Gerrie en de vlooien

Mijn aankondiging van een paar dagen geleden dat ik het blog of in ieder geval sommige artikelen achter een wachtwoord ga zetten, heeft tot een stortvloed aan mails geleid. Iets wat ik niet echt had voorzien. De meest gestelde vraag was of ik alsjeblieft niet de kattenstukjes achter slot en grendel wilde gaan zetten.

Dat ga ik inderdaad niet doen. Sterker nog, hier komt er één, vangen!

De dag nadat we van vakantie terugkwamen vertelde de googlekalender mij dat onze Gerrie een vlooienpil moest. Ik gebruik weliswaar nog steeds een papieren agenda, maar dit soort dingen, vlooien- en wormenbestrijding en zo, zet ik graag in de agenda op mijn telefoon. Ik krijg op de dag zelf een reminder en zo weet ik vanzelf welke kat de bofkont van de dag is. Ik doe ze nooit allemaal tegelijk, want als ik er twee heb gedaan krijg ik de andere twee niet meer te pakken. Dus doe ik een kat per keer en is de volgende een dag of twee dagen later aan de beurt.

Nu is dat toedienen bij Gerrie niet heel makkelijk. Hij kent drie standjes:
1) bang, ik vertrouw jou niet,dit is het einde van alle fijne dingen
2) ik zit op de trap en gluur naar potentieel enge dingen
3) extreem aanhankelijk en knuffelig, ik ben nu Chef Kopstoot

Toen hij hier net woonde gaf ik hem een paar keer een vlooienpipet. Dát was geen succes. Geen enkele kat vind dat fijn maar meestal herstellen ze zich daar snel van. Het is vooral verontwaardiging dat dit ze nu wéér overkomt, die ongepaste smerige geur op hun rug.

Maar Gerrie herstelde er niet van als ik het deed. Hij bleef tot wel twee dagen erna angstig en geagiteerd, durfde ook niet meer naar binnen te komen. Na het toedienen gaat hij een soort van buikschuiven. Alsof het spul op zijn rug eraf valt als hij gaat tijgeren, echt te zielig.

Dus stapte ik na een tip van een bloglezer over op Comfortispillen. Dat zijn pillen ter grootte van een aspirientje dat zeer effectief is. Alleen de pil moet dus wel in de bek worden gepropt. Omdat de pil zo groot is, moet hij bovendien in vieren worden gesneden. Je propt er dus niet een pil in maar vier keer een kwart pil.

Dat lukte redelijk. Gerrie was in het begin zo schuw en bang dat als ik hem eenmaal vast had, hij compleet verstijfde en zich als een mak lammetje liet ‘mishandelen’. Want zo voelt het wel als je een kat iets tegen zijn zin in zijn bek moet proppen.

Nu ben ik echt een ervaren pillengever. Ik ken inmiddels alle trucjes die je kunt toepassen. Maar Gerrie is een geval apart. Hij laat zich – waarschijnlijk omdat hij gewoon wat sterker is inmiddels en meer zelfvertrouwen heeft – niet meer zomaar oppakken en een pil in zijn bek stoppem. Hij heeft een tactiek dat hij met alle vier poten de lucht in springt als je hem probeert te pakken, zo glibberig als zeep. Heb je hem eenmaal tóch vast dan lukt vast blijven houden bijna niet. Laat staan dat je dan een gevierendeelde pil in zijn bek krijgt. Een wormenpil lukt over het algemeen wel, die is veel kleiner.

De laatste paar keer was het al een drama om hem de Comfortis toe te dienen en ik vroeg daarom nu deze keer aan de man hulp. Het eindigde met opengekraste armen, gekwetste zielen, een kat die van de stress overmatig ging kwijlen en waarbij er ook iets in zijn bek was beschadigd, ik denk door het scherpe randje van die kloterige gevierendeelde pil. In ieder geval het bloed kwam er uit. Om het geheel compleet te maken had hij tot vier dagen na toediening een soort zenuwtic met zijn bek en kop, ik denk van de stress. En vond ik delen van de pil later op de grond.

Nou, mens en dier hebben hadden hier een groot trauma te verwerken. 

Dit wil ik niet meer maar ik wil natuurlijk ook geen kat met vlooien en hij laat zich niet kammen. Dus bedacht ik dat ik hem bij zijn jaarlijkse dierenartscontrole en enting, meteen een vlooieninjectie wil laten geven. Dat werkt een half jaar en bespaart me het maandelijkse worstelen met vier stukken pil.  Ik stop hem eerlijk gezegd liever twee keer per jaar in een mand en ga met hem naar tante dierenarts dan dat ik maandelijks die pil in zijn bek moet proppen. 

Maar hem optillen is ook een ‘ding’. Dus oefen ik nu met optillen. Tijdens onze knuffelsessies pak ik hem af en toe op en zet hem dan meteen weer neer. Zodat de weerstand wat minder wordt. De reismand staat al weer klaar en hij krijgt lekker hapjes in de buurt van die mand.

Een echte kat-in-de-mand-training wordt het niet. Dat heb ik wel geprobeerd vorig jaar maar is met hem – in tegenstelling tot Dibbes – geen succes. Hij stapt niet uiteindelijk zelf de mand in, hoeveel lekkere brokjes ik er ook in leg. Het valt hem gewoon niet aan te leren.  Ook niet als ik de bovenkant van de reismand eraf haal, zodat het wennen in etappes gaat. Dibbes had ik na 5 maanden zover dat hij in de mand zet met deksel dicht en dat ik de mand al kon optillen. Gerrie zat toen na 5 maanden nog steeds op een meter afstand naar het lekkers in de mand te kijken. Lekkers vóór de mand wordt wel gepakt, maar lekkers in de mand is ‘de vijand’.

Ik weet uit ervaring dat als ik hem eenmaal in de mand heb, hij wel rustig blijft. Dus ligt de nadruk nu vooral op hem op kunnen pakken.

Je kunt de kat wel uit het trauma halen – zoals het leven op straat bij Gerrie heeft veroorzaakt –  maar je haalt het trauma helaas nooit meer uit de kat. Honden kunnen volgens mij makkelijker een verleden achter zich laten. Bij Gerrie is toch wel het hoogst haalbare dat hij tevreden is en zich veilig voelt en geen vlooien heeft. En dat is goed zo.

Er mogen zijn

Ooit keek ik in de spiegel en zei tegen de vrouw die ik daar zag: “wie ben ik als ik niet meer kan wat ik altijd kon?Als ik niet meer doe wat ik altijd deed? ” Een vraag die speelde in de begintijd van mijn ziekte. Toen ik moest leren accepteren dat wat ooit was, niet meer terugkwam. Een periode van accepteren, afscheid en rouw.

In een samenleving waarin we ons vaak definiëren aan de hand van wat we doen, is dat ook geen vreemde vraag. Sterker nog, het is de eerste vraag die we aan elkaar stellen als we elkaar tegenkomen. “Wat doe jij tegenwoordig?” En dan vertellen mensen dat zij een eigen bedrijf hebben, werken als communicatiemedewerker, gepensioneerd zijn of dat ze even ‘in between jobs’ zitten. Wat we doen, wordt opgehangen aan datgene waar we geld mee verdienen.

Of we staan anders in het leven en we beantwoorden de vraag met het laten zien van foto’s van onze kinderen. Omdat die voor een groot deel van de dag bepalen hoe we deze indelen.

Als in bed liggen of op de bank zitten je hoofdactiviteit is, dan kan dat dus enorm schuren. Ooit was ik ook iemand met een druk bestaan, die van hot naar her rende en die altijd verhalen paraat had over wat er nu weer op het werk was gebeurd. Want daar speelde altijd wel wat.

Dat ik op de bank lig betekent niet dat er niets in mijn leven gebeurt. Mijn leven is vaak vol. Ook omdat de dingen van de dag de energie opslokken die er is. Maar het is niet iets waar je makkelijk over praat. Het is nu eenmaal niet zo boeiend om te zeggen dat je hebt gedoucht. Ook al betekent dat in sommige weken dat dit een grote overwinning is.

Patiënt ben je helaas 24 uur per dag. Ik heb om die reden nooit vakantie en ook nooit een parttime dag, kan mezelf niet uitzetten. Ik kan ook niet naar de winkel gaan en zeggen  “doe nu maar een tijd een ander lijf, dit hier ben ik zat.” Het is niet zo vreemd dat ik vaak het gevoel heb gehad mezelf kwijt te zijn geraakt. Dat gebeurt als de spelregels in je leven ineens veranderen en je daar schijnbaar weinig invloed op hebt.

Wat ik  nog wel deed op een dag was vaak óf niet echt de moeite waard van een gesprek óf zo beladen dat het me uitputte. Het is gewoon niet fijn praten over pijn of over wat ziekzijn met je doet. Het zorgt bovendien ook vaak voor ongemak bij de ander. Ik vond het moeilijk eerlijk antwoord te geven op de vraag van een ander hoe het met mij ging. Bang dat mensen wegliepen. Wat ook wel is gebeurd.

Als de rol die je altijd vervulde verandert, dan duurt het een tijd voordat er weer een balans is. Gaandeweg heb ik ontdekt, al zoekend naar zingeving, dat schrijven maakt dat ik mezelf kan helen. Dat het dan voelt alsof mijn stukjes weer in elkaar passen. Weliswaar allemaal op een andere plek, maar toch een soort van geheel. Ik ben een  IKEA zelfbouwpakket waarvan er hier en daar wat schroefjes missen en waarvan de gebruiksaanwijzing zoek is. Maar, ik sta. Nou ja, soort van.


“Ring the bells (ring the bells) that still can ring
Forget your perfect offering
There is a crack in everything 
That’s how the light gets in”

(Leonard Cohen, Anthem)

Nu ik regelmatig gebruik maak van een rolstoel, lijkt het alsof alle onderdelen van mij weer door elkaar liggen en opnieuw een plekje moeten zoeken. Ik moet toch weer afstand nemen van een beeld van mezelf. Van een hoop die ik had en verwachtingen van mezelf.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben heel, héél, blij met de rolstoel. Om wat het me geeft: ik kan nu aanwezig zijn, daar waar ik eerder schitterde door afwezigheid. Maar het heeft ook een andere kant.

Omdat ik moet wennen aan hoe mensen naar mij kijken.
Wat ze tegen me zeggen.
Of juist niet zeggen.
Ik moet wennen aan de blik die mensen heel erg niet op mij werpen.
En wennen aan de kinderen die juist lekker staren.

Ik moet wennen aan mijn eigen ongemak, aan het gevoel dat ik mezelf echt toestemming moet geven om in de rolstoel te gaan zitten. Omdat ik voel en weet dat veel mensen niet begrijpen waarom ik erin zit. En het daardoor bijna lijkt alsof het niet mag. Van mezelf. Want ik ben mijn eigen grootste commentator.

De grootste stap was niet de aanschaf van de rolstoel of er de eerste keer in gaan zitten. De grootste stap is dit te blijven doen. Mezelf toestemming te geven ergens naar toe te gaan, ondanks mijn eigen ongemak met het ding. Dat heeft te maken met ‘er mogen zijn’ van mezelf en raakt heel erg aan zelf-liefde. Mezelf omarmen in alle imperfectie. Dat het goed is zoals het is, ongeacht van wat ik daarvan vind of denk. Of een ander.

Dat zijn grote stappen. Dus ik ben nog even aan het puzzelen. En op zoek naar mezelf. 😉

Over ezeltjes en stenen

Wát hoort Ome Dibbes? Ben je nu al weer over je grenzen gegaan. Dom mens! Toch wel om iets leuks te doen hoop ik? Nee, niet eens! Tsssss.

Deze week maakte ik een vliegende start nadat ik voor mijn doen volledig opgeladen terugkwam van vakantie. Omdat het moeilijk is het gevoel van energie te negeren (energie! ENERGIE!!!!!) maakte ik de fout die ik al jaar in jaar uit maak (en niet alleen ik denk ik). Ik gaf de energie uit alsof ik rijk was. En kwam weer in het rood te staan.

Dom. Heel dom. Ik hielp kind met zijn kamer. Daar moest flink worden opgeruimd en gereorganiseerd. En omdat het me allemaal te traag ging, bemoeide ik me er mee, kwam in een adrenalinekick terecht en tegen de tijd dát ik de grens voelde was ik hem al kilometers gepasseerd.

Gelukkig kreeg ik gisteren een heerlijke massage van de fysio, waardoor de spieren wat kalmeerden. En voor nu moet ik even de pijn uitliggen.

Het goede nieuws is dat ik wel weer goed slaap. En dat ik het gevoel heb dat ik er met een paar dagen wel weer ben. Hopelijk kan ik daarna wat rustiger de draad oppakken.

Een van de redenen dat ik me op vakantie zoveel beter voelde is denk ik dat ik naast het goede slapen ook veel minder stappen op een dag zette (gemiddeld 1500 minder op een dag zie ik op mijn fitbit). En dus nooit mijn fysieke grenzen over ging. Dat is echt wel iets om in het achterhoofd te houden (zei de vrouw die zich als een ezel gedroeg deze week).

Voor nu heb ik in ieder geval een nieuwe kruk op wielen voor in de keuken besteld. De oude zadelkruk bleek niet meer te reanimeren en viel ook niet meer onder de garantie. Dan maar een ander gekocht, ik hoop dat deze morgen wordt geleverd. Die kruk gaat in ieder geval al weer wat stappen uitsparen.

Nou ja. Dat was het vallen. Nu weer overeind komen. Vooruitgang is niet dat je nooit valt. Het is telkens weer opstaan en niet het koppie laten hangen. Dus: voorwaarts kruip!

 

Thuis

Afscheid nemen van mijn Franse poezenvriendinnetje was niet makkelijk maar bij thuiskomst werd dat snel goed gemaakt door onze moeilijk benaderbare getraumatiseerde kattenbende. En thuiszijn is ook weer fijn.
Nu het relaxte gevoel vasthouden!

Het Franse madammeke

Het paradijs

Ik weet het zeker, dit is de hemel. Ik lees uren per dag, de plaatselijke pizzeria serveert glutenvrije pizza’s, er is hier een té lieve lapjeskat die mijn kattenbehoefte goed weet te bevredigen. Als we op de veranda zitten kijken we uit op een weiland met koeien. Er vliegen hele bijzondere vogeltjes met oranje staartjes en kuifjes voorbij. Het is hier ongelofelijk mooi en stil. De rolstoel is een enorm succes. Ik kan nu ergens naar toe gaan zonder volledig afgeknapt te raken. Ik slaap voor het eerst in jaren goed,echt goed en dan overdag ook nog 1,5 uur. En we hebben nog bijna een week te gaan!

Over katten, de keiharde werkelijkheid, hoop en dankbaarheid

Vandaag is het internationale kattendag, bedoeld om katten eens in het zonnetje te zetten en te verwennen. Nu negeer ik dat want het is hier jaar in jaar uit 24 uur per dag kattendag. En verwennen doe ik ze al genoeg. Leef je als kat in Huize Min of Meer dan word je overstelpt met aandacht en zorg.

Het werkt ook andersom. Ik leef voor een groot deel huisgebonden en zonder de katten zou ik dat een stuk zwaarder vinden. Er ligt er altijd wel eentje binnen handbereik om geaaid te worden. Eenzaam voel ik me niet met  vooral Gerrie in de buurt, die als ik naar hem kijk altijd begint te kletsen. Ik denk oprecht dat zij mij erdoor heen slepen en ik hun leven ook beter maak.

Het is trouwens vandaag nóg een internationale dag: de dag van Severe ME. Op deze dag staan we stil bij mensen die de ergste vorm van ME hebben. Mijn leven is al heel beperkt maar mensen met deze vorm liggen 24 uur per dag in het donker, verdragen geen voedsel, licht, geluid en hebben helse pijnen. En overlijden. 8 augustus was de geboorte dag van Sophie Mirza, een Engelse ME patiënte die aan de gevolgen van ME is overleden.

Elke dag ben ik blij dat ik deze vorm van ME niet heb
– dankbaar dat ik nog, al is het maar af en toe, naar buiten kan, zelf kan eten, kan lezen, de katten kan aaien en met mijn gezin samen een tv serie kan kijken.

Elke dag ben ik bang dat ik deze vorm van ME krijg
– want stadia verschuiven en ik ken diverse patiënten die vergelijkbaar met mij waren en dan ineens zover terugzakken in mogelijkheden dat ze 24 uur per dag plat moeten liggen. Zelf heb ik ook een aantal jaren bijna continu plat gelegen en weet hoe slopend dat is. Voor de patiënt én zijn omgeving.

Elke dag sta ik op met de hoop dat er een oplossing wordt gevonden – want na een jaar vol aandacht in de media over ME en de erkenning van de Gezondheidsraad is de hoop dát er ooit een oplossing wordt gevonden weer opgelaaid. Voor veel patiënten komt die oplossing  helaas te laat.

Vandaag sta ik stil bij wat mensen met ernstige ME allemaal moeten missen. Ik mis veel maar kan in vergelijking met deze groep patiënten tot mijn grote dankbaarheid gelukkig nog onvoorstelbaar veel. En ook al sla ik douchen maar al te vaak over wegens pijn en gebrek aan energie, ik ben niet afhankelijk van een ander om me te wassen.

Het is zomertijd, mensen genieten volop, ontmoeten hun vrienden op terras, strand en doen wat gezonde mensen doen. Terwijl mensen met ernstige ME continu in het donker liggen, dromend van een ander leven en in sommige gevallen dood liggen te gaan.

Dat is de keiharde werkelijkheid. Ik hoop dat we dat ooit kunnen veranderen.

Hè hè

Hoewel ik hoopte op een hele rustige week, ging ik deze week uiteindelijk toch nog twee keer naar de dierenarts. Dinsdag voelde ik dat de poot van Moos weer iets verdikt was en zijn voet was ook nog best dik. De zaterdag ervoor had de dierenarts een ontstoken nagelbed geconstateerd en hij kreeg sindsdien pijnstilling en antibiotica.

Zus was afgelopen dinsdag weer in Hoorn, om een high tea te maken ter ere van de 80ste verjaardag van onze moeder. Maar ze was bereid tussen de voorbereidingen door met mij naar de dierenarts te rijden. ’s Middags sprong ze weer in de auto om de kat van  vriendin D. op te halen, waar het even niet zo lekker mee ging en die de nacht bij een dierenkliniek had moeten doorbrengen. Zus staat dus nu met stip op nummer 1 van de top 10 van  lieve mensen die super zijn in noodsituaties.

Afijn, Moos weer in de mand en het gejammer begon weer. Want als er iets erg en onjuist is, dan is het als Moos in de mand moet. Katonwaardig! En dat laat hij merken.

De dierenarts constateerde dat het voetbed inderdaad nog wel erg dik was. Er zat ook weer wat vuil in de wond en dat is schoongemaakt. De verdikking in zijn poot die ik voelde was echt minimaal. Gelukkig geen ontsteking of een abces maar waarschijnlijk het gevolg van anders gebruiken van zijn spieren om zijn voet te ontzien. Spieren reageren heel snel op dat soort dingen.

Zaterdag terugkomen en tot die tijd hem nog steeds binnenhouden en zijn voetje regelmatig weken in een ontsmettend spulletje was het advies.

Moos binnen houden was niet eenvoudig want hij was afwisselend depressief en razend en heeft ons goed wakker gehouden omdat hij uit pisnijd en bij uitbraakpogingen letterlijk in de gordijnen hing.

De lijst met katten die zaterdag mee moesten werd dus steeds langer en gisteren gingen we uiteindelijk met Moos, Smoes en Droppie, de kat van vriendin D. wiens poot tien dagen geleden is geamputeerd,  op controle.  De poot van Moos zag er weer prima uit en we kregen groen licht. Meneer stapte meteen na het dierenartsbezoek dol gelukkig door de deur de tuin in en is sindsdien weer geheel zichzelf.

Smoes gaat ook goed. Het was de laatste controle na de schildklieroperatie van 3 weken geleden. Zijn ontlasting is goed, hartslag is normaal en hij valt niet meer af. Sterker nog, hij is aangekomen. Hij heeft de groeicurve van een kitten vertelde de dierenarts en dat is nu net niet de bedoeling willen we niet met een tientonner Smoes eindigen.

Want meneer vraagt nog steeds heel vaak om eten. Hoewel hij absoluut niet meer zo veel eet als tijdens het hoogtepunt van de schildklierellende – toen at hij zo 600 tot 800 gram nat voer per dag én daarnaast droge brokken – eet hij nog steeds wel twee keer meer dan de andere katten.

Dat is dus een gewoonte volgens de dierenarts. Eten is altijd wel een ding geweest voor Smoes – als kitten en jong katje heeft hij honger geleden – maar hij krijgt nu meer binnen dan hij nodig heeft. Dus moet ik streng zijn en echt overgaan tot normale porties. Smoes kan nogal dwingend kijken dus krijg ik nu het merendeel van de dag dé blik:

Kat Droppie werd verlost van het merendeel van zijn hechtingen en mag nu gaan wennen aan lopen op drie poten. Natuurlijk niet mijn kat maar omdat wij hem haalden en brachten de afgelopen tijd en D. bijstonden met toedienen van medicatie en zo, was het ook voor ons fijn nieuws dat zijn wond goed is genezen. Het wordt nog wel een lang traject want hij ervaart nog pijn – waarschijnlijk fantoompijn, de zenuwen moeten wennen aan een nieuwe situatie – maar voor ons (vooral voor M. ) zit het er op wat heen en weer rijden betreft.

Dus. Nu gaan we hopelijk weer over op normaal want ik ben er goed klaar mee. Ik hoop ook dat ik snel uit de zorgmodus kan stappen want vooral Smoes heeft mij flink beziggehouden en ik vind het moeilijk loslaten. Ik blijf tobben en ben bang dat het toch weer misgaat en vind het ook moeilijk om op vakantie te gaan. Volgens de dierenarts is er geen enkele aanleiding om thuis te blijven en kan ik met een gerust hart gaan. Dat ga ik dus ook maar proberen.

Over dierenartsbezoek gesproken, deze reactie kreeg ik onlangs:

Waarover ik mij dan verbaas (zonder te oordelen) hoe kun je bv wel tig keer per week naar de dierenarts hollen en ben je niet in staat om ‘eén keer naar de bibliotheek te gaan. Snap je dat dat raar is, voor een blog-lezer?
Dat wil niet zeggen dat ik je veroordeel, maar het rijmt niet.

Ik snap dat zeker wel en ben blij met die vraag want het geeft me de gelegenheid dit uit te leggen. Mijn antwoord aan haar was dit:

Dat snap ik wel dat dit verwarrend is. Dat komt deels doordat naar de dierenarts gaan moet omdat er dan een noodsituatie is, zoals de afgelopen weken. Met de auto, terwijl de man rijdt. Dus zeker niet hollend. 😉 Dierenartsbezoek gebeurt meestal op energie die er niet is. En zorgt vrijwel altijd voor een terugslag. Ik weet dat het slimmer zou zijn om M. alleen te laten gaan. Aan de andere kant ben ik degene die de katten het meeste verzorgt en dingen signaleert als het niet goed gaat. Dus vind ik het prettiger als ik dan meega.
En naar de bieb ga ik als er energie voor is. Wat dus de laatst tijd helaas niet voorkomt.
Het gaat dus om keuzes maken. Vanwege de vele dierenartsbezoeken heb ik douchen bijvoorbeeld vele malen over geslagen en vrijwel niet gekookt. Het is nog steeds het één of het ander hier.

Onverwacht dierenartsbezoek gebeurt dus op energie die er niet is en zorgt ervoor dat ik ‘in het rood’ kom te staan en veroorzaakt dan een terugslag. Gepland dierenartsbezoek (zoals een jaarlijkse controle en enting) is anders omdat ik dan in mijn planning daar rekening mee houd, al een paar dagen voordat ik ga. Hetzelfde geldt voor een trip naar de bieb. Dat kan ik doen op een dag dat ik voel dat er ruimte voor is.

De reden dat een trip naar de bieb de laatste tijd dus zo weinig voorkwam, is simpelweg omdat er dus steeds iets tussen kwam wat meer urgentie had. Ik ben de afgelopen weken uiteindelijk letterlijk van terugslag naar terugslag gegaan en hoop van harte dat het nu klaar is en ik weer wat kan herstellen. Het zou fijn zijn als ik op vakantie iets meer kan doen dan voor pampus op een ligbed liggen. Aan de andere kant, dat ligbed staat aan de rand van een privézwembad, boek binnen handbereik, dat is ook helemaal niet verkeerd.

Ik snap best dat het soms onbegrijpelijk is wat ik nu wel en niet kan doen. Zelf begrijp ik het trouwens ook vaak niet omdat de grenzen nogal eens opschuiven. Soms lukt iets wat normaal buiten mijn bereik ligt. En soms ga ik onderuit van iets simpels als een telefoongesprek.

Nou ja, dat was het wel. Ga ik nu ontbijten en kijken of er iemand al wakker genoeg is om een verjaardagsliedje voor me te zingen want ik ben jarig vandaag. 😉

Nóg een mankepoot

Als de wekker om kwart voor 7 gaat ben ik best verbaasd. Tot kwart voor 7 geslapen! Dat is uitslapen voor mij. Ik word al maanden tussen 4 en 5 in de nacht wakker en het lukt vaker niet dan wel om dan weer in slaap te vallen.

Omdat Smoes natuurlijk merkte dat ik vaak vroeg wakker was, heeft hij een nieuwe gewoonte ontwikkeld. Eerder wakker betekent kans op eerder eten krijgen! En dus ontstond er een patroon dat Smoes mij zo rond 5 uur kopjes begon te geven. Of, als dat niet werkte, over mij heen rende een paar keer. Van slapen kwam er dan natuurlijk helemaal niets meer terecht. Natuurlijk kunnen we de slaapkamerdeur dicht doen maar de ervaring heeft geleerd dat er dan vier katten achter de deur gaan zitten jammeren en krabbelen. Slapen lukt dan zeker niet meer. Ik ga een eventuele volgende generatie katten heel anders opvoeden maar vooralsnog heb ik daar nu geen donder aan.

Maar vannacht was er geen Smoes, alleen een wekker om kwart voor 7. Ik ging naar beneden om de katten eten te geven. De man vertelde dat hij brokjes had uitgedeeld en dat de kattentroep naar buiten was gegaan.  Zonder Moos, want die mag nog niet.

Ook Smoes ging naar buiten? Ik was helemaal verbaasd. Ze krijgen in de ochtend én avond wat natvoer en brokjes. En vooral voor Smoes lijkt natvoer van levensbelang te zijn. Niet raar als je een kat bent die net aan een te snel werkende schildklier is geopereerd.

Na een klein kwartiertje kwam hij dan toch opdraven. At zijn nat voer maar liet wat over. Dus kunnen we nu hopelijk de conclusie trekken dat zijn te snel werkende schildklier echt is genormaliseerd. Nu maar hopen dat hij mij voortaan ook met rust laat om 5 uur en ik weer beter ga slapen.

Schreef ik eergisteren over al het kattenleed, kwam daar gisteren nog wat leed bij. M en ik zaten in de tuin te ontbijten en buurkat Tommie kwam aangestrompeld. Zo mijn armen in. Zijn voorpoot was enorm dik.

Buurvrouw had donderdag al gemeld dat hij wat mank liep. Ergens ingestapt wellicht, of zijn pootjes verbrand aan de stenen op de straat (door de hitte). Ze keek het even aan en appte zaterdag dat het al veel beter ging.

M. en ik bevoelden de poot van het beest en dat voelde niet goed. Twee keiharde grote zwellingen, de ene bijna bij zijn oksel. Dus met Tommie in mijn armen en ik nog in kort slaapshirt met onderbroek togen we naar de buren, die daar nu nog vast nachtmerries van hebben (van mij in onderbroek).

Afijn, lang verhaal kort. Ik heb uitgelegd dat ze METEEN naar de dierenarts moesten en niet tot maandag moesten wachten. Want met een ontsteking in de poot moet je enorm uitkijken, dat kan zomaar oprukken richting het hart.

Dus gingen ze en kwamen beteuterd weer terug. Ze waren echt maar net op tijd.  Iets later en dan zou het exit Tommie zijn geweest. Hij had twee grote abcessen in zijn poot die gevaarlijk groot waren geworden.  Waarschijnlijk gevochten. Leeg geprikt en nu aan de medicatie.

Gelukkig niet mijn kat en dus niet mijn stress maar toch wel enerverend. Tommie wordt hier graag gezien. Hij komt elke dag even knuffelen, neust met alle katten en doet soms stiekem een dutje op de logeerkamer. Een hele lieve kat met een zeldzaam zacht karakter.

Ga ik nu proberen uit de ‘er is iets met alle katten uit mijn omgeving‘stand te komen. Ik zei tegen M. dat ik het gevoel heb continu alert te moeten zijn. Ik word daar hyper en doodmoe van en snak naar een hele gewone saaie rustige week waarin ik bij kan komen van de hitte en alle stress van de laatste tijd.

Ik wens mezelf dus een super relaxte rustige week toe met gezonde katten op vier poten die allemaal goed functioneren.

Kattenleed

Moos. Hier heel tevreden maar inmiddels niet meer. Wegens leed en pijn en een slechte behandeling door zijn mensen. Naar de dierenarts!

Nadat kat Smoes werd geopereerd op 16 juli, vertrokken wij afgelopen dinsdag weer naar de dierenarts voor het verwijderen van de hechtingen. Mijn zus was die dag in Hoorn omdat zij met mijn moeder naar het ziekenhuis ging, voor een laatste controle van haar gebroken arm. Ik had aan Zus gevraagd of zij dan in de middag mij naar de dierenarts wilde brengen. Dat is nét wat relaxter voor mij dan het avondspreekuur omdat ik meestal om 19 uur helemaal klaar met de dag ben qua energie.

Zus wilde dat wel en dus gingen we. De hechtingen zijn verwijderd, de wond ziet er prachtig uit. En belangrijker, zijn gewicht was stabiel en zijn hartslag klonk beduidend minder dreunend en is minder snel. Een teken dat de stofwisseling tot rust is gekomen. Nu nog één nacontrole volgend weekend en dan zijn we klaar met dit traject.

Die dinsdagmiddag hadden we onverwacht nog een kat bij ons. Droppie. Niet mijn kat maar van vriendin D. Droppie was de week ervoor met een gebroken achterpoot thuisgekomen,  waarschijnlijk heeft hij ergens klem gezeten. De poot was gebroken en de knie uit de kom. Omdat D. geen eigen vervoer heeft, is ze aangewezen op anderen met een auto.

Vóór die dinsdag was ze al drie keer bij de dierenarts geweest. Twee keer met haar buren en één keer met M. Alle keren is de poot gezet en gespalkt. Maar de knie schoot telkens weer uit de kom en bij die laatste controle is toen afgesproken dat het nog één keer gespalkt zou worden, maar zou het dan wéér losgaan dan werd het tijd om te gaan praten over amputatie.

Dus dinsdag was een spannende dag voor haar. Helaas bleek amputatie toch de beste oplossing te zijn en we spraken af dat dit donderdag zou gaan gebeuren. M. reed heen en weer en we leverden een kat met vier poten af en haalden een 3-potige kat weer op. Echt heel sneu. Gelukkig kunnen katten zich echt heel goed redden met 3 poten en het gaat naar omstandigheden nu heel goed met Droppie.

Ik was mee hem ophalen donderdag. Niet heel slim gezien mijn energiepeil maar ik was er nu al zo bij betrokken en wilde graag wat mentale steun verlenen. Ik was daarvoor heerlijk gemasseerd bij de fysio en kon daarna gelijk door met M. en D. haar kat ophalen. Zaterdag 4 augustus moeten de hechtingen worden verwijderd bij Droppie en dan nemen we meteen Smoes maar mee voor zijn laatste controle. Zo slaan we twee vliegen in één klap.

Ik had de hoop dan nu even klaar te zijn bij de dierenarts maar vrijdagochtend wilde kat Moos niet komen in de ochtend om te eten. Hij lag onder de appelboom en verroerde zich niet. Maar gezien de hitte vond ik dat niet heel raar. Ze hebben allemaal minder trek nu en liggen de hele dag voor pampus.

’s Avonds wilde hij weer niet komen en toen heb ik hem gepakt en naar binnen gehaald. Bij het neerzetten viel op dat hij niet op zijn rechter voorpoot wilde staan. Hij liep wel naar zijn bak maar dat ging niet soepel.

Nu kan ik ook wel behoorlijke pijn in mijn lijf hebben – zeker nu met die hitte – en stijf en stram lopen dus keken we het even aan. Na een uurtje gaf ik hem pijnstilling die ik nog had van Smoes zijn operatie en binnen no time liep Moos weer normaal. Hij had dus overduidelijk pijn. Misschien gestoken door een bij of wesp? Controle van het voetbed leverde niets op.

Vanmorgen was zijn pootje helaas veel dikker en hij likte er veel aan. Dus hop in de mand. Waarna ik zag dat hij bloedde. Dat was denk ik niet opgevallen omdat hij continu zat te likken.  Op naar de dierenarts. Alleen nu hadden wij een vervoersprobleem aangezien de auto voor onderhoud bij de garage stond. Vriendin M. sprong in haar auto en haalde ons op. Ik had de dierenarts al gebeld. Zij hebben op zaterdag spreekuur op afspraak tot 13 uur. Eigenlijk hadden ze geen plek meer maar we mochten tóch komen. De afgelopen weken zijn we er in totaal geloof ik al 6 of 7 keer geweest dus blijkbaar denkt de dierenarts inmiddels dat wij daar tot het meubilair behoren ;-).

Moos bleek koorts te hebben en een ontstoken nagelbed. Hij is waarschijnlijk ergens ingestapt. Er zit een wond tussen zijn nagels maar het lukte niet om te zien of er nog iets inzit. De dierenarts stelde twee opties voor:
a) hem een roesje geven en hetgeen erin zit verwijderen
b) het even aankijken met sterke antibiotica en pijnstilling

Al aan de wond voelend adviseerde zij het laatste. De ontsteking was nog niet ingekapseld zoals ze dat noemt en dus is de kans groot dat het met antibiotica verdwijnt. Grote kans dat als er nog iets in de wond zit, dat vanzelf wordt uitgestoten.

Zijn poot zou vanavond al aanzienlijk minder dik moeten zijn. Gebeurt dat niet dan mogen we morgen even mailen voor advies. Wat tof is want de dierenarts heeft morgen vrij. Echte service vind ik dat. Eventueel zouden we dan morgen naar een dierenarts moeten gaan die weekenddienst heeft om alsnog stap A te zetten. Onze dierenarts gokt er echter op dat dit niet hoeft.

Dus dat was wéér een rit en weer wat stress. En Moos is boos. Hij moet voorlopig binnen blijven. Ik baal ook wel. Want nu moeten we weer alles dicht houden. Niks lekker luchten. En ik vind het natuurlijk zielig voor hem.

Even afwachten maar weer.  Hopen dat alles nu tot rust gaat komen in Huize Min of Meer.

Smoes en zijn schildklier (of wat er van over is)

Precies een week geleden lag onze Smoes op de operatietafel, waar hij een schildklieroperatie onderging. Het was tot het laatste moment spannend of de operatie door kon gaan. Hij moest namelijk wel in een redelijke conditie zijn.

Maandagochtend rond een uur of 9 vertrokken wij met een nuchtere en daarom zéér verontwaardigde kat richting dierenarts. Indien de bloedtest positief was, zouden we hem daar meteen achter kunnen laten voor de operatie. Die was voor de zekerheid al ingepland voor in de middag.

Bloed werd afgetapt, meneer werd gewogen (iets afgevallen), hartslag gemeten (te snel en te dreunend) en we deden ons verhaal. We mochten op de uitslag wachten in de wachtkamer.

Een klein half uur later kwam de dierenarts de uitslag bespreken. Wat volgde was een best negatief verhaal en daarom zag ik het vonnis niet aankomen: toch opereren ondanks waarden die niet positief zijn. Na 6 weken schildkliermedicatie waren zijn schildklierwaarden weliswaar gedaald maar nog steeds op het randje. Zijn leverwaarden zijn nog schrikbarend hoog. De medicatie verder verhogen was niet mogelijk aangezien hij al op de hoogst mogelijke dosering zat. Opereren leek de enige mogelijkheid om de boel tot rust te brengen.

Het verhaal kwam erg negatief op mij over, zeker omdat ze benadrukte dat we drie weken na de operatie wéér de bloedwaarden moesten laten testen om te zien of vooral de leverwaarden zich dan wel hebben genormaliseerd en de overgebleven schildklier een normale hoeveelheid hormonen produceert. Maar het was wel een beetje van  “ach en wee en maar hopen dat….”

Na het kattenkind gedag te hebben gekust vertrokken we richting huis waar ik probeerde me niet al te druk te maken. Een te hoge hartslag in combinatie met een narcose is natuurlijk niet echt prettig.

Eind van de middag mochten we hem weer halen en spraken we C., de dierenarts die hem had geopereerd. Dat was ineens een heel ander verhaal. Ik vertelde eerlijk dat ik wat somber was geworden van het gesprek met Y, de andere arts. C. heeft veel meer ervaring en vertelde dat ze soms wat van zienswijze verschillen. Volgens haar denkt Y, de jongere arts, nog erg vanuit het standaard protocol dat ze op de opleiding heeft geleerd. Maar zij zag geen enkele reden waarom het niet goed zou komen en vond een bloedtest over drie weken alleen nodig als er daadwerkelijk symptomen zijn die te denken geven. Als de stofwisseling te snel gaat dan merk je dat aan de hartslag, zijn gewicht, ontlasting en eetgedrag. Kortom als die allemaal normaal zijn, dan is testen nergens voor nodig. Ze opereert al jaren katten met schildklierproblemen en had eigenlijk nooit mee gemaakt dat het erna niet goed gaat.

Oké, dát klonk veel beter. Smoes was inmiddels voldoende bijgekomen, al ging dat wat moeizaam, maar uiteindelijk mocht hij mee naar huis met een flinke jaap in zijn keel en de belofte een week later terug te komen om de hechtingen te laten verwijderen.

eenmaal thuis wilde hij meteen naar buiten, wat natuurlijk niet mocht

De afgelopen week herstelde hij goed en snel. Zijn eetgedrag is normaal. Zijn ontlasting is dat nog niet, maar dat kan ook door de antibiotica komen en die is inmiddels op. Zijn gewicht is wel stabiel.

Zaterdag hebben wij hem voor het eerst weer naar buiten gelaten. De wond is mooi geheeld en we zagen geen reden hem nog te straffen door hem langer binnen te houden. Het is een senior en zijn gedrag buiten is vooral beetje scharrelen en snuffelen en middagdutjes doen. In de nacht houden we hem nog wel binnen.

Dus daar ging meneer met de staart omhoog, dolgelukkig. Elke struik in de tuin is besnuffeld. Zijn manier van lezen wat er de afgelopen week is gebeurd, zonder hem.

Morgen laten we de hechtingen verwijderen en 6 augustus is dan een nacontrole, waar we dus al of niet nog een bloedtest laten doen. Afhankelijk van de uitslag ga ik wel of niet mee op vakantie. Op zich heb ik goede hoop maar je weet maar nooit. Hij geeft nu toevallig al een paar dagen achter elkaar over. Kan door de hitte komen, kan iets anders zijn. Even afwachten maar weer. Ik ben er nog niet helemaal gerust op. Een combinatie van mijn gewone zwartgalligheid met nog wat oververmoeidheid van de afgelopen tijd.

Nou ja voor Smoes is in ieder geval het ergste nu achter de rug. En voor ons ook. Want een kat binnenhouden met die hitte en dus alle ramen en deuren dicht moeten houden, was niet echt fijn.