Omgevingsgeluiden

Hoewel wij heerlijk wonen, word ik soms gek van de geluiden die we continu horen. Het zomerseizoen staat blijkbaar synoniem voor buiten gillen, hard praten, in de tuin keihard een telefoongesprek voeren. En dan ben ik nog hartstikke doof ook en heb er toch last van terwijl ik denk ik de helft nog niet eens hoor.

Sommige geluiden begrijp ik, ook al vind ik ze niet prettig. We wonen tegenover een park en dus is het logisch dat we de tuinmannen horen als ze het gras maaien. Of dat er pubers in het prieeltje hangen en daar gaan staan gillen. Zaterdagnacht. Als ze terug komen van stappen. In de halfslaap hoor je teveel om echt verder te slapen maar te weinig om uit het raam te gaan hangen en te gillen dat ze hun kop moeten houden. Wat je niet doet omdat je dan zelf voor overlast zorgt.

Maar toch. Wat een zaligheid dat de buren zo lang op vakantie waren en wat was het slikken dat ze weer terug waren. Buurman praat nogal luid. Toen buurvrouw vroeg of we wel hadden gemerkt dat ze weer terug waren – op zoek naar een praatje over de schutting – flapte ik er uit dat het zo heerlijk rustig was geweest. Echt, de woorden rolden mijn mond uit voor ik mezelf kon tegenhouden en hingen daar zo wat in de lucht.

Maar het ergst en meest irritante vind ik het kleine meisje wat weliswaar niet naast ons woont maar het volume dat ze weet te produceren maakt dat je denkt dat ze op zijn minst vlak naast je staat. Echt heel erg en slecht ben ik natuurlijk dat ik me zó dooderger aan zo’n klein kind maar ze is volgens mij tot op het bot verwend en wordt nooit tegengesproken of gecorrigeerd. Althans daar heb ik nooit iets van gemerkt. De ene driftaanval na de andere maken we mee. En maar gillen in de tuin om haar moeder.

Een tijdje terug kwam ik het gilmeisje met moeder en opa & oma tegen in de winkel, alwaar er boodschappen moesten worden ingeslagen. Eén klein gillend kind dat drie volwassenen bezig hield om de puinhopen achter haar op te ruimen en achter haar aan te rennen. En maar sussen. Echt. Doe normaal. Corrigeer eens. Zeg gewoon: Nee, dat is niet van jou. Nee, dat mag je niet pakken. Nee, je mag ook niets op de grond smijten en stop met gillen, nu! Zo doe je dat met kleine kinderen. Jij zegt 1000 keer nee als ze iets doen en zij doen het 1000 keer toch en uiteindelijk valt het kwartje.

Natuurlijk weet ik dat het arme kind er niets aan kan doen. Geen kind wordt stront vervelend geboren. En misschien heb ik ook wel PMS dat het me zo irriteert nu. Zou zomaar kunnen. 😉

Zaterdag

Echt, wat was deze week super. Wat een heerlijke nazomer. Ik geniet me een ongeluk en vind dit echt de perfecte temperatuur, warm maar niet zweetwarm. Ik heb dus heel veel in de tuin van de zon genoten en veel gelezen deze week.

Het voordeel van een lange diepe tuin is dat er – ook als de zon al lager staat zoals nu in september – altijd wel een plek is waar volop de zon schijnt. Dus staan er door de tuin heen stoelen op strategische plekken en kan ik daar afhankelijk van het tijdstip genieten van de zon.

Sowieso gaat de lijn opwaarts. Ik heb nu twee weken lang op alle doordeweekse dagen mijn 8-minutenloopje gedaan. In het weekend sla ik over, dan zijn er vaak andere dingen die al iets meer energie kosten. Vandaag hoop ik bijvoorbeeld even te kijken bij S. die een voetbalwedstrijd speelt. Dat ik de afgelopen weken alle keren het loopje kon doen, dat het me niet uitput, dat het lukt vijf keer in de week, dát levert echt een heel fijn gevoel op. Ik ga redelijk vroeg in de ochtend, zo rond 9 uur, dan zijn alle scholieren het park uit en ook de meeste hondenbezitters hebben hun eerste wandeling er al op zitten. Blijft er af en toe een verdwaalde bejaarde over die ik kan tegenkomen, maar verder is het heerlijk rustig.

Zo train ik toch heel langzaam de spieren. Het is toch een opbouw, zó klein dat ik mijn lijf en brein bedot. Ik heb bedacht dat als ik dit 4 weken heb gedaan en het nog steeds goed voelt, ik de wandeling met een paar meters verleng. Zo krijg ik heel langzaam hopelijk meer grip.

Een goede week dus. Het enige minpunt deze week was een zieke kat. Smoes liep al twee dagen veel te slikken alsof hem iets dwars zat. Verder gedroeg hij zich normaal en speelde veel, at gewoon. Maar gisteren tijdens de middagdut kwam hij bij me liggen en hij zag er zó futloos uit. Bovendien had hij hele warme oren. Dus kroop ik het bed uit, belde de dierenarts en we konden er zowaar vrijwel meteen terecht. Ik had gelukt want M. was thuis en dus stond er een auto tot mijn beschikking.

De dierenarts denkt dat het keelontsteking is. De keel is was gezwollen en dat in combinatie met koorts die geconstateerd werd, maakt dat een plausibele diagnose. Als er iets vastzit in de keel zou hij meer hoestgeluiden moeten maken, maar helemaal uit te sluiten valt dat nog niet. Smoes kreeg een spuit met ontstekingsremmers en ik moet hem dagelijks ook een onstekingsremmer geven door het eten. Is het inderdaad een ontsteking dan zou hij snel moeten opknappen. Zo niet, dan gaan we maandag terug voor een uitgebreid keelonderzoek. Maar zelf denk ik dat het niet zo’n vaart loopt.

Gaan we nu weer over tot de orde van de dag en genieten van het weekend. Dat betekent ontbijten met chocoladetaart, gemaakt van amandelmeel, cacao, kokosmelk en wat citroenrasp. Mijn recept is een aanpassing van dit recept van Eet goed voel je goed, ik maak hem zonder suiker en zoet meestal met banaan of suikervrije jam. Zo lekker en zó zo fijn om in het weekend in bed te ontbijten met een stuk taart en koffie.

Op zoek naar thuis: oproep voor woonruimte

Wie hier langer leest, weet dat ik een paar maanden geleden een oproep plaatste voor woonruimte voor een vriendin van mij. De meest gelezen post ooit en daar kwamen best veel bruikbare reacties op. Inmiddels heeft zij een hele fijne woning gevonden, niet via het blog maar via een andere weg. Vandaag plaats ik opnieuw een oproep, nu voor Maaike.

Afgelopen zomer heeft mijn oud-collega Maaike met veel liefde op ons huis en 4 katten gepast toen wij in Bretagne waren.  Zij past wel vaker op andermans huizen maar wat ze eigenlijk wil, is een plek voor zichzelf. Ik zou het daarom zeer waarderen als jullie bereid zijn mee te denken, te zoeken of de oproep te delen zodat zij woonruimte vindt in Alkmaar of Hoorn.

Omdat Maaike een introductie verdient op zijn Kermits, hierrrrr is Maaike!

“De kunst van te leven is thuis te zijn alsof men op reis is.”
Godfried Bomans

Mijn naam is Maaike van der Werff, en hoewel een dak boven mijn hoofd ben ik in feite al een paar jaar op reis. Nu na twee jaar bij anderen [in Alkmaar] inwonen, is het tijd mijn vleugels uit te slaan. Het is echt tijd in mijn eigen ‘thuis te zijn alsof ik op reis ben’. Daarom ben ik sinds kort op zoek naar zelfstandige woonruimte in Alkmaar of in Hoorn. Het hoeft niet groot of groots te zijn, wel zelfstandig. Dus weet je een zelfstandige woonruimte (studio, HAT, tuinhuisje, grote [zolder]kamer met alle voorzieningen) in Alkmaar of Hoorn van max. € 600,=, mag…nee, moet je me absoluut een seintje geven. Mail me op maaikes.writersblog@gmail.com.

Ik heb twee aanvullingen. Ik heb een piano die wil ik graag meenemen – als dat kan. Ik zou graag een huisdier kunnen nemen – als dat kan/mag. Dit zijn geen harde eisen – wel mijn ‘zachte’ wensen. Dus weet je van een woning die bij mij past en vice versa of weet je van iemand die een ruimte heeft en verhuurt, mail me!

Bij voorbaat dank voor je tijd moeite en aandacht.

Techniek voor dummies: turn it off en on again

Sinds een paar maanden hebben wij een smart televisie. Die wordt best intensief gebruikt. M. luistert vaak naar muziek op Youtube, met het geluid over de boxen. En sinds 2 maanden hebben we een abonnement op Netflix en kijken we series en films. Wat ik echt een enorme aanrader vind. Duur is het niet voor wat je ervoor krijgt (een gigantisch aanbod). Je kunt bovendien overwegen om samen met je buren of vrienden een abonnement te nemen want met het abonnement dat wij hebben mogen bijvoorbeeld twee gebruikers tegelijkertijd kijken. Dan heb je dus voor € 5 per maand altijd wanneer je maar wilt iets leuks om te kijken.

Natuurlijk moedig ik geen kijkverslaving aan – hup het huis uit! van de zon genieten! de paden op en de lanen in! – maar het is gewoon wel fijn dat het er is. Als het werkt. En dat deed het niet meer. Ineens. Eerst wat haperen en vastlopen, midden in een aflevering en toen bleef alles hangen.

TV uit en aan. Router uit en aan. Ruk, het werkt nog steeds niet. Dan maar verder kijken op de laptop. Want dat vind ik ook zo geweldig aan Netflix, je kunt op alle apparaten met een verbinding kijken, maar dat wisten jullie vast allemaal al. Afijn, aflevering verder gekeken en daarna naar bed gegaan met de gedachte dat dit soort problemen zich meestal vanzelf wel oplost.

Er volgde een dag met een ontkenningsfase – hij doet het vast weer als ik hem aanzet – shoot nee, nou ik probeer het straks nog wel, komt goed. Nee, kwam niet goed.

Dus volgde het gesprek met de man in de avond. Ik vond dat hij het dan maar moest oplossen. Hij dacht daar anders over want hij speelde toevallig net Candy Crush en daarna zou er voetbal zijn op de TV. Zijn lichaamstaal negerend maakte ik opmerkingen over de TV ‘dan maar terug sturen want dat ding doet het niet, is kapot en er zit nog garantie op want ik wil wel een werkende smart tv want wat hebben we aan Netflix als we dan niet op de TV er naar kunnen kijken‘.

Dat maakte heel wat reacties los bij M. maar niet de gewenste. TV ter reparatie sturen betekent een tijd zonder TV en dat is geen gewenste ontwikkeling in tijden van Eredivisie voetbal. Dat was natuurlijk een mooie aanzet om te praten over prioriteiten maar de arme man heeft nog steeds een zweepslag en ik had al irritant genoeg aangedrongen, dus zette ik de volgende stap: er nog maar eens een nachtje over slapen.

De volgende dag deed het klote ding het nog steeds niet. Dat werd toch wel een beetje irritant. Dus het zoveel stappenplan van Ziggo doorlopen om te achterhalen of alles wel juist was ingesteld.

Dat had weinig effect. Het netwerk werd niet gevonden en als ik het vond, wenste het geen verbinding te maken. Inmiddels droop het zweet in stralen van mij af, had ik op mijn knieën in de hoek van de router gezeten – zo hee wat is het hier smerig! – en bedacht me dat de enige oplossing was router plus TV door het raam naar buiten te smijten.
Tenzij, wacht, heb ik de stekker van de TV er al eens uit en weer in gedaan? Hoe kan ik deze basisregel toch telkens weer vergeten! Taadaa! Niet dat ik ging kijken, want het was stralend weer gisteren zoals jullie vast ook hebben meegekregen. Maar het idee dat alles het weer deed was heel geruststellend.

De PEM voorbij

Gisteren plaatste iemand die ik ken en die ook ME heeft, een foto van zichzelf op FB met de opmerking dat ze een PEM had. Voor wie niet bekend is met de terminologie, PEM is een afkorting voor Post Exertional Malaise. Kort gezegd: een vertraagde reactie van lichaam en geest op een activiteit. De reactie staat bovendien meestal niet in verhouding tot de geleverde inspanning. Omdat het normale herstellende vermogen van het lichaam niet goed meer werkt – inspanningsintolerantie – kan het ook zomaar gebeuren dat iemand met ME weken plat ligt na een kleine activiteit.

Afijn, ik wenste mijn FB kennis veel sterkte en realiseerde me ineens dat ik al heel lang geen PEM meer heb gehad. Wel periodes dat ik minder ben en minder kan, maar een echte PEM, nee. Goddank, want het is geen pretje om mee te maken. PEM gaat gepaard met spierpijnen, ernstige uitputting, brainfog, trillen, hoofdpijn, moeilijker praten (koelkast denken en wasmachine zeggen). Het enige dat helpt is de rit uitliggen tot alles weer een beetje oké voelt. PEM kan bovendien voelen als straf. Je doet iets en bam! daar is de PEM om de pret te verzieken.

Mij overkomt dit bijna nooit meer. Ik heb wel regelmatig slechte dagen, vaak door slechtere nachten, maar ik herstel beduidend beter dan voorheen. Ik lig niet meer weken plat maar pas een paar dagen mijn activiteiten wat aan (sla douchen over en ruk wat vaker iets uit de vriezer), rust wat langer overdag en dan ben ik er meestal wel weer (binnen de normen van mijn lijf dan hè).  Maar de allesoverheersende terugslag is er niet meer. Hoe kan dat?

Verwachtingen
Ik heb mijn verwachtingen van wat ik kan enorm bijgesteld. Dat betekent dat ik ook veel minder vaak teleurgesteld ben in wat niet lukt. Door het bijstellen van deze verwachtingen ben ik realistischer geworden. Ik kan bijvoorbeeld wel heel graag naar de reünie van mijn middelbare school willen die deze maand is, maar hoe realistisch is het om te verwachten dat ik een bijeenkomst goed doorsta met duizenden mensen, harde muziek en veel gepraat? Om nog maar niet te spreken over het reizen er naar toe en weer terug. Laat maar zitten dus. Ik laat tegenwoordig de meeste dingen aan mij voorbij gaan.Twee jaar geleden deed ik dat nog niet. Nu klinkt het net alsof ik een heel druk leven had, dat is niet zo. Ik deed toen ook heel weinig maar maakte toen wel uitzonderingen voor activiteiten die ik heel graag wilde doen en die behoorlijk kunnen uitputten. Zo ging ik naar een reünie van mijn lagere school (weliswaar alleen van mijn klas, dus niet heel druk) en volgde de week ervoor een workshop van een dag met een aantal MinofMeer lezers. Hartstikke leuk maar het werd wel gevolgd door een PEM die maanden duurde. Ik ging bovendien hierdoor heel slecht het najaar in en daardoor werd de winter een kwestie van uitliggen en naar het plafond turen.

Signalen
Een belangrijk aspect van PEM is dat de reactie niet in overeenstemming is met de activiteit die wordt gedaan. Mijn FB kennis heeft het ook zeker niet aan zichzelf te wijten. Ze heeft waarschijnlijk gewoon iets gedaan wat gisteren nog wel kon en vandaag ineens niet meer. Want zo grillig is een lichaam met ME. Zo werkt dat bij mij ook. Maar, ik heb gemerkt dat er wel signalen zijn die vooraf gaan aan een mogelijke terugslag. En die signalen voel ik tegenwoordig. Ik ben dan sneller geïrriteerd, zweet heel snel ook al doe ik weinig, ik houd meer vocht vast, ik word soms wat overspoeld door de dingen van de dag. Op die dagen weet ik dat ik dan beter niet naar buiten kan gaan, ook al zou het me heerlijk lijken. Bezoek is dan ook geen goed idee en ik moet dan ook maar niet in de keuken gaan staan of de telefoon opnemen.

De onderlijn en de bovenlijn
Ik balanceer tegenwoordig tussen twee lijnen. Ik probeer elke dag te kiezen voor in ieder geval die activiteiten die nodig zijn of echt goed zijn (daglicht snuiven) en niet meer een hele dag plat liggen, ook al wil ik dat wel als ik in de ochtend wakker word. Ik heb geleerd dat ik op een slechte dag toch beter gewoon kan opstaan om mijn lijf langzaam op te starten dan te blijven liggen tot het wat beter voelt. En dan in de middag mijn rust te pakken. Ik zak dus niet meer onder de onderlijn. Zo is het ook met de bovenlijn, ik doe wel eens iets meer maar niet extreem meer. Ik ga niet meer op een hele goede dag ineens naar de duinen met man en kind om daar een half uur te wandelen.

Is dat jammer? Ja, op zich wel. Er zijn weinig leuke dingen waar ik me op kan verheugen. Aan de andere kant, omdat ik me continu beweeg tussen de marges van een onder- en bovenlijn en niet meer echt voor uitschieters zorg, klap ik minder extreem in elkaar. En schuift de lijn van wat ik kan toch heel langzaam – laten we wel wezen tergend langzaam – de goede kant uit.

Ik bewaak mijn grenzen beter
Ik heb niet alleen mijn eigen verwachtingen bijgesteld maar ook die van anderen. Of wat ik denk dat de verwachtingen van anderen zijn. Ik voel minder drang om te pleasen en kies vaker voor mezelf. Dus als ik voel dat ik niet goed genoeg ben om naar de verjaardag van familie te gaan, ga ik niet en denk ik niet zoals vroeger dat het lullig is dat ik niet meega. En staat er een buurvrouw op de stoep om te vragen of ik kan helpen met de bamboe rolgordijn op te hangen omdat haar poging heeft geleid tot een scheef hangend rolgordijn, dan zeg ik gewoon nee. Voorheen zou ik dan helpen, ook al mijd ik hier in huis elke zwaardere activiteit. Bovendien, en daar ben ik trots op, ga ik mezelf niet meer uitleggen en verdedigen. Ik zeg gewoon dat rolgordijnen ophangen niet mijn ding is en wens haar veel succes. Natuurlijk help ik iemand als er een noodsituatie is maar ik zie tegenwoordig wat beter wie de eigenaar van een probleem is, om het maar eens in wollig jargon te gieten.

Ik ben niet meer boos
Hoewel ik zeker geen boeddha ben, ben ik niet meer boos. Voorheen wel. Ik kon echt zó boos zijn om wat mij was overkomen. Wat een onrecht! Nu denk ik ja, best klote, maar er zijn zoveel dingen ruk. Ik heb wel een fijn dak boven mijn hoofd en we hebben het hier thuis heel gezellig, er wordt veel gelachen en geknuffeld en er is veel waar ik van kan genieten. Ik schreef gisteren in een mail aan een oude vriend die na een radiostilte van jaren contact met mij zocht (oud als in iemand waar ik mee omging toen ik begin 20 was): Ik ben niet meer de Martine van vroeger maar nog wel steeds dol op lezen, schrijven en koken.

kijk, dit kan altijd!

Wie is nog wel de persoon die zij vroeger was? Het leven komt er tussendoor en we maken allemaal dingen mee. In het begin van mijn ziek zijn voelde ik mij enorm aangetast. Ik was niet meer wie ik ben, zo voelde dat. En wie was ik dan wel eigenlijk? Ik had veel moeite met zingeving. Tot ik ontdekte dat ik nog steeds van dezelfde dingen genoot als voorheen. Koken, lezen en schrijven kan in etappes en katten knuffelen kan altijd.

Voor mij is dit een goed recept om met mijn aandoening om te gaan. Er is meer balans, ik overschrijd minder grenzen dan voorheen, leef meer van dag tot dag en luister naar de signalen die er zijn. Ik word beloond door minder felle terugslagen. Voor mij werkt dit. Ik zeg niet dat dit voor iedereen met ME zal werken. Soms is het basisniveau al zo laag dat iemand al een PEM kan krijgen van douchen. Dat heb ik zelf ook meegemaakt. Maar door mij in die slechtste periode bezig te gaan houden met dingen die ik toch kon doen (bijvoorbeeld schrijven op het blog), had ik veel afleiding. Ik heb namelijk gemerkt dat afleiding echt fijn is. Niet de hele tijd met ziekzijn bezig zijn (nou ja, ik tik er nu een stuk over) maar je richten op wat lukt en waar je blij van wordt.

Heb jij voor jezelf een succesformule om zware tijden te doorstaan?

Dibbes en de afplaktape

Dibbes woont nu drie jaar bij ons. In mei 2013 zat hij ineens in de tuin, schuw, mager en half blind. Vertrouwen winnen ging heel moeizaam maar in september lukte het om hem te aaien en vandaar uit maakte hij grote sprongen. In oktober brachten we hem naar de dierenarts voor een algehele check, sterilisatie, chippen en een oogoperatie, aangezien hij entropion had, een aandoening waarbij de wimpels naar binnen groeien.

Daarna kon het echte werk beginnen want hij moest aan alles wennen en was erg onzeker en schrikkerig. Dibbes is een kat van extremen, hij kan héél erg ongelukkig en onzeker zijn maar ook genieten als geen ander.

Dat we na een jaar nog een zwerfkat – en zijn evenbeeld – adopteerden was wel een kleine verstoring in het prille adoptiegeluk. Maar nu we weer twee jaar verder zijn sinds Gerrie hier kwam, is er wel een acceptatie ontstaan. Ze spelen – heel voorzichtig – met elkaar en zijn niet langer elkaars vijanden (dat waren ze op straat wel, elkaars concurrenten om eten).

Dibbes heeft heel langzaam meer zelfvertrouwen gekregen. Al moeten we hem nog wel door spannende tijden heen loodsen. Oudejaarsavond en dierenartsbezoeken worden vooraf gegaan aan weken van zylkène slikken, een antidepressivum voor katten dat net overal de scherpe randjes vanaf haalt. En wat het ene jaar nog niet lukte – hem naar de dierenarts brengen voor controle – lukte de erop volgende jaren wel. En ook daar leerde hij van. In de mand ergens naar toe gaan betekent altijd dat hij ook weer mee terug mag. Na een kleine ingreep aan zijn gebit vorig jaar, regelde ik het zo dat ik bij hem mocht blijven toen hij onder narcose ging en ik was ook de eerste die hij zag toen hij weer bijkwam. Al deze stappen hebben een band gesmeed en vertrouwen tussen ons gebracht. Hij is bovendien niet meer vooral alleen op mij gericht maar hecht zich ook aan andere gezinsleden en aan mensen die hier regelmatig over de vloer komen.

Dat de angst en onzekerheid nog steeds zeer aanwezig zijn, zag ik deze week. In de huiskamer stond een grote lege doos. Dibbes is als echte kat dól op dozen dus sprong hij erin, eruit, erin, eruit. Om vervolgens ineens als een idioot heen en weer te rennen, trap op, trap af. Volledig in paniek. Er bleek een stuk tape aan zijn staart te zijn vastgeplakt. In die doos zat blijkbaar van dat afplaktape waar je dozen mee dichtmaakt en dat hing aan zijn staart.

Wat volgde was een regelrecht drama met een Dibbes die niet kon stoppen met rennen en een Gerrie die dacht dat er een leuk spelletje gespeeld werd en achter Dibbes aan ging hollen. Het werd al snel levensgevaarlijk omdat hij in zijn angst ook de straat op vloog waar auto’s pal op de rem moesten staan om hem niet plat te rijden. Uiteindelijk rende hij weer het huis in, naar boven naar de kamer van S. Daar verstopte hij zich onder bed. Eerst lag hij volledig verstijfd maar al snel kreeg hij een soort toeval van angst. Hyperventileren, schokken met zijn hoofd, rollende ogen. Eng om te zien en echt heel zielig. Ik kon er bovendien niet goed bij want onder het bed ligt een logeermatras en daar lag Dibbes op. Er bleef dus te weinig ruimte over om zelf ook onder het bed te kruipen.

Uiteindelijk ben ik plat op mijn buik gaan liggen en ben met mijn ene hand hem gaan aaien en met de andere hand op zoek naar zijn staart gegaan. Hij reageerde na een paar minuten goed op mijn stem en mijn aanhalingen dus hij kalmeerde iets. Toen snel met een ruk dat klotetape eraf getrokken. Hij vloog onder het bed vandaan en ging plat op de grond liggen. Daar kroop ik naast hem en toen moesten mens en dier even van de consternatie bijkomen.

Sindsdien is hij echt weer terug bij af. Hij kan zich wel redelijk ontspannen maar bij elke vreemd geluidje dat hij hoort – gekuch, geritsel van papier, gillende mensen in het park – springt hij op en verstopt zich. Best zielig.  Het positieve is wel dat het me lukte om in zijn ergste paniek tijdens die aanval tóch contact met hem te krijgen en hem te kalmeren. Dat betekent dat er echt veel vertrouwen is gegroeid. Dus moet hij nu even door deze periode heen. Het komt wel weer goed.

Loslaten & gemak en de Universiteit van de Open Deur

Wie hier vaker leest, weet dat ik dit jaar erg aan het experimenteren ben met loslaten. Dat gebeurt op financieel gebied onder meer door niet meer tot de nul te begroten, niet meer voor elke denkbare uitgave een reserveringspotje te maken maar gewoon betalen wat er op ons pad komt. Wat overblijft gaat naar de spaarrekening en naar de hypotheekaflossingen. Jaren van consuminderen hebben ons koop- en wensgedrag behoorlijk beïnvloed en we zijn niet ineens met geld gaan smijten. We zijn wel iets meer gaan uitgeven maar dat is prima. Iets meer uitgeven aan pret en ijsjes is oké als het er is, het gaat immers om een fijne balans tussen sparen, aflossen en genieten.

Ook op andere gebieden probeer ik minder krampachtig te zijn. Ik kan nogal manisch en streng voor mezelf zijn maar steeds meer lukt het mij om los te laten. Ik word vaak gedicteerd door een MOETEN-drang: dingen die gedaan moeten worden kunnen zeer urgent aanvoelen, maar de helft van de tijd ben ik natuurlijk zélf degene die bepaalt dat iets blijkbaar moet. En al dat moeten is op alle gebieden voelbaar, van perfect willen eten, tot conditie-opbouw, tot lijsten maken van boeken die ik wil lezen. Natuurlijk zit daar een enorme controlebehoefte achter en zegt dat enorm veel over mij. Bovendien maakt al dat ‘gemoet’ me natuurlijk helemaal niet gelukkig. Sterker nog, het schaadt mijn gezondheid. Want mijn manische brein leidt snel tot een heel erg overprikkeld brein. Die amygdala van mij maakt overuren en hoe erger ik in de manie schiet, hoe meer ik daar een paar dagen later de fysieke gevolgen van voel (dat is hoe ME/CVS werkt).

Loslaten dus. Wat mij goed helpt is alles omdraaien. Als ik voel dat iets moet, draai ik het tegenwoordig om en vraag: Is dat zo? (volgens mij zette Vlasje mij op het spoor van deze alles bevrijdende vraag). Moet dit echt? Van wie? Meestal van mezelf dus, en door het omdraaien verdwijnt de urgentie 9 van de 10 keer en kan ik relaxter doen.

Maar die tiende keer hè, verdwijnt de urgentie niet. Omdat er nu eenmaal soms wél iets moet. Wat doe ik dan? Mijn aloude oplossing alles dan snel afwerken wat er dan blijkbaar toch moet gebeuren, is niet fijn. Wat dan wel kan is verder gaan met vragen stellen. Dat gaat dus zo:

Is dat zo?
– Ja dat is zo, dit moet echt!
– Hoe kan dit eenvoudiger?

De vraag ‘Hoe kan dit eenvoudiger?‘ is net als ‘Is dat zo?’ toepasbaar op alles wat zich voordoet. En na wat analyseerwerk weet ik dat het eenvoudigste voor mij die oplossing is die het minste energieverlies oplevert. Dus hanteer ik tegenwoordig het principe: 1 erin? 1 eruit! Een motto dat niet alleen bruikbaar is voor mensen die de chaos in hun huis onder controle willen houden met minimalistische opruimtrucs, maar dus toepasbaar op alle gebieden in het leven is ;-).

Dat betekent heel concreet dat ik bij zaken die zich onverwacht aandienen en die echt gedaan moeten worden, ik mijn dag bekijk en een activiteit schrap. Aangezien ik niet heel veel kan doen op een dag is dat meestal of koken of douchen. Mijn 8-minutenloopje dat ik sinds een week elke ochtend doe, probeer ik er wel echt in te houden want alle dagen even buiten zijn vind ik het belangrijkste. Wassen kan ook even aan de wastafel en koken kan makkelijk worden vervangen door iets uit de vriezer te plukken.

Dit werkt echt goed voor mij. En zo kon ik deze week meezwemmen met de stroom toen bleek dat alle broeken van kind ‘ineens’ te klein waren. Na een zomervakantie van altijd in korte broek, zwembroek of joggingbroek lopen, viel het pas nu op dat zijn spijkerbroeken allemaal hoog water zijn. Dat is al de derde keer dit jaar, hij heeft een enorme groeispurt gemaakt. M. is hier thuis degene die normaal met S, de stad in gaat om kleding te kopen. Maar aangezien M. woensdagavond huppelend weg ging om voetbaltraining te geven (hij is coach/trainer van het voetbalteam van S.) en hinkend terugkwam met een zweepslag, werd de schone taak van kleding kopen aan mij overgedragen,

Moet dit echt? Ja dat moet? Hoe kan dit makkelijker? 1 erin? 1 eruit! Gewoon alles in één kledingwinkel halen, douchen overslaan en eten uit de vriezer rukken. Dus hop op vrijdagmiddag naar de stad gegaan, 6 spijkerbroeken en meteen wat shirts en een sweater gekocht.

De zweepslag verstoorde ook het wekelijkse de zwaardere boodschappen doen met de auto van  M. en mij. Oma haalde snel even wat noodvoorraad aangezien ik de dag na het kledingshoppen nog niet daarvan voldoende hersteld was om dat zelf te doen en de rest bestelde ik via internet bij Albert Heijn. Gewoon maar meteen voor een maand zware dingen vooruit. Hoef ik niet te sjouwen met kattengrit, pakken melk en flessen olijfolie. De rest van de maand hoef ik alleen nog wat vers spul te halen en dat kan heel makkelijk bij de Lidl op 5 minuten hier vandaan.

Het voordeel is dat ik mezelf veel minder forceer en dat is een enorme stap! Ik accepteer tegenwoordig minder de gedachte ‘zo ben ik nu eenmaal’ als blijkt dat ik gewoon zelf echt last heb van mijn eigen gedrag. Ik vind het echt fijn om te merken dat kleine stappen op één gebied gevolgen kunnen hebben voor alle andere gebieden.

In mijn stuk van vorige week over mijn dagelijkse loopje van 8 minuten schreef ik over het zelf je ergste vijand zijn door jezelf negatief te becommentariëren. Ik luister tegenwoordig niet meer naar die stemmen omdat ik weet dat het onzin is. Een bloglezer maakte daar de – goed bedoelde – opmerking over dat dit kennis is van het niveau van de Universiteit van de Open Deur. De rest van de reactie was heel positief in de zin van ‘je bent de moeite waard en ga lief en begripvol met jezelf om’.

Deze lezer heeft natuurlijk helemaal gelijk. En misschien zijn de manieren die ik hierboven omschrijf ook wel onderdeel van de Universiteit van de Open Deur. Eigenlijk vind ik het een geweldige omschrijving. Want er zijn dingen die we allemaal wel weten (goed voor jezelf zorgen, jezelf ruimte geven, etc) maar niet doen. Gedrag aanpassen is soms gekmakend moeilijk. Wat je weet (die negatieve stemmen in mijn hoofd verkondigen onzin) correspondeert vaak niet met wat je voelt (ik ben niets waard). Gedrag volgt vaak denkpatronen en die zijn moeilijk te doorbreken. Dus de les van deze week van de universiteit van de Open Deur is:

– Is dat zo?
– Ja dat is zo, dit moet echt!
– Hoe kan dit eenvoudiger?
– 1 erin? 1 eruit!

Pas jij makkelijk gedrag aan waar je last van hebt?

Wandelmaatje

Katten zijn enorme gewoontedieren. Als ik twee avonden achter elkaar rond een uur of 8 wat lekkers geef, is mijn uitzicht op de derde avond vier katten op een rij die me aanstaren met een spandoek waarop staat: ‘lekkers, nu!’

Zo hebben ze ook vaak vaste slaapplekken en een verdeling op het bed,  ‘jij hier en ik daar en jullie twee in het midden’. Dat wordt dan weken nageleefd tot er iets gebeurt en er een andere orde wordt opgezocht en nageleefd.

Nu ik dagelijks een klein loopje doe en dat bovendien telkens op ongeveer dezelfde tijd, had kat Moos dat snel door. Op dag 1 zag hij me bij terugkomst en begroette me luid miauwend. Op dag 2 kwam hij me gillend tegemoet rennen. En op dag 3 zat hij bij de voordeur klaar voor vertrek en begeleidde me tijdens mijn loopje, miauwend en gillend.

In het park is het wel erg spannend voor hem, maar ach voor mij ook ;-). Hij klimt af en toe in een boom als er een hond te dichtbij komt en is overduidelijk opgelucht als ik me weer omdraai. Dus nu heb ik een wandelmaatje. Dat overigens veel bekijks trekt want veel mensen willen weten of de kat bij mij hoort, waarom hij achter me aanloopt en waarom hij zo gilt.

Het is niet voor het eerst dat een kat me achterna loopt. In mijn jeugd liep onze rode kater Floris regelmatig met me mee naar school. Hij zat me soms ook op te wachten op de stenen muur van school, wachtend tot ik weer tevoorschijn kwam. Kater Job achtervolgde me naar de peuterspeelzaal waar ik S. naar toe bracht. Daar ging hij (de kat, niet het kind) op zijn achterpoten staan en tikte met zijn voorpoten tegen de ramen, onder luid gegil. Ook liep hij wel met me mee naar de binnenstad, een keer zelfs tot de deuren van de Hema waar ik naar toe ging voor een boodschap. Ik durfde hem daar niet achter te laten dus keerde ik zonder spullen weer om.

Veel mensen zijn ervan overtuigd dat katten geen roedeldieren zijn en zich meer aan een plek hechten dan aan het baasje, maar die katten moet ik blijkbaar nog tegenkomen.