Ontspanning

Eindelijk had ik weer eens een redelijk goede week. De week hiervoor had ik vooral plat doorgebracht en ook het afgelopen weekend was heel rustig omdat de mannen op stap waren naar een familieweekend met kookworkshop. Ik merkte dat de rust me echt goed deed en deze week verliep daardoor beduidend relaxter.

Hoogtepunt voor mij was een middagje sauna. Het was echt lang geleden dat ik dat had gedaan. 5 minuten van ons huis is een grote sauna waar het heerlijk toeven is. Dat ik er echt lang niet was geweest was bleek wel uit het feit dat er inmiddels een paar sauna’s bij gebouwd waren. Een daarvan is met zoutstenen en die stenen geven niet alleen warmte af maar stralen ook een heel fijn zacht licht uit. Bovendien is de temperatuur in deze sauna niet zo hoog (60 graden, terwijl in de meeste sauna’s de temperatuur rond de 80-95 graden is) waardoor het voor mij goed vol te houden was.

zoutsteencabine van sauna Suomi, Hoorn, afb. afkomstig van hun site

Later las ik dat dit zoutsteen – uit het Himalayagebergte – trouwens voor van alles en nog wat goed is. De mineralen in het zoutsteen hebben een medicinale werking.  Het is goed voor de stofwisseling, de luchtwegen en de werking van de schildklier. Door de lagere temperatuur kun je er bovendien met gemak een half uur inzitten, zo niet langer. Ik vond het in ieder geval top.

Wat ik bijzonder fijn vond om te merken is dat mijn lichaam nu heel anders reageerde dan pak em beet twee jaar geleden. Toen ging ik ook af en toe naar de sauna omdat de warmte een goed effect had op mijn spierpijnen die ik toen door de ME heel veel had. Ook vond ik het goed om af en toe flink te zweten omdat ik natuurlijk nooit kon sporten. Ik had het idee dat ik zo flink afvalstoffen kon afvoeren. Maar ik kon hooguit 2 tot 3 minuten per keer in de sauna zitten en dat maximaal drie keer. Een saunabezoek was bij mij dan ook snel voorbij. Aan- en uitkleden was erg inspannend en mijn moeder bracht en haalde me soms met de auto, terwijl het hier dus zowat om de hoek is! De dagen na een saunabezoek kon ik niets doen.

Nu merkte ik echt een enorm verschil. Aan- en uitkleden is geen gedoe meer. Ik ging 3 keer in de infraroodsauna (want die spieren zijn weliswaar niet mee zo pijnlijk maar nog steeds wel een issue), een keer in de tulisauna (houtgestookt, dus heerlijk in een vuurtje staren) en een keer in de zoutsteensauna. Al met al was ik zoet van half 2 tot bijna half 6. Ik kon per keer veel langer in de sauna blijven. Ik had twee dagen na het bezoek wel een typische ME-terugslagdag (reageren met vertraging op een inspanning is kenmerkend voor ME) maar ik heb lekker uitgeslapen en veel plat gelegen en toen was het wel weer klaar.

Ook merkte ik vooruitgang aan andere dingen. Ik kon me daar makkelijker ontspannen en vrouwen die luidkeels aan het kletsen waren buitensluiten. Lawaai en prikkels storen me minder. Ik zat op een gegeven moment gewoon heerlijk te mediteren in de zoutsteensauna en wat er om me heen gebeurde boeide me en raakte me niet.

Ik ben er nog lang niet en prikkels buitensluiten in een sauna gaat makkelijker dan prikkels buitensluiten op de markt of in een druk café, maar ik vind het wel heel bemoedigend. Soms vergeet ik waar ik vandaan kom. De slechte dagen van nu zijn de topdagen van een paar jaar geleden. Dat is goed om mezelf voor ogen te houden als ik me eens zielig voel.

Het beviel zo goed dat ik me heb voorgenomen voortaan één keer in de maand een middagje sauna te doen. Ga ik betalen van mijn zakgeld. Als het vakantiegeld dan binnen is, neem ik een 10-badenkaart, dat scheelt aanzienlijk.

Ben jij ook zo dol op de sauna of vind je het helemaal niets?

Reageren met een vertraging

Nee, ik had geen flauw idee waardoor ik me zo voelde, loog ik glashard tegen de fysiotherapeute. Die vroeg zich af waarom ik er zo verkreukt uitzag afgelopen maandag. Ik weet het wel maar ik wil niet altijd eerlijk zijn. Want waarom zag ik er uit alsof ik in vliegende vaart tegen een muur was opgelopen? Nou, omdat er zo nodig 4 vuilniszakken, een paar dozen en een paar kratten het huis uit moesten worden gewerkt, in het kader van ontrommelen.

Voor de duidelijkheid en uw beeldvorming: ik sjouw niet met zware spullen. Ik zet een lege krat neer en gooi daar ongewenste zaken in. Is de krat vol, dan schuif ik deze naar een strategische verschrikkelijke sta-in-de-weg-plek alwaar deze subtiele hint rap door M. wordt opgepikt en het krat zijn weg richting halletje mag vervolgen.

Ook de weg van hal naar kringloop gaat zonder spierkracht van mijn kant. Wél ben ik aanwezig tijdens deze laatste reis, als een soort mentale aanmoediging en ook omdat het wel zo netjes is naar M. toe, die dat allemaal weer moet sjouwen. Ik doe eigenlijk alleen het ontrommelen en het denkwerk. Na die actie van vorige week deed ik dagen niets, want ik heb wel iets geleerd de afgelopen jaren. Nou ja, niets doen: ik keek de leuke dvd serie ‘Thicker than water’ (nu eens geen thriller) en verder zorgde ik dat het eten op tafel stond in de avond. Wandelen en huishouden liet ik zitten, ik hield me rustig.

De grote klap van het vorige week te veel doen in huis, kwam precies een week later. Eén van de kenmerken van ME is dat je lichaam reageert met een vertraging. Dus heb ik een week nadat ik wat heb opgeruimd daadwerkelijk spierpijn. Mijn spieren trillen alsof ze zojuist – en niet een week geleden – 40 boeken in een krat hebben gedonderd. Zo zit ik in elkaar. Dat is al jaren zo. Toch blijft het best bijzonder, dat lijf van mij.

De kunst is om ondanks mijn lijf tóch wat gedaan te krijgen. De kunst is om de eisen die ik heb, aan te passen aan de realiteit waarin ik leef, maar zonder meteen alle dromen te laten varen.  De kunst is te vinden zonder te zoeken en te zijn zonder te gaan. De kunst is de vertraging in te bouwen zonder te versnellen om nog even iets voor elkaar te krijgen.

Ben jij ook zo’n evenwichtskunstenaar?

Stille wereld

Al zo lang als ik me kan herinneren ben ik doof. Net iets te vaak als kind een oorontsteking gehad blijkbaar. De bewijzen daarvan zijn nog te vinden in een oud fotoalbum. De foto’s zijn wat verschoten maar er is goed te zien dat ik daar als klein kind van pak em beet een jaar of 6,7 voor de prachtige jaren 70 bungalowtent van mijn ouders lig, ondanks de hitte goed ingepakt en met een gezicht als een oorwurm. Want wat een onrecht was dat toch, op een camping mét zwembad zijn en daar mocht ik dan alleen naar kijken, maar niet in zwemmen. Want dat is geen goed idee met een oorontsteking.

Die ontstekingen zijn een rode draad in mijn leven gebleven, net als het doof zijn. Maar waar de ontstekingen gepaard gaan met veel ongemak, heb ik het doof zijn nooit als vervelend ervaren. Niet omdat ik niet beter weet (ik weet wel beter want ik had jaren een gehoorapparaatje) maar omdat ik prijs stel op mijn stille wereld.

Aan die stille wereld kwam ruw een eind toen ik een gehoorapparaatje kreeg. Hoewel ik zelf best tevreden was in mijn stille cocon, scheen ik onhandelbaar te zijn in de omgang. En dat was onhandig. Op kantoor tijdens vergaderingen bijvoorbeeld. Ja, je moet mij natuurlijk ook geen notulen laten schrijven en veel gemaakte afspraken en voornemens ontgaan mij volledig. Ik ben daarentegen wel kampioen in gezichtsuitdrukkingen peilen, tussen de zinnen door lezen en ook liplezen gaat me aardig af, mits de spreker me aankijkt en geen onverstaanbaar dialect spreekt waarbij alle klinkers worden ingeslikt of een snor heeft.

Met mij uit eten gaan zonder apparaatje is een uitdaging, daar kwam M. ook snel achter. Romantisch fluisteren in mijn oor is er niet bij, je kunt beter een luidspreker meenemen of met gebaren uitbeelden wat ik in je oproep. En voor M. zijn intrede deed in mijn stille wereld, raakte ik regelmatig betrokken bij allerlei onhandige toestanden en bleek ik op feesten afspraken te hebben gemaakt met wezens van allerlei afkomst omdat mijn tactiek jaren dezelfde was: ik riep 3 keer boven de muziek uit: ‘ik hoor je niet goed, ik ben heel erg doof’ en als dat niet het gewenste resultaat had (en mensen door bleven praten over hun hobby/vriendin/kat/trauma’s) antwoordde ik gewoon op alles met 2 keer ja en 1 keer nee. Dat is overigens een tactiek die ik iedereen aanbeveel, als je meer avontuur in het leven wenst.

Mensen die doof zijn, kijken je altijd aan. Doe ik ook. Als iemand iets zegt tegen mij, kijk ik naar de mond en de ogen, héél aandachtig. De meeste mensen doen dat niet heb ik inmiddels geleerd. En dat luisteren met aandacht wekt soms verwachtingen op en doet wat met de vertellende partij. Mensen vertellen me alles, storten hun leven uit over mijn wereld en dat ik de helft niet hoor, ontgaat ze.

Aan mijn stilte kwam een eind toen ik erachter kwam dat ik bij elkaar maar één goed oor had. Ik had altijd een doof oor en een héél doof oor en toen het beetje dove oor er tijdelijk mee ophield door een ontsteking, was ik hermetisch afgesloten  van de wereld en was communicatie niet te doen. Op naar de dokter die na het oplossen van de ontsteking nog maar eens een testje deed en concludeerde dat ik inmiddels bij elkaar maar één goed oor had en dat dit wellicht wat weinig is.

Op naar de gehoorapparaatjesmakermeneer. Er werd gepast en gemeten en hop, ineens had ik een apparaatje in mijn oor. Als dove liep ik naar binnen en ingeplugd liep ik naar buiten. Dat was nog best een traumatische ervaring want op het moment dat ik voet buiten de deur zette in Amsterdam kwam de tram voorbij, vloog er een vliegtuig over en knalden er twee auto’s bijna op elkaar wat gevolgd werd door veel gescheld en getoeter. Ik wou plat op de grond gaan liggen en dekking zoeken. Later ontdekte ik dat dit de normale geluiden van het leven van alledag zijn. Niets om je druk over te maken dus. Om me gelegenheid te geven rustig te wennen aan de geluiden, zou ik nog bellen voor het passen en meten van het apparaatje voor het andere oor.

Er ging een wereld voor me open. Faxapparaten piepten. Ik hoorde collega’s in zichzelf mopperen. Ik moest ineens gaan notuleren. Sociale gebeurtenissen bleken energieopslorpers waaraan geen ontsnappen mogelijk was. En zelf een sleutel in een deurslot steken maakt geluid! Zo veel geluiden die ik liever niet wil horen!

Het eerste apparaatje was geen succes. Ik heb het weken geprobeerd maar toen een collega aan me vroeg of ik wist dat er bloed uit mijn oor kwam, was de maat vol. Die maat daar ging het trouwens om, ze maken bij het meten een mal van je oor en die van mij was verwisseld met die van iemand anders. Dus ik liep met iemand ander zijn maten in mijn oor, en dat deed pijn.

Na een paar weken wachten, kwam het nieuwe apparaatje en dat paste.Nou ja paste, ik heb er nooit aan kunnen wennen. Niet aan de teringherrie die mijn leven insloop en ook niet aan het apparaatje zelf. Ken je het gevoel van onder water zwemmen, de druk die op je oor ontstaat? Zó voelt dat apparaatje voor mij. Het apparaatje bracht ook problemen met zich mee. Om de haverklap had ik weer ontstekingen. Als ik de telefoon tegen mijn oor deed om een gesprek te voeren, dan kwam er een keiharde penetrante piep uit dat ding. Zo ook als ik in de winter een muts opzette of oorwarmers opdeed. En trouwens, ik hoorde dan wel beter en meer, één van de grootste problemen van mijn doof zijn, loste het niet op. Ik ben atypisch doof. Dat betekent dat de gehoorstoornis links van een andere orde en oorzaak is dan rechts.Bij elkaar zorgt dat ervoor dat ik onder meer niet kan onderscheiden waar een geluid vandaan komt. Kom je mij tegen op straat en ga je hard gillen om mijn aandacht te trekken, dan heb je grote kans dat ik de andere kant op loop. Ik hoor niet waar het geluid vandaan komt. Een apparaatje lost dat niet op, ik hoor alleen maar meer en harder geluid maar nog steeds niet waar het vandaan komt.

En zo bleek het apparaatje weinig op te lossen. Communicatie met mij bleek nog steeds moeizaam te gaan want na het opnemen van de telefoon moest ik eerst het apparaatje eruit halen omdat ik door de piep niets hoorde. Zonder apparaatjes hoorde ik geen piep en wel iets, wat meer is dan niets. Nog steeds vooral vervelend voor de andere partij. Maar ja, wie zegt dat communiceren mijn sterkste kant moet zijn? Is toch ook maar zo’n overtrokken gedoe vinden jullie ook niet? Zonder apparaatje is er bovendien meer ruimte voor nuances en misverstanden kunnen trouwens heel prettig uitpakken, het laat ook nog wat over voor de fantasie. En bovendien, mijn gezin lacht zich dagelijks een breuk om wat ik meen te horen. Dus deed ik het apparaatje uit en legde het in een schaal. Van de schaal verhuisde het naar een la. Voor in de la, achter in de la. Ineens zijn we 8 jaar verder en vinden we een oud apparaatje in de la. Zou hij het nog doen? Batterijtje erin, inpluggen, schrikken!!!! Snel weer uit doen. Terug naar de stille wereld.

Mis ik dan niets? Nee niets, of wel heel veel maar dat weet ik niet. Behalve de vogeltjes, die mis ik soms wel. Die hoorde ik ineens toen ik was ingeplugd. Het was toentertijd een aangename verrassing dat ik ontdekte dat er vogeltjes waren in Amsterdam die ik kon horen als ik naar mijn werk fietste. Nu woon ik niet meer in Amsterdam en kijk ik uit op een park met veel vogels. Ik denk de geluiden er wel bij, dat voldoet ook, voor mij.

Kleine tegenvaller

Wat was ik opgelucht dinsdagavond na het bezoek aan het ziekenhuis. Weg met die bult! Zo! Omdat ik opdracht had gekregen de pols verbonden te houden tot laat in de avond, haalde ik vlak voor het naar bed gaan het verband eraf. En wat zag ik: een bult. Groot en keihard. Huh? Dacht even dat het door de drie glazen wijn kwam – weinig als ik gewend ben staat dat voor mij immers gelijk aan comazuipen  – maar ook M. zag de bult.

Via de app met Zus contact gezocht en die wist te melden dat waar geprikt wordt, ook zwellingen zijn. Zij kan dat weten want bij haar in de praktijk wordt met injectables gewerkt en ze is dól op alles wat met bloed en snijden te maken heeft. Op haar vraag hoe het er dan tijdens de ingreep uitzag moest ik het antwoord schuldig blijven, deze held houdt altijd haar ogen stijf dicht in geval van prikken-snijden-hakken.

Dan maar slapen en afwachten tot de ochtend. Nu was slapen best nog een hele uitdaging. Mijn hysterische brein bleef flarden van de dag herhalen. Prikkelverwerking is niet het sterkste punt van ME-patiënten en daarom blijf ik vaak achter met ‘restafval’. Het is geen piekeren maar gewoon een plaat die blijft hangen en hangen en hangen.

Zullen we dan nu maar even kijken of we de bult met een naald kunnen leegzuigen? Nu? Ja nu!
Zullen we dan nu maar even kijken of we de bult met een naald kunnen leegzuigen? Nu? Ja nu!
Zullen we dan nu maar even kijken of we de bult met een naald kunnen leegzuigen? Nu? Ja nu!
Zullen we dan nu maar even kijken of we de bult met een naald kunnen leegzuigen? Nu? Ja nu!
Zullen we dan nu maar even kijken of we de bult met een naald kunnen leegzuigen? Nu? Ja nu!
Zullen we dan nu maar even kijken of we de bult met een naald kunnen leegzuigen? Nu? Ja nu!
Zullen we dan nu maar even kijken of we de bult met een naald kunnen leegzuigen? Nu? Ja nu!

Zo dus. Na wat woelen en draaien veranderde de tekst in:

Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? Voel je dit? ………

aaarrrghhhhh*(^*&Y&IOU&Y!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

Om half 3 in de nacht stapte ik over op plan B en dat is pillen erin gooien om slaap af te dwingen. Dat werkte goed, zó goed dat de wekker wel afging en uitgezet werd maar dat wakker worden pas lukte om een uur of 10. Best lekker na zo’n nacht ;-).

Meteen volgde natuurlijk nog liggend in bed de inspectie van De Bult. Hij is kleiner en zachter en vergelijkbaar met zoals hij de afgelopen paar jaar was. Er is minder druk in mijn arm en de doorbloeding voelt beter. Maar hij zit er nog wel. Nou ja, weten jullie, ik ben te beroerd om me er nu echt druk om te maken. Voorlopig ga ik even helemaal niets doen en zeker niet naar een arts.  Dit meisje is even Heel Erg Moe. Mijn lijf doet pijn en de wereld draait.

Wel bewees ik dat ik heus nog wel eens impulsief en ongepland geld kan uitgeven door een ergonomische muis aan te schaffen die geschikt is voor linkshandigen met carpaal tunnel syndroom. Ik zit weliswaar niet meer hele dagen achter een computer, zoals vroeger op kantoor, maar ik denk toch dat er een relatie is tussen de pijn in mijn arm, de bult en de laptop. Als ik achter de laptop zit, dan doe ik dat meestal zonder muis, zo op de bank. Het wordt denk ik tijd om eens gewoon netjes aan tafel te zitten in een goede houding en met een muis die de pols en arm ondersteunt en niet belast.

Zo dus! Niet helemaal wat ik wilde maar toch al beter dan eerst.

Heb jij nog ongeplande uitgaven gedaan deze maand?

Goed nieuws

Gisteren liet ik een echo maken van de bult aan de binnenkant van mijn pols. Hoewel ik niet medisch onderlegd ben zag ik wel dat het ding vastzat aan een pees. Dat bevestigde het vermoeden van een ganglioon, een goedaardig gezwel dat meestal als een soort verkleving aan een pees vast zit blijkbaar.

Vandaag ging ik voor de uitslag. De chirurg vertelde dat het ding toch gunstig ligt ten op zichte van de slagader. Twee millimeter meer naar links en het had operatief gemoeten, maar nu zei ze: kun je het aan als we het nu proberen leeg te zuigen? O hosanna! Niets beter dan meteen doen in plaats van volgende week. En even een naald erin is vele malen beter dan verdovingstroep in dat lijf! Dus hup naald erin en ik mocht een hand van een lieve mevrouw-assistente-dokter fijn knijpen. Het was niet leuk en het voelt nu best pijnlijk maar ik ben er wel vanaf! Hij kan nog terug komen, dat schijnt een ganglioon vaker te doen en in dat geval gaan ze wel snijden. Maar daar gaan we gewoon niet van uit.

Voor nu: klaar en weer bijkomen van de stress en de vele onverwachte acties van de afgelopen week! Ik ben zó opgelucht. Én ik heb een vriezer stampensvol met eten omdat ik overal op voorbereid wilde zijn, ook altijd fijn ;-).

Zo en dan nu een sigaret, o nee ik rook al 13 jaar niet meer, nou dan maar een wijntje. Vandaag mag dat van mezelf! Jullie bedankt voor alle lieve en mee levende reacties en mailtjes.

Updeet ziekenhuis

Dank je wel voor de lieve reacties! Ik heb dan weliswaar geen hartelijke buurvrouw maar mijn lezers zijn des te hartelijker!

In het ziekenhuis viel het me wat tegen. Ze weten niet wat het is, de kleurt baart ze wat zorgen (blauw) en dat doet vermoeden dat er een verband is met de slagader op die plek. Het zou kunnen dat het een ganglioom is die onder de slagader doorloopt en daardoor blauw verkleurt. Maar dat testen kunnen ze niet, gezien de plek.

Maandag moet ik terug voor een echo, dinsdag voor de uitslag. Als het weg moet worden gehaald dan niet poliklinisch maar in een operatiekamer. Dat is nogmaals vanwege de risicovolle plek. Tja. Ik ga de fietsenmaker maar eens bellen want die fiets heb ik nu toch wel echt nodig komende week ;-).

Ziekenhuis

Zal je altijd zien, breng ik deze week mijn e-bike weg om te laten repareren, belt het ziekenhuis op met de vraag of ik vandaag langs kan komen om het bultje op mijn pols te laten beoordelen. Pas toen ik al had opgehangen drong het tot me door dat ik nu geen fiets heb, hoe kom ik daar?

Met de bus is niet echt een optie. Ik moet meer lopen naar en van de bushalte, dan dat ik daadwerkelijk in de bus zit en dat kost me in totaal dan een half uur. Ik kom dan bovendien voor het station uit en moet met de trap over het station heen naar de achterkant lopen richting ziekenhuis. Nou ben ik niet zozeer slecht ter been maar wel slecht van energie en een busrit levert zo bezien meer nadelen dan voordelen op.

Ik dacht ‘we werken toe naar een participatiesamenleving met zijn allen, kom ik bel eens bij één van de buren aan’. Op mijn vraag of ik vandaag een fiets mocht lenen was het weinig opwekkende antwoord ‘nou dat moet dan maar, maar leuk vind ik het niet’. Er moesten boodschappen gedaan worden op vrijdagochtend en dat moment verstoorde ik duidelijk. Nu heb ik daar alle begrip voor, aan de andere kant hebben ze alle tijd van de wereld wegens heel de dag thuiszitten en hoe erg is het nu als je even je fiets een uurtje uitleent? Bij het weglopen werd me nog even toegesnauwd dat ik niet hun e-bike meekreeg, als ik dat soms mocht denken, ik kreeg de gewone fiets mee.

Tja, tot zover mijn vertrouwen in de bereidwilligheid van mijn leefomgeving. Ik had al bedacht dat ik liever ging lopen want met deze storm is de kans dat ik het op een  normale fiets red tot het ziekenhuis en weer terug, niet groot. Bovendien zou ook dat een enorme aanslag plegen op de beschikbare energievoorraad en ik moet wel maandag naar de fysiotherapeut kunnen.

Dit mensen, is dus het gezeik op de vierkante millimeter wat het hebben van ME met zich meebrengt en wat ik soms zó zat ben. Het hebben van weinig energie is vervelend maar niet onoverkomelijk als er niets hoeft te gebeuren. Maar o wee als er wel ineens iets moet en een hulpstuk als een e-bike kapot is. Natuurlijk was het mijn lieve M. die zei: ik werk thuis vrijdag en dan breng ik je wel even weg. Meteen mijn moedertje gebeld en met haar afgesproken dat ik haar bel als ik klaar ben in het ziekenhuis dan haalt ze me op en de buurvrouw haar genereuze diensten afgezegd. Ik had het M. expres niet gevraagd omdat ik wist dat hij moest werken en hem hiermee niet wilde storen. Maar goed, ben ik ff blij dat ik met M. getrouwd ben en niet met de buurvrouw.

Dus dat ga ik doen vandaag, naar het ziekenhuis, hoop ik meteen te horen wat die vreemde bult is.

Het aardigheids-syndroom

Afbeelding Pixabay

Soms zou ik wensen dat ik meer kon loslaten van wat anderen van mij vinden. In mijn zoektocht naar eenvoudiger leven en loslaten stuit ik vaak – te vaak – op de hobbel van ‘aardig gevonden willen worden’. Ik ben 47 en nóg heb ik dat niet helemaal afgeleerd. Ik ben weinig onder de mensen en als ik dat dan ben, dan ga ik nog té vaak uit van verwachtingen die wel of niet kloppen maar die in ieder geval niet matchen met wat voor mij mogelijk is. Of – nog erger – ik geef mijn grenzen niet duidelijk aan als die niet gerespecteerd worden.

Het is niet helemaal bagger, ik ben geen konijntje waar je overheen walst. Mensen die ‘aan mijn energie komen’ weet ik inmiddels redelijk te sturen. Ik weet wat ik kan zeggen in dat soort situaties: ‘Ik hang nu op, ik besef ineens dat ik nog niet geluncht heb, ik ga nu even ‘dit of dat doen/’de muffins uit de oven halen’. Dát deel heb ik inmiddels aardig onder de knie.

Ook laat ik me niet meer overvallen door mensen die me iets vragen te doen. Ik heb mezelf aangeleerd te zeggen ‘daar kom ik op terug’. Ik heb er flink op geoefend en inmiddels kan ik wel zeggen dat dit me vaak lukt en vooral dat het me ruimte geeft. Soms lukt het me niet en ben ik niet alert genoeg maar in de praktijk blijkt dat ‘ik heb er nog eens over nagedacht maar het lukt niet/kan niet’ ook vaak werkt als je eerder wel ja zei.

Tot zover de successen. Er is echter nog een heel deel dat niet goed lukt. Het voor mezelf opkomen als mensen niet luisteren, geen rekening met me houden of erger: als mensen me kwetsen,  vind ik veel moeilijker. Als blijkt dat mensen geen inlevingsvermogen hebben, lijkt het juist nóg moeilijker om te zeggen dat ik iets niet kan of dat er iets niet lukt, zo lijkt het wel. Zeker nu ik sinds 2 jaar meer energie heb en nu toch ineens weer een vette terugslag heb, speelt dat. Ik kon immers een half jaar geleden wél iets, waarom nu dan niet? Zelf heb ik geleerd dat ME geen tot weinig logica kent. Een ander ziet of snapt dat niet. Door de afstand of door het mij niet dagelijks meemaken. Mensen zien en horen dat ik iets opknap en daarmee komen er ook verwachtingen. Dat ik blijkbaar weer mee kan doen. Soms is dat een onuitgesproken verwachting maar soms wordt het echt uitgesproken. En wanneer het wordt uitgesproken, zó onachtzaam en totaal niet rekening houdend met mijn situatie, dan kwetst me dat enorm. En wat doe ik dan? Ik zeg niets. Waarom niet? Waarom is dat toch zo moeilijk! Stel dat mensen me niet meer aardig vinden! Och guttegut, och en wee, wat dan nog?

Ik ben nu 47 jaar en het wordt misschien tijd dat ik eens leer nee te zeggen zonder schuldgevoel en zonder het gevoel dat ik iemands feestje verpest. Ik wil mijn energie, die zo verschrikkelijk kostbare en bevochten energie, stoppen in wat voor mij van belang is en niet in wat een ander behaagt of van mij verwacht.

Dus oefen ik maar weer. In nee zeggen tegen mensen die dat wel begrijpen. In niet altijd ingaan op lezersverzoeken per mail. In niet ingaan op Facebookuitnodigingen van lezers. Door mensen die me iets vragen niet meteen en per omgaande een antwoord sturen. Ik heb dit al vaker geoefend maar de vaardigheid zakt telkens weer weg. Omdat ik weinig mensen zie of omdat dit gewoon echt een zwak punt is, dat weet ik niet. Maar ooit krijg ik het onder de knie. Ik vind niet iedereen aardig en niet iedereen vindt mij aardig. Zo dus.

Gelukkig sta ik niet alleen in mijn aardig gevonden willen worden. Tik dit in op Google en er zijn 492.000 hits. 60 % van de mensen heeft hier last van. Ik ben dus in goed gezelschap, namelijk die van de meerderheid. Ik ben niet raar, ik heb last van iets waar heel veel mensen last van hebben. Grote kans dus dat de mensen die ik niet wil teleurstellen maar die wel over mijn grenzen heen denderen, precies hetzelfde voelen of meemaken. Dat is goed om in mijn achterhoofd te houden. Nee zeggen is wat de ander ook zou willen doen maar niet durft omdat hij bang is niet aardig gevonden te worden en een conflict te veroorzaken.

Heb jij wel eens last van het aardigheidssyndroom?

Angst en herinneringen

Jaren geleden was ik op bezoek bij mijn ouders in mijn ouderlijk huis. Volgens mij studeerde ik nog, het kan goed zijn dat ik daar een paar dagen was om me voor te bereiden op de komende tentamens. Dat deed ik wel vaker: naar het ouderlijk huis gaan en me boven opsluiten om te leren en me even niet druk maken om eten te kopen of de was te doen. Alle kopjes thee werden voor me gezet en met wat lekkers naar boven gebracht. Dat was natuurlijk een groot verschil met mijn eigen thuissituatie van 4-hoog achter in een kamer van drie bij vier waar ratten (echt waar!) en muizen liepen en ik doodsangsten uitstond voor mijn buurman en zijn nog engere en mentaal totaal gestoorde moeder.

Hele dagen studeren dus. Toch had ik blijkbaar iets nodig want ik ging naar de plaatselijke kantoorboekhandel. Ongetwijfeld stond ik te snuffelen tussen de vellen papier en opschrijfboekjes, want dat doe ik als ik in een kantoorboekhandel ben. Opeens zag ik een hele oude man voorbij schuifelen en als vanzelf verstopte me ik achter een stelling.

Wat is dit? Wie is dit? Waarom mag hij me niet zien? Mijn eigen gedrag verbijsterde me. Om een verklaring te vinden sloop ik ongezien dichterbij om de bron van angst nader te bestuderen. Als jij meer dan 25 jaar geleden een vrouw op handen en voeten door de plaatselijke kantoor-boekhandel in Wormer zag kruipen, weet je nu dat ik dit was en is dat raadsel ook weer opgelost.

Nadere bestudering van de hoogbejaarde bleek op te leveren dat hij mijn oude meester van de zesde klas was, meester Kloosterman. Deze meester vond ik doodeng. De reden was dat ik met een eigen, van huis meegebrachte, pen wilde schrijven. Als kind al had ik een tik voor mooie pennen en in mij ogen was mijn met eigen geld bij elkaar gespaarde parkerpen het hoogst bereikbare. Ik was geen rebel in de klas. Ik kreeg nooit strafwerk, hoefde nooit na te blijven, ik was leergierig. Alleen ik wilde wel met mijn eigen pen schrijven en dat mocht niet van meester Kloosterman. Over het algemeen kwam ik niet in opstand maar nu hield ik voet bij stuk.

Kon ik dan uitleggen waarom ik per se met deze pen mijn schriften wilde volkladderen?
‘Hij ligt zo lekker in de hand,’ vertelde ik.
En wat zei de meester tegen de 11-jarige Martine?
‘Ik hoop dat jij dit jaar net zo lekker in mijn hand ligt.’

Voldoende voor een trauma! Doodsangsten stond ik uit. Zie daar de reden waarom ik mij verstopte in de winkel. Ik herkende hem niet eens, maar mijn amygdala registreerde hem wél. Gevaar! Wegwezen! Verstoppen!

De man zal het vast niet verkeerd bedoeld hebben maar ik was in één klap als de dood voor hem. In mijn beleving heeft hij mijn zesde en laatste jaar op de lagere school verpest. Hoe groot en irrationeel een angst zich in je kan verankeren bleek onlangs tijdens een reünie van mijn oude lagere schoolklas. We hebben meester Kloosterman maar heel even gehad. Hij was al heel snel na de start van het schooljaar overspannen en werd vervangen door een ander. Aan wie ik dus geen enkele herinnering heb en mijn amygdala ook niet.

De wolf in mijn herinnering was jaren later veranderd in een hoogbejaarde schuifelende man die zijn krantje kwam kopen. Ik had hem zó omver kunnen lopen. Of revanche kunnen nemen met een mooie opmerking, daar had ik immers minstens 10 jaar over kunnen nadenken. Toch wachtte ik voor de zekerheid maar even met afrekenen tot hij het pand had verlaten.

Is er in jouw herinnering iets ook wel eens veel groter dan het in werkelijkheid was?