Als kind was S. dol op de kermis. Al die lichten en attracties, de suikerspinnen! Wauw. De meeste kinderen zijn er dol op. Elk jaar ging M. met hem een rondje kermis doen. Ook Oma nam hem mee en zo werd de kermisbehoefte goed bevredigd. Dat ‘rondje doen’ is nogal wat, want de jaarlijkse kermis in Hoorn is gigantisch groot en ook echt cultureel erfgoed. Vanaf de vroege Middeleeuwen werden er hier grote jaarmarkten gehouden die werden opgeleukt met artiesten, poppenspelers, muzikanten en goochelaars.
Nu hij ouder is, gaat hij met vrienden. In plaats van dat we hem nu geld meegeven, betaalt hij zelf voor zijn kermisbezoek dat hij spaart van zijn zakgeld. Zo leert hij uitkomen met wat er binnenkomt. Oma heeft hem wel ook dit jaar weer wat toegestopt net als voorgaande jaren, dus er is meer dan genoeg te besteden.
Maar, het boeit hem niet meer zo. Kwam hij vorig jaar al wat gedesillusioneerd terug, dit jaar was hij nog duidelijker. Het is hem te duur. Een toegang van €5 voor een rad of een zwiepding trekt hem niet. Niet als de pret soms al na 5 minuten voorbij is. Wat hij ervoor krijgt, staat niet in verhouding tot wat het hem kost – vindt hij -en dus hield hij het merendeel van zijn geld in zijn zak.
Ik vind dat wel fijn. Niet dat hij zijn geld in zijn zak houdt – voor mijn part geeft hij alles uit – maar dat hij zo goed voelt wat het hem waard is. Dat is echt een persoonlijke kwestie want hij geeft wel zonder met zijn ogen te knipperen €11 euro uit om ons te trakteren bij de plaatselijke ijssalon. Een ijsje is toch ook binnen een mum van tijd op en klaar, net als een ritje in een reuzenrad. Maar het één levert hem duidelijk meer op dan het ander.
De vriend met wie hij onlangs naar de kermis ging, werkt bij een bollenboer. De laatste drie weken van de vakantie alle dagen en tijdens het schooljaar alle zaterdagen. Deze jongen zat hier thuis te vertellen wat hij verdient met zijn bijbaan. Ik zie S. dan verlangend kijken, het lijkt hem ook wel wat. Later hadden we het erover. ‘Vraag je af wat je vrije tijd je waard is’ gaven we hem mee ter overweging. ‘Meer geld is fijn. Veel vrije tijd is ook fijn. Je hebt weliswaar minder te besteden maar kunt wel als het mooi weer is zeggen dat je lekker gaat zwemmen. Wat wil je gaan doen met het geld?’ Hij heeft namelijk momenteel niet echt een concreet spaardoel. Dat helpt wel voor de motivatie denk ik, om het vol te houden.
Ik ben benieuwd waar hij voor kiest. Ikzelf was 16 jaar toen ik erbij ging werken en pakte bij mijn eerste vakantiebaan 3 weken waxinelichtjes in bij Verkade, om daarna meteen op tienertoer te gaan van mijn eigen verdiende geld. Later heb ik jaren op een tuincentrum als zaterdag- en vakantiekracht gewerkt en weer later ging ik als alphahulp schoonmaken bij bejaarden en werkte ik als privékokkin. Het waren – buiten het inpakken van de waxinelichtjes – leuke bijbanen waar ik veel van heb geleerd.
Hoe oud waren jullie toen jullie voor het eerst een vakantiebaan hadden, naast school of studie?