Twee keer per dag ga ik naar hiernaast. Dan geef ik de buurkatten eten en doe een knuffel- en speelsessie met ze. Meestal gaan onze buren in de winter op vakantie maar dit jaar hebben ze een weekje extra tussendoor.
Het voordeel van in de winter de buurkatten voeren is dat mijn verraad niet zo opvalt. Onze kattentroep ligt als het buiten koud is graag binnen en heeft niet in de gaten – op Moos na – waarom ik twee keer per dag even weg glip.
Hoe anders is het nu. Na een paar dagen weten ze het allemaal en is er geen ontkennen meer aan. Als ik door de voordeur naar binnen ga, probeert Moos achter mij langs naar binnen te glippen. Dat sta ik niet toe en gooi de deur voor zijn neus dicht. De reactie is een gekerm en gekrijs van hier tot Tokio. Om zijn leed te benadrukken springt hij nog even op de plantenbak buiten, zodat hij met zijn neus tegen het raam het plaatje kan afmaken. Dibbes zorgt voor het achtergrondkoor en ligt rollend van ellende op het tuinpad.
Loop ik snel door naar de keuken om eten te pakken en de deur open te doen. Buurkatten weten het al wanneer ik kom en die zitten vaak in de achtertuin een beetje te wachten en te zonnen. Als ik de keukendeur opendoe, komen niet alleen de buurkatten maar ook Gerrie en Smoes aanstormen.
Als Tommie en Caspar hun eten naar binnen werken is dat onder begeleiding van gekrijs en gejammer van mijn eigen katten. Smoes probeert tegelijk ook door het kattenluik te komen dus hem moet ik telkens terug duwen. En Gerrie, nou er zijn geen woorden om zijn leed te beschrijven. Zijn ogen rollen uit zijn kop, zijn keel is schor van het gillen, de paniek druipt uit zijn vacht. Verraad!
Een kat vergeet meteen dát hij al eten heeft gehad en dat vergeet hij liefst twee keer per dag. Derhalve dient het bedienend personeel continu te worden herinnerd aan lege buikjes.
Een lege bak is gelijk aan een volle bak brokjes minus 3 brokken. Schande als dit niet wordt opgemerkt!
Aandacht die ik schenk aan ander kattenvolk is ongewenst en ongepast. Wat je nu deed! Kan niet! Verschrikkelijk!
Loop ik weer naar ons eigen huis dan is dat onder begeleiding van de kattenfanfare. Alles is weer goed. Behalve voor Gerrie die het niet snapt en in de achtertuin van de buren blijft zitten sippen. Tot ik roep en hij met een rotgang aan komt sjezen, gillend van blijdschap. Je bent er weer! Je houdt nog van me! Eten! Nu!
Tja. Zal blij zijn als de buren weer terug zijn.
