Kattenjournaal

Met de katten hadden we deze week een doorbraak. Moos en Dibbes zijn betrapt terwijl ze op de bank tegen elkaar aan lagen. Nou ja, Dibbes lag vooral tegen Moos aan, die het zich allemaal liet aanleunen maar er wel heel tevreden uitzag. Omdat dit gemoedelijke tafereel blijkbaar enorme indruk op Smoes maakte, ging die later op de dag voor Dibbes liggen rollen. Dat is ook een doorbraak, tot nu toe was Dibbes aan het rollen en rende Smoes hard weg. Vandaag vieren we bovendien dat Dibbes precies 4 maanden bij ons is. Ik kan me niet meer voorstellen dat die schuwe half blinde zielige vieze kat dezelfde is als dit voorbeeld van Hollands welvaren met zijn zeegroene ogen die continu tegen ons kletst.

Kattenjournaal

Elke ochtend loop ik naar beneden en word ik opgewacht door een uitzinnige Dibbes die me begroet. Elke nieuwe dag is voor hem een dag vol mogelijkheden van knuffels, brokjes en speelpartijen en de voorpret spat van hem af. Als hij even naar buiten is geweest (maximaal 10 minuten) dan krijg ik telkens opnieuw weer die uitgebreide begroeting. Hij klimt tegen me op en ik word bekopt en beneusd (als dit echte woorden zijn) en als ik niet uitkijk, krijg ik ook nog een lik. Heel ontroerend om de blijdschap van deze voormalige zwerver zo mee te mogen maken.

Hij ontwikkelt zich nog steeds enorm. Elke week komt er meer vertrouwen bij, wordt hij nóg speelser dan hij was en soms is hij zelfs stout. Hij jat nu regelmatig eten dat op het aanrecht of op tafel ligt. Niet de bedoeling natuurlijk maar het geeft wel aan dat hij meer durft en meer zelf vertrouwen krijgt. Maar het is ook een heel intelligent beest dat zich goed laat bijsturen. Al denk ik wel dat eten – gezien zijn verleden – wel echt ‘een ding’ zal blijven. Een van mijn eerste katten had ook een achtergrond met honger en die is jaren lang erg gefixeerd geweest op eten. Dat duurde wel 3 of 4 jaar voordat er iets meer rust kwam in het eten. Dat zie ik ook bij Dibbes, hij schrokt het zo snel naar binnen dat ik me afvraag of zijn kiezen überhaupt wel contact met het eten hebben gemaakt.

Zwartgallige zaterdag

Let op: somber stukje waar je niet vrolijk van wordt….

Deze week was prut met peren. Dat ik een koortslip had, een ontstoken oog en nek- en schouderklachten die het verdommen om op te stappen, zal zeker hebben bijgedragen aan het acute ‘waarvoor, waarheen, waaromgevoel‘ dat me besprong. Hoewel ik na jaren niet meer werken wegens arbeidsongeschiktheid, wel een soort van acceptatie heb bereikt, zijn er toch nog af en toe uitbarstingen van ongenoegen.

Dat ik komende maand mijn 6-jarig jubileum vier als thuiszittende ME-patiënt, heeft er ook zeker mee te maken. Natuurlijk gaat mijn gezondheid sinds ruim een jaar goed vooruit en natuurlijk zijn mijn vooruitzichten beter dan pak ‘m beet drie jaar geleden, maar ik zit nog steeds thuis, heb nog  steeds hetzelfde uitzicht en verdien nog steeds niet mijn eigen geld. En blijkbaar is dat zelf geld verdienen heel essentieel voor mij. Ik ben geen thuisblijfmoeder, ik heb niet mijn baan opgezegd omdat ik koos voor een andere manier van leven (niets ten nadele van thuisblijfmoeders maar ik ben het dus niet). Ik heb de pestpokke aan huishouden doen en haal daar ook geen genoegen uit. Door de beperkingen die er nog steeds zijn, kan ik bovendien ook niet het huishouden zelfstandig draaien of op een manier inrichten die voor mij prettig is.

Wil ik dan terug naar zoals het was? Nee! Na zoveel jaar van thuis zitten ben ik zeer gesteld geraakt op de vrijheid die ik heb, weliswaar binnen de beperkingen die de ME mij nog steeds oplegt. Terug naar die kantoortuinstress? Alsjeblieft niet. Ik ben niet meer de persoon ben van zes jaar geleden. Die workalholic die naast haar kantoorbaan ook een opleiding volgde en een praktijk als massagetherapeut probeerde op te starten? Geen flauw idee meer wie dat is. De afgelopen jaren hebben mijn kijk op de wereld heel erg veranderd. Dat ervaar ik overigens als heel positief. Ik kijk anders aan tegen mezelf, bezit, geld uitgeven, behoeften en verlangens.

Misschien is het niet eens het eigen geld verdienen dat me zo dwars zit, dan wel de kwetsbaarheid die ik ervaar. Die kwetsbaarheid is geen eigen keus. Ik kan me niet in ruil daarvoor ten volle inzetten om een volwaardige bijdrage te leveren aan ons gezin. Niet op huishoudelijk gebied, niet op inkoopgebied, niet op opvoedgebied. Dat steekt. Ik kan er niet 100 % voor gaan ook al is het niet helemaal wat ik wil. Ik heb geleerd dat veel ‘doe’ dingen (of het nu werk is, een stom klusje dat je moet doen of je huis dat je onderhoudt of schoonmaakt) interessanter worden door ze gewoon te doen zonder al te veel twijfel, je er gewoon helemaal voor in te zetten. Dat lukt niet, omdat ik nog niet beter ben. Ik pas me voortdurend aan. Ik stel mijn eigen eisen nog steeds continu bij. Mijn plannen veranderen een paar keer per dag omdat het energiepeil,  en dus wat mogelijk is, net zo vaak verandert.

En plannen maken, daar ben ik héél goed in! Plannen zorgen dat ik ergens naar toe kan leven. Eigenlijk gaat het ongenoegen dat ik ervaar  (zo tikkend kom ik steeds verder) niet zozeer om geld verdienen als om zinvol bezig te zijn. Wat dat is, zal voor iedereen verschillen. Maar het is een diepe behoefte om mijn tijd te besteden zoals ik kies te doen, in plaats van er ‘maar het beste van te maken’. De drang om ergens naar toe te werken, om uitdagingen te hebben en af en toe iets af te kunnen sluiten. Om eens in de zoveel tijd achterom te kijken en te denken: ‘dat heb ik toch maar mooi geflikt, ik heb er dit en dat van geleerd en een volgende keer pak ik het zus en zo aan..”

Al zeg ik het zelf, ik heb het positief doen tot een kunst verheven. Was ik vroeger een zwartkijker met depressieve buien, sinds ik ziek ben is het glas vaker halfvol dan halfleeg. Omdenken is mijn manier van overleven geworden. En dat helpt, meestal. Behalve als je een koortslip hebt, een ontstoken oog, pijn in nek en schouders en je 6-jarig jubileum viert van een aandoening die door het merendeel van de wereld niet wordt gezien, gehoord of erkend en niet opstapt, ook niet als je er netjes om vraagt.

Kattenjournaal

D

Voor het eerst spelen met een veertjeshengel!

Deze week heb ik een paar keer meegemaakt dat ik ’s nachts wakker werd en dat Dibbes dan in mijn armen lag. Helemaal met zijn kop in mijn hals en plat tegen me aan. Lekker is anders, zo’n harig groot beest in mijn armen. Maar het ontroert me ook! Dan bedenk ik me dat hij vorig jaar om deze tijd onder een struik lag op de natte grond en in de stromende regen (in mijn fantasie maak ik het altijd heel erg naar) en dan blijf ik maar doodstil liggen. Uiteindelijk val ik wel weer in slaap. Ik weet het, ik ben een watje en mensen die niet van katten houden zullen gruwen van dit verhaal. Maar buiten dat hij plek inneemt en zijn haren in mijn gezicht drukt, krijg ik ook enorm veel van hem terug.

Hij krijgt meer zelfvertrouwen en krijgt meer lef tijdens het spelen. In het begin liep hij keihard weg als we hem met een touwtje probeerden te laten spelen, daarna rende hij met touwtje en al weg en vervolgens – na een paar weken – ging hij er voorzichtig mee spelen. Nu zijn we in het stadium dat hij ook uit zichzelf touwtjes en proppen papier bespringt en steeds feller wordt tijdens het spelen. Ook loopt hij me niet meer de hele dag achterna en kan ik tegenwoordig naar het toilet zonder dat hij mee wil. Andere katten aaien is tegenwoordig ook geen signaal meer voor hem om zich ervoor te storten. Een mooie vooruitgang dus. Hij weekt zich wat los en gaat meer zijn eigen gang. En zorgt dan tijdens de nacht voor compensatie door zich plat tegen ons aan te drukken, waarop de andere katten zich ook doen gelden met hun aanwezigheid. Ben benieuwd hoe lang wij nog over ons eigen bed kunnen beschikken.

Kattenjournaal

Over naar de wekelijkse kattenupdate (kattenhaters kunnen nu stoppen met lezen)…het gaat heel erg goed in ons kattenhuis. De houding van twee van de drie de bewoners op vier poten is aan het veranderen. De duidelijk te lezen tekstballon boven hun hoofd ‘wat doe die indringer hier!*^&%^$?’ is veranderd in ‘onduidelijk wat ie hier doet, maar voor nu best oké.’ Het lijkt alsof Moos en Smoes doorkrijgen dat meer katten niet betekent dat de stroom voer ineens minder wordt of dat er niet meer geknuffeld en gespeeld wordt. Dus glijden we heel langzaam in een ritme dat vertrouwd aanvoelt voor iedereen.

Smoes kan eindelijk weer ontspannen

Daarbij scheelt het enorm dat Dibbes een slimme kat is die snel aanvoelt wat kan en wat niet kan en zich goed laat bijsturen. We pasten wat tips van de dierenarts toe en met effect. Ook las ik het boek ‘Kattengeheimen’ dat mij door een hier meelezende dierenartsassistente werd aangeraden. Heel verhelderend! Dan viel het ook nog allemaal reuze mee, want het kan allemaal veel erger uitpakken met de komst van een extra kat in je huis. Buiten wat geblaas en gekwetste ego’s is er niet veel aan de hand geweest.

Kattenjournaal

Tussen de katten gaat het onderling nu steeds beter. We zien nu dat Smoes iets meer toenadering aan kan van Dibbes, met als hoogtepunt een gezamenlijk dutje op de poef. Dat werd wel weer onderbroken toen Dibbes van pure vreugde zachte liefdesbeetjes in de staart van Smoes gaf. Wat Smoes betrof lag hier een grens en was het meteen gedaan met de pret. Maar later in de week werd er aarzelend samen gespeeld.

Dibbes gedijt er wel bij. Hij wordt regelmatig echt overmand door emoties en wilde buien en weet dan van gekkigheid niet wat hij moet doen. Hij blijft wel erg gefascineerd door eten en is altijd op zoek, soms ook op plekken waar echt niets te vinden valt! Waarvan akte:

Fijn weekend!

Kattenjournaal

Flinke toenadering

Het gaat met vallen en opstaan hier. Moos en Dibbes gaan nu beduidend beter samen (Moos tolereert hem en negeert hem zo veel mogelijk) maar Smoes is enorm nerveus. Dat was hij altijd al, maar de laatste jaren kreeg hij wat meer zelfvertrouwen. Hij houdt Dibbes met argusogen in de gaten en vat elke toenaderingspoging op als een aanval. Dibbes van zijn kant wordt keer op keer afgewezen. Speelt hij leuk verstoppertje (denkt hij), blijft Smoes hem alleen maar aankijken met gif in de ogen. Dus die dreun van Dibbes wordt dan ook minstens één keer per dag uitgedeeld, als de frustratie zich zo heeft opgestapeld.

Jammer, want Smoes is wel heel speels en Dibbes ook. Ook lijken ze best op elkaar wat toenadering betreft, ze zijn allebei wat onbehouwen. Volgens mij zijn ze best een goede combinatie.

Omdat Moos zich naar Dibbes toe als een dooie sukkel gedraagt, spelen wij maar zoveel mogelijk met hem. Veel met touwtjes maar gewoon een brokje door de kamer gooien is ook een groot succes, hij ‘tennist’ er dan tijden mee. En hij speelt soms met de buurkat die nu ongeveer 6 maanden is. Maar die proberen we zoveel mogelijk uit dit huis te weren want hij is erg opdringerig en denkt dat het hier leuker is dan in zijn eigen huis. Drie katten is genoeg. Helaas lukt het buiten houden niet altijd (moeilijk met een kattenluik), laatst trof ik hem in de huiskamer aan spelend met vier kerstballen die hij uit de boom had weten te meppen…..

Dibbes is dus ‘alleen’ in een huishouden van drie katten en richt zich vooral op ons. Maar wat we ook doen het is nooit genoeg. Hij heeft altijd honger, honger naar eten, naar knuffels, naar spelen en naar aandacht. Als ik in de ochtend wakker word, staat hij op me te prakken. Als ik naar beneden loop, rent hij achter me aan. Zit ik op de WC, staat hij voor de deur te gillen. Ben ik aan het koken, dan staat hij pal achter me. Wil ik één van de andere katten aaien, dan gooit hij zich ervoor. Zit ik te eten, dan ligt hij onder mijn stoel.

Prins Charming

Hij is aandoenlijk en lief en verschrikkelijk opdringerig. We hebben héél véél Dibbes gekregen toen we hem in huis namen. Wie had gedacht dat deze rijkdom leefde in die schuwe angstige kat, die soms een dag lang achter een struik verstopt zat, kijkend naar het leven dat hij zo graag wilde hebben?

Kattenjournaal

De rust keert hier weer terug in huis. Op het moment dat ik dit stukje tik zit ik op bed en liggen er twee katten vlak bij elkaar te ronken. De feliway in combinatie met het opvoeden van Dibbes werkt dus goed. Hij leert snel en hij reageert goed. In plaats van in onze handen klappen of nee roepen, duwen we hem nu gewoon weg bij ongewenst gedrag en dat begrijpt hij én hij wordt er niet angstig van. Belangrijk, gezien zijn verleden.

Natuurlijk is niet alles meteen pais en vree. Dagelijks zijn er wel kleine voorvallen. Vooral Moos moet vaak een puntje maken. Als hij ziet dat Dibbes naar boven wil, gaat hij soms snel op de trap liggen. Dibbes durft hem dan niet te passeren. Maar ook zijn er goede momenten. Gelukkig heeft Dibbes nogal een bord voor zijn kop en blijft goed van vertrouwen en wordt niet onzeker door het gedrag van de anderen.

Toen we Dibbes net leerden kennen, speelde hij niet. Een zwerfkat heeft daar geen tijd voor. Nu hij bij ons woont en zijn dag vooral uit slapen, knuffelen en eten bestaat, komt er ook ruimte voor spelen. Hij speelt als een kitten: ergens op springen, iets weg slepen en dan ineens er keihard mee wegrennen. Heel onbesuisd en wild. Er liggen hier altijd wel kattenspeeltjes en die werden de afgelopen weken steeds wilder besprongen. Alleen met ons spelen deed hij niet. Telkens als ik met een touwtje aan kwam zetten, rende hij weg. Het was al snel te eng. Afgelopen week lukte het voor het eerst wel. Ook zette Smoes eerste aarzelende stappen om samen met Dibbes te spelen. Iets wat Dibbes héél graag wil maar tot nu toe mislukt doordat hij de katten té direct benaderd.

Al met al heel veel vooruitgang!

Problemen in het paradijs

Deze week had ik even contact met de dierenarts. Hoewel ik vorige week hier nog een foto plaatste van drie katten die tevreden op bed liggen te slapen, was het geluk maar tijdelijk. Als ik bijvoorbeeld Moos of Smoes aai, gooit Dibbes zich er vaak voor. Hij is enorm jaloers en ik ben van hem, zoveel is wel duidelijk na 7 weken. Hij is erg dominant van karakter en vooral Moos is het lijdend voorwerp. Dibbes vertoont veel dreigend gedrag en Moos weet helemaal niet wat hij er mee aan moet, zachtaardige sukkel als hij is. Het enige wat Moos doet als Dibbes hem wil aanvallen, is hard wegrennen. Hij voelt zich daardoor duidelijk minder prettig, want in zijn eer aangetast (althans, dat denk ik dan).

Dat is niet de bedoeling. Alleen weet ik niet goed hoe Dibbes aan te pakken. Ik sprak hem laatst bestraffend toe en toen ging hij plat op de grond kruipen met zijn oren naar achter en helemaal in paniek. Duidelijk een kat met een verleden. En hij bespeelt me verschrikkelijk, ik ben nog nooit zo ‘versierd’ door een kat. Maar hoe corrigeer je een kat en dan vooral een kat met zo;n heftig verleden? Ik heb al bijna 20 jaar katten en als ik iets heb geleerd, dan is het dat ze bovendien hun eigen agenda hebben.

Dierenarts gebeld dus en daar later naar toe gegaan om advies te vragen. Waar het op neer komt is dat we Dibbes iets te veel hebben verwend. Hij is zo overladen met aandacht en liefde dat hij zich erg overheersend is gaan gedragen, zeker omdat we hem dus nauwelijks corrigeren. Net als met verwende kinderen moeten we hem meer  gaan opvoeden. Ongewenst gedrag niet belonen door alsnog aandacht te geven maar hem negeren of wegduwen. Het lijkt zo logisch natuurlijk maar t is best moeilijk. Het beest heeft zo’n verschrikkelijk verleden en zoveel pijn gehad, ik vind het zoooo zielig en dat voelt hij.

Naast ongewenst gedrag negeren moeten de katten het meer zelf met elkaar uitzoeken. Nu ben ik telkens tussenbeide gesprongen als het op knokken dreigt uit te lopen maar dat moeten we niet meer doen. Ik heb van de dierenarts feliway mee gekregen, een verdamper die een feromoon verspreid dat lijkt op het feromoon dat katten verspreiden als ze zich prettig voelen. Dat zou de agressie uit de lucht moeten halen. Dit wordt ook gebruikt in dierenasiels en pensions.  Dan na een paar dagen moeten we tijdelijk het leefgebied van de katten kleiner maken. Nu kunnen ze zich overal terugtrekken ook in de kamers boven. Dan hebben ze tijdelijk alleen de huiskamer tot hun beschikking. Dan moeten ze wel de confrontatie aangaan in plaats van hard wegrennen.

We gaan het merken, spannend vind ik het wel. Opvallend genoeg waren er meteen vandaag al nauwelijks moeilijke momenten.

Samen nietsdoen verbroedert

Nou als dit geen vertrouwen geeft voor de toekomst?
Ga ik net naar boven om me aan te kleden, tref ik dit aan op ons bed:

Stiekeme donderstralen, beetje achter mijn rug om vrede sluiten.

Er was een grote rol weggelegd voor mij
als vredesbemiddelaar
maar een lekker bed
met wollen deken
voldoet, blijkbaar

Samen nietsdoen verbroedert.