Verwachtingen

Laatst kwam M. met een oude agenda aanzetten. Het was zo’n gepersonaliseerde fotoagenda, uit 2009. Deze foto stond daar ook in. Hij dateert uit 2006. We waren net terug uit Italië. S. en ik hadden elkaar geschminkt. In de middag gingen we de stad in omdat de Karavaan er was, een reizend theatergezelschap dat jaarlijks in de zomer door Noord-Holland trekt. Een paar dagen later overleed mijn vader.

Het jaar dat volgde werd gekenmerkt door rouw, verdriet en veel stress. Ik kreeg een andere baan, ik volgde een opleiding waardoor ik weekenden van huis was en mijn lijf liet het steeds meer afweten. Toen we in oktober 2007 verhuisden was het op. Mijn lijf wilde niet meer, ik had het ene na het andere virus. In februari 2008 heb ik me ziek gemeld. Ik heb daarna nog wel geprobeerd weer aan het werk te gaan maar dat deed mijn gezondheid alleen maar aanzienlijk verslechteren.

Dat wist ik natuurlijk allemaal nog niet, toen ik voor deze foto de camera inkeek. Ik dacht alle tijd van de wereld te hebben. En ik dacht te weten wat voor leven ik ging leiden. Alle opties lagen open. Ik was vol verwachting. Ook al zag ik dat toen misschien helemaal niet zo. Want ik vond het zo vanzelfsprekend dat ik alle kanten op kon gaan, zelf mijn pad kon kiezen.

Het was de vanzelfsprekendheid van een gezond mens dat zich niet kan voorstellen dat ze ‘ineens’ geen keus meer heeft. Een gezond mens heeft wel 1000 wensen, een ziek mens maar een.

Liefde

De afgelopen dagen heb ik me, net als velen met mij, nogal opgewonden over de Nashville verklaring. Ik heb geen woorden voor de hypocrisie en achterbaksheid van mensen die menen dat liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht zondig zou zijn. Ik heb er geen woorden voor maar toch gebruik ik ze.

Er zijn zóveel onderwerpen waar politici en geestelijk leiders zich druk over kunnen maken, hard voor kunnen maken, en wat doen ze? Een trap geven richting stapels mensen wiens enige wens het waarschijnlijk is om gewoon een fijne relatie of gezinsleven te mogen hebben. En dat wordt ze misgund omdat anderen niet kunnen omgaan met liefde tussen twee mensen van hetzelfde geslacht.

Iedereen zou vrij de liefde moeten mogen beleven, ongeacht hun geaardheid. Dat dit niet kan is zorgwekkend. Dat homoseksualiteit in ons land ook minder geaccepteerd lijkt dan 20 jaar geleden vind ik nog zorgwekkender.

Laat mensen toch gewoon hun leven leiden. Op de manier zoals zij willen. Zonder met de bijbel in de hand mensen om hun oren te slaan dat liefde blijkbaar aan regels moet voldoen die staan in een boek van duizenden jaren oud.

Zoals Frans Timmermans op zijn FB pagina schreef: ‘Maar in de bijbel staat ook dat slavernij is toegestaan en dat je je dochter mag verkopen’. Zeker weten dat niemand dát nog wil naleven, ook die christenen niet die nu wel de bijbel als argument gebruiken om homoseksualiteit af te wijzen.

Alles wat anders is, wat afwijkt, is blijkbaar eng en moet worden weggezet als niet gewenst, als zondig en worden onderdrukt. Maar teruggrijpen op dogma’s uit een ver verleden helpt ons nu niet vooruit. Het werkt alleen maar als een splijtzwam. Kom jij nog maar maar eens uit de kast als christelijke homo in een gemeente waar de Nashville verklaring wordt gezien als een mooi statement. Maar niet uit de kast komen betekent niet dat je geen homo bent. Het betekent alleen maar dat je bestaan wordt ontkend.

Liefde is al ingewikkeld genoeg. Ook zonder die haat opwekkende roeptoeters hebben duizenden mensen het moeilijk om uit de kast te komen. Omdat het spannend is als wat jij voelt, niet is wat het merendeel van de mensen om je heen voelt.

Ooit hadden wij op de de middelbare school een theatergezelschap met een toneelstuk over homoseksualiteit. Daarna konden wij, leerlingen en ouders, discussiëren met de toneelspelers. Die vertelden dat 1 op de 10 mensen homoseksueel is. Dus grote kans dat er in je klas twee zouden zitten. Waarop de moeder van een van mijn klasgenoten zei, ‘maar niet op deze school hoor, dit is een katholieke school’.

En dát geeft denk ik precies aan waar het hier om gaat. Denken dat iets wat aangeboren is, ontkend kan worden.

Niemand is 100% hetero denk ik, of 100% homo. Dat zijn hokjes waar we anderen in stoppen. Ik heb ook het bed gedeeld met vrouwen, uit nieuwsgierigheid maar ook omdat ik geraakt kan worden door vrouwen. Wat maakt mij dat dan? Bi? Een hetero met lesbische neigingen? Wat maakt het uit mensen!

Liefde en hoe dat geuit wordt is altijd goed, mits beide betrokken partijen instemmen en gelijkwaardig zijn aan elkaar.

Leef en laat leven en heb lief, met respect en verwondering.

Een reus in de tuin

Jaren geleden zat er ineens een konijn in de tuin. Dat was niet voor het eerst. Op 5 augustus 1999 zat er ook een konijn in mijn tuin. Die datum heb ik onthouden omdat ik dan jarig ben. De bovenbuurvrouw klopte op de deur. Zij had toen ze op haar balkon stond, een konijn in mijn tuin gezien.

Natuurlijk wilde ik dat ook zien en warempel daar zat ze, midden op het tuinpad. Een heel klein konijntje, zó klein dat ze op de palm van mijn hand paste. Dat konijn, een jonkie nog, bleek te zijn ontsnapt uit een geïmproviseerd hok een aantal tuinen verderop en was bestemd om in de pan te eindigen. Dát levensdoel heb ik acuut gewijzigd. Ik kocht een hok, haalde uit de bieb het boek ‘De verzorging van mijn konijn’, gaf haar de naam Dora en dat was dat. Ze werd heel oud, was heel tam, liep los rond door het hele huis, poepte keurig op de bak en was dol op een vriend van M. Als die bleef logeren sprong ze boven op hem. Ze was helaas ook dol op telefoonkabels, dus die hebben we vaak moeten vervangen.

Maar dát is een verhaal over een heel ander konijn. Dit konijn dat in onze tuin zat, was bovendien bepaald niet klein. Het was een Vlaamse Reus die wat onverstoorbaar zat te knabbelen op bloemblaadjes. Ik kon me niet voorstellen dat deze reus ook bedoeld was om te eindigen in de pan. Hij werd vast gemist, zoveel kilo fluffy haren en zachte snuffelneus!

De reus werd naar binnen gehaald en voor de zekerheid in een kattenmand gestopt. Sommige katten zien konijnen immers als prooi en dat risico wilde ik niet nemen. Hoewel, gezien de grootte van de reus zou ik het eerder andersom verwachten. Hij was net zo groot, zo niet groter dan onze katten.

Afijn, de vraag drong zich natuurlijk op: wat nu? Waar kwam dit beest vandaan? Dus belden we overal aan in de straat. ‘Mist u een konijn en zo ja, is dat toevallig een Vlaamse Reus?’ Een volgende stap zou aanmelden bij Amivedi zijn. Dat hoefde gelukkig niet. Aan het eind van de straat bevestigde iemand dat zijn buren een Vlaamse Reus hadden die er continu vandoor ging omdat de buurkinderen vaak het hok open lieten staan.

Die buren waren niet thuis maar we konden zo achterom lopen waar we in de tuin inderdaad een leeg hok zagen. Dus haalden we Reus op en stopten hem in het hok. Voor de zekerheid even een briefje door de bus gegooid met uitleg. Want wie weet was het toch niet het juiste konijn en dan hadden we die mensen opgezadeld met een onbegrijpelijke konijnenverwisseling.

En toen? Nooit meer iets gehoord. Natuurlijk verwacht ik niet dat iemand de rest van zijn leven dankbaarheid toont voor het feit dat we zijn konijn hebben terug gebracht, maar een telefoontje of een klein briefje terug in de brievenbus, had ik wel verwacht. Beetje vreemd vond ik het wel. En ik vraag me af hoe vaak Reus nog is weggelopen. Ik zou dat ook doen als ik geconfronteerd werd met zoveel onverschilligheid.

(Afbeelding Pixabay)

Standje normaal

Maandag gingen we hier in huis weer over op standje normaal. De gewone routine van puber naar school, man naar werk en ik, nou ja, wat ik dan ook doe.

De vakantie was oké. Veel rustige dagen. De donderdag voor de kerstvakantie werd ik besprongen door een virus en al met al heb ik daar een dag of tien last van gehad. Het maakte dat ik heel weinig deed. Ik heb veel gerust en gelezen en dat was eigenlijk, buiten het vele gerochel, best wel fijn.

Toen ik weer wat was opgeknapt, heeft puber hier middagen achter elkaar met een klasgenoot aan een grote opdracht voor school gewerkt. Omdat deze jongen nu geen laptop heeft, stond ik hem tijdelijk de onze af. Ze zaten wegens ruimtegebrek niet op de kamer van S. maar beneden aan de eettafel. Dat maakte dat ik meestal boven lag. Eigenlijk was dat ook wel fijn, geen laptop, geen tv, alleen maar wat lezen. Dat deed me goed.

De enige kink in de kabel was natuurlijk de stress om Dibbes die ineens zo ziek was, maar inmiddels doet hij het weer.

Hij is wel hevig teleurgesteld dat aan de onbeperkte stroom van zacht versterkend nat voer een einde is gekomen.

Deze week heb ik twee dingen op stapel staan. Er komt iemand voor het jaarlijkse onderhoud aan de geiser en de verwarmingsketel en we gaan met Gerrie en Moos naar de dierenarts voor de jaarlijkse controle. Eindelijk, dat wordt hier al vier maanden opgeschoven.

In het kader van meer pret zou ik deze maand heel graag een keer naar de bioscoop gaan, bij voorkeur naar ‘The Favourite’. Duimen dat het lukt. Ik zou afgelopen zondag met M. gaan maar na alle stress om Dibbes lukte dat niet. Ik zit nu in een forse PEM.

Dus nu wachten tot er zich wel een gelegenheid voordoet en die dan grijpen, in plaats van planken schoonmaken of een was doen 😚.

Review: De verloren familie

De Duits joodse Peter Rashkin overleeft als enige van zijn gezin de Tweede Wereldoorlog en de concentratiekampen. Hij emigreert na de bevrijding naar Amerika, waar hij familie heeft wonen en probeert daar een leven op te bouwen, maar wordt voortdurend achtervolgd door de schimmen uit het verleden.

Hoewel hij op zo het eerste oog heel succesvol is, hij heeft een goed lopend restaurant, is hij niet in staat echt te leven en contact te maken met anderen. Desondanks trouwt hij met June, samen krijgen ze een dochter. Zijn verleden hangt als een donkere wolk boven het huwelijk want wie kan concurreren met een dode vrouw en twee schattige dode dochtertjes? June niet.

Het boek bestaat uit drie delen. Het eerste deel is geschreven vanuit het perspectief van Peter, in de andere delen voeren June en de dochter het woord en zien we hoe de oorlog doorwerkt in het huwelijk van Peter en June en het leven van hun dochter beïnvloedt. Die opzet vind ik een beetje jammer want ik vind Peter véél boeiender en de delen van zijn Amerikaanse vrouw en dochter grijpen me een stuk minder aan.

Desalniettemin vind ik ‘De verloren familie’ een mooi boek over liefde, oorlog en loslaten. Het biedt ook een interessante kijk op het naoorlogse Amerika, waar de maatschappij razendsnel verandert. Ondanks het zware onderwerp, voelt het niet zwaar. Aanrader.

Jenna Blum
De verloren familie
368 pagina’s

Zieke Dibbes

Onderstaand verhaal is niet geschikt voor mensen die niet snappen hoe belangrijk huisdieren kunnen zijn in het leven. Dus behoor je tot die categorie, volgende keer beter! 😊

Vrijdagmiddag viel het op dat Dibbes niet naar beneden kwam voor brokjes. De katten krijgen verdeeld over de dag kleine porties en door hun ingebouwde klok waarvan het alarm staat afgesteld op een uur voor het daadwerkelijke eten, zaten er drie katten te wachten maar de vierde ontbrak.

Nu blijft er wel eens eentje langer een middagdut doen, zeker met koud grauw weer, maar een beetje vreemd was het wel. Pas in de namiddag kwam hij naar beneden, begon ineens enorm te blazen en toen te kotsen. Zo, dat was er maar uit. Hij wilde naar buiten gelaten worden maar stond een minuut later al weer binnen en rende naar boven.

Na een half uurtje ging ik even bij hem kijken. Toen hij me zag verstopte hij zich onder het bed. Dát was geen goed teken natuurlijk. Na een uurtje moest hij weer overgeven en daarna kroop hij weer onder het bed. Hij moest niets van me weten.

Toen M. thuis kwam, wilde meneer wel te voorschijn komen en installeerde zich op de bank tegen M. aan. Daar lag hij als een dood vogeltje, zich overduidelijk helemaal niet lekker voelend.

In de loop van de avond knapte hij iets op zodat we redelijk gerustgesteld naar bed gingen. Maar natuurlijk was ik er niet echt gerust op dus ging ik om één uur bij hem kijken. Hij was nog steeds flink beroerd zo te zien, zijn hele houding straalde misère uit. Even bij hem gezeten maar weer wilde hij absoluut geen contact met mij, dus ging ik maar terug naar bed. Maar ja, een beetje stresskonijn ben ik wel, zeker als het om mijn katten gaat, dus zat ik om drie uur al weer beneden. Slapen lukte toch niet dus ging ik Dibbes maar gezelschap houden.

Hoewel er tegen de ochtend wel iets verbetering was, hij zat overeind en keek wat meer geïnteresseerd om zich heen, belde ik onze dierenarts of we mochten komen. De praktijk is op zaterdagochtend alleen geopend voor afspraken maar soms mogen we wel eens tussendoor. En zou dat niet schikken, dan maar naar de dierenarts die weekenddienst had.

Hij at namelijk nog steeds niet. In tegenstelling tot een mens of hond die prima tegen een dag vasten kunnen, kan een kat dat niet. Een kat die niet eet – omdat hij bijvoorbeeld misselijk is – heeft kans op leververvetting. En door die leververvetting wordt een kat weer heel erg misselijk en is de kans nog kleiner dat hij weer gaat eten. Het is dus zaak altijd goed in de gaten te houden of je kat wel eet. Dibbes had nu 24 uur niets gegeten.

We mochten gelukkig dezelfde ochtend nog langskomen. Ik had hem voor de zekerheid in de vroege ochtend alprazolam gegeven, een kalmeringsmiddel, anders krijg ik hem niet in de mand.(*) Een half uur na toediening at meneer 3 brokjes, speelde even en viel toen in slaap.

We zijn toch gegaan. Want dat hij zich iets beter voelde lag waarschijnlijk aan de alprazolam, dat beaamde de dierenarts ook. Hij had geen koorts, er voelde niets vreemd aan in zijn buik, zijn gebit was ook goed (tandvleesontsteking kan ook voor eetproblemen zorgen). Maar dat hij niet at was wel zorgelijk. Dus kreeg hij een injectie met iets dat misselijkheid opheft.

Zou hij na de injectie eten en toch blijven overgeven, dan was er meer aan de hand en moesten we meteen naar de spoedarts gaan die dienst heeft dit weekend. Zou hij na de injectie niet binnen het uur willen eten, dan moesten we beginnen met dwangvoeren, we kregen daar de spullen voor mee.

Voor de zekerheid hebben we ook bloedonderzoek laten doen. Als we dat eventueel later op de dag, in geval van aanhoudend braken, bij de spoedarts moesten laten doen, dan betaalden we dubbel tarief. En dat bloedonderzoek was urgent als hij bleef braken.

Afijn, na €138 te hebben afgetikt stapte een doelgerichte Dibbes thuis de mand uit en verzocht luidkeels om eten. De dierenarts belde twee uur later op met het bericht dat alle bloeduitslagen goed waren. De kat van zes miljoen doet het weer! Nou ja, zo goed als. We merken wel aan hem dat hij zich nog niet helemaal jofel voelt. Dat kost nog wat tijd.

Wat het nu was? Waarschijnlijk toch een virusje of zo. En nu gaan mens en dier weer bijkomen, want het heeft er best ingehakt.

(*) voor nieuwe lezers: Dibbes is een getraumatiseerde exzwerfkat die we met veel moeite (en geld) hebben opgelapt en gesocialiseerd. Maar sommige dingen zijn nog te hoog gegrepen, zoals zelf in een mand stappen als hij ziek is.

Ben je kattenliefhebber? Alle verhalen over de katten, en het hele socialisatieproces van Dibbes en later Gerrie, staan op de kattenpagina.

Eerste stap gezet

Gisteren heb ik eindelijk de knoop doorgehakt en gebeld naar de tandartspraktijk waar ik mijn amalgaamvullingen ga laten verwijderen, op advies van mijn orthomoleculair therapeut. Ik zag er wat tegenop om te bellen want eigenlijk heeft de praktijk een patiëntenstop. Dus ik moest me naar binnen kletsen, althans dat idee had ik.

Niets was minder waar, ik belde, legde uit dat ik werd doorgestuurd en ik kreeg te horen dat ik voorrang krijg bij het inplannen van een afspraak. Fijn! Zoveel haast heb ik echter niet, ik heb in overleg besloten te wachten tot het voorjaar omdat ik me dan meestal wat beter voel en de belasting van een paar keer een behandeling ondergaan hopelijk iets beter aankan. 19 april is de afspraak. Röntgenfoto’s had ik al opgevraagd bij mijn eigen tandarts, dus die stuur ik binnenkort door naar deze praktijk.


 Naast kwik bevatten amalgaamvullingen ook tin en zilver en soms zink en/of koper. Deze metalen kunnen de toxische belasting van het lichaam verder verhogen en de toxiciteit van kwik versterken. Hierdoor kunnen amalgaamvullingen in het gebit een grote negatieve invloed op de gezondheid uitoefenen.

Mijn eigen tandartspraktijk vervangt ook amalgaamvullingen als ik daar om vraag maar heeft hiervoor geen veiligheidsprotocol en vindt dat ook allemaal maar onzin. De praktijk waar ik straks naar toe ga, heeft dat wel en werkt samen met mijn therapeut om voor, tijdens en na het traject te ontgiften. Ik ben heel benieuwd. Mocht het verder geen gezondheidseffect opleveren ( ik hoop natuurlijk van wel) dan zijn in ieder geval die vullingen veilig vervangen.

Eén van de onderdelen van het orthomoleculair traject dat ik volg is het ontgiften van mijn lichaam. Uit onderzoek bleek dat mijn alvleesklier en lever hun werk niet goed doen. Dat kan veel klachten als darmproblemen, voedselovergevoeligheden en chronische vermoeidheid verklaren. Met supplementen en een aangepast dieet heb ik al zeker één en ander bereikt (geen darmproblemen meer). Dit is een volgende stap.

Ik heb gemerkt dat het hele amalgaamverhaal fervente voor- en tegenstanders kent. Opvallend vind ik dat voorstanders gewoon uitgebreid ingaan op het mogelijke gevaar van de vullingen zelf en tegenstanders, zoals de vereniging tegen kwakzalverij, niet verder komen dan erg op de man spelen en tandartsen belachelijk maken die voor vervanging zijn en hier aan mee werken.

Als er vroeger in het ziekenhuis een kwikthermometer kapot ging, werd de hele afdeling hermetisch gesloten en schoongemaakt door een speciaal schoonmaakteam. De assistente van mijn eigen tandarts vertelde een soortgelijk verhaal, dat dit ook nog tijdens haar opleiding en in de beginjaren dat ze werkte gebeurde, dat er bijkans paniek uitbrak als er kwik vrijkwam. Uitgeboord amalgaam moet tegenwoordig worden afgevoerd als zwaar chemisch afval. Maar in de amalgaamvullingen in de mond ziet ze geen kwaad. Bijzonder.

Natuurlijk weet ik niet of ik er positieve effecten van ga merken. Maar het feit dat amalgaamvullingen continu bij contact met voedsel of hete dranken een kleine hoeveelheid kwik en andere zware metalen afgeven, stemt me niet heel vrolijk. Kwik kan een enorme belasting vormen voor het zenuwstelsel en de organen. Dat is natuurlijk sowieso al een zwak punt bij ME.

We krijgen niet alleen kwik in ons lijf via vullingen maar ook via vaccins, voeding (vis) en glucose-fructosestroop. Nu eet ik al tijden niets meer waar dat laatste in zit maar er zijn veel jaren geweest dat ik het wel dagelijks naar binnenkreeg, gezien het feit dat het aan het merendeel van de bewerkte voeding wordt toegevoegd en ik toen nog niet zo bezig was met gezonde pure voeding.


Of en de mate waarin schadelijke effecten van een belasting met kwik optreden zijn afhankelijk van o.a. het aantal amalgaamvullingen, belasting met andere toxines, de constitutie, genetische opmaak, algehele conditie en de ontgiftingscapaciteit van de darmen, lever en nieren van een persoon.

Al met al kan ik wel stellen dat gezien mijn klachten en mijn ziektegeschiedenis het niet vreemd zou zijn als ik meer dan een gezond persoon last zou kunnen hebben van de effecten van amalgaam. Mijn ontgiftingscapaciteit is gezien de geschiedenis van darmproblemen slecht en het lijkt me zinnig om niet alleen zo zuiver mogelijk te eten maar ook een situatie te beëindigen waarin ik mogelijk last heb van een jarenlange opeenstapeling van zware metalen.

Gebruikte citaten zijn afkomstig van de website van natuurdietisten:

Prioriteiten

voel ik iets vreemds.
Wat is dat?
Het lijkt wel energie!

Mijn lijf voelt niet aan
alsof het in de nacht
door een vrachtwagen
werd overreden.

Mijn normaal zo wazige hoofd
voelt helder en normaal.
Geen brain fog!

Mijn ochtendhartslag
is heel laag,
voor mij een indicatie
van een potentieel goede dag.

De mogelijkheden van de dag
razen door mijn lijf.
Ik ga naar de sauna!
Ik ga even wandelen!
Ik ga even naar de stad!
Ik ga een vriendin bellen!

Door alle beloftes
van wat misschien kan,
giert het in mijn brein.
Ik sta strak van de adrenaline.
Gewoon vanwege ‘het misschien’
en ‘zal ik’ en ‘kan ik’ dus ‘ga ik’.

Ik besluit langzaam
op te starten.
Ontbijten, lezen, krantje.

En dan, dán kleed ik me aan.
Voor ik het weet
heb ik ineens een lap
in mijn handen.
Ik neem de planken
in onze slaapkamer af.

Vijf minuten later
is mijn hartslag torenhoog,
alsof ik heb gesport.
Mijn armen doen pijn.
Mijn hoofd voelt
vol en wazig.
Hallo brain fog!
En die energie?
Foetsie.

Ga ik nu weer liggen,
denkend aan die pret
die ik mezelf dit jaar beloofde
Het stellen van prioriteiten,
hoog vliegen in laag tempo,
dat is zo eenvoudig nog niet.

Maar die planken?
Die zijn schoon.
Dat wel.

Review: Wat het hart verwoest

Al jaren ben ik een groot fan van John Boyne. Zijn boek ‘De jongen in de gestreepte pyjama’ (ook verfilmd) is wereldberoemd, mooi en hartverscheurend. Ik vond zijn boeken ‘De scheepsjongen’, ‘Het winterpaleis’ en ‘De grote stilte’ minstens zo mooi. Tegenvallers waren er ook, ‘De jongen op de berg’ vond ik saai en langdradig ook al was het een heel dun boekje.

‘Wat het hart verwoest’ is zijn nieuwste roman. Een heftig verhaal over Cyril Avery die in de jaren 50 in Ierland wordt geboren als de bastaard van een ongetrouwd meisje. Dát is al een vloek want bijna een doodzonde in het Ierland van die tijd maar dat hij homoseksueel is, iets wat hij gaandeweg ontdekt nadat hij de charismatische Julian leert kennen, is zo mogelijk een nóg ergere doodzonde en bovendien strafbaar dus iets wat niet onderzocht en in het openbaar beleefd kan worden.

Cyril groeit op bij nogal kille adoptieouders die elke gelegenheid gebruiken om duidelijk te maken dat hij geen bloedverwant is. Bij zijn vriend Julian vindt hij wel warmte en vriendschap maar geen liefde dus zoekt hij dat elders. In het naoorlogse Ierland is geen ruimte voor ‘afwijkingen’. Hij zoekt liefde maar vindt alleen sex, veel ranzige sex in steegjes, bosjes en bioscopen. Homoseksuele liefde kan niet worden geuit anders dan in het geniep. Als hij 25 is heeft hij honderden sexpartners gehad maar hij kent niemands naam, laat staan dat iemand hem vol liefde heeft aangekeken tijdens de sex.

Het boek biedt een inkijk in bepaalde perioden van zijn leven en de keuzes die hij maakt. Zijn geaardheid en het feit dat daar een straf op staat, dwingt hem tot het bedriegen van mensen van wie hij houdt, iets wat hem op latere leeftijd steeds meer opbreekt. Hij wendt zich zelfs in wanhoop tot artsen en priesters maar dat helpt natuurlijk geen mallemoer. Homoseksualiteit bestaat officieel niet in het Ierland van de jaren 60.

“Er zijn in de hele wereld homoseksuelen. Engeland heeft er veel. Frankrijk zit er vol van. En ik ben nog nooit in Amerika geweest maar ik neem aan dat er ook daar meer dan genoeg zijn. Ik zou niet denken dat het veel voorkomt in Rusland of Australië, maar ze hebben waarschijnlijk als compensatie wel iets ander weerzinwekkends. Hoe dan ook onthoud: er zijn geen homoseksuelen in Ierland. Misschien heb je in je hoofd gezet dat je er een bent, maar je hebt gewoon ongelijk, zo simpel is dat. Je hebt ongelijk.”

Zijn zoektocht naar een eigen leven brengt hem naar Amsterdam en New York waar hij probeert een waarachtig leven te leiden zonder leugens.

Een prachtig vaak beklemmend boek met soms hilarische fragmenten over iemand die ondanks de minachting voor ‘zijn soort’ toch zoekt naar zijn eigen weg in het leven. Soms kon ik Cyril wel door elkaar rammelen, zo passief en lamgeslagen is hij, met al zijn zelfhaat. Maar zo is hij wel gemaakt door de omstandigheden. Absolute aanrader.

John Boyne
Wat het hart verwoest
608 pagina’s

Vrienden

Vorige week kwam een klasgenoot van S. hier een dag langs. Er moet na de vakantie een hele grote opdracht worden ingeleverd en de bedoeling is dat ze het samen doen. Dus kwam O. hier naar toe.

Hij is geen onbekende. We kennen hem al sinds groep 1 van de lagere school. Het was jarenlang een hele goede vriend van S. Sinds de middelbare school trekken ze wat minder op met elkaar, al kunnen ze nog steeds goed met elkaar opschieten. Ik had hem jaren niet gezien.

De eerste keer dat hij hier kwam spelen, was hij vier. Ze gingen samen op de kamer van S. spelen. Dat ging goed tot O. lijkbleek naar beneden kwam rennen, gillend dat er een verschrikkelijk ongeluk was gebeurd. Voor de zekerheid gilde hij nog even dat er echt overal bloed was.

De schade viel gelukkig mee, S. had een bloedneus doordat de heren een plank als glijbaan hadden gebruikt om van de hoogslaper te glijden 🙄. Die eerste afspraak was wel tekenend voor hoe speelafspraken met O.verliepen. Liep ik op straat met hem dan bond ik hem het liefst vast aan een touw. Want hij rende altijd zonder kijken de straat over. Liepen we een keer naar de stad met 6 kinderen, dan hield één begeleider er 5 in de gaten en de tweede liep naast O. klaar om hem vast te grijpen. In huis had ik hem het liefst continu in het zicht. Zag je hem niet en was het stil, geheid dat er iets niet klopte.

Hij was altijd dat kind dat met kinderfeestjes iets anders deed dan de bedoeling was. Deed de hele meute netjes met alle spelletjes mee, hij vond eens een pak met van die kartonnen onderzetters en die lanceerde hij door de kamer. Waarna de bende tot dan toe redelijk brave kleuters ineens in totale anarchie ons tot wanhoop dreven. Of ik was hem ineens kwijt en dan net als ik in paniek raakte en bedacht hoe ik dat aan zijn moeder moest uitleggen, was hij weer het huis uit geglipt, vond ik hem heel rustig in een donker hoekje boven waar hij al onze fotoalbums aan het bekijken was.

Geen vriend van S. heeft me zo vaak een hartverzakking bezorgd, maar dat maakte op de één of andere manier nooit uit. Hij was ook altijd ontroerend enthousiast, blij met alles, dol op gezelligheid.

En daar bleek hij niets in veranderd. Ik nodigde hem uit voor t eten. Hij kon niet maar zei meteen dat hij de volgende keer wel heel graag bleef eten. ‘want ik vind het zo gezellig hier!’

16 jaar en nog net zo enthousiast als toen hij 4 was. Ik vind dat ontroerend.