Weekend zonder de mannen

Vandaag halverwege de dag vertrekken M. en S. richting schoonouders. S. blijft daar dan tot zondagmiddag en M. rijdt door naar een vriend en vriendin van hem, met wie hij naar North Sea Jazz gaat. M. haalt S. zondag weer op en samen gaan ze dan naar de laatste dag van het Jazzfestival. Zondagnacht komen ze weer naar huis, met een thuis vol cd’s waarschijnlijk. S. valt trouwens met zijn neus in de boter want naast het muziekfestival gaat hij met zijn opa en oma ook naar Cirque Éloize, een soort spektakelcircus a la Cirque due Soleil…

Ik heb dus 3 dagen het rijk alleen hier en dat is inmiddels een jaarlijks terugkerend ritueel. M. gaat al zo lang als ik hem ken 3 dagen naar North Sea Jazz, behalve die ene keer dat ik per ongeluk onze zomervakantie zo boekte dat het jazzweekend toevallig nét viel op het zelfde moment als onze vakantie in Toscane. Een fout die mij nog lang is nagedragen maar ik blijf halsstarrig volhouden dat hij dan ook maar beter had moeten opletten toen ik hem de data door mailde. Inmiddels ben ik wel zo ‘afgericht’ dat ik weet dat het 2e weekend van juli heilig is.

Sinds twee jaar gaat S. met M, mee op de laatste dag van het festival en hij vindt het geweldig. Ze bespreken vooraf het programma en wat ze willen bekijken en komen razend enthousiast terug. Voorgaande jaren vond ik het soms wel moeilijk om alleen achter te blijven. Het is gewoon niet heel leuk als je weet dat je gezin allemaal leuke dingen gaat doen en jij achterblijft omdat je je als een vaatdoek voelt. In de jaren voordat S. en M. samen gingen, was ik het hele weekend dan alleen met S. en was dat voor mij best zwaar, ook al kreeg ik vaak hulp van mijn moeder. Als je de hele dag plat ligt is het echt fijn als er een partner in de buurt is die je kind of jou kan verzorgen. Ik kon wel iets natuurlijk, maar niet veel en tegen de tijd dat M. op zondagnacht weer thuis kwam, was ik altijd helemaal uitgepoept. Dat klinkt niet aardig naar S. toe, ik bedoel dat ook niet onaardig, het was en is het liefste en makkelijkste kind ooit, maar het hebben van ME is geen grapje. In zo’n situatie een paar dagen alleen voor je nog kleine kind zorgen is dan gewoon echt zwaar. Toch heb ik M.  altijd enthousiast uitgezwaaid en nooit gezegd dat ik niet wilde dat hij ging. Die 3 dagen muziek zijn voor hem zó belangrijk en het hoogtepunt van het jaar. Ik heb het hem dan ook altijd van harte gegund en genoot ervan om na 3 dagen zo’n heerlijk ontspannen man terug te krijgen.

Dit jaar heb ik voor het eerst helemaal geen moeite met het ‘alleen achter blijven’, het voelt zelfs compleet anders en ik besef me dat dit komt omdat ik me zo veel beter voel. Ik heb een DVD-serie die ik wil gaan kijken in de avonden (seizoen 2 van The Legacy), op zaterdag komt er een oud-collega van mij op bezoek (van mijn eerste baan meer dan 20 jaar geleden), iets waar ik me enorm op verheug en verder ga ik gewoon van het weer genieten, veel lezen, lekker tutten met de katten en genieten van het alleen zijn. De mannen gaan iets leuks doen en ik ook. Dat voelt goed!

Fijn weekend allemaal!

Smoes

Toen Moos bij ons kwam aanlopen, was hij naar schatting 4 maanden. Een klein lief katertje met een grote speelbehoefte. Onze oude poes Dorrit tolereerde dat het prul tegen haar aan kwam liggen en hoewel zij nog wel heel speels was wilde ze met hem niet spelen, maar alleen met ons. Dus leek het handig om een kitten erbij te nemen. Alleen hoe doe je dat, als je normaal altijd de kattentoevoer laat afhangen van toevalligheden en aanlopers?

Iedereen moet voor zich weten waar hij zich prettig bij voelt maar ik haal mijn dieren liever uit het asiel of van straat in plaats van dat ik ze uit een nestje haal. Dus het asiel gebeld met de vraag of ze katten jonger dan een jaar hadden. Die hadden ze niet maar ze werkten wel samen met een mevrouw van de Dierenbescherming die zielige gevallen opving en die had toevallig net op dat moment een klein cypertje in huis.

Met het asiel als bemiddelaar mochten we een paar dagen later op bezoek bij het cypertje. Die woonde met zeker 30 andere katten op een grote woonboerderij. Het katje was toen ongeveer 3 maanden oud en was daar samen met zijn zusje dat al vergeven was. Met alle katten op die boerderij was iets (ziek, mishandeld, oud) en ook met dit katje. Hij was samen met zijn zusje in een kartonnen doos in de sloot gevonden. De andere kittens uit het nest waren al verdronken, alleen Smoes en zijn zusje nog niet. Op het nippertje gered dus.

Onze eerste blik op Smoes zal ik nooit vergeten. Een heel klein angstig katje in een bench. Afijn, wij waren meteen verkocht en we spraken af dat als zijn zusje daar weg zou gaan (haar nieuwe eigenaars waren eerst nog even op vakantie) wij Smoes in huis zouden nemen. Dat strookte niet met het plan van de enorme kater die zich in onze auto had verstopt, wat we gelukkig net op tijd ontdekten voordat we daar weg reden. Met spijt in het het hart hebben we die de auto uitgezet.

Twee weken later arriveerde Smoes. Hij werd gebracht door de vrouw die hem had opgevangen, zodat ze ook even kon zien waar hij terecht kwam. Officieel ging de adoptie via het asiel. Hij werd dus gechipt en ge-ent en met dierenpaspoort afgeleverd. Toen ik in dat dierenpaspoort keek, zag ik dat de geschatte geboortedatum van Smoes 7 juni 2006 is. Die datum is de sterfdag van mijn eerste kat Joris. Als dat geen mooi teken was!

Smoes is ook een kat met een trauma, net als de rest van zijn huisgenoten. Het trauma van Smoes is natuurlijk te herleiden tot een bijna verdrinkingsdood. Met Moos klikte het gelukkig vrijwel meteen en de heren waren vanaf het moment dat Smoes zover was, grote speelkameraden. Dat duurde wel even want Smoes moest eerst moed verzamelen en zat dagen bibberend onder de bank.

met Moos in de mand

Voetbal werd nauwgezet gevolgd, soms keek hij achter de TV op zoek naar de bal

Hoewel Smoes naar Moos en Dorrit toe niet bang was (ook niet bang voor de andere katten in de buurt toe) was hij voor de rest wel overal bang voor. Ritselende geluiden en tasjes, de stofzuiger, hem optillen. En mensen. De meeste mensen vond hij eng. Was er bezoek dan verdween Smoes al snel naar boven of buiten. Een extreem nerveuze kat die bijna continu liep te hyperventileren en heel veel last van zijn darmen had. We hebben hem van onder tot boven laten onderzoeken, zijn ontlasting meerdere malen laten testen maar er was geen medische oorzaak voor de darmproblemen. Pure stress dus.

Dat bleef zo tot ik in februari 2008 ziek werd. En toen veranderde er iets. Ineens was ik hele dagen thuis. Ik lag meestal op de bank in een slaapzak en al snel kreeg ik gezelschap van Smoes. Dag in, dag uit, jaar in, jaar uit, lag ik op de bank met Smoes die heel langzaam zo steeds een beetje rustiger en relaxter werd. Het was trouwens een verbond van wederzijds genoegen want ik heb denk ik net zo veel aan hem gehad, als hij aan mij.


Smoes staat inmiddels zijn mannetje. Is in staat zich ook aan andere mensen dan zijn baasjes te hechten en komt tegenwoordig als er bezoek is vaak nieuwsgierig even buurten. Hij is nog steeds wel wat nerveus van aard maar maakt ook een gezonde en vooral blije indruk. Optillen mogen we hem nog steeds niet maar contact is wel mogelijk. Liefst zo vaak mogelijk. Het is een kat die keurig wacht tot de wekker gaat in de ochtend maar dan staat hij ook meteen ‘aan’ en bovenop me te knorren en te prakken. Smoes is ook een duidelijke kat. Hij heeft 2 standjes: aan en uit. Staat hij aan dan komt hij altijd aan galopperen om te groeten, dat doet hij met iedereen die hij kent. Dus als Oma de straat in rijdt met haar auto, kunnen we dat zien aan Smoes nog voordat we haar auto hebben gezien.

Miauwen doet hij niet. Een heel enkele keer als ik wat treuzel met het eten geven dan hoor ik een heel zacht geluidje dat is te herleiden tot hem. Maar verder heeft hij geen kik. Dat is best onhandig want hij laat zich ook vaak opsluiten in de badkamer of de gang. Dan zitten we in de huiskamer en horen we heel zachtjes gekrabbel. Het duurt dan meestal even tot we door hebben dat het weer zover is. Andere vreemde eigenschappen van Smoes zijn dat hij geen kopjes maar kontjes geeft. En dat hij vanaf een uur of 4 in de middag ergens in mijn gezichtsveld gaat zitten en dan een cursus ‘staren zonder te knipperen met de ogen‘ geeft. Want eten dat is toch wel het belangrijkste in het leven van Smoes.

Door dat eten is hij ook flink in de problemen gekomen. In 2011 liet hij ons flink schrikken, hij vrat hij zich door een 10 kilo zak kattenbrokken heen, het plastic maar even voor lief nemend. Een zware darmoperatie was het gevolg (en sindsdien bewaren we het kattenvoer in de schuur).

1 dag na de operatie

Voor de zwervers is Smoes een kameraad die hun leert hoe te spelen. Hij speelt verstoppertje met ze en neemt ze mee op stap. Doe ik de voordeur open voor Smoes, dan volgen Dibbes en Gerrie meestal binnen 10 seconden. Soms is dat wel even een dingetje voor Smoes en probeert hij zijn fans af te schudden, maar over het algemeen laat hij het wel toe. Het verbaasde ons dus niet dat Gerrie en Dibbes wel al tegen hem durven aan te liggen.

Zoals jullie wel zien, is Smoes héél mooi om te zien en heeft hij een hoog schattigheidsgehalte. Dus vooruit, nog een foto dan, als afsluiter, hier ligt hij op mijn been en met die verliefde blik kijkt hij op dat moment naar mij. Ik keek natuurlijk net zo verliefd terug..

Moos

Gerrie en Dibbes speelden de afgelopen jaren natuurlijk de hoofdrol in de kattenverhalen op het blog. Twee zwervers je huis inlokken en socialiseren geeft nu eenmaal veel voer voor stukjes. Maar de heren zwervers kwamen in een huis dat reeds bevolkt werd door katten. Bijvoorbeeld door Moos.

Het verhaal van Moos begint op 6 augustus 2006. Het was hoogzomer maar tegelijkertijd een inktzwarte tijd. Mijn vader overleed op 4 augustus van dat jaar en naast het verdriet dat over ons heen kwam, moesten we ook veel regelen natuurlijk. Mijn vader overleed niet onverwacht, hij was bijna 20 jaar ziek geweest waarvan de laatste 5 jaren heel erg ziek. Ziekenhuis in en uit, telkens keerde het zich ten goede. Dat deed vermoeden dat hij onsterfelijk was maar de laatste ziekenhuisopname was het dus klaar. De dag voor zijn overlijden had hij nog in het ziekenhuis met S. gespeeld door het goed te vinden dat S. met de beddenverstelknop opa omhoog en omlaag en omhoog en weer omlaag deed. Opa moest zo lachen dat hij paars aanliep, iets wat natuurlijk een beetje eng is bij een longemfyseempatiënt,  maar hij genoot volop.

Wanneer komt Moos nou, hoor ik jullie denken? Nou dat zat zo, twee dagen later was mijn vader was overleden, lag in het mortuarium en op 6 augustus gingen we daar naar toe. Ik kan me niet meer herinneren wát we daar gingen doen maar de tocht ging in ieder geval daar naar toe. Toen we de voordeur achter ons dicht sloegen, stormde er een piepklein zwart katje voorbij. Te klein om zo maar buiten rond te rennen! Het katje kroop in een boom en ging daar hard zitten gillen. Ja, daar sta je dan. Wij hadden geen tijd, we moesten weg. We vroegen aan een stel buurkinderen of ze een ladder wilden halen om de kat te bevrijden en vertrokken.

Na een paar uur kwamen we weer terug. Er renden wat buren in de straat heen en weer op zoek naar dat katje. Die bleek zich te hebben verstopt in onze achtertuin en werd door M. en S. naar binnen gelokt met een stuiterbal. Binnen stond een grote bank en die lonkte naar het kleine prul dat al de hele middag heen en weer had gerend. Hij kroop tegen M. aan en viel meteen in slaap.

Afijn, na een slaapje ging hij op verkenning uit. Hij kroop in de planten, in de gordijnen en was enorm bezig ons helemaal in te pakken. Dat lukte goed. Moos was letterlijk een afleider in een periode van groot verdriet. Vooral voor S. vond ik het heerlijk dat juist op dat moment een klein katertje bij ons de boel kwam vermaken. Want dat deed hij. Niet eerder een kat gezien die zulke mooie rare fratsen uithaalde. Wat dat betreft heeft hij ons mooi op het verkeerde been gezet want Moos is lui. Héél lui. En hij heeft last van moodswings. Maar dat wisten we toen nog niet. Toen werden we verleid.

Omdat mijn hoofd logischerwijs nogal werd afgeleid waren onze buren zo lief foto’s van Moos op te hangen in de buurt, met de vraag van wie hij was. Dat er niemand zou reageren ontdekten we trouwens al na een dag of twee. Moos had een navelbreuk. Waarschijnlijk is hij uit een auto gesmeten door zijn baasje (gezien hoe hij op autoritjes reageert) op het moment dat die ontdekte dat er wat uit zijn buikje puilde.

Die uitpuilende buik was natuurlijk niet goed, ik belde de dierenarts om een afspraak te maken. De dierenarts vroeg of het topje van mijn pink in de breuk paste, dit om te achterhalen hoe groot de breuk was. Op mijn antwoord dat er met gemak twee van mijn vingers in pasten en dat ik af en toe de darmen terug moest duwen, adviseerde de dierenarts ons onmiddellijk te komen. En dus leverden we Moos bij de dierenarts af, die nogal opkeek van onze stemmige kleding. We hebben Moos voor de crematie afgeleverd en na de crematie weer opgehaald. Met een geheelde navelbreuk.

Moos is natuurlijk nooit meer weg gegaan. Nooit opgeëist door een baasje maar daar waren we maar wat blij mee. Hij had wel wat fratsen. Moos was bijvoorbeeld doof. Hij reageerde op geen enkel geluid. Wat testen met twee kletterende deksels boven zijn hoofd ontlokten geen enkele reactie. Ook de dierenarts heeft hem getest en kwam tot de conclusie dat hij niets hoorde. Moos moest dus binnen blijven want een dove kat buiten laten lopen is gevaarlijk. Hij kan geen aankomend verkeer horen. Dus bleef hij binnen. Totdat hij ontsnapte. En wel kwam aanstormen toen ik met brokjes rammelde. Meneer was helemaal niet doof. Maar blijkbaar was het brokjesgerammel het eerste geluid waar hij enthousiast over werd.

 En zo had hij wel meer streken. Het is een kat van uitersten, enorme knuffelpartijen worden afgewisseld met afstandelijk gedrag. Voor de straat was hij een tijdje de koning, hij terroriseerde alle katten in de buurt, zijn buurt, de straat van Koning Moos. Maar de laatste jaren is Moos heel zacht en lief, niet voor niets vonden onze twee ex-zwervers de weg naar ons huis, ze liepen achter Moos aan. Moos is een overgevoelige wijze ziel die met zijn gedrag rust brengt tussen de katten hier in huis.

Voor mij is Moos vooral verbonden met de heftige periode van het overlijden van mijn vader. Hij bracht heel veel vreugde op een moment van groot verdriet. Hij paste ook naadloos in ons huishouden. Dat jaar waren er twee katten overleden en we hadden toen Moos verscheen nog maar één bejaarde poes, die het prima vond dat het kleine katje tegen haar aan kwam liggen slapen. Maar spelen, dat wilde ze niet met hem. Dus haalden we Smoes in huis, maar dat is een ander verhaal….

Leven in het moment (met 2 opdringerige katten)

Het is ochtend,
ik lees de krant
en drink mijn koffie.
Het huis is leeg,
op mij en 2 katten na.
Het is tijd
om wat te gaan doen.
Het lijf voelt goed.
Aankleden dan maar.
Misschien een boodschap.
Of een was erin.
De katten denken
daar heel anders over.
Die zien een schoot
en strijden om die plek.
Gerrie hangt over me heen
en in antwoord daarop
kruipt Dibbes op schoot.
Ze zitten kont aan kont.
En maar duwen met die kont.
Hé jij daar,
ik was eerst!
Ga weg!
Na wat geduw en gedoe,
is de vrede gesloten.
Twee knorrende tevreden katten.
Daar zit ik dan.
Eigenlijk wilde ik opstaan.
Nog even blijven zitten dan maar.
De koffie is op,
de krant gelezen.
Ik zit nog steeds op de bank.
Niets te doen.
Nou ja, niets.
Noem het maar niets.
Zó veel geluk op schoot.
Het was hard werken hoor
die twee katten zover krijgen!
Nou.
Zit ik dan.
Te zitten.
Ik aai.
Ik kijk wat,
mijmer wat.
Eigenlijk wel heel prettig,
zo zitten en niets doen.

Meer ruimte voor jezelf

Laatst schreef ik een logje over een dag dat ik me niet goed voelde en dat slechtere dagen tegenwoordig zo makkelijk voorbij glijden omdat ik die omroeper in mijn hoofd heb ontslagen. Wat een rust. Ik kreeg nogal wat reacties, ook per mail, waarbij de strekking was:  
– Doe mij ook eens zo’n recept voor meer rust in je hoofd.
– Geef eens een voorbeeld van de ontslagbrief zodat mijn commentator ook opstapt.

Het is blijkbaar heel herkenbaar voor veel mensen. We zijn ons eigen ergste criticus. Genadeloos becommentariëren we onszelf over ons uiterlijk, gedrag, niet gezond zijn, onze gedachten. Soms is het maar op één gebied, maar als je pech hebt leef je samen met een commentator in je kop, die de hele dag brult wat voor nietsnut en sukkel je bent. En het erge is dat we dat dan soms ook gaan geloven.

Dat kan er toe leiden dat bij alles wat we doen een gevoel van onzekerheid meereist en dat we onze successen niet kunnen waarderen of niet kunnen genieten van wat goed gaat. Wanneer word ik ontmaskerd? Ik heb dit of dat wel goed gedaan maar toch voelt het alsof er straks een grote pijl op mij wordt gericht, met veel herrie en lawaai en dan ziet iedereen dat ik eigenlijk een mislukking ben, dat ik maar doe alsof….

Ik ben jaren lang heel streng voor mezelf geweest. De licht manische trekjes van mijn geest in combinatie met een neiging tot perfectionisme en ‘een het moet wel allemaal kloppen’- neiging hadden tot gevolg dat ik nooit aan mijn eigen standaard kon voldoen. Dus leefde ik continu met de teleurstelling van nooit waar gemaakte torenhoge verwachtingen, in combinatie met die omroeper in mijn kop die steeds harder ging brullen wat voor een loser ik was.

Toen werd ik ziek. Nou als dat geen falen was! Dus tetterde die omroeper nóg harder: je kunt niet eens de trap oplopen, lig je hier een beetje op de bank slap te doen terwijl je moeder/kind/man je moet verzorgen. Wat ben jij nou voor moeder dat je elke voorstelling/judo-examen/voetbalwedstrijd of rapportgesprek mist. Gek werd ik er van. En erger: ik geloofde die stem.

Totdat ik ermee stopte. Dat gebeurde niet van de ene op de andere dag. Maar het gebeurde wel. Van een keer tegen die commentator zeggen dat ie zijn snater moest houden, tot het moment dat ik ‘ineens’ dacht, wat een rust en later dat ik merkte dat ik tegen mezelf kon zeggen dat ik iets goed had gedaan. Hoe deed ik dat?

Word fan van jezelf
Ik heb geen commentator met negatieve opmerkingen meer in mijn hoofd. In plaats daarvan ben ik mijn eigen grootste fan geworden. Dat is iets anders dan mezelf geweldig vinden, dat bedoel ik niet. Maar in plaats van te benoemen wat slecht ging, ging ik aandacht vestigen op wat goed ging. Dat ging heel kort gezegd zo:
– Ik heb 5 minuten gelopen vandaag, wauw!
in plaats van:
– Ik heb maar 5 minuten gelopen vandaag en buurvrouw van 90 haalde me in.

Dat scheelt echt een slok op een borrel! In het begin gaat het misschien wat krampachtig en moet je soms heel hard nadenken om het positief om te draaien, maar het went snel.

Stel verwachtingen bij
Mijn verwachtingen bleken heel vaak niet realistisch te zijn of gebaseerd op wat ik dacht dat anderen van mij verwachten. Ja, dat is vragen om moeilijkheden. Nu verwacht ik niet meer zoveel en daardoor word ik regelmatig blij verrast.

Wees realistisch in wat kan
Lijkt op wat hierboven staat maar is net wat anders. Tegenwoordig werk ik niet meer met te-doenlijstjes en hobbel ik gewoon achter mijn eigen energie aan. Ik heb geleerd dat een te-doenlijst mij een heel erg opgejaagd gevoel geeft. Toen ik nog wel te-doenlijstjes maakte, zag ik op een bepaald moment dat wat ik dacht te kunnen doen, niet matchte met wat ik kan doen op een dag. Niet alleen qua energie maar vooral ook qua tijd dat het kost om een taak uit te voeren. Ik onderschatte de meeste activiteiten in tijdsduur. Ja, zo krijg je een te-doenlijst nooit af…

Doe lekker rustig aan en maar één ding tegelijk.
Hoe langzamer je dingen doet, hoe meer er lukt en hoe rustiger je blijft. Niet meer alles ‘snel snel’ en ‘even tussendoor’ en liefst ook nog alles tegelijk maar gewoon één ding per keer doen met je volle aandacht en in een prettig tempo. Hoe gejaagder ik was, hoe meer die stem in mijn hoofd begon te brullen. Waarschijnlijk stapte mijn commentator gewoon van pure verveling op, omdat ik alles zo traag en rustig ging doen. 

Stop met jezelf te straffen
Wat ik daarmee bedoel? Nou, bijvoorbeeld niet in de zon gaan zitten omdat je werkloos of arbeidsongeschikt bent en bang bent voor het commentaar van anderen op je bruine hoofd. Stop daarmee! Ook als je werkloos of ziek bent mag je genieten. Ik vond dat in het begin héél moeilijk. Tegenwoordig denk ik: die paar zonnige maanden dat ik in de tuin kan zitten terwijl anderen aan het werk zijn is mijn beloning voor die ellenlange winter dat ik me meestal beroerd voel en soms dagen niet buiten kom.

Schep ruimte
Vraag je bij alles af: moet dit echt? Wat gebeurt er als ik dit niet nu doe? Hoe kan ik het makkelijker voor mezelf maken?

Ontspanning
Voorheen ging ik pas ontspannen als ik klaar was met alles. Maar die situatie kwam nooit, er bleef altijd wel iets te doen ook al kon ik het helemaal niet doen. Dus bleef het brein voortdurend malen en actief denken over alles wat er moest gebeuren. Nu zorg ik tijdens de dag heel bewust voor momenten van ontspanning. Of iets nu af is of niet, dat boeit me niet zo. Wel dat ik elke dag een paar momenten heb dat ik echt ontspan. Door te lezen, te mediteren, muziek te luisteren, onder de douche te staan of wat dan ook.

Compassie en zachtheid
De belangrijkste wat mij betreft. Met mildheid en zachtheid voor je zelf zorgen en naar jezelf kijken. Kijk wie er in jouw omgeving compassie bij jou opwekt en projecteer dat gevoel op jezelf. Klinkt compassie en zachtheid je te wollig in de oren, vervang dat dan voor vriendelijkheid. Wees vriendelijker voor jezelf. Oefen jezelf in mildheid. Wordt niet boos als je iets vergeet of fout doet maar constateer in plaats daarvan dat je blijkbaar je dag niet hebt of dat je misschien wat veel aan je hoofd hebt. Vat het als een signaal op dat je misschien even een pauze moet nemen. Het zegt niets over wie je bent. Je zou toch ook niet tegen een kind van 8 dat met een slecht cijfer voor rekenen thuis komt zeggen dat hij een nietsnut en een sukkel is en dat dit maar weer bewijst dat hij niets waard is en iemand op wie niemand kan bouwen? Waarom dan wel tegen jezelf? Niet alles in het leven is een bevestiging van dat je niets waard bent. Die omroeper in je hoofd heeft gewoon continu een slechte dag en hoe meer jij hem gelooft, hoe harder hij gaat gillen.  Dus heb compassie met jezelf en stuur hem de laan uit.

Voor mij was een combinatie van het bovenstaande voldoende om de omroeper in mijn hoofd langzaam te laten verdwijnen. Ik heb geleerd dat te veel overprikkeling en te weinig ontspanning leidt tot meer stress en meer vatbaarheid voor negatief commentaar. Dus probeer ik dat te vermijden. Nu is mijn positie anders dan veel anderen. Ik kan verplichtingen vermijden omdat ik niet werk. De meeste mensen hebben wel verplichtingen en dingen die ze dagelijks moeten. Maar ook dan kun je met meer compassie met jezelf omgaan. Dat kan soms net het verschil maken tussen iets volhouden of niet. Bovendien vind ik het voordeel van compassie en zachtheid dat je veel meer beseft waarom je ergens voor kiest. Kies voor jezelf in plaats van dat je de verwachtingen van anderen waarmaakt.

Dit was mijn recept. Wat voor mij werkt hoeft natuurlijk niet voor jou te werken. Maar wie weet pik je er wél iets uit of heb ik je op een idee gebracht.

Heb jij nog tips die je wilt delen met anderen?

Kat en Muis

Het is zaterdag. 
Ik zit op de bank.
Dibbes stormt voorbij.
Dat doet hij wel vaker.
Hij maakt geluidjes 
en grote sprongen.
Ook dat doet hij wel vaker.
Ik kijk naar hem.
Ach, wat speelt hij leuk.
Dibbes speelt met een blaadje uit de tuin
Dan kijk ik nog een keer.
Het is geen blaadje.
Het is een muis.
Een muis die leeft.
Dibbes heeft een muis gevangen!
Zijn eerste muis!
Dat denk ik echt.
Wat goed van Dibbes.
Wat zielig voor de muis.
Daarom grijp ik in.
Zo’n huichelaar ben ik.
Ik eet biologisch vlees
maar als Dibbes een muis vangt,
pak ik hem af.
Laat los! zeg ik
en Dibbes laat los,
de sukkel.
Muis ligt op de vloer.
Hij ziet er nog heel uit.
Maar tegelijkertijd is het mis.
Hij is in shock. 
Wat nu?
Ja, wat nu!
Dat vragen de katten zich ook af.
Ze staan inmiddels alle vier om me heen.
Eerst de moordmachines het huis uit zetten.
Dan muis voorzichtig pakken.
Dat doet de man.
Muis houdt zich stil.
Maar hij leeft nog wel.
We zetten hem op een rustige plek.
Waar de katten niet kunnen komen.
Wat doen we nu met muis?
Hij lijdt, dat is wel duidelijk.
Verzuipen dan maar?
‘Kan jij dat’ vraag ik aan man?
‘Nee, kan jij dat?’ vraagt man aan mij.
Nog maar eens kijken bij muis.
Hij ademt heel snel.
We laten het even voor wat het is.
Arme muis.
Buiten loopt Dibbes rond.
Waar is muis nou!
We speelden zo leuk!
Dibbes is net een beer.
Loopt rond met stoere stappen.
Een muis vangen 
heeft hem duidelijk goed gedaan.
Hij voelt zich heel wat.
Knap van je Dibbes, goed zo!
Al denkt de muis daar anders over.
De natuur is wreed.
Gerrie heeft grote ogen
en kijkt wat verontwaardigd.
Ze pakken hier je muis van je af!
Dát hadden ze me nog niet verteld!
Na een half uur kijken we weer bij muis.
Hij doet het niet meer. 
Hij is dood.
Gelukkig niet uit elkaar gerukt
door Dibbes
maar gestorven op 
een zacht bedje
van toiletpapier.
Maar wel dood,
hartstikke dood.
Dag muis.
Dag!

Kattenjournaal

Al weer een tijdje geleden dat ik een kattenjournaal plaatste, dus voor de dierenliefhebbers…..

Het gaat goed. Gerrie werd twee maanden geleden gecastreerd  en meteen daarna kwam er rust in de tent. De nachtelijke tochten stopten en hij werd een stuk aanhankelijker naar ons toe. Hij staat op het punt van op schoot durven springen, ligt dagelijks wel al naast me op de bank en eist inmiddels ook bijna elke avond een plek op het bed op. Daar is het inmiddels wel een beetje vol met vier katten maar met wat passen en meten lukt het. Het is natuurlijk bezopen dat we het goed vinden dat we ons bed delen met vier katten, maar goed, dat is nu eenmaal zo. De eerste 2 waren dat al gewend, toen kwam er nog een bij en die is dat inmiddels ook gewend en de vierde denkt dat dit dé beloning is van afscheid nemen van het zwerversbestaan. Als ik enige ruggengraat had deed ik natuurlijk voortaan de deur van de slaapkamer dicht, maar ik heb de ruggengraat van een weekdier, blijkt.

Tussen de katten onderling gaat het goed. Er zijn nog wel wat kleine jaloerse blikken en gedoetjes tussen Gerrie en Dibbes maar het valt mee. Als ik op lieve toon iets tegen Gerrie zeg, komt Dibbes gillend aanstormen. Dat werk. Maar er wordt ook geneusd en kopjes gegeven en de katten liggen vaak vlak bij elkaar en soms zelf tegen elkaar aan op bed. Zoals laatst, toen Gerrie en Dibbes rug aan rug lagen….

excuus voor de belabberde foto, is gemaakt met mobiel uit het jaar 0

En het is best opvallend hoe de heren op elkaar lijken. Niet alleen in gedrag en uiterlijk maar ook qua lichaamshouding. Ze zitten vaak op dezelfde manier en kijken dezelfde kant op, iets wat wel grappige plaatjes oplevert door de overeenkomsten in uiterlijk…

De katten trekken veel met elkaar op. In de ochtend stormen ze als viertal tegelijk naar buiten en hangen buiten ook veel in elkaars buurt. Gerrie doet pogingen mee te spelen met de anderen, al vindt hij dat nog ook wel eng. Dan verstopt Smoes zich achter de vuilnisbak en moet Gerrie hem zoeken. Zien we eerst vrolijk gemep van pootjes en schommelende achterwerken maar dan slaat ineens de sfeer om en denkt Gerrie zich te moeten verdedigen waarna Smoes er vandoor gaat.  Maar ook hier maakt hij vorderingen. Met ons spelen is nog te eng. Een takje dat we voor zijn neus op de grond heen en weer schuiven wordt met interesse gevolgd maar daar blijft het nog wel bij.

De transformatie van onzekere zielige kat naar tevreden huiskat is ook nu weer geweldig om te zien. Hij loopt met zijn staart in een krul rond. Komt gillend naar je toe rennen als je roept. Maakt tevreden knorgeluiden. Biedt zijn buik aan. Ligt naast ons op de leuning van de bank. En geeft kusjes. Eindeloos veel kusje. Dit is de enige kat waarmee ik soms zo tien minuten neus aan neus kan zitten. Zijn vertrouwen en zelfvertrouwen groeit met de dag. Niet alleen naar ons toe. Ook bezoek wordt inmiddels begroet en besnuffeld.

En nu ben ik voor de komende jaren klaar. Ik neem er geen katten meer bij. Ik krijg er verschrikkelijk veel liefde voor terug en daar ga ik de komende jaren goed van genieten. Maar wéér de stress van een kat socialiseren zie ik niet meer zitten. En bovendien vind ik 4 katten ook wel voldoende wat kosten betreft. De katten zijn nu allemaal nog redelijk jong maar zullen in de toekomst vast wel het één en ander gaan mankeren. Die kosten moeten we wel kunnen dragen natuurlijk.

Laatst schreef Vlijtig Liesje een stukje over dierenartskosten. Haar kat was ziek en ze had € 85 uitgegeven. Zij trok gelukkig haar portemonnee maar haar buurvrouw vond dat veel te veel. Ik schrik daar altijd van als mensen zoiets te veel vinden. Ik vind het niet kunnen dat mensen wel een huisdier nemen maar geen zin in kosten hebben. Die kosten krijg je vroeger of later, dat had je vooraf kunnen bedenken. Heb je dat niet dan kun je of elke maand wat opzij zetten (dat doen wij), of een zorgverzekering voor je huisdier nemen of er van afzien. Maar een dier laten doorlopen met klachten omdat het je financieel niet uitkomt, vind ik niet kunnen. 

Dit is ook precies de reden waarom er zoveel zwerfkatten zijn. Mensen doen hun kat weg (gooien hem uit de auto, dumpen hem ergens) als het beest een aandoening blijkt te hebben. Of laten de kat niet castreren uit verkeerde zuinigheid. Een krolse kater gaat de hort op en raakt regelmatig zo ver weg dat de weg naar huis niet meer wordt gevonden. Een niet gesteriliseerde poes raak zwanger en wordt met nest en al op een parkeerplaats gedumpt. Ik kan er zo boos om worden.

Maar goed, die van mij zijn gered, er is rust in de tent en het kwam allemaal goed….

Hoe was de vakantie?

De afgelopen vrije weken vlogen voorbij en we genoten enorm. De eerste week van de meivakantie was M. ook al vrij en hoewel we vooraf plannen hadden voor een dagje uit kwam daar uiteindelijk weinig van terecht. In plaats daarvan genoten we van de tuin en het weer en het was helemaal goed zo.

De tweede week vertrokken we naar Frankrijk, een beetje beteuterd omdat de weersvoorspelling echt prut was. Nu vermaken we ons ook wel met slecht weer – er is een houtkachel in de gite – maar het is natuurlijk wel fijn als je buiten op een terras kunt zitten na 900 km te hebben gereden. En wat viel het mee! Hoewel we onderweg voor het merendeel in de regen reisden, stopte dat na aankomst en hadden we regelmatig heerlijk zonnig weer.

Ik deed niet veel. Meestal stel ik mezelf een doel op vakantie. Zo was 2 jaar geleden mijn doel om te kano-varen, vorig jaar was het doel om op de Puy de Sancy te lopen. Die doelen hebben dus meestal met beweging te maken. Of liever gezegd met uitbreiding van beweging. Niet vreemd natuurlijk als je na jaren van bed- en bankliggen weer meer kunt doen.

Toen ik in het najaar van 2014 boekte voor deze week besloot ik dat mijn doel zou zijn om 3 keer een korte wandeling te maken. Het is daar (Auvergne, omgeving Clermont Ferrand) nogal heuvelachtig, dus dat is best een uitdaging voor mij. Maar kort voor vertrek veranderde ik van plan. Ik besloot dat mijn doel zou zijn om mijn energie voor mezelf te houden. Met andere woorden: ik mag me best iets energieker voelen én niets doen. Ik hoef niet meteen de herwonnen energie uit te geven. Dat is nieuw voor mij en volgens mij het gevolg van de behandeling bij de acupuncturist. Ik begin me nu ook meer te realiseren waarom ik het afgelopen jaar minder vooruitgang heb geboekt. De extra energie is vooral gestopt in meer doen, meer lopen/wandelen, meer oppakken in huis. Zonder dat er reserves waren. Met als gevolg dat ik dan toch telkens weer een terugval kreeg in de vorm van of uitputting of spierpijnen en ontstekingen.

Nu ben ik energie aan het hamsteren. En dat voelt goed. Dus deed ik in Frankrijk behalve een rondleiding door een oude steengroeve en een korte wandeling langs de rivier niets. Nou ja niets, ik genoot. Ik zat op het terras en zag dit:

Prachtig hè! Nog wat sfeerplaatjes van de omgeving…

En bij thuiskomst werden we begroet door 4 stralende katten en bleek dat ik me volkomen onterecht zorgen had gemaakt. Mijn angst dat Gerrie door onze afwezigheid volkomen zielig miauwend zijn knapzakje zou pakken of erger nog, door Dibbes zou worden weg gejaagd, bleek nergens op gebaseerd. Het ging prima met de heren.

waterval, te bereiken vanuit het dorp

Mocht je nou denken, jee wát een mooie omgeving: de gite die we nu een paar keer hebben gehuurd is echt fantastisch. Zelden zo’n mooie plek in de natuur gezien, in combinatie met een fantastisch ingerichte vakantiewoning. Het huis ligt in het departement van de Puy de Dôme waar het heuvelachtig tot bergachtig is, het wordt ook wel het Massif Central genoemd. Een prachtig landschap met vulkanen, meren, kastelen, mooie wandelingen o.a. zo vanuit het huisje te maken, een paar mooie steden en de mogelijkheid tot kanovaren op de rivier de Sioule. En ook echt een aanrader is de boeddhistische tempel op 5 kilometer afstand, dit is de grootste Boeddhistisch Tibetaanse tempel in Europa! De gite ligt vlak bij het dorp Saint Priest des Champs en niet al te ver van de stad Clermont Ferrand. Het grootste voordeel van deze plek voor mij is de stilte. Je hoort er buiten de vogeltjes niets. Heerlijk.

   
De gite is van een Nederlands stel dat sinds 2007 permanent op deze plek woont. De gite staat naast hun woonhuis, maar het verhuurdeel is volledig afgescheiden met een eigen stuk tuin en een grote heg zodat er veel privacy is. De gite zelf is schitterend en met veel liefde en oog voor detail opgeknapt en heel comfortabel ingericht tot en met hangmat aan toe. Verder zijn er een wasmachine, een zeer uitgebreid ingerichte keuken met oven en vaatwasser, er is een houtkachel, TV, dvd/radio, spelletjes, wifi…

En nu komt het mooie: er is nog plek van zaterdag 27 juni tm zaterdag 4 juli! Deze week is nu te boeken voor €475 in plaats van €550 Dus, mocht je dringend toe zijn aan vakantie én laaiend enthousiast zijn geworden door mijn bescheiden promotiepraatje (kuch), kijk dan eens op de website van Domaine Le Cluzel.

Fijn weekend allemaal!

Van mijn hart naar jouw hart: Wereld ME-dag

In februari 2008 kreeg ik griep. En toen een longonsteking. Toen die voorbij was, dacht ik ‘hè hè, terug naar normaal’. Op normaal zit ik nog steeds te wachten. Of beter gezegd, het abnormale werd normaal voor mij. Want ik donderde van de trap af omdat mijn spieren me niet meer konden dragen. Mijn stem hield er mee op. Niet alleen dat, mijn brein deed ook raar. Zei ik theepot, bedoelde ik vaatwasser. En zo nog meer van die grappige versprekingen. Alleen was het niet zo grappig. Als je niet weet waarom je mond andere dingen zegt dan je denkt of bedoelt, is dat eigenlijk heel eng.

En zo ging het door. Ontstekingen, koortsaanvallen, menstruatie die uitbleef, spier- en gewrichtspijnen, ontstoken lymfeklieren, migraine, omvallen, trillen, niet kunnen slapen maar wel altijd moe zijn, een verstoorde prikkelverwerking, voedselintoleranties… Wees gerust, ik zal niet alles opnoemen want dan loop je weg en ik zou juist willen dat je dit hele veels te lange stuk leest.

Geen dokter die wist wat ik had. Al hadden ze daar natuurlijk wel een mening over. ‘U mankeert niets, u bent zo gezond als een vis. Wat we niet zien, bestaat immers niet. En nu moet u ophouden met zeuren hoor!’ Dat laatste vertelden ze weliswaar niet, niet in mijn gezicht tenminste. Omdat ook geen enkele dokter je ooit aankijkt, de computer is interessanter, dáár moet van alles ingevoerd worden.

Na 2 jaar kreeg mijn ‘niet ziekzijn’ een naam: ME. Ik ben niet de enige met ME. Alleen al in Nederland zijn er naar schatting 60.000 ME-patiënten. Over ME wordt veel onzin beweerd en onzin verteld. Daarom schrijf ik er soms over, om duidelijk te maken wat het is en hoe het is om ‘het te hebben’.

ME wordt ook wel chronisch vermoeidheidssyndroom genoemd. Een naam die de lading niet dekt, ME is echt wel wat meer dan ‘altijd moe zijn’. Het is een neurologische aandoening die het leven nogal plat legt, letterlijk, met bank- en bedliggen als dagvulling.

“ME, waarnaar in de literatuur ook wel wordt verwezen als chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), is een ernstige, complexe ziekte, waarbij een fundamentele ontregeling van het centrale zenuwstelsel, immuun- en endocrien systeem optreedt. Daarnaast zijn er vaak gastro-intestinale problemen en altijd stoornissen in de energievoorziening (vaak ook cardiovasculair). Chronische vermoeidheid wordt daarbij niet meer als hoofdklacht gezien.” (citaat afkomstig van psychfysio.nl)

De impact van de aandoening op mijn leven en dat van mijn gezin, is bijna niet in woorden uit te drukken. De onmacht, mijn zelfredzaamheid die verdween, alle gemiste hoogte- en dieptepunten in het lagere schoolleven van mijn kind, het verlies van baan, inkomen, vrienden, gebrek aan begrip voor wat ons overkwam, de onzekerheid en stress, hebben er diep in gehakt. ME is een aandoening die door velen niet begrepen wordt en daarom niet voor vol wordt aangezien. Dat begrijp ik wel. Je ziet ME-patiënten weinig omdat ze meestal op bed liggen. En als je ze al eens ziet, dan is het op een goed moment. Wat je niet ziet, zijn de instortmomenten.

Heel lang heb ik mij geschaamd. Had ik maar een andere aandoening gekregen, eentje die meer geaccepteerd is. Of voor vol wordt aangezien. Of nog erger (en zinlozer): de gedachte dat ik mezelf ziek had gemaakt. Dat ik iets fout had gedaan om zo ziek te worden. Veel mensen die ziek worden of iets naars meemaken zoeken naar voortekenen of verwijten zichzelf van alles. ‘Had ik maar dit of dat niet gedaan, wel gedaan, meer gedaan…’ Dat stadium en die manier van denken ben ik gelukkig voorbij. En met het afschudden van de schaamte, kon ik ook beter voor mezelf zorgen, mijn grenzen beter bewaken.

Inmiddels ben ik nu 7,5 jaar ziek. Ik heb veel vooruitgang geboekt. Ik lig niet meer hele dagen plat en geniet van wat kan en wat lukt. Dat is nog steeds wel met veel beperkingen. Elke dag maak ik keuzes tussen wat ik wil, wat ik kan en wat ik moet. Ik heb geleerd dat douchen vóór bezoek ontvangen gaat. Dat ik beter mijn energie kan stoppen in een activiteit die ik elk moment kan stopzetten. Dat een keer stofzuigen hartstikke fijn is voor mijn gevoel van eigenwaarde (wie had dat ooit gedacht) maar dat mijn spieren dat nog steeds niet goed trekken.

Bovenal heb ik geleerd niet te veel te verwachten. Te genieten van wat lukt. Niet boos te worden wanneer mijn lijf het laat afweten. Ik heb geleerd heel zuinig te zijn met de energie die er is. Ik doe vooral dingen met deze energie waar ik blij van word. Dus schrijf ik. Lees ik. Geniet ik van mijn gezin en katten. En laat ik veel aan me voorbij gaan, de wereld draait ook wel door zonder mij.

Ik heb ook geleerd – na veel gevloek, getier en teleurstellingen – om me niet meer met mijn toekomst bezig te houden. Bijna 7 jaar lang heb ik gedacht ‘straks als ik beter ben ga ik: boeken schrijven, werken als budgetcoach, een voedingspraktijk opzetten…..Nu ben ik eindelijk zover dat ik besef dát ik misschien niet meer beter word, niet beter dan dit. Dat dit het is en dat ik maar beter kan genieten van vandaag.

Ziekzijn is niet alleen maar negatief. Want ook een ziek persoon heeft fijne momenten, leuke dagen, een lachstuip of een giechelbui. Daarin verschil ik niet zoveel van een ander. Het moeilijkste evenwel van mijn ziekte vind ik, is het niet gezien worden. Letterlijk. Ik ben verdwenen uit het normale dagelijkse leven van de meeste mensen waarmee ik omging. Het besef ontbrak bij velen dat mijn leven (of liever gezegd ons leven, want M. en S. moeten hier ook mee om zien te gaan) totaal in elkaar klapte. En ziekzijn is altijd zonder een netjes van te voren aangekondigde einddatum. Er wordt geen pakketje bij je afgeleverd met: ‘ten minste houdbaar tot eind 2017, daarna knapt u weer op’. Je kunt niet naar de winkel gaan en zeggen: ‘doe mij maar een ander lichaam want dit lijf bevalt niet zo’. Dit is het en hier moet ik het mee doen. En dat dit drama wat ons overkwam zó veel onverschilligheid ontmoette – omdat kennis ontbreekt van wat ME is – dát is wat mij diep heeft geraakt.

Ik ben niet uniek. Velen hebben een nare ziekte. Leven met kanker, reuma, diabetes of ander leed met een grote impact op het leven. Maar dit is nu eenmaal ‘mijn aandoening’ waarvoor ik aandacht wil vragen. In de hoop dat jij als lezer nu iets meer van ME begrijpt en de impact ervan. Dát wilde ik graag de wereld in slingeren, op wereld ME-dag. Omdat ik de woorden heb. Komen de woorden soms zo vervormd mijn mond uit, de pen volgt wel mijn brein.

Dank je wel voor je aandacht!

Vakantie

De mannen zijn de komende 2 weken vrij van school en van werk. Dus neem ik ook vrij. Ik neem vakantie van alles wat moet en wat hoort en ga 14 dagen lang eens goed genieten van niets doen, geen lunches die in de vroege ochtend moeten worden klaargemaakt, geen ruzies met de verzekeraar die meent dat S. en ik niet voldoende zijn verzekerd voor een beugel en nu declaraties afwijzen en eigenhandig ineens polissen met niet kloppende gegevens naar ons mailen, lekker uitslapen en bijkomen.

Ik doe nooit zo veel, daar train ik mezelf al jaren in – en dat is best een pijnlijke training en harde les geweest – maar toch zit het dagelijks leven vol met moet-dingen en die gooi ik de komende tijd allemaal overboord. Ik neem mezelf voor om me het op alle fronten makkelijker te maken en elke stem te snoeren die in mijn brein brult dat ik eigenlijk elke dag moet mediteren, wandelen, beter paleo eten, nee 3 keer daags warm eten, nee: meer smoothies of toch gewoon een vastenkuur?