Unrest – documentaire over ME/CVS nu op Netflix

Volgende maand zit ik tien jaar thuis met ME. Om precies te zijn sinds dinsdag 26 februari 2008, dat is de dag van mijn ziekmelding naar mijn werkgever toe. Als ik toen wist wat ik nu weet, namelijk wát mij te wachten stond, weet ik niet of ik het zou volhouden. Het verdriet, de pijn, de wanhoop. Het is maar goed dat ik – zeker in het begin –  dacht dit varkentje wel eens even te gaan wassen.

Afijn, we zijn tien jaar verder en die illusie heb ik niet meer, dat varkentje even te gaan wassen. Ik voel me beter dan toen maar leef altijd met de angst van een terugslag en mijn leven is verre van normaal. Op dit moment heb ik ook een terugslag, zoals jullie weten.

ME is een rot ziekte. Ik schreef er vaker over en zal dat blijven doen. Omdat ik wil vertellen hoe het is. Omdat het onbegrepen is, ongezien is, genegeerd wordt. Er is nauwelijks geld beschikbaar voor onderzoek, patiënten worden uitgelachen, niet serieus genomen, terwijl hun leven in elkaar stort.

Filmmaakster Jennifer Brea heeft ME sinds 2012 en maakte een (voor mij zeer heftige) documentaire over ME, Unrest.  Een persoonlijk en heel indringend verslag maar het is veel meer dan dat. Ze laat de levens van anderen zien met ME, laat artsen aan het woord, vertelt over de geschiedenis van de aandoening en weet haarfijn de pijn en onmacht in beeld te brengen van zowel patiënten als familieleden. Het toont ook de hypocrisie van een deel van de medische wereld die nog steeds niet erkent dat dit een fysieke aandoening is en een verslag van hoe ruw de samenleving omgaat met een ziekte die ze (nog) niet begrijpt.

Deze documentaire is een overweldigend succes, won diverse prijzen en staat zelfs op de shortlist om genomineerd te worden voor een Oscar in de categorie documentaires (update 24 januari: helaas geen nominatie gehaald maar wel heel veel aandacht gekregen). Sinds deze week is Unrest zelfs te zien op Netflix. Dat is voor mij de omgekeerde wereld maar wat ben ik er blij mee! (

Wat mij het meeste trof tijdens het kijken is haar gevoel dat zij is verdwenen uit haar eigen leven. Hoe herkenbaar. Het leven dat je had, is niet meer. Je verdwijnt niet alleen uit je eigen leven, maar ook uit dat van anderen. Je bent niet bij de schooluitvoeringen van je kind, het huwelijk van een vriend, het afstuderen van een broer of zus. Je bent moeder, partner, dochter, vriendin, maar kunt de rol die daarbij hoort niet meer naar behoren vervullen.  Je verdwijnt ‘zomaar’ uit je eigen leven, en dat terwijl het niet serieus wordt genomen door mensen die zouden moeten zoeken naar oplossingen, in plaats van de patiënten te stigmatiseren.

‘De meeste ziektes eindigen of in een overwinning of in een tragedie’ zegt Brea bijna aan het eind, ‘maar met ME duurt het maar en duurt het maar’. Een kwart van de patiënten ligt in het donker en is volledig afhankelijk van anderen voor zorg en voeding.

Waarom het kijken mij zo raakte is natuurlijk omdat het mij herinnert aan mijn slechtste tijd en de altijd aanwezige angst dat die weer terug komt. Ik lag de eerste paar jaar bijna continu plat. De wanhoop was groot en het was  moeilijk anderen mijn kwetsbaarheid te tonen. Dat is moeilijk als je een aandoening krijgt die niet opstapt als je het vraagt, waar geen remedie tegen bestaat en die zo niet serieus wordt genomen door vrijwel iedereen. Echt vertellen hoe het was, deed ik bijna niet. Dat is moeilijk, ook omdat ik – gezien het stigma rond ME – bang was als een zeurkous over te komen. Ik denk dat alleen M. en mijn moeder het echt zagen zoals het was, omdat ik het liet zien. Omdat ik totaal afhankelijk van ze was op dat moment. Voor zorg en eten.

Ik heb geleerd met de dag te leven. Te genieten van kleine dingen. Het normaal te vinden dat ik 9 van de 10 keer een plan moet annuleren. Geen al te grote dromen te hebben voor dit leven. Te genieten van het feit dat ik meer zelfstandigheid heb dan een paar jaar geleden. Maar nog altijd is het zo dat ik afgelopen maanden hooguit twee keer per week buiten kwam, om mijn B12 injectie te halen. Ik douche en ik kook. Ik lig al weken achter elkaar weer het merendeel van de dag plat, nadat ik in de ochtend in etappes heb gekookt. Ik vergeet dat vaak te vertellen omdat het normaal is voor mij. Maar normaal is het natuurlijk niet.

Het raakt mij diep en maakt mij enorm blij dat een documentaire over zo een onpopulaire niet sexy aandoening zó veel succes heeft dat hij zelfs op Netflix te zien is. Dat er in de nasleep van de publiciteit ineens veel meer geld beschikbaar komt voor onderzoek. En vooral dat Jennifer Brea haar talenten en spaarzame energie heeft willen inzetten voor al die zieke ME-patiënten overal ter wereld. Ze geeft de ziekte een gezicht en een naam. Daar heb ik diep respect voor.

Hoort, zeg het voort. Kijk indien het je lukt. Mijn dank is groot.

En toen ging het licht uit

En toen ging het licht uit. Niet heel verwonderlijk. Ik zit in een fikse P.E.M. (Post Exertional Malaise). In een watte? Een P.E.M.:

“Patiënten met ME/CVS hebben te maken met een merkwaardig fenomeen: de terugslag na inspanning ofwel PEM ( Post Exertional Malaise). Hierdoor krijgen patiënten nadat zij actief zijn geweest, en dat kan zowel fysieke als mentale activiteiten betreffen, een aanzienlijke vermindering van energie waarvan het extreem lang kan duren voordat ze ervan hersteld zijn. Dit gaat gepaard met klachten als spierpijn, gewrichtspijnen, brainfog, hoofdpijn en nog vele klachten meer. Te veel om op te noemen. Patiënten kunnen daardoor maar heel beperkt actief zijn.” (bron: hoe ontstaat een pem)

Een paar jaar geleden had ik om de haverklap een P.E.M. Nu gelukkig niet meer. Ik ben minder ziek, kan beter doseren en val daardoor minder vaak terug. Dat ik nu toch zo diep val is voor mij goed te verklaren. De afgelopen weken met de strijd tegen de parasiet en de zorgen om en ingreep van Dibbes hebben er ingehakt. Ik ging door mijn rug en daar heb ik nog steeds heel veel last van. Mijn energiepeil is enorm gedaald, mijn spieren en gewrichten doen pijn en ik heb ook bijwerkingen van de parasietenmedicatie.

Al met al pas op de plaats dus en nu eerst goed bijkomen. Niet alles is negatief. Terwijl ik dit schrijf begint de zon te schijnen en ik ben net begonnen in deel 3 van de Ziener serie van Robin Hobb. Het herlezen hiervan is een genot. Nog vele delen te gaan en die zijn allemaal in huis!

Tot later!

ps: Ik kreeg wat mailtjes met vragen over Dibbes. Met Dibbes gaat het heel goed. Afgelopen vrijdag was de nacontrole bij de dierenarts en die was zeer tevreden. Er is  wel een grote kans dat de laseringreep aan zijn ogen in de toekomst nog een keer herhaald moet worden maar voor nu zijn we even klaar.

Tegen de stroom inzwemmen

We zijn weer overgegaan naar het normale leven. Man en kind vertrokken gisteren weer naar werk en school. Met iets anders gevulde lunchtrommels dan normaal. Vanwege de noodzakelijke dieetaanpassing bakte ik notenbrood en brood van kokosmeel voor ze. En van zoete aardappel. En van paprika. Ik kan tegenwoordig overal brood van maken 😉 . Zelf eet ik vooral groenten en niet echt broodvervangers maar het is voor de mannen wel zo makkelijk als ze niet met bakken met groenten op stap hoeven.

Gisteren had ik overleg met de vervanger van mijn huisarts die poeslief en zeer meewerkend was en de medicijnen zijn inmiddels in huis. We starten aanstaande vrijdag. Dan eten M. en S. inmiddels een week aangepast (zetmeelarm en suikervrij, ze zijn vrijdag gestart) en heeft het medicijn meer kans om aan te slaan.  Of ik wel wist wat voor troep het was vroeg de arts mij. Uw tong en urine kunnen groen worden. Geloof me, dat vind ik niet erger dan spuitpoep. 😉

Waarom een aangepast dieet?  ‘Het is belangrijk om de weerstand te verbeteren en infecties van binnenuit te bestrijden, een parasietenkuur is niet genoeg. Gebruik een zinksupplement. Begin ruim een week voordat je aan de kuur begint zetmeel, rood vlees en ijzerpreparaten weg te laten.'(p.302,  Voed je bacteriën, Saskia van As).

Waarom het gezin behandelen met een heftig middel als clioquinol als zij geen klachten hebben en ik in principe zo weer besmet kan worden, aangezien een besmetting makkelijk gaat? Omdat de besmettingskans binnen een gezin natuurlijk het grootst is. ‘Bij besmettelijke aandoeningen gelden er andere regels. Je behandelt niet alleen de persoon die klachten heeft. Wanneer er een partner en kinderen in het spel zijn, wordt iedereen die besmet ook, ook behandeld. Op die manier zal je elkaar niet opnieuw infecteren.’ (p.296, Voed je bacteriën, Saskia van As).

Om te voorkomen dat we vervolgens weer opnieuw besmet worden kunnen we een aantal dingen doen:

  • de darmflora en het immuunusysteem verbeteren (middels voeding en probiotica)
  • hygiëne maatregelen – hoewel we altijd al braaf onze handen wassen voor het eten en na toiletbezoek, zijn de maatregelen enorm aangescherpt. Het lijkt hier inmiddels op een operatiekamer…

Ik voel me behoorlijk aangeslagen. Dit duurt maar en duurt maar en ik heb erg veel klachten. We zijn nu bijna 2 maanden verder sinds ik ontdekte dat ik een parasiet heb en pas nu kan ik starten met de medicatie die daarvoor geschikt is. Ik heb het gevoel dat ik tegen de stroom in zwem de laatste tijd en dat heeft zijn weerslag op hoe ik me voel.

Maar goed, de dagen worden weer lichter en nog heel even en ik kan weer voor op het stoepje in de zon zitten! Half februari piept de zon – als hij schijnt – tussen de daken van de huizen aan de overkant door en kan ik me heerlijk laten opwarmen in de stralen. Dat zal er ongetwijfeld voor zorgen dat ik dingen dan weer wat zonniger inzie.

Partytime

Hebben jullie wel eens meegemaakt dat je met een groep vrienden gaat stappen en dat er wat gedronken wordt en dat die hele rustige vriend of vriendin die echt nooit raar doet of grapjes maakt, na twee wijntjes ineens op de bar klimt en de polonaise gaat staan dansen, onder het slaken van keiharde gilletjes? En dat het feest al uren is afgelopen maar de persoon in kwestie nog volop aan het hossen is, niet van plan om naar huis te gaan?

Herkenbaar? Nou, dan heb je gelijk een beeld hoe onze kat Gerrie zich gedroeg nadat hij Alprazolam kreeg om zijn vuurwerkangst wat te beteugelen.

Op aanraden van de dierenarts zijn we twee dagen voor Oud & Nieuw begonnen met de Alprazolam. Twee keer per dag een halve pil. Waar Dibbes vooral relaxt en rustig wordt van de Alprazolam, kruipt Gerrie volledig uit zijn schulp. We hebben met verbazing gekeken hoe alle remmen verdwenen. Door bijvoorbeeld heel wild te spelen met de veertjeshengel. Waar hij het normaal op een rennen zet als we alleen maar proberen hem over halen ermee te spelen, werd het ding nu belaagd en bijkans uit elkaar gerukt. Bang? Gerrie? Ech nie! Hij liep met de veertjes in zijn bek alsof het een prooi was. Sprong op de andere katten en rende hard achter ze aan. Gilde uren achter elkaar om te vertellen hoeveel hij van me hield. Knuffelde zo hard en zo veel en met zoveel overgave dat ik werkelijk de haren uit mijn mond kon plukken. Lag volledig in katzwijm in mijn armen en op schoot.

Dát was even een totaal nieuwe kant die we zagen van onze normaal zo ingetogen kat. Ik vond het iets te veel van het goede, ook al was het best vermakelijk. Maar er bekroop me hetzelfde gevoel als wat je kunt hebben als je een goede vriend of vriendin heel dronken ziet en zich volslagen belachelijk ziet maken. De dagen erop gaf ik hem daarom per keer een 1/4 pilletje. Dat was beter. Al moet ik eerlijk zeggen dat hij tijdens het vuurwerk zelf toch wel wegkroop onder ons bed, terwijl Dibbes gewoon lekker in de kerstboom klom om te spelen, zich niets aantrekkend van het geknal of het feit dat hij twee dagen ervoor geopereerd was. Wellicht moet ik een volgende keer over mijn gêne heen stappen en Gerrie toch gewoon uit zijn dak laten gaan op een halve pil 😉 .

 

Hoe is het met de parasiet?

Met de parasiet gaat het goed! Maar met ons wat minder. Vanmorgen kregen we de uitslag van het ontlastingsonderzoek en we blijken helaas alle drie gastheer te zijn van een parasiet. Heel erg verbaasd ben ik niet. Ondanks al mijn inspanningen van de afgelopen 6 weken, voelde ik de laatste 2 weken al weer dat het ding er nog zit. Ik heb  een hele stereotiepe pijn in mijn buik en lies die ik hiervoor nooit eerder had.

De mannen hebben geen klachten. Maar wat niet is, kan nog komen. Feit is wel dat zij ook besmet zijn en ook klachten kunnen ontwikkelen of mij juist weer kunnen besmetten als ik er van af ben. Gezien het feit dat ik wel al flinke klachten heb, is het wel zaak dat we er dus allemaal van af komen.

Maandag heb ik een telefonische afspraak met de huisarts die mijn eigen huisarts vervangt. Ik hoop dat ik dit keer zonder drama’s en ruzie afspraken kan maken over de medicatie. Ik heb namelijk twee weken geleden met mijn eigen huisarts afgesproken dat we alle drie aan de clioquinol gaan als we besmet blijken te zijn. Hij heeft met de hand op zijn hart beloofd dat hij hiervan een aantekening zou maken in ons dossier.

Tijdens deze kuur is het zaak extra zink te nemen omdat dit medicijn zink afbreekt in het lichaam. Daarnaast zetmeelarm eten, geen suiker en geen alcohol. Dat is wel even heftig want de puber leeft op brood, grote hoeveelheden brood. We hebben net dus een goed gesprek gehad over hoe we dit gaan aanpakken en wat hij dan kan gaan eten. Voor de man is het niet zo’n probleem, die eet alles, lust alles en at ook al vaak met mijn zetmeelarme maaltijden mee.

Zo dus. Een beetje een tegenvaller natuurlijk, maar niet onverwacht.

Hoe gaat het met de patiënt?

Even een update voor de geïnteresseerden. Ik kreeg best veel mailtjes met vragen over Dibbes. Trek je nóg meer praat over katten niet, kom dan morgen weer terug. Dan plaats ik een terugblik op ons financiële 2017 (misschien ook niet, zie net dat ik mijn concepttekst kwijt ben 😅).

De ingreep viel dus mee. Geen snijwerk aan zijn oogleden met erna hechtingen maar een laseroperatie. Het herstel gaat dus beduidend sneller dan verwacht. Hij was wel wat beroerd en ontdaan want er zijn meteen drie kiezen getrokken en dat is natuurlijk best pijnlijk.

Ik had met de dierenarts afgesproken dat ik erbij mocht zijn bij het in slaap brengen én weer wakker prikken. Dibbes was zo mak als een lammetje op de onderzoekstafel (daarbij een beetje geholpen door de alprazolam) en kroop zowat in mij voor steun. Hij viel letterlijk in mijn armen in slaap. Iets wat mij nogal ontroerde want in het echte leven mag ik hem niet optillen, dat vindt hij te eng.

Het wakker maken ging wat moeizaam. Hij had moeite om wakker te worden en kreeg een heftige trilaanval. Ik heb heel lang half gekropen in het bijkomhok gezeten en hem flink moeten wrijven, om warm te worden. Dat lukte niet goed ondanks de vier doeken om hem heen en de lekkere warme kruik.

Maar uiteindelijk was hij dan toch warm en wakker genoeg en mochten we weer naar huis, met een batterij aan pillen en druppels. Dát was meteen wat maakte dat de dagen erna wat stressvol waren, ondanks dat de ingreep zelf dus meeviel. Alles bij elkaar waren er 9 momenten per dag dat we iets met hem moesten doen qua medicatie. Dat is best heftig voor een kat die zich niet jofel voelt. Natuurlijk deden we één en ander door zijn eten maar daar kon niet alles doorheen.

Dibbes verstopte zich dus bij voorkeur zo veel mogelijk en als we alleen al naar hem keken, rende hij weg. Maar gelukkig kregen we in de loop van het weekend er een routine in hem tóch te pakken te krijgen. En ik heb zaterdag met de dierenarts overlegd en in plaats van vier keer per dag zijn ogen druppelen, mochten we naar twee keer per dag. Dat scheelde al 2 stressmomenten. Zijn ogen zien er namelijk prachtig uit. Ze staan weer mooi open en er komt geen vocht meer uit.

Op oudejaarsdag lukte het ook weer om hem alaprazolam te geven, een kalmeringsmiddel. Dat was echt nodig aangezien hij al hypernerveus en achterdochtig was door de voorgaande dagen. Die pil doet wonderen voor hem en hij bracht oudejaarsavond gewoon beneden door. Super speels, hij probeerde zelfs in de kerstboom te klimmen. Het geknal deed hem weinig.

Gisteren mocht hij in de loop van de dag weer naar buiten en daarmee keerde onmiddellijk de normale blije Dibbes terug. Voor de zekerheid rende hij het eerste kwartier van zijn vrijheid ongeveer 15 keer door het kattenluik en weer terug. De blijdschap over zijn herwonnen vrijheid was enorm.

Nu nog twee keer antibiotica toedienen. Pijnstilling en druppelen gaat nog even door maar dat is te overzien. 12 januari gaan we terug naar de dierenarts voor een oogcontrole. De hoop is dat dan de vreemde vlekken in zijn ooghoeken ook zijn verdwenen, nu de irriterende haartjes zijn weggehaald. Die vlekken waren kleine beschadigingen. De druppels zijn er onder andere voor om dat de genezen.

Hebben we dat ook weer gehad. Ik ben blij dat mijn onderbuikgevoel duidelijk genoeg was om niet te negeren. Ik ben snel overbezorgd, zeker als het om de katten gaat. En de tekenen dat er iets mis was waren minimaal. Maar ze waren er wel.

Qua kosten was het een flinke aderlating. Hoewel de ingreep voor Dibbes zelf gelukkig minder heftig was dan verwacht, maakte dat qua duur narcose niet uit. Het laseren luistert nauw en er zijn natuurlijk drie kiezen getrokken. Ook tijdrovend. Dus we mochten €343 afrekenen. Lang leve de buffer. Dibbes is inmiddels met recht de duurste kat die ik ooit heb gehad. Maar hij is elke cent waard…

Ga ik zelf de komende tijd hopelijk flink bijkomen. Het is in mijn rug geschoten. Misschien door de stress, misschien doordat ik donderdag heel lang in een hele rare houding heb gestaan bij het wakker maken van Dibbes.

Tot zover!

Update Dibbes

Wel een ingreep maar geen zware oogoperatie! Het was geen entropion. Hij had wel last van haargroei op het littekenweefsel van de operatie vier jaar geleden en dat heeft tot kleine beschadigingen geleid. Die haartjes zijn nu weg gelaserd en we hopen dat ze wegblijven. Ook zijn er drie kiezen getrokken 😅.

Al met al valt dit natuurlijk enorm mee, zijn herstel zal beduidend sneller gaan nu het geen zware oogoperatie is geworden en gelukkig zijn er geen hechtingen. Hij is wel erg beroerd van de narcose. Net flink overgegeven. Overmorgen moeten we bellen om door te geven hoe het met hem gaat. Het kan zijn dat zijn ogen gaan zwellen. En we hebben een batterij aan pillen en pijnstilling mee gekregen. Over twee weken terugkomen voor controle.

Nu gaan mens en dier lekker bijkomen. Bedankt voor alle berichtjes en het meeleven!

Tot zover de kap 😏

Tot gisteren ging het oefenen met de kap geweldig. We deden vier keer per dag de kap om en beloonden Dibbes met snoepjes. Het lukte hem ook steeds beter deze op te eten met de kap om.

En toen ineens ging het mis. Wat er precies gebeurde weten we niet, misschien schrok hij van een geluid, maar van het ene op t andere moment vloog Dibbes door de kamer met de kap om zijn kop, volledig over de zeik.

Ik zal jullie de details besparen maar trefwoorden zijn:

  • Een ontsnapte kat die pas na uren weer binnen kwam
  • Een arm onder de krassen en bloed
  • Een enorme deuk in het zelfvertrouwen van de kattenvrouw, ik ben helaas toch geen kattenfluisteraar
  • Een vertrouwensbreuk tussen mens en kat
  • Een slapeloze nacht
  • Stress die uit onze oren komt 

Morgen is het de dag van de operatie. We brengen hem in de ochtend. Ik mag erbij zijn als ze hem in slaap brengen. Dan ga ik naar mijn moeder, die boven de praktijk woont. Ik word gebeld als de operatie klaar is en ze hem wakker gaan maken, daar mag ik dan ook weer bij zijn.

Wat ik er van geleerd heb is dat je nooit kunt voorspellen hoe een kat met zijn verleden reageert. Dat ik altijd op mijn hoede moet blijven en dat ik het kattenluik moet afsluiten als we hem trainen.

De kans is groot dat we hem na de operatie geen kap om kunnen doen. Dat is vier jaar geleden ook niet gelukt. Toen hebben we hem om die reden 10 dagen versuft moeten houden. Hij heeft dan sowieso 24 uur per dag iemand nodig die op hem let, om te voorkomen dat hij aan zijn ogen zit. Aangezien hij het meeste op mij gericht is, ben ik dus de opperkat die hem hier doorheen gaat slepen.

Voor vandaag laten we het trainen maar zitten. Ik ben al blij als ik hem morgen in de mand krijg. Hij zit nu aan de alprazolam en begint weer wat bij te trekken. Dat is voor nu het belangrijkste. Nu ik nog 😊.

Zelfzorg

Eén van de dingen die ik geleerd heb de afgelopen jaren, is voor mezelf opkomen en voor mezelf zorgen. Dat ging niet zonder slag of stoot. Omdat ik iemand ben die nogal gevat en ad rem kan reageren, gingen mensen er eigenlijk meestal van uit dat ik mijn grenzen goed bewaakte. Helaas. Dat heb ik door schade en schande geleerd. Ik was die altijd vrolijke goedlachse collega met tomeloze energie die nooit nee zei als iemand haar iets vroeg. Die het niet aandurfde om tegen een collega/vriend/werkgever te zeggen: “Wat je nu hebt gedaan is niet oké, ik voel me hier niet prettig bij, ik wil niet dat je zus of zo doet, ik heb geen tijd, dit is jouw taak en niet de mijne, ik voel me overvraagd..”

Wat daar achter zit, achter het niet kunnen bewaken van grenzen, is vast voor veel mensen herkenbaar: de angst niet aardig gevonden te worden als je nee zegt. Jaren van therapie leverden op dat ik dit uiteindelijk tóch heb geleerd. Ik kreeg trucjes aangereikt om te zorgen dat ik meer ruimte voor mezelf maakte. Daar schreef ik hier al eens eerder over. Bijvoorbeeld als iemand mij vroeg om iets te doen, niet meer reageren met ja, maar standaard zeggen: ‘ik heb mijn agenda nu niet bij me, ik kom erop terug.’ De vrager wordt dan al voorbereid op uitstel en een eventueel negatief antwoord.

Helaas was ik tegen de tijd dat ik echt goed voor mezelf op kwam, ook al ziek geworden. Dus ik lag hier lekker assertief te zijn in bed en op de bank. 😉 Is het dan een verloren vaardigheid? Nee, absoluut niet. Ook als patiënt, juist als patiënt,  is het belangrijk voor jezelf op te komen. “Dokter zal het wel beter weten” gaat absoluut niet op. Na 10 jaar ervaring als patiënt in de medische wereld en zorg, weet ik dat:

  • het merendeel van de artsen niet eens de moeite neemt je aan te kijken als je je verhaal doet maar alleen maar naar het scherm kijkt
  • het merendeel van de artsen een lijstje afvinkt en als je niet aan de voorwaarden voldoet ben je ‘gezond’ en word je met klachten en al weer weggestuurd
  • het merendeel van de artsen weet niet wat ME/CVS is en vooral, wat de impact ervan is op het dagelijks leven van de patiënt en het gezin

Mijn huisarts is helaas geen uitzondering. De eerste twee jaar van mijn ziek zijn gingen op aan knokken tegen het idee dat ik een depressie zou hebben en een eindeloze tocht langs artsen die allemaal vertelden dat ik gezond was. Keer op keer moest ik het dringende aanbod van de huisarts om antidepressiva te overwegen, afslaan. Ik ben niet depressief, ik barst van de levenslust! Alleen het lichaam werkt niet mee.

Dat ik uiteindelijk tóch ontdekte wat ik had, ligt aan het feit dat ik zelf bleef zoeken naar een oplossing en ik daarbij stuitte op een hele alerte fysiotherapeut met kennis van ME. Mijn huisarts speelde daarin geen enkele rol maar presteerde het wel om na de diagnose te zeggen dat hij zoiets al had vermoed. Maar dus nooit had verteld, dank u wel.

In de jaren die volgden bleek dat hij weinig kennis had van ME. Nu denk ik dat dit voor de meeste huisartsen opgaat. Het is nu eenmaal een onbekendere aandoening. De vooruitgang die ik heb geboekt, is vooral door er zelf over te lezen, te blijven zoeken naar oplossingen en alle bekende en onbekende behandelingen op dit gebied te volgen. Zo ben ik millimeter voor millimeter de goede kant opgeschoven. Mijn leven is nog enorm beperkt maar al vele malen beter dan bijvoorbeeld 5 jaar geleden.

De huisarts trok na verloop van tijd de conclusie dat ik mijn eigen expert ben geworden op het gebied van ME en is de laatste jaren erg meewerkend. De B12 injecties die ik wilde hebben kreeg ik vrij makkelijk voorgeschreven, ook al twijfelde hij of het ging werken. Maar zag wel dat ik ervan opknapte.

Op het feit dat ik een parasiet in mijn darmen heb, zoals recent werd ontdekt, werd erg laks gereageerd. Behandeling was niet nodig, gaat vanzelf weg. Daar sta je dan met heftige buikpijn en darmen die continu aan de schijterij zijn. Ik heb dus opnieuw zelf moeten uitzoeken wat ik zou kunnen doen. Toen ik na een kruidenkuur en intensief dieet opnieuw een afspraak maakte, heb ik één en ander op tafel gegooid. Ik wilde opnieuw onze ontlasting laten onderzoeken maar sprak ook mijn teleurstelling uit over hoe er met mij wordt omgegaan. Ik snap heus wel dat als je een gezond mens voor je hebt zitten die een parasiet heeft, je vasthoudt aan het protocol : ‘het ding gaat vanzelf wel weer weg’. Maar iemand die al 10 jaar chronisch ziek is? Misschien moet je dan verder kijken dan je neus lang is.

Afijn, we hadden een goed gesprek, hij gaf toe dat het allemaal niet zo lekker was gelopen en ook dat hij vanaf aanvang dat ik ziek werd niet goed had geweten wat hij met mij moest. Maar dat hij mij echt wilde steunen in mijn zoektocht. Hij begreep inmiddels dat die parasiet voor mij een interessant puzzelstukje kan zijn gezien het feit dat het kreng chronische vermoeidheid en voedselintoleranties kan veroorzaken  en dat het belangrijk is om te weten of de rest van het gezin het ding ook heeft. Zij hebben weliswaar geen last maar kunnen mij wel weer besmetten. Ook viel het kwartje dat genezen van ME niet een rechte lijn van A naar B is. Die parasiet opruimen zorgt er wellicht voor dat mijn lichaam straks energie kan gebruiken voor andere dingen, in plaats van een parasiet te bevechten.

Dát was de theorie en nu de praktijk. Opnieuw ontlasting ingestuurd. Daar ging iets mis. De uitslag was onduidelijk. Ik zou worden gebeld door de arts om er over te praten. Dat gebeurde niet. Een paar dagen later sprak ik hem dan toch. Er was twijfel of de goede kweek was aangevraagd. Hij zou het navragen bij het lab en dinsdag terugbellen. Zou blijken dat de verkeerde test was gedaan, dan zouden we alle drie opnieuw onze ontlasting inleveren. Dinsdag zie ik hem op de praktijk en het eerste wat hij zegt is:  ‘ik bel je zo’.  Wat niet gebeurde. Woensdag bel ik naar de praktijk om te informeren maar ik kom er niet doorheen. Letterlijk, want die telefooncentrale doet heel vreemd.

Donderdagochtend had ik dan eindelijk iemand te pakken. Nee, mijn huisarts was er niet. Morgen ook niet. Ja, hij is helaas een paar weken afwezig. Nee, niet bekend of hij naar dat lab heeft gebeld. Op mijn aandringen dat er dan iemand anders achteraan zou gaan, werd heel laconiek gereageerd (dat is toch de omgekeerde wereld mevrouw, dat had hij moeten doen). Afijn, na gedram van mijn kant gingen ze toch bellen.

Uur later word ik teruggebeld. Nee, er was helaas niet onderzocht op parasieten. Maar ik mocht niet opnieuw insturen, want dat vond de vervangende huisarts niet nodig. Pardon?

Wat volgde was een soap vol getier en een volledig uit de hand gelopen gesprek waarbij de vervangende huisarts dingen zei als: ‘als u na uw kruidenkuurtje per se uw ontlasting wil laten onderzoeken is dat goed, maar dat gaan we niet doen voor uw gezin. Nergens voor nodig, deze parasiet is onschadelijk, ik volg het protocol hierin’. Mijn opmerkingen dat zij zonder kennis van mijn dossier en gezondheid afwijkt van de afspraken die ik hierover met mijn eigen arts heb gemaakt, werden van tafel geveegd. Want mijn huisarts had niets in mijn dossier gezet hier over.

Daar sta je dan. Nou ja, ik zat op de bank met de telefoon in mijn hand en kwam er gewoon niet door. Meerdere malen vroeg ik of ze het wilde navragen bij de twee assistentes, die precies weten wat er aan de hand is en weten dat ik deze afspraak had gemaakt. Ik kwam er niet doorheen, ze reageerde alleen maar met: ‘ik ben hier de arts en ik beslis’.

Afijn, het gesprek eindigde omdat ik was veranderd in een agressief gillend monster en en de arts dingen riep  als ‘als u zo doet wens ik niet meer met u te communiceren!’ U kunt de striptekeningen er vast wel bij verzinnen.

Vroeger zou ik nooit zo fel hebben gereageerd. Ik zou me hebben neergelegd bij wat er gebeurde. Nu niet, nou ja, ik kwam weliswaar niet verder maar ik heb gepraat als Brugman en mijn ongenoegen geuit. Ik begon heel vriendelijk en formeel en dat het uit de hand liep, lag aan mijn wanhoop en frustratie maar ook zeker aan haar denigrerende toon en haar onwil om na te vragen bij anderen wat ik nu had afgesproken.

Eind van de middag belde mijn eigen huisarts. 1000 maal excuses, wat vervelend, bla bla. Hij is inderdaad de komende weken afwezig maar iemand op de praktijk had hem verteld wat er is gebeurd. Ik vind het heel tof dat hij belde maar ik ben er klaar mee. Hij is verschrikkelijk aardig maar niet proactief, denkt niet mee en is ook nog eens een administratieve ramp. Als hij zijn dossier gewoon had bijgehouden had ik nooit die aanvaring gekregen.

Dus ik heb eerlijk gezegd dat ik na de ontlastingsonderzoeken en de uitslagen, overweeg naar een andere praktijk over te stappen. Het moet toch niet zo zijn dat als hij er niet is, dingen meteen spaak lopen en ik niet word geloofd door een vervanger. Dat naast de eerdere missers (de lijst is lang maar onder meer M. mist een spier in zijn bovenbeen omdat er niet werd geloofd dat er iets aan de hand was en tegen de tijd dat er eindelijk foto’s zijn gemaakt, was die spier afgestorven) de slechte onbereikbaarheid van de praktijk en de administratieve chaos maken dat ik hier niet wil blijven.

Op zoek naar een andere huisarts dus. 9 van de 10 artsen weet niet voldoende van ME. Ik ben op zoek naar die 10e huisarts die dat misschien óók niet weet maar bereid is ‘out of the box’ te denken, met mij meedenkt en begrijpt dat kleine ongemakken een grote impact op mijn lijf kunnen hebben. En die mij ziet, hoort en serieus neemt. En gemaakte afspraken netjes noteert in zijn systeem.

Als ME-patiënt heb ik niets aan protocollen. Die zijn er namelijk niet voor deze aandoening, ik moet zelf het wiel uitvinden, uitvinden wat voor mij werkt, de puzzelstukjes op de juiste plek leggen. Ik heb behoefte aan een arts die niet alleen zegt dat hij dit begrijpt maar zich daar ook naar gedraagt en van puzzelen houdt.

Warm applaus voor de volhardende lezer die dit geklaag tot het einde toe heeft gelezen! Ook applaus voor mezelf. Want had ik mijn poot niet stijf gehouden, dan zou de ontlasting niet worden onderzocht. Wat ik dus heb geleerd is dat als je dramt en tiert je toch je zin krijgt. Of ik dan nog aardig gevonden word betwijfel ik maar inmiddels kan me dat niet meer zoveel schelen. 😉

Ga ik nu slapen, want dat is niet gelukt vannacht.

 

Voorbereidingen operatie

Toen we vier jaar geleden ineens een kat mee naar huis kregen die aan beide ogen was geopereerd, waren we daar totaal niet op voorbereid. Bovendien was Dibbes toen nog een vreemde kat voor ons. Ondanks al het wederzijdse gescharrel was dat vooral op afstand. Hij liet zich zeker in het begin niet aaien of direct benaderen en andersom zag hij ons niet eens, door zijn oogziekte. Hij volgde vooral met zijn neus het spoor van lekkere brokjes en dat daar een heel gezin aan vast zat, ontdekte hij veel later. Dus de stap van een zwerfkat voeren naar ‘die kat ligt nu in een apart kamertje bij te komen van een zware ingreep’, was best groot.

Dit keer gaat dat gelukkig heel anders. We weten wat ons te wachten staat en we kunnen ons er op voorbereiden. Wij kennen Dibbes inmiddels ook door en door en weten dat hij ondanks zijn hysterische karakter, naar ons toe toch vaak zo mak als een lammetje is. Ik kan hem zonder hele grote problemen pillen geven of samen met M. oogzalf toedienen. Zo lang je het maar beloont met een snoepje, nou vooruit, liefst twee snoepjes, is het oké.

Ook praktisch gezien hebben we nu de tijd om ons voor te bereiden. Dat doe ik door een aantal dingen vooraf aan te pakken bijvoorbeeld door een kamer in orde te maken. We maken de logeerkamer zo leeg mogelijk. Buiten het logeerbed staat er dan niets en is er ruimte voor een goede ligplek voor hem en een kattenbak. Hij kan daar in alle rust herstellen en zich ook niet verwonden aangezien hij de eerste tijd versuft is en ook met een kap moet lopen.

Die kap is wel een dingetje. Vorige keer accepteerde hij die kap niet en moesten we hem om die reden 9 dagen volledig gedrogeerd houden. Om te voorkomen dat hij aan zijn ogen ging frutten. Dat gaf wel problemen, zijn ogen gingen na een paar dagen ontsteken maar gelukkig is het goed gekomen. Natuurlijk moeten we nu toch de kap weer opnieuw proberen na de operatie van volgende week. Om die reden kreeg ik hem alvast mee toen we gisteren bij de dierenarts waren. Dus nu even geen ‘krijg-Dibbes-in-de-mand-training maar een ‘doe-een-kap-om-zijn-kop-training‘.

Hoe doe ik dat? Inmiddels heb ik door dat trainen alleen lukt als de kat zelf er zin in heeft, zijn nieuwsgierigheid wordt getriggerd én er een beloning wacht.Gisteren heb ik hem alvast aan de kap laten snuffelen. Dat rook interessant!

Durf ik hier mijn kop door te steken?
Ja, ik deed het! Daarna nog even snuffelen aan de kap of echt alle snoepjes op zijn.

Vandaag heb ik snoepjes op mijn hand gelegd en die in de kap gestoken. Om bij het snoepje te komen, moet hij zijn hoofd door de kap steken. Vanmorgen lag het snoepje op mijn vingers en kon hij er heel makkelijk bij. Vanmiddag maakte ik het wat moeilijker door het snoepje iets verder weg te houden, in de palm van mijn hand. Hij moest dus met zijn kop helemaal in de kap om er bij te kunnen. Daarna was het even klaar en liet ik de kap even naast hem liggen. Die werd weer besnuffeld.

Zo ga ik dat uitbreiden, stap voor stap. Ik hoop dat dit in zoverre lukt dat hij dan na de operatie niet volledig uit zijn dak gaat als hij wakker wordt en die kap voelt. Maar goed, iets bedenken is één ding, de praktijk moet gaan uitwijzen hoe het loopt.

Buiten dat zijn er ook andere voorbereidingen. Ik wil proberen wat vooruit te koken. De eerste dagen zal ik veel aandacht aan Dibbes moeten geven. De man kan heerlijk koken maar werkt wel gewoon fulltime, ik  kan niet van hem verwachten dat hij na zijn werk voor hem en S. gaat koken én voor mij een parasietendodende zetmeelarme vegetarische maaltijd op tafel zet.

Dus, dat dus!