Van het één in het ander

Afbeelding Pixabay

Wegens een rammelende maag besluit ik soep te maken. Inspectie van de koelkast levert een stronk broccoli op die nog geen echt levensdoel heeft. Broccolisoep dus. Ik leg de stronk klaar op het aanrecht en wil een mes pakken tot ik Moos zie die mij dringend aankijkt. Hij wil naar buiten. ‘Tuurlijk schatje, ga jij maar lekker buiten spelen’. Alleen de keukendeur is op slot, even de sleutel pakken.

Als ik de sleutel van de eettafel pak, staat Dibbes bij de voordeur. Hij wil naar buiten. ‘Tuurlijk schatje, ga jij maar lekker buiten spelen’. Ik doe de deur open voor Dibbes en zie mijn scooter staan.

O ja! Ik moet de scooter opladen. Eigenlijk moet ik ook best nodig plassen maar ik pak toch eerst de druppellader en een verlengsnoer uit de kast en loop naar buiten, ga ik daarna wel plassen. Ik koppel alles aan elkaar en nét voor ik naar binnen wil lopen valt de deur door de wind in het slot. Shit! Daar sta ik dan. Gelukkig is de puber thuis. Ik hoef alleen maar aan te bellen.

Tien minuten later sta ik nog steeds aan te bellen. Puber hoort niets, ook al doen mijn armen inmiddels pijn van het geruk aan die ouderwetse hele mooie maar ook best zware trekbel die wij hebben. Op de ramen bonken werkt ook niet.

Zal ik bellen? Ik heb alleen geen flauw idee wat zijn nummer is. Dat staat in mijn telefoon en die heb ik niet bij me. Trouwens, als ik hem zou kunnen bellen neemt hij waarschijnlijk niet op, aangezien hij het oorverdovende lawaai dat ik nu produceer, ook niet hoort. Ik moet trouwens nog steeds plassen.

Dan maar even naar vriendin D. lopen, die woont om de hoek. Onder begeleiding van een gillende Moos die uiteindelijk samen met Dibbes door de voordeur naar buiten ging, omdat het met die keukendeur opendoen niet opschoot, loop ik naar haar toe. Even later sta ik bij D. aan te bellen en op de ramen te bonken. Pas als ik heel hard door de brievenbus gil dat ik haar nodig heb, hoort ze me. Waarschijnlijk dacht ze ‘dat is vast een gek, ik doe niet open’. En gelijk heeft ze. Maar gelukkig reageert ze uiteindelijk toch op mijn gekrijs.

Afijn, met de sleutel in de aanslag ga ik weer naar huis. Snel plassen! En soep maken. Maar als ik in de keuken sta, is het ineens op, als in oppeldepop en erger. De bank, waar is de bank! Lang leve de vriezer, waar ik eten uit pluk.

In een rolstoel de wereld verkennen

afbeelding Pixabay/Dimitris Vetsikas

Toen ik schreef over ons plan in mei naar Gent te gaan, werd ik door meerdere lezers gewaarschuwd dat Gent geen rolstoelvriendelijke stad is. Net als veel andere oudere steden, bestaat het centrum uit van die hele leuke historisch verantwoorde keitjes. Hier in Hoorn hebben we ze ook op de Roode Steen.

Hoe dát voelt, weet ik sinds onze vakantie in de Dordogne. Want daar ging ik als rolstoelmaagd voor het eerst uitgebreid rollend op stap. Laten we het erop houden dat het zaak is een goede BH te dragen. Hoor je wel eens op vakantie in het buitenland baby’s en kleuters luidkeels gillen in hun kinderwagen? Die zijn niet overprikkeld of zondoorstoofd. Ze worden gewoon door die keitjes zo hard door elkaar geschud dat ze aan het eind van de dag een wiplash hebben. Een normaal gesprek voeren als je over de keitjes rolt, is trouwens ook niet te doen. Je stem vliegt alle kanten op.

Voor de duwer valt het ook niet mee. Hard werken hoor, een flinke work out is er niets bij! Het is best moeilijk als geduwde om ontspannen te blijven lachen, ondertussen je borsten vasthoudend omdat je geen goede BH draagt, als je degene die duwt achter je amechtig hoort ademen, zijn druppels zweet op je bovenkruin voelt landen en de rolstoel ineens omkiepert omdat er een keitje ontbreekt en je in een soort afgrond stort, waar man en puber je met rolstoel en al weer uit moeten takelen. Uitstappen is dan soms makkelijker maar dat voelt ook wat ongemakkelijk omdat sommige mensen in je omgeving dan ineens kijken alsof ze aanwezig zijn bij een miraculeus herstel: ‘kijk die vrouw liep net niet en nu wel! Een wonder!

Er gebeurt veel met je als je in een rolstoel stapt.

Gelukkig heeft Gent een rolstoelvriendelijke wandeling ontwikkeld las ik, Gent on wheels, die bovendien door ervaren rolstoelgebruikers is getest. Het enige wat ik dus hoef te doen, is voor de zekerheid toch een goede BH dragen. Voor het geval dat.

Hij snapt het

Gisteren ging ik naar de huisarts. Voor mijn behandeling bij de orthomoleculair therapeut moet er weer bloedonderzoek gedaan worden. Zo kunnen we zien of de tekorten die ik vorige keer had, inmiddels zijn verdwenen.

Het spreekuur liep uit en ik moest best lang wachten. Dus mijn plan om eerst de verwijzing te halen en dan meteen door te gaan naar de prikdienst, viel in duigen. Nog voor ik in de spreekkamer was, moest ik zoeken naar mijn energie. Ik keek onder de stoelen, de balie en tilde even een baby op uit een kinderwagen want ik vertrouw niemand, zeker geen baby’s, dat zijn nu eenmaal energieslurpers. Maar ik vond mijn energie niet.

Dus tegen de tijd dat de huisarts mij kwam halen zag ik eruit en bewoog ik als een 90-jarige, in plaats van de stralende 51-jarige blom die ik in mijn hart ben. Ik vertelde waarvoor ik kwam en ook hoe het nu gaat. Dat ik een paar keer per week douche en kook en dat ik niet meer doe. Dat de enige huishoudelijke activiteit die ik altijd deed, de was doen, ook niet meer lukt. Dat liggen, op de bank en in bed mijn hoofdactiviteit is. Beetje lezen. Een keer per week naar buiten 5 minuten lopen met de rollator, al is me dat als ik eerlijk ben de laatste 4 weken ook al niet meer gelukt. Een keer per week naar de fysio.

Toen hoorde ik ineens met een oorverdovend kabaal een kwartje vallen bij hem.

Wat het opleverde dit gesprek – buiten de verwijzing die ik nodig had – was dat ik met hem afsprak dat ik, als ik me zo voel, niet meer naar de praktijk hoef te komen. Hij vertelde liever op huisvisite te komen, dan zou een consult voor mij minder belastend zijn.

Het wordt nog wel eens wat, die huisarts van mij.

De week

Afgelopen week was niet de beste week. Ik heb veel last van mijn rechterarm en dat maakt dat soms ook de hele rechterkant van mijn lijf vervelend aanvoelt. Dit is een oude bekende klacht waar ik al jaren last van heb en die af en toe weer de kop opsteekt. Het maakt ook dat ik dus regelmatig naar de fysio ga. Op dit moment weer wekelijks.

Buiten de fysio stond er afgelopen week een afspraak bij de huisarts en een onderhoudsbeurt voor de verwarmingsketel in de agenda. De huisarts afspraak werd afgebeld, ja, de beste man kan zelf natuurlijk ook gewoon eens ziek worden. Ik besloot de energie die het niet doorgaan van de afspraak opleverde, meteen weer uit te geven en ging naar de kapper.

Dat is niet mijn favoriete tijdverdrijf. Ik heb gelukkig makkelijk haar en ga daarom gemiddeld een keer per jaar naar de kapper. De laatste jaren ging ik naar een hele goedkope kapper die wel oké was, maar niet op afspraak werkt. Soms was ik daar dus een hele ochtend aan kwijt en dat hakt er in qua energie. Nu besloot ik er eens wat geld tegenaan te smijten en te gaan naar een heel goed aangeschreven (en dure) kapper waar ik wel een afspraak kon maken .

Tja, wat zal ik zeggen. Het is goed geknipt, dat wel maar het is niet wat ik vroeg. Daarbij komt dat het model dat ze knipte – een bob – niet echt geschikt is voor mijn haar. Ik heb veel en zwaar haar en dat zit beter als het in laagjes wordt geknipt. Nu is het wel een beetje opgeknipt maar hangt het vrij steil naar beneden, terwijl ik normaal vrij veel slag heb. Ik gaf aan wat ik wilde (flink korter, in laagjes) toen zei zij dat ze liever dit wou doen. Het zou niet stijl hangen maar leuk warrig. En ik heb de ruggengraat van een weekdier zei ‘O, oke’. En keek in de spiegel naar een volledig steil kapsel en vroeg me af of zo’n kapster dat dan zelf niet ziet 😲. Maar goed, tegen die tijd stond ik wat energie betreft flink in het rood en wilde ik alleen nog maar zo snel mogelijk weg. Dag dure kapper, tot nooit weer!

Nou ja, volgend jaar weer een kans.

(Deze foto voegt niets toe aan het verhaal maar dit Dibbesbeertje is zo schattig dat ik hem toch wilde delen).

In het weekend werd ik wat grieperig maar dit zet gelukkig – even afkloppen – tot nu toe niet door. Ik ga nu dan vandaag naar de huisarts voor een verwijzing voor bloed prikken en dan meteen door naar de prikdienst.

Verder is mijn agenda, op de fysio en de huishoudhulp na, leeg. Puber is al vrij deze week, dus we doen lekker rustig aan. Hij had deze week stage moeten lopen maar omdat hij zoveel moeite had met een plek vinden, kon dat niet meer voor deze week gerealiseerd worden. Nu offert hij een week van zijn meivakantie op. In ruil heeft hij nu twee weken voorjaarsvakantie. Ook goed.

Fijne week allemaal!

Ik deed het!

Weten jullie nog dat ik een tijdje geleden schreef over mijn verlangen er eens uit te breken. Een appartement via Airbnb boeken en naar Londen gaan, of Barcelona?

Wat zou het me fijn lijken! Struinen door een buitenlandse stad. Terrasjes. Wijntje drinken. Musea. Mensen kijken. Op zoek gaan naar fijne plekjes om te eten. Zonder me druk te maken over mijn glutenvrije lactosevrije dieet.  

Dit schreef ik nog geen twee weken geleden. En raad eens? Ik boekte! Huh?

Niet naar Barcelona, niet naar Londen maar naar Gent! Dat is immers ook buitenland, aan te rijden, in geval van miserabel voelen zijn we zó weer thuis en belangrijker: in Gent heb ik iets te doen.

In december werd ik door iemand benaderd naar aanleiding van mijn blog Wat jij niet ziet. Of ik interesse heb om mee te doen aan een expositie op 12 mei in Gent rond ME. Meerdere kunstenaars dragen hieraan bij in beeld en woord.

Of ik zin had om ook mee te doen? Nou, eigenlijk wel! Ik sprak af zelf wat teksten uit te zoeken die ik goed genoeg vind en dat was het.

Natuurlijk stak er daarna een storm in mijn kop op. Die teksten moet daar immers gepresenteerd. Ik kan niet een lullig A4tje ophangen met tekst. Het moet wel een beetje de blik vangen natuurlijk, zeker als ik daar met mijn woorden hang tussen echte kunstenaars die schilderijen en foto’s en zo hebben gemaakt.

Bovendien moet ik niet alleen iets maken, maar ook daar zien te krijgen. De expositie wordt 11 mei opgebouwd, dus dan moet het daar zijn. Opsturen kan maar het is natuurlijk ook een idee als M. dat daar de 11e aflevert en erbij kan zijn als het wordt opgebouwd/opgehangen.

Toen telde ik 1 en 1 op, ging op zoek en vond een allerschattigst huisje via Airbnb, niet te ver van de expositieruimte vandaan. We rijden zaterdagochtend naar Gent, M. gooit mij in het huisje en gaat mijn bijdrage brengen. We eten gewoon in het huis zelf, want er is een keuken en de volgende dag hoop ik zelf heel even naar de expositie te gaan en wellicht (met de rolstoel) even door Gent te wandelen.

Nou is dat leuk of is dat leuk! Natuurlijk kan het zijn dat het niet lukt maar voor nu ga ik ervan uit dat het wel lukt. We zijn met eigen vervoer en in het ergste geval rijden we naar Gent, duik ik daar in bed en rijden we de volgende dag terug zonder dat ik er iets van mee heb gekregen. Dat zien we dan wel weer.

Moet ik me voorlopig eerst druk maken om hoe ik mijn teksten ga presenteren. Ik overweeg het te laten afdrukken op textiel of plexiglas maar wil er ook niet al te veel geld aan uitgeven. Leuk vind ik het zeker. Het geeft me een grote mentale boost en het is ook fijn om hieraan bij te dragen. Ik zie mezelf toch een beetje als een ME-activist die strijdt voor meer begrip en een betere zorg.

Buiten de expo verheug ik me er zeer op om voor het eerst in – geloof ik -14 jaar met M. samen een weekend weg te gaan. We zaten terug te denken, ons laatste uitje samen was waarschijnlijk in 2005 naar Barcelona, toen een vriend van mij 40 werd. Daarna had ik het druk met een opleiding waardoor ik twee weekenden per maand weg was, kreeg ik twee keer achter elkaar een nieuwe baan, verhuisden we en werd ik ziek in 2008. Het kwam er dus niet meer van.

Dus. Op naar Gent.

Op de eerste plaats

Van de week kreeg ik een berichtje van een vriend die in het buitenland woont. Hij was twee dagen in Nederland en of ik zin, tijd en energie had die dag of de volgende dag. Ik kwam net onder de douche vandaan en zou in de middag een onderhoudsmonteur langs krijgen voor de verwarmingsketel, dat waren mijn activiteiten van de dag.

Als mensen die ik niet vaak zie, vragen of ik het leuk vind om bezoek te krijgen, vragen ze me eigenlijk: ‘vind je het leuk om mij te zien en neem je voor lief dat je in de dagen (of weken) erna niet goed slaapt, niet kan douchen, je nergens op kunt concentreren, koken moet overslaan en flink wat extra pijn hebt‘.

Dus zei ik nee, hoe spijtig ook. Ik moest de dag erop ook naar de fysio en dat is voor mij belangrijker dan onverwacht bezoek. Dat kost mij altijd heel veel energie. Tenzij het bezoek betreft dat heel vertrouwd is. Hoe vaker ik iemand zie, hoe makkelijker het is om heel even een bezoekje te doen. Dat zijn de mensen die zeggen ‘ik kom maar even’ en daadwerkelijk ook na een kop thee weer gaan, omdat ze begrijpen dat het dan op is bij mij.

Zelf geef ik van te voren altijd wel aan dat een bezoek beperkt moet zijn qua tijdsduur maar als iemand er dan is, gebeurt er iets in mij. Mijn lijf en brein lopen vol met adrenaline en voor je het weet sta ik op tafel te dansen. Ik word wild in mijn hoofd en verlies het contact met mezelf. Als het bezoek weg is, duurt het uren voordat dat gegier in mijn kop verdwijnt. En dan komt de klap.

En dan heb ik het over bezoek waar ik op ingesteld ben en dat nog redelijk vertrouwd is, dat nog redelijk begrijpt wat er bij mij speelt. Maar mensen die ik lang niet gezien heb – deze vriend zag ik volgens mij voor het laatst in 2009 – weten denk ik niet echt hoe de vlag erbij hangt bij mij. Er is sporadisch contact. Een afspraak, hoe leuk ik dat ook zou vinden, zou er enorm in hakken. En dat doe ik niet meer. Misschien op een hele goede dag, in een goede tijd, als ik weet dat ik de week erna niets te doen heb.

Het feit dat ik nu redelijk makkelijk nee zei, deed beseffen hoezeer ik veranderd ben. Nog niet zo heel lang geleden zou ik ja hebben gezegd, wetend dat ik daarna een vette terugslag zou krijgen. Dat doe ik niet meer, voor niemand. Ik heb mezelf op de eerste plaats gezet. En de enigen voor wie ik nog iets forceer, dat is mijn gezin of mijn kattenbende.

Voorheen vond ik het normaal dat ik me voegde naar een ander, aangezien ik altijd over tijd beschik en anderen een drukke agenda hebben. Nu besef ik dat de factor energie en redelijk pijnvrij zijn aan mijn kant voor mij belangrijker is dan de factor beperkte tijd bij een ander. En dat dit dus betekent dat ik voor mezelf kies ten koste van een ontmoeting met iemand die ik wel heel graag weer zou willen zien maar dan liever op een moment dat het mij uitkomt.

En dat is winst. Ook al voelt dat niet helemaal zo.

Ik en ik en ik

Ik ben mijn eigen kind.
Als ik val,
help ik mezelf overeind
en leg uit
waar het mis ging.
Ik vertel over gevaren
en wat pijn doet,
in de hoop
dat ik er wat van leer.

Ik ben mijn eigen leraar.
Ik lever mijn werk in
en krijg het terug
met rode strepen.
Zo zie ik
wat de aandachtspunten zijn.

Ik ben mijn eigen vriendin.
Heb ik een moeilijk moment,
dan ben ik mezelf
tot luisterend oor,
veer mee en veroordeel niet.

Ik ben mijn eigen criticus.
Altijd weer 
leg ik die vinger
op dat ene rotte plekje.

Ik ben mijn eigen fan
en juich keihard over
elke vooruitgang.
Verliespunten veeg ik
onder de mat.
Maar ik laat mezelf
niet in de steek,
een echte fan
in voor- en tegenspoed.

Ik ben mijn eigen verkoper,
prijs aan wat ik kan
en verdoezel wat minder gaat. 
Zo maak ik
mijn eigen wereld
wat mooier dan ie is.
Daar kikker ik
eigenlijk best van op.

Ik ben mijn eigen wereld,
voed me met alles
wat er in me leeft
en verbaas me elke keer weer
over de enorme rijkdom
die ik in mezelf aantref.
Die zag ik nooit,
omdat ik nooit keek.

Niet langer ben ik alleen maar ME-patiënt,
ik promoveerde tot fulltime allrounder,
met uitstekende vooruitzichten
en fijne perspectieven,
vooral omdat ik van mezelf
niets meer moet…  

(uit het blogarchief, afbeelding Pixabay)

De week

Het was een relatief rustige week. Ik herstelde gelukkig weer iets meer van de terugslag. Zoals het nu is, ben ik in ieder geval weer stabiel (slecht) en ga ik niet verder achteruit. Dus als ik me goed rustig blijf houden, zou ik van hieruit ook weer iets van veerkracht moeten kunnen verzamelen.

Gisteren haalde ik de gerepareerde scooter op, die was eerder deze week hier thuis opgehaald. Er zit een nieuwe accu in en er is een acculader in gemonteerd. Doordat ik er weinig mee rijd, heb ik de scooter als het ware helemaal leeg getrokken. Een volle accu heeft bijvoorbeeld een vermogen van tien. Door de scooter te starten, onttrek je daar twee aan. En door het rijden, laadt scooter weer op, als je wat kilometers maakt tenminste.

Hoewel ik bij aanschaf wel heb aangegeven zeer inactief te zijn, is het voor een ander natuurlijk moeilijk voor te stellen wat die inactiviteit precies inhoudt. Ik ga natuurlijk niet mijn hele medische hebben en houden op tafel leggen in zo’n winkel. De brommerwinkel had in ieder geval niet begrepen dat ik daarmee bedoel soms weken niet het huis uit te komen, behalve voor een ritje van hooguit 15 minuten naar een behandelaar.

Maar goed, nu is die boodschap wel aan gekomen en ze stelden daarom voor om een acculader erin te monteren, een tip die ik ook van een bloglezer kreeg (dankjewel!). Zo kan ik de scooter als ik heb gereden, meteen opladen. Weer wat geleerd, ik had niet verwacht dat de accu van een benzinescooter zo kwetsbaar was. Maakt niet uit, ik heb nu mijn zelfstandigheid weer terug.

Verder speelt er een en ander op de achtergrond wat me bezighoud. Puber zoekt nog steeds een stage bij een internationaal werkend bedrijf en dat wordt inmiddels bijna een soap. De lijst van bedrijven die hij heeft gemaild en gebeld is lang en succes blijft tot nu toe uit. Hij heeft alle tips die hij heeft gekregen (ook van veel bloglezers naar aanleiding van mijn oproep hier) opgevolgd, maar het lukt niet. Die stage is wel verplicht en dat het niet lukt genereert dus wel wat stress.

Hij moet over twee weken beginnen. Lukt dat niet dan moet hij die week een aangepast programma volgen en alsnog later in het jaar een stage lopen. School begeleidt tot nu toe nauwelijks en de tips die de kinderen kregen getuigen van weinig realiteitszin. Een aantal scholieren heeft inmiddels wel een stage gevonden en dan gaat het eigenlijk bij iedereen via via, meestal via familie. In veel gevallen kun je je afvragen of het wel zuivere koffie is want volgens S. betreft het dan vooral een stage op papier en gaan die betreffende scholieren niet echt iets doen, laat staan dat het een stage in een internationale omgeving is.

Vrijdag was er een bijeenkomst voor de ‘kneusjes’ die nog geen succes hadden. De stagecoördinator bleef bij zijn eerdere opmerkingen dat het heel makkelijk zou moeten zijn een internationale stage te vinden en kreeg vervolgens een storm van kritiek over zich heen. S. heeft aangegeven dat als hij de stage later dit jaar moet volgen, hij graag adressen van bedrijven zou willen krijgen waar klasgenoten over twee weken aan de slag gaan. Dat werd eerst afgewimpeld met de opmerking dat een onderdeel van het leerproces het zoeken zelf was. Waarop hij heeft uitgelegd wát hij tot nu toe heeft gedaan, gebeld, benaderd ook onder meer via de moeder van een vriend van hem die allemaal contactpersonen bij internationale bedrijven heeft en dat hij daar toch heel veel van heeft geleerd. Alleen helaas zonder een succesvolle uitkomst. Daar had de coördinator toch even niet van terug.

Veel bedrijven zitten helemaal niet te wachten op een scholier die maar 5 dagen meeloopt. Wat hij vooral heeft geleerd is dat je namen van mensen moet hebben en die persoonlijk moet benaderen. Bel je naar de receptie en vraag je naar die en die, dan word je vrijwel meteen afgewimpeld. Hij komt er niet doorheen. Van de twintigtal bedrijven die hij mailde, hebben er iets van drie de moeite genomen een afwijzing te sturen. Inderdaad heel leerzaam, het is net het echte leven 😉 . 

Eén en ander heeft bij mij geleid tot veel woede over hoe school hiermee omgaat en ik denk erover een mail te sturen. Ik ben geen moeder die om elk wissewasje docenten aan hun haren trekt maar zoals het nu gaat vind ik niet oké. Dus wind ik me op, dat trekt ook veel energie uit mij. Kan ik beter die energie besteden aan het schrijven van een klacht. Dan is het uit mijn systeem.

Dit weekend is hij nog met een laatste poging bezig, via de vader van een vriend. We hopen daar straks meer over te horen.

Verder was de week rustig, gevuld met lezen en katten. Vooral Moos is erg tevreden nu. Mijn moeder kwam vandaag even lunchen en Moos kwam even kijken wat er allemaal op tafel stond.

Komende week bestaat uit huisartsenbezoek (ik moet mijn bloed weer laten testen voor de komende afspraak bij de orthomoleculair therapeut) en de fysio. Dat is voor mij wel genoeg actie in een week, dus verder doe ik niets. Nou ja niets, ik ga vandaag van de zon genieten. Ik heb zojuist al even op het stoepje voor het huis in de zon gezeten. Elk jaar vanaf begin februari staat de zon dan net weer hoog genoeg om daar in de middag te kunnen zitten. Voor mij voelt dat altijd als de start van het voorjaar. Die zon was warm mensen! Heerlijk!

Dromen

Soms doe ik alsof ik niets mankeer. Ik fantaseer over een trip naar Barcelona of Londen. Ik struin uren op de site van Airbnb op zoek naar een geschikt appartement. Mét lift, zo realistisch ben ik wel. Ik kijk naar beschikbare vluchten en hoe lang ik weg zou willen. Reken zelfs uit wat het kostenplaatje zou zijn.

En dan, dan klik ik de site weg en donder weer in mijn eigen realiteit. Wat dacht ik? Een stedentrip! Ik kan niet eens naar een museum omdat daar te veel mensen zijn.

Maar wat zou het me fijn lijken! Struinen door een buitenlandse stad. Terrasjes. Wijntje drinken. Musea. Mensen kijken. Op zoek gaan naar fijne plekjes om te eten. Zonder me druk te maken over mijn glutenvrije lactosevrije dieet.

Na al die jaren verlang ik nog steeds naar röring. Boswandelingen. Spontaniteit. Nieuwe indrukken opdoen. Hard lachen zonder bang te zijn dat het teveel uitput. Een eetfeest geven voor een heleboel mensen. Dansen tot ik erbij neerval. Laat op de avond licht aangeschoten op straat terug naar huis lopen nadat je een heerlijke avond hebt gehad. Stomende sex met de leukste man ter wereld. Aanwezig zijn bij de belangrijkste momenten in het leven van mensen die voor mij belangrijk zijn.

Verlangens gaan nooit weg. Ik ben tegenwoordig vooral geoefend in het ‘kleine en fijne’ maar van nature leef ik nu eenmaal groots en meeslepend. Al is het alleen maar in mijn hoofd. Maar dat telt ook. Vind ik dan toch.

Als ik toch eens. Dan zou ik. En ging ik. Dat dus. Dromen over wat niet kan. Omdat er dan nog iets gebeurt, al is het alleen maar in mijn hoofd.