Buiten regen, binnen warm en fijn.
Auteur: 10
Bericht van Gerrie

Hoi,
Nu eens een bericht
van mij, Gerrie.
Want ik heb
ook wat te vertellen.
Dat zit zo.
Er stond al heel lang
een reismand
in de huiskamer.
En dan zei de vrouw
dingen als
stap er maar in.
Echt niet!
Wat denkt ze wel!
Dus veranderde
ze van plan.
Lokte me met brokjes
en lekkere hapjes.
Daar ben ik dol op
maar niet als ze
in de mand liggen.
Dat ging maanden door.
Heel soms
toonde ik
mijn goede wil.
Maar alleen
zonder mijn broers
in de buurt
en als het lekkers
precies
op de juiste plek lag
en ik er zin in had.
En toen
(het is te grof
voor woorden
maar ik zal proberen
te omschrijven
wat mij is aangedaan)
lag ik een dut te doen
en probeerde zij me
in de mand te stoppen!
Dus ging ik ervandoor.
Met de rest van de troep
verstopte ik me
onder het bed.
Ze kreeg me toch
te pakken.
En zei dingen als
ach schatje,
dit moet even,
sorry,
ik blijf bij je.
(*&%(&T^(&
Wat vind je daar nu van!
En toen
(ja, het wordt nóg erger)
gingen we
met de auto
naar een enge plek
met allemaal geurtjes
en vreemde mensen.
Ik kreeg een prik!
En werd gewogen.
Er werd gepraat
over mijn hartruis.
Die schijn ik te hebben
maar ik heb er
geen last van.
Wél van een gebroken hart.
Door dit gedoe.
Dat begrijpen jullie wel.
Gelukkig
mocht ik gewoon
weer mee naar huis.
Ik liet even zien
hoe erg het is
wat mij is aangedaan
door in paniek het huis
uit te stormen,
tot wel een meter
buiten het huis,
me meteen
om te draaien
en naar binnen te staren.
Met een diep ongelukkige blik.
Toen de vrouw
me riep
rende ik jammerend
naar binnen.
Ik denk
dat ik mijn punt
wel voldoende
heb gemaakt.
Nu houden we weer
van elkaar,
de vrouw en ik.
Alleen de man
vind ik nu wat eng.
Niet dat hij me
in de mand stopte
of me iets aandeed.
Of ook maar iets
deed wat ik erg vond.
Maar toch.
Ik moet toch iemand
straffen voor dit gedrag.
Groetjes,
Gerrie

Snode plannen

Hoi,
Kennen jullie mij nog?
ik ben het, Eddie,
de new cat on the block.
Ik dacht dat een update
misschien wel leuk is
voor jullie.
Ik ben ten slotte
ontzettend grappig
en aandoenlijk.
Wie wil nou niet weten
hoe het met mij gaat!
Wel toch, niet dan?
Ik werk hard,
héél hard.
Mijn dag bestaat
uit gluren
en natuurlijk
het voorbereiden
van het gluren.
Het bestuderen
van alle gewoontes
van de troep.
Het bewerken
van de troep
door regelmatig
neusjes te geven
of ze aan te staren
met soms een knipoog
als blijk van goede wil.
Vlak naast een kat liggen
of er pal achter
werkt helaas niet.
Dus dat laat ik
nu maar achterwege.
Zorgvuldige bestudering
van patronen en routines
leverde op
dat de troep
elke ochtend gevoerd wordt.
En dat het dan een chaos is.
De troep miauwt,
geeft kopjes aan de vrouw
en aan elkaar.
Zij slaapt meestal nog half
maar gooit wel
vrijwel altijd
de keukendeur open
als het mooi weer is.
Ideaal om toe te slaan!
Dus,
ze kwam naar beneden,
gooide de deur open
en liep naar de koelkast.
In gedachten
oefende ik dit
wel 100 keer
en ik stapte
– al zeg ik het zelf –
héél vloeiend
en nonchalant
de keuken in,
stelde me op
te midden van de troep
en wachtte af.
Die sufkop
had het niet eens door!
Pas toen ze de bakjes
op de plekken neerzette
zei ze
wacht eens,
ho effe,
1
2
3
4
5
!
Ja,
ze kan tellen.
dát had ik niet verwacht .
Dus paste ik
een noodgreep toe
en ging neuzen
met Gerrie.
Die dikke
vindt dat meestal
wel oké.
Maar wat denk je
dat ze toen zei?
Ik heb jou wel door,
dit gaan we dus
niet doen!
En ook:
Je hébt al een huis!
Je hébt al baasjes!
Ik vraag je,
wat heeft dát
er nu mee te maken?
Ziet ze niet
de honger in mijn ogen,
mijn ingevallen bekkie?
Keihard is ze.
Wel in de bioscoop
een documentaire bekijken
over zielige katten
maar oog voor het leed
vlak voor haar neus,
ech nie!
Nou ja,
een tijdelijke tegenvaller.
Gelukkig ben ik
kort van memorie
en heb ik een
plaat voor mijn kop
dus een paar uur later
ging ik gewoon weer gluren
alsof er niets was gebeurd.
Dat werkt altijd goed.
Nou, dat was het weer.
groetjes!
Eddie
Routines en dingen voor elkaar krijgen met een gammel lijf

Toen ik ziek werd nu bijna 10 jaar geleden, werd het hier in huis al snel een chaos. We zijn hier nooit schoonmaakwonders geweest maar toen gingen we van een huishouden met tweeverdieners die op hun vrije dagen door het huis vlogen en boodschappen haalden, ineens vrij drastisch over op een andere realiteit. Nu waren we ineens een bankligger en een werkende die op zijn vrije dagen alles moest doen in huis en met kind plus alles wat extra er bovenop kwam door mijn ziek zijn, zoals meegaan naar doktersbezoeken /onderzoeken en afspraken met de bedrijfsarts.
Met zoveel wat er gebeurde stond het huishouden op een heel laag pitje en alles is hier jarenlang ad hoc gedaan. Mijn moeder hielp waar ze kon. Ze kwam (en komt nog steeds) een keer in de week voor ons koken. Buiten dat deed ze de was en stofzuigde gemiddeld twee keer per week, haalde boodschappen, haalde boeken voor mij op uit de bieb en zorgde voor kind. Vriendin M. hielp met S. opvangen en naar school brengen&halen en we hadden een oppas aan huis die met hem kwam spelen.
Wij hebben er toen bewust voor gekozen om geen huishoudhulp in huis te halen. Ik ben heel snel overprikkeld en iemand die hier wekelijks over de vloer komt is meer dan ik aankan. Het is erg moeilijk mensen duidelijk te maken waar ik moe van word en niet iedereen begrijpt dat je ook moe kunt worden van contact met mensen.
Sinds een jaar of vier kan ik gelukkig wat meer en heb ik een deel van de taken die mijn moeder deed, weer naar me toe gehaald. Ik doe wat ik kan en wat er binnen mijn fysieke mogelijkheden ligt. En dat is best veel. Stofzuigen is een brug te ver maar rustig vegen lukt bijvoorbeeld wel.
Ik heb geleerd dat ik best veel voor elkaar krijg als ik het in een heel rustig tempo doe zonder veel kracht te gebruiken en dat routines zorgen dat het hier redelijk opgeruimd is. Dat heeft wel een tijd geduurd voor ik zover was. Hoe vaak ben ik niet in de valkuil getrapt van beginnen met opruimen op een goede dag en ineens stond ik de ramen te lappen. Om tien minuten later weer in te storten en voor dagen naar bed te vertrekken. Ik verkeek me voortdurend op wat ik kon en ook op wat voor tijd een klus in beslag neemt en wat voor fysieke belasting ik aankan. Wat mij in het begin hielp was niet denken in een doel maar in een tijd. De timer zetten op 10 minuten, iets doen en als de timer ging stoppen, ongeacht of de vaatwasser leeg was of niet en die was helemaal opgehangen.
Zo leerde ik dat je best veel kunt doen als je klussen in stukken hakt en de grenzen respecteert die er zijn. Inmiddels heb ik een vast rondje dat ik vrijwel elke dag doe – denk aan aanrecht schoonmaken/opruimen, met lapje door het huis heen (op verschillende dagen verschillende ruimtes), vegen, wc schoonmaken – en af en toe doe ik een wat grotere klus, bijvoorbeeld de oven/koelkast schoonmaken, filters van de droger leegmaken.
Grotere klussen en extra activiteiten gebruik ik als ik ‘wisselgeld’ heb. Bijvoorbeeld op een dag dat ik niet hoef te koken, dan is er ruimte voor iets extra’s, zoals een koelkast schoonmaken. Maar natuurlijk gebruik ik die extra ruimte niet alleen voor huishoudelijke dingen. Mijn moeder kwam hier gisteren koken en dat betekent dat er op een redelijke dag energie over is voor iets anders en ging ik met kind naar de middagvoorstelling in de bioscoop.
Het fijne van deze routine is dat ik gerust een paar dagen kan overslaan. Komt vriendin I. langs voor een kop koffie? Dan doe ik verder niets en sla een dag over zonder dat ik dat merk. Zo is dat ook als ik een paar slechte dagen heb.
Wat nog steeds nodig is, is dat ik in de ochtend bedenk wat ik wil gaan doen op een dag. Ik schrijf het dus op. Zo maak ik inzichtelijk wat ik van plan ben. En nog steeds betekent dit dat ik zeker de helft meteen kan schrappen, omdat ik mezelf overschat. Maar door het op te schrijven zie ik dat en dat helpt me realistisch te zijn. Het helpt me ook te zien of de activiteiten die ik wil gaan doen te prikkelend zijn en ik er meer rustmomenten en ontprikkelmomenten moet inbouwen. Dat is vaak het geval als ik iets buitenhuis plan maar zeer zeker ook als ik iets doe als opruimen of zo. Dat ontaardt bij mij al snel in een uit de hand gelopen activiteit waar mijn geest volledig van doordraait en dat duurt meestal even voordat ik dit door heb omdat ik de adrenaline verwar met een energieaanval.
Dat opschrijven doe ik in Google Keep, op dit spoor gezet door Vlasje. Heel handig omdat je daar verschillende lijstjes in kunt maken. Ik heb daar dus daglijsten, weeklijsten, maandlijsten en weekmenu’s in gemaakt. En alle dagen maak ik een daglijst waarin ik wat dingen van de week- of maandlijst toevoeg indien dit van toepassing is.
Hoe pakken jullie je dagindeling aan?
Leestip: Leven tot elke prijs

Als ik mijn aangevraagde boeken haal bij de bieb, kijk ik ook altijd even bij de tafel met ingeleverde boeken. Meestal lees ik volgens een leeslijst. Ik noteer de titel op een verlanglijstje wanneer ik iets lees over een boek dat me interessant of leuk lijkt . En vraag eens in de zoveel tijd wat van deze titels aan bij de bieb. Maar soms stuit ik op onverwachte parels waar ik niets over hoorde. Zoals het boek ‘Leven tot elke prijs’ van Kristina Sandberg. Dat gaat niet over het overwinnen van een depressie of een ziekte, zoals de titel doet vermoeden maar de depressie druipt soms wel van de pagina’s af.
In het boek lezen we over het leven van huisvrouw Maj in de jaren 50 en 60. Getrouwd met Tomas met wie zij twee kinderen heeft, dochter Anita en zoon Lasse die bij aanvang van het boek pubers zijn. We volgen haar in haar dagelijkse routines die bestaan uit het huishouden doen, zorgen voor man en kinderen en het toe werken naar alle hoogtepunten, zoals verjaardagen en feestdagen. Alles wordt vers gemaakt en gebakken en het huis is piekfijn op orde, tot aan de franje van de vloerkleden aan toe die de juiste richting op worden geveegd.
Deze routines geven haar leven een richting en een reden van bestaan. Maar gaandeweg wordt het een houvast. Zonder weet ze niet wat te doen. De contacten met man en kinderen zijn oppervlakkig. Niemand in het gezin lijkt in staat tot waarachtig contact. Maj voelt veel maar maakt niets bespreekbaar ook al is er alle reden om eens met het mes op tafel een gesprek te voeren. Alcoholisme, affaires, faillissement van het familiebedrijf, depressies. Er gebeurt voldoende om je er flink onder te krijgen. Maar Maj gaat gewoon door onder het motto dat het ‘allemaal nog veel erger zou kunnen zijn’.
Het boek grijpt om die reden flink naar de strot. Hoewel ik Maj wel door elkaar kon rammelen met haar passiviteit, is ze ook in en in zielig en eenzaam. Ik denk ook dat de passiviteit wel heel erg bij de tijdgeest past. De man wist het beter en de vrouw voegde zich daarnaar. Zolang alles bij het vertrouwde blijft, voelt zij zich redelijk veilig en stelt daarom maar weinig ter discussie, wellicht uit angst voor de antwoorden.
Maj heeft dan ook weinig op met de veranderende tijdgeest. Kinderen die samenwonen zonder te trouwen, zij vindt dat maar moeilijk en ongepast en maakt zich druk over of ze dan wel haar mooie geborduurde lakens kan geven als cadeau aan de vrouw die niet officieel haar schoondochter is. Stel dat de relatie overgaat, dan is zij haar lakens kwijt. Dat haar dochter kan gaan studeren wekt wel wat trots op in haar maar er zijn toch meer zorgen over het vinden van de juiste man. Want daar gaat het toch om in het leven volgens Maj.
Zo kabbelt het maar door in een stijl die eerst wat moeilijk door te komen is en dan ineens heel verslavend blijkt te zijn. Echt een prachtig boek en een indringend beeld van de jaren 50 en 60.
‘Leven tot elke prijs’ blijkt het derde deel van een trilogie te zijn, waarvan het eerste deel, ‘De komst van een kind’ in oktober in een Nederlandse vertaling beschikbaar zal zijn. Het tweede deel, ‘Zorgen voor het gezin’ is al verkrijgbaar. De delen zijn los van elkaar te lezen.
Leven tot elke prijs

- auteur: Kristina Sandberg
- Uitgeverij: Nieuw Amsterdam
- 480 pagina’s
- ISBN 9789046819159
- ook verkrijgbaar als e-boek
Vakantie vieren
We zijn weliswaar weer thuis maar proberen toch nog een beetje vakantie te vieren. Kind is immers nog een paar weken vrij. Het weer werkt natuurlijk best mee. Sterker nog, sinds we thuis zijn hebben wij meer zonuren gehad dan in twee weken Bretagne bij elkaar. We aten regelmatig in de tuin, iets wat mij altijd een heerlijk zomergevoel geeft.
De mannen gingen maar liefst drie keer in een week naar het strand. De laatste keer was afgelopen zondag en toen besloot ik ook mee te gaan. Ik was redelijk bijgetrokken van het reizen en ik besloot dat een dag met zand tussen de tenen waarschijnlijk wonderen zou doen voor het brein, en dat klopte helemaal.
Onderweg in de auto bedachten we dat mijn moeder wellicht ook zin had om mee te gaan, dus belde S. haar met de vraag hoe snel ze klaar kon staan. Zoiets hoef je maar een keer te zeggen tegen mijn moeder. Die stond meteen klaar bij de deur helemaal blij en opgewonden. Ze is dol op zee maar komt er niet vaak meer.

We hadden een heerlijke dag, de hemel was strak blauw, beetje wind maar dat was met een parasol fungerend als windscherm meteen opgelost. IJsje gegeten, later nog even op een terras gezeten. Heerlijk.
Buiten dat gingen de puber en ik een keer naar de film, ‘The big sick’. Een heerlijke feel good movie over de relatie tussen stand up comedian Kumail en studente Emily. Aangezien van Kumail verwacht wordt dat hij trouwt met een Pakistaanse, lijkt de relatie met Emily gedoemd te mislukken. Tot ze in coma raakt. Het klinkt zo wat flauw maar ik heb regelmatig keihard zitten lachen, de film is echt grappig. En bovendien waar gebeurd. Hoofdrolspeler Kumail Nanjiani schreef het script samen met zijn vrouw Emily naar aanleiding van de moeizame start van hun relatie.
De komende weken wil ik in ieder geval nog een andere film zien, Kedi, een documentaire over straatkatten in Istanbul (dat zal jullie niet verbazen gezien mijn kattenobsessie).
Buiten dat zijn er flinke leesplannen. Ik heb nog een stapel boeken door te werken van de bieb. En daarna wil ik twee boeken herlezen zodat ik helemaal weer in het verhaal zit als ‘Het eeuwige vuur’ van Ken Follet verschijnt. Ken Follet is één van mijn favoriete auteurs (althans, ik houd van zijn historische romans, zijn spionageromans vind ik niet leuk) en ‘Pilaren van de aarde’ is het eerste boek dat ik van hem las, over meesterbouwer Tom die de kathedraal van Kingsbridge gaat bouwen (dit boek is ook bekend onder de naam ‘De kathedraal’) ‘Brug naar de hemel’ is deel 2 uit deze reeks maar wel zelfstandig te lezen. En binnenkort verschijnt dus een deel 3. Een andere reeks die zeer aan te raden is van Ken Follet is de Century trilogie.
Dus, ik heb het druk, lezen maar!
De kattenschool

Hoi,
Ik ben Eddie.
The new kid on the block.
Euh, kat.
Ik ben de nieuwe buurkat
en heel nieuwsgierig.
Dat zit zo.
Ik ben net geadopteerd
en niet veel gewend,
zeker geen katten.
Ik heb eigenlijk
geen idee
wat een normale kat doet.
Dus ging ik op zoek
naar andere katten.
Om te leren wat katten doen.
Zodat ik een beetje weet
hoe ik me moet gedragen.
Ik vond de perfecte school
met een klasje van vier.
Baas Moos,
Spring in het veld Smoes
en twee kneusjes
Dibbes en Gerrie.
Dat zijn net als ik sukkels,
dat zie je zo.
Elke ochtend meld ik me.
Ik ga zitten wachten
tot de klas naar buiten komt.
Ik heb al veel geleerd.
Neusjes geven ter begroeting.
Op gepaste afstand gaan liggen
en tóch het gevoel hebben
dat ik getolereerd word.
Soms doe ik het niet goed,
dan grijpt Meester Moos in.
Daar schrik ik wel van.
Maar ik kom elke keer weer terug.
Want ik leer heel veel.
Niet alles is leuk.
Als de klas naar binnen gaat,
moet ik buiten blijven.
Lullig hè.
Ik mag van de vrouw
niet naar binnen.
Ook al doe ik
heel erg mijn best
met zielig kijken en zo.
Maar dat werkt niet.
Snappen jullie dat nou?
Ze zegt:
vol is vol,
complet,
je hebt een eigen huis.
Die negeer ik dus.
En ik wacht mijn kansen af.
Tot die tijd,
kijk ik goed naar de klas.
Misschien willen ze wel
met me spelen.
Ik word denk ik
een echte kat.
Groetjes,
Eddie
De cyclus van onderuit gaan en opkrabbelen

Ineens snerpt het verdriet door mij heen: ik ben al bijna 10 jaar ziek. Dit houdt niet meer op. Ik wil zoveel maar kan zo weinig. Natuurlijk besef ik – getraind als ik inmiddels ben – dat ik mijn eigen leven ook nu kan vormgeven. Dat ik de pijn vooral voel omdat ik een label plak op wat er is: ik ben al zo en zo lang ziek. Dat ik beter kan inzoomen op wat wél kan, dan op wat niet kan. Dat helpt vaak. Maar niet altijd. Niet nu.
Als ik uit balans ben, kan je lullen wat je wilt over optimistisch zijn en ‘je kunt alles bereiken wat je wilt, zet gewoon de eerste stap’, dat werkt dan niet. Want ik heb pijn. Gewoon echt fysieke pijn, mijn spieren en gewrichten staan in de fik. Wat ik wil kan helemaal niet. Kop houden, met dat positieve gebral!
Net als dat je ook nog verdriet kunt hebben om je vader die 11 jaar geleden overleed of dat je je kat die al jaren dood is nog steeds kunt missen, is er ook op zijn tijd nog steeds verdriet om het ziek zijn. Ik schreef al vaker dat acceptatie geen drol is die je in een keer doorslikt. Het zijn fases.
Het is ook een teken van onbalans bij mij. Ik ben nu al geruime tijd uit mijn dagelijkse routine en kan niet heel veel. Ik dacht dat ik dit weekend heerlijk was bijgetrokken en toch vertrok ik dinsdag halverwege de dag naar bed. ‘Ineens’ volledig gevloerd. Besef ik weer dat ik geen grip kan hebben op deze aandoening door rationeel te besluiten even een weekend alleen te zijn. Dat doet me mentaal wel goed maar dat betekent niet dat ik na het weekend ineens meer kan dan voor het weekend.
Maar omdat mijn brein dat niet wil geloven, ga ik woensdag tóch lopen langs het IJsselmeer. ‘Want we gaan al bijna op vakantie en ik moet toch een beetje opbouwen, anders zit ik daar alleen maar op de bank en dat wil ik niet.‘ Ik ga mee op vakantie, ik ga niet mee op vakantie. Ik wissel per minuut van plan. Ik weet het gewoon niet meer. Het enige wat wel duidelijk is, is dat mijn bui heen en weer schiet van totale zelfoverschatting naar totale wanhoop, soms binnen het uur.
Wat mij leert dat het:
a) die tijd van de maand is
b) ik nog steeds een goed ontwikkeld gevoel voor drama heb
c) ik mezelf lekker bezig houd en de energie die ik heb, verkeerd gebruik
En toch. Ik werd vanmorgen wakker en zag op de plek waar normaal M. ligt (maar die was al naar zijn werk), vier katten keurig op rij liggen, me allemaal verwachtingsvol aanstarend. Ik schoot spontaan in de lach. Als ik dat gevoel nou vast weet te houden, dan ga ik vanmiddag even lopen.
Dus, even heel stil blijven zitten in een hoekje, zonder plannen, zonder etiket. Gewoon zitten en voelen en wachten tot de onrust zakt.
Herkenbaar? Of ben ik in jouw ogen nu een overgevoelige zeikerd die ze niet allemaal op een rijtje heeft. Wat absoluut klopt, laat dat maar alvast gezegd zijn :-).
Kat in de mand

Trouwe lezers weten dat het nogal een gedoe is om de exzwerfkatten in de reismand te krijgen, daar schreef ik al vaker over. Dibbes wordt eerst zwaar gedrogeerd en dan nog is het hel, voor hem en ons. De laatste keer heeft hij al zijn nagels kapot gekrabd en was hij dagen erna onbenaderbaar. Gerrie stapte de eerste keer na weken trainen wel braaf in de mand. Na weken van trainen met lekkere hapjes lukte dat. Tot het eindigde in een reis naar de dierenarts waar hij werd gecastreerd en ge-ent en toen was het uit met de pret.
Het is nu weer tijd voor de jaarlijkse controle van Gerrie maar wat ik ook deed vorige week, ik kreeg hem niet in de mand. Beetje doorduwen doe ik niet zoals ik wel met Moos en Smoes doe. Ik pak Smoes meestal vast, rol hem in een handdoek en duw hem dan de mand in. Met Gerrie durf ik dat niet aangezien hij ooit zijn heupen heeft gebroken. Zijn onderlijf is daardoor nog steeds een kwetsbare plek. Bovendien is Gerrie weliswaar heel timide van karakter, op dat soort momenten is hij een tijger die je niet kunt hanteren, net als Dibbes. Niet zo vreemd gezien hun traumatische verleden.
Nu wil ik het nu toch weer gaan trainen, zowel met Dibbes als met Gerrie. Ik moet toch iets. Dan maar wat later naar de dierenarts, nu eerst dit op orde krijgen. Van een lieve lezeres kreeg ik een reismand die een bovenlader is, dus met deksel aan de bovenkant. Daar kan je veel makkelijker een kat in zetten. Dus daarmee begon ik te oefenen.
Dat is voor Gerrie geen succes. Want als ik hem lok met snoepjes en die in de mand gooi, dan snapt hij het niet. Ik gooi het erin en dan kijkt hij me aan. Weg! Waar is het nou? Dat hij in de mand moet springen dringt niet tot hem door. Of wel en dan denkt hij waarschijnlijk ‘bekijk het maar’. Als ik hem erin til wordt hij hysterisch.
Dus oefen ik met hem met een gewone reismand, met zo’n traliehekje aan de voorkant. Alleen heb ik nu even de hele bovenkant eraf gehaald. Hij is nu zover dat hij tot wel halverwege in de mand durft te staan. Dat is een grote overwinning want de eerste dagen rende hij alleen maar hard weg.
Nee, dan Dibbes. Die heeft onvermoede talenten. Door zijn speelse karakter zou hij het uitstekend doen als circusartiest want hij vindt het leuk om stuntjes uit te halen, in dozen te springen en zich te verstoppen. Dus die springt nu braaf in alle manden waar ik iets in verstop. Hij vindt het zo leuk dat hij nu regelmatig alvast klaar gaat liggen. Over conditionering gesproken. Nu heel voorzichtig leren dat het ook nog leuk is als het deksel dicht gaat.

Over de drempel
In het voorjaar van 2013 zagen we twee onbekende katten door de buurt zwerven. Mijn kattenradar is meer dan ontwikkeld en deze twee deden het alarm afgaan. Vaste lezers van het blog kennen dit verhaal natuurlijk maar voor die mensen die nog niet zo lang geleden zijn aangehaakt, volgt hier een korte samenvatting:
Deze vreemde katten zaten ook regelmatig bij ons in de tuin, iets wat onze eigen katten curieus genoeg goed vonden. Normaal worden onbekende katten meteen de tuin uitgejaagd. Maar deze scharminkels waren dan ook nauwelijks een bedreiging te noemen. Mager, schuw, volledig lam geslagen, maar wel op zoek naar contact. Concurrenten van elkaar, ondanks de overeenkomsten in uiterlijk waardoor het familie leek. Waarschijnlijk wel uit één nest maar honger maakte ze tot concurrenten.

We richtten ons op de kat die er het slechtst aan toe was, Dibbes. Gerrie bleek het hart te hebben gestolen van mensen van drie huizen verderop en die wilden hem graag adopteren. Uiteindelijk lukte dat niet en kwam Gerrie alsnog bij ons wonen, maar dát is een ander verhaal. Terug naar Dibbes: Hij had overduidelijk gezondheidsproblemen en leek blind, het pus droop uit zijn ogen die hij niet goed open leek te kunnen houden. Maar hij was wel redelijk goed te benaderen. Na een half jaar gescharrel op afstand en lokken met lekker eten, mocht ik hem in oktober 2013 voor het eerst aaien en toen ging het razendsnel. We brachten hem naar de dierenarts om hem te laten onderzoeken en meteen te laten chippen en castreren.
Dibbes bleek entropion te hebben. Een oogziekte waarbij de wimpers naar binnen groeien. Heel pijnlijk. Gelukkig was dit met een operatie op te lossen en we kregen een kat mee naar huis die 10 dagen binnen moest blijven en intensief verzorgd. Dat was nog wel een dingetje. Dit was een straatkat die tot nu toe alleen slechte ervaringen met mensen had opgedaan. Hem aaien was één ding, maar hem in huis houden, pijnstillers toedien en oogzalf opsmeren was iets totaal anders en behoorlijk heftig.

We hielden hem in overleg met de dierenarts in een apart kamertje en met een flinke dosis kalmeringsmiddelen. Twee keer per dag gaf ik hem medicijnen en zalf en elk uur glipte ik even naar binnen om te kijken hoe het met hem ging en met hem te knuffelen. Na 10 dagen mocht hij de kamer uit. De hechtingen bij zijn ogen waren verwijderd en hij mocht voor het eerst naar buiten. Het leven als gewone huiskat kon beginnen, argwanend bekeken door de twee die we al hadden. Een beetje coulance met een zielige zwerver in de tuin was oké, maar nu zat het beest ineens binnen! De blikken vlogen door de lucht die zwaar was van verontwaardiging. Dibbes gedroeg zich gepast nederig. Voor zo lang het duurde.
Elke avond als ik naar bed ging, was dat voor hem het sein ook naar bed te gaan. Hij rende met mij mee naar boven en ging dan in het kleine kamertje liggen. Dat was voor zijn gevoel zijn kamer. En lag dan keurig op een kussen. Braaf. Maar ook wel wat eenzaam. Want wij lagen in bed met de andere twee katten. Dat merkte hij wel. Dat wilde hij ook. Dus duurde het niet lang voor hij kwam kijken.
Een paar dagen lang bleef hij op de drempel van de slaapkamer zitten als wij op bed lagen. Moos en Smoes stikten zowat. Zag je dat! Wat ie nou deed! Echt! Dus zat Dibbes daar en de eenzaamheid droop er vanaf. Hij was dan geen straatkat meer maar een echte huiskat ook nog niet. Want die lagen op bed bij het kattenmens.
Dus stapte hij over de drempel en liep een rondje door de kamer. En ging daarna snel in zijn eigen kamer liggen. Dat gaf moed, er waren geen dooien gevallen dus de volgende ronde in de slaapkamer was snel gemaakt. Alleen hoe kwam hij nou op het bed? Dát was toch wel weer een hele grote stap. Moos en Smoes zaten alert overeind en gaven een heleboel signalen af met nog nét geen spandoek in de lucht: ‘vreemdelingen niet welkom, eigen volk eerst‘.
Dus sprong Dibbes op de plank naast het bed, aan mijn kant. Daar zat hij. Bekeken door ons. Pootje voorzichtig op het bed. Pootje er weer af. Zal ik wel, zal ik niet? Weet je wat, ik doe het gewoon! En daar stapte hij op bed. Ging keurig op de uiterste rand liggen. Kijk eens, eigenlijk lig ik hier niet, het lijkt wel alsof ik op bed lig maar mijn kont ligt helemaal over de rand. Verwaarloosbaar dit!
Daar denk ik nog wel eens aan. Aan die onzekere kat van toen als ik in bed lig met Dibbes tegen me aan en geen ruimte heb om me te bewegen. Hij ligt altijd op de beste plek. De beste plek, dat is tegen mij aan. Wat hij ook aantreft als hij binnenkomt, hij weet het altijd zo te versieren dat hij binnen de kortste keren daar ligt waar hij wil zijn. Een beetje onhebbelijk is hij wel. Maar ook een beertje dat té aandoenlijk is en een onverzadigbare behoefte aan liefde. Wat we hem graag geven.




