Het moederhart en loslaten

Puber wil geen puber meer genoemd worden maar jong volwassene. Want dat is hij, zegt hij. Nu vind ik hem zelf ook meer een jong volwassene dan een puber als je het bekijkt in termen van onrust, opstand en experimenteren. Ons kind is bedachtzamer en serieuzer dan wij waren op die leeftijd. Er zijn hier (nog?) geen ruzies of slaande deuren, op wat (wederzijds, moet ik er eerlijk bij zeggen) gerol met de ogen na. Nou is hij een jongen en heb ik het idee dat meiden wat sneller zijn op die leeftijd qua opstand en pubergedrag.

Soms knijp ik mezelf even in de armen. ‘Waar blijft de tijd‘ denk ik regelmatig. Als moeder blijf je soms steken in het beeld dat je van je kind had toen hij 5 was, 10 was. En ben je geneigd daar naar te handelen. Maar als ik iets heb geleerd inmiddels dan is het dat je als ouder in deze jaren een flinke stap terug moet doen. In de zin van het hem zelf laten uitzoeken. Soms gaat hij dan onderuit. Maar meestal gaat het goed.

Vorige maand gingen M. en S. naar de open dag van de Vrije Universiteit Amsterdam. Afgelopen zaterdag was de Universiteit van Amsterdam aan de beurt. Aan de eettafel volgde een geanimeerd gesprek over alle indrukken, de voors en tegens van de bezochte studierichtingen. Met verbazing hoor ik mijn eigen kind aan. Hij kan zo goed verwoorden wat hij vindt, wat hij zoekt, wat hem aantrekt. Prachtig vind ik dat.

Hij hoeft nog niet te kiezen, zit nu in de vierde van het gymnasium en dit jaar werd hij vanuit school aangemoedigd open dagen te bezoeken. Dan is het 5e jaar voor een echte studiedag en het volgen van lessen of hoorcolleges om een betere indruk te krijgen. Je kunt zelfs een hele dag meelopen met een student. In het 6e jaar zou de keus duidelijk moeten zijn.

De voorkeuren zijn duidelijk maar er is veel wat lonkt. Medische informatiekunde, future planet studies, aardwetenschappen en computer sciences. Het lijkt hem allemaal prachtig. Al ziet hij heel goed dat het enthousiasme voor de ene studie ook heel erg wordt aangewakkerd doordat de voorlichter op die dag een begenadigd spreker was met een geweldig talent zijn studierichting te verkopen.

School bood ook speeddaten aan. Ook dat maakte indruk. De meeste sprekers vond hij niet heel boeiend. Maar die ene sprong eruit. Een man met een chemische opleiding die zijn hart achterna ging en van restafval – letterlijk het afval wat na verbranding overblijft – toch nog iets weet te maken en daar ongehoord succes mee heeft. Maar wel zichzelf blijft en ervoor kiest om zijn bedrijf niet groter te laten worden dan de 12 mensen die hij in dienst heeft.

En ook daar praten we over. Ga je werken om veel geld te verdienen of is dat niet zo belangrijk? Kun je dat combineren? Een sloot geld binnenhalen door keihard te werken om daarna dingen te gaan doen voor de lol is aantrekkelijk natuurlijk. Maar kun je niet beter ervoor zorgen dat je het werken zelf ook als prettig ervaart? Voor je het weet ga je leven naar je inkomen en werk je niet meer om zo snel mogelijk te stoppen maar om de hypotheek te betalen.

En zo komt alles aan bod. Hij denkt en vertelt en wij zeggen soms iets vanuit onze visie of ervaring. Hij lijkt ineens zo groot. Zo volwassen. Zegt dat hij zich nu alvast gaat inschrijven voor een studentenkamer, want dat kan vanaf je 16e jaar. ‘Misschien wil ik na mijn bachelor wel op kamers mama. Dat ik dan mijn masters doe terwijl ik in Amsterdam woon. Als ik dat dan wil dan kan het, dan heb ik voldoende inschrijvingsjaren. Maar misschien ook niet hoor, gewoon voor de zekerheid inschrijven.’

Ik slik wat. De tijd dat hij bij ons woont kan me niet lang genoeg duren. Maar ik zeg dat niet. ‘Natuurlijk kind, schrijf je maar in, moet je doen, goed idee.’ Loslaten is pijnlijk en tegelijkertijd vind ik het prachtig om te zien hoe hij zich ontwikkelt. Zo veel potentie en zo’n prachtig karakter. Mijn kleine mannetje. Pardon, jong volwassene.

Wat deel je, wat niet en waarom

afbeelding Pixabay/John Hain

Deze week ontdekte ik twee dagen na het plaatsen van een blogtekst op mijn Facebookaccount, dat ik dit per ongeluk heb gepubliceerd op mijn privé-account en niet op de Min of Meer FB-pagina. Oeps. Dat is niet echt de bedoeling dus haalde ik het weer weg.

Maar is dat heel erg? Nee, op zich niet zo. Ik haalde het weg omdat ik denk dat niet al mijn FB vrienden zitten te wachten op mijn teksten. Van de volgers op mijn Min of Meer FB account weet ik wel dat ze in ieder geval interesse hebben.

Omdat ik die fout niet voor het eerst maakte en een enkele keer bewust iets heb gedeeld, weet ik dat sommige van mijn FB vrienden mijn blog lezen, terwijl ik eigenlijk zelden contact met ze heb. Mijn nichtje dat ik al minstens 30 jaar niet heb gezien. De vrouw van mijn eerste vriendje. De oom van M. En zo nog wat lezers die denk ik per ongeluk op mijn blog zijn gestuit en weten dat het mijn schrijfsels zijn.

In het begin voelde ik mij daar licht ongemakkelijk onder. Omdat het mijn woorden zijn die door bekenden worden gelezen. Dat voelt naakt en kwetsbaar. Net als dat het spannend is als je iets heel lekkers hebt gekookt (vind jij dan) en laat proeven aan een ander. Of iets heb geknutseld, geschilderd, gebreid. Iets maken, schrijven is een creatief proces en dat delen met de buitenwereld is spannend. Het wordt blijkbaar spannender als je het deelt met anderen.

Als bekenden meelezen kan dat onprettig aanvoelen. Ikzelf heb dat gelukkig niet echt meer. Misschien omdat schrijven weliswaar voor mij een uitlaatklep is, maar ik mijn blog niet echt gebruik om hele persoonlijke ontboezemingen te delen. Ik zal bijvoorbeeld niet snel over vrienden schrijven en de hobbels die de vriendschap doormaakt. Ik heb toch eigenlijk altijd wel geschreven om het schrijven zelf en het om die reden bewust niet heel erg persoonlijk gemaakt.

Op zich is dat natuurlijk wel een vreemde opmerking voor iemand die jaar in jaar uit heeft gedeeld met de buitenwereld waar ze haar geld aan uitgeeft en hoeveel ze heeft afgelost en wat haar ziek zijn inhoudt, niet alleen fysiek maar ook wat het mentaal doet. Dat lijkt een spagaat maar zo voelt het niet. Ik ben heel open en direct maar laat tegelijkertijd niet snel het achterste van mijn tong zien. Als ik echt ergens mee zit, hoor je me niet snel en zal ik er ook niet snel over schrijven. Het moment dat iets geschreven wordt is vaak ook het moment dat ik het al heb losgelaten.

Dat geldt niet voor alles. Het schrijven over mijn ziekte is vaak best persoonlijk en ook een verslaglegging van een (vaak wanhopige) zoektocht. Toch deel ik dat graag, omdat ik wil laten zien hoe het is voor mij, leven met een chronische aandoening die niet zomaar weg gaat, waar nauwelijks onderzoek naar is gedaan, waar artsen nog geen behandeling voor hebben en die vaak gebagatelliseerd wordt maar wel een enorme impact heeft op mijn leven en dat van mijn gezin.

Toen ik onlangs bezoek kreeg uit Frankrijk, kwam ter sprake wat mijn levensvervulling is, mijn levensdoel. Voorheen lag dit doel eigenlijk altijd ver buiten mijn bereik en was het in de orde van ‘later als ik groot ben dan word ik….of liever: ‘later als ik beter ben dan ga ik ……’

Ik kan wel 10 levensdoelen verzinnen die ik ga doen als ik beter ben. Echt. Maar daar denk ik nu niet meer over na. Ik richt me tegenwoordig op stappen die ik nu kan zetten. Om de dag door te komen en meer dan dat. Om die dag zo plezierig mogelijk door te komen door dingen te doen die mij een goed gevoel geven, die me voeden of inspireren. Maar ook: die wellicht anderen inspireren.

Als ik zo vanaf de bank andere mensen kan beïnvloeden hoe zij denken over een aandoening als ME/CVS dan komt dat voor mij heel dicht in de buurt van een levensdoel. Meer begrip kweken. Mensen weten te raken. Dat is wat ik wil, nu. Dat is ook wat ik kan doen zo vanaf de bank. Geluk zit hem vaak ook in haalbaarheid heb ik geleerd. En dit is voor mij haalbaar. Ik vind het bovendien leuk om te doen. Bijna het leukste wat ik kan bedenken.

Dat is ook de reden waarom iedereen mag lezen wat ik schrijf, of het nu een bekende is of niet. Natuurlijk vind ik dat soms eng. Een bekende leest iets over mij wat tijdens een echte ontmoeting wellicht helemaal niet ter sprake zou komen. Maar omgekeerd kan het ook ongemakkelijk zijn. Voor mensen die ik niet ken kan ik heel vertrouwd aanvoelen omdat ze soms al vanaf het begin in 2010 meelezen. Dit schept soms verwachtingen die uitgesproken worden per mail, zoals onlangs gebeurde. En aan die verwachtingen kan ik helemaal niet voldoen. Dat houdt je toch en je hebt niet alles in de hand dus maak ik me er niet meer druk om.

Aan de andere kant heb ik soms juist wel hele mooie gesprekken met mensen juist omdat ik zo eerlijk iets heb gedeeld op mijn blog. Openheid opent deuren, letterlijk. Ik geloof dan ook echt wel in de kracht van kwetsbaarheid. Maar het zal wel elke keer een afweging zijn, wat deel ik wel en wat deel ik niet. Eerlijkheid zonder complete naaktheid, zoiets.

Zo hoop ik die ene meelezende arts te bereiken en te raken, die ene arbeidsdeskundige, die ene integratiemedewerker, beleidsmedewerker, personeelsconsulent of medische onderzoeker. Elk stukje vooroordeel dat ik weg kan halen leidt misschien tot begrip. In de hoop dat er een kentering komt, er meer onderzoeksgeld beschikbaar komt en ME patiënten GEZIEN en GEHOORD worden.

Maar bovenal geniet ik van het schrijven. En blijf ik dat doen. Blijven jullie vooral lekker meelezen? (Of ik jullie nu ken of niet ken.)

Praktisch en haalbaar

Deze week trok ik eindelijk weer iets bij. Heel langzaam gaat het iets beter. Het is nog een heel wankel evenwicht dus ik zorg er voor dat ik geen grenzen overschrijd. Volgende week zondag vieren wij met familie en vrienden de verjaardag van onze puber die vorige week 16 werd, en dat is best enerverend natuurlijk. Dus in de aanloop ernaar toe, kijk ik goed uit wat ik doe.

Voor het eerst heb ik iedereen gevraagd om hier te komen lunchen. Meestal vieren we het in de middag en eten we hier ’s avonds met een redelijk groot gezelschap. De familie komt van ver en dat is wel zo praktisch. Maar dat betekent ook dat er bezoek is tot in de avond en ik erna nog uren lig te stuiteren in bed, zwaar overprikkeld.

Dus bedacht ik dit jaar dat we een lunch gaan doen. Dan kan ik even afkoelen als iedereen weg is en goed ontstressen, hopelijk is de nawee dan minder heftig.

Hoewel het natuurlijk makkelijk is om gewoon lekkere broodjes op tafel te zetten met wat kaasjes en beleg, doe ik dat niet. Daar kan ik zelf niet van mee eten. Een grote pan soep kan ik natuurlijk wel maken maar dat vind ik zelf nooit zo praktisch als je niet aan tafel kunt eten, zeker omdat ik niet voldoende soepkommen heb die je makkelijk vast kunt houden als je op een bank zit. Makkelijker (en eigenlijk ook feestelijker) vind ik het om een warme lunch te serveren. Gewoon de tafel volgooien met voor ieder wat wils. Het plan is pappadums (die ik kant en klaar koop) met komkommerraita, basmatikruidenrijst, kokosdahl, een groentecurry en gebakken haloumikaas.

De dahl staat nu al te pruttelen en gaat straks afgekoeld de vriezer in. Vanavond eten wij restjes, dat had ik zo gepland dus kost het maken van de dahl geen extra energie. Wij eten morgen ook dahl met bloemkool en rijst dus houd ik een klein beetje dahl apart. Volgende week zaterdag helpt de man mij met de groentecurry, de raita en de rijst te bereiden. Ons eten voor die zaterdagavond staat al klaar in de vriezer, dus dat is makkelijk. Op de dag zelf is het een kwestie van alles opwarmen en de haloumi te bakken. De ervaring leert dat er altijd wel iemand is die even in de pannen wil roeren en helpen met de tafel te dekken zodat ik veel heen en weer lopen kan voorkomen.

Het toverwoord bij mij is tegenwoordig haalbaarheid. Dus ga ik geen taarten staan bakken en ook geen ingewikkelde dingen maken. Ik besteed uit wat uitbesteed kan worden (laat de mannen taarten halen) en pas de viering aan naar wat ik aankan op dit moment. Dat is een grote vooruitgang ten opzichte van vroeger toen ik op energie die er niet was, de dag ervoor uitgebreid stond te koken en te bakken en dan als iedereen er was, na twee uurtjes naar boven vertrok, omdat ik helemaal op was en letterlijk geen pap meer kon zeggen.

Dat het nu anders gaat heeft met acceptatie te maken, dat ik gewoon niet anders kan. En ook met het besef dat het vieren van een verjaardag voor iedereen prettig moet zijn, ook voor mij. Gastvrijheid heeft voor mij altijd synoniem gestaan aan heel uitgebreid koken (ook omdat ik het leuk vind om te doen natuurlijk) en mensen te verrassen met allerlei lekkernijen. Nu weet ik inmiddels dat het allemaal wel wat minder kan en dat het niet oké is als het ten koste van mij gaat.

Op deze manier deel ik het koken op in haalbare etappes, schotel ik tóch wat lekkers voor aan iedereen en doe ik wat ik leuk vind: koken! Ga ik nu de dahl uitzetten!

Fijn weekend allemaal!

De tussendoortijd en hartcoherentie

Wat zal ik eens schrijven. Niet dat er niets gebeurt. Er gebeurt van alles. De dagen vliegen voorbij. Niet omdat ik het zo druk heb maar omdat ik momenteel zo weinig kan dat de uren die ik actief ben vooral gevuld zijn met dingen van de dag en daar van bijkomen. Ik maak weinig mee en toch voelt dat niet zo.

Ook in slechte tijden probeer ik normale ritmes aan te houden. Uit ervaring weet ik dat ik mij mentaal prettiger voel als ik net als de rest van het gezin zo ergens rond half 8 opsta. Ik maak ontbijt, zet koffie en dan kruip ik weer in bed. Daar lig ik te lezen, zet na een uur nog een koffie, ga douchen en dan staat de dag ‘aan’. Maar omdat ik bij moet komen van douchen start ik de dag dan meestal met weer even zitten.

En dat is eigenlijk wat ik doe. Iets doen en zitten. Iets doen en zitten. De energie wordt besteed aan zaken die in een bepaalde volgorde zijn geplaatst. Lunch maken, avondeten maken. Indien mogelijk die twee combineren. Op een dag dat mijn moeder voor ons kookt kan ik de tijd die ik hiermee uitspaar, iets extra’s maken voor in de vriezer. Dan pak ik dat op die dagen dat ik naar een behandelaar ga en er geen energie overblijft om te koken.

Tussendoor ruim ik een vaatwasser in of uit. Ik kijk Netflix. Ik lees. Ik staar voor me uit. Ik houd de zon in de gaten en als hij gunstig staat, parkeer ik mezelf er in. Ik laat een kat naar buiten. En weer naar binnen. En dat nog tien keer.

Tussen een en drie lig ik meestal plat. Ook op een goede dag. Omdat een goede dag soms ineens kan omslaan. Daarna is de tijd vanaf drie uur meestal bedoeld als voorbereiding voor het avondeten. Dus in etappes snijd ik groenten, kook ik rijst en gooi alles in een pan.

Ik probeer de tijd tussen de activiteiten door niet te zien als tussendoortijd. Het is hersteltijd. Of ‘kijk even een serie-tijd’. Of ‘doe een ademhalingsoefening-tijd’. Het is gewoon tijd die verstrijkt terwijl ik ogenschijnlijk niets doe maar mijn lijf toch hard werkt, zo voelt het.

Buiten dat voelt het een beetje alsof ik in de wacht sta. Ik wacht op het voorjaar. Ik wacht op mijn afspraak met de natuurdiëtist . Ik wacht op de uitslagen van het zoveelste darmonderzoek.

Een paar keer per dag doe ik mijn hartcoherentie-oefeningen. Ik vind het een mooie methode en ik voel dat dit effect heeft op mijn zenuwstelsel. Ik slaap makkelijker in, zonder hulpmiddelen als THC-olie.

Gisteren kwam de biofeedbackapparatuur die kan meten of en wanneer ik hartcoherent bent. Het is een apparaat met een oorclipsensor dat via bluetooth een connectie maakt met een app waarmee ik oefeningen kan doen en kan meten of ik hartcoherent ben.

Voor wie niet weet waar ik het over heb: hartcoherentie is een methode om de communicatie tussen hart en brein positief te beïnvloeden. Als we boos of gefrustreerd zijn, zien we dat terug in onze ademhaling. Die zit dan hoog in de borst en gaat sneller dan gewenst, .

Positieve emoties gaan samen met een rustig ritmisch adempatroon (behalve als je heel erg verliefd bent natuurlijk of sexueel opgewonden). Hoewel het misschien voelt alsof je hartslag dan gelijkmatig is, blijkt uit onderzoek dat er een variatie is in hartritme, de tijd tussen de verschillende hartslagen. Dat wordt veroorzaakt door de samenwerking in je zenuwstelsel tussen het gaspedaalsysteem en het rempedaalsysteem. Hoe meer balans er is, hoe hoger de variatie in hartritme. Een hoog hartritmevariabiliteit is een teken van gezondheid en veerkracht.

Hartcoherentie is een hele praktische manier om deze hartritmevariabiliteit te vergroten. Ik zie het als een kans om mijn zenuwstelsel te kalmeren en vind het een fijne, makkelijk aan te leren methode. De eerste stap was het aanleren van een ritmisch adempatroon, drie keer per dag. De volgende stap is uitzoeken bij welk adempatroon (hoeveel ademhalingen per minuut) je hartcoherent bent. Dit is eenvoudig te meten met biofeedbackapparatuur die ik om die reden heb aangeschaft. Een gezond adempatroon kent ca. 4 tot 7 ademhalingen per minuut en een langere uitademing dan inademing. Mensen die chronisch hyperventileren zitten soms wel op 20 tot 30 ademhalingen per minuut. Een patroon wat normaal is als je aan het sporten bent maar dat heb je dan constant!

Oké, communicatie tussen hart en brein positief beïnvloeden dus. Nu hebben we niet een brein maar in feite drie breinen:

  • een reptielenbrein – dat zorgt voor onze overlevingsinstincten en alle primitieve (automatische) levensfuncties zoals  bloedsomloop en ademhaling maar ook zaken als voortplanting en eetgedrag
  • een emotioneel brein (het limbische brein) – dat alles reguleert dat met emoties te maken heeft. Hier vinden we alle positieve en negatieve gevoelens. Maar niet alleen dat, het werkt ook als een herinneringsbank of archief. Het onthoudt ervaringen zodat we weten of we iets een volgende keer moeten herhalen of juist vermijden
  •  een verstandsbrein – dat ons leervermogen bepaalt, of we logisch kunnen denken, of we problemen kunnen analyseren en oplossen

Wie hier langer leest weet dat ik ME beschouw als een geëscaleerd zenuwstelsel. Met name het limbische brein staat verkeerd afgesteld. Het signaleert continu gevaar, slaat zaken verkeerd op (als gevaarlijk) en als dat maar lang genoeg duurt heeft dat gevolgen voor de rest van ons lijf. Het zenuwstelsel raakt uit balans. Het gaspedaal wordt als het ware continu ingetrapt terwijl we tegelijkertijd proberen te remmen. Slopend voor en auto en net zo slopend voor ons lijf en helaas niet een proces waar je je bewust van bent als het begint. Het lichaam verliest zijn vermogen normaal te reageren en normaal te herstellen. Dus krijg je bijvoorbeeld spierpijn van praten en kun je wekenlang plat liggen van een relatief kleine activiteit.

Vorige maand schreef ik al dat er binnenkort een trial start waarin wordt onderzocht of een bepaald medicijn dit limbische brein kan resetten bij ME-patiënten. De hoop is dat dit de bron van de aandoening is en dat de vele fysieke klachten en verstoringen in het lijf dan zullen verdwijnen. Maar die pil is er natuurlijk nog lang niet en tot die tijd zal ik zelf een beetje moeite moeten doen om de boel kalm te houden.

Mijn behandeling van Gupta was hier ook op gebaseerd. En ik boekte daar ook zeker progressie mee maar niet op het gebied van spieren en reacties op beweging. Bovendien vond ik de methode zeer tijdrovend en door de druk van het vele oefenen raakte ik er weer op een verkeerde manier door getriggerd. Hartcoherentie lijkt tot nu toe veel eenvoudiger en makkelijker te doen en belast me niet. Al is het natuurlijk wel een beetje gevaarlijk voor de perfectionist als ik ben dat ik kan meten of ik het goed doe of niet. Maar ik hoop en verwacht dat ik inmiddels wel iets heb kunnen loslaten op dat gebied. Bovendien is het doen van de oefeningen ook gewoon plezierig. Binnen een minuut voel ik mijn lijf op een fijne manier reageren, het bloed begint te stromen en ik word meer ontspannen.

Ach, zo proberen we nog eens wat, in de tussendoortijd. Ga ik nu een kat aaien, ook heel kalmerend voor het zenuwstelsel. 😉

Gebruikte bronnen:
http://www.stress-hartcoherentie.nl/wat_is_hartcoherentie/
Het boek ‘Blijven ademen’ van Katrien Geeraerts en Louis van Nieuland

 

Omdenken voor ME-patiënten

Het is een prutdag …Wat ligt mijn bed lekker!
Ik heb overal pijn …Ik heb goed contact met mijn lichaam
Nu kan ik niets doen vandaag…Wat heerlijk, ik hoef helemaal niets
Zou dit ooit overgaan?…Morgen weer een dag
Zie je wel, mijn lichaam kan niets hebben….Mijn lichaam went heel langzaam aan meer beweging
Als ik zo moe wakker word, is de dag verloren…..Wat fijn, ik heb onverwacht een vrije dag
Ik kan vast niet naar die verjaardag zondag….Misschien kan ik wel naar die verjaardag zondag!
Ik heb nu zoveel pijn omdat ik gisteren te veel deed….Gisteren was duidelijk een topdag
Dat ik me nu zo voel, komt omdat ik zondag over mijn grenzen ging…Als ik de grens niet opzoek, weet ik ook niet waar hij ligt
(uit de oude doos, soms heb ik mijn eigen schrijfsels even nodig om opnieuw te leren hoe het ook kan zijn)

Zaterdag

Achter me ligt een drukke week met iets meer röring dan ik eigenlijk aankan maar wel heel fijn. Ik kreeg vrij onverwacht bezoek van een vriendin die in Frankrijk woont. Wij hebben jaren achter elkaar bij haar een vakantiehuis gehuurd en daar is een heel fijn contact uit gekomen. Inmiddels is zij verhuisd en verhuurt ze niet meer maar het contact is gebleven. Zij was een paar dagen in Nederland, stuurde maandag een berichtje met de vraag of het uitkwam als ze dinsdag kwam en we hadden een heerlijke middag.

Voor mij zijn dit soort ontmoetingen eigenlijk het fijnst. Gewoon spontaan. Niet te lang van te voren de agenda volbouwen met afspraken. Mijn hoofd kan daar helemaal niet tegen. Mijn agenda is dus ook meestal maagdelijk leeg op afspraken met behandelaars na. Ik heb sowieso geen energie om wekelijks sociale afspraken te hebben maar zo heel af en toe lukt het. Ik heb genoten en het fijne is dat we elkaar wellicht in de zomer ook gaan zien aangezien haar nieuwe woonplek vlakbij onze geboekte vakantiewoning in de Dordogne is.

Woensdag was ik behoorlijk brak door de onverwachte afspraak maar moest ik wel naar de ortho om de beugel te laten verwijderen. Natuurlijk was het niet zo slim om dinsdag bezoek te laten komen maar dit was dus een gevalletje bewust grenzen overschrijden. Bezoek uit Frankrijk kan nu eenmaal niet makkelijk zeggen ‘nou dan kom ik volgende week wel’. En ik teer heel lang op zo’n ontmoeting met iemand met wie ik zo goed kan praten.

Afijn, de ortho dus. Ik vond het verwijderen van de slotjes best heftig. Ik had twee soorten slotjes in mijn mond, De metalen brackets lieten makkelijk los maar de keramische zaten veel meer vast en spatten uiteindelijk helemaal uit elkaar. Gelukkig lig je in een stoel met veiligheidsbril op maar het was maar goed dat ik het advies braaf opvolgde om toch ook maar voor de zekerheid mijn ogen dicht te houden. De brokken schoten zo een paar keer onder de veiligheidsbril door en kwamen in mijn ooghoek terecht.

Ik kreeg van een paar mensen de vraag hoe de onderkant van mijn gebit eruit ziet, omdat dit niet goed op de foto te zien is. Komt ie:

Zo was het
Zo is het nu

Jullie begrijpen zeker wel waarom ik zo blij ben!

Een andere grote verrassing deze week was dat ik een berichtje kreeg van een bloglezeres of ik interesse had in wat boeken van een fantasyerie. Nu stond die schrijver toevallig op mijn lijstje graag te lezen boeken én ik heb op dit moment geen energie om naar de bieb te gaan, dus leesvoer was heel welkom. Ik ben nu de boeken van Fitz en de Nar aan het herlezen, heb dan nog wat andere boeken liggen maar dan is het wel klaar met de leesvoorraad.

Een paar boeken dacht ik, dus groot was de verrassing toen de postbode een enorme doos afleverde met 10 dikke pillen! De eerst 6 delen van Robert Jordans Het rad des tijds én drie boeken van Robert Galbraith, die ik toevallig alle drie nog niet gelezen heb. Echt heel tof dit. Dikke dank je wel J.L.!

Gaan we nu feest vieren. Onze S. is vandaag 16 geworden. Vandaag vieren we het bescheiden. Vanmiddag gaan we heel even naar Oma, die ligt met griep op bed. En de mannen gaan vanavond naar een concert van Franz Ferdinand in Tivoli. Het echte vieren met familie en wat vrienden doen we over twee weken.

Ga ik de komende dagen weer wat bijtanken hoop ik. Ik heb volgende week afspraken staan bij de fysio, de tandarts en de ortho, bij de laatste om foto’s te maken en de nachtbeugel op te halen. Verder niets. En dat is maar goed ook.

Fijn weekend allemaal!