus van dat jaar en naast het verdriet dat over ons heen kwam, moesten we ook veel regelen natuurlijk. Mijn vader overleed niet onverwacht, hij was bijna 20 jaar ziek geweest waarvan de laatste 5 jaren heel erg ziek. Ziekenhuis in en uit, telkens keerde het zich ten goede. Dat deed vermoeden dat hij onsterfelijk was maar de laatste ziekenhuisopname was het dus klaar. De dag voor zijn overlijden had hij nog in het ziekenhuis met S. gespeeld door het goed te vinden dat S. met de beddenverstelknop opa omhoog en omlaag en omhoog en weer omlaag deed. Opa moest zo lachen dat hij paars aanliep, iets wat natuurlijk een beetje eng is bij een longemfyseempatiënt,  maar hij genoot volop.

Wanneer komt Moos nou, hoor ik jullie denken? Nou dat zat zo, twee dagen later was mijn vader was overleden, lag in het mortuarium en op 6 augustus gingen we daar naar toe. Ik kan me niet meer herinneren wát we daar gingen doen maar de tocht ging in ieder geval daar naar toe. Toen we de voordeur achter ons dicht sloegen, stormde er een piepklein zwart katje voorbij. Te klein om zo maar buiten rond te rennen! Het katje kroop in een boom en ging daar hard zitten gillen. Ja, daar sta je dan. Wij hadden geen tijd, we moesten weg. We vroegen aan een stel buurkinderen of ze een ladder wilden halen om de kat te bevrijden en vertrokken.

Na een paar uur kwamen we weer terug. Er renden wat buren in de straat heen en weer op zoek naar dat katje. Die bleek zich te hebben verstopt in onze achtertuin en werd door M. en S. naar binnen gelokt met een stuiterbal. Binnen stond een grote bank en die lonkte naar het kleine prul dat al de hele middag heen en weer had gerend. Hij kroop tegen M. aan en viel meteen in slaap.

Afijn, na een slaapje ging hij op verkenning uit. Hij kroop in de planten, in de gordijnen en was enorm bezig ons helemaal in te pakken. Dat lukte goed. Moos was letterlijk een afleider in een periode van groot verdriet. Vooral voor S. vond ik het heerlijk dat juist op dat moment een klein katertje bij ons de boel kwam vermaken. Want dat deed hij. Niet eerder een kat gezien die zulke mooie rare fratsen uithaalde. Wat dat betreft heeft hij ons mooi op het verkeerde been gezet want Moos is lui. Héél lui. En hij heeft last van moodswings. Maar dat wisten we toen nog niet. Toen werden we verleid.

Omdat mijn hoofd logischerwijs nogal werd afgeleid waren onze buren zo lief foto’s van Moos op te hangen in de buurt, met de vraag van wie hij was. Dat er niemand zou reageren ontdekten we trouwens al na een dag of twee. Moos had een navelbreuk. Waarschijnlijk is hij uit een auto gesmeten door zijn baasje (gezien hoe hij op autoritjes reageert) op het moment dat die ontdekte dat er wat uit zijn buikje puilde.

Die uitpuilende buik was natuurlijk niet goed, ik belde de dierenarts om een afspraak te maken. De dierenarts vroeg of het topje van mijn pink in de breuk paste, dit om te achterhalen hoe groot de breuk was. Op mijn antwoord dat er met gemak twee van mijn vingers in pasten en dat ik af en toe de darmen terug moest duwen, adviseerde de dierenarts ons onmiddellijk te komen. En dus leverden we Moos bij de dierenarts af, die nogal opkeek van onze stemmige kleding. We hebben Moos voor de crematie afgeleverd en na de crematie weer opgehaald. Met een geheelde navelbreuk.

Moos is natuurlijk nooit meer weg gegaan. Nooit opgeëist door een baasje maar daar waren we maar wat blij mee. Hij had wel wat fratsen. Moos was bijvoorbeeld doof. Hij reageerde op geen enkel geluid. Wat testen met twee kletterende deksels boven zijn hoofd ontlokten geen enkele reactie. Ook de dierenarts heeft hem getest en kwam tot de conclusie dat hij niets hoorde. Moos moest dus binnen blijven want een dove kat buiten laten lopen is gevaarlijk. Hij kan geen aankomend verkeer horen. Dus bleef hij binnen. Totdat hij ontsnapte. En wel kwam aanstormen toen ik met brokjes rammelde. Meneer was helemaal niet doof. Maar blijkbaar was het brokjesgerammel het eerste geluid waar hij enthousiast over werd.

 En zo had hij wel meer streken. Het is een kat van uitersten, enorme knuffelpartijen worden afgewisseld met afstandelijk gedrag. Voor de straat was hij een tijdje de koning, hij terroriseerde alle katten in de buurt, zijn buurt, de straat van Koning Moos. Maar de laatste jaren is Moos heel zacht en lief, niet voor niets vonden onze twee ex-zwervers de weg naar ons huis, ze liepen achter Moos aan. Moos is een overgevoelige wijze ziel die met zijn gedrag rust brengt tussen de katten hier in huis.

Voor mij is Moos vooral verbonden met de heftige periode van het overlijden van mijn vader. Hij bracht heel veel vreugde op een moment van groot verdriet. Hij paste ook naadloos in ons huishouden. Dat jaar waren er twee katten overleden en we hadden toen Moos verscheen nog maar één bejaarde poes, die het prima vond dat het kleine katje tegen haar aan kwam liggen slapen. Maar spelen, dat wilde ze niet met hem. Dus haalden we Smoes in huis, maar dat is een ander verhaal….

De kat in de mand

Gerrie laten wennen aan de mand gaat heel goed tot nu toe. Ik heb niet eerder met de katten iets zó gericht aangepakt omdat ik ervan uitging dat een kat toch zijn eigen goddelijke gang gaat. Nu leer ik echter dat je ook een kat kunt conditioneren. Als ik tegenwoordig de kattensticks pak, rent Gerrie al naar de mand. Hij neemt een hap buiten boord en gaat er dan in staan en neemt daar het lekkers in ontvangst. Na het uitdelen blijft hij tegenwoordig in de mand liggen. Soms 5 minuten, soms een half uur. De mand is nu duidelijk een fijne plek.

Ik ga ergens deze week over tot de volgende stap: het deurtje aan de mand bevestigen. Verder doe ik niets anders en het deurtje blijft gewoon openstaan. Ik wil dat hij went aan de aanwezigheid van het deurtje zonder dat er nog iets mee gebeurt.

Dit zo aanpakken is niet alleen goed voor Gerrie, ook voor mij. Met zijn vol vertrouwen in de mand stappen, leer ik dat ik veel kan bereiken met mijn zwervers. Ik hobbel niet achter hun trauma’s en kuren aan, ik kan ze gericht iets leren.

Mijn ‘cunning plan’ om een niet te weerstane slaapplek voor Dibbes te maken, vlak naast de vaste plek van Gerrie pakt ook positief uit. Er is minder spanning tussen de heren. Laatst lag Gerrie bij ons op bed en Dibbes ging pal naast hem liggen. Eens in de zoveel tijd moesten ze elkaar even bekijken maar er werd ook veel met oogjes geknepen, voor een kat een signaal dat hij afgeeft om te vertellen dat hij geen kwaad in de zin heeft.

Zo rommelen we lekker door, de katten en ik.

Kat in de mand

Het plan was om Gerrie deze maand te laten castreren. Of dat ook echt deze maand nog gaat lukken, vraag ik me af. We zijn wel flink bezig met de voorbereidingen. Gepokt en gemazeld als ik inmiddels ben met getraumatiseerde katten, ga ik er niet meer van uit dat ik op dag A en uur U de kat zomaar in de mand weet te stoppen. Dat deden we met Dibbes wel, gezien het feit dat hij echt doodziek was maar daar was wel een aanzienlijke hoeveelheid drugs voor nodig, voor kat en toekomstig baasje. Het had tot gevolg dat we hem nu echt de mand niet meer in krijgen. Met Gerrie moeten we dat dus anders aanpakken. Met beleid en geduld. Ik ben nooit de reactie van Vlasje vergeten die schreef dat ze heeft gewacht tot de kater die bij haar was aankomen lopen, zelf in de mand stapte, vol vertrouwen. Zo wil ik het ook graag!

Heel langzaam laat ik Gerrie aan de mand wennen. We hebben een plastic mand die bestaat uit twee delen, de bovenkant kan van de onderkant af. Eerst heb ik alleen de onderkant in de huiskamer neergezet, met een kleedje erin waarop Gerrie veel heeft gelegen de afgelopen maanden.

De mand werd vakkundig genegeerd. Ook als ik er lekkere snoepjes in verstopte. Die werden gevonden door Moos en Smoes die geen mand-trauma hebben en er erg van genoten. De snoepjes geven terwijl ik op de grond zit vóór de mand bleek een beter idee te zijn. Dus dat deed ik een paar weken, snoepjes uitdelen op de grond voor de mand.

Inmiddels heb ik de bovenkant op de mand gezet en deel ik nog steeds snoepjes uit. Eerst legde ik een snoepje op de rand en een enkele keer een snoepje helemaal in de mand. Tegenwoordig leg ik de eerste paar snoepjes buiten de mand, één voor één en de rest één voor één in de mand. Zo verleggen we heel langzaam de grenzen van wat Gerrie bereid is te doen. Laatst kroop hij uiteindelijk gewoon maar helemaal in de mand, om daar de snoepjes in ontvangst te nemen. Ook toen ik al klaar was bleef hij in de buurt van de mand en stapte er nog een paar keer in, want ‘je weet maar nooit’. In een paar weken tijd heeft de mand dus promotie gemaakt van ‘enge te negeren plek’ naar ‘daar waar lekkers wordt uitgedeeld’. De volgende stap zal zijn het deurtje in de mand te zetten en open te laten staan. Maar dat doe ik pas als ik merk dat hij er langer in blijft liggen.

De stappen die je kunt nemen om je kat te laten wennen aan de mand, kun je ook hier vinden. Inmiddels heb ik wel door dat een kat zijn eigen tijd neemt om aan iets te wennen en dat je met veel tijd, geduld en herhaling een eind kan komen.  Dus lukt het deze maand niet en volgende maand wel, ook prima. Al zou het wel fijn zijn als het voor half maart lukt omdat onze dierenarts van 15 februari tot 15 maart flink korting geeft op castraties van katten.

Als Gerrie succesvol is afgeleverd bij de dierenarts en gecastreerd, gaan we over op het volgende plan: Dibbes aan die mand laten wennen. Dat is een klus met nog meer uitdaging maar ook dat gaat vast lukken. Zodat we Dibbes wel gewoon kunnen laten enten en onderzoeken. Sommige mensen vragen zich af of jaarlijkse entingen nodig zijn. Ik vind van wel, ik ben bijna een kat verloren omdat ik ooit meende van niet. Kattenziekte is een heel snel verspreidend virus met vaak dodelijk resultaat. Dat risico wil ik niet meer nemen. Bovendien vind ik een jaarlijkse controle een goed idee. Zeker bij ex-zwervers met een immuunsysteem dat niet optimaal werkt.

Iedereen maakt voor zichzelf een keuze die past bij de situatie, de kat en de ervaring. Ik houd het betaalbaar door elke maand wat geld opzij te zetten voor entingen, vlooien- en wormenbestrijding en dierenartskosten. Echt grote pech – zoals de darmoperatie van € 500 van kat Smoes drie jaar geleden – betalen we van de buffer.

Krijg jij je kat makkelijk mee naar de dierenarts?

De zwerfkat en de knal

Wat doe je als je al drie katten hebt en niet al te veel ruimte? Precies, dan neem je nóg een kat in huis. Liefst weer een zwerver, eentje die echt moeilijk te benaderen is. Een fijne uitdaging en een mooi project voor het najaar.

‘Wel ja, natuurlijk. Dat doet maar’ hoor ik u denken. Maar nee, dat kan natuurlijk niet, zou wat zijn zeg als uw gedachten zo via mijn laptopje in mijn hoofd geplaatst worden. Daar is het toch al zo druk.

Een moeilijk benaderbare zwerver dus. Het voordeel van deze zwerver – in tegenstelling tot die van vorig jaar – is dat deze goed ziet en dus iets minder angstig is. Hij vertoont zo op het eerste gezicht geen zichtbare gebreken, buiten een overduidelijk gebrek aan liefde en ervaring met het goede leven.

Zwerfkatten hebben het tot een kunst verheven om van een afstandje naar je kijken, de schouders een beetje afhangend en dan liefst zo dat de eenzaamheid er vanaf druipt. Die glijdt zo van die schoudertjes af, vormen een plasje en dat plasje wordt groter en groter en tegen de tijd dat die olievlek bij mij is aangekomen, rest er niets anders dan meegaan met de stroom. Centjes tellen dus, goed gesprek met de rest van de katten en hopen dat het allemaal gaat lukken.

Een weldoordachte combinatie van lekkere hapjes, zoete lieve woorden en voorzichtige toenaderingspogingen deden vorig jaar wonderen dus is die tactiek op herhaling. Inmiddels zijn we in het stadium van opgevoerde aaitherapie belandt. Waar eerder één aaibeurt per dag al een overwinning was, hebben we nu het tempo opgevoerd en wordt Gerrit verwend met diverse aaibehandelingen elke paar uur.

En met wat een effect. Rollende ogen, kwijl die langzaam uit de bek ontsnapt, zacht geronk dat wordt gestart, een buik die voorzichtig wordt aangeboden. Het is een feest.

Elke keer weer is het inschatten, hoe ver kan ik gaan, hoe ver mag ik gaan, haalt hij niet uit? Ik moet hem immers net zo veel vertrouwen geven als hij mij geeft. Komt hij ineens omhoog om mij een kopje te geven, dan onderdruk ik mijn schrikreflex. Soms gaat het goed, soms gaat het niet goed. Schrikt hij, schrik ik en staan de bewijzen op mijn handen en armen. Misschien toch tijd voor een tetanusinjectie?

Gisteren hadden we een topdag, de zwerver en ik. Even dacht ik dat hij op schoot zou springen, maar nee, dat was net te veel gevraagd. Wel was er een grote doorbraak. Ik zat op mijn hurken en hij likte mijn hand, ging op zijn achterpoten staan. Zijn snoet naar voren richting mijn neus. Een minuut die eindeloos duurde was er vertrouwen. Tot een oorverdovende knal uit het park een einde aan de droom maakte. Serieus, wat een baggerherrie! Een afrekening uit de Hoornse onderwereld? Een visser die met dynamiet de visvijver leeghaalt? Een scooter met knalpijp?

Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat Gerrit weg rent als ik hem wil aaien. Hij gaf zijn vertrouwen en hoorde een knal. Dat associeert hij nu met mij en moet weer worden afgeleerd. Zo is er altijd wat. Ik moest trouwens ook flink bijkomen van die knal. Een permanent overprikkeld zenuwstelsel kan namelijk blijven hangen in schrikreacties. Van dat wegrennen begrijp ik dus wel, dat doe ik ook n mijn hoofd. Maar we komen er wel, Gerrit en ik. Ooit.

Wens ik jullie een fijn weekend toe….