Het lied van de merel 🎵

Wij wonen in een woonwijk aan een park. Dus zijn er altijd omgevingsgeluiden die via mijn slaapkamerraam naar binnen komen. Scooters die door het park scheuren, pubers die op de hangplek recht tegenover ons huis ’s avonds bij elkaar komen en herrie maken, kleine kindjes die gillen van pret als ze op de schommel in het park zitten, blaffende honden, de plantsoenendienst die wekelijks met maaimachines aan de slag gaat.

En, iets dichterbij huis, buren die klussen, buiten in de tuin op luide toon telefoneren, die vanuit hun tuin een gesprek gaan voeren met iemand in het park, buurmeisjes die, zo te horen, van driftaanval naar driftaanval leven en veelvuldig door hun ouders in de tuin worden geparkeerd.

Over het algemeen ben ik een gelukkig mens. Want als slechthorende heb ik altijd de mogelijkheid mijn gehoorapparaten uit te doen. Ik kan kiezen voor een stille wereld wanneer ik maar wil.

Maar soms, héél soms, is de wereld stil als ik wél ingeplugd ben, op een zingende merel na. Vanmorgen heb ik drie kwartier geluisterd naar een concert. En even, heel even, was alles zo vredig en goed. Tot er verderop iemand een zaagmachine aanzette en ik snel mijn apparaatjes weer uitdeed.

©MinofMeer 🍀

(Afbeelding Pixabay)

Schoon


Na precies 3 maanden
Is het zo ver
Ik ga douchen!

Voor wie denkt
Dat douchen simpel is
Dat is het niet

Uitkleden
Naar de badkamer lopen
Op een douchekruk zitten
Me laten afsoppen
Me laten afdrogen
Badjas aan
Teruglopen
Op bed liggen
Een half uur enorme euforie
Gevolgd door misère
Die één of meerdere dagen
Kan gaan duren

Desalniettemin
Ben ik weer schoon
Besnuffelbaar en aaibaar

De prijs is hoog
Maar dan heb je ook wat
En dat telt ook

©MinofMeer 🍀

Brief


Lieve Beste Geachte ME,

Je neemt
En neemt
Als Rupsje Nooitgenoeg
Je vernedert
Veroorzaakt pijn
Bent meedogenloos
Perst het leven uit mij
Jaagt mijn vrienden weg
Sluit me op
Bindt me vast
Geeft vaak valse hoop
En je geeft nooit
Echt nooit
Rechtstreeks antwoord
Communiceren met jou
Is als praten met een geest

Even
Héél even
Dacht ik
Dat jij ging winnen
Want ik ben moe
Zo uitgeput
Aangetast
Gevloerd

Maar denk niet
Dat jij wint
Want ik ben
Een communicatiewonder
Gepromoveerd in balanceren
Op een dun koord
Gespecialiseerd in
Vallen en weer opstaan
Zéér geoefend
In altijd doorgaan
Ik beweeg zó langzaam
Dat jij niet door hebt
Dát ik voorwaarts kruip

Ik geef me over
Reageer niet meer op jou
Laat jou je ding doen
Je doet maar
Ik ben ik
Beter dan jij
Mijn intenties zijn zuiver
Mijn humor is groter
Mijn wilskracht is sterker
Mijn draagkracht is onverminderd

En ik leer van jou
Elke dag weer
Ik bestudeer jou
Bespied jou
Ken je valkuilen
Je zwakke plekken

Ik ga dit winnen
Niet jij
Want jij kan
Mijn lichaam breken
Maar niet mijn geest
Laat dat duidelijk zijn

Voorwaarts kruip!

Hoogachtend,
©MinofMeer 🍀

(Afbeelding Pixabay)

Mijn eerste liefde

Vandaag is het de sterfdag van mijn eerste kat. Zoals Joris was er maar eentje. Overweldigend in zijn onaangepastheid en streken maar ook in de liefde die hij gaf. Ter ere van hem een verhaal uit de oude doos.

😻

Hoewel ik dol ben op kittens heb ik er weinig ervaring mee. Het dichtst in de buurt komen Smoes en Moos die naar schatting drie tot vier maanden waren toen we ze vonden (Moos) en via het asiel kregen (Smoes). Dat komt ook omdat ik mezelf nooit toestemming heb gegeven om zo vanuit een nestje een kitten te nemen. Ik vind dat wie een huis nodig heeft, de weg wel naar ons vindt. Kittens komen meestal wel terecht maar oudere katten waar iets mee is, hebben meer moeite om een huis te vinden.

Zo was het ook met mijn eerste kat, Joris. Een zwart-witte koe-kater van 6 kilo met een nogal uitgesproken karakter. Hij zwierf begin jaren ’90 op de Prinsengracht in Amsterdam en werd daar gevoerd door bewoners. Toen hij ziek werd brachten ze hem naar het dierenasiel. Daar zat hij te verpieteren want niemand wilde hem. Hij was nogal wild en onaangepast.

Toen ik op een dag besloot het kattenleed in de wereld te verminderen door er op zijn minst eentje te redden, toog ik naar het asiel met mijn huisbaas B. Hij had een auto en ik niet, vandaar.

Doet u mij de kat die hier het langst zit‘, zei ik zelfverzekerd. Waarop me werd verteld dat dát niet aan te raden was, het beest was een kreng. Na wat onderhandeling besloten we dat ik even met de kat alleen mocht zijn om te kijken of er een klik was.

Die was er niet, meneer zat met zijn rug naar me toe en keek niet op of om. Dan had ik nog geluk, want meestal viel hij mensen aan. Zijn houding veranderde op slag toen ik een touwtje tevoorschijn haalde. Hij was dan een kreng, hij was ook speels! Dus besloot ik het erop te wagen.

Omdat ik nog geen kattenreismand had, kreeg ik van het asiel een kartonnen reismand mee. Tijdens de rit terug zag ik eerst een nagel en toen meerdere nagels door het karton snijden en bij thuiskomst zaten we met een dolle agressieve kat in de auto die we toch op de één of andere manier het huis in hebben weten te krijgen. Hoe precies, dat weet ik niet meer, dat heb ik waarschijnlijk verdrongen.

Dat was het begin van vele momenten dat ik op tafel kroop en koest! af! lief! riep. Werkte niet natuurlijk. Wat ik eraan moest doen wist ik niet. De enige kattenervaring die ik tot dan toe had was met onze kat Floris bij mijn ouders thuis, die we poppenkleertjes konden aandoen en dan gingen we met hem wandelen. Dat was geen kat maar een lief sukkeltje en niet te vergelijken met het monster dat ik in huis had genomen.

Alles ging eraan. Wollen truien werden zonder pardon binnen een paar minuten uit elkaar gerukt met nagels en tanden. Het terrarium van huisbaas B. dat beveiligd was met dubbel glas en zijn grote trots, bleek een makkelijk te schillen appeltje voor Joris te zijn. Ontdekte ik, toen ik hem midden in de glasrestanten zag zitten met een staart uit zijn bek.

Op een dag werd er aangebeld en bleek Joris van vier hoog naar beneden achter een duif aan te zijn gesprongen. Hij had een gebroken heup. Ik had inmiddels een lege portemonnee na het opnieuw inrichten van het terrarium, het continu moeten betalen voor de schade die hij aanbracht in huis en de dierenartskosten.

Toch was die gebroken heup wel een omslag. Hij kon niet lopen maar alleen een beetje kruipen en hij had mij nodig om bijvoorbeeld op zijn bak te kunnen. De band tussen mens en kat verbeterde aanzienlijk.

Die werd nog beter toen ik een vriend kreeg die niet op tafel kroop als hij agressief deed – de kat, niet mijn vriend 😉 – maar die deed wat Joris deed, er achter aan rennen dus. Ik zou het zelf nooit aanbevelen maar bij deze kat werkte het. Hij werd wat rustiger en beter benaderbaar. Al zat bezoek nooit echt lekker op de bank als hij zat te loeren naar ze.

De grote omslag in het leven van Joris kwam toen ik een klein poesje mee naar huis nam. Mijn toenmalige schoonzus had in de supermarkt een man aangesproken die een kleine kat in zijn jaszak had. Hij drukte het beest in haar handen en verdween. Maar zij had al 5 katten, een kleuter en een bijstandsuitkering en bovendien waren haar katten absoluut niet gecharmeerd van het poesje. Dus  zat ik voor ik het wist in de tram met dat katje onderweg naar huis, met de belofte dat ik er een huisje voor zou zoeken. Ondertussen hopend dat Joris niet dacht dat ik een lekkere snack voor hem had meegebracht.

Groot was de verbazing toen Joris een complete gedaanteverandering onderging. Aanvankelijk was er wat geblaas en gegrom maar na de eerste nacht werd ik wakker en zag ik ze op de bank in elkaars poten liggen. Joris was verliefd, héél erg verliefd. En werd daarmee de goedzak die hij bleef tot hij op hoge leeftijd overleed.

Ik kon alles met hem doen, hij was lief en groot en erg aanwezig en heel gelukkig met zijn Dorrit. Hij was overweldigend in de aandacht die hij kon geven, voelde het aan als ik verdrietig was en kwam me dan troosten. Streken bleef hij wel houden. Hij speelde graag dat hij dood was als vriendin S. hem eten ging geven als ik op vakantie was. Dan lag hij met de poten in de lucht, niet knipperen met zijn ogen, niet zichtbaar ademen en als S. dan voorzichtig naderde – ze is allergisch voor katten het arme mens – sloeg hij toe.

Hij overleed op 7 juni 2006. We gingen meteen daarna op vakantie naar Italië en ik zie me nog liggen in de tent, brullend van verdriet. Toen ik Smoes via het asiel kreeg in september 2006, heeft het asiel een geschatte geboortedatum in zijn dierenpaspoort gezet. Geschat, want Smoes was gevonden (in een sloot in een doos maar dát is een ander verhaal). Toen ik die datum zag kreeg ik wel even kippenvel: 7 juni 2006. Dat heeft zo moeten zijn.

Alle katten zijn mij dierbaar. Maar Joris was een wel heel bijzonder beest. En dat was hij.

“once you’re in there is no way out.”

Precies 7 jaar geleden wandelde Dibbes onze tuin in. Hij wandelde ook zo mijn hart in. Daar woont hij sindsdien.

Geen kat werd ooit zo gekoesterd en verwend door mij.

Op de foto’s de eerste foto ooit die ik van hem nam en de tweede foto is gisteravond genomen. Het verschil zegt alles ❤️.

Veel mensen zeggen dat Dibbes maar boft. Dat we zoveel geld uitgaven en moeite deden om een zwerfkat te redden. Maar, het klopt echt wat ze zeggen: “once you’re in there is no way out.” Niets is zo overweldigend mooi als een verwaarloosd dier te zien ontspannen en merken dat hij zijn vertrouwen durft te geven. Geen grotere liefde dan van een dier dat nooit eerder liefde kreeg.

De verkeerde ziekte

De laatste dag van ME-awarenessmaand.

Ik kreeg deze maand veel liefdevolle ondersteunende reacties. Ik heb ook het geluk dat mijn familie als een blok achter mij staat.

Hoe anders was het in de beginjaren. Ook toen steunde mijn familie mij, maar al die vrienden die ik had? De meesten zijn verdwenen. In het begin dacht ik dat het aan mij lag. Dat ik niet goed genoeg meer was, iets fout had gedaan. En het zal zeker hebben meegespeeld dat het moeilijk is contact te houden met iemand die chronisch ziek is.

Maar wat ook meespeelde is dat ik blijkbaar de verkeerde aandoening kreeg. Mijn leven stortte in en veel mensen toonden geen enkele empathie.

In eerste instantie werd ik gediagnosticeerd met een burn out. Toen kreeg ik wel veel begrip. Maar toen ik maar niet beter werd, werd dat al minder. Ik maakte mee dat vrienden die ik op de hoogte bracht dat het inmiddels duidelijk was dat het geen burn out was maar ME, nooit meer iets hebben laten horen

Het is moeilijk zoiets te moeten ervaren. Ik heb me nog nooit zo alleen voelen staan.

Dat gebrek aan empathie komt niet omdat mensen stom zijn. Maar vanwege de onbekendheid van myalgische encefalomyelitis en het stigma.

Inmiddels heb ik veel nieuwe mensen leren kennen. Ik voel me onderdeel van een gemeenschap en allemaal hebben we dezelfde wens, beter worden. Een aantal van deze mensen staat zeer dicht bij mij, al liggen ze soms 100 km verderop in een ander bed.

Maar het kwijtraken van die vrienden waarvan ik echt dacht dat ze heel dicht bij mij stonden heeft wel flinke sporen nagelaten. Daarom is het nog steeds nodig aandacht te vragen voor ME. Opdat mensen begrijpen en beseffen dat deze diagnose afschuwelijk is om te krijgen en afschuwelijk is om mee te leven.

En voor die lieverds die wel zijn gebleven (of erna in mijn leven zijn gekomen), you know who you are ❤️.

(Credits afbeelding millionsmissingvoice)

Komt dat zien!

Elke dag bezoek ik het kattentheater, dat doorlopend, 24/7, voorstellingen geeft. Het kost wat zo’n doorlopend abonnement maar dan krijg je ook wat.

Als je dit theater zou willen omschrijven, dan denk ik dat improvisatietoneel het beste de lading dekt. Een regisseur lijkt niet aanwezig te zijn. Acteurs wisselen hoofd- en bijrollen af. Waarbij opgemerkt moet worden dat dit vaak gepaard gaat met het zwiepen van de staart in andermans snoet. Voor de ontvanger van de staartzwiep een teken dat het staan in de spotlights lang genoeg heeft geduurd en dat er gewisseld moet worden.

Elk van de acteurs heeft een eigen specialisme. Zo zorgt Dibbes voor dramatische diepgang maar hij is ook een zeer goede clown en acrobaat. Hij kan zeer overtuigend een dwingeland spelen maar je als toeschouwer ook tot tranen toe roeren.

Smoes is het soort acteur dat altijd de goedzak moet spelen en er een vrolijke boel van maakt. Springt dwars tussen de zorgvuldig opgestelde decorstukken heen, verstoort elke scène maar niemand die het iets kan schelen want iedereen houdt van hem.

Moos wenst alleen koningsrollen te spelen en claimt soms te lang de plek in de spotlights. Al zit daar als we er een psycholoog op loslaten, vast een enorme behoefte aan bevestiging achter. Het is grappig te zien dat die behoefte aan bevestiging ook bij Dibbes een grote rol speelt. Maar de uitwerking van het toneelspel van beide acteurs is heel anders.

En dan Gerrie, de vierde en laatste acteur. Dat is er een met onvermoede talenten. ‘Kan niets zijn’ denk je. ‘Mwah, even kijken wat dat is’. En dan eist hij met zijn optreden de volledige aandacht op en maakt een verpletterende indruk. Vooral scènes waarin hij kopstoten moet uitdelen, laten diepe sporen achter bij het publiek. Het wordt dan ook aanbevolen paracetamol mee te nemen gezien het feit dat er sprake is van een continu wisselwerking tussen publiek en toneelspelers.

Van de bezoeker wordt een actieve deelname verwacht. Deze bestaat uit plat liggen op bed en bereid zijn te fungeren als decorstuk, toneelvloer en mede-acteur. Deze interactie tussen toneelspelers en publiek gaat op een speelse en natuurlijke manier en doet niet geforceerd aan.

Ik bezocht al veel voorstellingen van dit gezelschap. Vooral het spektakelstuk ‘Hoeveel katten passen op één mens’ mocht rekenen op een staande ovatie. In gedachten dan, want ondergetekende kon door het gewicht van de katten niet meer opstaan.

Een aanrader!

Gezien: kattentheater, doorlopende voorstelling
Waar: huistheater Hoorn, reserveren verplicht
Eindoordeel: *****

Een slap aftreksel



Er ligt een vreemde vrouw
In mijn bed
Die doet alsof ze mij is!

Ze lacht wat
Praat wat
Schrijft wat
Huilt wat
Doet haar dingen
En ondertussen
Schuift ze mij
(Het origineel!)
Geniepig en beslist
Het bed uit

Daar lig ik
Onder het bed
Te luisteren
Naar dat slappe aftreksel
Dat doet alsof ze mij is

Niemand die het merkt
Niemand die het ziet
Maar ik weet
Dat zij niet mij is
Een grof schandaal
En dat is het

©MinofMeer 🍀

Magie

Sinds ik sinds half september vooral plat lig, krijg ik niet heel veel meer mee van de seizoenen. De herfst ging over in de winter en inmiddels is het volop voorjaar. Ik lig vanwege de overprikkeling vaak met de gordijnen dicht dus maak het niet echt mee. Een heel enkele keer kan ik even buiten zijn.

Soms gluur ik als ik richting toilet loop door de luxaflex naar buiten. Dan zie ik onze tuin in volle glorie, het is één grote bloemenpracht nu. Onze tuin grenst aan een park en ook dat ziet er schitterend uit.

Die gluurmomentjes zijn heel fijn en heel pijnlijk tegelijk. De buitenwereld zo te moeten beleven, het gevoel afgesloten te zijn van alles, het raakt me diep. Vooral op zonnige dagen voel ik dat sterk omdat ik juist dan door het felle zonlicht overprikkeld raak en de gordijnen echt zoveel mogelijk dicht heb. Ik hoor spelende kinderen, weet dat mensen in hun tuin genieten en het gaat allemaal aan mij voorbij.

Maar op die zonnige dagen is er altijd één moment dat de pijn verzacht. In de avond staat de zon recht op onze slaapkamer. Het zonlicht is dan zachter, warmer. Als ik dan de gordijnen iets open schuif komt dit avondlicht door de luxaflex naar binnen. Één magisch kwartier lang baadt de hele slaapkamer in een warme gouden gloed. En tijdens dat kwartier is alles goed, zo goed. Alsof iemand me vasthoudt en zachtjes wiegt.