Net een echt mens

Al heel vaak en van verschillende kanten kreeg ik te horen dat ik zo sterk ben. “Wat ben je sterk, zó knap.” Vaak zegt iemand er dan ook nog achteraan: “Ik zou dat niet kunnen hoor.”

Tja. Ik weet dan niet hoe te reageren.

Wat mensen vergeten is dat ik helemaal geen keus heb. Als patiënt is het geen keus tussen sterk of zwak zijn. Je bént ziek, of je dat nu wilt of niet, of je dat sterk of zwak ondergaat (en dan negeren we nog even dat sommigen vinden dat ziekte door mindset kan verdwijnen en dat kracht hiermee ook blijkbaar als genezende factor wordt gezien).

Wanneer ben je dan eigenlijk zwak? Wat voor gedrag hoort daarbij? Als je wel eens klaagt? Als je hulp vraagt? Als een ander last heeft van jouw ziekzijn? Als je open bent over het ongemak dat het ziekzijn oplevert?

Hoort bij het sterk zijn dat we niet klagen? Optimistisch blijven? Dat de ander geen last van ons heeft? Dat we goedgehumeurd en jodelend alle pijnlijke uitdagingen aangaan die op ons pad komen?

Als je vaak hoort dat je zo sterk bent, kun je het gevoel krijgen dat het een waardeoordeel is. Dat het iets is waar iedere patiënt naar zou moeten streven. Sterk zijn is blijkbaar gewenst gedrag. Zwak zijn, wát dat ook mag zijn, is ongewenst.

Maar altijd streven naar kracht is onrealistisch. Ziekte levert nu eenmaal ellendige ervaringen op. Het is naar, vervelend, ongemakkelijk, het komt niet uit, het vreet energie, geld en je goede humeur. Het tast je inkomen, relaties en vriendschappen aan. Maar, we moeten vooral sterk blijven. God verhoede dat we echt zeggen wat het met ons doet.

Natuurlijk heb ik helemaal geen zin met iedereen die ik ken de ganse dag bloedeerlijke gesprekken te voeren over hoe het écht met mij gaat. Dat is ook niet nodig. Maar we kunnen ons wel afvragen wat we denken te bereiken met termen als krachtig en sterk als we het over omgaan met ziekte hebben.

We vinden mensen knap als ze iets moedig dragen, en laten dat weten. Maar zou het niet veel fijner zijn als we in plaats daarvan meer openheid betrachten in de vragen die we aan elkaar stellen en de opmerkingen die we maken?

Vraag bijvoorbeeld eens hoe iemand met het ziekzijn omgaat in plaats van daar al zelf een oordeel op te plakken door te zeggen dat iemand sterk is, gebaseerd op een oppervlakkige indruk die je hebt gekregen via social media. Vraag eens wat de ander nodig heeft om de dag goed door te komen.

Hoe vaak heb ik niet ingeslikt wat ik eigenlijk zou willen zeggen, omdat ik net de hemel in werd geprezen om mijn kracht. Hoe graag zou ik eens gewoon eerlijk willen zeggen dat het bij vlagen zwaar klote is om zo ziek te zijn, dat het eenzaam en pijnlijk is.

Als een ander mij bij voorbaat al benadert met algemeenheden, wordt als het ware de deur dichtgegooid en komt er nauwelijks een echt gesprek op gang. Dan antwoord ik zelden hoe het echt gaat en zeg dat het wel zijn gangetje gaat. “Gaat wel hoor”, zeg ik dan, en ik meld vooral niet de slapeloze nachten, de zorgen die ik heb of de praktische problemen waar ik tegenaan loop.

Ik snak naar gewoon menselijk mogen zijn in mijn ziekzijn. Ik ben echt geen heldin in hoe ik het draag. Soms ben ik sterk en soms zie ik het niet meer zitten, dan ben ik somber of down. Ik ben net een écht mens.

Martine
Afbeelding: Pixabay

Zeg het maar!