Dibbes

Toen Dibbes in ons leven kwam, was hij bijna blind. Dat er iets was met deze zwerfkat zagen we wel, maar wát precies dat wisten we niet.

Na maanden van vertrouwen winnen, lukte t ons om hem in de mand te krijgen, brachten hem naar de dierenarts die constateerde dat een operatie noodzakelijk was. Hij bleek entropion te hebben, een aandoening waarbij de ooghaartjes naar binnen groeien. De dierenarts had het nog nooit zo heftig gezien.

Zijn leven als huiskat begon dus met een zware operatie. Best pittig, want na maanden paaien stopten we hem in de mand, lieten hem opereren en moesten hem daarna 10 dagen in versufte toestand houden.

Dibbes onderging t allemaal redelijk stoïcijns. Hij zat onder de pijnstillers, had een lekker mandje en een warme kruik, kreeg heel veel liefde en voldoende eten. Zijn situatie was 100 % beter dan in zijn zwerfjaren en hij bloeide enorm op.

Na de operatie bleek dat hij prachtige zeegroene ogen had. Iets wat we nooit hadden kunnen zien omdat zijn ogen door de entropion dicht zaten en er continu pus uit droop.

Dat is nu vier jaar geleden. Het viel me twee weken geleden op dat er soms wat vocht uit zijn rechteroog kwam. Helder vocht en minimaal. En soms ook een paar dagen niet. Maar t zat me niet lekker dus belde ik met de dierenarts. Ik mocht foto’s van zijn ogen mailen en in overleg besloten we een oogzalf te proberen. Zonder dat de dierenarts hem dus zag. Omdat ik de ‘krijg-dibbes-in-de-mandtraining’ niet wilde verpesten door hem in de mand te stoppen op een moment dat hij er nog niet helemaal klaar voor was.

Omdat Dibbes een heftig verleden heeft en de rit naar de dierenarts elke keer voor gigantisch veel stress zorgt heb ik hem namelijk de afgelopen 9 maanden getraind. Inmiddels heb ik hem zo ver dat hij op commando in de mand springt.  Maar het autorijden hebben we nog niet kunnen oefenen.  Ik werkte toe naar een dierenartsbezoek in januari, omdat hij zijn entingen moest hebben.

Een kat met zijn verleden moet regelmatig gezien worden door een arts. Hij heeft een slecht gebit, een forse hartruis, een immuunsysteem dat het jaren niet deed en dus kwetsbare ogen.

De oogzalf leek even te helpen maar gisteren werd zijn oog ineens helemaal dik.  Dus over op plan B: toch zo snel mogelijk een afspraak maken en hem voor t bezoek aan de dierenarts alprazolam geven. Dit is een kalmeringspil die sinds kort aan katten gegeven wordt die heftige angsten kennen. Het heeft geen nare bijwerkingen en het laat geen herinnering aan de gebeurtenis zelf achter. In tegenstelling tot vetrainquil, wat ik voorheen gebruikte.

Op naar de dierenarts dus. Het goede nieuws is dat hij heel goed reageerde op de alprazolam en geen moment in paniek raakte. Bij de dierenarts zelf was t wel héél erg spannend voor hem maar het escaleerde niet.

Het slechte nieuws is dat hij weer entropion heeft,  nog minimaal. Het hoornvlies is geïrriteerd maar gelukkig nog niet beschadigd. We zijn er dit keer heel snel bij. Maar een operatie is helaas wel noodzakelijk, weer aan beide ogen.

Ik ben niet verbaasd, had dit al  verwacht. Maar heftig is het wel, voor kat én mens. Volgende week donderdag gaat hij onder het mes.

Gaan jullie duimen voor een snel herstel?

Stoere kat

Dibbes is weer helemaal opgeknapt en het mannetje. Hartstikke fijn. Vorige week schreef ik dat ik al een heel eind ben met de kat-in-de-mand-training maar nog niet voldoende om al naar de dierenarts te gaan. Het kán wel in geval van nood – ik krijg hem zeker in de mand – maar dan is denk ik al het opgebouwde teniet gedaan. Er is nog zó veel te trainen.  Opmerkingen van mensen dat zij hun kat ‘gewoon’ in de mand proppen hoor ik wel maar ik kan er niets mee. Ik heb al 25 jaar katten en Dibbes laat zich niet ‘gewoon’ in de mand proppen. Dat hebben we al zo vaak geprobeerd. En drogeren dat wil ik niet meer, want hij raakt al volledig in paniek als hij de werking van de drugs voelt. Dan weet hij, ‘het is weer zo ver‘. Trainen dus.

Deze week hebben we een hele grote volgende stap gezet. Na een paar weken oefenen met buiten lopen met Dibbes in de mand, ging ik de auto proberen. Dát was spannend. De spannendste stap tot nu toe, dat merkte ik wel aan hem. Het geluid van de auto die van het slot ging en het portier dat open ging, was behoorlijk heftig voor hem. Ik zette hem heel voorzichtig op de achterbank. Daar produceerde hij twee zielige piepgeluidjes en viel toen stil.

Dat was meer dan voldoende voor de eerste keer in de auto. Nu eerst dit een flink aantal keren herhalen en dan oefenen met het portier dicht. De motor starten en de stap erna,  echt rijden, dát is nog wel een paar maanden buiten ons bereik.

Weer binnengekomen is hij verwend met lekkere hapjes en uitbundig geprezen. We zijn al verder gekomen dan ik had gehoopt of verwacht! Stoere Dibbes!

Puzzelen

Als je van een arts hoort dat je een ziekte onder de leden hebt, is je eerste vraag waarschijnlijk ‘hoe kom ik er weer vanaf?’ Je vraagt om medicijnen en tips en in veel gevallen – als de ziekte wat complexer is – een behandelplan. Soms bestaat dat uit een behandelplan via een ziekenhuis of specialist maar soms krijg je ook een doorverwijzing en het advies je leefstijl aan te passen.  Je huisarts weet weliswaar niet alles van je aandoening maar de specialist waar je naar toe gestuurd wordt meestal wel. Steeds meer en vaker zijn ziektes die vroeger een doodvonnis betekenden, nu heel goed behandelbaar. Er zijn behandelprotocollen, steungroepen en nazorgtrajecten voor veel mensen die herstellen van een heftige aandoening of infarct.

Hoe anders is het als je de diagnose ME krijgt. In veel gevallen heb je een zoektocht van een paar jaar achter de rug waarbij elke therapeut of arts je opgewekt vertelt dat alles in orde is. Zij hebben niets gevonden dus ben jij niet langer hun ‘pakkie an’ en je wordt naar huis gestuurd met je rugzak vol pijn, moeheid, neurologische bagger en andere ellende. Je gaat flink twijfelen aan jezelf en aan je klachten. Omdat je ongeveer 9 van de 10 keer wordt verteld dat het tussen je oren zit, ga je dat ook denken. Maar na een paar jaar gedragstherapie zegt zelfs je therapeut dat er met jouw hoofd en denken niets mis is. Ondertussen zijn je fysieke klachten geëscaleerd tot een niveau dat je alleen nog maar plat kunt liggen en bij voorkeur in het donker.

Nog altijd ben ik heel blij dat in die enorme reeks therapeuten, zorgverleners en artsen die ik in die eerste twee jaar zag, een fysiotherapeut zat die mijn klachten herkende. Groot was mijn opluchting dat ik niet gek was maar gewoon een aandoening had met een naam. Groot was ook de desillusie toen ik ontdekte dat de behandelaars die zich hebben gespecialiseerd in ME in het duister tasten over de oorzaken van ME. Laat staan dat ze weten welke behandeling passend is.

Natuurlijk raakt er steeds meer bekend. Zowel over de oorzaken als over mogelijke oplossingen. Goddank wordt nu ook erkend dat gedragstherapie en revalidatie volgens een vaststaand schema geen acceptabele therapieën zijn aangezien ze in veel gevallen meer kwaad aanrichten dan goed.

Ooit hoorde ik dat slechts 5 % van de ME-patiënten geneest. Samen met de ervaringen van artsen die het ook niet weten of je stiekem een zeikerd vinden, is dat genoeg om heel erg ontmoedigd te raken. Toch hoor ik wel eens over mensen die wél herstellen. Ik heb zelfs een vriendin  die is hersteld. Haar tijdlijn op Facebook laat zien dat ze volop geniet van het leven, best veel doet en ook kan werken. Natuurlijk heb ik haar wel eens gevraagd waardoor zij beter werd. Dat wist ze niet echt. “Ineens” was het zover.

Ook heb ik natuurlijk heel internet afgespeurd naar succesverhalen. Soms zakte daarbij mij de moed in de schoenen. Dan las ik een jubelverhaal van iemand die genas door een suikervrij dieet, door acupunctuur, homeopathie, ademhalingstherapie. Allemaal behandelingen die ik ook heb geprobeerd met meestal kort of geen resultaat (anders dan een lege portemonnee). Ik heb heel lang de behandeling van Gupta gevolgd en ben daar wel enorm opgeknapt. Van altijd liggen naar meer overeind zitten en vaker naar buiten kunnen gaan. Maar ik werd niet beter, dat niet. En ondanks de claim die Gupta heeft dat 90 % geneest, zie ik in de Gupta steungroep wel erg veel mensen die ook niet beter worden en dan aan zichzelf gaan twijfelen. Dat is blijkbaar een mechanisme: ‘ik knap niet op dus doe ik het niet goed‘.

Vaak weten mensen het zelf ook niet waarom ze opknappen,  vermoed ik. Jarenlang zoeken ze, proberen ze dingen uit en ‘ineens’ vinden ze de sleutel tot het succes. Genezing kan aan de gevonden sleutel liggen. Óf aan de precieze volgorde van ondernomen behandelstappen in de loop der tijd. Óf aan de mate waarin iemand geleerd heeft mentaal met ziekte om te gaan en wellicht relaxter is geworden.

Net als dat ziek worden soms een opeenstapeling van factoren blijkt te zijn, is beter worden dat ook. Je zet stappen, zoekt dingen uit, probeert dingen uit, doet aan zelfreflectie, probeert grenzen niet te overschrijden maar luistert ernaar en leert dat woede destructief is en nergens toe leidt. Je zet telkens een stap en denkt heel lang ‘ik kom nergens‘ maar ineens, na een paar jaar, merk je dat je toch best veel kunt in vergelijking met vroeger. Zo merkte ik onlangs dat het drie weken zorgen voor andermans katten – nu voor het vijfde jaar op rij – me dit keer helemaal geen moeite kost.

Beter worden is voor mij een puzzel. Ik ben nog niet eens halverwege de oplossing. Maar als ik zie waar ik nu sta ten opzichte van 8 of 10 jaar geleden, dan ga ik bijna jubelen. Cruciaal daarbij was acceptatie. Kan ik mezelf accepteren zoals ik op dit moment in mijn leven ben? Ik denk het wel. Ik heb geleerd veel dingen per dag te bekijken. Niet te veel stilstaan bij wat niet kan, maar me richten op wat wel kan.

De energie die er is, niet meer verspillen aan woede klinkt makkelijk maar is het niet. Want eerst moest die woede eruit. En toen kwam er rouw. En dat is geen drol die je in één keer doorslikt. Daarna kwam er ruimte. Ruimte om keuzes te maken waar ik achter sta. Wat ik wil doen met de uren op een dag dat ik actief kan zijn.

Ik heb alles geprobeerd wat in mijn macht ligt. Soms heb ik het te hard geprobeerd en viel ik terug. Het toverwoord voor mij is zachtheid en mild zijn. Voor een ander zal het toverwoord misschien zijn: leren nee zeggen. Of niet blijven hangen in wat was.

Beter worden is een puzzel leggen. De juiste stukjes op de juiste plaats weten te leggen. Omdat een arts dat niet voor mij kan doen, moet ik het zelf doen. Doe ik het zelf. Omdat de woorden op mijn puzzelstukjes anders zijn dan de woorden op de puzzelstukjes van een andere ME-patiënt, is mijn puzzel – en dus de oplossing – ook anders dan die van een andere patiënt.

Een cruciale sleutel voor mij is denk ik dat wat je zwakte is ook je kracht kan zijn. Wat mij genekt heeft, kan mij ook beter maken. In mijn geval negeerde ik grenzen en was te overenthousiast voor de verkeerde dingen. Nu ik die energie richt op zaken die voor mij belangrijk zijn, draagt dat ook bij aan mijn genezing, hoop ik.

Mezelf alle dagen ontprikkelen zodat mijn hysterische zenuwstelsel niet langer continu op hol slaat is een grote sleutel. Energie besteden aan wat mij voedt, letterlijk, is dat ook. Me niet schuldig voelen maar gewoon genieten als ik iets doe waar ik heel ontspannen van word. Mijn wereld voorlopig klein en behapbaar houden.

Dit alles maakt volgens mij de bodem vruchtbaar voor de grotere stappen die echt ergens toe leiden. Op dit moment heb ik met die klote parasiet in mijn darmen ook weer een belangrijk puzzelstukje te pakken, vermoed ik. Als ik terug kijk, dan heb ik al heel lang buikpijn en last van mijn darmen. En ik pakte al zó vaak mijn voeding aan. Maar niet die parasiet. Nu wel en ik voel me echt opvallend goed. Wellicht is met het uitroeien ervan nu toch weer een volgende fase ingegaan, waarin mijn lijf meer in de omstandigheid is om te herstellen.

Zo lang ik ziek ben, blijf ik hopen. En puzzelen.

Etiketten

Gisteren schreef ik over de vrijheid om niet te hoeven kiezen. Ik verkeer in de unieke positie – dankzij chronisch ziekzijn én het UWV – dat ik mijn tijd en energie kan invullen zoals ik dat zelf wil op dat moment zonder daar conclusies aan te verbinden. Natuurlijk wel flink beperkt door de klachten die ik op dat moment voel. Ik kan nooit zomaar denken: hé vandaag ga ik eens lekker 5 km wandelen. Nou ja, denken kan wel maar uitvoeren niet.

Die keuzevrijheid heb ik lang niet gevoeld omdat ik iets te veel ambitie had en vaak dacht dat ik iets nuttigs moest doen en ook omdat anderen soms – heel goed bedoeld – opmerkingen maken omdat ze blijkbaar denken dat mijn tijd moet worden opgevuld met iets wat ik goed kan en dat commercieel uitbaten, daarbij even het feit negerend dat ik niet vanwege mijn zweetvoeten ziek thuis zit.

Die opmerkingen leg ik lekker naast me neer tegenwoordig.

Iets anders wat heel veel voorkomt is het uitdelen van etiketten of suggesties. Mensen herkennen zich regelmatig in klachten of gedrag dat ik beschrijf. Gisteren nog schreef lezer L. (goed bedoeld en heel voorzichtig geformuleerd, waarvoor dank):

“Verschrikkelijk, je hebt de ambities (in je hoofd) maar kan ze niet uitvoeren (je lijf).
Ik lees al een tijdje mee en de gedachte bekruipt me dat je wellicht hoogbegaafd (IQ) bent.
Je zit vast niet te wachten op nog een etiket, maar ik wilde het je niet onthouden. Het komt uit een goed hart en ik heb getwijfeld of ik deze gedachte met je wil delen. Toch maar gedaan, ik bedoel het goed.”

Buiten dat ik niet weet of het verschrikkelijk is dat ik mijn ambities niet kan uitvoeren – ik denk dat het merendeel van de mensen dat niet kan door omstandigheden/het leven dat er tussendoor komt, etc. – is er iets anders met deze suggestie: ik krijg deze heel vaak. Over allerhande aandoeningen en labels. Wellicht weet L. iets van hoogbegaafdheid en herkent ze iets in mijn teksten. Dat kan. Alleen ik heb in de loop van de tijd reacties, mails en appjes ontvangen met opmerkingen en suggesties over:

  • autisme
  • hoogsensitiviteit
  • bipolaire stoornis
  • ADHD
  • ADD
  • Obsessief-compulsieve stoornis
  • SOLK (symptomatisch onvoldoende onverklaarde lichamelijke klachten)
  • en dan ben ik er een aantal vergeten op te noemen maar sommigen vallen onder het kopje ‘je bent gewoon een hysterische stomme trut en een aanstelster, ga werken profiteur!“

Hoe kan het toch dat zoveel mensen zich herkennen in wat ik schrijf? Ik denk dat er gewoon een grote overlap zit in veel aandoeningen. Concentratieproblemen of je juist optimaal maar heel kortstondig kunnen concentreren  is een onderdeel van bipolaire stoornis, adhd en add. En ook ME. Ik beschouw ME ook als een storing van het brein met onder meer lichamelijke klachten tot gevolg zoals pijn, migraine, darmklachten en bla bla. Met name door die pijn verschilt dat volgens mij toch behoorlijk met bovengenoemd rijtje (zeg ik zonder enige medische kennis).

Het is heel moeilijk om een diagnose ME te stellen. Er moet eerst veel worden uitgesloten. Meestal is dat op lichamelijk gebied. Er wordt eigenlijk nauwelijks gekeken naar het brein,anders dan “ja het is logisch dat je wat over-emotioneel wordt en je concentratievermogen achteruit gaat als je altijd uitgeput bent” Vaak wordt burn out gesuggereerd. Dat was bij mij ook het geval. En als je dan na verloop van de tijd niet opknapt, dan weten de meeste artsen of therapeuten het ook niet meer. Ik ben nog altijd die ene fysio enorm dankbaar dat hij mij op het spoor van ME heeft gezet.

Een diagnose is dus moeilijk te stellen en daarbij komt dat er een aantal karaktertrekken is én een samenloop van levensomstandigheden die je gevoelig maken een aandoening als ME te ontwikkelen. Die karaktertrekken hebben best veel overeenkomsten denk ik met karakters van mensen die aan bovengenoemde stoornissen leiden.

Voor mij is heel kenmerkend aan ME dat ik niet normaal herstel na een inspanning en dat lichaam en brein overgevoelig reageren op een al dan niet geplande activiteit en regelmatig blijven hangen in een soort alarmtoestand. Met vaak pijn en uitputting als gevolg.

Het gedrag dat ik vaak beschrijf en dat voortvloeit uit een snel geagiteerd brein (wat hoort bij ME omdat de amygdala overuren maakt)  is voor veel mensen denk ik herkenbaar. Ook omdat ik het zo eerlijk mogelijk opschrijf en veel aan zelfreflectie doe.

Uiteindelijk maakt het niet uit welk etiket er op geplakt wordt. Ik twijfel niet aan de diagnose ME maar zal altijd blijven onderzoeken waar verbetering is te halen. Zoals met de recente ontdekking dat ik een parasiet in mijn lijf heb ( nou ja, wel meer dan eentje vrees ik). Dat werpt weer een heel ander licht op mijn voedselovergevoeligheden aangezien ik ontdekte dat de parasiet maakt dat je gaandeweg steeds meer problemen kunt krijgen om bepaalde voeding te verteren, zoals in mijn geval gluten. (bron: Darmklachten, dr. Saskia van As). Glutensensitiviteit komt bij heel veel ME-patiënten voor maar wellicht is dus ook bij heel veel van deze patïenten de oorzaak een foute parasiet.

Heb ik dan geen ME? Ik heb het wel helaas. Ik denk dat de ME onder meer maakt dat het immuunsysteem niet goed werkt en dat een parasiet daarvan profiteert en dan vervolgens nog meer schade aanricht.

Dood ik die parasiet en herstel ik die darmflora, dan werkt mijn immuunsysteem wellicht beter en kan mijn lijf misschien gaandeweg gaan herstellen van de ME. Of niet. Het blijft altijd zoeken en het is belangrijk altijd met een open blik te kijken naar wat er gaande is.

Zo ook met de suggesties zoals hierboven genoemd. Ik vind het fijn en attent dat mensen meedenken en me ergens op wijzen. Ik zal altijd even ergens een blik op werpen, soms zelfs meer dan één. Veel suggesties leg ik dan vervolgens naast mij neer.

Uiteindelijk gaat het erom wat je kunt doen om je eigen situatie te verbeteren.  Zoals er een overlap is in een aantal aandoeningen zoals hierboven genoemd, is er ook een overlap in oplossingen. Ontprikkelen, je lijf aanvoelen, signalen herkennen die wijzen op gedrag dat je uit de bocht gaat vliegen, zijn eigenlijk universeel in deze tijd waarin we continu bestookt worden met prikkels, eisen, verlangens van anderen, mails die beantwoord moeten worden. Het contact met jezelf is namelijk zó verloren en dat met een paar honderd Facebookvrienden.

En als ik dan tóch een etiket op mezelf moet plakken dan gaat mijn voorkeur uit naar: AUTHENTIEK.

De vrijheid om niet te kiezen

Wie mij kent weet dat ik volledig kan doorslaan in dingen. Ik wil graag het naadje van de kous weten, vind veel dingen leuk of interessant, denk graag groots en heb een goed ontwikkeld gevoel voor drama. Dat maakt dat ik vaak nieuwe ontdekkingen zo opblaas dat ik geneigd ben het WestFries Centrum op te richten voor:

  • Paleo
  • Budgetcoaching
  • Yoga
  • Kattengedragstherapie
  • Zwerfkatten
  • Voedselcoaching
  • PDS (geen Prikkelbaar Darm Syndroom maar Pret Door Schijten)

Trouwe lezers hebben dat trekje natuurlijk al vaker voorbij zien komen hier. Maar niet iedereen weet dat of begrijpt dat. Zo krijg ik vaak suggesties van mensen wat ik kan en zou moeten doen. Niet begrijpend dat ik als ME-patiënt op dit moment in mijn leven niet in de positie ben om überhaupt een project op te zetten. En ook niet wetend dat ik juist zo trots ben op het feit dat ik dit manische gedrag herken en mezelf tegenwoordig af rem als ik de eerste signalen opvang. 

Hoe doe ik dat? Ik ga geen verplichtingen met anderen meer aan. Ik probeer elke dag te nemen zoals hij komt. Ik neem me niet zo veel meer voor maar hobbel gewoon achter mijn energie aan. En ik maak dus ook geen kattenkalender op verzoek omdat ik het gewoon leuk vind om foto’s te plaatsen wanneer ik daar zin in heb en niet omdat het een project wordt en iemand die kalender wil kopen. Ik maak ook geen boek van mijn blogstukjes, ook al zou ik héél graag een boek willen schrijven. En zo maak ik ook niet alvast een opzet voor een boek zoals mij heel vaak is voorgesteld. Een boekopzet maken is heel veel werk. Ik zoek geen werk, ik probeer gewoon mijn tijd zo fijn mogelijk door te komen. En als ik ooit beter ben en wel werk zoek, dan zien we dan wel weer wat ik het eerst oppak.

Geen uit de hand gelopen hobby’s dus meer voor mij. Want gaandeweg volg ik altijd dezelfde route. Ik vind iets leuk om te doen. Daar word ik ook op gewezen door anderen. Die zeggen dan “zou je niet zus en zo en dit en me dat gaan doen”. Dan pak ik dat op, groter, grootst, megagroot. Tot ik het volledig opblaas en ontmoedigd raak. Want zoals ik het wil aanpakken lukt het toch niet (niet voldoende kennis, energie, talent, blabla) en dan sterft het project een stille dood me meestal erg moe achterlatend. Had ik die energie niet beter kunnen gebruiken? De vele cursussen die in mijn boekenkast staan zijn de stille getuigen van dit proces.

Ik lees graag over voeding. Maar ik hoef er niets mee. Hoogstens inspiratie opdoen om een lekker potje te koken of mijn eigen gezondheid wat te verbeteren zoals nu met het anti-parasietendieet. Ik lees graag over omgaan met geld en schrijf er soms nog over. Maar ik heb geen bekeringsdrang meer en hoef ook geen budgetcoach te worden. Ik weet heel veel van ME en hoe je ermee om kunt gaan en vertel dat graag aan anderen. Maar ik giet mijn kennis vooralsnog niet in een boek.

Als kind kon ik al niet kiezen wat ik wilde worden. Ook nu nog lijken de mogelijkheden me eindeloos. Zou ik in de positie zijn, dan zou ik wel 10 beroepen kunnen bedenken, wel 20 studies die ik graag zou volgen, wel 30 levens die ik zou kunnen leiden. Maar ik ben niet in de positie.

Het voordeel van mijn positie – naast de vele nadelen maar daar heb ik het al zó vaak over gehad – is dat ik niet veel te kiezen heb en dat dus ook niet hoef te doen. Wat wél kan is de energie die er is gebruiken om de ene keer stomme verliefde kattenfoto’s op FB en instagram te plaatsen, een andere keer een stukje schrijven, soms een blogstop in te lassen, of dagenlang alleen maar boeken lezen of mijn dag besteden aan in etappes koken en recepten uitwerken. Gewoon omdat het kan. En zonder dat ik daar conclusies aan verbind of een verplichting aanga. Eigenlijk best top. Liever klein en fijn dan groot en dood.

Zieke Dibbes

Gisteren toen ik de katten eten wilde geven, kwam de hele troep aanstormen behalve Dibbes. Dat is niet normaal aangezien eten zijn hobby is. Ik vond hem boven op ons bed waar hij een nogal versufte indruk maakte. Na enig aandringen sjokte hij toch maar met mij mee naar beneden maar het ging niet van harte. Hij rook wat aan zijn eten en sjokte toen weer weg. Hij ging naar buiten, deed een zeer typerend Dibbes-ommetje     – uit en thuis in 5 minuten- en ging weer naar boven.

Een aantal malen ging ik bij hem kijken. Zijn ogen stonden wat raar, hij haalde sneller adem dan normaal en hij bleef versuft. Hij reageerde niet echt op knuffels en er kon geen knor van af. Met de man geregeld dat hij eventueel zijn vrije dag of zijn thuiswerkdag zou omdraaien, zodat we vandaag met Dibbes naar de dierenarts konden gaan.

Ben ik blij dat ik al maanden met hem train om in de mand te stappen. Al is de training nog echt niet klaar. Het onderdeel in de auto stappen en wennen aan rijden terwijl hij in de mand zit moet nog geoefend worden. Maar als hij ziek is, dan gaat dat voor. Met wel het risico dat ik na een dierenartsbezoek hem met geen mogelijkheid meer in de mand krijg. Maar ja, dat risico loop je eigenlijk altijd wel met een kat met zijn verleden.

Afijn, een slapeloze nacht volgde. Dibbes lag tegen mijn buik maar hij was niet ontspannen. Ik ook niet. Ik lag uren wakker. Ik slaap altijd al erg moeilijk en kan gewoon weinig hebben. Bovendien deden de andere katten beneden verwoede uitbraakpogingen want we hadden het kattenluik voor de zekerheid maar afgesloten.

Om 4 uur vertrok Dibbes naar beneden en ik viel in slaap. Om 6 uur werd ik wakker gemaakt met kusjes en kopjes en een ronkende kat die overduidelijk beter in zijn vel zat. Eten dan maar? Ja eten! Dat werkte hij met een enorm tempo naar binnen en vrat en passant ook de bakken van de anderen leeg. Er is gegeten, gedronken, even gespeeld, hij is drie keer naar buiten gegaan en hij zit nu in de vensterbank te miauwen naar een merel die besjes uit onze struiken eet. Het gaat weer beter met Dibbes.

Evengoed is het verstandig om het in de gaten te houden. Ik mag hem wel aanraken en optillen maar dat gaat niet van harte. Maar voor nu is er geen urgentie, ik moet wel even in de gaten houden of hij wel poept. De man heeft evengoed maar wel een vrije dag genomen want die deed ook geen oog dicht, door mijn gewoel en de herrie bij het kattenluik.

Ik ga liever te snel dan te laat naar de dierenarts. Een paar jaar geleden kreeg ik een bepaald ‘gevoel’ bij Smoes omdat hij me ‘zo’ aankeek. Hij at wel gewoon en was levendig maar het voelde niet goed. Bij de dierenarts aangekomen bleek na het maken van een röntgenfoto dat er een stuk plastic in zijn darmen zat wat operatief moest worden verwijderd. Het plastic zorgde ervoor dat hij niet kon poepen, levensgevaarlijk dus.

Het is zaak een balans te vinden tussen wat mijn gevoel en mijn snel geagiteerde brein vertelt en een nuchter oordeel aan de hand van een lijstje (gedrag, eten, poepen, drinken, ademhaling). Complicerende factor daarbij is dat Dibbes gespecialiseerd is in zielig kijken. Dat helpt ook niet echt mee. Maar oefening baart kunst, zowel bij hem als bij mij. 😉

Het plan: uithongeren, doodmaken en wegspoelen

alsemkruid

Nou nog één keer over die kloteparasiet en dan houd ik er over op, voorlopig dan. Ik wil er zo snel mogelijk van af. Medicatie is wel beschikbaar maar erg heftig met veel bijwerkingen en wordt daarom niet snel voorgeschreven. Het plan is daarom het eerst via kruiden en voeding aan te pakken. Daarbij is de insteek: uithongeren, doodmaken en wegspoelen. Ik pak het via de voeding aan, met een parasietenkruidenkuur, slik supplementen, drink speciale thee en probiotische dranken en spoel het ongedierte hopelijk weg

Voeding en kuur: Wat ik nu eet, vertelde ik gisteren al. Ik volg tijdelijk een dieet dat suikervrij is en zonder zetmeelrijke koolhydraten, met zoveel mogelijk vezelrijke producten. Parasieten en schimmels gedijen op suikers en dit dieet stimuleert bovendien de darmflora. Buiten dit dieet, volg ik dus een parasietenkruidenkuur op basis van zwarte walnoottinctuur, kruidnagelcapsules en alsemkruidcapsules . Ik ben inmiddels op de 5e dag aanbeland, nog 12 dagen te gaan.

Supplementen (buiten die van de kuur):
zink – verbetert het immuunsysteem
knoflookcapsules – goed tegen schimmels, bacteriën en parasieten
d-mannose –  “Mannose verhoogt de weerstand tegen ongunstige bacteriën, virussen en schimmels en remt de vorming van de schimmelcelwand. Het stimuleert de werking van het immuunsysteem door middel van stimuleren van de fagocytose (celvraat), waardoor bijvoorbeeld schimmels uit de weg worden geruimd. Tevens heeft het een gunstige invloed op de samenstelling en werking van de darmflora, een ontstekingverminderende werking (bij o.a. reumatoïde artritis) en een anti histamine werking. Mannose heeft een gunstige invloed op de werking van de spijsverteringsorganen” (bron: natuurdietisten.nl). D-Mannose werkt overigens ook goed tegen blaasontstekingen, weet ik dank zij een tip van een bloglezeres.

En ook:
pompoenpitten 
-die verlammen de parasieten, kijk dat zien we graag! Ik heb ook gezocht naar papayapitten naar aanleiding van jullie tips maar kon dat niet vinden.
graviolathee  – ook wel bekend als  ‘zuurzak’.  Afkomstig uit Peru en dodelijk voor parasieten, normaliseert ook het zenuwstelsel (dát is nou nog eens een geweldig bijkomend voordeel aangezien mijn brein continu geagiteerd is).
wilde oregano-olie -tip van mijn fysiotherapeute die tevens orthomoleculair therapeut is. Oregano-olie werkt ontstekingsremmend en is goed tegen bacteriën, schimmels en parasieten. (bron: Natura Foundation)
waterkefir – zelfgemaakt, werkt probiotisch, is herstellend voor de darm
psylliumvezels – werkt zowel bij verstopping als bij diarree, helpt bij geïrriteerde darmen (ontstekingsremmend) en bevordert de uitscheiding van gifstoffen.
Kurkuma melk – een soort latte maar dan met kurkuma, kaneel en gember. Werkt tegen ontstekingen, kalmeert de darmen (werkt echt!) en is antiviraal, antibacterieel, werkt tegen parasieten, is ontgiftend en ook nog eens echt lekker! Ik maak het met sojamelk. Daar doe ik de kurkuma-gemberpasta die ik heb gemaakt door heen, warm het op, voeg er een beetje stevia en kaneel aan toe, giet het in een kop. En dan, om het af te maken, klop ik wat sojamelk helemaal schuimig en dat doe ik over de kurkumelk. Een kurkumalatte! Ik drink dit nu elke avond voor het slapen gaan. Eerdere ervaringen met kurkuma waren niet heel positief. Ik dronk het toen met gekookt water maar ik kreeg er enorme jeuk van, overal. Maar zo in de melk is het een – letterlijk – gouden combinatie.

En tot slot niet iets wat ik naar binnen werk maar juist andersom, wat ik naar buiten werk: darmspoelingen. Ik heb een aantal afspraken gemaakt bij een centrum voor colonhydrotherapie. Het voordeel van darmspoelingen boven klysma’s is dat ze ook de dikke darm reinigen, en daar zit ‘mijn’ parasiet. De vrouw van dit instituut heeft  opleidingen op het gebied van parasitologie gedaan, homeopathie en orthomoleculaire therapie. Ik heb een uitgebreid gesprek met haar gehad en verwacht dat zij me verder kan helpen en adviseren.

Geslikt, eten aangepast en ongewenste indringers hopelijk weg gespoeld en dan? Via de huisarts wil ik na de kuur nog een keer de ontlasting laten onderzoeken. Is het kreng dan niet vertrokken, dan wil ik een kuur clioquinol, dat heb ik vrijdagochtend met de assistente besproken. Liever niet want het is troep met bijwerkingen.

Is het kreng wel weg, dan wil ik de darmflora gaan herstellen. Ik heb wat boeken bij de bieb geleend (oa van de Groene Vrouw) en ik overweeg een analyse te laten doen van de darmflora. Het voordeel daarvan is dat ik gericht kan gaan bouwen. Nou, als het nu nog niet lukt dan weet ik het niet. Ik kan dan alsnog andere opties overwegen zoals bioresonantie en electroacupunctuur maar dat is voor later. Eerst maar eens dit doen, dat geeft al drukte zat.

De reden dat ik zo panisch die parasiet uit mijn lijf wil hebben is dat ik las dat sommige mensen al jaren met deze specifieke parasiet in hun lijf rondlopen. Langzaam komt er dan een stapeling van klachten. Het moment dat je buikpijn en diarree krijgt kan dus jaren na besmetting zijn. Maar de parasiet schijnt wel al die jaren zijn werk te kunnen doen en beschadigingen aan te richten, waarbij mensen bijvoorbeeld chronische vermoeidheid ervaren en last hebben van steeds meer voedselintoleranties onder meer voor gluten. Toen ik dát las, heb ik wel even een potje gejankt, dat mogen jullie gerust weten.

We zien hier overigens wel weer even goed mijn manische brein aan het werk. Ik kan dit niet normaal aanpakken blijkt maar weer. Ik moet er alles over weten en alles uitproberen. Dat is mijn kracht én mijn valkuil, dat besef ik heel goed. Dat ik nu niet doodmoe ben – nou vooruit misschien wel een beetje maar ik ben zo manisch nu dat ik het niet voel – is wellicht ook te danken aan één kruid van de parasietenkuur: alsemkruid. Het werkt sterk opwekkend. Dus dat verklaart wellicht waarom ik gisteren (donderdag, toen ik dit stuk schreef) al naar de huisarts en de bibliotheek ging, kookte, stofzoog, de vloer dweilde én dit stukje schreef. 😉

Het antiparasietendieet – wat eet ik nu?

Mijn doel op dit moment is dus om een parasiet uit te roeien die in mijn darmen leeft. Wat ik daar precies allemaal voor doe, lees je binnenkort. Maar ik pas onder meer mijn eten aan. Een suikervrij en zetmeelarm dieet hongert de parasiet uit. Dus geen suiker, geen brood/pasta/rijst/aardappelen. Ook geen omega 6 vetzuren (roomboter), ijzer (vlees, eet ik toch al niet) en geen fruit met uitzondering van frambozen en bessen.

Wat wel:

  • 900 gram groenten per dag, zo vezelrijk mogelijk
  • producten die essentiële suikers bevatten: zeewier, shi take
  • olijfolie en kokosolie
  • zo veel mogelijk  groene groenten (voor het foliumzuur)
  • producten met omega-3 vetzuren (zoals vette vis maar dat eet ik niet dus even zoeken naar alternatieven, in walnoten zit het ook en ik slik algenoliecapsules waar ook omega 3 in zit)

Suikerarm eet ik al jaren dus de overgang naar suikervrij verloopt zeer gladjes. In mijn paleotijd at ik natuurlijk ook geen brood/pasta/rijst etc dus ik kan redelijk makkelijk teruggrijpen op een bekend repertoire, al is het wel weer even schakelen.

Ik mag wel beperkt zuivel. Nu eet ik dat eigenlijk bij voorkeur niet vanwege een lactose-intolerantie maar ik voeg nu zo lang de kuurt duurt  (2,5 week) wel wat lactosevrije kwark of yoghurt toe. Dit ter afwisseling bij het ontbijt. Ik ben een moeilijke ontbijter en dingen als soep of warme groenten met ei werk ik niet makkelijk naar binnen in de ochtend.

Wat werk ik dan wel naar binnen. Kijk maar even mee:

Gisteren (Donderdag)
Ontbijt – een pompoenmuffin (op basis van gepureerde pompoen, ei, amandelmeel en kaneel)
Lunch – bloemkoolkaaskoekjes met avocadodip en een kom tomatensoep
Avondeten – Pasta van zoete aardappel met pastinaak, courgette, portobello en sojabrokken

Vrijdag
Ontbijt – een pompoenmuffin
Lunch – omelet met paddestoelen en spinazie
Avondeten – wraps (op basis van kokosmeel) met een groentenroerbak en tofu

Zaterdag
Ontbijt – lactosevrije kwark met frambozen en bessen
Lunch -broccolisoep met bloemkoolkoekjes
Avondeten – wortel-zoete aardappelfritters (soort koekje gebonden met kikkerwerwtenmeel) met een uitgebreide salade

Zondag
Ontbijt – pompoenmuffin
Lunch – shitake-courgetteomelet
Avondeten – zeewierpasta met spinazie, courgette, kokos met een gekookt eitje

Maandag 
Ontbijt – roerei met pompoen
Lunch – roerbak van groenten en knolselderij
Avondeten – curry van sperziebonen en  kool met tofu of tempeh en wraps

Dinsdag
Ontbijt – lactosevrije kwark met frambozen en bessen
Lunch – salade met avocado en noten
Avondeten – restje sperziebonencurry of soep (oma kookt maar niet voor mij dus ik kijk even wat er dan nog over is)

Woensdag
Ontbijt – pompoenmuffin
Lunch – roerbak van groenten en wrap
Avondeten – in knoflook bouillon gegaarde broccoli met gebakken zoete aardappel en sojabrokken of tempeh

 

Tussendoor kan ik wat olijven of rauwkost met wat tahin eten of een blokje kaas. Maar mijn ervaring is dat er nauwelijks trek is als je zo eet als bovenstaand.

Natuurlijk zal ik af en toe onderling schuiven met de maaltijden maar het is goed om een basisplan te hebben, vooral ook voor ontbijt en lunch.  Wat ik nu naar binnen werk is gebaseerd op de eetadviezen die staan in het boek ‘Darmklachten’ van Saskia van As, een arts die gespecialiseerd is in het oplossen van darmklachten naar aanleiding van parasieten. Een zeer informatief boek, alleen heel rommelig geschreven. Veel irritante schrijffouten en weggevallen woorden in de tekst. Ondanks dat ik de 11e druk in mijn bezit heb, heel belabberd geredigeerd.

Nou ja, dat ik een parasiet heb is niet fijn maar ik eet wel weer heerlijk. 😉

Geluk (volgens een ex-zwerver)

(disclaimer vooraf: slijmerige kattenspam niet te pruimen voor kattenhaters)

Geluk is in je eigen kistje zitten
op je eigen vensterbank
in je eigen huis
kijkend naar de straat
waar je vroeger zwierf

 

Geluk is personeel in dienst hebben
dat je precies op dát plekje kriebelt
waar het lekker voelt

 

Geluk is mogen zitten aan tafel
en serieus denken
dat je een gegadigde bent
voor lekkere hapjes
op dat moment

Geluk is in de armen
van de vrouw liggen
en naar haar kunnen kijken,
wetend dat ze altijd verliefd terugkijkt

Geluk is over je eigen angsten heen stappen
en ontdekken dat die reismand
helemaal niet zo eng is

 

Geluk is vier poten in de lucht,
een open kwetsbare buik
en geen angst
dat je gegrepen wordt,
want je bent veilig

 

Geluk is Dibbes en Dibbes is een bonk geluk

 

Ongewenste gasten

dit is een wapen tegen ongewenste indringers

Al geruime tijd heb ik last van mijn darmen. Op zich is dat iets waar ik al jaren mee leef. Alleen sinds het voorjaar heb ik beduidend meer last. Ik dacht eerst dat het door de overgang naar vegetarisch eten kwam. Als je van voedingspatroon verandert, heeft dat vaak gevolgen voor je ontlasting natuurlijk.

De laatste tijd zijn de klachten geëscaleerd, Reden voor mij om contact op te nemen met een diëtist. Ik maakte met haar afspraken en een stappenplan van wat ik zou kunnen doen. De eerste stap was het glutenvrije eten strakker aantrekken. Hoewel ik geen gluten eet, eet ik soms wel producten zonder glutenvrij logo. Denk aan havermout of amandelmeel. Producten die van nature glutenvrij zijn maar toch besmet kunnen zijn. Dat doen we dus niet meer.

Een andere stap is alleen nog maar eigen bakjes eten en beleg. Om zo besmetting te voorkomen. De huisgenoten wassen hun handen na het eten van gluten. Ik heb een eigen snijplank. Het aanrecht wordt 10 keer per dag schoongemaakt. Dat dus. Mocht dit niet voldoende effect hebben, dan zou het fodmapdieet een volgende stap kunnen zijn.

Omdat eigenlijk meteen na het bezoek aan de diëtist de klachten zó hevig werden dat ik echt dubbel klapte van de pijn en ik in rap tempo ineens afviel, ging ik naar de huisarts en kreeg doorverwijzingen voor bloed prikken, een ontlastingsonderzoek en een buikecho. Zou daar iets uitkomen dan zou een darmonderzoek de volgende stap zijn. De diëtist werd even ‘on hold’ gezet. Ik dacht zelf dat er niets uit zou komen en dat het dan een diagnose voor PDS zou worden. Lekker vaag, een diagnose bij uitsluiting en waar je maar mee moet leren leven.

Dat bleek toch anders te zijn. De uitslagen druppelden binnen. Bloed kon niet beter. Buik was ook prima. Alleen in de ontlasting werd de oorzaak van de ellende gevonden. Een parasiet – dientamoeba fragilis  – die zijn intrek heeft genomen in de dikke darm. Deze parasiet schijnt veel voor te komen, vaak zonder klachten of symptomen. Maar  de parasieten hechten zich soms aan het darmslijmvlies en veroorzaken dan ontstekingsreacties die voelbaar zijn, denk aan pijn, diarree, opgezette buik, misselijkheid en vermoeidheid. Dat hele rijtje is op mij van toepassing.

Behandeling is moeilijk en meestal zonder succes. Ik werd dus ook zo weer weg gestuurd bij de huisarts. “nee hoor, u heeft geen medicijnen nodig, gaat vanzelf weer weg, is onschadelijk, daahaag!”

Dat het zomaar kan verdwijnen, lees ik inderdaad later thuis als ik informatie opzoek. Maar ‘zomaar verdwijnen’ betekent niet dat het snel verdwijnt. Even terug rekenen, ik heb nu toch al een kleine 7 maanden last en dat neemt alleen maar toe. Bovendien zit ik niet te wachten op een parasiet die moeheid veroorzaakt. Dat ben ik al genoeg!

Het medicijn dat soms wordt wel voorgeschreven, clioquinol, is niet heel succesvol en heeft bovendien erg veel heftige bijwerkingen waar je niet vrolijk van wordt. Maar zomaar passief afwachten wil ik niet, dat zit ook niet in mijn aard.

Wat kan ik doen? Ik ben vandaag begonnen met een kruidenparasietenkuur waar ik veel goeds over heb gelezen. Deze kuurt duurt 17 dagen en bestaat uit zwarte walnoottinctuur, alsemkruid- en kruidnagelcapsules. Buiten dat heb ik gelezen dat je de parasieten kunt uithongeren door sommige dingen te laten staan, zoals suiker en zetmeelrijke voeding. Suiker eet ik al jaren niet of nauwelijks maar ik eet wel wel rijst, glutenvrij brood en pasta. Je kunt ook sommige voedingsmiddelen juist toevoegen, zoals  rauwe knoflook, shitakepaddestoelen of het slikken van oregano-olie.

Om dat nu goed aan te pakken bestelde ik het boek Darmklachten van Dr. Van As. Dit gaat specifiek in op darmparasieten en wat je ertegen kunt doen, onder meer door de voeding aan te passen.

Best veel dus in een keer om uit te zoeken en mijn hoofd zit dan ook erg vol. Maar ik wil hier wel zo snel mogelijk van af. Heeft er iemand nog een gouden tip, zo van ‘slik dit en ze zijn allemaal dood‘?

 

Meer lezen over dit gezellige onderwerp? http://www.dientamoebafragilis.nl/