
Soms zou ik wensen dat ik meer kon loslaten van wat anderen van mij vinden. In mijn zoektocht naar eenvoudiger leven en loslaten stuit ik vaak – te vaak – op de hobbel van ‘aardig gevonden willen worden’. Ik ben 47 en nóg heb ik dat niet helemaal afgeleerd. Ik ben weinig onder de mensen en als ik dat dan ben, dan ga ik nog té vaak uit van verwachtingen die wel of niet kloppen maar die in ieder geval niet matchen met wat voor mij mogelijk is. Of – nog erger – ik geef mijn grenzen niet duidelijk aan als die niet gerespecteerd worden.
Het is niet helemaal bagger, ik ben geen konijntje waar je overheen walst. Mensen die ‘aan mijn energie komen’ weet ik inmiddels redelijk te sturen. Ik weet wat ik kan zeggen in dat soort situaties: ‘Ik hang nu op, ik besef ineens dat ik nog niet geluncht heb, ik ga nu even ‘dit of dat doen/’de muffins uit de oven halen’. Dát deel heb ik inmiddels aardig onder de knie.
Ook laat ik me niet meer overvallen door mensen die me iets vragen te doen. Ik heb mezelf aangeleerd te zeggen ‘daar kom ik op terug’. Ik heb er flink op geoefend en inmiddels kan ik wel zeggen dat dit me vaak lukt en vooral dat het me ruimte geeft. Soms lukt het me niet en ben ik niet alert genoeg maar in de praktijk blijkt dat ‘ik heb er nog eens over nagedacht maar het lukt niet/kan niet’ ook vaak werkt als je eerder wel ja zei.
Tot zover de successen. Er is echter nog een heel deel dat niet goed lukt. Het voor mezelf opkomen als mensen niet luisteren, geen rekening met me houden of erger: als mensen me kwetsen, vind ik veel moeilijker. Als blijkt dat mensen geen inlevingsvermogen hebben, lijkt het juist nóg moeilijker om te zeggen dat ik iets niet kan of dat er iets niet lukt, zo lijkt het wel. Zeker nu ik sinds 2 jaar meer energie heb en nu toch ineens weer een vette terugslag heb, speelt dat. Ik kon immers een half jaar geleden wél iets, waarom nu dan niet? Zelf heb ik geleerd dat ME geen tot weinig logica kent. Een ander ziet of snapt dat niet. Door de afstand of door het mij niet dagelijks meemaken. Mensen zien en horen dat ik iets opknap en daarmee komen er ook verwachtingen. Dat ik blijkbaar weer mee kan doen. Soms is dat een onuitgesproken verwachting maar soms wordt het echt uitgesproken. En wanneer het wordt uitgesproken, zó onachtzaam en totaal niet rekening houdend met mijn situatie, dan kwetst me dat enorm. En wat doe ik dan? Ik zeg niets. Waarom niet? Waarom is dat toch zo moeilijk! Stel dat mensen me niet meer aardig vinden! Och guttegut, och en wee, wat dan nog?
Ik ben nu 47 jaar en het wordt misschien tijd dat ik eens leer nee te zeggen zonder schuldgevoel en zonder het gevoel dat ik iemands feestje verpest. Ik wil mijn energie, die zo verschrikkelijk kostbare en bevochten energie, stoppen in wat voor mij van belang is en niet in wat een ander behaagt of van mij verwacht.
Dus oefen ik maar weer. In nee zeggen tegen mensen die dat wel begrijpen. In niet altijd ingaan op lezersverzoeken per mail. In niet ingaan op Facebookuitnodigingen van lezers. Door mensen die me iets vragen niet meteen en per omgaande een antwoord sturen. Ik heb dit al vaker geoefend maar de vaardigheid zakt telkens weer weg. Omdat ik weinig mensen zie of omdat dit gewoon echt een zwak punt is, dat weet ik niet. Maar ooit krijg ik het onder de knie. Ik vind niet iedereen aardig en niet iedereen vindt mij aardig. Zo dus.
Gelukkig sta ik niet alleen in mijn aardig gevonden willen worden. Tik dit in op Google en er zijn 492.000 hits. 60 % van de mensen heeft hier last van. Ik ben dus in goed gezelschap, namelijk die van de meerderheid. Ik ben niet raar, ik heb last van iets waar heel veel mensen last van hebben. Grote kans dus dat de mensen die ik niet wil teleurstellen maar die wel over mijn grenzen heen denderen, precies hetzelfde voelen of meemaken. Dat is goed om in mijn achterhoofd te houden. Nee zeggen is wat de ander ook zou willen doen maar niet durft omdat hij bang is niet aardig gevonden te worden en een conflict te veroorzaken.
Heb jij wel eens last van het aardigheidssyndroom?


