Een rustige week deze week. Ik las en schreef, werkte wat recepten uit en rende telkens hard naar buiten als de zon zich liet zien. Ik had na de drukte van vorige week in het weekend een flinke terugslag. Maar ook hier merk ik vooruitgang, na twee dagen voelde alles weer normaal. Ik herstel echt sneller nu ik regelmatig b12-injecties krijg. De assistente moest erg om mij lachen toen ik dinsdag op de praktijk mijn broek liet zakken en riep “een keer volgooien graag!” Maar zo voelt het echt, alsof ik word volgegoten met iets dat energie geeft, heerlijk.
Maandag was ik naar de ortho voor de maandelijkse controle. Ze schrokken wel van mijn verhaal over de klachten die ik afgelopen maand had gehad, met de oorpijn en kiespijn die werd veroorzaakt door de beugel. De orthodontist keek mee naar aanleiding van mijn verhaal en hij constateerde dat de kies die pijn deed, gebroken is. De druk van de beugel wordt nu niet goed verdeeld en een deel van die kies wordt omhoog geduwd.
Nu had de tandarts ook wel geconstateerd dat een deel omhoog kwam, maar hij heeft het niet over een breuk gehad. Denk ik, want ik versta mijn tandarts vrijwel niet. De combinatie van mijn doofheid, met het mondkapje dat hij draagt én het feit dat Nederlands niet zijn moedertaal is, maakt dat ik veel naar de beste man lach, braaf mijn mond opendoe en alles maar over me heen laat komen. De ortho zegt dat ik na het beugeltraject een kroon moet laten plaatsen. Voor nu hopen we dat ik niet meer pijn en ongemak op die plek ga krijgen. In juni moet ik voor de halfjaarlijkse controle naar de tandarts en dan bespreek ik het wel met hem. Maar een beetje vreemd vind ik het wel.
Donderdag had ik een geweldig leuk uitje. Vriendin M. krijgt eind mei een puppie. Ik mocht nu alvast mee op kraamvisite bij moeder Nanouk, een prachtige huskie. De pups zijn nu twee weken oud, de oogjes waren net open en hier en daar werd er ook al gelopen. Té schattig. Ik had nog nooit pups gezien die nog zo jong zijn en ik heb genoten.
Geen plannen dit weekend anders dan lezen en relaxen en hopen dat het mooi weer wordt. En jullie?
Vorige week deelde ik hier mijn voornemen om mij te verdiepen in veganistisch eten. Geïnspireerd door culinair journalist Mark Bittman volg ik zijn methode van Vegan Before 6: overdag veganistisch eten, daarna eten als een flexitariër. Dat betekent in mijn geval twee tot drie keer per week vis, vlees of kip en de rest van de tijd vegetarisch of veganistisch. Mijn overwegingen om dit te doen kun je lezen in de menubalk, bovenaan het blog. Daar vind je alle stukjes die ik hierover publiceer.
Als jullie dit lezen heb ik de eerste twee weken er al bijna op zitten, aangezien ik zaterdag 25 maart van start ging. Allereerst bedankt voor de enorme stapel reacties en mails met tips en opmerkingen. Alles is genoteerd! Ik heb in de bibliotheek ook wat boeken over veganistisch eten gehaald en dook in mijn eigen kast om te kijken wat ik al had. Ik kocht het Vegan Before 6 kookboek van Mark Bittman én zijn (niet vertaalde Engelstalige) boek VB6 waarin hij ingaat op zijn motieven. Dat laatste moet ik nog lezen.
Het Vegan Before 6 kookboek is absoluut een aanrader. Als ik door kookboeken blader, dan markeer ik met post-its meestal die recepten die ik wil uitproberen. Dit boek is één en al post-it geworden! Het is heel erg inspirerend. Ik zal volgende week een review plaatsen. Voor nu wil ik het gewoon even over mijn ervaringen hebben.
Overdag geen vlees/vis/kip/eieren/zuivel/kaas of wat voor dierlijke producten dan ook. Dat lijkt een forse overgang maar eigenlijk valt het tot nu toe reuze mee. Het ontbijt hoefde ik niet te veranderen. Dat bestaat nog steeds uit meestal havermoutpap met plantaardige melk. Als het straks weer warmer wordt, ga ik dat afwisselen met smoothies maar ook die zijn natuurlijk ook plantaardig. Wel wil ik daar dan wat extra eiwitten aan toevoegen zoals tahinpasta of henneppoeder.
De lunch bestond bij mij vaak al uit soep en/of een salade of soms wat broodjes. Hier heb ik kleine aanpassingen moeten doorvoeren. Soep op basis van groentebouillon, geen kaas door de salade of op brood. Ik gooide hier en daar wat extra linzen of kikkererwten over de salades of door de soep en ik at heerlijk. Ik maakte een linzenspread voor op brood en een rucola-paprikaspread en ik paste het recept voor mijn glutenvrije teffbrood aan.
Brood zonder gluten is vrij poreus en snel brokkelig. Om die reden voeg ik altijd xanthaangom en twee eieren toe. Nu verving ik de eieren voor 3 el lijnzaad met warm water. Even staafmixer erop en dan wordt het vanzelf een papje, dat ik door het deeg mengde. Het resultaat was prima en ik merkte geen verschil met hoe ik het normaal deed.
De avondmaaltijden waren niet heel anders dan normaal, met dat verschil dat ik een paar keer vegetarisch at terwijl de mannen wel vlees aten. Ik at dus uiteindelijk vaker vegetarisch dan ik van plan was en minder vlees of kip. Gewoon omdat ik de behoefte voelde.
Ik maakte een heerlijke tempehburger (zie recept op mijn kookblog)en at dit terwijl de mannen merquezworstjes naar binnen werkten. Ook was deze burger een voor mij volwaardig alternatief voor het broodje bal dat hier meestal op vrijdag wordt gegeten (dan eten we altijd makkelijk in verband met een voetbaltraining tot 19 uur). Dit keer maakte ik de burger met aubergine erdoor maar ik wil wedden dat als ik de groente weglaat, het flink op smaak breng en er een pittige knoflooksaus bij serveer, de puber dit ook naar binnen werkt.
De grootste overgang voor mij was aanpassen wat ik tussendoor eet. Ik at overdag vaak een gekookt eitje als tussendoortje of een stukje kaas. Dat miste ik ook echt en ik voelde me wat onthand. Ik heb het vervangen voor een handje walnoten of paranoten. Maar ik merk ook dat als ik voldoende eet bij de lunch de behoefte aan een tussendoortje minder is.
Mijn broeken zitten trouwens allemaal een stuk wijder. Ik pas bovendien ineens in een spijkerbroek die ik al jaren niet meer aankon. Dát is wel fijn! Het is niet de insteek en ik wil niet enorm focussen op afvallen (voorbij die tijd) maar iets minder van mij is wel welkom.
Voor nu is de conclusie dat dit bevalt. Het plan was om dit een maand te proberen maar het zou me verbazen als ik hier na een maand mee stop. De insteek is dat ik hiermee door wil gaan en stap voor stap meer vegetarisch/veganistisch wil eten en minder dierlijke producten. Ik lees er nu veel over en vind het belangrijk om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. Mijn lijf reageert nu eenmaal vaak extreem en afwijkend en ik denk dat het goed is het met kleine stapjes aan te pakken Ook geeft mij dat de tijd alles op mijn gemak uit te zoeken. Voor komende week staat er op stapel voor mij:
Toen ik een kind kreeg had ik vooraf weinig verwachtingen. Ik heb jaren rondgelopen met het idee dat ik kinderloos door het leven zou gaan. Ik zag het niet voor me, een huis met man en kind. Niet zoals ik in het leven stond. Dat ik toch een kind kreeg, samen met een man die ik nog niet eens zó lang kende, was dan ook een grote verrassing. Zeker ook voor mijn omgeving.
Omdat ik dus niet al van jongs af aan met een kinderwens rondliep, had ik weinig verwachtingen. Ik had sowieso niet echt nagedacht over het moederschap en opvoeden. Omdat ik vrij laat een kind kreeg – in vergelijking met mijn vrienden – heb ik natuurlijk hier en daar wel wat opgepikt. Ook had ik regelmatig opgepast op neef en nicht en ik had op zich wel een redelijke voorstelling van hoe het leven met kleine kinderen verliep, gebaseerd op wat ik in mijn omgeving zag.
Alleen niemand die ik kende had een huilbaby. Wij wel. S. begon in de tweede week van zijn leven met huilen en stopte toen hij ongeveer een jaar was. Niet continu huilen maar wel veel uren per dag en per nacht, véél meer dan 3 uur per dag, wat de norm is voor een huilbaby. Slapen deed hij bijna niet en wij dus ook niet. In de ochtend was hij meestal rustig maar zo na het middaguur gingen de stembanden open en begon hij. Er is niets dat je hierop voorbereidt. Ik voel nu nog soms de wanhoop omhoog kruipen als ik wel eens het gehuil van een huilbaby opvang.
Vol overgave huilen!
In eerste instantie dacht ik dat ik het huilen van mijn baby niet begreep. In boeken over baby’s las ik over moeders die vrij snel het huilen van hun kind konden onderscheiden in verschillende categorieën met bijbehorende behoeften. Een baby kan alleen maar huilen om zijn behoeften duidelijk te maken, dus huilt hij als hij honger heeft, bij pijn, verdriet, een vieze broek of als hij moe is en wil slapen maar het niet lukt. Er schijnt overal een huiltje voor te zijn.
Ik hoorde alleen maar HEEL HARD HUILEN en dat ging maar door. Dus probeerde ik alles om het te doen stoppen: de wieg werd anders neergezet, zodat hij minder prikkels zou krijgen, ik plaatste een ouderwetse wekker in de wieg want het getik daarvan zou doen denken aan de hartslag die hij had gehoord in mijn baarmoeder, inbakeren, een speen, rust/reinheid/regelmaat, heen en weer wiegen.
Dat laatste had het meeste effect. S. werd rustig van heen en weer wiegen en schommelen. Dus deed ik dat, zó veel en zó vaak dat ik carpaal tunnel syndroom had toen hij drie maanden was. Het geluid van een stofzuiger of een föhn werkte ook goed om hem te kalmeren. Als we hem naast een föhn op de hoogste stand neerlegden zagen we zo de spanning uit zijn lijfje vloeien en viel hij in slaap. Tot we de föhn uitzetten, dan begon het weer opnieuw.
Natuurlijk kregen we adviezen. Van iedereen in onze omgeving. Gevraagd en ongevraagd, zinnig en onzinnig. Het consternatiebureau consultatiebureau deed het af als onervarenheid van onze kant. De 20 jarige huppeltrut/pleegzuster Bloedwijn die ons begeleidde vroeg niet door en het enige advies dat zij had was dat ik wat fermer moest zijn. Want onze baby manipuleerde ons, was het professionele oordeel. ‘U kunt gerust uw kindje bijvoorbeeld even in een kinderwagen in de schuur of garage leggen met de deur dicht, zodat u het gehuil niet hoort’. Echt, dat werd in 2002 geadviseerd door het consultatiebureau in de Pijp in Amsterdam. Het wordt weer zwart voor mijn ogen als ik daar aan terugdenk!
De huisarts wist het ook niet. Had geen tips en vroeg ook niet door. Vond de term huilbaby maar overtrokken ook al gaven wij aan dat S. meer dan 5 uur per dag huilde. Het zou vast allemaal beter worden. Inderdaad, maar niet dank zij hem. Allergieën of iets fysieks kon het volgens hem niet zijn want ik gaf vrij lang borstvoeding (tot 6 maanden). Mijn suggestie dat ik via wat ik at hem eventueel voedingsstoffen gaf waar hij misschien niet tegen kon, werd weg gewapperd.
Als je een huilbaby hebt en je bent een onervaren ouder dan denk je snel dat je iets fout doet. Je voelt je mislukt en wanhopig, je bent moe en helemaal door gedraaid. Je wilt nog maar een ding en dat is dat je kind stopt met huilen. Want dat gehuil vertelt je dat er iets mis is. Maar je weet niet wat, laat staan wat je moet doen om ermee om te gaan.
Ik haalde stapels boeken uit de bieb, las alles hierover waar ik mijn hand op wist te leggen, heb weken een methode uitgeprobeerd van hem steeds een paar minuten langer laten huilen voordat ik hem weer oppakte. Maar met geen enkel effect. Nou ja, wel op mij, ik had inmiddels een halve zenuwinzinking. Soms kon ik mensen wel aanvliegen als ze vroegen of ik genoot van mijn kraamtijd en of ik lekker op een roze wolk zat. Natuurlijk was het niet alleen maar hel. Er waren ook veel momenten met een blije baby, goddank, en dat maakte veel goed. Maar toch.
En toen stuitte ik op het boek ‘De taal van huilen’ van Aletha Solter en werden mijn ogen geopend. Een geweldig boek dat ingaat op het nut van huilen en dit vanuit een positieve invalshoek benadert. Dát scheelde al enorm. Wat het boek voor mij deed was dat ik inzag dat al die tijd dat S. aan het huilen was, ik hem probeerde te laten stoppen. Speen erin, wiegen, sussen, alles om hem maar niet te laten huilen. Dus deed hij dat, huilen, uren lang. Mijn reactie op huilen hield het huilen in stand. Want wat gebeurt er als iemand je iets vertelt en je snoert hem de mond? Hij blijft het proberen, nét zo lang tot je luistert.
Solter legt uit dat de meeste kinderen huilen om een bepaalde basisbehoefte aan te geven: honger,dorst, willen slapen. Het gewone huilen zeg maar. Daarnaast huilen kinderen omdat er soms iets mis is, bijvoorbeeld krampjes, koorts, ziekte, ongemak. Tot slot huilen sommige baby’s omdat ze willen huilen. Soms vanwege een geboortetrauma of een onbalans. Zij ziet dit specifieke huilen als een genezingsproces. De baby huilt om iets te verwerken en is geen teken van acute pijn maar een manier om met dingen om te gaan. Zij heeft het in dit verband over bijvoorbeeld een geboortetrauma bij de baby of complicaties bij de geboorte. Het overmatige huilen is dan om de emotionele pijn van deze ervaring te verwerken.
Een ander interessant aspect was dat Solter ingaat op wat huilen doet met ons. We zijn zo geconditioneerd dat huilen als ongemakkelijk wordt ervaren. Mijn reactie op zijn huilen zei veel over mij. Ik was bang voor huilen, altijd al geweest. Als ik wel eens huilde in gezelschap werd het snel zo’n hikhuil. Als mensen bij mij huilden vond ik dat vaak eng. Omdat ik me machteloos voelde en het gevoel had dat ik het moest oplossen. Jij huilt en dan geef ik je een pleister en klaar. Ik ben meer van de woorden.
“Wat kunnen ouders doen? Allereerst is het belangrijk om te controleren of er directe behoeften of ongemakken zijn, zoals honger of kou. Maar als je baby nog steeds onrustig is nadat je zijn basisbehoeften hebt vervuld, is het echt zinvol om hem gewoon liefdevol vast te houden en hem in staat te stellen om door te huilen. Baby’s hebben nabijheid en aandacht nodig wanneer ze huilen. Geen kind zou ooit aan zijn lot overgelaten moeten worden om in z’n eentje te huilen. Ook al voel je je misschien niet effectief wanneer je je huilende baby vasthoudt, in werkelijkheid geef je hem de broodnodige emotionele steun terwijl hij op deze manier spanning ontlaadt. Je baby wijst jou niet af wanneer hij huilt. Hij voelt zich gewoon veilig genoeg om jou zijn gevoelens te laten zien, net zoals jij in tranen zou kunnen uitbarsten als een goede vriend zijn arm om je heen zou slaan en onderkennen dat je een rotdag had gehad. Ouders die hun baby’s vasthouden en hen in staat stellen om zich op deze manier te uiten, merken vaak dat hun baby’s ontspannen en tevreden zijn na een huilbui, en ’s nachts beter slapen.” (Solter, awareparenting).
Dus ging ik aan de slag met haar tips. Die zijn eigenlijk heel eenvoudig: erken je kind in zijn behoefte om te huilen. Laat hem huilen in contact met jou. Dus concreet: je baby huilt en jij bent bij hem, kijkt hem aan, maakt oogcontact en laat hem huilen. Zonder te sussen, wiegen,schommelen. Hij huilt en jij luistert. En toen? Nou toen viel S. stil. Niet van de ene dag op de andere maar het ging heel beter. Hij huilde minder vaak en minder lang en ik wist beter hoe ik ermee om kon gaan.
Wat de oorzaak van het huilen was? Ik weet het niet. De bevalling ging bepaald niet van een leien dakje, voor zowel hem als mij. Maar eigenlijk maakte het niet uit waarom hij huilde. Hij huilde en dat mocht hij eerst niet van mij. Ik deed alles om hem te laten stoppen. Maar toen ik hem liet huilen, op een veilige geborgen manier, was hij eigenlijk best snel uitgehuild.
Huilbaby’s worden pubers en dan zijn er weer andere dingen ;-). Maar ik heb veel geleerd van deze tijd met mijn huilbaby en dit boek. Onder meer hoe belangrijk het is om emoties te kunnen en mogen uiten, ook voor een baby. Juist voor een baby.
Nog niet zo lang geleden
was Gerrie een zwerfkat.
Dat hij nu een geliefd vachtje is,
weet hij soms wel en soms niet.
Het verleden laat zich niet
zomaar uitgummen.
De reflexen van vluchten,
niet kunnen vertrouwen
en wegduiken voor klappen
zitten nog pal
onder het oppervlak.
Hij lijkt heel wat
maar zeg je één keer “boeh!”
dan verandert onze Gerrie
in een hoopje ellende.
Dus hebben we met hem
een inmiddels vertrouwde cyclus
van genieten,
schrikken,
hard weg rennen
ALLES IS ENG!!
dagen in sluipgang
door huis en tuin lopen
en zich vaak verstoppen,
naar “o ja, maar jij bent niet eng!
Nou vooruit, ik geef je een kopje.
weet je wat, ik ga voor je liggen rollen
en ach, dan kruip ik ook
gelijk maar bij je in bed”.
Gerrie is vaak erg ongelukkig.
Bang en schrikkerig.
En zijn ‘normale’ staat
is gematigd en voorzichtig
in het leven staan.
Zijn verleden vormde hem
tot wat hij nu is:
een voorzichtige angstige kat
met weinig zelfvertrouwen.
Hoe hij echt is,
zagen we nog nauwelijks.
Het duurde even
voordat deze kat begreep
dat niet iedereen
‘he-jij-daar-vieze-zwerver-ksst-ga-weg”
tegen hem zegt.
Net zoals het even duurde
tot de klitten en teken
uit zijn vacht verdwenen
en de wondjes heelden.
Langzaam aan
valt bij hem het kwartje
dat hij Gerrie is
en dat hij mag zijn
wie hij is.
In de ochtend heeft hij
een ren- en speeluurtje.
Doet lekker gek en maf,
rent trappen op en af,
speelt verstoppertje
en kiekeboe
met de andere katten.
En met knuffelen,
vergeet hij soms
zichzelf en zijn angsten
en laat zich gaan.
Soms zelfs bij een ander mens
dan de kattenvrouw.
En héél soms zijn er momenten
dat hij zich echt veilig voelt.
alles is goed zoals het is.
Die momenten
komen steeds vaker voor.
En dat ontroert,
steeds weer.
Dit is Gerrie.
Gerrie miauwt en kletst,
knuffelt en geniet.
Slaapt en rolt en spint.
Geeft kopstoten, likjes,
achtervolgt me overal
en poept op de bak,
elke avond precies
om kwart voor 7.
Alle dagen.
Een kat van
de klok en regelmaat
en niet meer van de straat.
Toen S. zijn A-diploma haalde, kreeg hij van Oma een abonnement op de Donald Duck. Dat is nu 9 jaar geleden. Jaar na jaar verlengde ze dit in de wetenschap dat het blad verslonden werd. Op donderdagmiddag wordt het bezorgd en het was nog net niet zo dat S. op de deurmat ging klaar liggen om het uit de handen van de postbode te rukken. Maar vaak was het wel zo dat hij het blad meteen zodra hij het zag uit de bus haalde en ging lezen. Hij had een tijd ook een abonnement op de Donald Duck Extra, dat hij betaalde van zijn zakgeld. Dat werd na twee jaar opgezegd omdat hij het aantal pagina’s van het blad niet in verhouding vond met wat hij er voor betaalde (ja ja, kritische consument, kind van zijn moeder).
De afgelopen twee jaren jaar viel het me op dat ik telkens degene was die de Donald Duck van de deurmat pakte. Op mijn vraag of het niet tijd werd het abonnement op te zeggen werd echter zeer heftig gereageerd, nee, hij kon écht nog niet zonder. Maar sinds een jaartje is het blad soms al twee dagen in huis voordat het gelezen wordt. Soms leg ik het wat in het zicht, bijvoorbeeld op de trap en neemt hij het mee naar boven. Toen ik op zijn kamer een ongelezen Donald Duck vond van weken oud, nog met het cellofaanfolie erom heen, stelde ik de vraag opnieuw. Wordt het geen tijd afscheid te nemen? Het abonnement loopt tot juli en in geval van opzegging moeten we dat wel snel doorgeven.
Nu ging hij wel overstag. Hij vindt het blad nog wel leuk maar ziet na 9 jaar ook dat sommige verhalen telkens terugkeren. Hij wordt ook wat ouder natuurlijk (alhoewel ik ook volwassenen ken die het met veel plezier lezen). Oma werd geïnformeerd en zei meteen dat de Donald Duck wat haar betreft mocht worden ingeruild voor een ander blad, hadden we suggesties?
Nu heeft S. jaren geleden toen hij nog op de lagere school zat een keer een promotie-exemplaar van de National Geographic Junior gekregen, wat hij erg leuk vond. De onderwerpen in dit blad vindt hij interessant. Veel verhalen over landen en diersoorten, geologie, ongerepte gebieden, steensoorten, klimaat en duurzaamheid maar wel gegoten in een makkelijk leesbaar format.
Op de proef kochten we laatst een gewone National Geographic en dat beviel. Oma vond het ook een prima idee en vorige week viel de eerste op de mat. Wél wat meer uren leesvoer dan de Donald Duck maar net zo blij ontvangen. Niet alleen door S. trouwens want M. en ik lezen het ook heel graag.