7 jaar al weer

Toen mijn oog gisteren op de datum viel, die ik op de voorpagina van de krant zag staan, besefte ik iets. Ik blog al weer 7 jaar! Begin december 2010 plaatste ik mijn eerste blogbericht. Ik zou de wereld als ‘Spaarcentje’ wel eens vertellen hoe je moet consuminderen. Dat deed ik vol overgave.

Ik schrijf nog steeds vol overgave maar minder over omgaan met geld. Ik ben denk ik ook wel wat bescheidener geworden. Ik heb niet langer de illusie dat ik jullie kan vertellen hoe met geld om te gaan. Wel probeer ik nog steeds te delen hoe ik dingen aanpak. Vaak leer ik daar zelf nog  het meeste van denk ik. Het schrijven gaat steeds meer over dat wat er toevallig omhoog komt drijven, variërend van de zin van mijn leven tot slap ouwehoeren. Omdat ik dat leuk vind.

Sommige bloglezers lezen en reageren al bij mij sinds mijn Spaarcentje-tijd. Hartstikke leuk vind ik dat.

Cijfers van bezoekers aantallen ga ik niet noemen. Dat is alleen een beetje boeiend voor mij, voor jullie niet. Maar ik waardeer het zeer dat ik best goed gelezen word. Ik voel me daardoor gezien, zo vanaf de bank en dat doet veel met mij.

Zo terugkijkend naar mijn oudere berichten zie ik hoe ik ben veranderd. In mijn omgang met geld. Met het ziekzijn. Met de katten. Mijn schrijfstijl. Ik voel me een stuk beter en ook veel relaxter dan 7 jaar geleden. Toen greep het perspectiefloze van mijn bestaan me regelmatig naar de strot. Tegenwoordig vind ik dat perspectiefloze minder boeiend. Ik richt me meer op het nu en minder op straks, dat bevalt goed.

Jullie hebben dat allemaal meegemaakt, zo lezend bij mij. Mij aangemoedigd op heel veel gebieden. Mij van heel veel tips en reacties voorzien. Meegeleefd met alle heftige spanningen rond de socialisatie van Dibbes en Gerrie. Jullie zagen vanaf de zijlijn hoe S. van een jochie van 8 veranderde in een puber van 15. (Waar ik niet veel meer over schrijf, want dat vinden pubers niet fijn.😊)

Ik ging van links naar rechts en van voor naar achter, qua onderwerpen, en tóch bleven jullie mee lezen😉. Dus dikke dank je wel daarvoor. Of ik je nu ken of niet, of je reageert of niet. Dank!

De week

Afgelopen week gebeurde er weinig en veel tegelijk. Ik was vooral huis- en bankgebonden en probeerde te lezen én iets meer te ontspannen, ik ben momenteel net een te strak gespannen veer. Ik heb maar liefst drie weken over een roman gedaan. Het was een goed boek (‘Niemands gek’ van Richard Russo) maar mijn concentratie is beperkt.
Nou ja niet zozeer beperkt, ik leid aan tunnelvisie – ik lees veel over andere dingen, zoals hoe je je darmflora sterker kunt maken – en daardoor blijft er niet veel over voor andere activiteiten, qua concentratie.

Dus dan maar wat foto’s, de week in beeld:

Na mijn zeewiergemopper van vorige week, vroeg iemand of ik van sushi hield. Dat is natuurlijk ook een manier om zeewier naar binnen te werken! Ook niet echt een favoriet. Maar dat komt vooral door ’t feit dat mijn sushi-ervaring tot nu toe beperkt bleef tot rauwe vis en vlees. En dat vond ik ook toen ik nog wél een vleeseter was, een licht traumatische ervaring. Maar daar viel vast iets op te verzinnen! En inderdaad, ik maakte vegetarische sushi met bloemkoolrijst en groenten en vond het zalig. Dit is een goeie om zeker een keer per week te eten!

Het optuigen van de boom schoot niet op. Hier op de foto staat hij al drie dagen, met welgeteld één bal. Jullie weten inmiddels wel dat ik niet van Kerstmis houd – als je hier al wat langer mee leest – dus ik voelde me niet de eigenaar van dit ‘probleem’. Inmiddels hangt het ding vol.

Verder at ik groente:

En groente..

En groente…

Ik volgde een gratis webinar van Henderina Mantel, vertaalster van het GAPS boek, waarin zij veel voorkomende oorzaken van maag-en darmklachten behandelde en mogelijke oplossingen. Ik heb daar een paar goede tips uit kunnen halen.  Ik las ook het boek ‘de poepdokter’, van blogster De groene Vrouw. Heel informatief en een aanrader.

Zaterdag ging ik naar Yoga Nidra (liggende yoga, voor luie mensen 😂) en voelde me er na een beetje zoals Moos hier boven. Eindelijk begin ik weer wat te ontspannen.

Er waren toch weer wat zorgen om Dibbes. Hij heeft af en toe een vochtig oog. Niet heel heftig en soms een paar dagen niet, maar toch. Ik heb telefonisch overlegd met de dierenarts en op haar verzoek foto’s van het oog gemaakt en opgestuurd. Zij vindt ook dat t zonde is om Dibbes nu in de mand te forceren, nu ik nog niet klaar ben met de in-de-mandtraining. Ik heb eind van de ochtend weer contact met de praktijk, waarschijnlijk proberen we met een oogzalf of er verbetering optreedt. Dat kan mijn moeder dan halen bij de dierenarts en meenemen als ze dinsdag komt, want zij woont boven de praktijk (mam als je mee leest, dan weet je dat alvast 😂)

Zo niet, kijken we verder. Er zijn inmiddels wel kalmeringspillen in huis -alprazolam- dus mocht t nodig zijn gaan we natuurlijk wel naar de dierenarts. Reden dat dit goed in de gaten moet worden gehouden, is dat Dibbes toen hij in ons leven kwam, een zeer ernstige vorm van entropion had, een oogziekte waarbij de wimpers naar binnen groeien. Daar is hij aan geopereerd, maar t kán terugkomen. 

Hier valt niets over te vertellen, anders dan dat ze schattig zijn, de heren boven en onder:

Dit is mijn uitzicht vandaag. Gisteravond maakten M. en ik na het eten een kleine wandeling door het park grenzend aan onze tuin. Prachtig, die stille witte wereld. Vandaag ga ik daar van bijkomen en me voorbereiden op de komende drukke week: twee keer huisarts, een tandartsbezoek, een darmspoeling, en op zondag een lunch hier thuis met schoonouders. Veel drukte voor mijn doen!

Wat zijn jullie plannen?

Zwemmen of verzuipen voor het goede doel

Ken je dat gevoel van vroeger nog, tijdens zwemles. Aan het eind van elke les moesten we watertrappelen. Deed je dat niet goed dan zonk je, tot de haak van de badjuf je nét op tijd ving. Zo voel ik me nu. Ik ga een paar keer per dag koppie onder en ik doe heel erg mijn best weer boven te komen.

Schreef ik een paar dagen geleden nog dat ik me goed voelde, nu bepaald niet. Ik denk dat ik last heb van een ‘die off’. Een reactie van mijn lichaam op het afkicken van zetmeelproducten/koolhydraten/suikers en het uithongeren van de parasiet. In feit is het een detox waar ik bezig mee ben. Ik ontdoe mijn lijf van ongewenste indringers,  dat kán soms tot heftige reacties leiden.

Toen ik 9 jaar geleden met suiker eten stopte, had ik vrijwel meteen een hele heftige reactie. Knallende hoofdpijn, misselijk, duizelig. Dit keer had ik de eerste week geen enkele reactie. Ik moet daarbij zeggen dat ik sinds ik 9 jaar geleden suiker voor het eerst heb geschrapt, daarna nooit meer over ben gegaan op veel suiker eten. Een enkele keer suiker in baksels of soms wat honing. Soms een broodje jam. Maar echt minimaal. Bij alles wat ik koop, let ik op de suikers en ik koop bij voorkeur dus suikervrij tot aan de tomatenketchup aan toe. Ik kook niet uit pakjes en zakjes, eet geen vleeswaren met toegevoegde suikers dus wat ik naar binnen kreeg, was minimaal.

Dus toen ik het anti-parasietendieet begon, nu 3 weken geleden, waarbij ik zetmeelarm, geen fruit, geen suikers mag eten, was ik niet verbaasd dat de hoofdpijn uitbleef. En toen ik van de week me slechter ging voelen, dacht ik eerlijk gezegd dat ik griep kreeg. Pas gisteravond drong het tot me door dat ik in een ‘die off’ zit. Er gebeurt dus van alles.

Tot die tijd handel ik op energie die er niet is. Ik ging gisteren naar Yoga Nidra met mijn tong op mijn knieën. Mijn brein vond het fijn, mijn lijf niet maar ik ben wel blij dat ik ging. Het doet me mentaal heel goed. Ik kook ook twee keer per dag met energie die er niet is. Bij voorkeur in grotere hoeveelheden zodat ik bij elke maaltijd veel keus en variatie heb. Mijn lijf vindt dat hopelijk straks fijn, mijn brein nu niet, dat draait er alleen maar van door.

Dus probeer ik te compenseren. Ik kook, kook en nou ja, ik kook. Tussendoor lig ik op de bank. De schone was ligt in een grote stapel op het logeerbed en wie iets nodig heeft plukt er maar iets uit. De man heeft zich dit weekend op het huishouden gestort en neemt daarbij dit keer ook mijn taakjes over. In ruil bied ik hem heerlijke zetmeelarme vegetarische parasietendodende voeding aan. Jullie begrijpen dat hij staat te juichen.

Nou, tot zover dan maar weer. Ik ga een knolselderijsoepje maken.

Stoere kat

Dibbes is weer helemaal opgeknapt en het mannetje. Hartstikke fijn. Vorige week schreef ik dat ik al een heel eind ben met de kat-in-de-mand-training maar nog niet voldoende om al naar de dierenarts te gaan. Het kán wel in geval van nood – ik krijg hem zeker in de mand – maar dan is denk ik al het opgebouwde teniet gedaan. Er is nog zó veel te trainen.  Opmerkingen van mensen dat zij hun kat ‘gewoon’ in de mand proppen hoor ik wel maar ik kan er niets mee. Ik heb al 25 jaar katten en Dibbes laat zich niet ‘gewoon’ in de mand proppen. Dat hebben we al zo vaak geprobeerd. En drogeren dat wil ik niet meer, want hij raakt al volledig in paniek als hij de werking van de drugs voelt. Dan weet hij, ‘het is weer zo ver‘. Trainen dus.

Deze week hebben we een hele grote volgende stap gezet. Na een paar weken oefenen met buiten lopen met Dibbes in de mand, ging ik de auto proberen. Dát was spannend. De spannendste stap tot nu toe, dat merkte ik wel aan hem. Het geluid van de auto die van het slot ging en het portier dat open ging, was behoorlijk heftig voor hem. Ik zette hem heel voorzichtig op de achterbank. Daar produceerde hij twee zielige piepgeluidjes en viel toen stil.

Dat was meer dan voldoende voor de eerste keer in de auto. Nu eerst dit een flink aantal keren herhalen en dan oefenen met het portier dicht. De motor starten en de stap erna,  echt rijden, dát is nog wel een paar maanden buiten ons bereik.

Weer binnengekomen is hij verwend met lekkere hapjes en uitbundig geprezen. We zijn al verder gekomen dan ik had gehoopt of verwacht! Stoere Dibbes!

Puzzelen

Als je van een arts hoort dat je een ziekte onder de leden hebt, is je eerste vraag waarschijnlijk ‘hoe kom ik er weer vanaf?’ Je vraagt om medicijnen en tips en in veel gevallen – als de ziekte wat complexer is – een behandelplan. Soms bestaat dat uit een behandelplan via een ziekenhuis of specialist maar soms krijg je ook een doorverwijzing en het advies je leefstijl aan te passen.  Je huisarts weet weliswaar niet alles van je aandoening maar de specialist waar je naar toe gestuurd wordt meestal wel. Steeds meer en vaker zijn ziektes die vroeger een doodvonnis betekenden, nu heel goed behandelbaar. Er zijn behandelprotocollen, steungroepen en nazorgtrajecten voor veel mensen die herstellen van een heftige aandoening of infarct.

Hoe anders is het als je de diagnose ME krijgt. In veel gevallen heb je een zoektocht van een paar jaar achter de rug waarbij elke therapeut of arts je opgewekt vertelt dat alles in orde is. Zij hebben niets gevonden dus ben jij niet langer hun ‘pakkie an’ en je wordt naar huis gestuurd met je rugzak vol pijn, moeheid, neurologische bagger en andere ellende. Je gaat flink twijfelen aan jezelf en aan je klachten. Omdat je ongeveer 9 van de 10 keer wordt verteld dat het tussen je oren zit, ga je dat ook denken. Maar na een paar jaar gedragstherapie zegt zelfs je therapeut dat er met jouw hoofd en denken niets mis is. Ondertussen zijn je fysieke klachten geëscaleerd tot een niveau dat je alleen nog maar plat kunt liggen en bij voorkeur in het donker.

Nog altijd ben ik heel blij dat in die enorme reeks therapeuten, zorgverleners en artsen die ik in die eerste twee jaar zag, een fysiotherapeut zat die mijn klachten herkende. Groot was mijn opluchting dat ik niet gek was maar gewoon een aandoening had met een naam. Groot was ook de desillusie toen ik ontdekte dat de behandelaars die zich hebben gespecialiseerd in ME in het duister tasten over de oorzaken van ME. Laat staan dat ze weten welke behandeling passend is.

Natuurlijk raakt er steeds meer bekend. Zowel over de oorzaken als over mogelijke oplossingen. Goddank wordt nu ook erkend dat gedragstherapie en revalidatie volgens een vaststaand schema geen acceptabele therapieën zijn aangezien ze in veel gevallen meer kwaad aanrichten dan goed.

Ooit hoorde ik dat slechts 5 % van de ME-patiënten geneest. Samen met de ervaringen van artsen die het ook niet weten of je stiekem een zeikerd vinden, is dat genoeg om heel erg ontmoedigd te raken. Toch hoor ik wel eens over mensen die wél herstellen. Ik heb zelfs een vriendin  die is hersteld. Haar tijdlijn op Facebook laat zien dat ze volop geniet van het leven, best veel doet en ook kan werken. Natuurlijk heb ik haar wel eens gevraagd waardoor zij beter werd. Dat wist ze niet echt. “Ineens” was het zover.

Ook heb ik natuurlijk heel internet afgespeurd naar succesverhalen. Soms zakte daarbij mij de moed in de schoenen. Dan las ik een jubelverhaal van iemand die genas door een suikervrij dieet, door acupunctuur, homeopathie, ademhalingstherapie. Allemaal behandelingen die ik ook heb geprobeerd met meestal kort of geen resultaat (anders dan een lege portemonnee). Ik heb heel lang de behandeling van Gupta gevolgd en ben daar wel enorm opgeknapt. Van altijd liggen naar meer overeind zitten en vaker naar buiten kunnen gaan. Maar ik werd niet beter, dat niet. En ondanks de claim die Gupta heeft dat 90 % geneest, zie ik in de Gupta steungroep wel erg veel mensen die ook niet beter worden en dan aan zichzelf gaan twijfelen. Dat is blijkbaar een mechanisme: ‘ik knap niet op dus doe ik het niet goed‘.

Vaak weten mensen het zelf ook niet waarom ze opknappen,  vermoed ik. Jarenlang zoeken ze, proberen ze dingen uit en ‘ineens’ vinden ze de sleutel tot het succes. Genezing kan aan de gevonden sleutel liggen. Óf aan de precieze volgorde van ondernomen behandelstappen in de loop der tijd. Óf aan de mate waarin iemand geleerd heeft mentaal met ziekte om te gaan en wellicht relaxter is geworden.

Net als dat ziek worden soms een opeenstapeling van factoren blijkt te zijn, is beter worden dat ook. Je zet stappen, zoekt dingen uit, probeert dingen uit, doet aan zelfreflectie, probeert grenzen niet te overschrijden maar luistert ernaar en leert dat woede destructief is en nergens toe leidt. Je zet telkens een stap en denkt heel lang ‘ik kom nergens‘ maar ineens, na een paar jaar, merk je dat je toch best veel kunt in vergelijking met vroeger. Zo merkte ik onlangs dat het drie weken zorgen voor andermans katten – nu voor het vijfde jaar op rij – me dit keer helemaal geen moeite kost.

Beter worden is voor mij een puzzel. Ik ben nog niet eens halverwege de oplossing. Maar als ik zie waar ik nu sta ten opzichte van 8 of 10 jaar geleden, dan ga ik bijna jubelen. Cruciaal daarbij was acceptatie. Kan ik mezelf accepteren zoals ik op dit moment in mijn leven ben? Ik denk het wel. Ik heb geleerd veel dingen per dag te bekijken. Niet te veel stilstaan bij wat niet kan, maar me richten op wat wel kan.

De energie die er is, niet meer verspillen aan woede klinkt makkelijk maar is het niet. Want eerst moest die woede eruit. En toen kwam er rouw. En dat is geen drol die je in één keer doorslikt. Daarna kwam er ruimte. Ruimte om keuzes te maken waar ik achter sta. Wat ik wil doen met de uren op een dag dat ik actief kan zijn.

Ik heb alles geprobeerd wat in mijn macht ligt. Soms heb ik het te hard geprobeerd en viel ik terug. Het toverwoord voor mij is zachtheid en mild zijn. Voor een ander zal het toverwoord misschien zijn: leren nee zeggen. Of niet blijven hangen in wat was.

Beter worden is een puzzel leggen. De juiste stukjes op de juiste plaats weten te leggen. Omdat een arts dat niet voor mij kan doen, moet ik het zelf doen. Doe ik het zelf. Omdat de woorden op mijn puzzelstukjes anders zijn dan de woorden op de puzzelstukjes van een andere ME-patiënt, is mijn puzzel – en dus de oplossing – ook anders dan die van een andere patiënt.

Een cruciale sleutel voor mij is denk ik dat wat je zwakte is ook je kracht kan zijn. Wat mij genekt heeft, kan mij ook beter maken. In mijn geval negeerde ik grenzen en was te overenthousiast voor de verkeerde dingen. Nu ik die energie richt op zaken die voor mij belangrijk zijn, draagt dat ook bij aan mijn genezing, hoop ik.

Mezelf alle dagen ontprikkelen zodat mijn hysterische zenuwstelsel niet langer continu op hol slaat is een grote sleutel. Energie besteden aan wat mij voedt, letterlijk, is dat ook. Me niet schuldig voelen maar gewoon genieten als ik iets doe waar ik heel ontspannen van word. Mijn wereld voorlopig klein en behapbaar houden.

Dit alles maakt volgens mij de bodem vruchtbaar voor de grotere stappen die echt ergens toe leiden. Op dit moment heb ik met die klote parasiet in mijn darmen ook weer een belangrijk puzzelstukje te pakken, vermoed ik. Als ik terug kijk, dan heb ik al heel lang buikpijn en last van mijn darmen. En ik pakte al zó vaak mijn voeding aan. Maar niet die parasiet. Nu wel en ik voel me echt opvallend goed. Wellicht is met het uitroeien ervan nu toch weer een volgende fase ingegaan, waarin mijn lijf meer in de omstandigheid is om te herstellen.

Zo lang ik ziek ben, blijf ik hopen. En puzzelen.

900 gram groenten per dag, dingen die ik niet lust maar toch eet én een recept

lekker eten met zeer vakkundig verstopte zeewier

Door het anti-parasietendieet dat ik volg is mijn voeding behoorlijk aangepast. Ik eet geen rijst/pasta/brood of aardappelen en suikervrij. Daarnaast is het de bedoeling dat je dagelijks wat voedingsmiddelen aan je dieet toevoegt die goed zijn voor de darmflora of de parasieten doden. Denk aan pompoenpitten (verlammen de parasiet), shitake en zeewier. Die zeewier zou net als de shitakes een paar keer per week gegeten moeten worden.

Kort samengevat, geen:

  •  Suikervrij
  • Zetmeelarm
  • Geen omega 6 vetzuren (roomboter),
    Geen ijzer (rood vlees, eet ik toch al niet)
  • Geen fruit met uitzondering van frambozen en bessen.

Wat wel:

  • 900 gram groenten per dag, zo vezelrijk mogelijk
  • Producten die essentiële suikers bevatten: zeewier, shi take
  • Olijfolie en kokosolie
  • Zo veel mogelijk  groene (blad)groenten (voor het foliumzuur)
  • Producten met omega-3 vetzuren (zoals vette vis maar dat eet ik niet dus even zoeken naar alternatieven, in walnoten zit het ook en ik slik algenoliecapsules waar ook omega 3 in zit)
  • Pompoenpitten
  • Beperkt zuivel (paar keer per week een bakje kwark)
  • Matig met noten

Dat is de theorie. Nu de uitvoering nog. 900 groenten per dag is een behoorlijke hoeveelheid om weg te werken en sommige dingen zoals zeewier vind ik ronduit vies.  Ik heb het in het verleden al regelmatig geprobeerd en meestal komt er een soort walging naar boven drijven die niet te negeren valt. Maar het bevat zoveel goede zaken dat ik het nu toch weer probeerde. Ik kocht ‘zeewierpasta’. Dat is gewoon gedroogde zeewier die je kunt koken en dan eten als pasta. Tijdens het koken verzamelt het kattenvolk zich verwachtingsvol bij het fornuis omdat er een doordringende visgeur in huis hangt en groot is de teleurstelling als ik het ze aanbied en het groente blijkt te zijn in plaats van een lekkere dooie vis.

De eerste keer at ik het met een bord spinazie en veel groenten. Dat was toch wel een licht traumatische ervaring al at ik dapper door en loog tegen het gezin dat ‘het best meevalt, de bite lijkt wel wat op echte pasta’. Yeah, right.  De tweede poging was met pesto en pecorino en heel veel knoflook. Al iets beter maar nog niet echt.

Wat ik nu doe is het koken en dan elke dag een klein beetje door mijn eten gooien of door de salade. Dat gaat geweldig omdat de smaak dan niet zo overheersend is. Ik verdeel de twee tot drie porties per week dus over alle dagen. Voor deze week staat het uitproberen van zeekraal op het menu. Ik  breid mijn repertoire dus uit.

Dan die 900 gram groenten. Hoe werk ik dat naar binnen? In ieder geval door soep te eten. Ik eet bijna alle dagen wel een flink kom soep. Daarnaast roerbak ik bijna alle dag groenten en dat eet ik dan met een omelet of met wat knolselderij of pompoenblokjes.
En ik maak pudla’s. Pudla’s zijn een Indiase – ja hoe zeg je dat – omeletjes of pannenkoekjes op basis van kikkererwtenmeel en gevuld met groenten en echt heel lekker. Door het kikkererwtenmeel bevat het behoorlijk wat eiwitten, voor mij als vegetariër ook een pré. Het past bij alle maaltijden en is ook lekker als snack tussendoor. Het is zowel warm als koud lekker.

Hoe maak je het?
– 1,5 kop kikkererwtenmeel
– 1,5 kop water
– 2 tenen knoflook
– kruiden die je lekker vindt
– evt. wat sambal
– rasp van een halve (biologische, anders schil niet eten!) citroen
– peper en zout
– heleboel fijn gesneden groenten (hoeveelheden vind ik moeilijk te geven. Is het beslag te nat, dan voeg je of wat groenten toe of nog wat kikkererwtenmeel. Het moet een soort dikke smurrie worden,klinkt lekker he!).

meng eerst kikkererwtenmeel met kruiden en water en gooi dan de rest er door
even roeren tot je een dikke smurrie hebt
beetje olie in de pan en per drie of vier op niet te hoog vuur bakken
tussentijds omdraaien
en klaar, eet smakelijk!

Zaterdag

Het zaterdagjournaal in foto’s, want ik heb op zich wel schrijfinspiratie maar geen energie en wel zin om iets te plaatsen. 🙂

Samen een boek lezen.
Beetje ziek en dus veel slapen (o wacht , dat doet hij altijd al).
Niet alles wat ik maak is een succes. Deze groente-eimuffins waren zo uit de oven verrukkelijk, maar na invriezen en ontdooien een vette fail.
Ontbijt met lactosevrije kwark, framboos en bes, wat nootjes en geraspte kokos. En veel kaneel!

Ik zorg nu tijdelijk voor twee katten omdat hun baasjes op vakantie zijn. Deze kat weet het al. Eten is naar binnen gewerkt en dan gaat hij klaar zitten bij een touwtje. Spelen! De andere kat wil vooral knuffelen.

Gerrie is zoals jullie zien ernstig ontstemd door alle aandacht die naar zieke Dibbes ging. Ik heb t weer goed gemaakt hoor.
De topper van de week, Roerbak van pompoen, boerenkool,prei, tauge, paprika met een kokoswrap. Echt lekker!

Fijn weekend allemaal!

Etiketten

Gisteren schreef ik over de vrijheid om niet te hoeven kiezen. Ik verkeer in de unieke positie – dankzij chronisch ziekzijn én het UWV – dat ik mijn tijd en energie kan invullen zoals ik dat zelf wil op dat moment zonder daar conclusies aan te verbinden. Natuurlijk wel flink beperkt door de klachten die ik op dat moment voel. Ik kan nooit zomaar denken: hé vandaag ga ik eens lekker 5 km wandelen. Nou ja, denken kan wel maar uitvoeren niet.

Die keuzevrijheid heb ik lang niet gevoeld omdat ik iets te veel ambitie had en vaak dacht dat ik iets nuttigs moest doen en ook omdat anderen soms – heel goed bedoeld – opmerkingen maken omdat ze blijkbaar denken dat mijn tijd moet worden opgevuld met iets wat ik goed kan en dat commercieel uitbaten, daarbij even het feit negerend dat ik niet vanwege mijn zweetvoeten ziek thuis zit.

Die opmerkingen leg ik lekker naast me neer tegenwoordig.

Iets anders wat heel veel voorkomt is het uitdelen van etiketten of suggesties. Mensen herkennen zich regelmatig in klachten of gedrag dat ik beschrijf. Gisteren nog schreef lezer L. (goed bedoeld en heel voorzichtig geformuleerd, waarvoor dank):

Verschrikkelijk, je hebt de ambities (in je hoofd) maar kan ze niet uitvoeren (je lijf).
Ik lees al een tijdje mee en de gedachte bekruipt me dat je wellicht hoogbegaafd (IQ) bent.
Je zit vast niet te wachten op nog een etiket, maar ik wilde het je niet onthouden. Het komt uit een goed hart en ik heb getwijfeld of ik deze gedachte met je wil delen. Toch maar gedaan, ik bedoel het goed.”

Buiten dat ik niet weet of het verschrikkelijk is dat ik mijn ambities niet kan uitvoeren – ik denk dat het merendeel van de mensen dat niet kan door omstandigheden/het leven dat er tussendoor komt, etc. – is er iets anders met deze suggestie: ik krijg deze heel vaak. Over allerhande aandoeningen en labels. Wellicht weet L. iets van hoogbegaafdheid en herkent ze iets in mijn teksten. Dat kan. Alleen ik heb in de loop van de tijd reacties, mails en appjes ontvangen met opmerkingen en suggesties over:

  • autisme
  • hoogsensitiviteit
  • bipolaire stoornis
  • ADHD
  • ADD
  • Obsessief-compulsieve stoornis
  • SOLK (symptomatisch onvoldoende onverklaarde lichamelijke klachten)
  • en dan ben ik er een aantal vergeten op te noemen maar sommigen vallen onder het kopje ‘je bent gewoon een hysterische stomme trut en een aanstelster, ga werken profiteur!

Hoe kan het toch dat zoveel mensen zich herkennen in wat ik schrijf? Ik denk dat er gewoon een grote overlap zit in veel aandoeningen. Concentratieproblemen of je juist optimaal maar heel kortstondig kunnen concentreren  is een onderdeel van bipolaire stoornis, adhd en add. En ook ME. Ik beschouw ME ook als een storing van het brein met onder meer lichamelijke klachten tot gevolg zoals pijn, migraine, darmklachten en bla bla. Met name door die pijn verschilt dat volgens mij toch behoorlijk met bovengenoemd rijtje (zeg ik zonder enige medische kennis).

Het is heel moeilijk om een diagnose ME te stellen. Er moet eerst veel worden uitgesloten. Meestal is dat op lichamelijk gebied. Er wordt eigenlijk nauwelijks gekeken naar het brein,anders dan “ja het is logisch dat je wat over-emotioneel wordt en je concentratievermogen achteruit gaat als je altijd uitgeput bent” Vaak wordt burn out gesuggereerd. Dat was bij mij ook het geval. En als je dan na verloop van de tijd niet opknapt, dan weten de meeste artsen of therapeuten het ook niet meer. Ik ben nog altijd die ene fysio enorm dankbaar dat hij mij op het spoor van ME heeft gezet.

Een diagnose is dus moeilijk te stellen en daarbij komt dat er een aantal karaktertrekken is én een samenloop van levensomstandigheden die je gevoelig maken een aandoening als ME te ontwikkelen. Die karaktertrekken hebben best veel overeenkomsten denk ik met karakters van mensen die aan bovengenoemde stoornissen leiden.

Voor mij is heel kenmerkend aan ME dat ik niet normaal herstel na een inspanning en dat lichaam en brein overgevoelig reageren op een al dan niet geplande activiteit en regelmatig blijven hangen in een soort alarmtoestand. Met vaak pijn en uitputting als gevolg.

Het gedrag dat ik vaak beschrijf en dat voortvloeit uit een snel geagiteerd brein (wat hoort bij ME omdat de amygdala overuren maakt)  is voor veel mensen denk ik herkenbaar. Ook omdat ik het zo eerlijk mogelijk opschrijf en veel aan zelfreflectie doe.

Uiteindelijk maakt het niet uit welk etiket er op geplakt wordt. Ik twijfel niet aan de diagnose ME maar zal altijd blijven onderzoeken waar verbetering is te halen. Zoals met de recente ontdekking dat ik een parasiet in mijn lijf heb ( nou ja, wel meer dan eentje vrees ik). Dat werpt weer een heel ander licht op mijn voedselovergevoeligheden aangezien ik ontdekte dat de parasiet maakt dat je gaandeweg steeds meer problemen kunt krijgen om bepaalde voeding te verteren, zoals in mijn geval gluten. (bron: Darmklachten, dr. Saskia van As). Glutensensitiviteit komt bij heel veel ME-patiënten voor maar wellicht is dus ook bij heel veel van deze patïenten de oorzaak een foute parasiet.

Heb ik dan geen ME? Ik heb het wel helaas. Ik denk dat de ME onder meer maakt dat het immuunsysteem niet goed werkt en dat een parasiet daarvan profiteert en dan vervolgens nog meer schade aanricht.

Dood ik die parasiet en herstel ik die darmflora, dan werkt mijn immuunsysteem wellicht beter en kan mijn lijf misschien gaandeweg gaan herstellen van de ME. Of niet. Het blijft altijd zoeken en het is belangrijk altijd met een open blik te kijken naar wat er gaande is.

Zo ook met de suggesties zoals hierboven genoemd. Ik vind het fijn en attent dat mensen meedenken en me ergens op wijzen. Ik zal altijd even ergens een blik op werpen, soms zelfs meer dan één. Veel suggesties leg ik dan vervolgens naast mij neer.

Uiteindelijk gaat het erom wat je kunt doen om je eigen situatie te verbeteren.  Zoals er een overlap is in een aantal aandoeningen zoals hierboven genoemd, is er ook een overlap in oplossingen. Ontprikkelen, je lijf aanvoelen, signalen herkennen die wijzen op gedrag dat je uit de bocht gaat vliegen, zijn eigenlijk universeel in deze tijd waarin we continu bestookt worden met prikkels, eisen, verlangens van anderen, mails die beantwoord moeten worden. Het contact met jezelf is namelijk zó verloren en dat met een paar honderd Facebookvrienden.

En als ik dan tóch een etiket op mezelf moet plakken dan gaat mijn voorkeur uit naar: AUTHENTIEK.